De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De Grote Volksverhuizing?



De Volkstammen in Noordwest-Germanië. Klik het kaartje voor een grotere kaart.


De Fundamentele verwarring bestaat uit de vraag of Noviomagus uit de klassieke teksten Nijmegen is of Noyon. Het kernpunt waar alles mee begon en waar alles om draait is deze hier genoemde fundamentele verwarring. Deze kwestie ligt aan de grondslag van talloze andere opvattingen, zoals de verwarring rond Trajectum: was het Utrecht of was het Tournehem en Dockynchirica, was dat Dokkum of Duinkerke? Immers als Nijmegen fout is, is Utrecht ook niet de bisschopszetel van Willibrord en werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord en dan was de Betuwe ook niet het land van de Bataven. Dat hoort dan allemaal thuis in Noord-Frankrijk!
De hier bedoelde invallen van de Franken of andere Germanen heeft zich nimmer voorgedaan. Daar is ook geen enkel archeologisch bewijs voor gevonden. Slechts de fantasie van historici heeft de Grote Volksverhuizingen doen ontstaan om eenmaal verkeerd geplaatst volkeren op de juiste plek te krijgen.

De visie van Albert Delahaye.
Dit beeld van de Germaanse Volksverhuizingen kan men met recht een van de grootste gillers noemen in de geschiedenis van westelijk Europa. De historici, en per afleiding ook de naamkundigen, nemen zelfs aan dat er verschillende Germaanse Volksverhuizingen zijn geweest: de eerste, enige eeuwen vóór Chr., omdat dan in het zuidwesten van Europa sporen in de vorm van archeologische relicten van Germanen verschijnen. Een tweede migratiegolf zou zich in de 2e of 3e eeuw hebben voorgedaan, maar de hevigste en de belangrijkste, die Gysseling de “laat-Germaanse expansie” noemt, zou uit de 5e eeuw dateren en hebben bestaan uit enige na elkaar golvende invallen van Germanen uit het hoge noorden en verre oosten van Duitsland naar Frankrijk. Als voorbeeld haalt Gysseling de Chaucen aan, die volgens hem tussen de Elbe en de Eems woonden; de Franken tussen Groningen en Hamburg; de Salii in West-Overijssel; naast hen de Chamavi in Hamaland; de Bructuri en Chattuarii aan de Lippe en de Ruhr. Het zijn oomvangrijke volkstammen waarvan geen enkel bewijs bestaat in voornoemde gebieden. Zij zouden tegen de Romeinen hebben gestreden in gebieden waar de Romeinen nooit geweest zijn.

In realiteit waren deze volksverhuizingen minder drastisch en grootschalig dan eerder gedacht! (Bron: AWN-publicatie: Rijkdommen van ver. Handelsnetwerken in de vroege middeleeuwen. Matrijs Utrecht 2023). Het dringt langzaam tot de historici door dat de Grote Volksverhuizing nooit heeft bestaan.

Wat weten we uit de klassieke teksten?

Eigenlijk niets: nergens worden die massale volksverplaatsingen vermeld. Slechts het misverstaan van gebieden, plaatsen, maar vooral het misverstaan van namen van rivieren heeft die 'verhuizingen' veroorzaakt. Lees meer over de rivieren.



"Het rijk van Karel de Grote strekte zich uit van de Elbe tot aan de Loire."
Dit is een van de taaiste maar meest onware slagzinnen van de gangbare historische opvattingen, gebaseerd op het totaal verkeerde beeld dat Karel de Grote de Saksen aan de Elbe onderworpen zou hebben. ln werkelijkheid waren het de Saxones aan de Albis (de Franse Aa), en indien dit juist is -en het is juist- dan is in feite het hele probleem met de verkeerde locaties van de Germaanse Volkeren al voor meer dan de helft opgelost.
Immers ná de onderwerping door Karel de Grote werden de Saxones uit noordwest Frankrijk gedeporteerd naar Noord-Duitsland. Die deportatie was bedoeld om de steeds terugkerende problemen met de Saksen definitief op te lossen. Deze deportatie (men mag hier van ethnische zuivering spreken.) ging gepaard met medenemen door de Saksen van veel namen van plaatsen, rivieren en streken en van diverse gebruiken en verschillende heiligen. En met deze deportatie begon het grote misverstand over welke Saksen er nu precies bedoeld worden in de bronnen: de Saksen uit het eerste Saxonia, of die uit het tweede Saxonia.
Eenzelfde probleem heeft zich ook voorgedaan met de Friezen, al werden zij niet gedwongen gedeporteerd. Vanuit het eerste Frisia in noordwest Frankrijk kwamen zij als nieuwe landontginners terecht in het tweede Friesland in Noord-Nederland. Zo kwamen de eerste 'gastarbeiders' in ons land, die in dienst van de eerste graven van Holland hielpen bij het ontginnen van de nieuwe gronden, die na de transgressies vrijkwamen.

Of deze migraties nu gedwongen waren, zoals de deportaties van de Saksen, of uit nood omdat men vluchtte voor de Noormannen, of vrijwillig doordat men op zoek ging naar nieuwe gronden, steevast gingen deze gepaard met het meenemen van gebruiken en plaatsnamen uit het oorspronkelijke land.
  • Deze migraties verklaren ook de historische verplaatsingen*) en maken duidelijk hoe de Friezen in het noorden van Nederland en de Saksen in Noord-Duitsland terecht komen.
  • Met deze volkeren gaan behalve een aantal gebruiken ook veel plaatsnamen mee en zorgen voor de doublures van zuidelijke plaatsnamen in het noorden, zo wordt Lewarde in Vlaanderen gedubbeld als Leeuwarden in Friesland.
  • Veel kloosters werden hersticht op een nieuwe plaats en namen hun oude documenten mee die later foutief geïnterpreteerd werden.
  • Door misverstanden rondom deze dubbele plaatsnamen worden in latere tijden een aantal historische figuren verkeerd geplaatst. Ze hadden wel met de oude plaats te maken, maar hoorden in de nieuwe plaats niet thuis, zoals St.Willibrord die foutief in Utrecht terecht kwam en St.Bonifatius in Dokkum.
  • Met deze historische figuren gaan ook historische gebeurtenissen mee van zuid naar noord, zoals de invallen van de Noormannen die zich nooit in Nederland hebben voorgedaan.
  • Deze mystificaties worden in ons land allengs een historische zekerheid, omdat geen andere geschiedenis deze in de weg stond. Tussen de 3e en 10e eeuw was er immers geen geschiedenis geweest, omdat het overgrote deel van Nederland toen vele eeuwen een groot moeras- en waddengebied was.
  • In een aantal gevallen wordt de zuidelijke historie zelfs vergeten en blijft de noordelijke voortbestaan: de mythe is een historische zekerheid.
*) Deplacements historiques
Franse medievisten gebruiken de term "deplacements historiques" voor het bekende verschijnsel dat volkeren, bij een al of niet gedwongen verhuizing vanuit hun oorspronkelijke stamland naar elders, hun oorspronkelijke plaats en riviernamen meenemen en hergebruiken. Hiervan is sprake geweest bij de volksverhuizing van Saksen en Friezen. Het is een menselijk verschijnsel, dat ook in de jongste geschiedenis heeft plaats gevonden. Namen als New York en Harlem zijn wereldwijd bekende voorbeelden. Met deze verplaatsingen van namen wordt ook de hoeveelheid overeenkomstige namen verklaard tussen Noord-west Frankrijk en west Vlaanderen en het noorden van Nederland en Duitsland. Lewarde in Vlaanderen werd Leeuwarden in Friesland, Brêmes in Frans Vlaanderen werd Bremen in Noord-Duitsland, om maar 2 willekeurige voorbeelden te noemen. Alleen deze verhuizing liep niet van noord naar zuid, zoals de historische geografie altijd maar aangenomen had, maar ging juist van zuid naar noord. Steevast liggen de oudere plaatsen in het zuiden, de nieuwere in het noorden. Steeds hebben de oudste akten en oorkonden betrekking op die zuidelijke plaatsen, de nieuwe op de noordelijke. De verkeerde interpretaties - de oude akten werden, in een veronderstelde continuïteit in bewoning, ook op de nieuwe plaatsen geplakt- hebben geleid tot de bijna onontwarbare kluwen aan mythen.


De bekendste voorbeelden van zo'n foutieve verplaatsing is die van St.Willibrord in Utrecht of St.Bonifatius in Dokkum.
In een groot aantal gevallen blijft de verering van een heilige ook op de oude plaats voortleven, wat tot onverklaarbare vragen kan leiden. Waarom bestaat er b.v. een verering van St.Willibrord, de apostel van de Friezen, in Frans-Vlaanderen, terwijl er in Utrecht of Friesland geen enkele kerk (van oudsher) naar deze heilige is vernoemd? Ook aan de hand van de levens van St.Willehad en St.Anskarius, twee in Nederland minder bekende bisschoppen, blijken de migraties voor veel onverklaarbare problemen gezorgd te hebben op de nieuwe plaats. Het toppunt van verplaatsingen is de tri-locatie van St.Lebuines in Nederland, St.Lievin in Vlaanderen en St. Liévin in Frankrijk, die aantoonbaar dezelfde heilige is.

In de boeken van Albert Delahaye worden deze problemen verklaard door deze heiligen naar de juiste locatie terug te brengen. Van elke zo ontstane "historische zekerheid" is de 'breuklijn' vaak exact aan te geven.

Opvallend bij deze verhuizingen van groepen mensen is dat zij in hun nieuwe thuisland de tradities en gebruiken van het oude land langer in stand houden en zelfs fanatiek behoudend blijven in de leer. We zien dat bij oude volkeren zoals de Joden en Palestijnen, maar ook in de nieuwere geschiedenis met bijv. de Amish in de VS en de nieuwste geschiedenis met de gereformeerde emigranten naar de VS en Canada. Gebruiken die in het thuisland allang werden losgelaten, blijven in het nieuwe land bestaan. Het lijkt erop dat de immigranten in die tijd stil zijn blijven staan, terwijl hun naasten in het thuisland wel in een vernieuwende ontwikkeling zijn meegegaan.

De "Grote Volksverhuizing".
Rond 270 na Chr. zijn de Romeinen definitief uit onze streken vertrokken (Van Es, o.c.p.121). De grensverdediging werd opgeheven. Echter er vond toen geen Volksverhuizing plaats. Waarom toen niet en zo'n 200 jaar later wel? Omdat er geen drommen Germanen langs die grens stonden te wachten op het vertrek van de Romeinen. De Germanen woonden immers al binnen de grenzen van het Romeinse Rijk (zie ook Germania van Tacitus).
Van grote verhuizingen van hele volkeren volgens de gangbare opvattingen, is overigens nooit sprake geweest. Nergens in de klassieke bronnen wordt melding gemaakt van deze grootse verhuizingen van hele volksstammen van oost naar west Europa. En als er al volkeren zijn verhuisd, dan gingen die verhuizingen vaak net de andere kant op dan men tot heden voor waarheid had aangenomen.
De Grote Volksverhuizing heeft zich slechts afgespeeld in de fantasie van historici. De Grote Volksverhuizing vloeide voort uit een onjuist beeld van het Romeinse rijk, een aantal misvattingen en het verkeerd begrijpen van de teksten. Om twee verschillende interpretaties passend te maken in de gangbare geschiedenis, waren die zogenaamde verhuizingen de enige mogelijkheid de volkeren "op hun plaats" te krijgen. De hierbij gemaakte fouten hebben grote gevolgen gehad. De Germanen kwamen niet vanuit Duitsland het Romeinse rijk binnenvallen: ze woonden er al. Slechts enkele volken zijn later "verhuisd": de Friezen naar het tweede Friesland in Noord-Nederland, de Saksen naar Noord-Duitsland en de Dani of Northomanni naar Denemarken en Noorwegen en de Suevi naar Zweden.







Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.