De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

'Dorestad' in de Archeologsche Kroniek van 1970-1979.

Aan deze pagina wordt nog gewerkt!




De topografie zoals we ons de ligging van 'Dorestad' moeten voorstellen (volgens W.A.van Es). Klik op de afbeelding voor een vergroting. 'Dorestad' lag ten noorden van Wijk bij Duurstede (nr.1: het gearceerde gebied). Let op nr.3 binnen nr.1: alleen daar is opgegraven, de rest is fantasie. Bij nr.3 waarbinnen het blanko is gebleven (half Wijk bij Duurstede), is dus niets van 'Dorestad' gevonden, ook niet op De Horden zoals uit de opgravingsverslag duidelijk blijkt (zie hiernaast). Zo is duidelijk te zien dat 'Dorestad' een dorp was met lintbebouwing langs de (toenmalige) Rijn. Het was een vissersplaats waarbij alle vissers aan de waterkant wilden wonen. Het was beslist geen belangrijke handelsplaats. Als er al gehandeld werd, was dat in vis. De fosfaatconcentraties (nr.2) zijn niet gedateerd en kunnen uit zowel de periode vóór, maar ook van lang ná 'Dorestad' komen, zoals uit de 11de tot 14de eeuw of nòg later.




De Fundamentele verwarring bestaat uit de vraag of Noviomagus uit de klassieke teksten Nijmegen is of Noyon. Het kernpunt waar alles mee begon en waar alles om draait is deze hier genoemde fundamentele verwarring. Deze kwestie ligt aan de grondslag van talloze andere opvattingen, zoals de verwarring rond Trajectum: was het Utrecht of was het Tournehem en Dockynchirica, was dat Dokkum of Duinkerke? Immers als Nijmegen fout is, is Utrecht ook niet de bisschopszetel van Willibrord en werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord en dan was de Betuwe ook niet het land van de Bataven. Dat gebeurde allemaal in Noord-Frankrijk!
De serie archeologische kronieken van de provincie Utrecht bestond aanvankelijk uit verslagen uit de jaren 1980-1989. Ter wille van de volledigheid is pas in 1996 de kroniek over de jaren 1970-1979 verschenen. In deze kroniek worden van een aantal plaatsen in de provincie Utrecht de archeologische bevindingen besproken. Onze belangstelling gaat met name uit naar de plaats Wijk bij Duurstede, ook in deze kroniek 'Dorestad' genoemd. Zijn er bewijzen gevonden dat het werkelijk om 'Dorestad' uit de 8ste eeuw gaat?

Het grote onderzoek in de Karolingische handelsnederzetting Dorestad, dat in 1967 begon, werd ook in de jaren erna voortgezet. Het staat onder leiding van prof. dr.W.A. van Es. In 1970 werd voor ca 10 ha. opgegraven op verschillende punten.

Lees ook wat er in de opgravingsverslagen van 'Dorestad' staat in de Archeologische Kroniek uit de jaren 1980-1984.


De visie van Albert Delahaye.
Dat in Wijk bij Duurstede een nederzetting is opgegraven wordt niet ontkend, echter de naam daarvan was niet Dorestad, maar Munna. Volgens de Kroniek van Kamerijk was Munna een vissersplaats in Merewida, waarvan de huisjes en hutjes vanwege de wateroverlast gebouwd waren op palen. De nederzetting groeide uit tot een verblijfplaats van 'rovers en ander gespuis' en werd op bevel van keizer Hendrik door bisschop Adelbold van Utrecht en hertog Godfried van Lotharingen vernietigd. Munna is de echte naam van het oude Wijk bij Duurstede, dat niet uit de 8ste eeuw, maar uit de 10de eeuw stamt.


Kenmerken van Munna.
De opgegraven nederzetting in Wijk bij Duurstede was een dorp met lintbebouwing waarbij alle inwoners vanwege hun bezigheden allemaal aan de waterkant wilden wonen. Zie de plattegrond hiernaast uit het opgravingsverslag. Het was een vissersplaats en geen stad.
Kenmerken van Dorestad.
De opgegraven nederzetting voldoet allerminst aan de kenmerken van een stad, waarbij de bebouwing kompact rorndom een centraal plein lag. Van de kenmerken van Dorestad in de teksten genoemd, is in Wijk bij Duurstede totaal niets gebleken.


Wat lezen we in de Archeologische Kroniek van de provincie Utrecht over de jarenb 1970-1979? Opmerkingen in rood.

In het uitbreidingsplan De Engk werd een gedeelte van een grafveld opgegraven, dat naar alle waarschijnlijkheid tot Dorestad gerekend mag worden. Het bevatte uitsluitend skeletgraven. In de zuidwesthoek van het uitbreidingsplan De Heul werd een klein Romeins grafveldje aangesneden. Het bestond uit crematie- en skeletgraven; datering: ca 150-270 na Chr. In het oostelijk deel van het uitbreidingsplan De Heul werd eveneens een grafveld onderzocht. Het bevatte skeletgraven uit de Karolingische tijd. Op grond waarvan is de Karolingische tijd vastgesteld? Overigens is Karolingische tijd een ruim begrip dat volgens de Kroniek de periode 750 tot 900 omvat. De historische wereld laat de Karolingische periode echter doorlopen tot 987 en eindigen met het overlijden van Lodewijk V in 987).

  1. Toen alle graven waren verwijderd tekende zich de plattegrond van een klein rechthoekig gebouwtje en nog andere grondsporen af: waarschijnlijk een kerkje met toebehoren. Hier wordt iets gesuggereerd zonder bewijs. Dat 'kerkje' lag dus onder de graven!

  2. Tenslotte vond op het terrein, waar de Rondweg-Noord aansluiting heeft op de Cothenseweg, een opgraving plaats. Hier werd de aanwezigheid van een rij dicht naast elkaar gelegen huisplattegronden vastgesteld. Zonder verdere toelichting waren het zeker geen huisplattegronden die met 'Dorestad' verbonden konden worden, anders had het er beslist met vetgedrukte letters bijgestaan.

  3. In 1972 werd een kadecomplex in een oude Rijnbedding direct ten oosten van de Hoogstraat onderzocht. Dit onderzoek werd in de jaren 1973-1976 voortgezet, terwijl ook delen van de nederzetting zelf weer aan bod kwamen, bij voorbeeld in de nieuwbouwwijk De Frankenhof, ten noordwesten van Wijk bij Duurstede, en aan de Achterstraat. Op deze laatste plaats werden ook belangrijke gegevens verzameld over de na-Karolingische geschiedenis van het gebied. Hier werden onder meer de resten van mogelijk twee middeleeuwse stadsmuren waargenomen. Welke belangrijke gegevens waren dat? Het gaat dus over de na-Karolingische geschiedenis, dus na het jaar 987, dus ver na het bestaan van Dorestad dat immers in 863 ophield te bestaan (volgens W.A.van Es).

  4. Ook werd in en aan de rand van de oude binnenstad van Wijk kleinschalig onderzoek uitgevoerd, dat informatie verschafte over de structuur van de stad en de loop van de Rijn in de Karolingische tijd en de Middeleeuwen. De Karolingische tijd loopt tot bijna in de 10de eeuw (987). Zie opmerking boven nr.1. Ook de periode Middeleeuwen is verwarrend en nietszeggend. De Middeleeuwen duurden van 500 tot 1500, dus ruim 1000 jaar. Welke Middeleeuwen worden hier bedoeld?

  5. Vanaf 1977 lag het zwaartepunt van het onderzoek niet meer bij het Karolingische 'Dorestad'. De resten daarvan zijn - voor zover bereikbaar - namelijk bijna geheel ontgraven. Het onderzoek werd geconcentreerd op de nieuwbouwwijk De Horden, waar, blijkens vondsten, een grote nederzetting uit de Romeinse tijd en misschien andere periodes heeft gelegen. Deze nederzetting is in later tijd overslibd geraakt door een dikke laag klei, die de resten goed heeft beschermd. Daardoor is ook de eigenlijke woonlaag nog grotendeels intact. Door middel van een metaal-detector werden hieruit veel metaalvondsten verzameld, waaronder munten en sieraden. Hoe weet men dat de resten (bijna) geheel ontgraven zijn, als ze niet bereikbaar waren? Lees meer over de opgravingen op De Horden in de Archeologische Kroniek uit 1980-1984 en 1985-1987.

  6. Eind 1979 konden de resultaten van het onderzoek op de Horden als volgt worden samengevat.
    1. Laat-Neolithicum/vroege Bronstijd. Enkele vuursteenartefacten dateren het begin van de menselijke activiteiten hier in deze periode.
    2. Midden- of late Bronstijd. Deze fase omvat enkele greppelstructuren, die blijkens hun vorm en het in de nabijheid gevonden aardewerk hoogstwaarschijnlijk als grafmonumenten moeten worden geduid.
    3. Vroege (of midden)-IJzertijd. Deze fase wordt gevormde door crematiebegravingen, waarvan sommige in urnen.
    4. Late IJzertijd/Romeinse tijd. Talrijke nederzettingssporen, waaronder vele huisplattegronden. In de vroegste fase hebben deze laatste een tamelijk onregelmatige vorm, de latere vertonen meer regelmaat. Enkele zijn van het deels twee-, deelsdrieschepige type. De eerste exemplaren van dit type werden in 1977 opgegraven, in hetzelfde jaar als in Nieuwegein (zie Nieuwegein Batau: zie noot onderaan de pagina).
      Ziet U ook dat er op De Horden NIETS gevonden is uit de tijd van 'Dorestad'?

  7. Het is steeds waarschijnlijker geworden, dat de Romeinse nederzetting in zijn geheel omgeven is geweest door een rechthoekige omgrachting. Vermeldenswaard in dit verband, hoewel eigenlijk net buiten de provinciegrens vallend, is de vondst van een bijna complete Romeinse legerhelm in de zandzuigerij Roodvoet (gem. Maurik), direct aan de overkant van de Lek. Deze en andere vondsten uit dezelfde periode doen vermoeden, dat het Romeinse castellum Levefanum, waarvan de precieze plaats tot nog toe onbekend was, in deze omgeving moet worden gezocht. De helm, en een fragment van een dergelijke helm, zijn geschonken aan het Kantonnaal en Stedelijk Museum te Wijk bij Duurstede. Op grond van de vondst van één legerhelm en nog een fragment meent men de aanwezigheid van het tot nog toe onvindbare Romeinse castellum Levefanum te kunnen aantonen. Wie gelooft zo'n verhaal?

  8. Daar het terrein Roodvoet in feite direct aansluit aan het nederzettingsgebied rond Wijk bij Duurstede, zijn door de opgravingsleiding pogingen gedaan meer gegevens betreffende deze vindplaats te verzamelen. Dit gebeurde onder meer door de vondsten, die bij het zuigen naar boven kwamen, ter plaatse uit het zand en grind te zoeken. De datering van de tot en met 1979 gedane vondsten was Romeins en Karolingisch, afgezien van één mesolithisch of neolithisch hertshoornen voorwerp. Pogingen gedaan? Zij die pogingen gelukt? Welke Karolingische vondsten zijn er gevonden? Als ze een bewijs voor 'Dorestad' zouden inhouden was dat zeker er in vette letters bij vermeld.

    Nu is het artikel wel voorzien van een omvangrijke literatuurlijst, maar bevat het geen noten. Het is dus niet te controleren wat hier zomaar even beweerd wordt.

    Samengevat kunnen we ook nu weer constateren dat er ook hier NIETS is gevonden uit de tijd van 'Dorestad' (8ste en 9de eeuw tot 863).


    Uit de opmerkingen blijkt wel dat er met de opgravingen in Wijk bij Duurstede nog heel veel onduidelijk is en er nogal veel gespeculeerd wordt, om alles zoveel mogelijk naar 'Dorestad' toe te redeneren. Uit al die speculaties blijkt feitelijk dat de historici en archeologen er nog allerminst van overtuigd zijn, dat het klassieke en beroemde Dorestad in of bij Wijk bij Duurstede gelegen heeft.



    Noot: In uitbreidingsplan De Batau was het vondstmateriaal overvloedig en bestond overwegend uit Romeins import-aardewerk uit de 2de en het begin van de 3de eeuw na Chr. In 1977 werd een huisplattegrond uit de Romeinse tijd aangesneden. Romeinse huisplattegronden met een deels twee-, deels drieschepige constructie zijn op meer plaatsen in het rivierengebied ontdekt (p.41). Het wordt eentonig, maar ook hier weer niets uit de tijd van 'Dorestad". Hoe meer er uit de Romeinse tijd gevonden des te zeker is het dat er niets uit de tijd van Dorestad gevonden wordt, dat er immers boven moet zitten, dus eerder gevonden moet worden.

    In deze kroniek wordt Dorestad nog twee keer genoemd en wel bij een opgraving in Cothen (p.21), waar uit de sloot afkomstige aardewerk wordt gemeld, overheersend inheems, handgevormd materiaal. Datering: (late) IJzertijd-Romeinse tijd. Onder het draaischijfaardewerk bevindt zich niet alleen enig Romeins, maar ook Karolingische materiaal, o.a. een wandscherf van Badorf-aardewerk met radstempelversiering en een randscherf van het type Dorestad V. Latere vondsten ontbreken evenrnin, zoals blijkt uit een op het terrein gevonden koperen oord van de stad Roermond, geslagen 1606-1612. Enige tijd later werden hier nog wat scherven opgeraapt van de geploegde akker: o.a. een randscherf van handgevormd IJzertijd aardewerk, een randscherf van een terra sigillata bord Drag.31/Lud. Tq (eind 2de eeuw/eerste helft 3de eeuw na Chr.) en twee wandscherven van het baksel Dorestad 14. Type Dorestad V en baksel Dorestad 14 zijn typeringen die W.van Es aan aardewerk gaf dat hij gevonden had bij zijn opgravingen in Wijk bij Duurstede. Het is een type dat tot stand kwam in een cirkelredenering en de naam Dorestad kreeg, doordat Van Es meende dat de nederzetting die hij opgegraven had, Dorestad was. Scherven die hij daar vond noemde hij type zus of zo 'Dorestad'. De hele archeologische wereld hanteert deze typeaanduidingen van Van Es nu ook als 'Dorestad type X of Y'. DE hier gevonden scherven in Cothen tonen toch ook niet aan dat hier Dorestad lag? Bovendien zijn deze scherven in één context gevonden met Romeinse en IJzertijdbaksels en Badorf-aardewerk. Komen de Dorestad baksels dan wel uit de 9de eeuw? Ook Badorf heeft een breed verspreidingsgebied en een ruime productietijd. Overigens wordt Badorf-aardewerk (ook wel Kogelpot genoemd) gedateerd in de Karolingische tijd, wat ook weer een cirkelredenering is, waarbij de datering tussen 750 en 1300 kan liggen. Lees meer over aardewerk: let vooral op de verschillende dateringen van Badorf en Kogelpot, terwijl het hetzelfde aardewerk is.

    De tweede keer dat Dorestad genoemd wordt is bij een losse vondst in 1972 op het stort van de Dorestad-opgraving waarbij een benen voorwerp werd gevonden door mw. T. Springer, te Maarn. Ze vond een naald of een onderdeel van een paardetuig, versierd met puntcirkels; de datering moet Karolingisch zijn. De vondst werd in 1973 gemeld en gedocumenteerd. De datering moet Karolingisch zijn. Van wie moet dat? Hier wordt dus een 'benen' vondst gedateerd zonder de omstandigheden van de vondst te kennen of onderzocht te hebben. Het stort van Dorestad-opgraving lijkt me nu niet echt een archeologisch verantwoorde vondst. Is die mevrouw Springer een deskundig archeologe? Blijkbaar kon zij niet precies bepalen wat ze gevonden had. Zo'n vondst wordt weer naar Dorestad toe gereneerd zonder dat men weet waar die vondst vandaan kwam en hoe daar terecht gekomen is. Een 'benen' voorwerp? Dat lijkt mij eerder een vondst uit het Benen Tijdperk.

    Op internet (geweldig medium) kom je deze afbeelding tegen, waarbij de volgende tekst staat: Naalden werden in de Middeleeuwen voor verschillende doeleinden gebruikt, zoals voor herstelwerk van kleding of door de chirurgijn voor het hechten van wonden. De hier afgebeelde benen naald dateert uit de tweede helft van de achtste of de negende eeuw na Chr. Hij werd gevonden in Wijk bij Duurstede. Bron: signatuur: WD 381 (naald; middeleeuwen), Rijksmuseum van Oudheden, Leiden. Het is niet zeker dat dit de betreffende naald is, maar deze werd wel gevonden in Wijk bij Duurstede. Overigens zijn er in Nederland op talloze plaatsen benen naalden gevonden in allerlei maten en voor allerlei doeleinden te gebruiken, zoals vermeld. In Wijk bij Duurstede, dat niet Dorestad maar Munna was, zullen ze zeker gebruikt zijn door de vissers om hun netten te boeten.




Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.