Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Historisch Nieuwsblad.

Hier wordt nog aan gewerkt!

Geschiedenis gaat over wat er in het verleden is gebeurd. Punt.
Het draait alleen om historische feiten. Klaar.

Voor wie zo verstandig is geweest geen geschiedenis te gaan studeren, maar een 'echt vak' heeft geleerd, is het allemaal vrij eenvoudig. Vandaar dat niet-historici zich vaak verbazen als er alweer een boek over de Tweede Wereldoorlog verschijnt, of het zoveelste boek over Julius Caesar, Karel de Grote of Napoleon.

Eerstejaars studenten geschiedenis leren echter al snel dat het begrip 'historisch feit' tamelijk problematisch is. Niet alleen kan onderzoek nieuwe 'feiten' aan het licht brengen of bestaande onderuithalen; maar ook veranderen de ontwikkelingen in het heden onze kijk op het verleden.

Het verleden is een grabbelton waaruit elke nieuwe generatie stukken en fragmenten tevoorschijn haalt om er een verhaal van te maken dat haar kan helpen haar eigen tijd beter te begrijpen: schrijft Peter Raedts in 'De ontdekking van de Middeleeuwen'. Zijn boek gaat expliciet over de beeldvorming van een bepaalde periode, maar ook uit de vier andere boeken op de shortlist blijkt dat veel historisch onderzoek niet zozeer gaat over het verleden an sich, maar vooral over onze kijk erop.
Op het eerste gezicht lijkt 'Middeleeuwen' een tamelijk neutrale aanduiding voor een tijdvak, maar in werkelijkheid is het een uiterst polemische term. Hij werd gemunt door de Italiaanse dichter Francesco Petrarca (1304-1374), die de eeuwen die volgden op de ondergang van het Romeinse Rijk zag als een duistere, smerige en barbaarse 'middentijd'. Volgens hem gaapte er een diepe kloof tussen de glorieuze Oudheid en zijn eigen tijd, die misschien zou overgaan in een nieuw, gelukzaliger tijdvak.
De negatieve waardering van de Middeleeuwen is ongekend invloedrijk geweest en werkt nog door. Volgens Raedts duurde de Middeleeuwen in veel opzichten tot ongeveer 1800, een opvatting die toch ook weer losgelaten is.
"Het ontmaskeren van mythen is een favoriete bezigheid van de geschiedschrijving".
Deze quote van Anton van Hooff (Historisch Nieuwsblad, dec.2010/jan.2011) is een zeer terechte opmerking. Alleen hij houdt zich er zelf verre van. Zie bij Van Hooff.


Dat er heel wat mythen bestaan in de Nederlandse geschiedschrijving is dan wel algemeen bekend, maar men komt er niet toe deze eens op te ruimen. Ze blijken steeds weer de kop op te steken, wat het gevolg is van de grote naschrijverij in historisch Nederland.
Friso Wielenga wijst er ook op in een interview in Historisch Nieusblad van nov.2012. "Hardnekkige clichťs over de Nederlands geschiedenis, die experts al vaak onderuit hebben gehaald, blijven toch gangbaar". Het ontbreken aan enig historische besef is zelfs bij Tweede Kamerleden vastgesteld. Een kamerlid meende zelfs dat Willem van Oranje in 1600 bij Dokkum werd vermoord. Hier worden vier zaken onjuist met elkaar in verband gebracht. En als deze zaken niet tegengesproken worden, nemen ze al snel een vorm van 'ware geschiedenis' aan.

Er bestaat een hele lijst van mythen, die zelfs gerenomeerde historici nog regelmatig parten spelen. Voorbeelden van deze mythen (die soms in het Historisch Nieuwsblad worden gecorrigeerd) zijn:
  • dat de Bataven onze roemruchte voorouders zouden zijn, zie verder bij de Bataven.
  • de laatste woorden die Willem van Oranje sprak zijn nadien verzonnen. Zie bij Willem van Oranje.
  • dat Nederland in 1813 een Koninkrijk werd. Dat gebeurde pas in 1815 en omvatte ook het huidige BelgiŽ, dat zich in 1830 afscheidde, wat pas in 1839 werd erkend.
  • het keerpunt in de Tweede Wereldoorlog was de slag om Stalingrad in 1942 en niet D-Day in 1944.
  • de Beeldenstorm was geen puur Calvinistisch aangelegenheid, maar het resultaat van een samenloop van omstandigheden en socials onrust onder de bevolking in Frans-Vlaanderen waar deze begon.
  • Bonifatius werd door de Friezen niet vermoord vanwege het geloof, maar omdat hij gezien werd als vertegenwoordiger van het Frankisch gezag, hun doodsvijand. Zie verder bij Bonifatius.
  • de veroveringen van Karel de Grote gingen niet gepaard met de doop, maar met het zwaard. Zie verder bij Karel de Grote.
  • de grootste verdiensten in de Gouden Eeuw was niet de slavenhandel (VOC en WIC: minder dan 2%), maar de handel op de Oostzee.
  • het tot stand komen van de Eerste Grondwet in 1848 was geen verdienste van Thorbecke, maar kwam versneld tot stand vanwege de verontrustende berichten van opstanden in Frankrijk en Duitsland, waarvan men bevreesd was dat die neer Nederland zouden overslaan.

  • De visie van Albert Delahaye.


    Wat weten we uit andere klassieke teksten?



    Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

  • Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.