Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

...waar men de overkant ziet....



Vanaf Frankrijk ziet men de kust van Engeland maar op één plaats: waar nu de Kanaaltunnel ligt!

De zekerheden die de visie van Albert Delahaye ondersteunen zijn:
  • de overkant
  • de taalgrens
  • de transgressies
  • de deplacements historiques
  • de twijfel die er altijd geweest is
  • de citaten van andere historici die het gelijk van Delahaye bevestigen.

  • Zekerheden die het gelijk van Albert Delahaye aantonen.

    Er zijn enkele onmiskenbare zekerheden, die het gelijk van Albert Delahaye onweerlegbaar aantonen.
    De eerste zekerheid is: ....waar men de overkant ziet.....
    Die overkant is Groot-Brittannië en dat is op slechts één plaats zichtbaar vanaf het vasteland. En dat is precies waar nu de Kanaaltunnel ligt. Teksten die dit gegeven vermelden moeten dan ook per se op deze plaats gelocaliseerd worden te beginnen bij Julius Caesar.


    ...en vanaf Engeland ziet men Frankrijk....


    Dit is de gebruikelijke plaats waar men in de klassieke tijd overstak naar Engeland of naar Frankrijk. Hier staken de Romeinen vanaf Julius Caesar over, net als de vele predikers zoals St.Willibrord en St.Bonifatius. Hun aankomst in Nederland is een grote misvatting die nog steeds de geschiedenis beheerst.

    De tweede zekerheid is de Romaans-Germaanse taalgrens. Die ligt nog steeds op (nagenoeg) dezelfde plaats dwars door Europa, te beginnen aan de kust van Het Kanaal. Zie verder bij de taalgrens. Feiten die beschreven worden op de grens van de volkeren, dient men dan ook hier te plaatsen en niet in Nederland of Noord-Duitsland.

    De derde zekerheid zijn de transgressies, de langdurige overstromingen na de Romeinse tijd. Die worden bewezen doordat de Romeinen in 260 n.Chr. ons land verlieten vanwege de overstroingen, wat ook door andere historici wordt erkend. Dat de Romeinse vondsten in laag Nederland onder een dikke laag afzettingssedimenten gevonden worden en de Brittenburg ver in zee ligt, zijn de volgend bewijzen van deze zekerheid.

    Wat weten we nu feitelijk echt?
    De hierboven genoemde zekerheden bevestigen het gelijk van Albert Delahaye dat de hele geschiedenis uit het eerste millenium ten onrechte in Nederland geplaatst is. Deze geschiedenis heeft zich in Noord-Frankrijk voorgedaan en specifiek in Frans-Vlaanderen. Alle geografische details in de vele teksten genoemd, kunnen onmogelijk op Nederland toegepast worden.
  • Waar zijn hier de bergwouden waarin de Friezen zich verborgen in hun strijd met de Romeinen? In het waddengebied van Friesland?
  • Waar zijn de ganzen die St.Ludger toesprak? De ganzenteelt is in Noord-Frankrijk nog steeds bekend.
  • Waar woonde het machtige volk der Bataven die tot de beste ruiters hoorden? In de Betuwe?
  • Waar lag het kamp van Caesar vanwaar hij overstak naar Engeland? In de Betuwe? Immers Julius Caesar stak over vanuit het land van de Bataven.
  • Waar kwam St.Willibrord aan land op het vasteland? In Katwijk? Terwijl hij meteen in zijn missiegebied was.
  • Waar kwam de marmeren sarcofaag van St.Willibrord vandaan? Uit de marmergroeve bij Rinxent!
  • Waar vindt men steen die zich gemakkelijk laat snijden en geschikt is voor vloeren die Plinius al vermeldt? In dezelfde marmergroeven.

    Bovendien bewijst de archeologie het gelijk van Delahaye. Op plaatsen waar zich een belangrijke geschiedenis zou hebben voorgedaan wordt daarvan archeologisch niets gevonden. In Utrecht niets uit de tijd van St.Willibrord, in Nijmegen niets uit de tijd van Karel de Grote, in Dokkum niets uit de tijd van St.Bonifatius.

    Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.