De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Oorkonden uit de jaren 880 - 890.

Een Gordiaande knoop!


Bracbatenses wordt in de oorkonde uit 881 genoemd in nauw verband met de Batua, de Menapiers (Cassel) en de Schelde, soms gebruikt als geheel of gedeeltelijk synoniem van Taxandria, duidde een landstreek aan ten noorden en ten westen van Doornik.
De naam is afgeleid van het romaanse "bracca" (broek). Enige oude schrijvers meenden, dat de Galliers broeken droegen vanwege het klimaat; Alcuinus spreekt dan ook van "Gallia Braccata" ; anderen van "Braccae Gallicae".

De naam Bracbante, die pas in de 9e eeuw in gebruik komt, is in overdrachtelijke zin van "bracca" afgeleid en betekent gewoon "broekland". Het woord broek kent meerdere betekenissen: broek als kledingstuk of broek als moeras. In Frans-Vlaanderen heet het gebied ten noord-westen van St.Omaars nog steeds het "broekland". Het is niet duidelijk welke betekenis het oudste is volgens het Etymologisch Woordenboek. De hertogen van Brabant noemden zich aanvankelijk hertogen van Leuven en pas in de 11e eeuw hertogen van Brabant, toen de naam Brabant, die tevoren al een verwijding had gehad, een geweldige territoriale en ideologische explosie onderging.
De naam van de provincie Brabant (in België en Noord-Brabant in Nederland) is vanzelfsprekend fataal geweest voor het historisch denken, daar er met verve zaken naartoe getrokken werden, die in werkelijkheid zich daar niet hebben voorgedaaa. Sommige historici zetten er met een stalen gezicht de Menapiërs neer; men mene niet dat dit alleen oude schrijvers zouden zijn; Van Es (De Romeinen in Nederland, 1981, p. 23) presteert dit nog in onze dagen. Toen op die begripsverwijding van Brabant de dislokatie van Taxandria werd gestapeld, met als voornaamste gevolg een hoop gedaas over de missie-arbeid van St. Willibrord in Noord-Brabant, was het helemaal fini met het gedegen historisch onderzoek.
De Brachati was een Germaanse stam die in verband met de Bataven wordt genoemd, waren de bewoners van Braine, Aisne of Braines, Oise.

U ziet het: de ene mythe grijpt in de andere en zo ontstond een onontwarbare kluwen aan mythen en legenden, die zelfs met de beste bewijzen niet uit elkaar te halen is.

Eens zal deze Gordiaanse knoop met één slag uit elkaar spatten, als de ogen van de historici eens open gaan als ze de klassieke teksten zelf eens gaan lezen en niet slechts afgaan op wat vroegere historici ervan gemaakt hebben.
Zowel in Nijmegen als in Zutphen en Deventer worden de oorkonden uit de jaren 880-890 opgevoerd om de geschiedenis van invallen van de Noormannen aan te tonen. Historici menen met de teksten in deze oorkonden het bewijs te kunnen leveren dat het over de plaatsen Nijmegen, Zutphen of Deventer gaat.
Nu zijn deze oorkonden allemaal in het Latijn geschreven, dus nergens worden de plaatsen Nijmegen of Deventer genoemd. Dat zijn interpretaties van de plaatsnamen Noviomagus en Daventria. Zutphen of een plaats die er maar enogszins op lijkt, wordt zowiezo al nergens niet genoemd. In enkel oorkonden is wel sprake van de rivier de Isla die In Nederland al te gemakkelijk als de IJssel wordt opgevat, terwijl het de Lys/Leie in Vlaanderen is.

Vreemd blijft het dat in de Nederlandse traditie de oorkonden uit eerdere jaren (vanaf 808), die over dezelfde invallen en plunderingen van de Noormannen handelen, nergens genoemd worden. In het Bronnenboek van Nijmegen worden nog de oorkonden uit 837, 846 en 870 genoemd, maar van de jaren 880 tot 890 vind je slechts twee oorkonden uit het jaar 880 die over invallen van de Noormannen handelen. De in Zutphen en Deventer gebruikte oorkonde uit 882 staat niet in het Bronnenboek van Nijmegen, terwijl men er juist de invallen van de Noormannen mee wil aantonen, die vanuit Nijmegen kwamen. Nijmegen kent die oorkonde uit 882 niet, dus daar waren de Noormannen niet.

De visie van Albert Delahaye.
Tussen de jaren 808 en 925 bezoeken de Noormannen streken en plaatsen in Frankrijk en Vlaanderen. De berichten over deze gebeurtenissen die allemaal in Franse Kroniek staan spreken vrijwel steed over de Gallia, Renus, Frisia, Batua, Dorestadum, Traiectum en Noviomagus. Het is geen vraag waar de aanvallen plaats vonden, zeker omdat het Bronnenboek van Nijmegen vierentachtig (84!) Noormannen-teksten, juist over deze jaren, niet opneemt maar onder het vloerkleed veegt. Deze teksten, waarin ook Noviomagus, Neomagi of Numaga genoemd worden, slaat men in Nijmegen dus over. Daarmee erkent men dat deze teksten niet over Nijmegen gaan. In een tekst uit 837 wordt de burcht van Noviomagi genoemd, die gelegen is op de rivier Valum. In de tekst lezen we dat de keizer (Lodewijk de Vrome) terugkeerde naar Gondreville (Oise, ook het Bronnenboek noemt deze plaats) en trok vervolgens op naar Noviomagus om de Noormannen te verdrijven. Van Gondreville naar Nijmegen betekent een afstand van ruim 450 km. (over land). Van Gondreville naar Noyon is slechts 40 km. Deze tekst staat overigens in de 'Histoire de France' waarin nier Wal fluvium staat, maar Vaël. In een tekst vlak daarvoor uit 837 staat duidelijk dat de Noormannen de monding van de Seine en Frisia (is niet Friesland, maar het Oude Frisia in Vlaanderen) en Walacria (is niet Walcheren, maar het gebied tussen Brugge en Uitkerke, waar ook -oh toeval- ook de plaatsen Middelburg, Vlissinghem en Westkapelle liggen) binnen vielen. Dit zijn allemaal gebieden in Noord-west Frankrijk. Het blijkt ook uit teksten ui 836 en 838 dat de Noormannen Gallië en het land van Doornik aan het plunderen zijn. Gingen ze in 837 even op en neer naar Nijmegen?



Het Bronnenboek van Nijmegen.
Bij publicaties over de oudste geschreven bronnen is het belangrijk vast te stellen wat de tegenwoordige historici zelf schrijven en welke argumenten zij gebruiken als bewijs voor hun opvattingen. Indien zij bepaalde teksten met duidelijke geografische gegeven overslaan, gaan deze teksten in hun opvattingen dan ook niet over de traditioneel voor de hand liggende locaties. Neomagi uit onderstaand voorbeeld, gaat dus niet over Nijmegen, immers 'Waarom slaan zij deze tekst over?'. Het antwoord is wel duidelijk: de hierin genoemde geografische gegevens wijzen overduidelijk naar Noord-Frankrijk.
De bronnen.
Bij het vermelden van een tekst is het uiteraard van belang uit welke bron een tekst afkomstig is. Veel teksten die in Nederland klakkeloos gebruikt worden, staan in Franse/Franstalige bronnen, zoals in onderstaand voorbeeld de Historia regni Francorum en de Sigeberti Gemblacensis (Sigebert van Gembloers, Gembloux onder de taalgrens). De vraag is waar Sigebert zijn informatie vandaan heeft. Andere teksten die deze gebeurtenissen verhalen zijn die van Hincmari Remensis Annales, de annalen van Hincmar van Reims (ca.806-882), adviseur van Karel de Kale. Waarom zouden Franse schrijvers de geschiedenis uit het verre Nederland (Frisia, Batua?) beschreven hebben en die in hun eigen land onbeschreven hebben gelaten?Het antwoord is even simpel als duidelijk: zij beschreven de geschiedenis van hun eigen land!



Wat weten we uit de klassieke teksten? We nemen hier als voorbeeld de tekst uit 882 volgens Mr.L.A.J.W. Baron Sloet.

Nortmanni , adiunctis sibi Danis, Franciam et Lotharingiam pervagalltes, Ambianis, Atrebatis, Corbeiam, Cameracum, Tarvennam, fines Morinorum, Menapiorum, Brachatensium omnemque circa Scaldum fluvium terram , monasteria sanctorum Walarici et Richardi ferro et igni devastant. Inde Wal fluvium ingressi, totani Batuam, palatium etiam Neomagi ineendunt.(Bron: Sigeberti Gemblacensis Chronica, bij Pertz, Monum, Script., VI, p. 343).

Opmerkingen over deze tekst:
  • Deze tekst ontbreekt in het Bronnenboek van Nijmegen, evenals de hier aan voorafgaande teksten uit 881 en de daarop volgende teksten uit 883 en 884. Deze teksten kunt U lezen in De Ware Kijk Op, p.176-180. Daarmee erkent het Bronneboek dat het hier dus niet over Nijmegen (Neomagi) aan de Waal gaat. Immers in het Bronnenboek hebben de auteurs aangegeven dat zij alle teksten over Nijmegen hebben verzameld. Deze teksten ontbreken en gaan dan blijkbaar niet over Nijmegen.
  • In de Ware Kijk Op wordt deze tekst (uit de Historia Regnum Francorum) genoemd onder het jaar 881. Daar lezen we (vertaald): De Noormannen, in vereniging met de Dani, trokken door Francia en Lotharingen. Te vuur en te zwaard vernielden zij: Amiens, Atrecht, Corbie, Kamerijk, Terwaan, de gebieden van de Menapiers (Cassel) en Bracbatensers (zie de toelichting in de linker kolom) en het gehele land rond de Schelde. Vandaar trokken zij de rivier de Vaël (Oise) op en vernielden de kloosters van St.Valery-en-Somme en van St. Riquier, de gehele Batua (Bethune), en staken ook het paleis van Noviomagus (Noyon) in brand.
  • Het is duidelijk dat beide teksten over dezelfde gebeurtenissen handelen. Let ook op de bron: Historia Regnum Francorum.
  • Het is ook duidelijk waar de Noormannen aan het plunderen zijn: in Noordwest Frankrijk en het land van de Somme en het land van de Schelde (Scaldum fluvium terram).
  • De genoemde rivier Wal fluvium is niet de Waal, maar de Vaël (Oise) zoals genoemd in de tekst uit 881.
  • Het vraagt een uitgebreide toelichting om deze tekst in Nederland te plaatsen zoals de traditionele opvatting is en te verklaren (welke toelichting nooit gegeven werd) waarom de plunderende Noormannen van de kloosters St.Valerie-en-Somme en St.Riquier (bij Abbeville) in dezelfde zin plots in Nijmegen belanden. De Batua was dan ook niet de Betuwe, maar het land van Béthune. Van een brand van het nooit gevonden paleis in Nijmegen, ontbreekt ook elk spoor. Lees meer over Nijmegen.
  • De onderliggende vraag is op welke tekst uit 882 de gemeente Zutphen en Deventer de plunderingen door de Noormannen baseren? Zutphen wordt zowiezo al in geen enkele klassieke tekst genoemd. In een tekst van de Annales Fuldenis wordt de 'haven' die geplunderd werd 'in de Friese taal Taventria' genoemd. Gaat het hier over Deventer waar men Fries zou spreken?

    Overigens wat verstaat men over het begrip 'haven' in de Latijnse tekst 'portum' genoemd? Portum is een haven aan de monding van een rivier. Heeft Deventer dan een haven? Ja, het ligt aan de IJssel, maar van een haven aan de monding van een rivier is geen sprake. Portum kan ook toevluchtsoord betekenen, zoals in 'senatus erat portum refugium nationam' (de senaat was een toevluchtsoord voor de natie). Maar ook het woord 'poort' of 'stad' is afgeleid van portus, ontleend aan het Latijnse 'portus' dat volgens het Etymologisch Woordenboek al vroeg de algemene betekenis van stad kreeg. Of er sprake is van een 'haven', een 'stad' of van een 'toevluchtsoord' moet nog blijken. Taventria was in elk geval ook een toevluchtsoord, immers de bisschoppen Hunger (in 857), Odilbald (in 896) en Radboud (vanaf 917) vluchtten naar Taventria of hadden er hun verblijf. De optie van Albert Delahaye voor Taventria is Desvres, dat zeker een toevluchtsoord of een stad was. Ook hier gaat het niet altijd om de letterlijke vertaling van een woord, maar om de context van de hele zin. Lees meer over vertalen.

    Let ook hier op de deplacements historiques. De etymologie van Deventer is erg interessant. De naam Deventer wordt etymologisch op verschillende manieren verklaard. Allereerst wordt ze toegeschreven aan een in de 8e eeuw of eerder ontstane samenstelling van twee Oudsaksische vormen. De naam zou dan zijn ontstaan uit deve-treo, wat zoiets betekende als "aan een waterloop gelegen geboomte" of "dode boom". 'Deven' betekende in het Gotisch hetzelfde als gestorven, de Oudengelse of Oudsaksisch naam 'treo' betekende boom. Daarnaast wordt weleens verhaald dat Deventer zijn naam dankt aan het stadje Daventry in Engeland, waar de christelijke missionaris Lebuinus (Liafwin) vandaan zou zijn gekomen. Dit kan niet kloppen, want Daventry bestond toen nog niet. Het is echter denkbaar dat Deventer en Daventry dezelfde etymologische oorsprong hebben. behalve dat Daventry toen nog niet bestond, bestond ook Deventer nog niet in de 8ste eeuw. Lees meer over Lebuinus.


    Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

  • Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.