De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Wijk bij Duurstede: de Horden.




Op deze pagina worden de opgravingsverslagen van Wijk bij Duurstede uit de jaren 1980 tot 1987 besproken. We volgen de letterlijke tekst uit die verslagen en geven onze opmerkingen in rood.





W.A.van Es heeft iets in een beerput gevonden....




De Fundamentele verwarring bestaat uit de vraag of Noviomagus uit de klassieke teksten Nijmegen is of Noyon. Het kernpunt waar alles mee begon en waar alles om draait is deze hier genoemde fundamentele verwarring. Deze kwestie ligt aan de grondslag van talloze andere opvattingen, zoals de verwarring rond Trajectum: was het Utrecht of was het Tournehem en Dockynchirica, was dat Dokkum of Duinkerke? Immers als Nijmegen fout is, is de Betuwe ook niet het land van de Bataven en is Utrecht ook niet de bisschopszetel van Willibrord en werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord. Dat gebeurde allemaal in Noord-Frankrijk!

Voor de duidelijkheid hieronder enkele kaartjes van Wijk bij Duurstede, waarop het opgravingsgebied De Horden is aangegeven: links van de Engk, dat weer links van de binnenstad ligt. Het is een groot terrein van ca. 25 hectare.






'Dorestad' en de loop van de Rijn. Het aangegeven Romeinse limesfort is er nooit gevonden. Let speciaal op het verschil met het kaartje hieronder. Beide kaartjes zijn afkomstig uit literatuur over 'Dorestad'.



De topografie zoals we ons de ligging van 'Dorestad' moeten voorstellen (volgens W.A.van Es). Klik op de afbeelding voor een vergroting. 'Dorestad' lag ten noorden van Wijk bij Duurstede (nr.1: het gearceerde gebied). Let op nr.3 binnen nr.1: alleen daar is opgegraven, de rest is fantasie. Bij nr.3 waarbinnen het blanko is gebleven (half Wijk bij Duurstede), is dus niets van 'Dorestad' gevonden, ook niet op De Horden zoals uit de opgravingsverslag duidelijk blijkt (zie hiernaast). Zo is duidelijk te zien dat 'Dorestad' een dorp was met lintbebouwing langs de (toenmalige) Rijn. Het was een vissersplaats waarbij alle vissers aan de waterkant wilden wonen. Het was beslist geen belangrijke handelsplaats. Als er al gehandeld werd, was dat in vis. De fosfaatconcentraties (nr.2) zijn niet gedateerd en kunnen uit zowel de periode vóór, maar ook van lang ná 'Dorestad' komen, zoals uit de 11de tot 14de eeuw of nòg later.
Gedurende de gehele verslagperiode is in en rondom Wijk bij Duurstede het grootschalige onderzoek, dat al vanaf 1967 aan de gang is, voortgezet. Het opgravingswerk werd ditmaal geconcentreerd op het terrein De Horden, ten westen van de stad, waar door bouwwerkzaamheden sporen uit de Bronstijd, de IJzertijd en de Romeinse tijd dreigden te verdwijnen. Daarnaast werd geprobeerd het beeld van de vroeg-Middeleeuwse handelsnederzetting Dorestad en van de late Middeleeuwse stad Wijk te completeren door kleine opgravingen op geselecteerde plaatsen. De provinciaal archeoloog is bij al dit onderzoek slechts zijdelings betrokken geweest en kan dus niet uit eigen ervaring erover rapporteren. De meest zinnige oplossing leek daarom de artikelen van de opgravers over het onderzoek in de Jaarverslagen ROB 1980-1984 zo veel mogelijk letterlijk te citeren. We gebruiken hier de naam Dorestad voor de opgravingslocaties, hoewel dat nog steeds een hypothetische opvatting is, die nog met feiten bewezen moet worden. Het enige bewijs vormen nog steeds de aardewerkscherven, die ook hier uitvoerig aan bod komen.

De visie van Albert Delahaye.
Van het begin van de opgravingen in 1967 heeft de R.O.B. bij monde van dr.W.A. van Es beweerd dat men Dorestad ging opgraven. Dat wist men dus blijkbaar al voordat er ook maar één schop de grond in was gegaan, wat archeologisch een onjuiste gang van zaken is. Wat er gevonden is is inderdaad een oude nederzetting, maar dat die naam Dorestad droeg is een onbewezen aanname. De archeologische vondsten maken zelfs duidelijk dat de gevonden nederzetting juist niet Dorestad was, maar een vissersdorp met lintbebouwing waarvoor de naam Munna het meest in aanmerking komt. Dit vissersdorp werd in de 11de een roversnest en is toen op last van de Duitse keizer vernietigd. Lees meer over het ware Dorestad en de kenmerken van Dorestad, zoals die in de verschillende bronnen worden genoemd. Aan die kenmerken voldoet de opgegraven nederzetting te Wijk bij Duurstede allerminst, zelfs totaal niet.


Lees ook wat er in de opgravingsverslagen van 'Dorestad' staat in de Archeologische Kroniek uit de jaren 1970-1979.

Opgravingen op De Horden 1980-1984.
1980 : Opgraving De Horden (putten 560-81): nederzettingen uit de Bronstijd, Ijzertijd en Romeinse Tijd door W.A. van Es, W.J.H. Verwers, R.E. Lutter, F. van Kregten en e.M. Blommesteijn van 17 maart - 31 december. 1981 : Opgraving De Horden (putten 5 79-92) ( .... ) door W.A. van Es, W.J.H. Verwers, R.E. Lutter, F. van Kregten, e.M. Blommesteijn van 5-30 januari en van 26 mei - 11 december. In 1982 : Opgraving De Horden (putten 593-608) ( .... ) door W.A. van Es, W.J.H. Verwers, R.E. Lutter, e.M. Blommesteijn 2 februari - 1 november. In 1983: Opgraving De Horden (putten 609-618, 620, 621, 624) ( .... ) door W.A. van Es, W.J.H. Verwers, en M. Blommesteijn, W.A.M. Hessing, R.E. Lutter, A.G. Jong van 1 maart - 23 december. In 1984: Opgraving De Horden (putten 622, 623, 625-628, 630-638, 647-652, 659,661,665) ( .... ) door W.A. van Es, W.J.H. Verwers, W.A.M. Hessing, A.G. Jong, W. Snijders van 5 maart - 21 december.

Het is uiteraard zeer interessant en zeer leerzaam wat in het oorspronkelijk opgravingsverslag heeft gestaan zoals dat in Spiegel Historiael uit 1978 is gepubliceerd. Zie afbeelding hiernaast. Klik op het tijdschrift voor de verwijzing naar het juiste hoofdstuk.
Opgravingen Dorestad en De Horden 1985-1987.
1980-b: Opgraving aan de Nieuwe Weg (putten 524-7): oeverzone van (de vroeg-Middeleeuwse handelsnederzetting) Dorestad, door W.A. van Es, W.J.H. Verwers, M.J.A. de Haan en e.M. Blommesteijn 9 juni - 8 oktober. 1981-b: Opgraving Muntstraat (put 528): Laat-Middeleeuwse Rijnbedding W.A. van Es, W.J.H. Verwers, R.E. Lutter, F. van Kregten, C.M. Blommesteijn 2-9 september.
In 1986: "Kokkestraatje (put 748): Dorestad en Wijk door W.A. van Es, W.A.M. Hessing, R.E. Lutter van 6-17 januari. In 1987: Opgraving Dorestad (put 753) door W.A. van Es, J. van der Roest, L.1. Kooistra, A. G. Jong van 12 oktober - 18 december (met onderbrekingen).
In 1985: Opgraving de Horden (putten 660, 662, 664, 668, 682, 684, 694): Nederzettingen en grafvelden uit de Bronstijd, de Ijzertijd en de Romeinse Tijd door W.A. van Es, W.J.H. Verwers, W.A.M. Hessing, A.G. Jong, W. Snijders van 15 maart - 24 juni. In 1986: Opgraving de Horden (putten 663, 666, 667, 669-672, 680, 681, 683, 687, 696, 701,749-751) ( .... ) door W.A. van Es, W.J.H. Verwers, W.A.M. Hessing, R.E. Lutter van 10 maart - 17 december. In 1987: Opgraving de Horden (putten 687, 697, 702-704, 720, 721) ( .... ) door W.A. van Es, W.J.H. Verwers, W.]. van Tent, W.A.M. Hessing (ZWO), R.P. Lutter, van 6 januari - 1 juni.


Wat lezen we in de opgravingsverslagen?
We geven hieronder in het kort de belangrijkste citaten. We verwijzen voor elk citaat naar het betreffende jaar (zie hierboven), waar U de complete tekst kunt nalezen. Opmerkingen in rood.

  • 1980b - Nieuwe weg:
    -De vele kuilen zijn zonder twijfel niet alle te zelfder tijd gegraven. Onze interpretatie is dat de kuilenrijen langs de randen van huisplaatsen aangelegd zijn. Het is dus slechts een interpretatie.
    -De mobiele vondsten bestaan, zoals gebruikelijk, voor een groot deel uit aardewerk. Onze indruk is dat daaronder nogal wat vroeg materiaal aanwezig is. Het gaat hier dus over een indrul. Een exacte begindatering is echter nog niet te geven.
    -Zeker lijkt wel dat het terrein ook in de Late Middeleeuwen nog - of weer - bewoond was. Nog of weer? Bij nog zou er sprake zijn van continuering, wat dan wel bewezen moet worden. Tot heden lijkt het slechts zo te zijn.
    -De mobiele vondsten bestaan, zoals gebruikelijk, voor een groot deel uit aardewerk. Onze indruk is dat daaronder nogal wat vroeg materiaal aanwezig is. Dat zou dan betekenen dat de bewoning hier ter plaatse tenminste tot in de LaatMerovingische Periode, dat is tot in de 7e eeuw terugreikt. Een exacte begindatering is echter nog niet te geven. Hier wordt een verwoede poging gedaan aardewerk uit de 12e en 13de eeuw aan Dorestad uit de 8ste eeuw te linken. gelukkig zien de archeologen hun gesjoemel ook in en geven ze vooralsnog geen exacte begindatering. Maar ja, het is maar hun indruk die dan wel weerd gestuurd door wat gemist wordt, namelijk bewijzen dat Dorestad daar gelegen heeft. -Onder de vondsten komen namelijk veel scherven van Pingsdorf- en Paffrath-aardewerk voor, alsmede enig Andenne-aardewerk, zodat bewoning in de 12e- 13e eeuw aannemelijk is. Continuiteit tussen deze en de Karolingische bewoning is allerminst uit te sluiten. Als iets allerminst uit te sluiten is, vormt dat nog bewijs van de juistheid van deze opvatting.
    -De opgraving heeft ook enkele fragmenten van smeltkroesjes opgeleverd. Directe getuigenissen van metaalbewerking in Dorestad zijn nog altijd spaarzaam. Zo ergens, dan zijn zij in het 'centrum' aan de oever te verwachten. Spaarzaam? Wat is dat in aantallen? Of is het geen. Zo ergens?
    Hier wordt slechts gespeculeerd en wordt niets aangetroffen dat te maken zou kunnen hebben met 'Dorestad'.


  • 1981-b - Muntstraat:
    -Een verlande rivierbedding, op een diepte van ca.3 m. beneden maaiveld. Kennelijk is de bedding grotendeels door natuurlijke sedimentatie opgevuld. Hoog in de natuurlijke vulling bevatte Laat-Middeleeuwse kogelpotscherfjes. Sporen van Laat-Middeleeuwse bewoning werden op de zuidoostoever van de bedding gevonden. Het begin van de bewoning is, zolang de vondsten niet uitgewerkt zijn, nog niet precies aan te geven: waarschijnlijk vanaf ongeveer de 14e eeuw. Dus ook hier niets uit de tijd van Dorestad (8ste eeuw).

  • 1980 - De Horden:
    -De zandrug die zich in de ondergrond van De Horden bevindt is door een zandig kleipakket van 50 (of meer) cm. afgedekt. Zandige kleipakketten ontstaan door langdurige overstromingen, ofwel door transgressies. lees meer over transgressies.
    -De depressie is met kleiig materiaal gevuld. Duidelijk is dat de bovenste laag het niveau uit de Romeinse tijd weergeeft. Dus ook hier weer niets van Dorestad dat boven de Romeinse laag moet zitten en niet eronder.
    -De beschoeiingen hebben geen dateerbare vondsten opgeleverd, maar wijzen in ieder geval op bewoning voor het begin van de sedimentatie. Deze bewoning kan op zijn vroegst uit de Bronstijd en op zijn laatst uit de IJzertijd dateren.
    -Daarbij sloten tenminste één of meer eveneens omgreppelde percelen aan, waarop bewoning lijkt te hebben ontbroken. Zonder bewoning heeft er ter plaatse ook geen Dorestad bestaan.
    -De totale omvang van het door - sloten omgeven - agrarische areaal laat zich dus niet meer met zekerheid vaststellen. Als er niets vast te stellen is houdt het toch op?
    -De bewoning uit de Romeinse Tijd concentreerde zich dus, althans in de latere bewoningsfasen, binnen de twee genoemde vierkante percelen. De bewoning is hier intensief en langdurig geweest. In dit deel van de nederzetting zijn tot nu toe vier huizen, of beter grote rechthoekige houten gebouwen, opgegraven. Hun functie staat niet in elk geval vast: zij behoeven niet alle woningen in de stricte zin geweest te zijn, al is dat wel aannemelijk. Op aannemelijkheid bouwt men geschiedenis, al gaat hier over de Romeinse tijd en ook niet over de tijd van Dorestad.
    -De totale bewoningsperiode waarbinnen met continuiteit te rekenen valt, loopt zeker van de Late Voor-Romeinse Ijzertijd tot in de 3e eeuw.Ook hier weer niets uit de 8ste eeuw: de tijd van Dorestad.
    -De vondsten doen 'militair'aan. Een gevonden munt lijkt niet met bewoning ter plaatse samen te hangen.Dat zien de archeologen een keer goed: één zwaluw maakt nog geen zomer!
    -Hetzelfde geldt voor een andere belangwekkende vondst uit de Vroege Middeleeuwen: een zwaard gevonden op het oude (Romeinse) niveau in put 570, dat wil zeggen in de voormalige depressie buiten het echte woonareaal. Blijkens deze vondst was het terrein in die tijd nog begaanbaar, zij het wegens voortschrijdende vernatting al niet meer bewoonbaar (?). Men kan zich verder over dit zwaard van alles afvragen: is het, bijvoorbeeld, verloren door een inwoner van Dorestad die zich vluchtend voor Vikingen in de vochtige begroeiing van deze woestenij verschool? Een antwoord krijgt men niet. Hier op een wel erg gekunstelde en doorzichtige wijze een vondst uit de Romeinse tijd naar Dorestad te trekken, of zelfs naar de Noormannen. Daar zit ruim 8 eeuwen tussen. Maar een antwoord krijgen we niet! Als ze een antwoord zouden proberen te geven, zouden ze meteen door de mand vallen.
    -De sinds het einde van de IJzertijd opgetreden contractie van het woonareaal weerspiegelt mogelijkerwijs de voortschrijdende vernatting van het terrein. Ziet U dat gedurende de hele Romeinse tijd er talloze overstromingen zijn geweest, waartegen de Romeinen zich steeds hebben verweerd, maar uiteindelijk deze strijd hebben moeten opgeven. Van het water valt niet te winnen. En dan zijn er nog steeds historici die de transgressies blijven ontkennen. Dat moeten ze ook wel, want toegeven betekent het einde van hun verhaaltjes.

    Deze hele opgraving gaat niet verder dan de 3de eeuw. Er is hier niets gevonden wat met Dorestad te maken kan hebben. Hier lag Dorestad niet. Hoe duidelijk kan het zijn?

  • 1981 - De Horden:
    -Aan de noordwest-rand (putten 579-586) zijn, waarschijnlijk uitsluitend, prehistorische bewoningsresten aangetroffen.
    -De paalgaten van deze plattegronden hebben echter geen daterende vondsten opgeleverd. Het is niet geheel uitgesloten dat de spiekers uit de Vroege Bronstijd dateren.
    -De datering van deze nederzettingssporen staat ook niet geheel vast. De paalgaten van de plattegronden bevatten geen vondsten die zekerheid konden verschaffen.
    -Het onderzoek in het centrum van het nederzettingsterrein heeft vooral nadere gegevens over de bewoning uit de Late IJzertijd en de Romeinse Tijd verschaft.
    -Dit wijst op continuiteit in de bewoning, en wel gedurende een vrij lange periode. De algemene indruk is dat deze periode reikt vanaf de Late IJzertijd tot in de 3e eeuw. Wij hopen hier in het volgende jaarverslag op terug te komen.
    Ook op dit terrein gaat de geschiedenis niet verder dan de 3de eeuw. Er is ook hier weer niets gevonden wat aan Dorestad verbonden kan worden.

  • 1982 - De Horden:
    -Wij interpreteren de zeven paren palen als de twee rijen dakdragers van een drieschepig huis. Dat zou dan de eerste huisplattegrond in De Horden zijn die met zekerheid aan de Bronstijd toe te wijzen. Op grond van een interpretatie kun je niets met zekerheid toewijzen. Archeologen toch, hoe kun je dit nu zo hardop beweren en het nog opschrijven ook?
    -De aantasting van het urnenveld moet reeds in de Late IJzertijd en de Romeinse tijd plaats hebben gevonden.
    -Functie en datering van dergelijke paalrasters, die op De Horden op verschillende plaatsen voorkomen, staan nog niet vast. Mogelijk zijn het plattegronden van schuren. De combinatie met de huisplattegrond in put 600 suggereert dat zij (onder meer) uit de Late Ijzertijd dateren. Ook hier wordt weer het nodige gesuggereert. Maar ook hier weer niets gevonden van Dorestad.

  • 1983 - De Horden:
    Wat hier gevonden wordt bestaat uit 4 perioden die ook netjes genummerd zijn, welke nummering we hieronder aanhouden:
    1. Bronstijdnederzetting.
    2. Kringgreppelurnenveld uit de Late Bronstijd-Vroege IJzertijd .
    3. Nederzetting uit de Late IJzertijd en Romeinse tijd.
    4. In putten 609 en 611 zijn de 'laklaag' die het woonniveau uit de Romeinse tijd markeert.
    Ook hier weer niets uit de 8ste eeuw wat met Dorestad te maken zou kunnen hebben.

  • 1984 - De Horden:
    -De inheems-Romeinse nederzetting is nu in z'n geheel opgegraven. Tot nu toe zijn alleen crematiegraven gevonden. Over het algemeen zijn de bijzettingen zelf zeer eenvoudig en de overgebleven resten nogal 'schamel'.
    -Op z'n minst merkwaardig is het echter dat binnen veel andere ronde of vierkante greppels in het grafveld op De Horden helemaal geen grafkuilen zijn aangetroffen. Een sluitende verklaring voor het ontbreken van veel van de grafkuilen valt in dit stadium van het onderzoek nog niet te geven.
    -Er zijn aanwijzingen dat het zich nog wel in oostelijke en noordelijke richting over een flinke afstand zal uitstrekken. Het is zelfs mogelijk dat het uiteindelijk aansluit, en één geheel heeft gevormd, met het door Verwers in 1975 gepubliceerde grafveldje aan de westrand van de Dorestadopgraving (Verwers, W.J.H., Roman Period Settlement Traces and Cemetery at Wijk bij Duurstede, BROB 25, p.93-132). Ook hier wordt een Romeins grafveld naar Dorestad toegeredeneerd. In het genoemde Engelse artikel van Verwers vind je geen enkel bewijs over een verband met Dorestad, al wordt Dorestad wel 13x suggestief genoemd. Wordt daarmee gesuggereerd dat de Romeinse vondsten toch iets met Dorestad te doen hadden? Maar Verwers heeft het ook te vaak over 'misschien' en 'mogelijk' (probably 52x, possible 13x) ten aanzien van de Romeinse vondsten. Het gaat hier over 37 Romeinse begravingen over 80 jaar (190-270 n.Chr.): dat is 2 per jaar. Het was niet erg druk bevolkt daar. Hoe en wanneer die daar gekomen zijn, blijft in het midden, al worden er ook hier weer enkele suggesties ruim omschreven met 'probably' en 'possible'gedaan. Zolang er Romeins wordt gevonden, was dat geen Dorestad, dat immers eerder gevonden had moeten worden, omdat het erboven zou moeten zitten en niet eronder.
    -In de directe omgeving werden Laat-Middeleeuwse scherven aangetroffen. Daarom is gesuggereerd dat ze uit de Middeleeuwen zouden dateren. Op grond van de overeenkomende vorm en afmetingen van de greppels zouden echter ook dit wel eens inheems-Romeinse grafmonumenten geweest kunnen zijn. Voel ik hier onenigheid tussen de onderzoekers? Wie suggereert Middeleeuwen en wie houdt het op Romeinse tijd?
    -De bewoningssporen (uit de Midden-Bronstijd) zijn afkomstig van een stratigrafisch lager niveau dan de sporen uit de IJzertijd en de Romeinse Tijd. In de tussenliggende periode moet dus enige sedimentatie op De Horden hebben plaatsgevonden. Ofwel tussen de IJzertijd en Romeinse tijd zijn er transgressies geweest. bekijk het schema op de tijdbalk.

    Daarmee is de Archeologische Kroniek over de jaren 1980-1984 wat De Horden betreft besproken. Er blijkt op De Horden niets gevonden te zijn uit de 8ste eeuw, ofwel niets van Dorestad.

    In Harmelen (p.53) werden tijdens het graven van een vijver en enkele kuilen in de tuin bij het pand Appellaan 1 eind 1984 scherven gevonden, daterend uit de Karolingische tijd en de late Middeleeuwen. Vele van de Karolingische scherven zijn afkomstig van inheemse met de hand gevormde kogelpotten (afb.46 1-8), slechts enkele van op de draaischijf vervaardigd, geimporteerd materiaal (afb.46, 9-12) Het latere werk (onder meer enkele Pingsdorf-scherven) dateert uit de 10e(?)/11e eeuw en later (afb.46, 13 en 14).
    Zeker de helft van de vondsten (Welke scherven wel en welke niet?) is afkomstig uit de opvulling van een geul, mogelijk een oud - en nu geheel dichtgeslibd - zijriviertje van de nabij gelegen Bijleveldse stroom (een oude Rijnloop ). Wij mogen aannemen, dat in de buurt van dit zijriviertje, op de wat hogere gronden van de Bijleveldse stroomrug, vanaf ongeveer het einde van de 8e eeuw n. Chr. een nederzetting heeft gelegen. Het is mogelijk, dat deze nederzetting tot in de latere Middeleeuwen heeft voortbestaan, maar met zekerheid is dat niet te zeggen. Voor de vondsten: zie de afbeelding hiernaast (afb.46: p.55: klik op de afbeelding voor een duidelijke vergroting). Let op: we mogen aannemen en mogelijk zijn weer insinuaties om vooral in de 8ste eeuw en in Dorestad terecht te kunnen komen. Het betreft aardewerk dat gevonden is in één context. Bij een muntvondst bepaalt de sluitmunt (de jongste) de datering van het geheel. Hier is de hele vondst dus uit later dan de 11de eeuw, ofwel uit de 12de of pas uit de 13de eeuw. Wat de kogelpotten betreft kan dat prima, die werden zelfs nog geproduceerd in de 14de eeuw. Zie voor de dateringen van aardewerk. Nu is dit aardewerk gedateerd naar typen gevonden in 'Dorestad' (zie de toeliching), waar dezelfde typologie wordt gehanteerd. Deze typologie is in Nederland en daarbuiten een eigen leven gaan leiden. Het is namelijk door opgraver W.A.van Es vastgesteld aan de hand van een cirkelredenering; het is gevonden in Wijk bij Duurstede wat men voor Dorestad houdt (wat overigens een onbewezen aanname is); Dorestad bestond volgens de schriftelijke bronnen in de 8ste eeuw, dus het in Wijk bij Duurstede gevonden aardewerk is dan uit de 8ste eeuw. Je moet wel heel deskundig zijn om met de minime verschillen tussen al dat aardewerk precies te kunnen vaststellen uit welke periode het precies stamt. En dan gaat het hier over handgevormd aardewerk. Kunt U met de hand twee exact gelijke potjes maken?

    Wat lezen we in de Archeologische Kroniek over de jaren 1985-1987?
  • 1986 - Kokkestraatje:
    -Omdat algemeen wordt aangenomen dat het westelijke deel van de huidige stadsgracht (Singel) tenminste voor een deel is gelegen in de restbedding (van een oude Rijnloop ), viel te verwachten dat onder het dicht aan de gracht gelegen perceel aan het Kekkestraatje iets van deze bedding kon worden teruggevonden. Helaas was dit niet het geval.
    -Middeleeuwse funderingen werden niet aangetroffen. Ook de stadsmuur werd niet aangesneden. Aan de onderkant van het verstoorde niveau waren enkele 13e- of 14e-eeuwse greppeltjes te zien.
    -Op de overgang naar de ongeroerde grond werden ook enkele Karolingische scherven aangetroffen. Het valt echter niet met zekerheid te zeggen of deze scherven in een primaire of secundaire (verspoelde) context lagen.
    Ziet U ook hier weer de suggestieve tekst richting 'Dorestad'. Maar helaas, ook hier geen enkel bewijs van 'Dorestad'.

  • 1987 - Dorestad:
    -Het opgravingsterrein maakt deel uit van de intensief bewoonde vicus op de linker Rijnoever. De afstand tot de rivier is thans gering, maar in Karolingische tijd heeft de Kromme Rijn op deze plaats mogelijk wat verder naar het oosten gestroomd. De opgraving kon hiervoor echter geen uitsluitsel geven: de Karolingische bedding lag buiten, dat wil zeggen ten oosten van het opgravingsterrein, dat nog geheel tot het eigenlijke nederzettingsareaal behoort. Hoe weet men dat zo zeker als er van 'mogelijk' en 'geen uitsluitsel' wordt gesproken?
    -De bovengrond was tot op grote diepte - tot ca. 1,5 m. beneden maaiveld gestoord, waarschijnlijk voor een belangrijk deel door de 19e-eeuwse beendergraverijen. In gevallen van grondvertsoring maakt de ROB rechtsomkeer, aangezien er niet te bewijzen valt. Waarom deed de ROB dat hier niet? Moest er per se iets bewezen worden?

  • 1985 - De Horden:
    In dit artikel worden drie perioden besproken: de Bronstijd, de vroege IJzertijd en de Romeinse tijd. Dus ook hier weer niets over 'Dorestad'.
    Over de Romeinse tijd wordt nog opgemerkt:
    -Van het inheems-Romeinse grafveld dat gehoord heeft bij de, tussen 1977 en 1984 vrijwel compleet opgegraven, nederzetting op De Horden werden dit jaar een zevental, door greppels omgeven, grafmonumenten onderzocht. Hierbinnen en buiten werden de resten aangetroffen van tien crematiegraven. Alle bijzettingen liggen vrijwel op, of vlak onder, het toenmalige oppervlak. Voor een archeoloog is dit een erg vage omschrijving. Wat is vrijwel op en wat was het toenmalige oppervlak? Hoe diep ligt dat nu? Bijgiften zijn, net als bij de in 1984 onderzochte graven, schaars en meestal verbrand. Dit laatste, schaarse en meestal verbrand bijgiften, is in tegenspraak met het uitvoerige verhaal van Verwers in BROB 25, p.93-132.

  • 1986 - De Horden:
    -Nog eens tien grote rechthoekige en ronde grafmonumenten konden, in aansluiting op de graven uit 1984 en 1985, worden onderzocht. Het grootste deel van het grafveld lijkt nu wel te zijn opgegraven, alleen de noordoostelijke begrenzing valt nog niet met zekerheid vast te stellen.
    -De (in Archeologische kroniek van de provincie Utrecht over de jaren 1980-1984, p. 45) geopperde mogelijke verbinding met het in de jaren 70 onderzochte Romeinse grafveldje binnen de Dorestadopgraving, kan daarom nog steeds niet worden uitgesloten. Leest U ook hier weer de suggestie om de Romeinse tijd maar met Dorestad te willen verbinden, wat dan wel nog steeds niet kan worden uitgesloten, maar ondertussen nog steeds niet bewezen is.
    -Nog een Bronstijdhuis werd gevonden op de derde locatie waar dit jaar werd gegraven (put 687).
    -Bij het destijds (zie 1984) uitgevoerde proefputjes-onderzoek waren hier Midden-Neolithische vondsten gedaan, de oudste vondsten tot nu toe op De Horden.

  • 1987 - De Horden:
    -(Een) tweede locatie waarop dit jaar gegraven werd lag in het gebied tussen het in het begin van de jaren 70 onderzochte Romeinse grafveld aan de westgrens van de Dorestad opgraving en het Romeinse grafveld op de Horden zelf (zie boven). Ook hier weer 'suggesties' richting 'Dorestad'.
    -Ten zuiden van een in 1986 op deze plaats onderzocht vierkant grafmonument werd een tweede monument ontdekt. Ook dit was een vierkante greppel, maar nu onderbroken door twee tegenover elkaar liggende ingangen. Binnen de greppel zijn op de hoeken zware palen ingegraven geweest, terwijl ook een van de ingangen door palen was gemarkeerd. De zijden van het vierkant waren 11 m.lang. Net als bij veel andere grafmonumenten op de Horden ontbrak ook hier de centrale bijzetting.
    -Binnen en direct buiten de greppel van het monument lag wel een drietal nabijzettingen. Het bijbehorende aardewerk doet vermoeden dat deze graven uit het einde van de IJzertijd of het begin van de Romeinse tijd stammen.
    -Verder kwamen er in het gebied tussen de beide grafvelden, voor zover het onderzocht kon worden, geen begravingen meer voor. Aangezien de begravingen rond de vierkante monumenten uit een oudere periode stammen dan de overige graven in de beide grafvelden, begint het er op te lijken dat er in de directe omgeving van de Horden aan het eind van de 2e en het begin van de 3e eeuw twee aparte grafveldjes tegelijkertijd hebben bestaan. Welke de relatie is geweest tussen deze beide grafvelden (en de overige begravingen op de Horden) en de nederzetting zal onderzocht worden.
    -Eind mei konden de opgravingen op de Horden na 11 achtereenvolgende campagnes definitief (?) worden afgesloten. In deze periode is een aaneengesloten gebied van bijna 14 ha. geheel onderzocht ( .... ) . Het vraagteken en de (....) zijn van de auteurs. De opgravingen in 'Dorestad' blijven blijkaar een open einde houden.

    Algemene conclusie is wel duidelijk:
    In het hele opgravingsgebied van De Horden (bijna 14 ha.) is geen enkel bewijs gevonden uit de 8ste eeuw van 'Dorestad'. Zijn de bewoners van Dorestad daar nooit geweest? Hebben zij die graven niet opgemerkt? Dat er Romeins is gevonden is geen probleem, echter het bewijst des te meer dat 'Dorestad' daar niet bestaan heeft. Tot nu toe is er slechts een smalle strook van 'Dorestad' gevonden, een strook die juist aangeeft dat het lintdorp Munna (om de juiste naam eens te noemen) een vissersdorrp was en beslist geen grote handelsstad met verbindingen door half Europa. Dat had het echte Dorestad dat uit de schriftelijke bronnen bekend is wèl, maar dàt lag in Frans-Vlaanderen een de kust van Het Kanaal, tegenover Engeland.


  • Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

    Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.