Thet Oera Linda Bok, ook wel Oera Linda-boek, is de naam die werd gegeven aan een in 1867 door Cornelis over de Linden naar buiten gebracht manuscript in pseudo-runenschrift. Het is één van de historische onderwerpen in de Canon van Friesland.

De naam Oera Linda werd aan het manuscript gegeven door dr. J.G. Ottema, een prominent lid van het Provinciaal Friesch Genootschap ter Beoefening van Friesche Geschied-, Oudheid- en Taalkunde, en verwijst naar de naam Over de Linden. In 1872 gaf Ottema, overtuigd van de echtheid van het handschrift, de tekst met vertaling uit. Volgens hem ging het hier om een eeuwenoude kroniek, geschreven in een tot dan toe onbekend runenschrift. Het boek vertelt over een vierduizend jaar oude Friese beschaving. Volgens de tekst van het boek dateert het manuscript uit het jaar 1256 en zou het verhaal daarvoor al vele malen zijn overgeschreven.
Lange tijd werd gedacht dat het om een 19e eeuwse vervalsing ging. Onderzoek zou uitgewezen hebben dat het papier machinaal vervaardigd was en waarschijnlijk in de jaren 1850 in een fabriek in Maastricht is gemaakt. Maar aan dit onderzoek wordt ook getwijfeld, aangezien het bestaan van het Oera Lindaboek al beschreven werd voordat er marchinaal papier werd vervaardigd.
Als vermoedelijke auteurs van het boek worden genoemd Over de Linden zelf, J.H. Halbertsma, de neerlandicus Eelco Verwijs en François HaverSchmidt, beter bekend als Piet Paaltjens. De laatste heeft zijn betrokkenheid steeds ontkend.
Op goede gronden heeft Ottema aangetoond dat de berichten in het Oera Lindaboek wel degelijk historisch juist zijn.
Veel deskundigen hebben sindsdien het Oera Lindaboek bestudeerd, maar kwamen er niet uit. Het bleef een raadsel. J.Beckering Vinckers kwalificeerde het boek als wartaal en dus als onecht, G.Janssen verdedigde de echtheid, P.C.J.A.Boeles meende op juridische gronden aan te kunnen tonen dat C.van der Linden de auteur was. Frans.J.Los hanteerde het Oera Lindaboek als geschiedenisbron, Dietrich Winteracker meende weer dat het om een 'fälschung' handelde. Dr.Eelco Verwijs herkende de taal in het boek als authentiek Oud-Fries. R.F.Vulsma besteedt er Gens Nostra van mrt/apr.1980 aandacht aan. Hij stelt de centrale vraag: "Wie heeft het manuscript vervaardigd?" "Hadden de voorouders van de vermeende auteur/erfgenaam Cornelis Over de Linden wel het niveau van kennis en ontwikkeling om zoveel gegevens te kunnen verzamelen?" Immers de inhoud van dit boek is jarenlang studie geweest in talloze publicaties.
Het grootste probleem ten aanzien van het Oera Lindaboek is steeds de locatie van de historische feiten geweest. Zowel de Duits als de Nederlandse onderzoekers richtten zich hierbij op het Friese gebied in Noord-Nederland en Noord-Duitsland. En daar pastte het niet. Vandaar dat het dan maar gemakshalve voor vals werd verklaard. Maar was het wel Friesland wat beschreven werd? Of was het Frisia in Vlaanderen?

Toch kan gesteld worden dat het Oera Lindaboek authentiek is, alleen het is niet voor het Nederlandse/Duitse Friesland geschreven, maar voor het echte Frisia van Frans-Vlaanderen. Daar passen alle geografisch gegevens tot in het kleinste details. Ook de plaatsnamen zijn daar allemaal terug te vinden, evenals de namen van personen en hun geschiedenis.
Joël Vandemaele heeft in een uitgebreide studie aangetoond dat het Oera Lindaboek Cultureel Erfgoed is uit Frans-Vlaanderen. (Publicatie: Controversiële Geschiedschrijving, Nevele-Landegem 1998). Daar blijken alle details van de beschreven geschiedenis in dit boek feilloos te passen. De traditionele historici konden deze gegevens niet plaatsen en verklaarden het Oera Lindaboek maar als vals. Je kunt je afvragen waar we dat eerder gezien hebben in de studies van Albert Delahaye. Is iets vals als je er geen verklaring voor hebt? Hier blijkt nogmaals uit dat historici die te weinig of geen kennis hebben van een specialistisch onderwerp, zich niet met de discussie moeten bemoeien op grond van hun studie, titels of professoraten.