Oppermann neemt de onechtheid van de oorkonden uit 1131 en 1133 en 1200 aan, aangezien later niets blijkt van een eeuwige pachtverhouding. Integendeel blijkt deze in 1240 in het geheel niet te bestaan. Volgens de oorkonde van dat jaar waren de 40 hoeven in het Westerwoud nog woest en onbebouwd. Het convent van Oostbroek zou toen deze gronden in eeuwigdurende huur hebben uitgegeven. In een staat van inkomsten en uitgaven van het convent van Oostbroek uit 1580 komt deze erfpacht onder Woudenberg niet voor. Het zou ongebruikelijk zijn als het erfpacht in eeuwigdurende huur was uitgegeven dat dit niet vermeld wordt, ook al zou de erfpacht aan een ander zijn overgegeven. Het is dus duidelijk dat de pachtverhoudingen in 1131-1200 niet bestaan hebben.