Onkundig op eigen vakgebied.

Historici in Nederland praten over zaken waarvan zij (vaak onbedoeld) aangeven geen enkel bewijs te hebben. Zij herhalen slechts de traditionele geschiedenis, zonder in te gaan op argumenten die haar tegenspreken. Naschrijverij van eenmaal gemaakte fouten is tot systeem geworden. Nieuwe denkbeelden worden a priori weggehoond. De kritische onderzoeker wordt afgeblaft als een onbenul. Niet degene die de mythe verzond, maar hij die blijft vasthouden aan denkbeelden van middeleeuwse fabelschrijvers, toen de historische wetenschap nog geboren moest worden, is de grote onbenul. Zij vertonen een grote zelfgenoegzaamheid aan "eigen" inzichten en wijzen alles af wat daarvan afwijkt en dat wordt gezien als een aanval op eigen zelfgenoegzaamheid. Alsof de geschiedenis van hen persoonlijk is.
Wetenschappers die over historische zaken zouden moeten oordelen, treden de voornaamste regels van oordeelvorming met voeten. Zij verwerpen het bestaan van verwarring en de vele mythen het hardst en blijven zonder enig eigen onderzoek de oude versjes opdreunen. Men weet vaak niet eens wat Delahaye betoogt en waarom hij zegt wat hij meent te moeten zeggen, maar hij wordt ongelezen verworpen. Hem worden uitspraken verweten die hij nooit gedaan heeft, waaruit blijkt dat zij de boeken van Delahaye nooit gelezen hebben.
"Had ons dan die mooie illusie gelaten!" is wel eens als argument gebruikt om Nijmegen vooral Kareltje de Grote niet af te pakken!
De simpele waarheid is rijker dan een gouden leugen!