Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

St.Lebuïnus=St.Lieven=St.Liévin.
St.Lebuïnus in Deventer, St.Lieven in Gent en St.Liévin in Frankrijk is één en dezelfde persoon.
Hun levensbeschrijvingen komen exact overeen.

St.Lebuinus hoort thuis in de pagus Isla en te Daventria (=Desvres) in Noord-Frankrijk en niet in de IJsselstreek en Deventer.

De historici hebben zich ook bij de plaatsbepaling van Lebuinus door de doublures laten misleiden. St.Lebuinus is ten onrechte de apostel van de IJsselstreek geworden.

In Vlaanderen bestaat een omvangrijke verering van deze "apostel van de IJsselstreek". Hoe dat kan heeft alles te maken met de deplacements historiques.



Lees meer over heiligenlevens.

Directe voorgangers van en samenwerkers met St.Willibrord in de prediking onder de Frisones zijn:
- St.Amandus,
- St.Eloi,
- St.Wulfram,
- St.Suitbert,
- St.Wigbert,
- St.Egbert,
- St.Wilfried,
Deze zendelingen en bisschoppen naast St.Willibrord, in Frankrijk over- en overbekend, zijn onmogelijk in Utrecht te plaatsen, wat in Nederland ook nooit gedaan is. Het geeft meteen de valsheid van de Utrechtse traditie aan die men steeds met St.Willibrord laat beginnen en dat terwijl er al een kerkje van Dagobert stond (dat archeologisch onvindbaar blijkt).

Voor meer en andere teksten over de prediking in Noord-west Frankrijk verwijs ik naar de boeken van Albert Delahaye.

Opvallend is dat in Nederland geen enkele kerk het patronaat van Lebuinus heeft. De devotie tot deze heilige is in Nederland dus nooit echt aanwezig geweest.


De Kelk van Lebuinus (volgens de legende).
Deze eenvoudige Benedictijner monnik bezat geen kostbaarheden. Dat was in strijd met de geloften van armoede van de Benedictijnen.

Namen doublures.
Sinds 1955 heeft Albert Delahaye tal van namen-doublures gesignaleerd en voortdurend erop gehamerd, dat dit een van de belangrijkste onderdelen en oorzaken van de historische mythen is. In plaats van dit probleem aan te pakken en tot op de bodem uit te zoeken, worden de doublures totaal genegeerd en gaat men gewoon door met de foutieve lokalisaties, zoals bijvoorbeeld door Blok en Gysseling halsstarrig wordt volgehouden met Lebuinus en Ludger. Want ziet U, indien Blok de doublures aanpakt, moet hij ze oplossen en dan moet hij met kracht van argumenten en bewijzen aantonen dat het Marklo van Lebuinus niet Merck-Saint-Lievin is, nota bene vandaag nog gesigneerd met de naam van de heilige.
Dus: weg met die doublures en ze vooral aan het nederlands publiek onthouden, anders komt dat publiek op de gedachte Blok en Gysseling niet meer te geloven.
Lebuinus (ca. 780 overleden) werkte in de buurt van de rivier de lsla. In Frankrijk heet deze rivier de Lys en in Vlaanderen de Leie. Dat deze heilige ten onrechte in Deventer wordt gelokaliseerd is te verklaren door de doublure lJssel (van de lsla). Het in de bronnen vermelde 'Marklo' is Merck-Saint-Liévin bij St. Omaars, derhalve niet het Overijsselse Markelo, wat een zoveelste voorbeeld is van de deplacements historiques. Lebuinus is ook bekend onder de naam Liafwinus. Volgens de Franse hagiografen is de heilige als martelaar gestorven; in de kerkelijke liturgie evenwel is Lebuinus alleen als belijder bekend, dus geen heilige.

De visie van Albert Delahaye.
Het Nederlandse Deventer voert de traditie dat St. Lebuinus de apostel is geweest van de Saksen in de "pagus Islo", dat hij in Deventer resideerde, in Wilpa een kerk bouwde en in Marklo een vergadering van de heidense Saksen binnendrong. In Nederland heeft men daarvan de IJsselstreek, Wilp bij Deventer en Marklo gemaakt.
Maar in de tijd van St.Lebuinus (8e eeuw) woonden de Saksen in Noordwest-Frankrijk aan de Litus Saxonicum.

'Het oudste geschrift waarin enkele mededelingen gedaan worden die op de geschiedenis van Overijssel betrekking hebben, is de levensbeschrijving van de heilige Lebuinus, geschreven in het midden van de 9de eeuw. Merkwaardig is het, dat men zou kunnen zeggen, indien men de geschiedschrijving van de moderne devotie en een enkele laat-vijftiende-eeuwse auteur buiten beschouwing laat, dat met dit geschrift de op Overijssel betrekking hebbende middeleeuwse historiografie begint en eindigt'. Bron: W.Jappe Alberts en A.G. van der Steur.

Het betekent dat men in Overijssel geen enkel geschrift heeft tussen de 9de en 15e eeuw.

Er is een tekst bekend uit 882, waarop Deventer zijn traditie baseert:
De Noormannen verwoestten de haven, die in de friese taal Taventeri wordt genoemd, waar de H. Liobomus rust, nadat zij er velen gedood hadden.
Bron: Anneles Fuldenses, MGH. in usum scholarum, p.99.

De tekst, verkeerd op Deventer toegepast, geeft niet de indruk erg betrouwbaar te zijn. Een heilige Liobomus bestaat niet; waarschijnlijk zal de H. Lebuinus bedoeldzijn. Hij is begraven in een van de twee plaatsen St. Lievens-Houten of St. Lievens-Esse, op resp. 15 en 23 km zuid-oost van Gent. Taventeri is een verschrijving of een volledige tussenvoeging, toen de legende van St. Lebuinus te Deventer bestaan had gekregen.
In andere teksten wordt een plaats Daventria genoemd dat ook een misvatting is dat het Deventer zou zijn. Het is echter Desvres in Frankrijk, 19 km ten oosten van Boulogne-sur-Mer.

Een aantal feiten die aan de mythe over Lebuinus in Deventer definitief een einde maken:
  • Aire-sur-la-Lys bij St.-Omaars, bezat relieken van St. Lambertus en van St. Lebuinus.
  • Arras had in de Middeleeuwen een broederschap van St. Lebuinus.
  • Rumaucourt, op 21 km zuidoost van Arras, had ook een broederschap onder het patronaat van St.Lebuinus.
  • Het bisdom Gent voerde St.Lebuinus als patroon onder de Vlaamse naam St. Lieven of Livinus.
  • In Gent liet bisschop Balderik van Utrecht een Leven van St. Lebuinus schrijven. Het wijst de plaats aan waar de bisschop meende de beste documentatie over de heilige te vinden.
  • Deventer komt in de oudste levensbeschrijvingen van St. Lebuinus niet voor.
  • Vóór het jaar 1559 is volgens prof.dr.L.Rogier van enige officiële verering van Sint Willibrordus, Sint Bonifatius, Lebuinus, Liudger en andere geloofsverkondigers in Nederland geen spoor te vinden.
  • Alles wat we over hen weten staat in Franse bronnen, ver van Nederland geschreven. Opvallend blijft ook dat men in Nederland geen enkele contemporaire schriftelijke bron heeft.
  • De Isla, genoemd in de lijst van 870, is de Lys in Frankrijk, die in Vlaanderen Leie heet. Zij komt eveneens voor in de Levens van St. Lebuinus en St. Ludger; hun werkzaamheid in de Nederlandse IJsselstreek is een fabel.
  • De Isla is de rivier waar St. Lebuinus onder de Fresones en de Saxones werkte, was niet de Nederlandse IJssel, doch de Lys en/of de Lijzel in het noorden van Frankrijk.
  • De plaats Liévin, op 5 km zuidwest van Lens, is naar St. Lebuinus genoemd.
  • Merck-Saint-Liévin, is volgens Franse historici de verblijfplaats van St.Lebuinus geweest. De plaats is naar hem genoemd.
  • Pont-de-Briques, op 5 km zuidoost van Boulogne, is volgens de Franse historici een verblijfplaats van St. Lebuinus geweest.
  • Sutrachi. Sudergo of Sudgo was een landstreek ten zuidwesten van Atrecht (= Arras), ten oosten van de rivier de Lys. De streek maakte deel uit van de missiegebieden van St. Lebuinus en St. Ludger in het land van de Isla, die de Franse Lys was en niet de Nederlandse IJssel.
  • St. Lebuinus (ca. 770) en St. Ludger (ca. 790 - 809) kregen eveneens plaatsen en streken toegewezen, waar zij als bisschop fungeerden, die zuiver territoriaal gezien onder het bisdom Traiectum (Tournehem) vielen. Dit vraagstuk blijft overigens hetzelfde, ook wanneer men Traiectum te Utrecht plaatst, hebben historici er nog nooit een zinnig antwoord op gegeven.
  • Ook Renty, op 5 km zuid van Merck-Saint-Liévin, is volgens Franse historici de verblijfplaats van St.Lebuinus geweest.
  • Wilp in Overijssel heeft niets uitstaande gehad met St. Lebuinus. Het in de teksten genoemde Wilpa, waar de inwoners voor St. Lebuinus een kerk bouwden, is Oppy op 10 km noordoost van Arras in het gebied van de Isla (de Lys). De plaats is in regionale bronnen bekend als Wilpi en Vulpi.
  • De Wisura, een rivier, genoemd in het Leven van St. Lebuinus, waaraan diens Marklo lag, d.w.z. Merck-St.-Liévin aan de Aa, is een schrijffout voor Withea (Aa), welke naam "witte rivier" betekent. Het was niet de Wezer in Duitsland.
  • De bollandist M. Coens heeft aangetoond (Anal.Bolland. 1941, p. 278) dat Livinus van Gent een legendarische doublure is van Lebuinus van Deventer. Nadien (ibid. 1952, p.285) heeft hij zijn stelling nader uitgewerkt en wat de feiten betreft afdoende bewezen. Naderhand is aangetoond dat de Franse St.Liévin dezelfde heilige was. In zijn vita gebeuren dezelfde wonderen, in dezelfde streek en plaatsen. De Franse historici plaatsen Lebuinus onder de naam van Saint-Lievin in het noorden van Frankrijk (Robert, Histoire de Saint Lievin). Zij nemen aan dat de heilige vanuit Engeland aangekomen is te Wissant.
  • Sinte-Lievens-Essche, op 22 km zuidoost van Gent, en Sinte-Lievens-Houthem op 16 km zuidoost van Gent zijn plaatsen met een oude St. Lebuinus-traditie. De heilige is in een van deze plaatsen begraven. Vanwege de doublure van Lebuinus in Deventer en Lieven in Vlaanderen heeft men de Vlaamse traditie als legendarisch beschouwd. Het ligt precies omgekeerd: die van Deventer is legendarisch.
  • Behalve in de reeds genoemde plaatsen, werd Lebuinus in de bisdommen van Kamerijk, Atrecht, Boulogne, St.-Omaars en Amiens vereerd. Zijn feest wordt op de Kalender van St.-Omaars vermeld.
  • In het jaar 1495 is in Arras een broederschap ter ere van de heilige opgericht. Nog wordt Lebuinus in deze streken aangeroepen om de gunst van een zalige dood. Reliekhouders van Lebuinus bevinden zich in de kerken te Aire-sur-la-Lys, te Socx en te Beaufort. In de Litanie van Marchiennes, opgesteld omstreeks het jaar 1000, komt de belijder Lebuinus voor.
  • In het jaar 842 heeft Theodorus, bisschop van Kamerijk, te Sint-Lievens-Houthem de relieken van Lebuinus "verheven". Zoals bekend, stond zo'n verheffing gelijk met een officiele heiligverklaring, waarbij de relieken uit het graf gehaald en op het altaar tentoongesteld werden (vandaar de term verheffing). Dat betekende de goedkeuring van de publieke verering als heilige, waaraan in de meeste gevallen een heiligverklaring door de volksmond was voorafgegaan. Vanuit St.-Lievens-Houthem zijn de relieken in 1007 naar Gent overgebracht en in het jaar 1020 door de abdij van St.Bavo overgenomen. De conclusie is dat Lebuinus al eerder bekend was in de abdij van Gent dan in Deventer.
  • Deze duidelijke gegevens bewijzen, naast de teksten, dat Lebuinus van Deventer pure legende is en overigens slechts een uitvloeisel vormt van de mythe dat de Saksen vanuit Sleeswijk-Holstein naar Overijssel afgezakt zouden zijn, wat ook een misvatting is. Lees meer bij de Saksen.
  • Toen het levensverhaal van Ludger geschreven werd en inmiddels de mening had postgevat dat Lebuinus en Ludger in de IJsselstreek gewerkt hadden, wist de schrijver terdege dat het lichaam van Lebuinus niet in Deventer te vinden was. Dit belangrijk feit, dat hij maar moeilijk kon verwerken, verdoezelde hij achter een verdichtsel en een wonder, doch viel daarbij door de mand. Immers, de aandachtige lezer moet al wel opgemerkt hebben dat Lebuinus niet zijn graf openbaarde, maar aanwees waar Ludger een kapel moest bouwen. De schrijver durfde geen klare leugen neer te zetten: hij deed enkel een zijdelingse suggestie, iets wat een gebruikelijke methode is van legende-vormers. In deze tekst, en overigens ook in de gangbare opvattingen, wordt Ludger beschouwd als de opvolger van Lebuinus. De teksten in de beide levensverhalen zeggen dit evenwel met geen woord; in de oudste teksten over Ludger komt de naam van Lebuinus niet voor: en omgekeerd evenmin. De twee zendelingen hebben in ongeveer dezelfde streek (rond Arras) gemissioneerd, zij het dat Ludger meer in het westelijke deel arbeidde en Lebuinus in de omgeving van Arras en naar het noorden.

    De vraag is daarom ook: "Wat doet die Apostel van de IJsselstreek in Frankrijk?"


  • Historicus M.Coens heeft in de Annales Boland (1941 p.278) op doorslaggevende wijze aangetoond dat de Nederlandse Lebuinus, de Vlaamse St.Lieven en de Franse St. Liévin één en dezelfde persoon zijn. De Franse historici plaatsen St. Lebuinus, uiteraard onder de naam St.Liévin, in Noord-Frankrijk.
    De heilige is in 765 vanuit Engeland te Wissant aangekomen en stierf rond 780. Sommige teksten verbinden hem met het bisdom van St.Willibrord, maar St.Lebuinus is nooit bisschop geweest. Nadat hij zich enige tijd te Pont-de-Briques had opgehouden, vestigde hij zich te Merck-Saint-Liévin (het befaamde Marklo), dat tot op de dag van vandaag zijn naam draagt. De plaatsen Sinte-Lievens-Essche en Sinte-Lievens-Houtem houden zijn traditie in Vlaanderen vast, die daar overigens nog rijker is dan in Noord-Frankrijk.
    De pagus Islo of Isla is het land van Lijsel, dat in oude bronnen voorkomt als Insula of Isel en in méér dan voldoende teksten te volgen is als Islo of Isla, waar onmogelijk aan de Nederlandse IJsselstreek gedacht kan worden.


    Rondom St.Lebuinus doen vele wonderen de ronde. Het zijn vrome mythen, net als deze afbeelding waarop de Ivoren kelk van Luibus te zien is. Blijkbaar had Lebuinus meerdere kelken, wat in tegenspraak is met zijn gelofte van armoede.

    De kerk van Wilpa stond te Oppy, een gemeente in het kanton Vimy, welke plaats in oude teksten Ulpi, Vulpi en Wilpa wordt genoemd. Men zal inmiddels gemerkt hebben dat in deze kwestie de doublures in plaatsnamen en zelfs in riviernamen evident is. De traditie van St. Lebuinus te Deventer was vals en op deze steunde de traditie van Utrecht in belangrijke mate. Enige tijd nadat Balderic, de eerste échte bisschop van Utrecht, zich gevestigd had, liet hij een leven schrijven van St. Lebuinus. Bisschop Balderic richtte zich daartoe tot de abdij van Gent, terecht, omdat hij daar de beste dokumentatie kon verwachten waar de heilige dichtbij gearbeid had. Het is geenszins merkwaardig, dat zijn belangstelling nooit naar St. Willibrord is uitgegaan, omdat in zijn tijd het denkbeeld nog niet leefde dat hij diens opvolger was.

    In de oudste levensbeschrijving van St.Lebuinus is geen enkel aanknopingspunt met Nederland te vinden. Deze Vita werd geschreven door de monnik Hucbald in St.Armand in Noord-Frankrijk. Je kunt je dan ook afvragen waarom men in Deventer de levensbeschrijving van Lebuinus in Frankrijk laat schrijven. Was Lebuinus persoonlijk verslag komen doen in Frankrijk? Of had Hucbald Deventer bezocht en daar de opdracht voor deze vita meegekregen? De waarheid is veel eenvoudiger: de vita werd daar geschreven waar een devotie tot Lebuinus bestond en dat was in Noord-Frankrijk. De latere levensbeschrijvingen werden geïnterpoleerd met Nederlandse gegevens, wat met de merkwaardige doublures al héél gemakkelijk was. En toch, na het signaleren van al deze doublures, waaronder de trilocatie van Lebuinus/Lieven/Liévin een van de merkwaardigste is, bleven de Nederlandse historici lachen en liet de direkteur van de R.O.B. dr.W.A. van Es, de vraag vallen of Albert Delahaye zelf wel in alle ernst geloofde of dat hij een en ander als een leuke (of kwade) grap had bedacht. Maar Delahaye geloofde niet in die grap, maar kende de feiten en daar baseerde hij zijn visie op.
    Hij zal er nu wel van overtuigd zijn, dat het belachelijk maken van zijn tegenstander een gevaarlijke bezigheid is als men de plank van Dorestad 300 km. mis heeft geslagen.


    Desvres, vue générale.

    Het gaat hierbij allang niet meer om het gelijk van Albert Delahaye, maar om de wetenschappelijke integriteit van zijn opponenten. En als je eerst Delahaye belachelijk hebt gemaakt en zijn opvattingen "baarlijke nonsens" hebt genoemd, kun je nu niet aankomen met "dat hij toch gelijk heeft". Dan ga je dubbel af en dat heeft Van Es wonderbaarlijk goed in de gaten.

    In de visie van Albert Delahaye werd St.Lebuinus "Apostel van de IJsselstreek" doordat historici hem verplaatsen vanuit zijn eigenlijke werkgebied, de pagus Isloa aan de Schelde naar de Nederlandse IJssel.

    Ook hier slaan de deplacements historiques ongenaakbaar toe en maakt de geschiedenis van de historische geografie een schier onontwarbare kluwe.

    Langzaam begint men ook in Nederland steeds meer te twijfelen aan de plaatsing van St.Lebuïnus in de IJsselstreek. Dirk Otten schrijft in zijn boek "Lebuinus, een gedreven Missionaris" (Hilversum 2006): "Waar het Marklo van Lebuïnus precies gelegen heeft, is nog steeds onzeker. Het was niet Markelo in Twente, maar een nederzetting, of mogelijk niet meer dan een plek, aan de Wezer".

    Lebuïnus predikte onder de Saksen aan de rivier Wisuri op een plaats die Marklo heette. In zijn vita staat 'in media Saxonia iuxta fluvium Wisuram ad locum qui dicitur Marklo'. Probeer dit eens geografisch in Nederland of Twente te plaatsen? Het zal niet lukken. Daarmee wordt meteen de onjuiste opvatting rondom St.Lebuinus in Deventer aangegeven.
    En LET OP! In Frans-Vlaanderen komen deze geografische gegevens wel in samenhang en op korte afstand van elkaar voor. Daar woonden de Saksen aan de kust van het Kanaal, lag de rivier de Wimereux en ligt ook Merck-Saint-Liévin en ook Desvres (dat Daventria was).