Volgens de traditionele opvattingen woonden de Stadingers in een landstreek aan de Weser. Waar precies blijft ongewis.
Volgens de Annales Vigorniensis et Teohesburiensis uit het jaar 1234 woonden de Stadingi (Stadingers) in de uiterste gebieden van Teutonica en Flandria. Zij waren een volk in het grensgebied van Frisia en Saxonia, omringd door ontoegankelijke moerassen. In de oorlog zijn 2000 van hen gesneuveld; de weinige overgeblevene vluchtten naar de naburige Frisones.
De leiding van de strafexpeditie tegen de Stadingi stond onder leiding van de graven van Béthune.
Uit de klassieke teksten blijkt duidelijk waar de Stadingers woonden. De combinatie Flandria, Teutonica, Saxonia, Frisia, Fresones, de ontoegankelijke moerassen en de graven van Béthune is alleen in Frans-Vlaanderen te verklaren. Dat is ook de plaats waar de Stadingers rondom Estaires woonden.
De plaatsing in Noord-Duitsland is het gevolg van de 'deplacements historiques' vanaf het Germania van Tacitus waarna alles naar Duitsland werd gesleept. Inclusief Bonifatius, Ansgarius, de Varusslag en de hele Karolingische geschiedenis.
De Stadingi bewijzen het gelijk van Albert Delahaye: de geschiedenis van Nederland en (Noord-)Duitsland is die van Frans-Vlaanderen.