Ij, ij of y?

Hoe is onze lange ij ontstaan?
De ij is van oorsprong een verlengde i. Het woord Chronijk, bij alle historici welbekend, spreken we uit als Kroniek: -ij- is -ie-. (Ch=K, zoals bij Christus). Woorden als prijs en schijnen werden in de Middeleeuwen geschreven als prise en schinen. Om in de schrijftaal duidelijker aan te geven dat deze i lang moest worden uitgesproken, verdubbelde men hem: priise, sc(h)iint ('schijnt'). Later kreeg de tweede i een haaltje (j). Dat was mede omdat er in de Middeleeuwen vaak geen punt op de i werd gezet en ii soms verward werd met de u. Vanwege die verwarring met de u raakte overigens ook de y (de i-grec) in sommige woorden in gebruik als schriftelijke weergave van een [ie]-klank. Het woord wijf (in de Middeleeuwen uitgesproken als [wief]) kon volgens Nicoline van der Sijs (in haar boek Taal als mensenwerk. De geschiedenis van het ABN) geschreven worden als wif, wiif, wyf en wief of als wuf. Denk aan het middeleeuwse volksliedje "Daar was een wuf die spon, al op een houten spinnewiel....". (in sommige dialecten nog steeds zo uitgesproken! In de loop van de zestiende eeuw veranderde de uitspraak van de ij: van [ie] naar [ei].
Het gevolg van dit alles was dat rond 1700 de uitspraak van de ei en ij samenvielen. Daarmee kwamen ook de spellingproblemen: is het nu peil of pijl, reizen of rijzen, meid of mijt? Het onderscheid tussen ei en de ij is op schrift altijd blijven bestaan, in de uitspraak niet te horen.

ij-y
In de Nederlandse Familienamen Databank is uit praktisch oogpunt geen onderscheid gemaakt tussen naamvormen met ij en y. De namen De Bruijn en De Bruyn zijn in één lemma ondergebracht. In taalkundig opzicht is dit overigens terecht: de y in De Bruyn is immers geen i-grec, maar een ij zonder puntjes die in feite hetzelfde letterteken is als de -ij- met puntjes. In de meeste Nederlandse namen met een -y- betreft het deze puntloze -ij-, een relict dat in ons alfabet weliswaar de vorm van de Griekse y heeft aangenomen, maar zondermeer met de -ij- gelijkgesteld kan worden. In moderne spelling zouden beide grafemen in combinatie met een andere klinker inmiddels door een enkele -i- zijn vervangen: De Bruijn - De Bruin.

Deze zienswijze gaat niet geheel op voor de naam Delahaye. De naam is immers afgeleid van het landgoed La Haye, gelegen in Franstalig gebied. De Franse -y- zonder puntjes is in de Nederlandse ambtenarij vervangen door een -ij- met puntjes. Men ging er vanuit dat het dezelfde letter was. In het klassieke Latijn werd de -y- (ypsilon) uitgesproken als een -i-, maar werd alleen in Griekse leenwoorden gebruikt, zoals in zephyrus (westenwind). In het oud-grieks werd de epsilon-ypsilon uitgesproken als een 'ui'-klank, in het moderne grieks als 'Eu'-klank als 'ev' of 'ef'.

In wezen bestaat het typisch Nederlandse letterteken uit twee letters. In het niet Diets-talig buitenland bestaat de lange -ij- niet. De 'lange' ij is ontstaan uit ii = een lange i, die later ter verduidelijking in teksten als ij werd geschreven en nog later als tweeklank ij (ei) werd uitgesproken. Van de 16de tot de 18de eeuw, toen het schrift nog geenszins genormaliseerd was, werd de -ij- vaak zonder punten geschreven. Hetzelfde letterteken werd gebruikt als variant van de i (yemant, cleyn). In lopend schrift ging daardoor het onderscheid tussen i, ij met en y zonder punten verloren. De verwarring is nog vergroot omdat in het alfabet aan de ij, die strikt genomen als i + j behoort te worden behandeld, de plaats vóór de Z werd toegewezen, terwijl in andere talen daar de y (i-grec) is geplaatst. Deze Griekse y (upsilon) is in feite een andere letter die het Nederlands in leenwoorden heeft over genomen.

Pontus de Heuiter koos in zijn 'Nederduitse ortographie' van 1581 voor de spelling ij, die hij grote, dubbele of lange i noemde en die hij uitsprak als een [ie]-klank. De tekens ij, y en ii bleven in gebruik, terwijl de klank geleidelijk verschoof van een lange [ie] naar een [ei]. Dominee L.van Bolhuis meldt in 1776 dat de lange ij een verdubbelde i of ii is, waarvan de laatste met een haal naar beneden getekend wordt ter onderscheiding van de u. (...) De spelling ii verdween al geleidelijk in de zeventiende eeuw, maar de varianten y en ij (dus met en zonder puntjes) bleven nog eeuwenlang naast elkaar bestaan. Uiteindelijk koos Adriaan Kluit in zijn 'Vertoog over de tegenwoordige spelling der Nederduitsche taal' van 1763 voor de nog steeds geldende regel dat de letter ij geschreven wordt voor de klank [ei], en de letter y voor de [ie]-klank in leenwoorden (bijvoorbeeld in cyclus).
Het feit dat de ij en de y lange tijd als spellingvarianten zijn beschouwd, blijkt nog uit de spelling van de hoofdletter IJ in plaats van Ij. Dat is naar analogie van Y, en wijkt af van Ei"

Literatuur:
[Nicoline van der Sijs, 'Etymologica: de korte ei en de lange ij', in: Onze Taal 72 (2003), nr 5, p 130-131].
[M. Philippa, 'Van woord tot woord: ij = ei = ie?', in: Onze Taal 55 (1986), nr 6, p 84].
Bij de vocalen is de Belgisch-Nederlandse geografische tegenstelling in de spelling nog meer uitgesproken: de lange klinker -a- in Frans-Nederlands (FN) als Claes, Adriaens, Dehaene wordt in Belgische FN in de regel weergegeven met -ae-, in Nederland daarentegen met -aa- (kaart 2: 'klaas': spelling -aa-/-ae-). De diftong -ui- in FN met kuiper verschijnt in België haast uitsluitend als -uy-, in Nederland als -ui- en bovendien als -uij- in het westen en zuidoosten van Nederland" [Marynissen-1995, p 145].

De ij is de aanleiding geweest voor de oprichting van nlnet.taal, nu nl.taal.
Voor de gewone Nederlandstalige medemens is het niet meer dan een klank, letter secu lettercombinatie, maar in taalland is het de splijtzwam van de gemeenschap - discussies over ij-gerelateerde onderwerpen ontaarden doorgaans in woordenwisselingen, en dat is een eufemisme. Dit laatste is de reden dat in de ij in nl.taal een zogeheten borrelnoten-onderwerp is geworden: zodra een discussie over de ij dreigt te ontstaan grijpen de nl.taal-stamgasten naar de borrelnoten, alcoholische versnaperingen en wat dies meer zij, en maken zich op de eventueel los te barsten woordenwisseling vanuit een comfortabele fauteuil (uiteraard alles virtueel) te voorzien van de nodige ironische en laconieke inbreng. Er zijn er ook die degene die zij verantwoordelijk achten voor de dreiging onmiddellijk naar hun ijskelder verwijzen: Ploink!