Terug naar de lijst

Carvium = Kesteren of Herwen - De Bijland Carvin

Carvium staat niet op de Peutingerkaart.

Opgravingsgegevens zijn er niet, alles wat we vermoeden te weten is afkomstig uit weggespoelde baggervondsten!
Als de naam Carvium voor Romeins Herwen juist is, en daar gaat men in Nederland van uit, bevestigt dat nogmaals dat de Peutingerkaart niet over Nederland gaat en dat de Limes Germanicus niet in Nederland gelegen heeft.

De algemeen aanvaarde visie dat Carvo te Kesteren zou zijn gelegen, is nog niet met vondsten bevestigd.Bron: J.Bervaes.

Carvone bestond nog niet in de tijd van Drusus (Bechert, o.c. p.26), dus kan nooit het Carvium ad moles van de dam van Drusus (12 v.Chr.) geweest zijn, wat Byvanck er van maakt.

Drusus heeft door het gebied van de Bataven een kanaal laten aanleggen, waardoor een veiliger vaarweg ontstond van de Renus en een dam laten bouwen om een betere verdeling te maken van het water dat door de Renus wordt aangevoerd. (Byvanck, o.c. p.203).
Deze constatering van Byvanck weerspreekt de traditionele visie in Nederland onmiskenbaar.


De grafsteen van Marcus Mallius.


De oude identificatie van Kesteren met "Carvo", een plaats die bekend is van de Peutinger-kaart, blijkt niet correct te zijn; Levefanum is waarschijnlijk identiek aan Herwen (Latijn: Carvium). Bron: Livius.org (Jona Lendering).
De visie van Albert Delahaye.
De plaatsnaam Carvium komt bij geen enkele klassieke schrijver voor.
De beide wegen op de Peutingerkaart tussen Noviomagus en Colonia Agripina noemen Carvium evenmin. Ook het Itinerarium Antonini vermeldt op de wegen tussen Lugdunum en Colonia Agripina nergens een Carvium. Als Carvium dan zo'n belangrijke plaats is geweest en de dam ter plaatse van groot strategisch belang was (zie Bechert o.c. p.65), is het onverklaarbaar dat Carvium niet op de Peutingerkaart staat of niet in het Itinerarium Antonini wordt genoemd. Het is daarmee onweerlegbaar duidelijk dat de Peutingerkaart niet over Nederland gaat en de Limes Germanicus evenmin in Nederland gelegen heeft.
Bovendien wordt met het ontbreken van Carvium bij de klassieke schrijvers even onweerlegbaar duidelijk, dat de Romeinen inderdaad nooit veel belangstelling hebben gehad voor dit deel van het rijk, dat voor hen viel onder de term "Agri Decumates".
Waar alles is weggespoeld valt ook niets te weerleggen van de Nederlandse interpretatie.

De Nederlandse traditie.
De algemeen aanvaarde visie dat Carvo te Kesteren zou zijn gelegen, is nog niet met vondsten bevestigd en tot nu toe ontbreken vondsten die op een intensieve Romeinse bebouwing wijzen.Bron: J.Bervaes.

Bij Kesteren (Carvone) wijzen talloze bodemvondsten en het Romeinse grafveld van de Prinsenhof op de aanwezigheid van een castellum. In Opheusden/Randwijk komen dergelijke sporen nauwelijks aan het licht. Het situeren van een castellum hier berust vooral in het feit dat, gezien de onderlinge afstanden tussen de castella en er vanuit gaande dat er bij Kesteren en Driel inderdaad castella lagen, er op deze voor de Romeinen gunstige plaats een gelegen zou kunnen hebben. Het laatste geldt ook voor Driel waar echter wel een grote hoeveelheid Romeins en inheems- Romeins materiaal is aangetroffen. Tot de vondsten behoren onder meer enige zeer fraaie Romeinse fibulae en een grote tufstenen scharniersteen, waarin de post van een poortdeur kon ronddraaie. (Bron: R.Borman)

Er is dus bij Kesteren geen castellum gevonden, slechts wordt er een vermoed op grond van afstanden naar plaatsen waar er ook een castellum wordt vermoed. Op een vermoeden van een vermoeden bouwt Nederland dus haar traditie.
Van Es (o.c. p. 104) verklaart de naam Carvium vanuit een ter plaatse gevonden grafsteen.
Een letterlijk citaat is als volgt: "Een andere oude bekende is de Bijlandse Waard bij Herwen, op de splitsing van Rijn en Waal. Ook hier - het wordt eentonig - gaat het om baggervondsten. Opgravingsgegevens zijn er dus niet. De vondsten zijn ongetwijfeld afkomstig uit een militaire nederzetting: zeer waarschijnlijk een castellum. Onder de gevonden voorwerpen bevindt zich de bekende grafsteen van M. Mallius, een uit Genua afkomstige soldaat van legio I. Hij ligt, zo luidt de inscriptie *), begraven te Carvium ad molem. Bij de vindplaats zouden resten van een stenen dam (moles) waargenomen zijn. Op die grond is aangenomen dat het castellum bij Herwen Carvium heette. Bovendien is genoemde moles gelijkgesteld aan de dam die Drusus omstreeks 12 v. Chr. heeft aangelegd en die in 70 n. Chr. door Civilis werd doorgestoken. Het is haast te mooi om waar te zijn, maar hoe het ook zij, er zal in de Bijlandse Waard wel een castellum gelegen hebben. Helaas is het al even waarschijnlijk dat de rivier ook dit fort heeft opgeruimd." Aldus een letterlijk citaat. Zie opmerking 1.

In Westerheem 6 van december 2014: wordt nog steeds bevestigd dat van een castellum bij Herwen nog steeds NIETS gevonden is.
Opgraving van een Romeins grafveld in Huissen en een prikactie vanaf een ponton naar de resten van het bij Herwen in de Bylandt-recreatieplas gelegen (vermoedelijke) Romeinse castellum Carvium. Na IS0 boringen lijkt de limesweg nog niet gevonden, maar de onderzoekers geven het nog niet op: ergens moet hij toch liggen. In de jaren '30 van de vorige eeuw komen bij het uitbaggeren van de Bylandt-plas veel Romeinse resten boven water. Een grafsteen vermeldt dat de betreffende soldaat bij Carvium ad molem is begraven. Er komen zoveel bouwresten boven water - waarbij de molen er soms niet meer door komt - dat men het baggerwerk op die plekken moet staken. Daar, ergens in een vlek op de kaart van 200 bij 70 meter, moet het castellum hebben gelegen. Meer dan eens ondernemen duikers pogingen om meer boven water te halen, maar het donkere en erg troebele water bij de bodem staat dit in de weg. Vandaar dat onderzoeker Jan Verhagen het plan opvat om vanaf een ponton met lange staven in de bodem te prikken. Steenresten kunnen dan sneller worden gelokaliseerd en duikers vervolgens gerichter zoeken. Een extra uitdaging is de waterdiepte (5-20 m}, waardoor op het ponton met lange, onhandige staven moet worden gewerkt. Na deze eerste campagne is het castellum nog niet aangetoond.

Bechert (o.c. p.25, 65-66) vermeldt dat Carvium een nieuw castellum was, dat ontstond onder Claudius (41-54 n.Chr). Citaat: "Het eerste castellum op Nederlands grondgebied, Carvium (Billandse Waard), lag bij het dorp Herwen en Aerdt. Van het castellum zelf is waarschijnlijk niets meer over, omdat het na de Romeinse tijd door de sterk meanderende rivier is weggespoeld. Baggerwerk in de polder De Bijland, tegenwoordig een watersportcentrum, heeft vanaf 1938 talrijke vondsten opgeleverd waaronder bouwfragmenten en militaire uitrustingsstukken die het bewijs leveren voor de aanwezigheid van een castellum, dat hier waarschijnlijk rond het midden van de 1ste eeuw of al eerder is gebouwd. Het zal tot 275 in gebruik zijn gebleven als kazerne van de cohors II civium Romanorum equitata pia fidelis (Antoniniana?), maar kan ook nog in de 4de eeuw een rol hebben gespeeld.

Dankzij de vondst van een grafsteen kennen we ook de naam, Carvium. De inscriptie op de steen maakt duidelijk dat Carvium bij een dam (moles) lag. Deze dam wordt ook vermeld door Tacitus (Annales XIII, 53; Historia V, 19) (zie opmerking 2) en moet al onder Drusus zijn aangelegd in combinatie met een kanaal, de fossa Drusiano. De dam is aangelegd op de splitsing van Rijn en Waal (tegenwoordig 3,5 km verder oostelijk) met als doel meer water naar de Rijn en het kanaal te leiden. De 'gracht van Drusus' wordt tegenwoordig op goede gronden ge´dentificeerd met de bovenloop van de IJssel. De dam was van groot strategisch belang. In ieder geval is deze in 55, toen de uitbouw van de limes in volle gang was, door Romeinse troepen voltooid. In 70 werd hij op last van Julius Civilis door terugtrekkende Bataafse opstandelingen vernield, maar ongetwijfeld snel daarna weer hersteld. Waarschijnlijk kruiste de limesweg hier de Waal en was er vanaf dit punt een directe verbinding met Niimegen."

*) De tekst op de grafsteen luidt als volgt: "Marcus Mallius, zoon van Marcus, uit dc tribus Galeria, afkomstig uit Gcnua, soldaat van legio I, (ingedeeld) bij de centuria (onder commando) van Ruso. is op 35-jarige leeftijd. na 16 dienstjaren, bij de dam te Carvium begraven. Overeenkomsrig zijn testament hebben zijn twee erfgenamen (deze steen) laten makcn".

Opmerking 1: Er is in Nederland nogal wat "weggespoeld" door de Rijn of de zee. En toch zijn er historici die de transgressies blijven ontkennen, ook al worden Romeinse relicten in laag en midden Nederland (en BelgiŰ) teruggevonden onder een dikke laag rivier- of zeeklei. Het wordt wel eens vergeten dat bij een verhoging van de zeespiegel het niveau in de rivieren eveneens stijgt.
Opmerking 2: Tacitus vermeldt een dam, niet deze dam! Bovendien is in de aangehaalde passages sprake van geplande werkzaamheden in Gallia (in provinciam Gallo) en van Lucius Vetus die tussen de rivieren Rh˘ne, Sa˘ne en Moezel (fluvio Rhodano, Arare et fluvio Mosella) een kanaal wilde graven, welke werkzaamheden door Aelius Gracilis, onderbevelhebber in Belgica (dat in Gallia lag) werden verhinderd. Dit plaatst de bedoelde werkzaamheden in een heel andere context en een heel andere streek, namelijk in die van noord-oost Frankrijk, in plaats van in Nederland.