Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Romeins Nijmegen boven het Maaiveld.

Romeins Nijmegen boven het maaiveld. Uitgave Museum Het Valkhof Nijmegen, geschreven door Annelies Koster, Kees Peterse, Louis Swinkels, 2002.


Het is duidelijk dat van Romeins Nijmegen boven het maaiveld niets te zien!

De titel van dit boek wordt dan ook allerminst bevestigd door de inhoud.

Het volgende citaten spreken voor zich:
"De stad die heel graag de oudste stad zou willen zijn is Nijmegen. Helaas voor Nijmegen is dit vooral een idee van de afdeling citymarketing en de lokale archeoloog."
"In het huidige Nijmegen zijn dan ook geen resten meer te vinden van de oudste Romeinse bewoning."

"Bovengronds is van het kamp helaas niets meer te zien" (p.20).

Het is een bekend feit dat van Romeins Nijmegen, dat zeker bestaan heeft, niets boven het maaiveld is teruggevonden. "Van een zichtbaar Romeins Nijmegen rest ons niets", constateerden meerdere historici in het verleden al. Zie bij Romeins Nederland.
In dit boek komen veel verhullende opmerkingen voor dat er in Nijmegen boven het maaiveld gewoon niets is teruggevonden. Verwijzingen naar het Archeon zijn daarin wel tekenend. Het citaat "Het is een schril contrast van wat we weten over Romeins Nijmegen en wat we er van kunnen zien" (p.5) is toch wel duidelijk. Hoe het er ooit uitgezien kan hebben is natuurlijk leuk en aardig, maar met reconstructies bewijs je niets van de oorspronkelijke situatie. Daar is meer voor nodig.

De volgende citaten uit dit boek spreken duidelijke taal:
  • Van de stad Noviomagus is pas de afgelopen twintig jaar door opgravingen meer bekend geworden (p.6).
  • Van de gebouwen is over het algemeen maar heel weinig bewaard gebleven en in beginsel zullen we nooit weten hoe ze er precies hebben uitgezien (p.6).
  • Van de Romeinse stad Noviomagus is weliswaar nog betrekkelijk weinig bekend (p.7).
  • Bij opgravingen bleek dat van het praetorium als ruimtelijk bouwwerk zo goed als niets bewaard was gebleven (p.10).
  • In 1916 ontdekte stadsarchivaris M.DaniŰls bij toeval de eerste sporen, waarna de Leidse archeoloog J.H.Holwerda tussen 1917 en 1921 enkele kleine opgravingen uitvoerde (p.20).
  • Dankzij deze lange reeks van opgravingen behoort de Nijmeegse legioensvesting inmiddels tot de best onderzochte van het Romeinse rijk. Bovengronds is van het kamp helaas niets meer te zien (p.20).
  • In de tweede helft van de 2e eeuw hebben de Romeinen de legerplaats op de Hunerberg voorgoed opgegeven (p.20).
  • Het (Romeinse) hoofdkwartier (in Nijmegen) was vermoedelijk het meest monumentale bouwwerk dat de Romeinen gedurende ruim vier eeuwen in Nederland hebben opgericht. En het zou nog meer dan 1000 jaar duren voordat hier in de late middeleeuwen in de vorm van de grote kerken en kathedralen opnieuw gebouwen van een vergelijkbare omvang zouden verrijzen (p.24).

    Uit deze opmerking blijkt al dat er van enige continu´teit geen sprake is. Ook wordt hiermee erkend dat er nooit een paleis van Karel de Grote heeft bestaan!

  • Tijdens de sloop en bij het transport van de gesloopte bouwmaterialen zijn kleinere brokstukken kennelijk verspreid geraakt. Ze zijn bij de opgravingen dan ook lang niet altijd gevonden op de plek van de gebouwen waarvan ze ooit deel uitmaakten (p.25).
  • Hoe Romeins Nijmegen eruit gezien zou hebben wordt in de hierna volgende pagina's beschreven. Met woorden als 'twee veronderstellingen', 'niet zeker', 'wel een idee', 'waarschijnlijk', veronderstellen', 'kunnen hebben' wordt de nodige twijfel al aangegeven. Er is dus helemaal niets zeker, laat staan vastgesteld boven het maaiveld.

    Vergelijkingen met andere Romeinse plaatsen als Valkenburg, Kaalheide, Mook en het Archeon (sic!), vormen geen enkel bewijs ten gunste van 'Romeins Nijmegen boven het maaiveld'. Dat Romeins Nijmegen het best onderzocht is van het hele Romeinse rijk is schromelijk overdreven. Het toont wel de instelling van de auteurs (Annelies Koster, Kees Peterse en Lousi Swinkels) aan. Ze willen kost wat kost het gelijk van hun uitgangspunten bevestigd zien.

    Commentaar op de zinnen hierboven: het woord 'opgravingen' geeft al meteen feilloos aan dat er dus boven het maaiveld niets van te zien was en is. Verder geven woorden als 'maar heel weinig' , 'in beginsel' , 'weliswaar nog betrekkelijk weinig' en 'zo goed als niets' zijn gebruikt om te verhullen dat er gewoon niets gevonden is en er niets van bekend is. Uit enkele citaten blijkt ook dat er van enige continu´teit in Nijmegen geen enkele sprake is. Dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is, wordt door deze auteurs weersproken. Leest men in Nijmegen de eigen publicaties niet?

    De visie van Albert Delahaye.
    Romeins Nijmegen heeft zeker bestaan, al willen sommigen hem wel eens verwijten dat hij Romeins Nederland zou ontkennen. Het grote probleem is dat men tussen Romeins Nederland en Middeleeuw Nederland continu´teit verondersteld. Die continu´teit bestaat niet. Na het vertrek van de Romeine rond 260 n.Chr. nam ook de bewoning dermate af dat een leeg land overbleef. Pas in de 10e eeuw kwam langzaam vanuit het zuiden weer wat bewoning op gang waarbij de ontginningen en later de bedijkingen noodzakelijke werkzaamheden bleken. Deze werken werden georganiseerd door de kloosters, aanvankelijk in Zeeland, later in Holland en Friesland. Dat er ook in die tussenliggende periode bevolking heeft rondgetrokken in het sompige en moerassige land, zal zeker niet ontkend worden. Maar van grotere nederzettingen, laat staan een stad, was in totaal geen sprake.
    Uit eigen publicaties in Nijmegen blijkt al dat er van continu´teit geen enkele sprake is. Uit een mededelingen van het (voormalig) Nijmeegs museum Commanderie van St.Jan (nu museum Het Valkhof) blijkt dat Nijmegen (en ik citeer) "als stad ten onder is gegaan aan het eind van de derde eeuw en er pas in de 13e eeuw weer een nederzetting van enige omvang was". Wie houdt nu wie voor de gek?
    Hoe meer Romeins in NIjmegen wordt opgegraven, des te meer wordt bevestigd dat er geen Merovingisch of Karolingisch gevonden wordt. Dat hoort immers boven het Romeins te zitten en dus eerder gevonden te worden. Zou dat Merovingisch of Karolingisch gevonden worden, dan zou het breeduit in alle media verkondigd worden. Maar wat dat betreft blijft het veelzeggend stil vanuit Nijmegen.



    Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

  • Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.