De geschiedenis van de lage landen in het eerste Millennium.
Boeken bestellen. Inleiding deel 1.

Inleiding deel 5.


Reeds in 1954 stelde Albert Delahaye de eerste kritische vragen die Noviomagus betroffen. Noviomagus de stad waar Karel de Grote rond het jaar 777 een nieuw en prachtig Paleis liet bouwen. Zie de voetnoot: Paleis te Noviomagus.


  • Was dit Noviomagus het Nederlandse Nijmegen, zoals men altijd maar aangenomen heeft? Maar in Nijmegen is van dat Paleis niets teruggevonden, evenmin van een Karolingische bewoning of een kerk of parochie, die er dan ongetwijfeld geweest had moeten zijn. De lang zo genoemde Karolingische Kapel op Het Valkhof bleek bovendien helemaal niet Karolingisch te zijn, maar uit de 11e eeuw te stammen.
  • Of was dit Noviomagus misschien Noyon, de "Urbs Regalis" waar Karel de Grote zich tot Koning van de Franken liet kronen, vlak bij zijn geboorteplaats (Quierzy) en in het centrum van het Frankische rijk? En waar in 1047 het Paleis door de Vlamingen ook verwoest werd. Als het Paleis in Noyon verwoest werd, moet het daar dan ook niet gebouwd zijn?

  • Nergens in de historische wetenschap kan een zaak worden aangewezen, die zo fundamenteel is misverstaan als de berichten over de Albis, de Amisia, de Wisurgis en de Lippia. Nergens is er een gelijksoortig foutief vertrekpunt met zoveel en zulke ingrijpende consequenties. Van de andere kant is ook nimmer een zo klaterende absurditeit verkondigd, slechts vergelijkbaar met de oude opvatting over de platte aarde. Het is een onverklaarbaar raadsel, waarom nooit een historicus, classicus of archeoloog ertoe gekomen is dit te onderzoeken. Als er één zaak duidelijk is in de Romeinse occupatie van west-Europa dan is het wel deze: de Romeinen zijn nooit ofte nimmer in het hoge noorden van Duitsland geweest! Waarom heeft niemand ooit deze dwaling nader onderzocht?

    Wetenschap is geen invuloefening, maar een avontuur dat noopt tot het inslaan van onbekende paden. (Bloemers, Voeten in de Aarde, o.c. p.99).

    Aan de hand van de berichten over de veldtochten van Drusus in het jaar 12 vóór Chr., waarin hij de Frisones bedwong en daarna versterkingen liet aanleggen langs de Albis, de Amisia, de Wisurgis en de Lippia - die toch de Elbe, de Eems, de Weser en de Lippe waren (??) - heeft men deze veldtocht in het noorden van Nederland en het noorden van Duitsland gereconstrueerd. De absurditeit, dat Drusus dan tevoren Nederland en Duitsland veroverd moest hebben, - wat uitgesloten is - werd niet eens opgemerkt, nog minder de nog grotere absurditeit dat die gebieden ondanks de "bedwinging" en ondanks die keten van fortificaties, nimmer in handen van de Romeinen zijn geweest, nog afgezien van de vraag welke zin een verdedigingslinie dáár kon hebben, die door de bronnen toch helder wordt voorgesteld te zijn bedoeld voor de verdediging van Gallië. De grootste absurditeit is, dat de Romeinen pas ca. 60 jaren later het midden van Nederland bereikt hebben, en dat zij Friesland nooit bezet hebben. De nóg grotere zotheid is dat deze reconstructie zelfs in recente publicaties nog wordt volgehouden, dat Drusus zijn befaamde kanaal, onderdeel van zijn Gallische verdedigingslinie, reeds ca. 9 vóór chr. in het midden van Nederland zou hebben aangelegd. Waar dat kanaal lag, weet geen sterveling, vandaar dat er wel 10 verschillende plekken voor zijn aangewezen. En dat dit ca. 60 jaren vóór de aanwezigheid van de eerste Romein in Nederland gebeurde, is nimmer opgemerkt als een absolute onmogelijkheid. Het toppunt van verblindheid is, dat men probeert dit kanaal stratigrafisch aan te wijzen (aan de oppervlakte), terwijl toch onomstotelijk vaststaat, dat de "Romeinse" bodem in het westen tot 4 à 6 meter, in het oosten tot 1 meter beneden het huidige maaiveld ligt. De Frisones zaten er zó vast als Nederlands bezit ingehamerd, dat men de absurditeiten niet meer zag.

    De Nederlandse archeologie heeft zelf aangetoond (zie J.H.F. Bloemers, ofschoon dit boek toch nog met Drusus komt aanzetten), dat er geen sprake is geweest van een Romeinse occupatie van Friesland. ln het gebied van de Elbe, Eems en Weser ontbreekt eveneens elk spoor van de Romeinen. Alle kaarten in alle uitgaven over de Romeinen, of dat nu Nederlandse, Belgische, Franse, Engelse, Duitse of ltaliaanse zijn, beelden de Romeinse occupatie tijdens de periode van de grootste uitgestrektheid van het Romeinse rijk op dezelfde manier af. De noordgrens van het Romeinse rijk in het oosten wordt gevormd door de Donau, in het westen vanaf Mainz, Keulen en het midden van Nederland door de Rijn. Het land ten noorden van deze rivieren is nimmer in het bezit van de Romeinen geweest. Aan de hand van Tacitus' "Germania" weten we nu, dat de Germaanse stammen er niet thuishoren en dat men ze er ten onrechte geplaatst had. De historische zowel als de archeologische gegevens bewijzen meer dan afdoende, dat deze conclusie juist is. De geografische bronnen zoals Strabo, Ptolemeus, de Peutinger-kaart en het ltinerarium Antonini bevestigen haar met exacte gegevens Die streken, nooit door de Romeinen bezocht, waar ten overvloede geen Romeinse relicten gevonden zijn, komen nergens in de geschriften voor.

    Er is steeds sprake geweest van verwarring en twijfel (zie bij Twijfel), die in Nederland aanvankelijk botweg werd ontkend "want we hebben een traditie sinds de Romeinen in handen". Een traditie die, naar nu blijkt, gebaseerd was op enkele fabelschrijvers uit de late Middeleeuwen, die ongecontroleerd door latere historici werden nageschreven tot vandaag de dag aan toe.
    Die verwarring in de geografische vraagstukken heeft Albert Delahaye aangezet een nauwkeurig onderzoek te verrichten. Naarmate het onderzoek vorderde en er een geheel ander beeld ontstond van die geografische historie, werd de weerstand van "gevestigde" historici allengs groter. Begrijpelijk, want Albert Delahaye ontdekte zaken die zij hadden moeten ontdekken, zeker als het hun vakgebied betrof. Zie de voetnoot: Weerstand. Hun weerstand, die al nooit een wetenschappelijk aanpak heeft gekend (zie bij Ongelooflijk), monde uit in meewarigheid, tegenwerking, aantijgingen, verwensingen en zelfs hoon, laster en bedrog!

    Noviomagus, het scharnierpunt in de historische geografie!
    Het Romeinse Noviomagus van de Peutingerkaart was dezelfde plaats als het Karolingisch Noviomagus. Daarover bestaat geen enkel misverstand. Ook het Bronnenboek van Nijmegen erkent dit. Als het Karolingisch Noviomagus dan niet Nijmegen blijkt te zijn, dan is het Romeinse Noviomagus evenmin Nijmegen. Het totaal ontbreken van elke archeologische of schriftelijke bevestiging van het Karolingisch Noviomagus te Nijmegen, houdt tevens in dat het Romeinse Noviomagus niet Nijmegen geweest kan zijn. Waarmee de hele geschiedenis van Nederland, vanaf het moment dat de eerste Romein voet zette op Nederlandse bodem, herschreven moet worden.

    Op deze website worden de verschillende onderdelen van de mythe, ter wille van de overzichtelijkheid, per onderdeel besproken. Uiteraard hebben de verschillende onderdelen een samenhang met elkaar. De lezer dient steeds deze samenhang in het oog te houden ter wille van een juiste interpretatie van gegevens.

    Samenvatting.

    De geschiedenis van de Lage Landen (les Pays-Bas vanaf de Romeinse tijd tot in de 11e eeuw, heeft zich altijd gekenmerkt door veel vraagstukken.
    Zie het hoofdstuk over Twijfel. De problemen die zich voordeden zijn vooral van geografische aard, wat natuurlijk ook historische gevolgen heeft.
    De historische geografie van de Nederlanden uit het eerste Millennium was gebaseerd op een aantal veronderstellingen, waarvan blijkt dat die onjuist waren. Er is eerder getwijfeld aan de juistheid van een aantal "zekerheden", omdat steeds duidelijker bleek dat niet alleen de archeologie, maar ook talrijke geschreven bronnen deze "zekerheden" tegenspreken.

    Wat wij van onze geschiedenis in het eerste Millennium menen te weten, staat vermeld in buitenlandse, voornamelijk Franse, kronieken. Nederland bezit geen enkele geschrift uit die tijd. Was het wel "onze" geschiedenis, die beschreven werd in die buitenlandse kronieken, of was het misschien de geschiedenis van het eigen land van die schrijvers: Frankrijk?
    Van een vaderlandse geschiedenis kan tussen 250 en 1100 geen sprake zijn om de eenvoudige reden dat er geen vaderland bestond. Ons huidige woongebied viel in de 3e eeuw voor een zeer groot deel ten prooi aan overstromingen, de transgressies, die duurde tot in de 11e eeuw en men begon met het aanleggen van dijken.

    Rond het jaar 250 na Chr. verlaten de Romeinen ons land vanwege het opkomende water: de Duinkerke II transgressie. Pas in de 10e eeuw komt langzaam de bewoning van de Lage Landen (les Pays-Bas weer op gang. Van halverwege de 3e tot in de 10e eeuw was ons laagland een leeg land, een HOL-land, waar geen enkele bewoning van betekenis aanwezig was.

    Ons land was één moeras- en waddengebied. Dat wordt bevestigd door:
  • Het ontbreken van elk aansprekend archeologisch relict.
  • Het ontbreken van elke eigen schriftelijke overlevering uit die periode.
  • De geologische gegevens waaruit blijkt dat laag en midden Nederland overstroomd waren en er dus geen bodem bestond waarop de vermeende geschiedenis zich zou kunnen hebben afgespeeld. (zie kaartje hiernaast, afkomstig uit "De Romeinen in Nederland" van W.A. van Es, blz. 19).

    Archivaris en historicus Albert Delahaye (1915-1987) heeft baanbrekend werk verricht met betrekking tot het onderzoek naar de ware geschiedenis in het eerste millennium. Hij heeft de bronnen opnieuw gelezen en zonder vooringenomenheid naar waarheid en mythe beoordeeld. Hij kwam tot geheel andere conclusies dan de gangbare. De geschiedenis van de Lage Landen (les Pays-Bas uit het eerste millennium blijkt geleend te zijn van Frans- en Belgisch-Vlaanderen. De traditioneel bekende historische feiten blijken onjuist gelokaliseerd, historische figuren werden in een verkeerde streek geplaatst. Met deze historisch verplaatsing (deplacements historiques) werden allerlei andere feiten en gebeurtenissen mee verhuisd.
    Zo werd Nijmegen verrijkt met een Paleis van keizer Karel de Grote, kregen St.Willibrord en St.Bonifatius een onmetelijk missiegebied in het noorden van de Lage Landen (les Pays-Bas tot ver in Duitsland en Denemarken en kreeg het toen niet bestaande Wijk bij Duurstede de naam Dorestad en werd het door de Noormannen geplunderd, zonder dat zij er een spoor van achterlieten. De alle hiermee samenhangende historische feiten en gebeurtenissen werden eveneens verkeerd in Nederland geplaatst. Zo zal ook de geschiedenis van de Romeinse tijd herzien moeten worden, omdat de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze geschiedenis. verkeerd geïnterpreteerd blijken te zijn.

    Bestudering van de oudste bronnen maakt duidelijk dat Friezen, Franken en Saksen in een klein gebied woonden aan de kust langs het Kanaal. De grote volksverhuizing heeft niet bestaan dan in de beleving van historici, die foutieve interpretaties naast juiste gingen plaatsten.

    Sinds is vastgesteld dat de residentie NOVIOMAGUS van Karel de Grote niet NIJMEGEN was, maar NOYON - wat op grond van teksten volkomen bewezen is en ook niet meer weersproken wordt - dan helpt geen enkele ontkenning meer, maar dan is de Betuwe evenmin het EILAND VAN DE BATAVEN geweest en wijzen RENUS en VAHALIS, als afbakening van dat eiland, evenmin op Nederland.

    <-----------terug naar "Inleiding deel 1"!