Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Romeins en middeleeuws Xanten.

Veel opvattingen over Romeins Xanten dat zowel Colonia Traiana als Veteribus van de Peutingerkaart was, ook al liggen beide plaatsen 80 rom.mijl uit elkaar, zijn aan aan een grondige herziening toe. Ook de mythe van St.Victor en het Thebaanse legioen zal herzien moeten worden.
Opvallend blijft dat de eerste Romeinse aanwezigheid in Keulen in het jaar 40 na Chr. was. Zouden de Romeinen eerst naar Xanten en Nijmegen getrokken zijn en pas enkele decennia later naar Keulen, waar toch een belangrijke Romeinse aanwezigheid is vastgesteld.

Net als Nijmegen heeft Xanten veel aangenomen, maar nog te bewijzen geschiedenis.

Lees meer over de heilige Victor en het Thebaanse Legioen.
De visie van Albert Delahaye.

Net als in Nijmegen waren in Xanten meerdere onderscheiden Romeinse kampen die een continuïteit tegenspreken.
Tacitus vermeldt Nijmegen en Xanten niet bij de beschrijving van Germania! Geen wonder, want daar woonde geen Germaanse stammen, aangezien er in zijn tijd alleen militairen aan het pionieren waren.
Vetera Castra (Ann. I, 45), genoemd in de veldtocht van 14 en 15 na Chr. in verband met een bedreiging door de Suevi (die in de omgeving Kortrijk verbleven), is ook niet Xanten maar Visterie, op 9 km noordwest van Orchies. Het was dus niet Xanten, waar in 14 na Chr. nog geen Romein te bekennen was, om nog te zwijgen over de farce dat zij er al een grote versterking hadden. Bij de Opstand van de Bataven heeft Vetera een grote rol gespeeld, simpelweg omdat het in het midden van het strijdtoneel lag (Hist. IV). De legerplaats wordt genoemd in verband met de Bataven (Béthune), met de Ubii (Aubigny-en-Artois), met de Treveri (Trier? of toch Tressin?), met de Bructeri (Broxeele), met de Tencteri (Ennetières), met Novaesium (Feignies), met Gelduba (Elouges), met Mogontiacum (Mainvillers), met de Chatti(Katsberg), met de Mattiaci (Mastaing of Watten), met de Usipi (Weppes), met de Galliërs, met “de naburige steden van Belgica” , met Bonna (Ohain) en met de Renus (Schelde). Merk op dat Vetera weer in het midden van deze stammen en laatsen ligt, en trek met mij de conclusie dat de lokalisatie van deze plaats te Xanten (Duitsland) complete waanzin is.

Na het midden van de 3e eeuw is het laagland van Nederland door de Romeinen verlaten, daar tengevolge van de transgressies dat deel van Nederland evenals trouwens grote gebieden in Vlaanderen niet meer bewoonbaar waren. Hierna werden Nijmegen en Xanten de eindpunten van de nu afgekapte noordelijke band. De drie onderscheiden militaire kampementen van Nijmegen, die zonder direkte opeenvolging en op verschillende plaatsen liggen, tonen aan dat deze defensie-lijn maar betrekkelijk was en zelfs niet permanent bezet is geweest, wat ook al niet strookt met een “limes germanicus”. Het beeld van Xanten pas geheel in dit kader, al moeten de romeinse en de vroeg-middeleeuwse traditie van deze stad aan eenzelfde nieuw en kritisch onderzoek als Nijmegen onderworpen worden. Zij was in geen geval identiek met Colonia Trajana , dat Trazegnies is, evenmin m et Vetera, dat Verviers is. Het leggen van twee romeinse plaatsen op Xanten, die door de bronnen op 80 km afstand van elkaar worden genoemd, had al lang duidelijk moeten maken dat men met Xanten een onvoorstelbare farce aan het bedrijven was, bovendien een knoeipartij met de Peutinger-kaart.

De band van de stad met de martelaren van het Thebaanse legioen en St. Victor moet als een mythe beschouwd worden, ondanks dat men in Xanten twee lijken, hoogstwaarschijnlijk uit de 4e eeuw ! heeft gevonden. De mythen wemelen van dit soort toevafligheden, die aangegrepen werden om legenden te “ bewijzen” , terwijl men de geschreven bronnen rustig liet liggen. Alle gegevens van het Thebaanse legioen wijzen op Zwitserland en de Provence; het ziet er zelfs naar uit dat Xanten zijn traditie en verering van St. Victor niet van daaruit heeft gekregen, doch vanuit het noord-westen van Frankrijk. Dit even noodzakelijk onderzoek moet iemand anders maar eens doen; ik heb al genoeg gedaank.

Na het midden van de 3e eeuw hebben Nijmegen en Xanten gefungeerd als voorposten van de “ limes germanicus” , die toen ver naar het zuiden was teruggetrokken, terwijl in het tussenliggende gebied tot Keulen geen sprake meer was van een romeinse bezetting. Wat hadden de Romeinen trouwens te vrezen van het Rijnland, van Westfalen of Niedersachsen? Die streken komen tot in de 9e eeuw in geen enkele historische bron voor. En dit brengt ons tot de Albis, de Amisia en de Wisurgis, die natuurlijk niet de Elbe, de Eems en de Wezer zijn geweest. Dit probleem wordt in Deel II bij de teksten over Frisia en Saxonia opgelost. Voor Xanten zie ook tekst 389.


Wat weten we uit andere klassieke teksten?

De verwarring tussen Avesnes en Keulen was toen al minstens vijf eeuwen aan de gang. Toch heeft geen enkele Duitse historicus of kroniekschrijver het in zijn hoofd gehaald de zaak door te zetten naar Nijmegen, daar men in Xanten was uitgeput met het uitrekken van de heiligen-legenden. ‘t Zou toch voor de hand hebben gelegen dat Nijmegen al veel vroeger zijn deel van de mythen had gekregen. Dus, van welke kant men het ook bekijkt, Nijmegen blijkt in het hele bestel de jongste en de zwakste mythe te hebben gekregen. Dat er het hardst over werd geschreeuwd, wel, dat is voor iemand die de zaak door heeft, het beste bewijs dat er iets totaal fout zit. Er was maar één, maar wel wetenschappelijk gefundeerd bewijs nodig, en dan had men een einde aan de kwestie gemaakt.

Tekst 389.
Xanten, op 10 km west van Wesel, werd als Colonia Traiana opgevat. Deze plaats was echter Tressin. Vooral de teksten van het IA zijn van belang. Xanten was een garnizoensplaats, die evenals de andere verschillende chronologisch niet aaneensluitende kampementen heeft gehad. De naam Xantis of Ad Sanctos, die pas in de 12e eeuw verschijnt, kan zelfs niet aan een Romeinse naam worden gekoppeld. De invoering te Xanten van de legende van St. Victor, een der heiligen van het Thebaans Legioen, is in WK, Deel I, blz. 207 uitvoerig behandeld. Enkele teksten het Thebaanse Legioen belichten de “wandeling” van deze legende nog beter.

Bron: Gregorius van Tours, Liber in gloria Martyrum, 61, 62. In: MGH, SRM, I, p. 530.
Gregorius verhaalt een gebeurtenis, in zijn tijd (ca. 580) voorgevallen. De streek waar Gregorius het over heeft is tussen Avesnes-sur-Helpe en Metz. Een hele tijd na Gregorius is men deze tekst vanwege de verkeerde opvatting van Agrippinensis dat als Keulen werd opgevat, onvoorwaardelijk en als “absoluut zeker” op Keulen gaan toepassen. Er bestaat overigens geen enkele authentieke tekst waarin de naam Agrippina Keulen aanduidt. Zelfs wanneer Gregorius Colonia schrijft, bedoelt hij niet Keulen maar de plaats Avesnes-sur-Helpe. Zo ontstond de legende en de traditie dat de heiligen van het Thebaanse Legioen in Keulen waren begraven. Welke heiligen dat waren, wist men niet precies, daar de verering van St. Mauricius en gezellen algemeen bekend was en men zich die moeilijk kon toe-eigenen. Daarom werd de volkomen legendarische St. Gereon uitgevonden. Overigens was die uitvinding al in Frankrijk gedaan, waar in de 10e eeuw plotseling een St. Gereon verschijnt als martelaar van het Thebaanse Legioen. De tekst van Gregorius leek overigens meer naar de richting van Bertunensis te wijzen, en toen men die plaats eenmaal had opgevat als Birten bij Xanten, was ten eerste de kring rond, en werd ten tweede de volslagen onjuiste conclusie getrokken dat Gregorius van Tours over Birten en Xanten had geschreven. Inderdaad: zó simpel worden legenden en mythen geboren. Er behoeft maar één plaatsnaam te worden misverstaan, en dan regenen de consequenties vanzelf neer.

Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.