| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
|
Klik op de afbeelding voor een vergroting. Het gat in de continuïteit in de geschiedenis in Nederland is een bekend verschijnsel. Nijmegen de oudste stad met een gat van 9 eeuwen? Alleen Maastricht heeft een bewijsbare continuïteit. Over de vroegste geschiedenis van Utrecht is door geleerden uit verschillende vakgebieden veel geschreven en als hypothese of theorie geponeerd, met een groot verschil tussen de feiten en wat historici aangenomen hebben. Die geschiedenis wordt langzaam gecorrigeerd, al gebeurt dat mondjesmaat. Slechts een beperkt aantal historici blijkt het 'voor het zeggen' te hebben. En zij veranderen niets. Waarom niet? Hadden zij niet moeten ontdekken wat Delahaye ontdekte? Schaamte nu ze weten ze het al die tijd fout hadden? Verlies van reputatie nu hun ondeskundigheid blijkt? De historische wetenschap is conservatief en houdt lliever vast aan de gouden leugen dan de betonnen waarheid. Het is een algemeen probleem in de historische universiteiten. Correcties worden niet geaccepteerd, zelf niet door eigen bevindingen. En zeker niet nu ze er door een 'buitenstaander' op gewezen worden, dat ze het al die tijd fout hadden. De nors kijkende Keizer Karel op het beeld in Nijmegen geeft aan dat hij op de verkeerde plaats staat. |
volgende»Joël Vandemaele, classicus-theoloog-leraar geschiedenis in West-Vlaanderen, wijst Willibrords Traiectum in Frans-Vlaanderen aan, het huidige Tournehem-sur-la-Hem. De Hem is een riviertje dat uitmondt in het estuarium van de Aa, dat in oorkonden Almere of Flevum heette. Van Tournehem loopt nog altijd le voiette de moines, met onderweg het gehucht Monnecove (Monnikhof), naar Aefterlacum, het huidige Eperleques. Op de kust ligt Dorestadum, het huidige Audruicq, waar Bonifatius aan land kwam. Alles op loopafstand (5-7 km) in een driehoek dicht bijeen. Alle bezittingen van Willibrord, zoals genoemd in de goederenlijst uit 870, en een groot deel van die van Bonifatius, is in Noord-Frankrijk naamkundig aan te wijzen binnen een straal van 100 km. In de traditionele opvattingen ligt dit verspreid tussen Denemarken, Nederland, Luxemburg en Zuid-Duitsland over afstanden van meer dan 1000 km. In de 8ste eeuw waren deze afstanden onmogelijk te bereizen in de (soms bekende) tijd van enkele weken of soms een maand! |
| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |