Romeinse mijlpaal
Monster of Naaldwijk (Zuid-Holland), 162 n.Chr., h. 2,05 m
De tekst op de mijlpaal luidt in vertaling: Aan keizer Marcus Aurelius Antoninus, opperheerser, hogepriester, voor de zestiende maal volkstribuun, voor de derde maal consul, en aan keizer Lucius Aurelius Verus, opperheerser, voor de tweede maal volkstribuun, voor de tweede maal consul. Vanaf M A C 7 (of 12) mijlen.

De mijlpaal is rond het jaar 1500 gevonden bij Monster of Naaldwijk. De vondst is beschreven door verschillende 16e-eeuwse geschiedschrijvers, maar de precieze vindplaats blijft onduidelijk. Nadat de zuil terecht was gekomen in het klooster Sion bij Delft, werd hij rond 1545 overgebracht naar het huis van mr. Hypolitus Persijn, tussen Den Haag en Wassenaar. Hij had de mijlpaal met de monniken geruild tegen een beter exemplaar van marmer, aangezien de monniken niet geïnteresseerd waren in oudheden, maar wel in bouwmateriaal. In 1780 werd het huis Persijn afgebroken, waarna de mijlpaal verhuisde naar het huis Baak bij Zutphen. Daar werd hij in 1827 ontdekt door professor C.J.C. Reuvens, de directeur van het Rijksmuseum van Oudheden. In 1838 schonk baron Van der Heyden van Baak hem aan het museum.

De steen is in de lengte gespleten, waardoor de tekst beschadigd is, maar de ontbrekende letters zijn gemakkelijk aan te vullen. Lange tijd twijfelde men of de mijlpaal wel echt Romeins was en geen latere vervalsing, aangezien de letters op een heel andere manier zijn uitgehakt dan bij de Romeinen normaal was. Bovendien staan er enkele opvallende fouten in de inscriptie. Tegenwoordig denken de experts dat de mijlpaal wel echt is, maar dat de tekst na het vinden opnieuw is ingehakt, waarbij de fouten zijn gemaakt. In 1769 werd er namelijk in Remagen in Duitsland een mijlpaal gevonden met precies dezelfde tekst (behalve de laatste twee regels, die verwijzen naar de dichtstbijzijnde plaats).