Volgens Prummel (1983) was er in de nederzetting Wijk bij Duurstede een overschot aan voedsel op de boerderijen, dat niet alleen ter beschikking gesteld werd aan de bewoners van het havenkwartier, maar ook aan die van de in het Kromme Rijn gebied gelegen nederzettingen. Prummel spreekt van een 'een proteïne surplus', dat hij berekend heeft op grond van de maximale mogelijkheden van de bodem bij volledige benutting van de oppervlakte aan landbouwgrond. De vraag is of de door hem beoogde landbouwgrond in de 9e eeuw wel geschikt was voor landbouw vanwege de wateroverlast.