De Nederlandse "Limes" en de Peutingerkaart.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.
De "Limes Germanicus" en de Peutingerkaart.

De 'Limes Germanicus' was de scheiding tussen Gallia en Germania en lag op de taalgrens!

Lees meer over de UNESCO-nominatie van de Romeinse Limes.


Romeins Nederland kent twee onoverkomelijke problemen:
Ook in het nieuwste onderzoek van B.S. van der Meulen (The Late Roman limes revisited, dec.2017) worden deze problemen bevestigd. Op veel plaatsen waar men traditioneel een locatie van de Peutingerkaart meende te vinden, wordt dit door de archeologie allerminst bevestigd.
geen enkele historisch deskundige heeft ooit een sluitend en compleet verhaal gegeven over de zogenaamde bovenste weg van de Peutingerkaart. Over elke locatie heersen meerdere opvattingen. Alle opvattingen zijn onbewezen aannames, niet bevestigd door de archeologie. (Zie bij archeologie), slechts door een naam op de Peutingerkaart.
van de onderste weg in de Patavia zoals die op de Peutingerkaart staat, is nog geen meter gevonden. Van geen enkele plaats aan die onderste weg is ooit een aanvaardbare locatie gegeven, wel meerdere speculaties.

Uit 5 citaten uit Westerheem van aug.2015 blijkt dat de transgressies (zie daar) wel degelijk bestaan hebben, dat brandsporen niets zeggen over de Opstand van de Bataven (zie daar) en dat de zogenaamde limes nog vele vraagtekens bevat?

1. De dramatische teruggang van de bevolking in het westelijk limesgebied (tussen Utrecht en de kust) aan het einde van de 3e eeuw wordt wel toegeschreven aan de desintegratie van het Romeinse rijk door invallen, maar het is waarschijnlijker dat de vernatting van het gebied de oorzaak was.
2. Als we de Rijn stroomafwaarts verder volgen komen we in het natte veengebied drie castella tegen waar geen sporen van bezetting of gebruik na 275 n.Chr. zijn gevonden.
3. Zwammerdam dat rond 275 n.Chr. waarschijnlijk door brand verloren ging. Aangezien deze brandsporen in dit gebied een geÔsoleerd fenomeen zijn, zal het gaan om een icidentele brand.
4. Katwijk-De Brittenburg-Lugdunum. De resten van Katwijk-Lugdunum liggen voor de kust op de zeebodem en zijn, voor zover nog aanwezig, tot heden niet teruggevonden.
5. Het einde van de Romeinse invloedsfeer aan het eind van de 3e eeuw betekende in het sterk vernatte en het vergaand ontvolkt gebied, grotendeels samenvallend met de huidige provincie Zuid-Holland, militair, economisch en sociaal gezien geen deel meer uitmaakte van het Romeinse rijk.


In een recent artikel van Stijn Heeren met als titel "The theory of 'Limesfall'and the material culture of the late 3rd century" (zie daar), wordt van enkele traditionele opvattingen afgeweken. In dit artikel meent Heeren aangetoond te hebben dat de 'Limesfall' niet voortgekomen is door invallende Germaanse stammen. Hij sluit daarbij (onbewust) aan bij de opvattingen van Albert Delahaye, al geeft hij een andere wending aan het verhaal.
Jan Verhagen stelde zelfs: "De opvattingen van Bechert en Willems zijn achterhaald". (Jan Verhagen op SEM-symposium in 2017).

Het komt er gewoon op neer zoals W.A.van Es het beschreef: "Romeins Nederland was allerminst van internationale allure". Het belang van Romeins Nederland wordt nog steeds schromelijk overdreven. Hat was de 'agri decumates' van veteranen en thuisloze oudgediende militairen.

De Limes Germanicus lag in Noord-Frankrijk aan de Renus. De Renus was de Schelde.
Er is geen enkel bewijs of ooit geleverd, dat de plaatsen in Nederland waar meer of minder Romeinse overblijfselen zijn gevonden, overeenkomen met de plaatsen die op de Peutingerkaart worden genoemd. In Nederland wordt met de Peutingerkaart bewezen, wat juist zonder die kaart bewezen zou moeten worden. De Peutingerkaart is als bewijsstuk volkomen onbetrouwbaar. Zie bij de Peutimgerkaart.

Klik hier voor een compact overzicht.

De grootste deskundigen op het gebied van Romeins Nederland weerleggen de tradities. Dr.A.W.Byvanck, Dr.W.A. van Es en Tilmann Bechert geven van geen enkele plaats een bewijs dat deze de Romeinse naam gedragen zou hebben, zoals die op de Peutingerkaart staat. Voor een kort overzicht van hun bevindingen, klik hier! Voor een uitgebreide toelichting, lees hiernaast verder.

De foutieve manier van interpreteren van de Peutingerkaart laat zich het best kenmerken met het volgende citaat: "Sinds men de Peutingerkaart kent trachten archeologen aan de hand van dit document de ligging van de daarop vermelde plaatsen te localiseren. Fletio is met zekerheid te Vechten gelocaliseerd. Uitgangspunt van de verdere beschouwing is dat de locaties van Fletio (Vechten) en Noviomagus (Nijmegen) vast liggen" Bron: J.Bervaes.
Men wil in Nederland dus met de Peutingerkaart bewijzen, wat er op de Peutingerkaart staat. Dat is het kenmerk van de Nederlandse interpretatie: een deductie uit een deductie. Maar de locaties van Fectio (dat staat niet eens op die kaart, daar staat 'Eletione', zie afbeelding hieronder) en Noviomagus liggen allerminst vast.



Voor de gebruikte bronnen zie onderaan deze bladzijde.

Zonder enig bewijs te leveren is men er klakkeloos van uitgegaan dat het Noviomagi op de Peutingerkaart Nijmegen was. Die fabel is in 1480 verzonnen door Willem van Berchen, een kanunnik van de St.Stephanuskerk in Nijmegen, die een beetje 'potjeslatijn' kende. Zijn vertaling van de gedenksteen van Frederik Barbarossa uit 1155 wordt algemeen als foutief beoordeeld, ook in Nijmegen. Zie de tweede alinea in het hoofdstuk over Nijmegen.
Vergelijk hiermee met wat de 'geleerden' van de tekst op het 'Romeinse schrijfplankje van Tolsum' gemaakt hebben. Lang meende men dat het om koopcontract om een koe ging (hoe typisch Nederlands). Nu blijkt het om een schuldverklaring van een slaaf te gaan. Ook onjuist lijkt mij, aangezien een slaaf geen rechten had en dus ook geen schulden of tegoeden kon claimen, laat staan dat men dat op schrift zou stellen. Kon een slaaf dan lezen? Zo schrijft men in Nederland geschiedenis!

Honderden bewijzen spreken de traditionele geschiedenis van Nederland in het eerste Millennium radikaal tegen, te beginnen met "Germania" van Tacitus.



Publius Cornelius Tacitus.

Het is niet de vraag of er Romeinen geweest zijn in Nederland en er versterkingen hebben gebouwd, maar de vraag is "Welke namen hebben deze plaatsen gedragen?"


Van Romeins Utrecht is bij opgravingen onweerlegbaar vastgesteld dat het de naam Albiobola gedragen heeft. Daarmee wordt de hele Nederlandse traditie in ťťn klap van tafel geveegd, inclusief het Trajectum van St.Willibrord en het Noviomagus van Karel de Grote.


Liffol-le-Grand Frankrijk.

De ligging en het belang van de vindplaatsen van Romeins in Nederland komen niet overeen met de Peutingerkaart en de gegevens in andere bronnen, zoals het itinerarium Antonini en de gegevens van Ptolemeus.


Germania van Tacitus.


"Germania" van Tacitus gaat niet over Duitsland, maar over Noord-Frankrijk!


Het grote misverstand is de identificatie van de rivier de Renus geweest!
De Renus was een rivier in GalliŽ!
Meer informatie zie het hoofdstuk over Renus.



Grand-Frankrijk.



Grand-Frankrijk.

Dr. A.W. Byvanck (zie opgave literatuur onder aan de bladzijde) wordt nog steeds beschouwd als dè autoriteit op het gebied van Romeins Nederland. Hij is een veel nageschreven en weinig bekritiseerde auteur, ook al spreekt hij vaak zelf zijn twijfel uit. Wat bij Byvanck "vermoedelijk", "waarschijnlijk" of "niet onaannemelijk" is, wordt bij zijn 'naschrijvers' zonder verdere aanwijzingen of bewijzen, plots een zekerheid, ofwel een traditie. Zo schrijft men in Nederland geschiedenis.

Archeologie is interpreteren.
"De Nederlandse archeologie is zich steeds meer bewust van de kracht en zwakheden van de theoretische modellen die aan haar interpretaties ten grondslag liggen". Bron: J.H.F. Bloemers.

De studies van Albert Delahaye tonen onmiskenbaar aan dat bij veel archeologische interpretaties grove fouten zijn gemaakt.
De archeologie heeft heel wat steken laten vallen. Klik hier voor een overzicht!

De "Limes Germanicus" lag op de taalgrens in Noord-Frankrijk en BelgiŽ.

Veel mythen in de traditionele geschiedenis zijn voortgekomen uit een foutieve interpretatie van archeologische vondsten. Voor een overzicht van foutieve archeologische interpretaties, klik hier!



De gangbare interpretatie van de Nederlandse Limes wordt ter discussie gesteld. Lees meer...

Nieuw archeologisch onderzoek toont het gelijk van Albert Delahaye aan en zet de traditie op haar kop!
De Rijn was geen verdedigingsgrens tegen invallen van Germaanse volkeren, maar een bewaakte transportroute!
Zie Archeobrief 1, maart 2008.

Het gelijk van Delahaye wordt ook aangetoond door prof.Hugo Thoen:


Gentse professor in de Romeinse archeologie bevestigt het gelijk van Albert Delahaye.
Prof. Hugo Thoen: "Ik zoek al vijftig jaar naar bewijzen van Caesars aanwezigheid in BelgiŽ, maar heb nooit iets gevonden."
Alles in de Romeinse geschiedenis van Nederland en BelgiŽ wat van de foutieve veronderstelling is afgeleid dat Caesar tot in onze streken is geweest, zal herschreven moeten worden.

Deze visie van prof.Thoen wordt ook bevestigd door andere historici. Dr.W.A. van Es erkent dit in zijn boek "De Romeinen in Nederland" en J.H.F. Bloemers in "Voeten in de Aarde" vermeldt hetzelfde. Van Es schrijft op p. 25: "De schriftelijke overlevering biedt dan ook geen doorslaggevende argumenten om de Romeinse tijd in ons land met de periode van Caesar te laten beginnen. Archeologische aanwijzingen daarvoor zijn er al evenmin". Op p. 27 staat: "Niets wijst erop dat Caesar tot aan de Oude Rijn is doorgedrongen" Bij Bloemers lezen we op p. 50: "Rond 50 v.Chr. vertonen de Romeinen zich voor het eerst in onze streken als Caesar door onze zuidelijke gebieden trekt. Archeologische resten daarvan zŪjn tot op heden echter nog niet aangetroffen".
Ook J.A. Trimpe Burger merkt op dat "vroeg-Romeinse vondsten uit de tijd van Caesar zijn in ons land niet aangetroffen". In Zeeland dateert de vroegste vondst van Romeinse herkomst uit ca. 70 na Chr. (Trimpe Burger, o.c. p.45).
En W.A. van Es, J.H.F. Bloemers en J.A. Trimpe Burger zijn niet de minste op hun vakgebied. Over de basis van alle historische mythen spreken ook zij dus meer dan alleen hun twijfel uit. Erger, met deze uitspraak bevestigen zij de visie van Albert Delahaye op onmiskenbare wijze.

Waarmee de veronderstelling van Caesars aanwezigheid ondubbelzinnig wordt weerlegd. Immers Caesar trok niet in zijn eentje rond, maar met een gezelschap van verscheidene legioenen en zo'n legioen bestond uit 5000 tot 7000 man! De materiŽle aanwezigheid van zo'n leger cijfer je niet zomaar weg. Caesar beschrijft hoe zijn militairen kampementen maakten door grachten te graven en palissades op te richten. Er is niets van teruggevonden in BelgiŽ, evenmin als in Nederland!

En als Caesar verdwijnt uit Nederland en uit BelgiŽ, dan verdwijnen ook het "Insula Batavorum" en de "Renus", die Caesar uit eigen waarneming beschrijft, uit het Nederlandse landschap. Als daarna de vanzelfsprekende consequenties worden doorgetrokken, is het probleem van de mythen in ťťn slag opgelost. Immers de basisfout in alle erna volgende mythen is de verkeerde locatie van de rivier de Renus geweest. De Renus was niet de Nederlands/Duitse Rijn, maar de Schelde! De Rijn heette bij de klassieke schrijvers Obrinca.

Veel mythen in de traditionele geschiedenis zijn voortgekomen uit een foutieve interpretatie van archeologische vondsten. Voor een overzicht van foutieve archeologische interpretaties, klik hier!

Er is tussen ongeveer 50 en 250 na Chr. een Romeinse grens geweest langs de Rijn in Nederland. Dat wordt door Albert Delahaye ook allerminst ontkent. Maar deze Romeinse grens in Nederland was niet dè "Limes Germanicus", waarvan men algemeen aanneemt dat die op de Peutingerkaart staat afgebeeld. Deze grens was geen verdedigingsgrens, maar een bewaakte transportroute.
Er zijn veel argumenten te geven dat de plaatsen op de Peutingerkaart in de Patavia genoemd geen betrekking kunnen hebben op Nederland. De belangrijkste argumenten zijn:
  1. De Peutingerkaart, een wegenkaart van het Romeinse Rijk, stamt van nŠ 375 na Chr. immers Constantinopel dat gesticht is in dat jaar, wordt vermeldt als ťťn van de 3 hoofdsteden van het Romeinse Rijk, naast Rome en AntiochiŽ. De Romeinen hadden Nederland toen al minstens een eeuw verlaten. Het is absurd te veronderstellen dat een prijsgegeven gebied nog op een Romeinse wegenkaart zou hebben gestaan, temeer dat dan een deel dat de Romeinen nog wel in bezit hadden in Noord-Frankrijk, er niet op zou staan.
  2. De term "Limes Germanicus" stamt uit de 3e eeuw, toen vanaf 275 extra versterkingen werden aangelegd langs de grens van het Romeinse Rijk. Met deze Limes Germanicus kan nooit de Nederlandse Rijngrens bedoeld zijn, immers de Romeinen hadden Nederland tussen de jaren 250 en 260 al definitief verlaten wegens de opkomende transgressies (langdurige overstromingen). Het is uitgesloten dat de Romeinen nog extra versterkingen zouden hebben aangelegd in een prijsgegeven gebied.
  3. De Limes Germanicus was de grens van het Romeinse rijk, de naam zegt het al, tussen GermaniŽ en GalliŽ en kwam nagenoeg overeen met de huidige taalgrens in BelgiŽ. Plaatsing van deze Limes in het midden van Nederland, is even absurd als de taalgrens er te willen plaatsen. Bovendien is het onvoorstelbaar dat de Romeinen een grens tegen invallen van de Germanen zouden aanleggen met de Germanen in de rug. Immers de Germanen woonden ook in het gebied van het huidige BelgiŽ, zoals de Franken in de omgeving van Doornik.
  4. De noordgrens van het Romeinse rijk, die de Romeinen in het westen de ,,limes Germanicus" noemden - de grens of linie tegen de Germanen - legt men in het midden van Nederland. Dat dit fout is, wordt al op slag aangetoond door het feit, dat de Friezen dan buiten het Rijk vallen, terwijl het een feit is dat de Friezen al in 12 vóór Chr. door Drusus overwonnen en ingelijfd waren. Het is de grootste ongerijmdheid in de archeologie van Nederland deze "limes Germanicus" in het midden van Nederland te leggen en er voortdurend mee te schermen alsof dit het klapstuk van Romeins Nederland zou zijn. Vooral de leken op historisch gebied worden totaal overdonderd door hetgeen de "geleerden" erover (na-)schrijven. Leest men echter kritisch wat Byvank, Van Es of Bechert zelf schrijven, dan blijkt die hele Romeinse traditie in Nederland zeer broos te zijn. Analiseert men hun "bewijzen", dan blijken dat steevast "vermoedens", "veronderstellingen" en "aannames" te zijn. Er is geen enkele hard bewijs gevonden voor de toepassing van de Peutingerkaart op Nederland.
    Er is nooit ťťn enkel bewijs geleverd dat de plaatsen in Nederland waar Romeins gevonden is, overeenkomen met de plaatsen die op de Peutingerkaart worden genoemd. Integendeel, te vaak kloppen de gegevens juist niet met de Nederlandse situatie. Waar bijv. "de bergwouden" (Tacitus, Annales XIII, 54) in het land van de Friezen liggen, blijft een onoplosbaar probleem zolang men de Friezen langs de kust van west en noord Nederland blijft plaatsen, waar het land volkomen vlak is (Le plat pays). Plaats men de Friezen op hun werkelijke woonplaats in Noord-west Frankrijk dan is dit probleem in ťťn slag opgelost.

    Tacitus schrijft nadrukkelijk, dat de Bataven woonden op de grens tussen GalliŽ en GermaniŽ, "zodat zij door de schrijvers beurtelings GalliŽrs of Germanen worden genoemd". Had men dit juist opgevat en het op de taalgrens gesitueerd, wat de Peutingerkaart en Ptolemeus even duidelijk als Tacitus aantonen, dan waren de Nederlandse mythen in ťťn slag opgelost.

  5. Er is door de Nederlandse historici nooit een aannemelijke verklaring gegeven, waarom een Limes tegen invallen van Germaanse stammen langs de Nederlandse Rijn nodig geweest zou zijn. Er viel in Nederland immers geen enkele inval vanuit het noorden te vrezen. Ten noorden van de Romeinse plaatsen in Zuid-Holland en Utrecht bestond Nederland uit ťťn groot veenmoerassen en waddengebied (zie Van Es, o.c. p.19 en het kaartje hiernaast. Klik op het kaartje voor een vergroting). De in Noord-Holland, Friesland en Groningen vermeende Friezen hadden met de Romeinen in 12 v. en 47 na Chr. verdragen gesloten, waardoor elke dreiging geŽlimineerd was (Byvanck, o.c.p.199 en 206-219). Ten noorden van de Rijn in Gelderland, was het ťťn groot leeg gebied, waar zelfs geen enkele bevolking aanwezig was. "Opvallend is ook dat tot nu toe niemand ooit een stamnaam met de Veluwe of de Utrechtse Heuvelrug verbonden heeft", schrijft Van Es (o.c.p.31). "In het oosten van Nederland woonde geen enkele stam waarvan wij de naam weten, schrijft Byvanck (o.c.p.218), ofwel die voor de Romeinen een dreiging geweest zouden kunnen zijn, want dan had men de naam wel geweten. Bechert (o.c.p.15) vermeldt dat de rechter Rijnoever tot wel 3 km. onbewoond was.
    Alle Germaanse stammen waarmee de Romeinen voortdurend in conflict waren, worden door de traditionele historici ten oosten van de Rijn in Duitsland geplaatst. En juist in het Duitse deel van de Rijn, met name tegenover de Lippe en de Ruhr, was de grens maar matig bezet met slechts drie castella, te weten Alt-Kalkar, Xanten en Moers-Asberg. Over de Rijngrens tussen Alt-Kalkar en Moersbergen, een afstand van 128 km (volgens opgave van de Peutingerkaart; in werkelijkheid slechts 47 km., waarmee meteen aangetoond is dat de Peutingerkaart hier niet past) lagen slechts deze drie castella. Over de hele Nedergermaanse grens vanaf Katwijk tot Remagen, een afstand van 350 km, bestond de grensbewaking aanvankelijk uit 6 legioenen, aan het eind van de eerste eeuw uit slechts 2 legioenen (is 12800 man), een aantal dat daarna constant bleef (Bechert, o.c.p.20-21; op p.23 noemt Bechert een aantal van 21.000 aan het begin van de 3e eeuw). De Romeinen vreesden blijkbaar geen invallen van allerlei Germaanse stammen aan de grens langs de Rijn, want met 21.000 man over 350 km. houd je geen volksverhuizingen tegen. Bovendien is het vreemd dat juist nŠ de Opstand der Bataven het aantal legioenen aan de Rijngrens werd verminderd. Opvallend is verder dat er in Nederland ten zuiden van de rivieren weinig tot niets was dat tegen die vermeende aanvallen beschermd had moeten worden. De Romeinse overblijfselen in Zuid-Nederland zijn sporadisch en bestaan vaak uit niet meer dan de resten van ťťn enkele boerderij (villa). We zijn hier even sec van de Nederlandse traditie uitgegaan, waarbij de onlogica meteen al voor zich spreekt.
    Any evidence that the entire western frontier was overrun is not to be found in the archaeological record. It has even been argued that there was no barbarian desire to even conquer the Roman Empire, but only to raid on a local scale.
    In recent years, another line of thinking about the Late Roman empire has moved away from the threats of ďbarbarianĒ invasions, and focussed more on the cultural changes in the frontier zones that resulted from the collapse of the empire and the foundation of the Frankish kingdoms.

    (Bron: The Late Roman limes revisited. The changing function of the Roman army in the Dutch river/coastal area (AD 260-406/7) by B.S. van der Meulen (UvA 10723188/VU 2555022) RMA thesis UvA/VU (30 ECTS) Supervisor: prof. dr. N.G.A.M. Roymans (VU) Second reader: dr. S. Heeren (VU) Version 2 (18-06-2017).

  6. Op de Peutingerkaart staan ten noorden van de Renus en ten noorden van de Batavia de volgende volkeren vermeld: Chauci, Chamavi (qui est Franci - die Franken zijn), Cherusci, Angrivarii en Suevi. De traditionele geschiedenis plaatst deze volkeren steevast in Duitsland dus ten oosten van de Renus en ten oosten van de Betuwe.
    Ofwel men dient de foutieve plaatsing van deze volkeren en van de Batavia te erkennen, ofwel men dient de west-oriŽntatie te erkennen, die de traditionele geschiedenis met handhaving van deze volkeren in Duitsland dus gewoon bevestigt!
  7. De traditionel bewering in Nederland dat het een oude kaart is, die in principe alleen de wegen bevat en best een streek van 260 bij 400 km kan overslaan omdat daar geen wegen waren, is onhoudbaar. In het overgeslagen gebied bestonden meer Romeinse wegen dan in Nederland. In de Belgische Ardennen, Henegouwen, Belgisch Brabant, Vlaanderen, het gedeelte van Noord-Frankrijk dat er in de Nederlandse traditie niet op zou staan, zelfs in Nederlands Brabant en Zeeland lagen Romeinse wegen. In dit gebied lagen meerdere plaatsen, die evenmin op de Peutingerkaart staan. Deze wegen en plaatsen staan niet op de Peutingerkaart, omdat deze gebieden niet meer tot het Romeinse rijk hoorden op het moment dat de kaart werd gemaakt. Dan staat midden Nederland er zeker ook niet meer op. Bij een juiste determinatie staan de 2 wegen en de daarbij behorende plaatsen in Noord-Frankrijk er echter wel op, de "Nederlandse" niet, wat geografisch gezien volkomen juist zou zijn.
De forten langs de Rijn.
De 'forten' langs de Rijn zijn in verschillende opzichten afwijkend van het Romeinse standaardmodel. Ze waren vrij klein, de binnenruimte was niet in drieŽn, maar in tweeŽn gedeeld en er ontbraken vaak een of meerdere van de gebruikelijke vier toegangspoorten. Ook zijn geen twee van Nederlandse forten aan elkaar gelijk. Bron: Onder onze voeten.

Daaruit blijkt al dat deze zogenaamde Romeinse forten niet gebouwd zijn als standaardmodel voor de grensverdediging, maar als individuele bewakingsposten voor de transporten over de Rijn, wat ook bevestigd wordt in een artikel in Archeobrief. Zie daar!

De Nederlandse grensforten waren ook niet de Romeinse "Limes Germanicus". Deze werd aangelegd aan het eind van de 4e eeuw, ter verdediging van GalliŽ tegen binnendringende Germaanse stammen. Op dat tijdstip (375 n.Chr.) waren de Romeinen al meer dan een eeuw uit Nederland verdwenen. Van een verdediging in een prijsgegeven gebied was in Nederland totaal geen sprake. De "Limes Germanicus" lag ook niet in Nederland, maar op de taalgrens in Noord-Frankrijk en BelgiŽ. De hoofdstad van Germania Inferior was Boulogne-sur-Mer (Bononia) en niet Nijmegen of Voorburg.
Overigens wordt in geen enkele klassieke Romeinse tekst het woord 'Limes' genoemd. Dat is bedacht door een historicus in de 20e eeuw die het woord 'grens' vertaalde met 'Limes'. Het is nu zo algemeen geworden dat iedereen het gebruikt alsof de Romeinen het zelf ooit zo genoemd hebben. Zo ontstaan steeds nieuwe mythen in de Nederlandse geschiedenis.

The Rhine and Danube for instance were never highly defensive frontiers, but rather fortified, controlled supply routes. Bronnen: Whittaker 1994, 158; see for detailed regional studies Van Dinter 2013; Sommer 2009; Langeveld et al. 2010

Wat Whittaker al in 1994 wist, daar komen de Nederlandse historici pas na 2008 achter. En Stijn Heeren loopt helemaal achteraan en verkondigt het in 2016 als nieuws! Dat is een achterstand van ruim 22 jaar! Leest men elkaars werk wel? Blijkbaar niet.

Ook in het Geschiedenis Magazine van april 2015 wordt een meer realistisch beeld gegeven van de Nederlandse 'Limes'. Het was geen hermetisch gesloten 'ijzeren gordijn', maar een poreuze grens. De Nederlandse grens bevond zich bijna overal in een wetland, een vochtige of moerassige zone met waterlopen en beken, vaak onderhevig aan eb en vloed en soms overstroomd. Tussen de forten bouwde men goede wegen, waarnaast ze wachttorens optrokken. Hoeveel is onbekend. Toch was het verdedigingssysteem niet volmaakt.
Commentaar: Als onbekend is hoeveel wachttorens er waren en waar die stonden, dient men dit niet als een vaststaand feit te vermelden. Het heeft geen invallen van Germaanse stammen voorkomen, want die Germanen leefden al binnen het Romeinse Rijk.
Het beeld dat tot heden bestond van die grens moet dan ook drastisch worden bijgesteld. De 'verdedigingslinie' liep door een veen- en moerasgebied. Nederland was toen nauwelijks bewoond. Wat viel er te verdedigen en tegen wie? Deze grens verdween rond 260 n.Chr. en werd verlegd naar de weg Boulogne-sur-Mer -- Bavay -- Keulen. Ook hier krijgt Albert Delahaye weer gelijk, zij het vele jaren te laat.


Wat is er waar van de Nederlandse interpretaties?
We geven aan de hand van de lijst hieronder bij elke plaats een verwijzing (LINK) naar een nieuwe bladzijde waarop U de traditionele visie naast die van Albert Delahaye kunt vinden. Deze bladzijden zijn nog in opbouw. Nog niet elke LINK is voltooid. In de boeken van Delahaye vindt U eventueel een uitgebreidere toelichting. Onderaan deze bladzijde geven we verdere argumenten die de traditionele visie radikaal tegenspreken en zelfs weerleggen. Verder vindt U er een bronverwijzing waarvan gebruik is gemaakt bij de vaststelling van de "Nederlandse" traditie. Voor vragen kunt U zich altijd wenden tot G.B.M. Delahaye.


De nummers in de lijsten hieronder corresponderen met die op de kaart hierboven.

De stichting van de afzonderlijke forten is van belang om het begin van de Romeinse aanwezigheid in Nederland te bepalen. Is het aannemelijk te maken dat de Romeinen al in de jaren vůůr het begin van de jaartelling in Nederland waren. Was Drusus in Nederland? Was Augustus ooit in Nederland? Was Germanicus in Nederland? Was Corbulo in Nederland toen hij het kanaal liet graven dat naar hem vernoemd is? Was Traianus ooit in Nederland? Zijn daar bewijzen voor te vinden? Is er een logische opbouw in de aanleg van de forten? Kunnen forten verder noordelijk ouder zijn dan die in het zuiden van ons land of zuidelijker langs de Rijn in Duitsland? De Romeinen kwamen toch uit het zuiden? Daar is toch iedereen van overtuigd! Albert Delahaye heeft ooit de opmerking gemaakt "Als je de geschiedenis van de forten in ons land moet geloven, kwamen de Romeinen als parachutisten". Hoe kwamen ze in Velsen, hoe in Ermelo, als er geen tussenliggende kampen bekend zijn? Hoe kon Drusus een kanaal laten graven als de dichtbijzijnde Romeinse nederzetting op zo'n 150 km. afstand lag? Waar verbleef hij? Waar sliepen en woonden zijn manschappen die elke dag moesten gravan? En van daaruit ging hij Duitsland aanvallen? Dat had hij dan toch beter vanuit Xanten kunnen doen, wat Robert Nouwen ook als uitvalsbasis noemde.

Alle gegevens in dit overzicht hieronder zijn afkomstig van officiële websites, zoals Romeinen.nl, 'Romeinse Limes in Nederland', de (voormalige) Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek (nu RCE), het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, Wikipedia en Livius.org. Aan gevuld met gegevens uit tijdschriften als Numaga, Westerheem en Archeologie Magazine en Archeologie in Nederland. Opvallend is dat van een aantal forten geen enkele stichtingsdatum te vinden is, van anderen wordt de stichtingsdatum 'waarschijnlijk' of 'mogelijk' genoemd of gekoppeld aan de onbewezen opvatting dat Drusus van daaruit zijn veldtochten in Germania ondernam. Er blijkt nogal wat twijfel te bestaan, wat Albert Delahaye ook steeds heeft aangegeven. Bij niet overeenkomende jaartallen is het aangegeven met 'tussen' of 'na' of worden meerdere jaartallen genoemd. Daarnaast zijn er vage aanduidingen als 'tweede helft' of 'Augustuistisch'. De ?? en 'onbekend' geven aan dat men het nog volstrekt niet weet.


Er zijn uit deze lijst hieronder zijn enkele tendensen op te maken. Van veel forten e.d. in de stichtingsdatum onbekend. Als ze genoemd worden tijdens de opstand van de Bataven (in 69 en 70) krijgen ze automatisch het stichtingsjaar 70. Worden de plaatsen genoemd bij de plunderingen van Chaucische zeerovers, dan krijgen ze het stichtingsjaar 170/173. Deze plaatsen werden dus pas gesticht nadat ze platgebrand of geplunderd waren. Het zijn dus beide aannamen ofwel onbewezen veronderstellingen op basis van een onjuiste voorstelling van zaken. Zouden de Romeinen nieuwe forten gaan bouwen tijdens het plunderen of terwijl de opstand nog aan de gang was?

Lees vooral in de kolom 'Verdere opmerkingen' hoe de Nederlandse traditie tot stand kwam en zich in allerlei bochten wringt om 'krom te praten wat recht' is. Commentaar spreekt voor zich!

Maak je de balans op voor Romeins Nederland dan is een aanwezigheid van de Romeinen vůůr het jaar 40 een volkomen onbewezen opvatting. De enkele plaatsen die een eerdere aanwezigheid claimen hebben daar geen enkel bewijs voor. Op grond van enkele munten of scherven meent men die bewijzen te hebben. Maar wat bewijs je met munten of scherven? Zie bij Nijmegen.


In onderstaande tabel hanteren we in de eerste kolom de volgend kleurcodes: rood=volkomen onbewezen; oranje=twijfelachtig; groen=mogelijk op grond van Romeinse vondsten..

Van geen enkele hieronder genoemde plaats is de Romeinse naam een zekerheid. Deze namen zijn afkomstig van de Peutingerkaart, maar deze kaart is een falsum uit de 16e eeuw, waarmee dus niets te bewijzen valt.

Romeinse naam
Traditionele plaats
Gesticht in...??
Verdere opmerkingen: wat is er precies gevonden en wat kun je daarmee aantonen?
1 Castellum Flevum Velsen? Velserbroek? of ťťn van de andere 12 locaties? ca.28 (Velsen 1) en 42/43 n.Chr. (Velsen 2). Zolang niet bekend is waar Castellum Flevum gelegen heeft, kan er ook geen stichtingsdatum bekend zijn. Volgens Archeobrief 1-2016 was Velsen 1 ongetwijfeld fort Flevum. Volgens de daarbij afgebeelde kaart had dit Flevum geen directe verbinding met de Noordzee, wat volgens de tekst van Tacitus wel zou moeten. Velsen 1 zou van 15-28 n.Chr. bestaan hebben. Velsen 2 zou in 39 n.Chr. aangelegd zijn op bevel van keizer Caligula in de voorbereiding op de invasie van Brittannië. Andere historici plaatsten dit in Katwijk, terwijl zeker is dat dit in Boulogne-sur-Mer gebeurde, waar Caligula ook een vuurtoren liet bouwen: Le Phare de Caligula heeft daar tot 1644 gestaan en is toen (deels) afgebroken.
2 Lugdunum Leiden, Katwijk of de Brittenburg in 40 n.Chr. Als men het er niet over eens is welke plaats het geweest is, kan men er ook geen datering aan geven.
3 Praetorium Agrippinae Valkenburg in 39 of 40 n.Chr. Praetorium Agrippinae (Valkenburg) werd in de winter van 39/40 gesticht door de keizer Caligula (37-41), die het gebied van de Nederrijn bezocht in 40. De aanwezigheid van de keizer wordt bewezen met een wijnvat waar zijn initialen op staan. Wat bewijs je daarmee? De nederzetting is vernoemd naar de moeder van Caligula: de volledige naam betekent "het hoofdkwartier van Agrippina". Die moeder zal blij geweest zijn met een plaatsnaam in een sompig gebied. Was Keulen niet genoeg?
4 Foro Adriani? Valkenburg-Marktveld. Of was het Voorburg? ca.127? Foro Adriani zou zijn naam gekregen hebben van keizer Hadrianus, maar wel met een spelfout. Zou de keizer dat goed gevonden hebben? Keizer Hadrianus zou ca. 127 de Lage Landen bezocht hebben, wat een onbewezen aanname is, dus speculatie op grond van de (bijna) overeenkomst van zijn naam. Hij zou bij die gelegenheid de stad Forum Hadrianus gesticht hebben als hoofdstad voor de Cananefaten.
5 Matilone Leiden-Roomburg in 47 n.Chr. Matilo is gebouwd aan de noordelijke ingang van het kanaal van Corbulo, dat Voorburg, de oude hoofdstad van de Cananefaten, nog steeds verbindt met de rivier de Rijn. Er zijn verschillende archeologische campagnes georganiseerd. In 1927 werd de ontdekking van de 'sloot' gemeld, maar moderne archeologen hebben toch weer enige twijfel.
6 Albanianis Alphen aan den Rijn na 41 n.Chr. Een dendrochronologische datering van het bos stelt ons in staat te zeggen dat het fort werd gebouwd na het staatsbezoek van Caligula aan Germania Inferior in 40/41. Deze conclusie wordt bijna onvermijdelijk als we er rekening mee houden dat ongeveer een kwart van de munten die in Alphen aan den Rijn zijn gevonden, dateert uit de regering van deze keizer, die minder dan vier jaar duurde. En de andere driekwart van de munten? En blijven munten niet langer geldig na de dood van een keizer?
7 Nigrum Pullum Zwammerdam rond 50 n.Chr. Het kleine fort bij Nigrum pullum ('zwarte kip' of 'zwarte aarde') beheerste de samenvloeiing van de kleine rivier Meije en de Rijn, de grensrivier van het Romeinse rijk. De militaire nederzetting werd gesticht na 47, toen de Romeinse generaal Gnaeus Domitius Corbulo de grenszone reorganiseerde. De houten barakken zijn tijdens de Bataafse Opstand (69) verwoest . Ze werden niet meteen herbouwd: de tweede bouwfase kan na 80 gedateerd worden.
Volgens Archeobrief 2-2016 werd het castellum te Zwammeredam gesticht rond 50 n.Chr. en bleef het ingebruik tot de jaren zeventig van de derde eeuw.
8 ??? Bodegraven in 40 n.Chr. De weg van Zwammerdam naar Woerden langs de Rijn liep over een beekje bij het huidige Bodegraven in Nederland, en er moet een brug zijn geweest die bewaakt moet zijn. Verschillende Romeinse vondsten bewijzen dat er in de Romeinse tijd menselijke bewoning was: keramiek, munten, bakstenen, dakpannen gemaakt door het Tiende Legioen Gemina , een amfora , een lamp, een deel van een dolium (voorraadpot). De vondsten worden vaak geassocieerd met een brandende laag. Lees meer over de zwarte brandlaag waarmee de archeologie in Nederland steeds dezelfde fout maakt. In Archeobrief 1 van 2012 lezen we dat er 'waarschijnlijk een castellum heeft gelegen'. De vondst van een aantal houten palen en scherven Romeins aardewerk houden waarschijnlijk verband met het castellum.
9 Lauri Woerden tussen 37 en 40 n.Chr. Op dit moment zijn er aanwijzingen voor vier opeenvolgende bouwfasen; munten bewijzen een vijfde fase. Numismatisch bewijs suggereert dat de eerste Romeinse nederzetting bij Woerden dateert uit de regering van keizer Caligula, die het gebied in 40 bezocht en wiens bouwactiviteiten ook bekend zijn uit Vechten en Valkenburg. Fort Woerden had in deze bouwfase een noord-zuid oriŽntatie die niet werd herhaald toen de nederzetting in circa 47 werd herbouwd, toen de Romeinse generaal Gnaeus Domitius Corbulo de Rijngrens reorganiseerde. (Een iets vroegere datum kan niet worden uitgesloten). Dit tweede fort, uit de regering van Claudius , lag op het zuidwesten en zuidoosten. Het werd vernietigd door de Cananefates of Bataven, die in de zomer van 69 in opstand kwamen tegen de Romeinen en twee legioenen vernietigden.
10 onbekend Vleuten-De Meern rond 40 n.Chr. De oude naam van het fort bij Utrecht-Leidsche Rijn (ook wel Vleuten genoemd ) is niet bekend. Romeins fort, onderdeel van de Rijnlimes, voorheen bekend als Vleuten , ook wel De Meern en Hoge Woerd genoemd. De oude theorie dat het Fletio was, een plaats die op de Peutinger-kaart wordt vermeld , is problematisch, hoewel de gelijkenis met de naam Vleuten intrigerend is.
11 Traiectum Utrecht tussen 40 en 47 n.Chr. In Archeobrief 3 van september 2013 wordt de stichting van het Romeinse castellum Traiectum rond 45 na Chr. gesteld. Trajectum zijnde Utrecht staat niet op de Peutingerkaart.
12 Fletione?? Fectio Vechten ca. 40 n.Chr. op de Peutingerkaart waar men zo graag naar verwijst staat niet Fectio maar Eletione. Zie in de linker kolom hiervoor. De uitkijktoren van Fectio werd in 2004 gebouwd om bezoekers eraan te herinneren dat Vechten ooit een belangrijke militaire nederzetting was.
12a ?? Houten tussen 1 en 450? De plaats Houten wordt op het kaartje hierboven niet genoemd. Er zou een castellum geweest zou zijn. Verder is er weinig concreets over bekend.
13 Levefanum Wijk bij Duurstede - Rijswijk of Arnhem ca. 47 n.Chr. Wijk bij Duurstede werd aanvankelijk beschouwd als het Oppidum Batavorum, later werd het Levefanum, nadien Dorestad. Van een castellum is in Wijk bij Duurstede ook nooit iets gevonden. De meest gegeven verklaring is dat alles is weggespoeld. Maar ook stroomafwaarts vindt men niets!
14 Mannaricium Maurik na het jaar 80. Het oude cavaleriefort Mannaricium lag op de zuidelijke oever van een zijtak van de Rijn die niet meer bestaat, en moet ten noordwesten van het moderne dorp Maurik hebben gestaan, dat nog steeds dezelfde naam heeft. De inheemse nederzetting was misschien erg oud, omdat het lijkt te zijn afgeleid van Maleriacum. Zwerfvondsten uit dit gebied duiden op bezetting door soldaten na 70 (het jaar van de Bataafse opstand ), en misschien eerder. Waarschijnlijk is het fort in het eerste kwart van de derde eeuw herbouwd en in 275 geŽvacueerd, als zoveel andere forten langs de Nederrijn. Potscherven en munten suggereren een hernieuwde bezetting in de vierde eeuw. Hoeveel zekerheid blijkt uit dit verhaal?
15 Carvo(ne) Kesteren of Herwen onbekend De oude identificatie van Kesteren met "Carvo", een plaats die bekend is van de Peutinger-kaart, blijkt niet correct te zijn; Levefanum is waarschijnlijk identiek aan Herwen (Latijn: Carvium). Ook alleen maar twijfel.
16 ??? Randwijk onbekend Misschien was er een Romeins hulpfort nabij de moderne Randwijk aan de zuidoever van de Rijn . De site was van strategisch belang, want vanaf deze plek leidde een weg naar het noorden, naar de Veluwe met zijn ijzerertsen. Archeologische overblijfselen zijn echter vrijwel afwezig in Randwijk, en de weinige voorwerpen kunnen net zo goed wijzen op het niet-militaire karakter van de oude nederzetting. Hier doet Jona lendering een juiste constatering: kunnen net zo goed.... Hoe vaak zal dat in archeologisch Nederland van toepassing zijn?
17 ??? Driel 2e helft 1e eeuw n.Chr. Waarschijnlijke locatie van een Romeins fort, maar weggespoeld. Er is gesuggereerd dat de nederzetting een fort was, gebouwd toen de Romeinse generaal Germanicus de Germaanse stammen aanviel (14-16 n.Chr.) wat dus niet overeenkomt met de datering van 2e helft 1e eeuw.
18 Castra Herculis Wie van de 25? Waarschijnlijk in 15 n.Chr. Daar bestaan in Nederland liefst 24 locaties van o.a. Arnhem en sinds kort wordt ook (als 25ste) Nijmegen genoemd? Verschillende soorten vroeg aardewerk suggereren dat de eerste bouwfase dateerde uit het begin van de eerste eeuw, mogelijk toen de Romeinse generaal Germanicus de Germaanse stammen aanviel (14-16), of iets eerder (direct na de slag in het Teutoburger Woud in 9?). Zolang geen zekerheid bestaat over de locatie van Castra herculis, is een datering uitgesloten. Volgens Archeobrief 2-2016 stamt het castellum uit 15-16 na Chr. en kende het een bloeiperiode tussen 175 en 275. Waar die dateringen op gebaseerd zijn, wat toch cruciaal is, wordt helaas niet vermeld.
19 ??? Elst einde 1e eeuw n.Chr. We kennen de naam niet van de Bataafse god of godin die in Elst werd vereerd, maar het is mogelijk dat de Romeinen hem identificeerden met hun Hercules, omdat er restanten van een beeldje zijn gevonden, waarop de knots van deze halfgod is te zien. Aangezien de oppergod van de Bataven, Magusanus, werd gelijkgesteld aan Hercules, is het erg verleidelijk om te denken dat Magusanus werd vereerd in de Elsttempel. Hercules staat echter niet echt bekend als vruchtbaarheidsgod. De grote tempel werd aan het einde van de derde eeuw verlaten en er zijn geen vondsten uit de late oudheid. De ruÔnes dienden als fundering voor een kerk die in de achtste eeuw werd gebouwd. Er is geen bewijs voor continuÔteit van sekte. Dat er een beeldje gevonden wordt met een knots bewijst net zoveel als de vondst van een munt. Ook de drie schedels van dieren zijn geen bewijs van een tempel waarin geofferd werd. Dan zouden er beslist meer schedels gevonden moeten zijn. Hier is duidelijk sprake van een deductie uit het feit dat bovenop de fundamenten een kerk gebouwd werd. Voor een kerk uit de 8e eeuw ontbreekt elk bewijs, evenals dat het daarvoor een tempel geweest zou zijn. Elst zou het middeleeuwse Heliste-Marithaime van St.Willibrord geweest zijn? Wat hier wel aangetoond wordt, is het gat in de geschiedenis. Bovenop het Romeins uit de 3e eeuw staat meteen het middeleeuws uit de 15e eeuw. De huidige Werenfriduskerk dateert uit begin 19e eeuw.
20 Batavodurum / Noviomagus Nijmegen 19, 12 of 10 vůůr Chr. Van Nijmegen wordt dan wel algemeen aangenomen dat het ooit Batavodurum of Noviomagus was, maar daarvoor wordt geen enkel direct bewijs gegeven. Deze opvattingen zijn gebasserd op de Peutingerkaart en op de aanname dat de Betuwe het Eiland van de Bataven was. Beide opties zijn onjuist gebleken. Zie daarvoor Nijmegen, Gesticht in 19 v.Chr.? Lees meer..., Stadsrechten van Traianus? Lees meer..., De naam Ulpia Noviomagus? Lees meer..., De Opstand der Bataven? Lees meer..., Het gat van Nijmegen? Lees meer... en Karel de Grote in Nijmegen? Lees meer...
21 ??? Duiven-Loowaard ca 30 n.Chr. of iets later Het is nog niet gelocaliseerd; ergens in de rivier. In Archeobrief 1 van 2014 wordt geschreven over een nederzetting en grafveld in Huissen Loovelden dat in de tweede helft van de eerste eeuw wordt gedateerd. Er bestaan slechts vermoedens voor een castellum in de buurt van Huissen. Het 'iets later' van de datering wordt dan na 50 n.Chr. Overigens is de Romeinse plaats nog niet gevonden, tenzij het Looveld was. In het genoemde artikel wordt echter vermeld dat 'de kleinschaligheid van het onderzoek te weinig houvast geeft om uitspraken te doen over de opbouw van de populatie of het al dan niet continu in gebruik zijn van het grafveld'. Het lijkt weer een volgend geval van aangenomen geschiedenis.
22 Carvium Herwen-De Bijland tussen 37 en 41, in 47, na 70 of in 121? De overblijfselen van dit hulpfort bij Carvium zijn waarschijnlijk ergens in de meanders van de Rijn te vinden. Verdwaalde vondsten suggereren dat de militaire nederzetting werd bezet tussen het tweede kwart van de eerste eeuw en de vierde eeuw. Dit suggereert dat het een normaal fort was: gebouwd tijdens het bewind van Caligula (37-41) of tijdens het bevel van Corbulo over het leger van Germania Inferior in 47, hersteld na de Bataafse opstand (69-70), herbouwd na Hadrianus's bezoek aan de Lage Landen in 121, opnieuw opgebouwd tijdens het bewind van de Severese keizers, verwoest in 275 en opnieuw bezet in de vierde eeuw. Er is geen bewijs voor deze wederopbouw, maar het is de normale geschiedenis van elk Romeins fort op de zuidelijke oever van de Nederrijn. Ook hier weer een juiste constatering van Jona Lendering: het is de normale geschiedenis.... Zo worden de bewijzen vergaard. Wat hier van toepassing gedacht wordt, zal daar ook wel zo gebeurd zijn. Hoe vaak zal dat in archeologisch Nederland van toepassing zijn?
23 ?? Nijmegen-Hunerberg in 19, 16 of 10 vůůr Chr. Deze burgerlijke nederzetting, in onze bronnen soms Batavodurum ( Keltisch voor "marktplaats van de Bataven") of Oppidum Batavorum ("heuvelfort van de Bataven") genoemd, lag op de heuvel die bekend staat als Valkhof en iets meer naar het oosten. Verschillende geleerden hebben betoogd dat Batavodurum en Oppidum Batavorum twee steden waren. Andere steden hadden echter twee namen, dus we hoeven waarschijnlijk niet te accepteren dat er twee Bataafse nederzettingen waren.Zo met die verschillende geleerden ook Albert Delahaye bedoeld worden, die dat immers altijd betoogd heeft? Lang dacht men dat Nijmegen-Hunerberg het Oppidum Batavorum was, maar zoals W.Willems al bevestigde: "We hebben het er niet gevonden". Zie daarvoor ook Nijmegen in de tijd van Augustus?
24 Ceuclum= Cevelum Cuijk tussen 41 en 54 n.Chr. De Peutinger-kaart is een van de belangrijkste documenten voor het reconstrueren van het oude nederzettingspatroon in het Nederlandse rivierengebied. Dit is niet verwonderlijk, want natuursteen is er in Nederland niet en de grote rivieren wisselen zo nu en dan van koers. Indrukwekkende ruÔnes zijn zeldzaam, en we houden deze kaart over als we de contouren van het nederzettingspatroon willen begrijpen. Als we de Maas naar het zuiden oversteken, vinden we, op een afstand van drie mijlen of 6,6 kilometer, Ceuclum. De identificatie van Ceuclum met moderne Cuijk dateert uit de Renaissance en is veilig. (Dat de afstand tussen Nijmegen en Cuijk in feite zo'n 15 kilometer is, is niet echt zorgwekkend, want Cuijk staat correct afgebeeld ten zuiden van de Maas. Waarschijnlijk is er sprake van een schrijffout: III in plaats van VI). Uit deze tekst blijkt dat de Peutingerkaart de enige bron is waarop men deze beweringen baseert. Wat wel duidelijk wordt is dat de Patabus de Maas is en niet meer de Waal. De identificatie van Ceuclum met Cuijk wordt veilig genoemd, maar op grond waarvan? Wat is veilig bij etymologie? Twee overeenkomstige letters? Maar als er nu een Cevelum stond op de Peutingerkaart? Op Wikipedia draait men het daarom maar om en lezen we: 'Cuijk is afgeleid van het Keltische woord 'Keukja', wat 'kromming' of 'bocht' betekent. Dit duidt op de kromming of bocht in de Maas ter hoogte van Cuijk. 'Keukja' werd later door de Romeinen verbasterd tot 'Ceuclum', waaruit uiteindelijk de naam Cuijk ontstond'. Dit is echt een voorbeeld van 'krom' praten wat gewoon 'recht' is. Dat de afstand van 3 mijl tot Nijmegen verre van juist is, wordt afgedaan als een schrijffout. Met fouten verklaart historisch Nederland zijn opvattingen.
Het is natuurlijk interessant dat D.P.Blok (zie daar) in zijn Lexicon Kuik schrijft en als attestatie Ceuelum geeft. Blok verwijst naa de vermelding van Gysseling (zie daar), die in zijn Toponymisch Woordeboek schrijft het wellicht te lezen als Ceuclum; volgens Stolte (1957) te verbeteren in Ceudiaco.
25 Arenacum/Arenatium Rindern of Kleve-Qualburg herfst van 70 n.Chr.?? Het fort is niet geÔdentificeerd, maar er zijn veel Romeinse voorwerpen ontdekt en de stad heeft nu een museum genaamd Forum Arenacum.
Quadriburgium Qualburg of toch niet? na 70 n.Chr. Opgravingen nabij het dorp Qualburg, gelegen op een lage heuvel bij de Rijn, hebben Romeinse militaire aanwezigheid aangetoond na de Bataafse opstand (69-70 n.Chr.), maar het is niet duidelijk wat voor soort nederzetting dit was, hoewel het waarschijnlijk iets te maken met de verdediging van de Rijngrens.
26 Burginatium Alt-Kalkar tweede helft regering Tiberius (is na 26-37) De locatie, niet al te ver van de Rijn, is nog niet onderworpen aan grootschalig onderzoek, maar een proefopgraving (ťťn lange sleuf) heeft de positie van de muren op twee plaatsen en verschillende bezettingsniveaus vastgesteld. Het fort zelf lijkt tot het einde van de derde eeuw in gebruik te zijn geweest, maar verdwaalde vondsten suggereren dat de (burger) nederzetting pas in het eerste decennium van de vijfde eeuw werd verlaten. Hoeveel zekerheid kun je hieruit afleiden?
27 Colonia Ulpia Traiana Xanten 13/12 v.Chr. In 8 v Chr. werd de stam van de Sugambri gedwongen naar de westelijke oever te migreren, waar ze zich bij Castra Vetera vestigden. Deze Germaanse stam, nu bekend als Cugerni , stichtte de stad die later bekend werd als Colonia Ulpia Traiana. In de vierde eeuw vereerden de christenen Sint-Victor, die werd begraven op de begraafplaats ten zuidoosten van Tricesimae. In feite is de moderne naam Xanten afgeleid van Ad santos , "Nabij de heiligen". Deze naam is ook bekend uit het Nibelungen-epos, als de stad Siegfried. Dit is waarschijnlijk niet toevallig, want in de zesde eeuw was Xanten een kasteel van de Franken geworden en de naam Siegfried is mogelijk een vertaling van Victor (beide namen betekenen 'zegevierend', en zowel Victor als Siegfried stonden bekend als drakendoders). Als je in draken gelooft, mag je dit verhaal ook geloven. Echter St.Victor en St.Ursus zijn de heiligen van Saintes in Frankrijk, waar niet minder dan dan 25 plaatsen St. Victor, overwegend in het zuiden bestaan. De band van Xanten met de martelaren van het Thebaanse legioen en St. Victor moet als een mythe beschouwd worden, ondanks dat men in Xanten twee lijken, hoogstwaarschijnlijk uit de 4e eeuw heeft gevonden. Het genoemde Nibelungen-epos is een Diets (zie daar) epos uit Frans-Vlaanderen en helemaal niet uit Duitsland. Ook dit wijst weer duidelijk naar Frankrijk.
28 Castra Vetera Xanten-Birten 13/12 v.Chr. Veteribvs is Birten (FŁrstenberg) Xanten. In 13/12 gaf de Romeinse generaal Drusus, de stiefzoon van keizer Augustus, opdracht tot de bouw van Castra Vetera, een militaire basis die onderdak bood aan ten minste ťťn Romeins legioen . In de daaropvolgende jaren voerden hij en zijn broer Tiberius (de toekomstige keizer) campagne op de oostoever van de Rijn. In 8 v Chr. werd de stam van de Sugambri gedwongen naar de westelijke oever te migreren, waar ze zich bij Castra Vetera vestigden. Deze Germaanse stam, nu bekend als Cugerni, stichtte de stad die later bekend werd als Colonia Ulpia Traiana. Xanten was blijkbaar een uitvalsbasis van Drusus voor zijn veldtochten in Germania??
Bij Xanten doet zich een probleem met de Peutingerkaart voor. De plaatsen Colonia Traiana en Veteribus liggen er op XL mijl (=40 mijl = 60 km) van elkaar, terwijl Xanten en Birten slechts 5 km van elkaar liggen. Weer een schrifjfout op de Peutingerkaart? Ook als er XI heeft gestaan is de afstand (=11 mijl=16 km) nog te groot. Hoe betrouwbaar is de Peutingerkaart dan nog?
29 Calo ??? ??? Bekend uit schriftelijke bronnen, maar archeologisch nog niets van teruggevonden.
30 Asciburgium Moers-Asberg 12/11 v.Chr. Dit was ook een uitvalsbasis van Drusus voor zijn veldtochten in Germania??
31 ??? Werthausen onbekend
32 Gelduba Krefeld-Gellep waarschijnlijk tussen 12 en 9 v.Chr. Dit was ook al een uitvalsbasis van Drusus voor zijn veldtochten in Germania??
33 Novaesium Neuss ? Dit was ook een uitvalsbasis van Drusus voor zijn veldtochten in Germania??
34 ??? Reckberg midden 1e eeuw klein fort of wachttoren?
35 Burungum BŁrgel? 306-337 Volgens het Itinerarium Antonini bevond zich een Romeins fort genaamd Burungum in de buurt van Durnomagus; het is geÔdentificeerd met de Romeinse overblijfselen onder het middeleeuwse kasteel Haus BŁrgel (bij Monheim am Rhein), maar de identificatie is niet onomstreden. Ligt op de oostzijde van de Rijn doordat de Rijn zijn loop verlegd heeft.
36 Durnomagus Dormagen tussen 14 en 37 onder Tiberius of tussen 81 en 96? Durnomagus werd voor het eerst bezet door het Romeinse Eerste Legioen Germanica, dat ovens bediende tijdens het bewind van Tiberius (r. 14-37), net ten zuiden van het moderne Dormagen. Er is ook een begraafplaats uit deze tijd geÔdentificeerd. Een fort werd gesticht aan het begin van de regering van de Romeinse keizer Domitianus (r. 81-96)
37 Colonia Claudia Ara Agrippinensium Köln in 50 n.Chr. In 37 of 19 v. Chr. brachten de Romeinen de Ubians over van de oostelijke oever van de Rijn naar de westelijke oever, waar ze hun een stad gaven genaamd Ara Ubiorum, "altaar van de UbiŽrs". Aanvankelijk waren er twee legioenen op deze plek gestationeerd (de Negentiende was er een van), en na de slag in het Teutoburger Woud in 9, is bekend dat I Germanica en XX Valeria Victrix in Keulen zijn gebleven, maar na 28 jaar was de stad niet langer in gebruik als militaire nederzetting. In plaats daarvan werd het de hoofdstad van Germania Inferior en in 50 werd het gepromoveerd tot de rang van colonia en kreeg het een nieuwe naam: Colonia Claudia Ara Agrippinensium, wat 'de kolonie van Claudius bij het Altaar van de Agrippijnen' betekent - de laatste is de nieuwe naam van de Ubians, die Agrippina Minor , de vrouw van keizer Claudius , wilde eren . Ze werd geboren in Keulen in 15 of 16. De lange naam werd al snel afgekort tot CCAA. De nederzetting van de UbiŽrs was uiteraard geen Romeinse nederzetting. Waarom lieten de Romeinen die UbiŽrs niet aan de rechter rijnoever, waar ze geen enkel gevaar waren?
38 Divitia Köln-Deutz ca. 300 - ca. 415 n.Chr. De beschermer Viatorinus diende dertig jaar en werd vermoord door een Frank in het land van de barbaren, nabij Divitia. De plaatsvervangend commandant van het Divitiaanse garnizoen richtte dit monument op. Tevens werd er toen een brug gebouwd over de Rijn.
Ara Ubiorum? Köln-Alteburg 37 of 19 v.Chr. of 50 n.Chr. In 37 of 19 v. Chr. brachten de Romeinen de Ubians over van de oostelijke oever van de Rijn naar de westelijke oever, waar ze hun een stad gaven genaamd Ara Ubiorum, "altaar van de UbiŽrs". Aanvankelijk waren er twee legioenen op deze plek gestationeerd (de Negentiende was er een van), en na de slag in het Teutoburger Woud in 9, is bekend dat I Germanica en XX Valeria Victrix in Keulen zijn gebleven, maar na 28 jaar was de stad niet langer in gebruik als militaire nederzetting. In plaats daarvan werd het de hoofdstad van Germania Inferior en in 50 werd het gepromoveerd tot de rang van colonia en kreeg het een nieuwe naam: Colonia Claudia Ara Agrippinensium. De nederzetting van de UbiŽrs was uiteraard geen Romeinse nederzetting. Waarom lieten de Romeinen die UbiŽrs niet aan de rechter rijnoever, waar ze geen enkel gevaar waren?
39 Bonna Bonn 16-13 v.Chr. door Drusus. 10.v.Chr.: houten brug over de Rijn.
40 Rigomagus Remagen Augustuistisch? Op grond van dendrochronologisch onderzoek
Ad fines Vinxtbach 83 of 84 n.Chr. Voor de opvatting dat het in 58 v.Chr. door Julius Caesar gesticht zou zijn, ontbreekt elk bewijs.
41 Iuliacum Jülich 10 n.Chr.? Voor de opvatting dat het in 54 of 53 v.Chr. door Julius Caesar gesticht zou zijn, ontbreekt elk bewijs.
42 Coriovallum Heerlen De naam Coriovallum is slechts afkomstig van de Peutingerkaart, waarop echter Coriovallo staat.
43 Traiectum ad Mosam Maastricht Trajecto zijnde Maastricht staat niet op de Peutingerkaart.
44 Atuatuca Tungrorum Tongeren 54 v.Chr. De eerste archeologische aanwijzingen zijn uit 30 v.Chr. Voor de opvatting dat het in 54 v.Chr. door Julius Caesar gesticht zou zijn, ontbreekt dan ook elk bewijs. Ook het verhaal over de Eburones is speculatie.
45 Feresnes Stokkem?
46 Catualium Heel ?? ??
47 Blariaco Blerick 2e eeuw Er moet een fort geweest zijn, maar waar en wat precies blijven??
48 ??? Lottum ?? De opties Lottum en Blerick blijken gebaseerd op aangenomen opvattingen: suggesties?
49 Grinnes Rossum na 70 n.Chr.? Mogelijk na de Opstand van de Bataven??
??? Empel Dat het een heiligdom was is redelijk zeker. Wellicht gewijs aan de god Magusanus. We weten het niet.
50 Foro Adriani Arentsburg te Voorburg meteen na 70 n.Chr. Mogelijk na de Opstand van de Bataven.
51 Helinio??? Oostvoorne in 173? Chauchische zeerovers hebben dit fort aangevallen en vernietigd.
52 ??? Goedereede-Oude Wereld 173 n.Chr. Ook hier hebben Chauchische zeerovers dit fort aangevallen en vernietigd. Nu ergerns in zee.
53 Ganuenta Colijnsplaat Bij Colijnsplaat zijn altaarstenen gevonden van de godin Nehalennia. Daarover zijn meerdere verhalen bekend, Lees meer over Nehalennia.
54 ??? Walcheren-De Roompot
55 ??? Aardenburg na 170 n.Chr. In Archeobrief 2 van 2013 wordt vermeld dat uit pgravingen in de jaren zestig van de vorige eeuw bekend is dat Aardenburg een castellum heeft gehad, maar ook dat er meer zijn geweest, twee, mogelijk drie. Deze zijn in gebruk geweest tussen 170 en 190 na Chr. Aardenburg was voor de Romeinen van groot belang vanwege zijn ligging dicht bij de kust en de handelsroute.
56 ??? Maldegem 173 n.Chr. Chauchische zeerovers hebben dit fort aangevallen en vernietigd.
57 Fossa Corbulonis Kanaal van Corbulo Dat zou gegraven zijn ca. 47 n.Chr.
58 Fossa Drusiana Kanaal van Drusus Dat zou uit 12 v.Chr. stammen Het kanaal van Drusus wordt hier gelocaliseerd tussen Rijn en IJssel. Die opvatting is al vervangen door de locatie Utrechtse Vecht. Voor beide locaties ontbreekt elk archeologisch bewijs. Het zijn pure speculaties.
59 Ad Duodecimum ?? onbekend de locatie is nog steeds niet gevonden dus wordt er hevig over gespeculeerd. Een van die speculaties is het volgende: Ad Duodecimum betekent letterlijk vertaald: bij de twaalfde. Deskundigen denken dat deze naam een afstandsaanduiding is: de twaalfde mijlpaal. Op de Peutingerkaart is te zien hoe Ad Duodecimum ongeveer 40 kilometer verwijderd lag van Nijmegen in de Romeinse provincie Neder-GermaniŽ. De Peutingerkaart is echter bedoeld als reiskaart en is niet geografisch-getrouw. Het is meer een schematisch overzicht van het Romeinse Rijk met daarop afstanden tussen de steden genoteerd. Niet gedetailleerd genoeg om een verloren nederzetting terug te vinden dus.
Men denkt nu de locatie Dreumel en Alphen aan de Maas aan te kunnen wijzen. Een sterke aanwijzing dat het hier inderdaad Ad Duodecimum betreft, is het feit dat de vondst klopt qua afstanden met wat er op de Peutingerkaart vermeld staat. Bovendien bestaat een groot deel van de vondst uit bouwstenen. "Alleen de Romeinen bouwden in de eerste eeuwen van onze jaartelling met steen. En dat deden ze niet zomaar. Dat deden ze alleen voor een serieuze nederzetting, zeg maar een stad. Het is natuurlijk een megaontdekking, maar de meningen zijn nog verdeeld en we moeten verder onderzoeken. Toch durf ik met zoveel vondsten op deze plek en de afstanden op de Peutingerkaart die kloppen wel een voorschot te nemen." aldus Kerkhoven. In 2017 werden er in het gebied bij de Maas al resten gevonden van een Romeinse brug over de Maas. Ook is er een schepenkerkhof gevonden met schepen uit de Romeinse tijd, vroege en late middeleeuwen. Toen werd al vermoed dat Ad Duodecimum gevonden was. Nu is dat dus volgens Kerkhoven en zijn team vrijwel zeker. Kerkhoven: "We hebben hier zoveel Romeinse vondsten gedaan. Dit is een schot in de roos." De genoemde 40 km is onjuist. 12 mijl is 26 km. (12x2,2 leuga). Van Nijmegen naar Dreumel is 34 km. via Wijchem zelfs 36 km. dus teveel. Eerst de Peutingerkaart als niet getrouw afwijzen, om vervolgens met die niet getrouwe kaart je bewijs te leveren. En wat kun je bewijzen met een hoeveelheid bouwstenen, die misschien gewoon overboord zijn gevallen?


Hieronder de lijst van overige "Romeinse" archeologische locaties, waarvan geen Romeinse naam bekend is.
Deze locaties, waaronder enkele van groot belang, zijn ook niet te plaatsen in het traditionele Romeinse landschap van Nederland. De hele lijst is tevens een bevestiging dat de Peutingerkaart niet over Nederland gaat, immers deze plaatsen zijn daarop in het geheel niet te vinden.


Romeinse naam
Locatie?
Datering?
Verdere opmerkingen: wat is er precies gevonden en wat kun je daarmee aantonen?
a ?? Algemene opmerking . Van veel plaatsen waar enig Romeins gevonden is, gaat men er nogal snel vanuit dat het door de Romeinen is achtergelaten of dat er wel een Romeinse plaats geweest zal zijn. Fundamenten van een Romeinse villa (boerderij) worden al vlug geïnterpreteerd als die van een nederzetting, zelfs van een castellum, terwijl feitelijke bewijzen voor deze opvattingen ontbreken.
b ?? Ermelo, Romeins Marskamp. ?? Het marskamp in Ermelo ligt meerdere marsdagen van de Rijn wat zonder tussenliggend kamp ongebruikelijk was. Het is slechts op grond van een vergelijkbare vorm en omvang aan de Romeinen toegewezen. Was het wel een Romeins marskamp? Tijdens de vroege veldtochten richting Weser en Elbe, tot 47 AD, is Drenthe vermoedelijk door troepen bezocht; hierop wijzen echter alleen enkele muntvondsten.
c ?Levefanum? Rijswijk, inheemse Romeinse nederzetting? ca 70 n.Chr. Ook hier betreft het een 'weggespoeld' fort. De oude identificatie van Rijswijk met 'Levefanum', een plaats die bekend is van de Peutinger-kaart, blijkt niet correct te zijn; Levefanum is waarschijnlijk identiek aan Arnhem-Meinerswijk. Het fort bleef in gebruik en stond in de Merovingische en Karolingische periode bekend als Dorestad. Dit schrijft dus Jona Lendering op Livius.org.
d ?? Laat-Romeinse nederzettingen: Rhenen. Ewijk, Kessel, Asperden, Monheim, Rheinbrohl, Engers. ?? Ga je op zoek naar bewijzen voor die nederzettingen dan blijkt het te vaak om wat verkleuringen in de grond te gaan, wat scherven en enkele munten. Dat er ooit mensen gewoond hebben is niet het probleem, maar waren het Romeinen?
e ?? Een grafsteen te Dodewaard. ?? Met een Romeinse grafsteen ingemetseld in de kerk van Dodewaard, kun je ook niet aantonen dat die kerk dan wel door Romeinen gebouwd zal zijn.
f ?? Vondsten te Zaltbommel. ??
g ?? Een wachtpost te Heumensoord. ??
h ?? Grafheuvels te Boxmeer, Baexem en Grevenbicht.
i ?? De Romeinse weg bij Swalmen. ??
j ?? Een zandstenen reliŽf te Sint-OdiliŽnberg. ??
k ?? Romeinse villa te Kaalheide. ??
l ?? Romeins Maastricht. ??
m ?? Romeins Zuid-Limburg. ??
n ?? Romeinse mijlpaal en Romeinse weg te Rimburg. ??
o ?? Romeinse overblijfselen in BelgiŽ: Ath, Velzeke, Elewijt, Liberichies, Oudenburg. ??
p ?? Kneblinghausen, Holsterhausen, Oberaden, Anreppen. ??
q ?? Rijsbergen (N-B). ?? Altaarsteen van godin Sandraudiga, gevonden in buurtschap Tiggelt bij de aanleg van de E-10 in 1812.
r ?? Westerschouwen, Domburg, Brugge, Marquise, Deurne. ??
s ?? Lottum, Brühl-Villenhaus, Hüchelhoven, Hulsberg, Oreye-Bergilers, Braives, Taviers, Cortil-Noirmont, Liberchies, Morlanwelz, Givry, Bermerain, Courtrai, Echternach, Bavay, Famars, Cassel. ??
t ?? Andernach, Bitburg, Arlon, Jünkerath, Zulpich, Aachen, Jülich, ??

De Romeinse traditie in Nederland is gebaseerd op onjuiste veronderstellingen.

Het is niet de vraag of er Romeinen geweest zijn in Nederland en er allerlei versterkingen en forten hebben gebouwd, maar welke naam deze plaatsen gedragen hebben. Komen de Nederlandse vindplaatsen van Romeins overeen met de plaatsen op de Peutingerkaart? Of droegen deze versterkingen andere namen? En hoe komt de Nederlandse traditie overeen met andere bronnen?

Het belangrijkste uitgangspunt van de Nederlandse traditie is gebaseerd geweest op de verkeerde determinatie van de rivier de Renus. De R(h)enus werd traditioneel opgevat als de Nederlands/Duitse Rijn, waarlangs veel Romeinse overblijfselen zijn gevonden. De plaats Noviomagi van de Peutingerkaart werd sinds 1887 opgevat als Nijmegen. Immers in Nijmegen, dat volgens Willem van Berchen het Noviomagus van Karel de Grote zou zijn geweest, is ook veel Romeins gevonden. Men heeft ongenuanceerd en zonder enig bewijs deze drie veronderstellingen aan elkaar gekoppeld. Zo is de hele mythe rondom Romeins en Karolingisch Nederland en de overige daarmee samenhangende historie ťťn grote kluwen van geografische mythen geworden. Het draadje voor draadje ontrafelen van die kluwen is de grote verdienste van Albert Delahaye geworden.

Die Romeinse vindplaatsen worden door Albert Delahaye allerminst ontkent, wel de naam die erop geplakt is. Was de Renus wel de Nederlands/Duitse Rijn?
Julius Caesar noemt ca.50 vóór Chr. in zijn "De Bello Gallico" enkele volkeren die langs de Renus woonden en die hij overwonnen heeft, zoals de Cimbri. De Renus was een rivier die Julius Caesar met eigen ogen aanschouwd heeft. Tegenwoordig neemt niemand meer aan, archeologisch onderzoek heeft dat ook onweerlegbaar aangetoond, dat Julius Caesar in Nederland is geweest. Door Nederlandse historici (o.a. Byvanck en Van Es) wordt onderkend dat Julius Caesar met de Renus nooit de Nederlandse Rijn bedoeld kan hebben. Onlangs heeft Belgisch onderzoek aangetoond, dat Caesar zelfs niet eens in BelgiŽ is geweest. De Cimbri worden in de traditionele historie in het hoge noorden van Duitsland en werden zelfs in Denemarken geplaatst. Julius Caesar, noch enige Romein na hem, is zo hoog in Duitsland geweest, laat staan in Denemarken.
Zie bij Bevestiging, hoofdstuk 1: De Romeinen in Nederland. De vraag welke rivier Caesar bedoelde met Renus is dus zeer gerechtigd en cruciaal. Dat kan vooral aangetoond worden met mededelingen van andere klassieke schrijvers. Zie daarvoor bij Renus of (Renus).

Bekijkt men de vindplaatsen van Romeins in Nederland, BelgiŽ en Duitsland (langs de Rijn), dan kan slechts de conclusie zijn dat deze in het geheel niet overeen komen met de gegevens op de Peutingerkaart. Breidt men deze gegevens uit met die van het Itinerarium Antonini en de gegevens van Ptolemeus en Tacitus, dan krijgt men een viervoudige bevestiging van de onjuistheid van de Nederlandse determinaties.

De plaatsen die op de Peutingerkaart genoemd worden, waren belangrijke steden in het Romeinse Rijk aan het eind van de 4e eeuw. Behalve van militair belang, waren de genoemde plaatsen ook belangrijk vanwege de burgerlijke bewoning (het waren steden), als bestuurscentrum (waar in de Middeleeuwen ook andere bestuurseenheden zoals bisdommen en graafschappen e.d. uit ontstonden) en als handelsplaats gelegen aan belangrijke wegen. Het is met veel argumenten en zelfs bewijzen aan te tonen dat op de wegenkaart van het Romeinse Rijk uit de 4e eeuw geen enkel stuk grondgebied van Nederland meer staat afgebeeld. De opsomming hieronder is verre van compleet. In de boeken van Albert Delahaye zijn er vele meer te vinden.

Het grote misverstand is begonnen met de verkeerde interpretatie van de geschreven bronnen, met name van de "Commentarii de bello Gallico" van Julius Caesar en "Germania" van Tacitus. Leg je beide werken naast elkaar en vergelijk je deze met de traditionele geschiedenis, dan blijkt er erg veel in het tradionele plaatje totaal niet te kloppen. Op heel veel punten zijn de interpretaties van de historici, verblind als zij waren door het woordje Renus, totaal verkeerd gelocaliseerd. Dat blijkt niet alleen uit de studie van Albert Delahaye, maar ook uit de vele eigen interpretaties van de verscheidene historici. Op veel punten spreken zij elkaars mening en interpretaties tegen. van de "sterke traditie" blijft niet veel meer over. Een voorbeeld. Van Es (o.c.p.23) stelt dat de Morini met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet op Nederlands grondgebied woonden, de Menapii daarentegen zonder twijfel wel. Hij plaatst de Morini langs de kust van Vlaanderen, de Menapii in Zeeland en het westen van Noord-Brabant, even verder in zijn boek plaats hij deze rond Antwerpen (Van Es, o.c. p30). Van Es is het dus allerminst met zichzelf eens. Byvanck plaats beide volkeren in Nederland, de Morini in Zeeland en Zuid-Holland, de Menapii in het rivierengebied langs Maas en in Noord-Branbant. Echter op p.53 schrijft hij dat de Morini en Menapii op een afstand van 500 tot 600 km van de Veneti woonden. De Veneti waren de bewoners van Vannes in Bretagne. Cassel de hoofdstad van de Menapii (Castellum Menapiorum) ligt op 674 km van Vannes, Therouanne, de hoofdstad van de Morini, op 605 km. Beide afstanden zijn dus feitelijk al te groot, dus deze volkeren zouden eerder verder naar het zuiden hebben gewoond, dan naar het noorden in Brabant of Zeeland, dat ruim 850 km. van Vannes ligt. Ook Byvanck is het dus ook niet met zichzelf eens. Beide volkeren worden door de verkeerde locatie van de in het verslag van Caesar genoemde rivier de Renus, naar het noorden geschoven. Maak je van de Renus de Schelde, dan komt het verhaal van Caesar en dat van Tacitus wel overeen met de locaties.

Zie bij Dr. A.W. Byvanck en Dr. W.A. van Es

Argumenten en bewijzen die de traditionele Nederlandse opvatting weerspreken.

  1. Het is natuurlijk verre van wetenschappelijk de Peutingerkaart als een enkelvoudige bron te hanteren. De gegevens van de Peutingerkaart dienen gelegd te worden naast de andere klassieke bronnen, zoals het Itinerarium Antonini, de Geograaf van Ravenna en de gegevens van Tacitus, Plinius, Mela, Virgilius, Lucanus, Strabo, Julius Caesar, Ptolemeus en anderen. De samenhang tussen al deze bronnen is het sterkste punt in de visie van Albert Delahaye. Voeg je daar de gegevens van de middeleeuwse schrijvers aan toe, dan wordt het plaatje zo compleet, dat geen enkele twijfel blijft bestaan over de juistheid van de visie van Albert Delahaye. Juist door het misverstaan van de klassieke schrijvers is de mythevorming begonnen.
  2. Een voorbeeld naar aanleiding van de eerste opmerking. Volgens Strabo (Geographica, IV, 6, 11) liep de weg van Lyon naar de monden van de Renus over Beauvais en Amiens! Een andere route naar de Renus liep (vanuit ItaliŽ) door een bergpas van de Jura naar het land van de Lingones (Langres). Kan het nog duidelijker worden uitgedrukt dat die monden van de Renus dus in Noord-west Frankrijk lagen?
  3. Het is natuurlijk de grootste zotternij aller tijden dat Caesar, die aantoonbaar nooit boven de lijn Boulogne-Trier is geweest, zijn basis voor de aanval op Engeland, in de Nederlandse Betuwe zou hebben gelegd in plaats van op de plek "waar je de overkant kunt zien" en welke plaats momenteel nog de naam draagt "Camp de Cťsar". Aanvaarding van dit ene argument kegelt de hele Nederlandse traditie omver. Vandaar dat historici zich zo stug blijven vastbijten in de ontkenning. Immers zij doorzien levensgroot alle consequenties. Plaats je de Batua in Noord-west Frankrijk, dan is de Betuwe niet "Het Eiland van de Bataven", dan is de Rijn niet de Renus en dan gaat de hele Peutingerkaart naar Noord-Frankrijk, inclusief het Trajectum van St.Willibrord en het Noviomagus van Karel de Grote, en dan is het hele probleem van de mythen opgelost.
  4. Volgens de Nederlandse traditie zou de bovenste strook op de Peutingerkaart de Betuwe zijn. Naast de Betuwe ligt onmiskenbaar Noord-Frankrijk. Een overslag van ruim 300 km. treft men nergens anders aan op de Peutingerkaart, derhalve ook hier niet.
  5. Die overslag is niet aan te nemen, omdat belangrijke vindplaatsen van Romeins in BelgiŽ en Nederland, zoals Oudenburg of Maastricht, niet op de kaart staan. Bovendien missen we het noorden van Frankrijk op deze kaart, dat bij nadere beschouwing het "Nederlandse deel" blijkt te zijn.
  6. De hele Peutingerkaart is een sterk vertekende afbeelding van het Romeinse Rijk. De kaart is 34 cm hoog en bijna 7 meter lang en kon opgerold meegenomen worden op reis. Slechts de Betuwe zou het enige niet vertekende deel van de kaart zijn, immers het heeft in verhouding de juiste afmetingen op de kaart.
  7. Tegenover de mond(en) van de Renus ligt Kent in Engeland, precies zoals de schriftelijke bronnen dat vermelden. Het is uitgesloten dat hier de Rijn, die uitstroomde bij Katwijk, bedoeld zou kunnen zijn.
  8. De z.g. Limes Germanicus, de grens van het Romeinse rijk tussen, de naam zegt het al, de Germanen en GalliŽ lag nagenoeg op de plaats van de huidige taalgrens. Na het midden van de 3e eeuw verschijnen talloze berichten over versterkingen en uitbreiding van deze "Limes". De Romeinen waren toen reeds uit Nederland vertrokken. Plaatsing van deze versterkingen en deze Limes in het midden van Nederland is even absurd als de taalgrens er te willen plaatsen.
  9. Boven de Renus woonden Germaanse stammen, zoals de Chamavi (qui est Franci=die Franken zijn), de Aplivarii, de Cherustini en de Haelu. Deze stammen hebben nooit in Nederland ten noorden van de Rijn gewoond, maar woonden in Noord-Frankrijk.
  10. Het op de kaart genoemde Noviomagi wordt algemeen voor Nijmegen gehouden. Dat zou de enorme en absoluut onaanvaardbare consequentie inhouden dat Noyon, de koninklijke stad, een van de Civitates van het Romeinse Rijk, aan een knooppunt van minstens 7 wegen, gelegen aan de koningsweg van Rome naar Engeland, tussen Milaan en Boulogne, tussen Reims en Amiens, dan niet op de kaart zou staan.
  11. Belangrijke en zekere vindplaatsen van Romeins in Nederland, zoals Maastricht, Elst en Utrecht ontbreken op de kaart. Onbeduidende vindplaatsen als Cuijk, Rossum, Blerick, Heel en Smeermaas zouden er wel op staan!
  12. Maastricht, waar toch heel wat Romeins gevonden is, staat niet op de Peutingerkaart. De Romeinse weg tussen Atuaca en Cortovallio passeert Maastricht zonder het te noemen, terwijl Maastricht een belangrijkere Romeinse plaats was dan Tongeren of Heerlen. Daarom mag getwijfeld worden aan de locaties Tongeren voor Atuaca en Heerlen voor Cortovallio. Beide determinaties kunnen dan ook als foutief beschouwd worden: zie de uitgave "Peutingerkaart en Itinerarium Antonini van Frans Vlaanderen" van Albert Delahaye.
  13. Evenmin staat Elst, waar toch een (dubbele) Romeinse "tempel" is gevonden, waaruit op te maken is dat Elst een belangrijke Romeinse plaats is geweest, op de Peutingerkaart.
  14. In Romeins Nederland zijn slechts drie opgravingsobjecten (Utrecht, Vechten en Nijmegen) gevonden die men de titel van stad zou kunnen geven en geen 17 zoals de kaart wel dwingend illustreert.
  15. Nergens is bij opgravingen langs de Rijn een naam gevonden van de onderhavige plaats, behalve in Utrecht en Vechten. De gegeven namen van de verschillende opgravingslocaties heeft men afgeleid van de Peutingerkaart. Men heeft met de Peutingerkaart bewezen wat juist bewezen had moeten worden zonder die kaart.
  16. Utrecht droeg met zekerheid de naam Albiobola en niet de naam Trajectum. In tegenstelling tot hetgeen Van Es beweerde in "De Romeinen in Nederland", was er wel degelijk een echte colonia in Nederland. Utrecht droeg immers de naam "Colonia Albiobola Batavorum", een naam die eveneens in de Utrechtse bodem is teruggevonden. (Zie C.W. Vollgraff, Romeinse inscripties uit Utrecht, 1929). Dit gegeven zal men echter tevergeefs bij andere historici of archeologen zoeken, daar het de totale Nederlandse traditie omver kegelt, immers in het Romeinse Trajectum stichtte St.Willibrord zijn bisdom. Het is onaannemelijk dat Utrecht, dat na Nijmegen -gezien de archeologische vondsten- de belangrijkste Romeinse plaats is geweest in Nederland, niet op de Peutingerkaart staat. Dus is de Peutingerkaart niet van Nederland.
  17. Het is uitgesloten dat die Bataven in Utrecht dat buiten de Betuwe ligt een Colonia gesticht zouden hebben, als de Betuwe hun woongebied zou zijn geweest. Het is eveneens uitgesloten dat de Bataven in Nijmegen, dat ook buiten de Betuwe ligt, een Colonia gesticht zouden hebben als de Betuwe hun woongebied zou zijn geweest.
  18. De Peutingerkaart stamt uit het eind van de 4e eeuw, toen de Romeinen Nederland reeds meer dan een eeuw verlaten hadden. Het is uitgesloten dat er op een Romeinse wegenkaart nog een stuk prijsgegeven gebied zou hebben staan. De originele kaart is in elk geval getekend na het jaar 328, want de kaart noemt Constantinopel, dat in dat jaar gesticht werd.
  19. Boven het gedeelte waar Nijmegen zou liggen staat het opschrift "Francia" en daartoe heeft Nijmegen of welk deel van Nederland dan ook, nooit gehoord. Het gebruik van het woord Francia geeft overigens ook aan dat de kaart van eind 4e eeuw / begin 5e eeuw is. Ook de historici die Francia niet als opschrift maar als landstreek beschouwen, komen er niet verder mee. Ook al zou het een landstreek zijn, dan nog kan het niet op Nederland slaan, immers de Franken zaten in de 4e eeuw wat de Nederlandse traditie betreft tot ver ten zuiden van de Renus.
  20. Nijmegen ligt op de kaart aan de verkeerde kant van de Phatabus, wat volgens de Nederlandse traditie de Waal zou zijn. Daarom maken enkele historici van de Patabus ook de Maas, wat overigens geheel foutief is.
  21. Van de 17 plaatsen op de Peutingerkaart in Patavia afgebeeld, ligt er in de Nederlandse determinatie slechts ťťn in de Betuwe. Vandaar dat men dan Zuid-Holland en het land van tussen Maas en Waal gemakshalve ook maar tot de Betuwe rekent. Als je de Betuwe maar breed genoeg maakt, reikt het zelfs tot in Francia! Maar dan woonden de Caninefaten ook in Patavia, wat niet uit teksten af te leiden is.
  22. De "Brittenburg", een Romeinse vesting die momenteel in zee ligt, staat evenmin op de Peutingerkaart. Nu men van Lugdunum de Brittenbrg maakt natuurlijk weer wel, maar dan houdt men Katwijk en Leiden "over".
  23. De totale afstand van de twee Romeinse wegen in ons land is veel te groot. De weg Lugdunum - Noviomagus meet 74 mijlen ofwel 165 km, De afstand hemelsbreed van de kust naar Nijmegen is 110 km. Had de weg inderdaad dŠŠr gelopen, dan had men heel wat afwijkingen van de rechte lijn moeten maken. Een bewijs dat de weg niet in Nederland past, want men heeft deze weg in Nederland altijd nagenoeg recht langs de Oude Rijn gerecontrueerd.
  24. De onderste weg past met 88 mijlen ofwel 196 km evenmin tussen de kust en Nijmegen. De weg is liefst 76 km te lang, teveel zelfs voor de "omweg" via Voorburg en Rossum.
  25. Hetzelfde geldt voor de 2 wegen van Noviomagus naar Agripina, in de Nederlandse traditie Nijmegen en Keulen. De bovenste weg, waar ťťn afstand tussen 2 plaatsen zelfs ontbreekt, geeft de kaart een totaal van 206 km. De onderste weg geeft een totaal van 252 km. terwijl de afstand Nijmegen Keulen ca. 150 km bedraagt. En dat terwijl de Peutingerkaart eerder de neiging heeft te weinig dan te veel kilometers te geven. Het is wel duidelijk dat beide wegen daar niet gelopen hebben.
  26. Colonia Trajana en Veteribus worden in de Nederlandse traditie beiden als Xanten opgevat, terwijl er een afstand van 40 mijlen ofwel ruim 80 km. tussen ligt. Zo raak je de overtollige kilometers (zie vorige opmerking) wel snel en makkelijk kwijt. Echter dit heet geen wetenschap, maar gesjoemel.
  27. J.H.F.Bloemers e.a. slaat in het boek "Verleden Land", Archeologische Opgravingen in Nederland (1981) de onderste weg "gemakshalve" over. Dat overslaan was en is wel vaker de algemene werkwijze van de Nederlandse historici en archeologen. De feiten die de traditie tegenspreken niet noemen en voor het publiek verborgen houden, is al langer het grootste probleem bij het vaststellen van de juiste geschiedenis van ons land.
  28. Van de onderste weg wordt overigens geen enkele determinatie gegeven die voor stad zou kunnen doorgaan en die bevestigd wordt door de archeologie. Men heeft in historisch Nederland dus altijd geschermd met een "halve" Peutingerkaart.
  29. Tot verbijstering van velen heeft men ook nooit een Romeinse weg aangetroffen waar die volgens de kaart wel gelopen zouden moeten hebben. Vanuit Nijmegen zouden minstens 4 wegen gelopen moeten hebben. Ze zijn nooit gevonden. Het korte stukje Romeinse weg dat in Leidsche Rijn is gevonden, weerlegt dit evenmin. Immers tussen de Romeinse plaatsen die in Nederland gelegen hebben en gevonden zijn, zal ook zeker een weg gelegen hebben. Echter dit was geen weg van de Peutingerkaart.
  30. Ook van de 2 wegen die gelopen zouden hebben tussen Nijmegen en Keulen, heeft men geen meter teruggevonden, niet in Nederland, evenmin in Duitsland.
  31. Etymologisch is er geen verband aantoonbaar tussen de verschillende Romeinse en tegenwoordige namen van Katwijk, De Woerd, Roomburg, Alphen, Zwammerdam, Woerden, Vechten, Wijk bij Duurstede, Kesteren, Meinerswijk en Arentsburg.
  32. De vignetten in het zogenaamde Nederlandse gedeelte op de Peutingerkaart vinden geen bevestiging in de gevonden archeologische relicten. Bij Nijmegen zou dat nog te verdedigen zijn, bij Lugdunum (Katwijk?) en Praetorium Agrippina (Valkenburg) is dat niet aannemelijk te maken. Praetorium Agrippina staat als grote badplaats aangeduid. Daarvan is bij Valkenburg geen enkele sprake geweest. Er is geen bron, en zeker geen warme bron, te bekennen. Er is ook nimmer een badgebouw, of resten daarvan, gevonden.
  33. De onvindbare plaatsen Flenio, Tablis, Caspingio, Grinnibus en Ad Duodecimum zijn evenveel bewijzen tegen de Nederlandse opvatting.
  34. Evenmin is het bestaan van de Romeinse plaatsen in de 4e eeuw aangetoond. Sterker, het staat archeologisch vast (zie Van Es, De Romeinen in Nederland blz. 52, 80, 82, 100, 116, 121, 125, 127, 131, 228, 232, 243, 257 ) dat deze plaatsen niet meer bestonden na 270. Plaatsen die niet meer bestaan, zullen ook niet op een wegenkaart gestaan hebben.
  35. De determinatie van Maurik als het antieke Manaricium, dat overigens niet op de Peutingerkaart staat, is "bewezen" met een "aangespoelde" bronzen emmer die uit de Rijn is opgebaggerd. Verder is er niets Romeins gevonden. Deze determinatie illustreert het niveau van de Nederlandse archeologie: aangespoeld!
  36. Indien de weg van Maurik over Kesteren naar Xanten liep, dan rijst de vraag waarom aan deze weg, die in het Itinerarium Antonini genoemd wordt, dan Nijmegen, dat toch een belangrijke plaats was, ontbreekt. Ergo liep de weg van Mannaricium naar Vetera niet door Nederland of Duitsland.
  37. De opgravingen te Velsen (I en II) passen ook niet binnen de aangenomen geschiedenis in Nederland van de Peutingerkaart.
  38. Evenmin past Castellum Flevum, de tempelcomplexen te Domburg en Colijnsplaat, de Romeinse versterking bij Aardenburg, de Romeinse tempels te Elst of het marskamp bij Ermelo op de Nederlandse interpretatie van de Peutingerkaart.
  39. Over de volkeren die op de Peutingerkaart ten noorden van de rivier de Renus worden genoemd (Chamavi, Cherustini, Aplivarii en Haelu(sii)), heeft men in Nederland altijd wazig gedaan. Enkele van deze volkeren heeft men in Noord- en Midden-Duitsland geplaatst, echter zonder deze determinatie toe te lichten. Meestal werden deze volkeren verzwegen. Deze volkeren waren respectievelijk de bewoners van Camphin, Chťrisy, Haplincourt en Halluin of Hellusii (bij Lens).
  40. Het blijft ook opvallend dat de verschillende historici en archeologen steeds eigen determinaties hebben van plaatsen die op de Peutingerkaart worden genoemd. Van Castra Herculis bestaan zelfs 24 verschillende locaties in Nederland, allen "bewezen" met "doorslaggevende" argumenten. De Belgische "traditie" komt ook niet overeen met de Nederlandse. Zo wordt Feresne (aan de weg van Noviomagus naar Agripina) in Nederland opgevat als Smeermaas (dat in BelgiŽ ligt), terwijl de Belgische traditie er Dilsen van maakt.
  41. Alle wegen op de Peutingerkaart lopen van oost naar west. Dat leek ook mooi te passen met de 2 wegen in de Patavia en de Nederlandse Betuwe. In werkelijkheid liepen wegen natuurlijk ook van noord naar zuid. Dat is aan te tonen allereerst met de logica (nergens ter wereld lopen immers alle wegen in een land van oost naar west) en met zekere determinaties zoals de weg van Bavay (Bacaco) naar Reims (Durocorturo), die op de Peutingerkaart van west naar oost loopt, maar in werkelijkheid van noord naar zuid. Er zijn meerdere voorbeelden te geven. Ook de wegen in de Patavia hebben in werkelijkheid natuurlijk niet alleen van oost naar west gelopen.
  42. Kort na het jaar 250 na Chr. zijn de Romeinen abrupt en spoorloos uit Nederland verdwenen, welk einde van de Romeinse occupatie afdoende door de archeologie wordt bevestigd. Geheel aanvaardbaar is, dat bijvoorbeeld te Nijmegen en te Xanten af en toe nog een Romeinse post heeft gelegen; in het laagland van Nederland echter was de Romeinse bezetting definitief ten einde. Daarna blijven bij de klassieke schrijvers de berichten doorgaan over de Bataven, de Frisones, de Vahalis en de Renus. Niet dat deze namen een enkele keer per toeval worden genoemd, maar in die zin dat de bemoeiÔenis van de Romeinen met de Bataven en de Frisones op gelijke manier als voordien blijkt voort te gaan, zonder dat ook maar de geringste opmerking wordt gemaakt dat zich iets zou hebben voorgedaan. In Nederland had zich inderdaad iets voorgedaan, namelijk de inname van het land door een grote overstroming, die er met op- en neergangen zou gaan voortduren tot in de 10e eeuw. Het heeft de Romeinen zó weinig geraakt (in het gehele rijk was dit niet van belang) dat ze er niet eens een bericht over gegeven hebben. Er zijn bewijzen genoeg dat de Bataven, de Frisiones, de Renus en de Vahalis vóór de 3e eeuw niet in Nederland geplaatst kunnen worden; het volhouden van die mythen tussen de 3e en de 10e eeuw is geen vergissing doch een volkomen ontkennen van de heldere feiten van de archeologie, stratigrafie en het meest elementaire bronnenonderzoek.

    Bekijk onderstaande kaart van de "Verspreiding van Romeinse Villa's in BelgiŽ" . Het blijkt dat van de ruim 300 villa's er slechts een 30 boven de taalgrens liggen. Dat is nog geen 10%. Het gebied boven de taalgrens in BelgiŽ sluit feilloos aan bij de situatie in Nederland waarin slechts een 25-tal villa's teruggevonden zijn. De taalgrens (op de kaart de lijn -l-l-l-l- ) bevestigt het gelijk van Albert Delahaye op een onmiskenbare en niet te weerleggen wijze.



    Kaart uit "De Romeinsche villa's in BelgiŽ", Dr. R. de Maeyer, Antwerpen, 's Gravenhage 1937.
    Klik op de kaart voor een vergroting.

Voor de gegevens van de Nederlandse traditie op deze bladzijden is gebruikt gemaakt van de volgende bronnen. Waar de bronnen elkaar tegenspreken is dat vermeld.
De onderstreepte titels zijn als de belangrijkste bronnen gehanteerd. Bij de laatstgenoemde publicatie wordt ook verwezen naar de website www.limes.nl. Iedereen die moeite heeft met de visie van Albert Delahaye raad ik aan deze website eens te bezoeken en de informatie kritisch te lezen. Bij belangrijke plaatsen die op de Peutingerkaart staan, is de determinatie trefzeker omschreven met "alles is weggespoeld". De plaats heeft volgens de informatie dus wel bestaan, maar er is niets van teruggevonden, want alles is weggespoeld. Op grond waarvan men dan weet dat die plaats bestaan heeft en hoe men ooit tot die bepaalde determinatie gekomen is, wordt maar niet vermeld.

Op de website www.limes.nl wordt de Limes als volgt geintroduceerd: "De Nederlandse Limes, ooit onderdeel van de noordgrens van het Romeinse Rijk, is nu het grootste archeologische monument van Nederland. Onzichtbaar, sluimerend in het landschap, deels verwoest of weggespoeld in de drassige Hollandse bodem".

Ook in andere publicaties is het verhelderend wat men wel, maar vooral wat men niet noemt.
R.H.J.Klok noemt van de plaatsen langs de "Limes", de bovenste weg op de Peutingerkaart, slechts Katwijk, Valkenburg, Zwammerdam, Utrecht en Nijmegen. Van de onderste weg noemt hij alleen Voorburg. De overige 11 (elf.) plaatsen van de Peutingerkaart slaat hij gemakshalve maar over. Bloemers (e.a.) noemt van de plaatsen langs de "Limes", de bovenste weg op de Peutingerkaart slechts Valkenburg, Zwammerdam, Nijmegen, Van de onderste weg noemt hij alleen Rijswijk (Z.H.), De overige 13 (dertien.) plaatsen slaat hij over.

Dit "overslaan" is wel meer de gebruikelijke werkwijze van historisch en archeologisch Nederland. Zo overtuigend is de Nederlandse determinatie dus niet.
Terug naar boven.