Wolfert S. van Egmond, Utrechts Oudste kerk en Dagobert. Vraagtekens bij een briefe van Bonifatius, in Millennium tijdschrift voor middeleeuwse studies. Jaargang 24 (2010), nr.2.

Wolfert van Egmond, Utrecht's oldest church and Dagobert. Questions concerning a letter by Boniface.
This article critically re-examines the letter concerning the Church of Utrecht that Boniface sent to Pope Stephen 11 (752-757) shortly before his death on 5 June 754. Several new interpretations are presented here regarding the information provided by this document for the earliest ecclesiastical history of Utrecht. First, it is argued that Boniface may have been responsible for the conflict described in this letter. The conflict with the bishop of Cologne was about the possession of a church in Utrecht, said to have been donated to Cologne by King Dagobert. It is further argued that Cologne's claims were not substantiated by a royal charter, but were common knowledge in Utrecht at the time. This does not only cast a different light on Boniface's actions, it might also mean that the identity of the royal donor was not as unproblematic as historians have assumed. The donor might even not have been a king called Dagobert. However, if the name is correct, a closer look at the evidence suggests that Dagobert II (676-679) is as good a candidate as Dagobert I (623-638/639), who is normally thought to have been the donor.This last interpretation would remove a vital piece of evidence for the hypothesis that the Frankish kings lost effective control over the region of Utrecht and Dorestad in the middle of the seventh century.

In dit artikel wordt opnieuw kritisch gekeken naar de brief over de Kerk van Utrecht die Bonifatius kort voor zijn dood op 5 juni 754 naar paus Stefanus 11 (752-757) stuurde. Hier worden verschillende nieuwe interpretaties gepresenteerd met betrekking tot de informatie die dit document voor de vroegste jaren verstrekte kerkelijke geschiedenis van Utrecht. Ten eerste wordt betoogd dat Bonifatius mogelijk verantwoordelijk was voor het conflict dat in deze brief wordt beschreven. Het conflict met de bisschop van Keulen ging over het bezit van een kerk in Utrecht, die door koning Dagobert aan Keulen zou zijn geschonken. Verder wordt aangevoerd dat de beweringen van Keulen niet werden onderbouwd door een koninklijk charter, maar destijds algemeen bekend waren in Utrecht. Dit werpt niet alleen een ander licht op de daden van Bonifatius, het zou ook kunnen betekenen dat de identiteit van de koninklijke schenker niet zo onproblematisch was als historici hebben aangenomen. De donor was misschien niet eens een koning genaamd Dagobert. Als de naam echter correct is, wijst een nadere beschouwing van het bewijsmateriaal erop dat Dagobert II (676-679) een even goede kandidaat is als Dagobert I (623-638/639), van wie normaal gesproken wordt aangenomen dat hij de donor was. De laatste interpretatie zou een essentieel bewijsstuk verwijderen voor de hypothese dat de Frankische koningen in het midden van de zevende eeuw de effectieve controle over de regio Utrecht en Dorestad verloren.