| Boeken bestellen. | Inleiding deel 1. |
|
Reeds in 1954 stelde Albert Delahaye de eerste kritische vragen die Noviomagus betroffen. Noviomagus de stad waar Karel de Grote rond het jaar 777 een nieuw en prachtig Paleis liet bouwen. Zie de voetnoot: Paleis te Noviomagus. |
Nergens in de historische wetenschap kan een zaak worden aangewezen, die zo fundamenteel is misverstaan als de berichten over de Albis, de Amisia, de Wisurgis en de Lippia. Nergens is er een gelijksoortig foutief vertrekpunt met zoveel en zulke ingrijpende consequenties. Van de andere kant is ook nimmer een zo klaterende absurditeit verkondigd, slechts vergelijkbaar met de oude opvatting over de platte aarde. Het is een onverklaarbaar raadsel, waarom nooit een historicus, classicus of archeoloog ertoe gekomen is dit te onderzoeken. Als er één zaak duidelijk is in de Romeinse occupatie van west-Europa dan is het wel deze: de Romeinen zijn nooit ofte nimmer in het hoge noorden van Duitsland geweest! Waarom heeft niemand ooit deze dwaling nader onderzocht? Wetenschap is geen invuloefening, maar een avontuur dat noopt tot het inslaan van onbekende paden. (Bloemers, Voeten in de Aarde, o.c. p.99). Aan de hand van de berichten over de veldtochten van Drusus in het jaar 12 vóór Chr., waarin hij de Frisones bedwong en daarna versterkingen liet aanleggen langs de Albis, de Amisia, de Wisurgis en de Lippia - die toch de Elbe, de Eems, de Weser en de Lippe waren (??) - heeft men deze veldtocht in het noorden van Nederland en het noorden van Duitsland gereconstrueerd. De absurditeit, dat Drusus dan tevoren Nederland en Duitsland veroverd moest hebben, - wat uitgesloten is - werd niet eens opgemerkt, nog minder de nog grotere absurditeit dat die gebieden ondanks de "bedwinging" en ondanks die keten van fortificaties, nimmer in handen van de Romeinen zijn geweest, nog afgezien van de vraag welke zin een verdedigingslinie dáár kon hebben, die door de bronnen toch helder wordt voorgesteld te zijn bedoeld voor de verdediging van Gallië. De grootste absurditeit is, dat de Romeinen pas ca. 60 jaren later het midden van Nederland bereikt hebben, en dat zij Friesland nooit bezet hebben. De nóg grotere zotheid is dat deze reconstructie zelfs in recente publicaties nog wordt volgehouden, dat Drusus zijn befaamde kanaal, onderdeel van zijn Gallische verdedigingslinie, reeds ca. 9 vóór chr. in het midden van Nederland zou hebben aangelegd. Waar dat kanaal lag, weet geen sterveling, vandaar dat er wel 10 verschillende plekken voor zijn aangewezen. En dat dit ca. 60 jaren vóór de aanwezigheid van de eerste Romein in Nederland gebeurde, is nimmer opgemerkt als een absolute onmogelijkheid. Het toppunt van verblindheid is, dat men probeert dit kanaal stratigrafisch aan te wijzen (aan de oppervlakte), terwijl toch onomstotelijk vaststaat, dat de "Romeinse" bodem in het westen tot 4 à 6 meter, in het oosten tot 1 meter beneden het huidige maaiveld ligt. De Frisones zaten er zó vast als Nederlands bezit ingehamerd, dat men de absurditeiten niet meer zag. De Nederlandse archeologie heeft zelf aangetoond (zie J.H.F. Bloemers, ofschoon dit boek toch nog met Drusus komt aanzetten), dat er geen sprake is geweest van een Romeinse occupatie van Friesland. ln het gebied van de Elbe, Eems en Weser ontbreekt eveneens elk spoor van de Romeinen. Alle kaarten in alle uitgaven over de Romeinen, of dat nu Nederlandse, Belgische, Franse, Engelse, Duitse of ltaliaanse zijn, beelden de Romeinse occupatie tijdens de periode van de grootste uitgestrektheid van het Romeinse rijk op dezelfde manier af. De noordgrens van het Romeinse rijk in het oosten wordt gevormd door de Donau, in het westen vanaf Mainz, Keulen en het midden van Nederland door de Rijn. Het land ten noorden van deze rivieren is nimmer in het bezit van de Romeinen geweest. Aan de hand van Tacitus' "Germania" weten we nu, dat de Germaanse stammen er niet thuishoren en dat men ze er ten onrechte geplaatst had. De historische zowel als de archeologische gegevens bewijzen meer dan afdoende, dat deze conclusie juist is. De geografische bronnen zoals Strabo, Ptolemeus, de Peutinger-kaart en het ltinerarium Antonini bevestigen haar met exacte gegevens Die streken, nooit door de Romeinen bezocht, waar ten overvloede geen Romeinse relicten gevonden zijn, komen nergens in de geschriften voor. Er is steeds sprake geweest van verwarring en twijfel (zie bij Twijfel), die in Nederland aanvankelijk botweg werd ontkend "want we hebben een traditie sinds de Romeinen in handen". Een traditie die, naar nu blijkt, gebaseerd was op enkele fabelschrijvers uit de late Middeleeuwen, die ongecontroleerd door latere historici werden nageschreven tot vandaag de dag aan toe. Die verwarring in de geografische vraagstukken heeft Albert Delahaye aangezet een nauwkeurig onderzoek te verrichten. Naarmate het onderzoek vorderde en er een geheel ander beeld ontstond van die geografische historie, werd de weerstand van "gevestigde" historici allengs groter. Begrijpelijk, want Albert Delahaye ontdekte zaken die zij hadden moeten ontdekken, zeker als het hun vakgebied betrof. Zie de voetnoot: Weerstand. Hun weerstand, die al nooit een wetenschappelijk aanpak heeft gekend (zie bij Ongelooflijk), monde uit in meewarigheid, tegenwerking, aantijgingen, verwensingen en zelfs hoon, laster en bedrog! |
Ons land was één moeras- en waddengebied. Dat wordt bevestigd door:
|
Sinds is vastgesteld dat de residentie NOVIOMAGUS van Karel de Grote niet NIJMEGEN was, maar NOYON - wat op grond van teksten volkomen bewezen is en ook niet meer weersproken wordt - dan helpt geen enkele ontkenning meer, maar dan is de Betuwe evenmin het EILAND VAN DE BATAVEN geweest en wijzen RENUS en VAHALIS, als afbakening van dat eiland, evenmin op Nederland. |