Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Vraagstukken in de historische geografie van Nederland.

  • Nijmegen Karolingisch?
  • Dorestadum een zeehaven.
  • De gevestigde historie.
  • Transgressies en de west-oriŽntatie.
  • Doublures.
  • Dubbele plaatsnamen.
  • De context.
  • Kronieken over Willibrord.
  • De eerste Nederlandse geschiedschrijvers.
  • De Peutinger Kaart

  • Uiteraard is deze informatie beperkt, maar geeft in grote lijnen wel de kern van de zaak aan.

    Nijmegen Karolingisch?

    AlbertDelahaye heeft een terdege studie gemaakt van de historische geografie van Nederland en moet als een expert beschouwd worden op dit gebied. Als archivaris van Nijmegen kreeg hij inzicht in de geschiedenis van die stad. Tot zijn verrassing bleek hem, dat van de hele Karolingische periode geen enkel document of archeologische vondst de traditionele opvattingen van de geschiedenis van Nijmegen bevestigde.

    Karel de Grote keizer te Nijmegen?

    Verder speurwerk leverde de bewijzen, dat de hele Karolingische geschiedenis, maar dan ook de hele geschiedenis die er onlosmakelijk mee verbonden is, zoals de invallen van de Noormannen, de geschiedenis rondom Willibrord enz., een doublure is van de geschiedenis van Noord-Frankrijk en Zuid-BelgiŽ.

    Terug naar boven.

    Dorestadum een zeehaven.

    In Noord-Frankrijk en Zuid-BelgiŽ waren wel de kronieken en archeologische vondsten voorhanden, die men in Nederland tevergeefs gezocht heeft. De Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek heeft bij Wijk bij Duurstede tevergeefs gezocht naar Dorestadum. Deze plaats, een zeehaven, die in kronieken vaak genoemd wordt als plaats liggend aan de monden van de Renus, is in Nederland niet teruggevonden. De Romeinse Renus is evenmin de Duitse en Nederlandse Rijn, maar de rivier die tegenwoordig Schelde heet. In Noord-Frankrijk is de plaats Dorestadum geÔdentificeerd als Audruicq.


    Terug naar boven.

    De gevestigde historie.

    Ook ten aanzien van de nieuwe gezichtspunten over Willibrord en Karel de Grote was aanvankelijk felle tegenstand van de gevestigde historici.
    Enkelen hadden juist aan deze geschiedenisperiode hun revenuen ontleend en konden dus niet zonder gezichtsverlies hun ongelijk erkennen. Vergelijkbaar met het "Bronnenboek van Nijmegen" van Leupen (zie bij Bronnenboek), is eerder een "Oorkondenboek van Noord-Brabant" verschenen (auteur H.Camps) dat dezelfde kwalificatie moet krijgen: broddelwerk! Ook boeken als "De Franken in Nederland" (P.Blok), "De Romeinen in Nederland" van W.van Es (voormalig directeur van de R.O.B., die van die opgravingen in Wijk bij Duurstede) kunnen bij het oud papier. Ze staan vol foutieve en achterhaalde interpretaties. Andere historische "deskundigen", zoals Gysseling, Boogaers, Willems, D'Haenens, Lemmens, Hugenholtz, zelfs Haalebos en Van der Gouw, hebben zichzelf een brevet van onvermogen gegeven ondanks hun titels en professoraten. Zij hadden op de eerste plaats als deskundigen deze mystificaties zelf moeten ontdekken (zij zaten immers met hun neus boven op de feiten) en op de tweede plaats hadden zij de discussie aan moeten gaan en geen ongemeen felle tegenstand moeten leveren aan het adres van Albert Delahaye, door alles alleen maar te ontkennen, zonder zelf met tegenbewijzen te komen. Zijn boeken hebben ze vaak niet eens gelezen en liegen ze botweg af. Discussies gaan ze uit de weg en onder hen ressorterende studenten verbieden ze kennis te nemen van de werken van Albert Delahaye. En dan spreken zij over dat Delahaye niet "wetenschappelijk" te werk zou gaan: wetenschap is discussie!
    Enkele historici, zoals Stolte en Blok, hebben zelfs een proefschrift over een van deze onderwerpen geschreven. Zij hebben hun titel behaald op mystificaties, op niet doorziene fouten. Zij immers hadden de doublures, fouten en onmogelijkheden moeten ontdekken. Zij hebben zitten slapen en bleven bedwelmd door de mythen. Naschrijverij van eenmaal verkeerd geÔnterpreteerde bronnen vervolgen de 'historici' tot in onze dagen.
    Na de laatste publikaties van Albert Delahaye verstomden ook zij, omdat zij geen enkele stelling meer konden weerleggen.


    Terug naar boven.

    Transgressies.

    Het staat onomstotelijk vast, dat de hele veronderstelde geschiedenis van ons land tussen ongeveer 200 en 1100 niet in ons land geplaatst KAN worden. Immers ons land lag toen grotendeels onder water (transgressies) en was voor bewoning lange tijd ongeschikt. De Duinkerkse transgressies bevestigen dit. Als het gebied rond Duinkerken onder water stond, kan Nederland natuurlijk niet droog blijven. Niet alleen bronnen tonen deze transgressies aan, ook landkaarten en de archeologie bewijzen dit.

    Het gebied Nederland is in de duizenden jaren van het bestaan steeds aan verandering onderhevig geweest. De algemene veronderstelling dat 'ons land' permanent bewoond is geweest, wordt ook door de archeologie allerminst bevestigd.

    Ook de west-orientatie is door veel historici gemist. Daarbij moet de windroos een kwartslag gedraaid worden, daar Romeinse en Middeleeuwse schrijvers Noord noemden wat wij west noemen. De Atlantische Oceaan wordt door veel schrijvers in het Noorden genoemd, terwijl toch als algemeen bekend mag worden verondersteld dat deze ten westen van GalliŽ ligt. Niet bij historici klaarblijkelijk.


    Terug naar boven.

    Doublures.

    Van de ruim 5000 namen van plaatsen, streken en rivieren die uit de oude kronieken bekend zijn, zijn er slechts enkele honderden foutief en met de nodige vraagtekens en voorbehoudens in Nederland "geÔnterpreteerd", terwijl ze in Noord-Frankrijk en Zuid-BelgiŽ bijna allemaal terug te vinden zijn in hun juiste interpretatie en in hun juiste context.

    De doublures van plaatsnamen hebben vele historici altijd zand in de ogen gestrooid. Soms werden deze plaatsnamen meegenomen door migranten naar hun nieuwe woonoorden, zoals dat tegenwoordig nog steeds gebeurt.Soms werden die oude oorkonden gebruikt om in het bezit van een gebied te komen, zoals de abdij van Echternach deed om in het bezit te komen van goederen in Noord-Brabant. De tegenwoordige historici doorzien deze "dis"locaties niet.

    Maar waren het altijd doublures? Is Aken een andere plaats dan Aachen of Aix-en-Chapelle? Was Noviomo een andere plaats dan Numaga of waren het verschillende namen voor dezelfde plaats. De studie van Albert Delahaye schept hierin duidelijkheid.


    Terug naar boven.

    Dubbele plaatsnamen.

    Ook in deze tijd spelen dubbele plaatsnamen velen wel eens parten, te denken valt aan b.v. Etten (bij Breda en bij Doetinchem), Oosterhout (bij Breda en bij Nijmegen), Putte en Putten enz. enz. Verschillende schrijfwijzen voor dezelfde plaats veroorzaakten en veroorzaken nog vaak vergissingen. Zo zijn Gorinchem en Gorkum of Den Haag en 's~Gravenhage in beide schrijfwijzen toch dezelfde plaats. Daarentegen zijn Gent en Gendt weer verschillende plaatsen. Ze liggen zelfs in verschillende landen.

    Zelfs in deze tijd worden nog steeds dezelfde fouten gemaakt, zoals blijkt uit bijgaand bericht uit februari 1992 over "TV-ploeg in verkeerde Hengelo".

    De interpretatie van plaatsnamen heeft ook in het verleden voor veel verwarring gezorgd. Bij die interpretatie is de context onmisbaar om tot de juiste determinatie te komen. Zo zorgt een plaatsnaam als Bergen (N.H.) al voor de nodige verwarring. Bergen in de betekenis van 'heuvels', verwacht je niet in laag Nederland, maar b.v. in Limburg, welke plaats daar dan ook bestaat. In de betekenis van 'redden' past de naam uitstekend vlak langs de kust. Er zijn vele voorbeelden van plaatsnamen te vinden die zonder de juiste etymologie voor de nodige verwarring zorgen en ook in het verleden voor die verwarring hebben gezorgd!


    Terug naar boven.

    De context.

    In de jongste geschiedenis namen emigranten hun vertrouwde plaatsnaam vaak mee naar hun nieuwe woonoord. In de Verenigde Staten, Canada en elders zijn er voorbeelden genoeg te vinden. Zo bestaat er ook een Amersfoort (mijn woonplaats) in Zuid-Afrika. Als er in een tekst sprake is van sinaasappelteelt in Amersfoort, dan kan dat natuurlijk nooit op het Nederlandse Amersfoort slaan.

    Zo ook moeten de oude kronieken bekeken worden. In de context vind je dan belangrijke aanwijzingen die duidelijk aangeven waar de genoemde plaatst gesitueerd moet worden. Bovendien is de schrijfwijze van plaatsnamen niet altijd hetzelfde geweest. Om de juiste interpretatie te vinden wordt de context wel eens het belangrijkst.


    Terug naar boven.

    Kronieken over St.Willibrord.

    Over St.Willibrord zijn vele kronieken bewaard gebleven, waarvan enkele (aantoonbaar) door St.Willibrord zelf geschreven zijn. In die kronieken komen veel plaats- en streeknamen voor.

    Het begint al met de situering van de plek van 'de oversteek'. Ieder weldenkend mens zou (in een flinke roeiboot - de boot van Willibrord was ongeveer 12 meter) van Engeland naar het continent oversteken op de plaats waar de oversteek het kortst is. Dus van (het huidige) Dover naar (het huidige) Calais.

    Ook St.Willibrord is dààr overgestoken en nergens anders. Hij schrijft zelf dat hij in Francia aankwam. Aan die overkant aangekomen was St.Willibrord meteen in zijn missiegebied, een gebied dat in de juiste interpretatie helemaal niet zo uitgestrekt was, als de foutieve traditie ons altijd liet geloven.

    St.Willibrord is ook niet de enige geweest die juist daar over stak, velen gingen hem voor en velen volgden. Bij Wissant is nog steeds de plek aan te wijzen die bekend staat als Camp de Cťsar, de plek waar ook de Romeinen vanuit de Patavia (dit kan dus niet de
    Betuwe zijn.) overstaken naar Groot-BrittanniŽ.
    Die plaats was ook de gebruikelijke oversteekplaats op de Via Francigena, de handelsroute van Engeland naar ItaliŽ. In de kroniek die melding maakt van de oversteek van St.Bonifatius staat letterlijk "...WAAR MEN DE OVERKANT KAN ZIEN.." en de overkant kun je maar op ťťn plaats zien.

    Trajectum is in de geografie van St.Willibrord de centrale plaats. In parallelle teksten wordt Trajectum ook Wiltaburg genoemd, dat als hoofdstad van de Wilten ONMISKENBAAR in Noord-Frankrijk gesitueerd moet worden. Trajectum is de Noordfranse plaats Tournehem. Trajectum en overige plaatsnamen die met St.Willibrord te maken hebben, moet men dus plaatsen in Noord-Frankrijk, waar de meeste plaatsen binnen een straal van 40 km. bij elkaar liggen. De 'Nederlandse' interpretatie legt enkele van de vele in de kronieken genoemde plaatsen honderden kilometers uit elkaar. Zelfs in deze tijd zijn dat onoverbrugbare afstanden voor een dagreis.

    Voor alle plaatsnamen uit de kronieken is in Noord-west Frankrijk een juiste interpretatie te geven. Daartegenover staan slechts enkele Nederlandse interpretaties, die niet bevestigd worden met parallelle teksten.


    Terug naar boven.

    De eerste Nederlandse geschiedschrijvers.

    De eerste geschiedschrijvers van ons land (die leefden in de 12de en 13de eeuw, zoals Alpertus Mettensis en Melis Stoke) maken als ze de geschiedenis van ons land beschrijven nergens melding van St.Willibrord, Karel de Grote e.a. historische figuren. Ook veel historische plaats- en streeknamen vind je bij hen niet terug.


    Terug naar boven.

    De Peutinger Kaart

    Kaarten willen nog wel eens voor verwarring zorgen. De bekendste misser is wel de Nederlandse interpretatie van de PEUTINGER KAART. Deze kaart is een sterk vertekende wegenkaart van het Romeinse Rijk uit de 4e eeuw na Christus.

    In de 4e eeuw hadden de Romeinen geen streken in ons land in bezit, zoals we uit geschreven bronnen weten, een feit dat ook nooit ontkend is geweest. Toch zou de Betuwe als enige stukje van Nederland wel op die Romeinse wegenkaart staan (en als enige stukje van de hele kaart niet vertekend), terwijl Brabant en BelgiŽ er niet op staan. Onder de "Patavia" ligt meteen Noord-Frankrijk. Noviomagus op die kaart zou Nijmegen zijn en ligt op de kaart in Patavia, terwijl Nijmegen toch tegenover de Betuwe ligt! Deze bladzijde van de Peutinger-kaart draagt het opschrift FRANCIA! Sinds wanneer leggen we Nijmegen en de Betuwe in Francia? Als het Noviomagus op de PK. Nijmegen is, waar ligt dan Noyon, een van de Civitates? En waarom staat Maastricht, Aken of Utrecht er dan niet op? Gezien de bronnen en de archeologie toch belangrijker Romeinse plaatsen dan Nijmegen.

    De op deze kaart en in veel teksten genoemde rivier de Renus heeft velen tot verwarring gebracht. Te vanzelfsprekend ging men er maar van uit dat hiermee de Duitse en Nederlandse Rijn bedoeld werd, zoals wij die tegenwoordig kennen. Met de teksten kwam de ligging van de Rijn niet overeen. De klassieke Romeinse schrijvers leggen de monden van de Renus tegenover Kent (Engeland). Via de Renus vallen de Noormannen Frankrijk aan. Vanaf de mond van de Renus maakt Caesar de oversteek naar Engeland "waar die het kortst is"!


    Terug naar boven.



    Het gevaar van deze informatie in beperkte vorm, brengt uiteraard onvolledigheid met zich mee, iets waar we deze zaak geen dienst mee bewijzen. Daarom raad ik geÔnteresseerden aan De Ware Kijk Op ...... aan te schaffen. Dan heeft U alle feiten op een rijtje en bent U niet afhankelijk van wat de'schoolboekjes' zeggen.Voor meer informatie kunt U zich wenden tot G.B.M. Delahaye.
    Terug naar boven.

    Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.