Rob Rentenaar.
Rentenaar wordt doorgaans gezien als een deskundige op het gebied van naamgeving en de archeologie. In Spiegel Historiael van maart 1990 staat een uitvoerig artikel van zijn hand. Daaruit blijkt, zoals hij dat ook zelf aangeeft, dat er in ieder geval een probleem bestaat in de discussie tussen beide wetenschappen.
In feite is het overkoepelende probleem dat als een plaats een naam heeft of krijgt, of die plaats wel bestaat op dat moment als de plaats in schriftelijke bronnen voorkomt. Als schoolvoorbeeld kan ik de naam van Amersfoort noemen. De plaats zou al in de schriftelijke bronnen van (valse) oorkonden uit 1028 en 1050 voorkomen, terwijl de archeologie niet verder teruggaat dan de 12de eeuw. Lees meer over Amersfoort.
In het genoemde artikel schrijft Rentenaar het volgende: "Voor plaatsnamen geldt in hoge mate dat de naamgeving voortkomt uit de behoefte van mensen om plekken in hun nabije of verdere omgeving te identificeren. Men gebruikte daarvoor woorden en begrippen die op dat moment aan iedereen bekend waren. Het interessante bij namen is echter dat zij uitstekend kunnen blijven functioneren, zelfs als zij allerlei taalkundige veranderingen hebben ondergaan en hun etymologie, hun oorspronkelijke betekenis, niet meer aan iedere taalgebruiker duidelijk is". "Toch moeten we niet denken dat het de eerste taak van plaatsnamen was om als lokaal-historisch naslagwerk te fungeren. Hun primaire functie was om lokaliteiten van elkaar te onderscheiden en niet om ze te beschrijven". In de meeste gevallen kwam dit erop neer dat één bepaald aspect van de betreffende plaats in de naam tot uitdrukking werd gebracht. Dit kon onder meer de begroeiing betreffen'.
Veel weten we niet zeker, schrijft Rentenaar, omdat de bronnen uit ons eigen land daarover geen uitsluitsel geven. Die bronnen blijken volgens de studie van Albert Delahaye ook helemaal geen betrekking te hebben op 'ons' land, maar op het land waar die bronnen vandaan komen: Frans-Vlaanderen. Dat een naam kan blijven voortbestaan zonder bewoners, is ook een van de utopieën die Rentenaar volgt. Dan moet je met bewijzen komen en niet slechts met beweringen.
Prof.dr. R. Rentenaar (naast D.P. Blok, de autoriteiten van een handjevol naamkundigen in Nederland), reageerde op een artikel over de naamgeving Alba met: "Het komt voor mij over als iets dat ik niet geleerd heb, wat ik niet begrijp, maar dat jij het ook niet begrijpt" (vrij naar Kafka). Een beetje naamkundige durft na Blok en Rentenaar niet meer te reageren: "Men stuurt mijn werk terug, zonder bedankje, zonder commentaar, ja soms zelfs zonder afzender". Van de redactie van het tijdschrift “Naamkunde”) ontving de auteur een kaartje van de Katholieke Universiteit Leuven, met daarop de woorden: “Geen commentaar”. De wetenschap der naamkunde blijkt géén open en eerlijke wereld. Men verzwijgt teveel, ook hoe deze 'wetenschappers' tot hun opvattingen zijn gekomen. Hun autoriteit (b)lijkt onomstreden: zij hebben er voor 'doorgeleerd', dus ieder ander heeft er geen verstand van.