De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.

Een smeltkroes aan talen.

Lees meer over teksten, vertalen en het Diets, de grondtaal van veel talen.








De Fundamentele verwarring bestaat uit de vraag of Noviomagus uit de klassieke teksten Nijmegen is of Noyon. Het kernpunt waar alles mee begon en waar alles om draait is deze hier genoemde fundamentele verwarring. Deze kwestie ligt aan de grondslag van talloze andere opvattingen, zoals de verwarring rond Trajectum: was het Utrecht of was het Tournehem en Dockynchirica, was dat Dokkum of Duinkerke? Immers als Nijmegen fout is, is Utrecht ook niet de bisschopszetel van Willibrord en werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord en dan was de Betuwe ook niet het land van de Bataven. Dat gebeurde allemaal in Noord-Frankrijk!




Veel woorden en talen in het West-Europees taalgebied komen van eenzelfde grondtaal. Dat is niet het Latijn, zoals taalkundigen vaak menen, maar het Oud-Nederlands, het Diets. Het Latijn was geen spreektaal, maar een Het Latijn was ook geen spreektaal, maar een schrijftaal, de taal van de ambtenarij. Bij vergelijking van veel gebruikelijke woorden blijkt het Latijn een afwijkende spelling en uitspraak te hebben dan Romaanse talen als Frans, Spaans, Portugees, zelfs Italiaans. Vergelijk een woord als 'noord' of het woord 'spreken' in al die talen. Het Latijn is dan steeds als enige zeer afwijkend.

Wanneer we de bestaande Vlaamse dialecten bestuderen, valt op hoe verschillende eigenschappen aanwezig zijn op een relatief klein gebied. Het West-Vlaams bv. wordt door iedere West-Vlaming begrepen, maar verschilt toch lichtjes van dorp tot dorp. Misschien is dat wel een laatste relict van die verschillende, dicht bij elkaar wonende familiegroepen. Als we kijken welke namen er allemaal gebruikt worden voor de talen van de mensen (van Normandië tot Brugge) in het eerste millennium, komen we bij een hele reeks uit: Het Keltisch, Romaans en Frans (beiden door elkaar ook Romanz of Romainz genoemd), het Angel-Saksisch, Deens (Daneiz), Diets, Oudduits en Duits (Alemanz), Francique, Frankisch, Noors (Norreiz), Normandisch, Oud-Nederlands, Saksisch, Thiois, Tudesque, West-Germaans en Latijn.

Teksten, talen en vertalen levert voor heel wat 'beroeps-historici' de nodige problemen op. Te denken valt aan het lezen van geschreven bronnen, het vertalen ervan, naast de interpretatie of toepassing wat er met die geschreven teksten bedoeld wordt. Daarbij zijn de nodige misvattingen ontstaan, zeker wat de plaatsnamen betreft.

Hoe gelijk of verschillend de talen van de Normandiërs, de Dani's, de Saksen, de Angelen, de Franken (Vlamingen, Friezen, Picardiërs, Arteziërs, Henegouwers ... ) waren, is niet altijd vast te stellen. Kan men spreken van aparte talen? De verschillen waren miniem, de gelijkenissen groot, zeker als de verschillende stammen blijkbaar verspreid door elkaar woonden, met elkaar konden communiceren en onderling trouwden. Van Oud-Nederlandse fragmenten is moeilijk vast te stellen of het om een vorm van Nederlands gaat of Fries of Saksisch of 'Frankisch'. De verschillende Germaanse talen hadden zich toen nog niet apart ontwikkeld. De verschillende groepen waren misschien te onderscheiden, maar niet te scheiden.

Zowel de Duitse, Engelse als de Franse literatuur zijn schatplichtig aan de stammen die leefden in West-Europa, waarvan de taal een Noordzee-westGermaanse smeltkroes was van Dani, Noords (geen Noors), Saksisch, Fries en Vlaams. De geschiedenis leert ons dat West-Europese stammen met elkaar communiceerden zonder taalproblemen. Uit huwelijk van vorsten blijkt dat de taal geen probleem vormde. Karel de Goede had een Deense vader (Knoet van Denemarken, niet uit Denemarken, maar uit Dania-Normandië) en een Vlaamse moeder Adela, dochten van Robrecht de Friese. Robrecht was getrouwd met de Saksisch Geertrui van Holland (niet Nederland, maar uit Holland in Frans-Vlanderen). De zoon Karel van Robrecht en Geertrui was graaf van Vlaanderen. Het waren zeer plaatselijke huwelijken, die de historici foutief hebben verspreid over Denemarken, Noord-Duitsland en Nederland en zelfs tot in Noorwegen.

Alle plaatselijke talen groeiden steeds meer uit elkaar, waar men aanvankelijk zonder taalproblemen kon communiceren, moest men later elkaars talen leren. Richart I ging Daneiz (is niet Deens) leren te Bayeux. Richart kon spreken in Daneiz en Normant. 'Normant' is niet Scandinavisch, maar 'Oudnederfrankisch'. De stad Bayeux was voor de kroniekschrijvers, de stad die het langst vasthield aan zijn Daneize taal, waar het staat voor het Saksisch (Ot lingua saxonica - oude taal Saksisch). Ook Rollo moest in Bayeux 'Daneiz' gaan leren want in Rouen kon dat niet meer (was ooit wel mogelijk). In Rouen was 'Normants' de taal, het was 'Nederfrankisch' en geen Oud-Noors uit Scandinavië' zoals historici ons later lieten geloven. Godfried van Bouillon sprak evengoed Diets als Romainz (Frankisch?Frans?). Jacob van Maerlant onderscheidde later ook Vlaams en Zeeuws terwijl het eigenlijk op enkele details na dezelfde taal was.
Het Frans werd als 'cultuurtaal' wegens de verplichting voor veel delen van Frankrijk een wurgtaal, maar is in zijn oorsprong sterk door het (Oud)Nederlands beïnvloed. Eén vijfde van de leenwoorden die het Frans gebruikt, komen uit het Nederlands. Dat percentage ligt wellicht veel hoger als we alleen rekening houden met de woorden uit het eerste millennium. Nicoline van der Sijs heeft het over 1656 leenwoorden. In het dorp Villers-Ecalles (bij Rouen) sprak de helft van de kinderen op school nog Vlaams tijdens de jaren 1930 tot 1950. In Frans-Vlaanderen sprak men nog tot na de Franse revolutie 'Nederlands' en een deel van de bevolking spreekt/verstaat nog steeds 'Nederlands-Vlaams'.

De visie van Albert Delahaye.
Bij al die verschillende talen schreven de kroniekschrijvers niet alleen in het Latijn, maar soms ook in hun eigen taal. Zeker als het om plaatsnamen ging die niet één op één te 'vertalen' zijn. Die werden soms puur en zuiver overgenomen, waardoor ondanks dat, toch meerdere problemen en mythen zijn ontstaan. Welke plaats bijvoorbeeld was Noita, dat slecht één keer in een kroniek werd genoemd? Volgens Het Bronnenboek was het Nijmegen. Maar deze plaats werd genoemd in Francia tussen 20 andere Franse plaatsen. Het gewoon de naam is van Noeux-les-Mines op 6 km zuid van Béthune. Zie Ravenna, Tekst 16 (blz. 34).
Ander voorbeeld: we weten dat Karel de Grote tot Koning van de Franken werd gekroond in Noyon. In de verschillende kronieken over dit gebeuren lezen we verschillende variaties van de naam Noyon, zoals Noviomagus, Noviomo civitate, Novionem, Novionem urbem, Noviomaguo civitate, Noviomaco, Novioma, Noviomensi Urbe, Noviomo, Noviomo urbe, Noviomi, Noion, Noviomus, maar ook Neumaga, Niumaga, Numaga. Het gaat in die kronieken steeds over de kroning van Karel de Grote wat onbetwist in Noyon plaats vond. De historische en tekstkritische consequenties die dit heeft, willen of durven de beroeps-historici echter niet te trekken.



Wat leert de geschiedenis?

Onder bepaalde machthebbers werd de bevolking gedwongen om hún taal over te nemen. In verschillende regio's in Frankrijk werden het verplicht Frans spreken gezien als een 'wurgtaal'. Tot aan de Franse revolutie sprak in Frankrijk nog niet de helft van de bevolking Frans! Die revolutie is funest gebleken voor de taalrijkdom in Frankrijk. Andere talen dan het Frans werden als het kon verboden, maar bleven tegen de verdrukking in toch bestaan. In Frankrijk bestaan nog steeds (resten van) Picardisch, Vlaams, Waals, Duits, Elzasserduits, Arpitaans, Italiaans, Catalaans, Baskisch, Occitaans, Bretoens, Normandisch ... Voordien hadden de Franse koningen ook al geprobeerd om die 'barbaarse' talen belachelijk te maken. Alle niet-Franse talen werden (worden) stil en traag, maar grondig 'gewurgd'.

Wie geen Frans sprak werd belachelijk gemaakt en vernederd. Belangrijke personen werden sociaal verplicht om Frans te spreken aan het hof. Dat verfransen verliep niet zonder slag of stoot. Het was een politieke kwestie. De grootste concurrenten (de 'even' machtigen) werden het hardst aangepakt en dat waren de Friezen, de Saksen en de Vlamingen. Men heeft er alles aan gedaan om hun rijkdom af te nemen en hun taal te ridiculiseren en te wurgen. De Vlaamse kwestie is in (het latere) Frankrijk nooit weg te denken en was oorzaak van veel kwaad en leed. Zelfs de gouwnamen moesten verdwijnen in een nietszeggend 'Nord - Pas de Calais'. Zo is Vlaanderen de helft van zijn territorium verloren. Lodewijk XIV was op dat gebied voor Vlaanderen één van de ergste vijanden. Pas in onze generatie wordt het Vlaams of Nederlands weer wat normaler benaderd.

Hetzelfde gebeurde in andere landen, zoals in Nederland. De vele dialecten werden als minderwaardig en 'boers' beschouwd en moesten plaats maken voor het dialect van de gegoede burgerij van steden in Holland.
Met het verdwijnen van dialecten nam de taalrijkdom af en nam het aantal fouten toe, zeker waar het om plaatsnamen ging.








Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.