Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Deplacements Historiques.

Probleem 1: zijn Firenze, Fiesole, Florentia en Florence vier verschillende plaatsen of is het een en dezelfde plaats?

Probleem 2: is Mechelen in een tekst altijd het Belgische Mechelen of bestaat deze plaatsnaam ook elders?

Deplacements Historiques zijn geografische verplaatsing, waarbij namen van plaatsen, gebieden en rivieren "hergebruikt" worden in een nieuw land. Het is een algemeen vookomende verschijnsel bij de verhuizing van volkeren, families of individuen naar elders. Over de hele wereld liggen plaatsen die een Europese oorsprong hebben en waarvan de naam is gedoubleerd door emigranten.




Voorbeelden van Nederlandse plaatsnamen in Zuid-Afrika.





Niet alleen plaatsnamen of namen van rivieren of landstreken werden gedoubleerd, ook veel kloosters werden elders hersticht onder dezelfde naam. Dat heeft mede voor de grote verwarring gezorgd. Enkele voorbeelden van na de plundering van de Noormannen herstichte kloosters zijn:
  • Corbie (Fr) werd Corvie (D)
  • Suastre (Fr) werd Susteren (NL)
  • Werethina (Fr) werd Werden (D)
  • Epternacum (Fr) werd Echternach (L)

    Ook in later tijd zag men het verschijnsel van nevenvestiging van kloosters:

  • de abdij van Middelburg werd in 1123 genoemd als nevenvestiging van de abdij van Vormzeele bij Ieper. Opmerkelijk is dat in Vlaanderen eveneens een Grevelingen, een Walcheren, een Middelburg, een Westkapelle en een Vlissinghen bestaan.
  • de abdij van Egmond werd gesticht vanuit Gent, die weer gesticht was vanuit Abbeville. De geschiedenis ging vervolgens met de deplacements historiques mee, met alle verwarring als gevolg.
  • de St.Paulusabdij in Oosterhout was een nevenvestiging van de Abbaye St.Paul in Wisques (bij St.Omaars).

    Opvallend is dat alle stichtingen van abdijen van zuid naar noord gingen. Ook de deplacements historiques van kloosters kwam, net als de plaatsnamen, uit het zuiden.

    Niet alleen met plaatsnamen zijn de 'doublurefouten' gemaakt, ook met persoonsnamen. Jacoba van Beieren had de onjuiste achternaam 'van Beieren'. Zij kwam niet uit het Duitse Beieren, maar uit de streek van Bavay. Zij was geboren in Le Quesnoy, dat op 14 km zuid-west van Bavay ligt. Het in de teksten genoemde Bagiorences ook als Bajowari of Bajowaria, Bajoraria geschreven, maar ook Baguarii / Bagacum/ Baca Conervio is steeds dezelfde plaats Bavay. Het behoeft nauwelijks gezegd te worden, dat men in tal van gevallen hiervan ten onrechte Beieren in Zuid-Duitsland heeft gemaakt.

    Namen doublures.
    Sinds 1955 heeft Albert Delahaye tal van namen-doublures gesignaleerd en voortdurend erop gehamerd, dat dit een van de belangrijkste onderdelen en oorzaken van de historische mythen is. In plaats van dit probleem aan te pakken en tot op de bodem uit te zoeken, worden de doublures totaal genegeerd en gaat men gewoon door met de foutieve lokalisaties, zoals bijvoorbeeld door Blok en Gysseling halsstarrig wordt volgehouden met Lebuinus en Ludger. Want ziet U, indien Blok de doublures aanpakt, moet hij ze oplossen en dan moet hij met kracht van argumenten en bewijzen aantonen dat het Marklo van Lebuinus niet Merck-Saint-Lievin is, nota bene vandaag nog gesigneerd met de naam van de heilige.
    Dus: weg met die doublures en ze vooral aan het nederlands publiek onthouden, anders komt dat publiek op de gedachte Blok en Gysseling niet meer te geloven.


  • Zelfs in deze tijd worden nog steeds dezelfde blunders begaan met plaatsnamen, zoals blijkt uit bijgaand bericht uit februari 1992 over "TV-ploeg in verkeerde Hengelo".

    De visie van Albert Delahaye.
    Deplacements historiques is een term die Franse medievisten gebruiken voor het bekende verschijnsel dat volkeren bij een al of niet gedwongen verhuizing vanuit hun oorspronkelijke stamland naar elders, veel oorspronkelijke plaats en riviernamen meenemen en hergebruiken. Een verschijnsel dat zich tot in deze tijd heeft voorgedaan en nog steeds voordoet bij de jongste emigraties. Eveneens werden bij die verplaatsingen gebeurtenissen en de vereringen van heiligen meegenomen. Aantoonbaar is dat de geschiedenis van Noord-Frankrijk uit het eerste millennium, vele doublures kent in Nederland, BelgiŽ, Luxemburg en Duitsland.

    Het van woonplaats veranderen gebeurde tussen de 8e en 10e eeuw vanwege deportaties, de vlucht voor de Noormannen of door immigratie. Karel de Grote deporteerde grote groepen Saksen vanuit Noord-Frankrijk waar zij aan de Kanaalkust woonden (de Litus Saxonicum) naar het noorden van Duitsland. Ook kwamen bevolkingsgroepen op andere plaatsen terecht doordat men nieuwe na de transgressie vrijkomende gronden ging ontginnen en in gebruik nam, zoals in Zeeland, Holland, Utrecht en Friesland gebeurde.
    Door de invallen van de Noormannen zijn velen oostwaarts op de vlucht geslagen naar nieuwe gebieden en hebben daar nieuwe woonplaatsen gesticht. Ook veel kloosters (vanwege de verwachte rijkdom meestal het doelwit van de plunderende Noormannen) zijn gevlucht en hersticht in het oosten. Corbei werd Corvey, Suastre werd Susteren, Werethina werd Werden en Epternacum werd Echternach. De door de monniken meegenomen oorkonden werden op den duur niet meer begrepen en eeuwen later toegepast op de nieuwe (maar de verkeerde) gebieden. Dat dit tot onverklaarbare misplaatsingen en fouten moest leiden, is even vanzelfsprekend als veelzeggend. Zo kwam ook veel van de hierin beschreven geschiedenis op de verkeerde plaats terecht, waar deze geschiedenis ook nooit "gepast" heeft.

    Nu de herkomst van de Friese namen vanuit het oude Frisia is opgeklaard (zie bij de Friezen), begrijpen we waarom er plaatsnamen tussen zitten, die ook in de bronnen zijn genoemd in verband met Willibrord, Bonifatius, Ludger en Willehad. Dat zijn de doublures: Ameland, Boorne, Dokkum, Heilo, Helwerd, Lauwers, Oostergo, Stroe, Texel, Velsen, Warffum, Westergo en Wieringen. Deze dertien doublures van plaatsnamen zeggen niets, omdat zij voor de 11e eeuw niet in Friesland lagen. Voorheen hadden zij ook niets mogen zeggen, daar die dertien in het niet verzinken bij de 1600 ontbrekende en de 1030 getransplanteerde namen. Bovendien had een nuchter historicus, en zeker een historisch geograaf die per definitie nog nuchterder moet zijn, zich moeten afvragen waar in hemelsnaam de 1600 plaatsen en namen zijn, die door de bronnen in of in nauw verband met Frisia worden genoemd. Hij/zij mag zich niet bij de neus laten nemen door een klein aantal doorzichtige doublures. Hij/zij moet zich eerder afvragen: hoe zijn die paar fragmentjes uit een totaal van 1600 hier terecht gekomen? Wanneer Blok zich dit eenmaal serieus had afgevraagd, had hij zonder veel twijfel ook de andere doublures ontdekt. Dan was hij de zaak van de mythen op het spoor gekomen en had hij Albert Delahaye veel leed bespaard.

    Er zijn duizenden voorbeelden te geven van dubbele namen van plaatsen, rivieren en landstreken. Het Noord-Franse Brêmes werd Bremen, Hames-Boucres werd Hamburg, Dockinchirica werd begrepen als Dokkum, Lewarde werd Leeuwarden, de Albis werd de Elbe, de Wisurgis de Weser, de Lippia de Lippe. Het zijn telkens doublures van een plaatsnaam in Frans en Belgisch Vlaanderen met een in Noord-Nederland of Noord-Duitsland. De boeken van Albert Delahaye staan er vol mee.
    Als men vervolgens de geschiedenis van de oude plaatsnaam gaat toepassen op de nieuwe, zijn de problemen voorspelbaar. Dat is gebeurd bij veel namen van plaatsen uit het eerste millennium die in het tweede millennium een nieuwe toepassing kregen en de geschiedenis aan die plaats verbonden meenamen. Zo kwam St.Willibrord in het Nederlandse Utrecht terecht, werd St.Bonifatius zogenaamd in Dokkum vermoord, kwamen de Noormannen in Wijk bij Duurstede en kwam Karel de Grote in Nijmegen. En dit zijn de bekendste voorbeelden, die uiteraard vele volgende kenden.

    Wat weten we nu feitelijk echt?
    Bij het hergebruik van namen is het van cruciaal belang na te gaan welke naam ergens authentiek is en wat de doublure is. Bij het toepassen van teksten op een plaats, zal aangetoond moeten worden of die plaats in de tijd dat de tekst geschreven werd wel bestond. Is er van het bestaan van die plaats in die tijd geen bewijs, dan kan uiteraard de tekst zelf niet als "bewijs" dienen. Er zal allereerst bewezen moeten worden dat die plaats in die tijd genoemd in de tekst bestaan kan hebben. Dat kan alleen als de archeologie dat eenduidig bevestigt. Als ergens "niets" gevonden wordt, kan slechts de conclusie luiden dat die plaats dan ook niet bestaan heeft in de tijd van de schriftelijke bron.

    Van duizenden namen van plaatsen, streken en rivieren die uit de oude kronieken bekend zijn, zijn er slechts enkele honderden in Nederland "geÔnterpreteerd", terwijl ze in Noord- Frankrijk en Zuid-BelgiŽ bijna allemaal terug te vinden zijn in hun juiste contekst. De doublures van plaatsnamen hebben vele historici altijd zand in de ogen gestrooid. Deze plaatsnamen werden soms door immigranten meegenomen naar hun nieuwe woonplaats, soms opzettelijk gebruikt om in het bezit van een gebied te komen -zoals de abdij van Echternach deed ten opzichte van goederen in Noord-Brabant. Ook in deze tijd spelen dubbele plaatsnamen velen wel eens parten, te denken valt aan b.v. Etten (bij Breda en bij Doetinchem), Oosterhout (bij Breda en bij Nijmegen), Putte en Putten of Mechelen, Aalst en Hasselt in BelgiŽ of in Nederland. Deze voorbeelden zijn met tientallen andere uit te breiden.

    Ook de verschillende schrijfwijzen veroorzaakten (en veroorzaken nog) vaak vergissingen. Zo zijn Gorinchem en Gorkum niet twee verschillende plaatsen. Daarentegen zijn Gent en Gendt weer wel verschillende plaatsen, idem Hasselt (in Overijssel) en Hasselt (in BelgiŽ). Ook de interpretatie van plaatsnamen heeft in het verleden veel verwarring veroorzaakt. Zo ligt b.v. Bergen niet in hoog Nederland, hoewel de plaatsnaam het wel zou doen vermoeden. De voorbeelden zijn legio.

    Emigratie en hergebruik van plaatsnamen is van alle tijden.
    Ook in de jongste geschiedenis namen emigranten hun vertrouwde plaatsnaam vaak mee naar hun nieuwe woonoord. In de Verenigde Staten, Canada AustraliŽ en Afrika zijn er voorbeelden genoeg te vinden. Zo bestaat er een Amersfoort, een Utrecht en een Ermelo (voorbeelden om dicht bij huis te blijven: zie foto's in de kolom hiernaast) in Zuid-Afrika. Als er dan in een tekst sprake is van sinaasappelteelt in Amersfoort, dan kan dat natuurlijk nooit op het Nederlandse Amersfoort betrekking hebben. Dan wordt de context voor de plaatsbepaling wel eens het belangrijkst!

    Ook in de oude kronieken moeten de context in samenhang met andere bronnen bekeken worden. Daarin zijn belangrijke aanwijzingen te vinden die duidelijk aangeven waar de genoemde plaats gesitueerd moet worden. Bovendien is de schrijfwijze van plaatsnamen niet altijd bij alle schrijvers eenduidige geweest. Om dan de juiste geografische ligging te vinden, wordt de context wel eens van doorslaggevend bewijs. Zo zijn Aachen, Aken en Aix-la-Chapelle ťťn en dezelfde plaats, ook al is de schrijfwijze totaal verschillend.
    In deze tijd worden nog steeds geografische missers van de eerste orde gemaakt. Een voorbeeld: Het Nederlandse Almere is een stad, gelegen in een der Flevopolders. Deze stad is -met een knipoog- genoemd naar het Almere uit de oude kronieken. Het oude Almere echter, was een zee-inham (dus geen stad, maar een zeebaai) en was gelegen in het huidige Noord-Frankrijk. Ook de naam van de Flevopolders zijn in Nederland foutief benoemd naar streken uit oude kronieken, die men in Frans Vlaanderen moet zoeken. Het oude Flevum en het Almere waren namen voor dezelfde baai bij St.Omer. Ofwel, hoe men nu weer fouten maakt tegen de historische geografie. De naam van de stad Almere zal altijd een smet blijven op het bewustzijn van de Nederlandse Geografische Wetenschap!

    Ook plaatsnamen zijn onjuist hergebruikt, waarbij men niet altijd aan bewuste doublures hoeft te denken. Lisiduna uit de bekende oorkonde uit het jaar 777, was niet Leusden maar de Franse plaats Licques dat inderdaad op een hoogte (= -duna) ligt, voorheen Liske geheten. De genoemde gouw Flethite was evenmin in de buurt van Amersfoort, maar was het klassieke FlÍtre in Vlaanderen, dat in de Romeinse tijd het Flevum was, een naam die foutief pas na 1950 op de Flevopolders is toegepast, evenals de sinds 1975 onjuiste toepassing van de naam Almere op een stad, terwijl het een waternaam was. Maar wie weet dat nog over 1000 jaar?
    Vergelijk daarmee ook hoe Biddinghuizen aan haar naam komt. De naam van Biddinghuizen werd gegeven aan een nieuw dorp uit 1963 in de Flevopolder, de naam die refereert aan het historische Bidningahusem uit een oorkonde de St.Bertijns abdij uit St.Omaars (Frans-Vlaanderen) uit de 9e eeuw. Het is echter Boisdinghem op 11 km. west van St.Omaars. Dat de St.Bertijns-abdij bezittingen zou hebben gehad in de nog niet bestaande Flevopolder is de historische miskleun ten top. Dit voorbeeld moet iedereen duidelijk maken hoe meerdere plaatsen in Nederland aan hun naam gekomen zijn.

    Doublures van plaatsnamen hebben tot veel misverstanden geleid. Toen de eerste immigranten in -wat nu Nederland heet- kwamen, namen zij de hun bekende namen mee naar het nieuwe woongebied. Het aantal doublures is ongekend en zijn verspreid door heel Nederland. Van al die plaatsen bestaat in Frans-Vlaanderen een kopie, die daar een oudere historische voorgeschiedenis heeft. En met de gekopieerde plaatsnaam, kwam ook de geschiedenis mee die daar onjuist werd toegepast. Het klassieke Dockinchirica was Duinkerke en werd in Nederland Dokkum, waarmee de mythe van St.Bonifatius er ook terecht kwam.

    Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.