De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Melis Stoke.



Melis Stoke (Zeeland (?), ca. 1235 - na mei, ca. 1305) was een Nederlands schrijver uit de 13e eeuw. Stoke werd vermoedelijk in Zeeland geboren, ca. 1235. Hij is rond 1305 gestorven. Hij schreef vanaf 1290 in het Middelnederlands een kroniek op rijm over het graafschap Holland. Een van zijn werken, een van de eerste boeken in het Nederlands, heet Rijmkroniek. Daarin staat het verhaal over de moord op Floris V. Stoke baseerde zich op geschreven bronnen, getuigenverklaringen en eigen waarnemingen. Onder hedendaagse historici staat hij echter niet bekend om zijn historische betrouwbaarheid.
Stoke was een klerk in dienst van Floris V. Mogelijk was hij een monnik, omdat de lees- en schrijfkunst destijds hoofdzakelijk in kloosters werd onderwezen. Het is bekend dat hij enige tijd in dienst was van de stad Dordrecht.

De visie van Albert Delahaye.
Met Melis Stoke begint al de grote en fundamentele spraakverwarring in de geschiedenis van Nederland. Het is opmerkelijk wat Stoke zelf schreef en wat de historici er later van gemaakt hebben. Bij Stoke is nog heel goed waarheid van mythe te onderscheiden. Zo noemt Stoke dat Willibrord aan de Schelde predikte (waarheid) en later in Utrecht aartsbisschop (mythe) werd. Ook Bonifatius noemt hij die in Dockinghen gedood werd. Waarheid als je daaronder Duinkerke en niet Dokkum verstaat. Maar Stoke noemt over de Romeinse tijd nergens de Bataven of de Caninefaten. Ook noemt hij de Noormannen of het Almere niet, terwijl hij toch de strijd tussen Holland en Friesland noemt en over Utrecht schrijft. De topografische gegevens die hij noemt zijn nog nooit verder onderzocht. Waar lag bijvoorbeld Zuuthardeshage, dat ook in andere bronnen wordt genoemd? Zuuthardeshage, al wil ik niet beweren dat dit de naam is van de nederzetting te Wijk bij Duurstede, en de meer dan 25 andere nog nooit gelokaliseerde en geïdentificeerde plaatsen, die men bij Melis Stoke, in oorkonden en goederenlijsten vindt, moeten eens onderzocht worden op de ware topografie en toponymie van Nederland. Zuuthardeshage dringt zich in dit verband wel op. Johannes Beka, einde 14e eeuw, zegt eindelijk: "Wijk, vulgariter genoemd Duursteden".

Melis Stoke was tegen eind 13e en begin 14e eeuw klerk op de grafelijke kanselarij van Floris V en Willem III. Hij is de eerste Hollandse schrijver die over Willibrord bericht. Voor hem komt -zover bekend- het woord Willibrord in geen enkel ander Hollands geschrift uit die tijd voor. Met andere woorden: zelfs voor een dermate centraal punt van de zogenaamde Hollandse geschiedenis kan men niet wijzen op een traditie. Want wie wil beweren dat een feit uit 690, dat pas in 1289-1305 voor het eerst werd vastgelegd, door de traditie wordt gedekt? Pas tegen het midden van de 12e eeuw was door toedoen van de abdij te Echternach de mythe opgedrongen dat Willibrord als apostel van de Fresones (Vlaanderen) te Utrecht zou hebben gezeteld. Ook Stoke heeft zijn wijsheid onmiskenbaar geput uit Echternachse geschriften en met name uit Theofrieds Vita van Willibrord. De daarin verkondigde mythe werd vooreerst in kerkelijke kringen slechts zeer aarzelend overgenomen en door de abdij van Egmond lange tijd doodgezwegen of zelfs uitdrukkelijk afgewezen. Pas begin 14e eeuw (om precies te zijn in 1301) heeft de kerk van Utrecht de volgende stap gezet door in Echternach 'relieken' van de heilige te vragen, met de mededeling 'dat men er nog geen heeft'. Daarna is de cultus van Willibrord wat breder bekend geworden, al heeft dit nooit geleid tot een meer algemene en brede volksdevotie. In Utrecht, maar ook in Friesland heeft vóór de 19de eeuw geen enkele kerk St.Willibord, toch de 'de apostel van Friesland', als patroon.

Willibrord is altijd een heilige van de 'geleerden' gebleven en is er nooit een geworden van het volk, alsof dit intuitief heeft aangevoeld dat er iets mis was met die eerste apostel van Nederland. In dit verband moet er ook op gewezen worden dat de figuur van Bonifatius, meer dan Willibrord, bekend raakte en algemener werd aangehaald; waarschijnlijk ook omdat de legende van diens marteldood te Dokkum sterker tot de verbeelding sprak en men er de Friezen zelfs verholen prat op zag gaan, dat zij een beroemde martelaar aan de Kerk zouden hebben geschonken. Ook uit de bronnen krijgt men trouwens sterk de indruk dat de legende van Bonifatius te Dokkum eerder, of althans met meer overtuiging dan die van Willibrord, is ingevoerd; al kan dit niet met sluitende teksten bewezen worden, alleen reeds omdat tal van teksten niet nauwkeurig te dateren zijn.

Er moet dus een groot vraagteken gezet worden bij de constatering dat de idee van Willibrord als bisschop van Utrecht grif in kerkelijke kringen aanvaard zou zijn. Het spreekt immers boekdelen dat in de Annalen van Egmond (voor Melis Stoke de enige oudere bron van de Hollandse geschiedenis) geen vermelding van Willibrord voorkomt: en dit terwijl de abdij met de oude akten van Traiectum heel het Cartularium van Radboud in huis had. Die Annalen dateren vermoedelijk uit de 11e eeuw en zijn door verschillende schrijvers tot in de 13e eeuw bijgehouden en aangevuld. De eerste versie is uitgebreid met soms betrekkelijk onbelangrijke feiten. Maar geen van de opeenvolgende schrijvers heeft een reden gezien om de eerste bisschop "van Traiectum" te vermelden of zelfs maar diens naam er achteraf bij te schrijven. Er blijft derhalve maar één conclusie: tussen de 11e en de 13e eeuw bestond in Egmond allerminst de overtuiging dat het Cartularium betrekking had op Utrecht. En de opeenvolgende schrijvers van de Annales huldigden kennelijk niet de mening dat Willibrord iets met Holland uitstaande had. Uiteraard is niet elke overslag een bewijs; doch deze van de Annalen van Egmond kan men niet afdoen met een dooddoener. Daarbij komt dat prof.L.J.Rogier in 1945 schreef: "Het is opvallend dat vóór 1559 van enige officiële verering van Sint Willibrordus, Sint Bonifatius en andere geloofsverkondigers geen sporen te vinden zijn. Van devotie tot Willibrord, Servatius, Bonifatius, Lebuinus, Plechelmus, Odulphus, Jeroen of andere Nederlandse heiligen vernemen wij in de middeleeuwen niets".

Melis Stoke, in dienst van Willems zoon Floris V (zie tekst hierboven), heeft een heroïeke vaderlandslievende versie beschreven over opstandige Westfriezen en verraderlijk ijs. Het is het verhaaltje over opstandige Friezen, zoals we dat kennen uit de schoolboekjes (en niet uit de schoolboekjes alleen!). De naam Friezen werd pas in 1165 voor het eerst in Nederland toegepast (anderhalve eeuw eerder waren ze er reeds als bewoners van Munna). De Fresones echter die in de 8e eeuw of daaromtrent een kerkje in Rome kregen en al bij het begin van onze jaartelling de Flevumstreek bewoonden waar zij hun latere naam 'Flelanders, Flamands, Vlamingen' aan ontleenden, zijn een oud gegeven. En men dient zich wel te realiseren dat de Friezen-in-Nederland een geheel nieuw gegeven vormen. In hoeverre deze nieuwkomers door hun herkomst al dan niet een band hebben gehad met het klassieke Fresia, zal voortgezet onderzoek moeten uitwijzen. Een waardevolle bijdrage daartoe is de toponymie van de huidige als Fries aangemerkte plaatsen en streken te vergelijken met de plaatsnamen van het oude Fresia (zie daarvoor De Ware Kijk Op p.444 t/m 476). Lees meer over de Friezen.



Kop van het artikel.
de tekst wordt verdeeld in twee kolommen.
De rand om een element geef je een andere kleur dan de voorgrondkleur met de border of de border-color eigenschap.
Kop van het artikel.
De tekst wordt verdeeld in twee kolommen.
De rand om een element geef je een andere kleur dan de voorgrondkleur met de border of de border-color eigenschap.



Wat weten we uit de klassieke teksten?


De Fundamentele verwarring: Nijmegen of Noyon?




Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.