Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De West-Oriëntatie.

ca. 650 na Chr. De Ravennas noemt Dorestadum op de franse kust.
... hoe op de kust van de wijde Oceaan (Atlantische Oceaan) de noordelijke (lees: westelijke) gebieden liggen:

Op het eerste uur van de nacht is het vaderland van de Germanen, dat nu door de Franken wordt beheerst... achter zijn rug in de Oceaan ligt het eiland van Britannia (Engeland) waar dit het breedst is.

Op het tweede uur van de nacht uit dat deel van Germania of van de Frisones (Vlaanderen) ligt het land van Dorestate (Audruicq), waarachter in de Oceaan (Atlantische Oceaan) eilanden gevonden worden.

Op het derde uur van de nacht ligt het deel van de Saksen (zuid van Boulogne); achter zijn rug liggen ook eilanden in de Oceaan (Atlantische Oceaan).

Het vierde uur van de nacht is het vaderland van de Noormannen, dat door de ouden ook Dania wordt genoemd. Recht tegenover dit land aan de Albis (Aa) liggen de (franse) Alpen; het werd door de ouden Maurungani (toespeling op de Morini) genoemd. In dit land van de Albis (Aa) heeft vele jaren de grens van de Franken gelegen.

Bron: Ravennas, Cosmographia, I, 10, 11.

Er is in de historische literatuur geen andere tekst aan te wijzen, die alleen al vanwege de niet-opgemerkte west-orientatie zo fundamenteel is misverstaan als deze. Daar kwam nog bij dat hij juist door het misverstaan en het omkeren van de windroos zo perfekt leek te kloppen op Nederland, Saksen en Denemarken. Het is duidelijk, dat de Ravennas geen beschrijving geeft van zuid naar noord, doch van oost naar west. Dit wordt reeds afdoende bewezen door het feit dat hij de uren aangeeft waardoor, al noemt hij die ď n a ch tĒ helder is dat hij de zon volgt die immers van oost naar west gaat. Zijn beschrijving begint in het noorden van Frankrijk en eindigt in Normandie. Dat hij de Franken aan de Albis (Aa) plaatst, doet de deur dicht; daarmee kan hij onmogelijk de Elbe bedoeld hebben. Zijn tekst doet de deur van Wijk bij Duurstede eveneens dicht, zelfs in tweeërlei opzicht: ten eerste geeft hij de juiste plaats van Dorestadum aan; ten tweede vermeldt hij de plaats in een tijd (7e eeuw), waarvan de opgravingen te Wijk bij Duurstede geen spoor hebben aangetoond.



Kaart van Europa van Sebastiaan Munster uit 1536.
Zie de tekst hiernaast.
(Klik op de kaart voor een vergroting).




De Romeinse oriŽntatie! Vanuit Rome recht naar boven (het noorden!) via Besançon komt men in London (Britannia) terecht.
(Kaart naar Ruud van Veen).
Klik op de kaart voor informatie over de Via Francigena, dat een voorbeeld is van de toepassing van de west-ori235;ntatie!


In 1877 wijst Willem Pleyte in zijn "Nederlandse Oudheden van de vroegste tijden tot op Karel den Groote" al op het fenomeen van de west-orientatie. Hij schrijft: Ptolemaeus telt drie monden, de Rijnmond bij Katwijk wordt de westelijke genoemd terwijl hij moest spreken van den zuidelijken, de derde mond noordelijk gelegen noemt hij den oostelijken, terwijl het de noordelijke was. Een tweede bewijs, dat men zich den Rijnloop zoo voorstelde, ligt in de plaatsbepaling van Batavodurum, waar men het ook zoeke in Nijmegen of Wijk-bij-Duurstede, ten opzichte van den Rijn lag het zuidelijk of noordelijk, nooit oostelijk of westelijk zooals bij Ptolemaeus. Passen wij nu deze verkeerde observatie toe op de plaatsbepalingen van den Rijnmond dan moeten wij al de plaatsen ongeveer een kwart graad westelijk opschuiven, en al zijn wij daarmede nog niet tot een geheel zuivere beschouwing gekomen, men komt ten minste tot den vorm eener kust ongeveer gelijk aan de tegenwoordige en zoo moet zij ongeveer ook in de dagen van Ptolemaeus ge weest zijn.

Willem Pleyte gaat hier nog steeds vanuit dat Ptolemeus het over Nederland heeft. En dat nu wordt door Albert Delahaye anders opgevat. Het gaat volgens hem over Noord-Frankrijk.

Als historici niet op de hoogte blijken te zijn van de west-oriëntatie (zoals B.Stolte), geeft dat aan dat zij in hun studie een wezenlijk deel gemist hebben.


Wat is de juiste oriëntatie?
Wat zegt een naam?

Daarnaast moeten we ook nog wijzen op een andere probleem in klassieke teksten. Dat kunnen we het beste uitleggen aan de hand van de naam van de Noordzee. De naam impliceert dat deze zee in het Noorden ligt. In het Noorden voor wie? Maar voor de Britten zou het het de Oost-zee moeten heten, voor de Noren de Zuid-zee en voor de Denen de West-zee. Kom je nu de naam van een plaats tegen in een tekst, dan is het dubbel oppassen. Zo ligt Oostende in BelgiŽ niet in het oosten, maar in het uiterste westen van dit land. Belangrijk is dus wie de naam gaf aan de plaats, streek, rivier of zee.En werd deze naam door iedereen overgenomen. Zo kunnen er twee totaal verschillende namen bestaan voor dezelfde plaats, streek enz. Voor talloze voorbeelden die mede voor verwarring hebben gezorgd verwijzen we naar de boeken van Albert Delahaye.



Nog een voorbeeld van een afwijkende oriŽntatie. Het oosten is hier boven!
Onder west-oriëntatie verstaan we het begrip dat veel klassieke schrijvers in hun teksten niet altijd onze noord-oriëntatie gebruiken. Het woord oriëntatie houdt dat probleem al in. De oriënt is het oosten, de plaats waar de zon opkomt en de nieuwe dag weer begint en na een donkere nacht het leven weer begint. Het woord oriëntatie geeft aan dat wij op het oosten gericht zijn. Het oosten is ook de richting waar de nacht begint. 'Het eerste uur van de nacht' is dus in het oosten. Zie de tekst van De Ravennas in de linker kolom.

Veel klassieke schrijvers gingen in hun geschriften bij de windrichtingen niet altijd uit van het noorden, zoals wij dat doen (bijv. bij kaarten), maar van het oosten, van de plaats waar de zon opkomt. Maar, en hier komt het probleem, zij noemden ons oosten soms toch het noorden. Draai je denkbeeldig het noorden van een kaart naar het oosten, dan komt het westen aan de bovenkant van de kaart te liggen. Hun noorden is dan ons westen geworden: de west-oriëntatie. Dat daar misverstanden door ontstonden mag duidelijk zijn, zeker als die schrijvers soms ook tegelijk onze noord-orientatie gebruiken, zoals Ptolemeus keer op keer doet. Vandaar dat historici hem 'onbetrouwbaar' hebben genoemd. Zij doorzagen zijn west-oriëntatie dus niet.
Bij de west-oriëntatie wordt de windroos dus een kwartslag gedraaid met de klok mee. het westen komt dan aan de bovenkant van de kaart te liggen. Ook bij oudere landkaarten zie je dat fenomeen (zie de kaart van Johannes Blaeu hieronder. Dan heeft de Noordzee dus de juiste naam!?!). Bij enkele klassieke schrijvers ontstaat een groter probleem als ze soms de juiste oriëntatie gebruiken, maar soms ook de kwartslag gedraaide oriëntatie met een draaiing van geen 45°. Daarnaast blijkt die draaiing van 45° niet altijd toepasbaar op teksten, maar komt men uit op een draiing van zo'n 25°. Dat noemen we de Romeinse oriëntatie. Vanuit ItaliŽ recht naar boven kwam je in Engeland. (Zie de kaart in de linker kolom en de kaart van Europa onderaan als men ItaliŽ pal "noord-zuid" projecteert).

De visie van Albert Delahaye.
Als men de historische geografie gaat bestuderen moet steeds goed bekeken worden of de historische schrijvers onze noord-oriŽntatie gebruikten. Bij de bestudering van de plaatsbepalingen bij Strabo, Ptolemeus en andere historische cartografen, blijkt dat men hun lengte en breedtegraden te makkelijk in onze noord-orientatie heeft opgevat. De west-oriëntatie is een van de zaken waar men terdege rekening mee moet houden in de geschiedschrijving. Past men deze niet toe, dan komen plaatsen, streken en rivieren op de verkeerde plaats te liggen. Zo kwam het Germania van Tacitus dat ten oosten (wat dus het noorden is) van Gallia ligt, in het oosten terecht en werd het opgevat als Duitsland.
Veel klassieke schrijvers hanteerden de windrichtingen wel eens onjuist omdat hun kaartbeeld nog onvolkomen of zelfs geheel onjuist was. Zij noemden dan west wat bij ons zuid is of zuid wat bij ons oost is.
Historici blijken ook niet altijd op de hoogte zijn van de west-oriëntatie, wat hilarische opmerkingen heeft voortgebracht als "Delahaye draait de zaken om". Daaruit blijkt eens te meer dat deze historici hun bronnen niet kennen.
Zie in de linker kolom wat Willem Pleyte er in 1877 al over geschreven heeft.

Een goed voorbeeld van de "West-oriŽntatie" vinden we bij Tacitus. In "Agricola, 10" wordt een beschrijving gegeven van Brittannia. Tacitus schrijft hier: "Brittannia ligt naar het westen tegenover Hispania, in zuidelijke richting ligt het zelfs binnen de gezichtskring der GalliŽrs". In werkelijkheid ligt Spanje ten zuiden van Engeland en woonden de GalliŽrs ten oosten van (zuid-)Engeland. Onder de "gezichtskring" moet men de plaats aan het Kanaal begrijpen, waar men de overkant kan zien.
In het kaartbeeld van Tacitus past zijn beschrijving perfect. In ons kaartbeeld dienen windrichtingen aangepast te worden. Deze aanpassing wordt door Albert Delahaye de "west-oriŽntatie" genoemd.


De oost-west oriŽntatie is de natuurlijke oriŽntatie, noord-zuid daarentegen kunstmatig.
Een voorbeeld waarbij de windroos zelfs 180° gedraaid is (uit de Libri Cosmo ca.1617), ziet U hiernaast. De (Meridies) 'Zuydwint' is bovenaan, de aardbol is omgekeerd.
Volkeren hanteerden in het verleden, enkele zelfs nog in onze dagen, de west-oriŽntatie. Niet de noordpool, niet de poolster, niet de noord-zuid as is bepalend voor hun oriŽntatie, maar de oost--west as. Daar waar 's morgens de zon opkomt en 's avonds de zon weer ondergaat bepaalde hun cultuur en identiteit in hun dagelijks leven de belangrijkste oriŽntatiepunten. De "dageraad" is het begin van de nieuwe dag, de "overwinning op de nacht", de terugkeer van de zon. In veel godsdiensten en culturen zijn er relaties aan te wijzen met de dageraad (de Metten: vroegdienst in de kerk en de morgengezangen in kloosters; bij de vrijdenkers, in het oude Egypte, de vroege ochtend en de zonsopgang bij ouden culturen) en de oost-west-oriŽntaties. Gebedshuizen, kerken, graven en begraafplaatsen liggen oost-west, de lijn van de op- en ondergaande zon. Het woord "oriŽntatie" is niet voor niets afgeleid van "oriŽnt" (=oost) evenals het woord "horizon" (h-ori-Žnt-zon: oriŽntatie op de zon), daar waar de zon opkomt, het belangrijkste natuurverschijnsel bij de primitieve (en moderne) mens. Het gezegde "oost-west, thuis best", de wijzen uit het "oosten", zijn voorbeelden van de oost-west geörienteerde cultuur. Het alom bekende en vele eeuwen oude Stonehenge in Engeland, is ook een voorbeeld van een "zonneportaal", bedoeld om de opgaande zon aan weerskanten te "schragen". Ook bij de bouw van de piramiden en tempels in het oude Egypte, was de opkomende zon van levensbelang en derhalve van grote godsdienstige invloed. Ook in de Islam is de zonsopkomst een ijkpunt o.a. tijdens de Ramadan. "Het Uur zal niet aanbreken voordat de zon in het westen opkomt. Als ze opkomt en de mensen het zien, zullen zij allen geloven. Maar dat zal de tijd zijn dat het geloof geen ziel zal baten die voorheen niet geloofde, noch iets goeds door haar geloof verdiende."
En dat de zon in het westen op zal komen zal niet gaan gebeuren. Het bedoelde uur dat allen geloven zal dus nooit aanbreken.

In hun interpretaties van oude geschriften blijkt vaak dat historici hier niet altijd rekening mee hebben gehouden, waardoor de vergissingen in de verschillende windrichtingen een evidentie is.


Dicuil ca.825 na Chr., De Mensura Orbis Terrae.
"Gallia Comata met de Britannische eilanden (Bretagne) eindigt in het oosten bij de rivier de Renus; in het westen bij de PyreneeŽn; in het noorden bij de (Atlantische) Oceaan; in het zuiden bij de RhŰne en de Cevennen. In de lengte meet het 928 mijlen (2041 km), in de breedte 383 mijlen (726 km).
Germania in zijn geheel en Gothia eindigen in het oosten aan de rivier de Hiusta, in het westen aan de rivier Renus; in het noorden aan de (Atlantische) Oceaan, in het zuiden aan de rivier de Danuvius. Het heeft als lengte ongeveer 800 mijlen (1760 km), als breedte 383 mijlen (842 km).

Tekst 105 in De Ware Kijk Op, deel 1.

Bij vroeg-Middeleeuwse schrijvers, zoals de hierboven aangehaalde Dicuil, blijken de opvattingen over de Renus en de west-oriŽntatie nog steeds te bestaan. Duidelijk blijkt dat zij onder de Renus geenszins de Duitse/Nederlandse Rijn verstaan en dat de (Atlantische) Oceaan bij hen in het noorden gesitueerd wordt. Valt er over de Oceaan nog te discussiŽren (sommige historici menen dat daarmee de Noordzee werd bedoeld), de locatie van de PyreneeŽn in het westen is onweerlegbaar!
(1) Bij de Britannische eilanden zal eerder aan Bretagne dan aan Engeland gedacht moeten worden.

De schrijver geeft tweemaal de vier windrichtingen, en telkens blijkt dat een correctie moet worden toegepast. Opmerkelijk is tevens, dat hij onder Germania niet het Grote Germania (Duitsland) verstaat, noch beschrijft. Over de gegeven afstanden kan men nog discussiŽren, wat dan ook volop gebeurd. Het is geen argument om de west-oriŽntatie dan maar volledig te verwerpen.

Reni Orientalis Ostrium en Reni Occidentalis Ostrium worden door alle historici vertaald met noordelijke en zuidelijke monding van de Renus, terwijl er letterlijk staat oostelijke en westelijke monding. Afgezien of de juiste Renus bedoeld wordt, moeten zelfs tegenstanders van de visie van Albert Delahaye hem hier toch gelijk geven. Het is een onmiskenbare bevestiging van de West-OriŽntatie.

Kaarten.
Ook op antieke kaarten is niet altijd de ons zo bekende Noord-oriŽntatie van toepassing. Bekijkt men de kaart van Sebastiaan Münster (in de linker kolom), die in 1536 een Europese kaart uitgaf, dan ziet men zelfs een zuid-orientatie. Deze kaart, gebaseerd op gegevens van Strabo en Ptolemeus, geeft Europa weer in de 3e eeuw na Christus. Op deze kaart is het zuiden boven, het noorden onder.
Op de eerste plaats blijkt overduidelijk dat kartografen het noorden niet altijd aan de bovenkant van een kaart plaatsten.
Van de klassieke schrijvers tot ver in de Middeleeuwen is de west-oriŽntatie een gegeven dat voor de nodige verwarring heeft gezorgd. Ook in onze dagen en streken komt het nog voor. Bekijk maar eens de namen Westerschelde en Oosterschelde ten opzichte van de Noordzee en de Zuiderzee.

Op de kaart van Sebastiaan Münster blijkt bovendien dat er sprake is van een transgressie (overstromingen door stijging van de zeespiegel òf door daling van het land). Waar geen land is, kan ook geen bewoning zijn geweest, laat staan bebouwing met burchten of zelfs complete steden.

Tot in de 17e eeuw hanteerde cartografen naar het westen georiŽnteerde kaarten, waardoor namen als Wester- en Oosterschelde eenvoudig verklaard worden. Zie de kaarten van Johannes Blaeu, waarvan hiernaast een detail van de kaart van "Nederland" uit 1635.

Afbeelding van de streek van Frans en Belgisch en Zeeuws Vlaanderen rond het jaar 800 door Nicalius Fabius (rechts). Aan de overkant van de Mare Germanicum ligt Britannia (Kent). In die tijd hanteerde men nog de west-oriŽntatie en tekende men een kaart nog niet naar het Noorden. Veel huidige steden bestonden toen nog niet. Toch merken we o.a. Lampernisse, Lauwe op. De zee heet Mare Germanicum, de strook langs de kust heet "Litus Saxonium", de kust van de Saksen. Mare "Germanicum" slaat hier dus niet op Duitsland, maar op het Romeinse Germania (zie bij Tacitus).



Klik op de betreffende kaart voor een vergroting of meer informatie.



Links: Hoe men zich de Romeinse OriŽntatie moet voorstellen. Vanuit de as van ItaliŽ gerekend lag Britannia gewoon "rechtdoor" naar boven, het "noorden".


Rechts: een ander voorbeeld van de West-OriŽntatie: Europa Regina!



Romeinse oriŽntatie.
Ten aanzien van de Romeinse oriŽntatie moeten we ook rekening houden met, wat de Fransen noemen "Orientation du Quadrilatère Antique", ofwel de hoofrichtingen in een Romeins nederzetting. Het woord oriŽntatie (oriŽnt=oosten) geeft meteen de belangrijkst as aan, de Decumanus maximus, die pal oost-west liep. De as Cardo Maximus stond daar loodrecht op. Het geografisch noorden maakte een hoek van zo'n 50 graden met de Decumanus maximus. Zie afbeelding van Montreuil-sur-Mer hiernaast. Klik op de afbeelding voor een vergroting.
Als je deze oriŽntatie op de oudste kern van plaatsen als Amiens, Arras, Etaples, Boulogne-sur-Mer, Orleans (zie afbeelding hieronder rechts) enz. projecteerd, dan blijkt uit de richting van de eerste aanleg van deze plaatsen dat ze duidelijk "Romeins" zijn. Projecteer je diezelfde oriŽntatie op Nijmegen (Hunerberg) dan maakt de eerste aanleg een hoek van 45-50 graden ten opzichte van de noord-oriëntatie. Nijmegen voldoet niet aan een 'Romeins georiënteerde plaats', daarvoor zijn de opgegraven plattegronden op het Kops Plateau te warrig (of te veel verstoord?) Zie afbeelding hieronder links.


Het zijn gegevens waar de traditionele historici vaak geen weet van hadden (tenminste ze vermelden het niet) en er dus geen rekening mee hebben gehouden bij de locatie van geografische gegevens. Dat blijkt uiteraard uit hun eigen publicaties en de onjuiste en soms onmogelijke locaties van rivieren, plaatsen en volkeren. Dat met die locaties fouten zijn gemaakt is zo vanzelfsprekend als de "west-oriëntatie" bestaat.
Na constatering van die "west-oriŽntatie" moet feitelijk de hele geografie van west-Europa opnieuw bestudeerd worden. Dat is ook wat Albert Delahaye steeds gesteld heeft. Maar dat is tot heden nog steeds niet gebeurd, omdat de west-oriŽntatie door de gevestigde historici nog steeds gewoon wordt ontkend, net als de transgressies overigens.
De gevestigde historici begrijpen maar al te goed dat accepteren van de West-Orientatie hun wereldbeeld een kwart slag naar links draait. Dan is Duitsland niet langer meer Germania, maar wordt het vanzelf het gebied ten noorden van Frankrijk.

Wat weten we uit andere klassieke teksten?

Zie de visie van Albert Delahaye hierboven.
De west-oriŽntatie, waarbij het westen noord werd genoemd, was normaal bij de meeste klassieke schrijvers en zij is volgehouden tot ver in de vroege Middeleeuwen. Zij heeft vanzelfsprekend ook de nodige parten gespeeld. In de twee namen van West-FranciŽ en Oost-FranciŽ zit zij ook verborgen. Volgens onze gebruikelijke noord-oriŽntatie hadden deze twee delen Zuid-FranciŽ moeten heten, wat voor Frankrijk al overduidelijk is, en Noord-FranciŽ, wat geografisch exacter was geweest en wat dan niet de blik exclusief op Duitsland zou hebben gericht.
Verschillende klassieke schrijvers beschrijven de oriëntatie van hun wereld op verschillende manieren. Van een kaartbeeld zoals wij dat nu hebben, had men in de klassieke oudheid geen weet. De historici spreken bij de beschrijvingen van de windrichtingen er regelmatig over dat de schrijver 'verwarrend' of 'onjuist' is, aangezien zij klassieke oriëntatie met de huidige oriëntatie vergelijken.

In de Divisio orbis Terrarum uit ca. 400 na Chr. worden de afmetingen van Gallia Comata en Germania beschreven. De betreffende tekst luidt als volgt:
Gallia Comata met de eilanden van Britannia (=Bretagne en niet Engeland). Het eindigt in het oosten bij de rivier de Renus (=de Schelde); in het westen bij de PyreneeŽn; in het noorden bij de zee van de Oceaan (Atlantische Oceaan); in het zuiden bij de rivier de Rhône en de bergen van de Cevennen.
Geheel Germania en Dacia eindigen in het oosten bij de rivier de Vistula (=de Leie); in het westen bij de rivier de Renus (=de Schelde); in het noorden bij de zee van de Oceaan (=de Atlantische Oceaan en niet de Noordzee of de Oostzee); in het zuiden bij de rivier de Danubius (=de Aisne).
Uit deze beschrijving blijkt duidelijk de onjuist oriëntatie van Gallia als de Pyreneeën in het westen worden genoemd, wat dus duidelijk het zuiden moet zijn.
Bij de beschrijving van Germania blijkt de onjuiste oriëntatie uit de vermelding van de Atlantische Oceaan in het noorden, die feitelijk in het westen ligt. De Vistula is in de traditionele opvattingen de Wisla in Polen, maar zover zijn de Romeinen nooit geweest. Ptolemeus schrijft dat aan de monding van de rivier Vistula vier eilanden liggen die Scandiae genoemd worden. En hier komen we op de grootste miskleun in de historische geografie van Europa.

Behalve dat Germania als Duitsland werd opgevat, werd de naam van de eilanden Scandia op Scandinavië geplakt. Wanneer dat precies is gebeurd is niet na te gaan, maar het zal niet eerder dan het tweede millennium zijn geweest, toen meerdere mythen ontstonden.

De naam Scandiae of Scandia (wat Ptolemeus ook schrijft) heeft geen naamkundig relict in de oorspronkelijke streek achtergelaten. De Geograaf van Ravenna (Ravennas, I, 12) heeft het over dezelfde streek en noemt haar Scanza, die hij eerst met de Gotthi, de Dani en de Gepidae in verband brengt, en waarvan hij later (Ravennas, V, 30) zegt dat het een groot eiland was. Blijkens zijn context heeft hij het over een gebied ten noorden van Frans-Vlaanderen. De naam Scandia heeft natuurlijk niets te maken met ScandinaviŽ, al situeert de gangbare historiografie deze beschrijving van Germania in het hoge noorden van Duitsland en ziet zij er wel een verband met ScandinaviŽ in. Men kan evenwel gevoeglijk aannemen, dat de naam van ScandinaviŽ van Ptolemeus is afgekeken, precies zoals België van Gallia Belgica, Denemarken van de Mark van de Dani in NormandiŽ, Noorwegen van de Noormannen, Zweden van de Svebi, Finland van de Finnes of Fennes, Estland van de Aestii en de Oostzee van een niet-gecorrigeerde Noordzee. Immers: al deze namen verschijnen in de geschreven bronnen pas na de 10e eeuw, en wel nadat zich ďde oerknalĒ van de historisch-geografische explosie over westelijk Europa heeft verspreid.

En net zoals met andere namen (zoals Batavia voor fietsen en een land met hoofdstad) gebeurde, werd de naam Scandia aan veel producten gekoppeld: van werkkleding en rashonden tot meubilair en spoorwegmaterieel. Zo werd de naam Scandia algemeen bekend en bevestigde schijnbaar de aangenomen traditie; de onderliggende mythe bleef onbekend en de naam verdween op de oorspronkelijke plaats vanzelf.

Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.