Veel historici spraken zich noch vóór, noch tegen de visie van Albert Delahaye uit, met de kennelijke bedoeling om er zonder kleerscheuren af te komen, hoe de zaak ook zou uitpakken. Blijkbaar was de materie hen te onbekend om er een uitspraak over te kunnen doen of een standpunt erover te durven innemen.
Het meest kwalijke van deze afzijdige houding is dat de tegenstanders van Delahaye zich hierdoor gelegitimeerd meenden, hun ongenuanceerde kritiek te kunnen blijven spuien. Slechts enkelen namen het voor Delahaye op en wezen hun "collega's" op hun weinig wetenschappelijke houding. Ook zij kregen dan vaak een weinig wetenschappelijke sneer.
Tekenend is dat een professor van de Nijmeegse Universiteit Albert Delahaye aanmoedigde "vooral door te gaan met de zaak", immers de twijfel over karolingisch Nijmegen was "als een bom ingeslagen" op de Universiteit. Dit gebeurde echter in volsterkte anonimiteit, zijn naam mocht niet bekend worden in universitair Nijmegen, "ze zouden hem afgebrand hebben!"