De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Een verontrustende affaire.



Klik op de brief voor een vergroting.


De tekst op de brief van 7 juli 1981 is als volgt:
"Merci, cher Monsieur, de me communiquer ce texte, plus perturbant peut-être que tout ce que j'ai lu jusqu'alors de Monsieur Delahaye. Il est convaincant. A vrai dire, je suis dans ces domaines très précis de l'Antiquité et du Haut Moyen Age, un "amateur" mais tout prêt à accepter de reprendre de fond en comble les perspectives de la géographie historique. Veuillez transmettre à Monsieur Delahaye mes félicitations et mes encouragements et accepter, cher Monsieur, mes sentiments les meilleurs."
Georges Duby.


De vertaling is:
"Dank u, geachte heer, voor het verstrekken van deze tekst, misschien meer verontrustend dan alles wat ik tot nu toe van Monsieur Delahaye heb gelezen. Het is overtuigend. Om de waarheid te zeggen, ben ik op deze zeer specifieke gebieden van de Oudheid en de Hoge Middeleeuwen, een "amateur" maar helemaal klaar om de perspectieven van de historische geografie van top tot teen te accepteren. Breng alstublieft de heer Delahaye mijn felicitaties en mijn aanmoediging over en aanvaard, geachte heer, mijn beste wensen."
Georges Duby.


Prof.Georges Duby van het Collège de France te Parijs verklaarde in 1979, 1980 en 1981 dat hij zeer onder de indruk is van de werken van Albert Delahaye. (Zie details uit deze brieven hiernaast). "Ik ben er van overtuigd dat het nodig zal zijn in de volgende editie van de Historische Atlas van Larousse (waarvan Duby redacteur is), een aantal kaarten te rectificeren. Wat ik gelezen heb van het resultaat van het onderzoek van Delahaye heeft mij overtuigd. Het hoofdstuk over de Renus is het meest opzienbarende dat ik tot heden van de heer Delahaye gelezen heb.
Het is overtuigend!"



De leugenaar betrapt.
Volgens Leupen bleek Duby niets af te weten van zijn brieven en zijn steun aan Delahaye. Leupen citeert uit een brief van 17 mei 1983 dat Duby niet op de hoogte is dat meneer Delahaye stukken uit zijn brieven gebruikt! Stukken uit zijn brieven? Die brieven bestaan dus wel degelijk, sterker: we hebben ze in bezit. Wie liegt hier nu? Duby of Leupen.

Er is, volgens Leupen, geen sprake van dat Duby het eens zou zijn met wat Delahaye beweert en zou hem 'un personnalité apparament inquiétente' (een schijnbaar verontrustend persoonlijkheid) genoemd hebben. Inquiétente kan ook vertaald worden met 'storend'. Delahaye wordt dan nog wel een 'persoonlijkheid' genoemd, maar het verontrustende of storend is zeker geen compliment. Was Delahaye een verontrustend persoonlijkheid of waren zijn opvattingen verontrustend of storend? Voor wie waren de opvattingen van Delahaye verontrustend of storend? Ze waren zeker storend voor historici van de traditionele slag, zoals Leupen en Bogaers c.s., immers Delahaye gooide al hun mooie verhaaltjes omver.
Zijn opvattingen waren ook verontrustend, niet alleen voor de Nederlandse historici, maar ook zeker voor Duby, die -erop gewezen door de Nederlandse en Vlaamse historici- zich bewust werd dat zijn bijval aan Delahaye zich als een boemerang tegen hemzelf zou keren.

Wat Leupen beweert uit die brief van 17 mei 1983 klinkt in elk geval toch heel anders dan wat Duby zelf geschreven heeft aan Delahaye, namelijk dat het overtuigend was en hij bewondering had voor zijn onderzoek. Zie zijn brieven hiernaast.

Zouden we een kopietje kunnen krijgen van die brief van 17 mei 1983? Het zou zeer verhelderend zijn.
Jacques Fermaut uit Bierne (Winnoksbergen) heeft alle werken van Albert Delahaye in het Frans vertaald en deze onder Franse historici verspreid, onder andere aan prof. Georges Duby gestuurd. Deze professor was zeer onder de indruk van het werk van Albert Delahaye en stelde in 1979, 1980 en 1981 in brieven aan Fermaut dat hij zijn historische atlas en andere historische opvattingen zou moeten herzien. Echter, toen de Nederlandse historici lucht kregen van deze bijval (lazen zij dat in De Bisschop van Nijmegen uit 1982? Dan lazen ze de boeken van Delahaye dus wel degelijk, hoewel dat steeds ontkend werd!) hebben zij Duby in 1983 gewezen op het gevaar voor afbrokkeling van zijn eigen reputatie en die van zijn collega's in Nederland!

De visie van Albert Delahaye.
Toen het erop leek dat de Franse historicus Georges Duby mij bij zou vallen, werd hij met brieven uit Holland en België bestookt om zijn aanvankelijke steun in te trekken en zijn collega’s niet af te vallen. Er werd Duby gesteld "als je Delahaye bijvalt zet je niet alleen jezelf te kijk, maar de hele academische wereld". Duby begreep maar al te goed dat hij een groter probleem had dan de Nederlandse historici. Het zou zijn prestige en reputatie immers harder treffen, want hij had als Frans historicus moeten ontdekken wat Delahaye ontdekte. Het was echter weer een zoveelste bewijs dat Frans-Vlaanderen buiten de belangstelling van Parijs lag, wat Duby verklaarde met het feit dat hij maar een 'amateur' is op deze specifieke gebieden.

Toen ik kontakt kreeg met Noyon en de mensen aldaar voorhield dat de drie donkere eeuwen van Noyon niet hadden bestaan omdat Nijmegen zich die ten onrechte had toegeëigend, vielen velen de schellen van de ogen. Dit gebeurde echter niet bij de franse historici, die gealarmeerd werden door jankbrieven van Nederlandse en Vlaamse collega’s om hen niet in de steek te laten, en om een gezamenlijk front te vormen tegen de ophelderingen van de blunderingen der akademische wereld. De Hollanders en Vlamingen waren aan het goede adres: voor de Fransen immers dreigde openbaar te worden dat zij incapabel waren geweest om de geschiedenis van Noyon en van het eigen land juist te kennen, om over romeins Gallia en Germania maar helemaal te zwijgen. Dit internationale alarm had tot gevolg dat Prof. Georges Duby, die zich zeer positief had uitgesproken voor het serieuze van mijn onderzoeken en mij verschillende malen aanspoorde die voort te zetten, aan het wankelen werd gebracht. Van Hollandse (Bogaers, Leupen c.s.) en Vlaamse zijde (Gysseling) werd hem in de mond gelegd - ik heb die uitspraak nooit van hem vernomen - dat hij uit franse “politesse" veel te welwillend op mijn stellingen had gereageerd. Hier ligt het bewijs van wat in internationaal verband aan de gang is: een samenzwering tot botte ontkenning van de historische blunders. Wanneer een historicus het waagt mij bij te vallen, wordt hij tot de orde geroepen. Het was trouwens een koud kunstje om de Fransen in het geweer te krijgen. Hun blunderingen zijn namelijk nog groter dan die van de Hollanders of Vlamingen. Zij zijn voortgekomen uit de superbe minachting van generaties Franse historici voor het noorden van het land, zodat een beeld was opgebouwd waarin geen plaats is voor iets Vlaams of Germaans. De Fransen moet honderdmaal meer dan de anderen aangeraden worden: begin opnieuw bij Tacitus' “Germania”, waarvan gij alles hebt gemist, want dan gaat het historisch beeld een geheel ander beeld vertonen en krijgt gij ook gevoel voor mijn alarm, dat aan Frankrijk (met name aan Frans-Vlaanderen) een massa historie is ontstolen.



De volgende jaartallen zijn van belang. Let speciaal op de volgorde!
  • Brieven uit 1979, 1980 en 1981 waarin Professor George Duby zijn bijval toont aan de onderzoekingen en opvattingen van Albert Delahaye.
  • 1982: Delahaye citeert die bijval uit enkele brieven van Duby in zijn boek 'De Bisschop van Nijmegen' (zie details van die brieven hieronder).
  • 1983: Nederlandse en Vlaamse historici bestoken Duby met brieven om zijn bijval in te trekken en wijzen hem op zijn eigen reputatieschade en die van hen.
  • 1984: Delahaye schrijft in De Ware Kijk Op 1 over de 'gang van zaken' rondom deze afaire.
  • In 1994 duikt plotseling die brief van Duby op in het Historisch Nieuwsblad van november. Tevoren is er geen enkele keer over gesproken of geschreven door Leupen c.s.
  • Bijval van Duby.
    De brieven van George Duby zijn in ons bezit (zie afbeelding van een brief in de kolom links). Graag zouden wij een kopie ontvangen van de brief die Duby aan Leupen c.s. heeft gestuurd. Immers Leupen kan wel van alles beweren, maar Delahaye heeft zelf nooit iets vernomen dat Duby zijn bijval had ingetrokken.








    Wat weten we nu allemaal over deze affaire?





    Opmerking: 'politesse francaise': Duby zou geschreven hebben uit 'Franse beleefdheid'. Uit Franse beleefdheid geef je toch niet gauw complimenten en beoordeel je een werk toch niet zomaar als 'overtuigend' en zeg je niet zomaar dat je 'zeer onder de indruk bent' van de werken van Delahaye. Ook zeg je niet zomaar toe de Historische Atlas te rectificeren.
    George Duby (1919-1996) heeft enkele gerenomeerde boeken op zijn naam staan, zoals 'De Kathedralen bouwers'. Ook was hij redacteur en (mede-)auteur van de 'Atlas Historique' van Larousse. De kaarten in die atlas zijn in elk geval nog niet aangepast en bevattten de nodige traditionele fouten, ook over de Romeinse, Merovingische en Karolingische tijd. Zo zou het Frankische Rijk vóór Clovis al een groot deel van Nederland tot aan Friesland omvat hebben. En Clovis zou al half Duitsland tot aan de Weser veroverd hebben en heel Frankrijk en België ten noorden van de Loire in bezit gehad hebben. Na de dood van Clotarius (561) zouden de Merovingers al een groter rijk hebben gehad dan Karel de Grote, die er slechts het land van de Saksen in Duitsland (wat onjuist is) en half Italië aan toegevoegd zou hebben. Ook de Grote Volksverhuizing (les Invasions Germaniques) neemt in die atlas nog een prominente plaats in, terwijl dat (ook in Nederland: zie daar) een achterhaalde traditie is.




    Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

    Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.