De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De Peutingerkaart.

De Peutingerkaart is naast verwonderlijk, ook ondoorgrondelijk.
Het is een secundaire bron die meer vragen oproept dan beantwoord. De kaart dient overeenkomstig behandeld te worden.

In het verleden gaven diverse historici al aan dat de Peutingerkaart onbruikbaar is vanwege de vele fouten. Ook recent geven onderzoekers (Ruud van Veen en Willem Bruijnesteijn van Coppenraet) hetzelfde aan: de Peutingerkaart zit vol fouten en onmogelijkheden.
"Er moet zelfs aangenomen worden dat bepaalde routes die op de Peutinger-kaart lijken voor te komen, in werkelijkheid nooit hebben bestaan, terwijl andere routes, die men zeker zou verwachten, op die kaart niet te vinden zijn" (R.v.Veen, http://vanveen.semafoor.info/inhoud/bronnen.html).
"Er komen hoogst onwaarschijnlijke wegverbindingen voor, terwijl de voor de hand liggende verbindingen ontbreken. Er zijn zelfs hele gebieden op de kaart die door één of meer kopiisten dermate mishandeld zijn dat een heel netwerk van routes vrijwel onherkenbaar is geworden." (W.Bruijnesteijn, idem Van Veen). Aan de loop van de rivier mag men geen conclusies verbinden.
De Peutingerkaart is als bewijsstuk in de vele historische vraagstukken volstrekt onbruikbaar. De kaart zou dateren uit de 4e eeuw, maar de oudste kopie stamt uit de 13e eeuw (1264). De kaart bevat te veel aantoonbare fouten in de afstanden tussen plaatsen, in de schrijfwijze en namen van plaatsen en de geografische indeling. Ook de loop van de rivieren is slechts schematisch, waaruit dan ook geen overtuigende bewijzen zijn te halen. In hoeverre er door de kopiïsten aanpassingen zijn aangebracht is eveneens onbekend.

Uit het feit dat Pompei en Herculaneum op deze kaart staan, plaatsen die in 69 n.Chr. verdwenen onder de lava en as van de Vesuvius, is al op te maken dat de kaart een falsum is en er geen geografische feiten mee te bewijzen zijn. De kaart is dus onbetrouwbaar en dus onbruikbaar als bewijs.
De identificatie van veel Nederlandse plaatsnamen met die op de Peutingerkaart is nog steeds heel onzeker, en zeker en vooral die in de Betuwe en directe omgeving.
B.H.Stolte heeft in 1963 nog gesteld dat "de hele weg van Vechten naar Nijmegen een probleem is dat nog steeds niet naar believen is opgelost". En dit heeft zowel betrekking op de plaatsen op zich als op de afstanden tussen die plaatsen zoals ze op de Peutingerkaart worden vermeld.

Nu is algemeen bekend dat de afstanden op de Peutingerkaart zorgvuldig zijn bepaald, maar dat de geografische weergave slechts schematisch is. Het is dan ook geen vraag naar de schaal of de windrichtingen. De kaart is getekend als een langgerekte strook van Brittannië tot Azië vanuit eenzelfde richting.

Het is daarom beter niet te spreken van de 'noordelijke' of 'zuidelijke' weg van de kust naar Noviomagus zoals Stolte doet, maar van de 'bovenste' en 'onderste' weg.

De kaart werd in een bibliotheek in Zuid-Duitsland opgeduikeld door Conrad Celtis, die het document in 1507 naliet aan de humanist Konrad Peutinger uit Augsburg. Peutinger laat van deze kaart een nieuwe 'kopie' maken. Aan hem heeft deze zogenoemde Romeinse wegenkaart zijn naam te danken.

Een aantal historici twijfelt aan de echtheid van deze kaart. Het origineel is niet bekend. Men noemt wel eens een kaart op een van de muren van het onderkomen van enkele Romeinse keizers, maar daarvan bestaat geen enkel bewijs dat het om deze kaart zou gaan. De oudste kopie stamt uit de 13e eeuw. Dat is o.m. af te leiden uit het gebruikte lettertype op deze kaart. Opvallend is dat op deze kaart ook de plaatsen Pompei en Herculaneum zijn afgebeeld, terwijl deze al in 69 n.Chr. volledig onder een dikke aslaag zijn verdwenen.
Daarna wordt van de kaart niets meer vernomen tot deze in 1494 plots weer 'gevonden' wordt.
Er zijn meer aanwijzingen dat de 'nieuwe' kopie van de kaart uit 1507 een aan de opvattingen van die tijd aangepaste, dus vervalste, kopie is.
De Peutingerkaart wordt door de Nederlandse historici gebruikt om Nederland een antieke geschiedenis te geven.
Echter, ook kaarten willen nog wel eens voor verwarring zorgen. De bekendste misser is wel de Nederlandse interpretatie van de PEUTINGER KAART. Deze kaart (eigenlijk meer een reisgids) uit de 4e eeuw is een (sterk vertekende -meer een strook perkament van ruim 6 meter lang en 30 cm. hoog-) wegenkaart van het toenmalige Romeinse Rijk. Volgens de gangbare interpretatie zou de Betuwe er onvertekend op te zien zijn, terwijl Brabant en zelfs heel België er niet op staan. Direct onder de "Patavia" (waar Noviomagus IN ligt -Noviomagus zou Nijmegen zijn, maar is NOYON) ligt Noord-Frankrijk. Nijmegen zou wel op de kaart staan -overigens tussen allemaal Franse steden, terwijl plaatsen als Utrecht, Maastricht en Aken -in de Romeinse tijd toch wel belangrijker- zouden ontbreken! Dit gedeelte van de kaart heeft als opschrift FRANCIA.
Nederland zoals wij dat nu kennen is in de duizenden jaren van bestaan steeds aan verandering onderhevig geweest. De algemene veronderstelling dat 'ons land' permanent bewoond is geweest, wordt door de archeologie allerminst bevestigd. Dat er een Romeinse bewoning van ons land geweest is, wordt niet ontkend, maar die bewoning had een militair karakter en duurde tot ongeveer 250 na Chr. Daarna zijn er transgressies (=overstromingen) geweest. Daarom vindt men het Romeins in laag Nederland altijd onder een, soms wel meters dikke, laag ZEEKLEI. Direkt bovenop het Romeins vind je in laag Nederland (ook in Utrecht: in Nederland zogenaamd Trajectum) het Middeleeuws uit de 10e/11e eeuw.

Is de Peutingerkaart een falsum?
  1. De herkomst van de kaart is in nevelen gehuld ofwel onbekend.
  2. Op grond van enkele vage bevindingen heeft men er een onjuiste betekenis aan gegeven.
    • Dat de kaart een afbeelding is van het Romeinse Rijk is onjuist. India en Afghanistan die op de kaart zijn afgebeeld hebben nooit tot het Romeinse Rijk gehoord, net zo min als Ierland dat op segment 1 zou staan.
    • Dat de kaart een kopie uit de 13e eeuw is, van een kaart uit de 4e eeuw, zijn twee onbewezen aannamen.
  3. Veel gegevens op de kaart kloppen niet met de werkelijkheid.
    • De afstanden tussen plaatsen kloppen niet, wat voor een reiskaart onaanvaardbaar is.
    • De plaatsen die men voor Nederland heeft opgevat liggen in de verkeerde streek. Ze liggen niet in de Betuwe, waar men de Patavia voor houdt.
    • De totale afstand Lugduno-Noviomagus is op de kaart 74 leuga, wat 163 km. is. De werkelijke afstand Katwijk (een van de opties?) naar Nijmegen is 110 km. Een afwijking van 53 km. (meer dan een dagreis) is onaanvaardbaar.
    • Nijmegen dat men voor Noviomagus houdt, ligt aan de verkeerde kant van de Patabus die men voor de Waal houdt.
  4. Van geen enkele plaats in Neder land is de identificatie met een Romeinse plaatsnaam met zekerheid vastgesteld. Het zijn slechts gissingen.
  5. Er bestaat in Nederland geen eenduidige opvatting, maar men kent meerdere interpretaties voor de afzonderlijke plaatsen. Voor Castra Herculis bestaan liefst 24 interpretaties.

De conclusie moet dan ook zijn dat de kaart als historische bron te onbetrouwbaar is om als bewijs te kunnen dienen. "De tabula Peutingeriana is een unieke bron voor de geografische kennis van ons land in de Romeinse tijd. Maar het getal onoplosbare problemen is groot en ondanks het ijverig pogen van generaties van geleerden is dat nauwelijks kleiner geworden." (Citaat van P.Stuart in 'Provincie van een Imperium')

Dit citaat uit 1986 is naar de stand van de wetenschap in 1986. Sindsdien is er niets noemenswaardig aan de kennis over de Peutingerkaart veranderd. Het is dan ook onbegrijpelijk dat enkele historici nog in 1984 zo heftig reageerden op de publicaties van Albert Delahaye. Zij bleken de eigen historische bevindingen niet te kennen en ageerden tegen Delahaye zonder één letter van hem gelezen te hebben. Is dat wat men onder historische wetenschap verstaat? Vasthouden aan verouderde standpunten, slechts om eigen onwetenheid te verbloemen?

Commentaar: De Peutingerkaart heeft men altijd opgevat als een Romeinse wegenkaart vanwege de Latijnse plaatsnamen die er op voorkomen. Van veel plaatsen is onbekend welke plaats ermee bedoeld wordt. Afwijkingen in afstanden tot meer dan 65% kan men niet wegwuiven als een 'overschrijffout'. Als de Peutingerkaart op geen enkele manier past in het Nederlandse landschap, is de enig juiste conclusie dat men op de verkeerde plaats aan het zoeken is.
Het is bovendien onbegrijpelijk dat de historici met deze wetenschap zo heftig ageerden tegen de opvattingen van Albert Delahaye, die Noord-Frankrijk als locatie aanwees. En, alsof de Peutingerkaart het enige is waarop de visie van Delahaye is gebaseerd. Er is veel meer dat logisch en in samenhang zijn visie ondersteunt.


Zoeken naar namen en plaatsen.
Vanaf het moment dat men zich realiseerde dat Nederland een Romeins verleden had, is er geprobeerd om historische namen en gebeurtenissen met huidige plaatsnamen en streken te verbinden. Dat leverde interessante discussies op, die voortduren tot op de dag van vandaag. Want in feite is het niet absoluut zeker dat de plaatsen waaraan in de vorige hoofdstukken (van dit boek, red.) zo stellig een Romeinse naam is gegeven, ook werkelijk zo heetten. Bron: E.v.Ginkel & L.Verhart, 2009.

In 2013 komt HanscWijffels met een nieuwe opvatting over de plaatsen op de Peutingerkaart, die goedbeschouwd erg rommelig overkomt. Van de rivier de Patabus maakt hij de Maas (dus de Maas was dan niet de Mosa?), maar ondanks dat komt hij er dan nog niet uit. Omdat hij afwijkingen in de afstanden tussen plaatsen met 50% tot zelfs 98% niet acceptabel vindt, gaat hij op zoek naar andere plaatsen en komt met een aardverschuiving van de traditonele opvatting. Zo is Albanianis bij hem niet langer Alphen, maar wordt het Valkenburg en wordt Laurum nu Alphen en is het niet meer Woerden. Matilo wordt Scheveningen, Castra Herculis is Loowaard (dus toch niet Arnhem?), Praetorium Agrippinae wordt Ockenburg (dus niet Valkenburg?), Lugdumum wordt Ter Heide (dus niet Leiden?), Grinnes wordt Zuilichem (dus niet Rossum?) en Flenium wordt plots Oost Voorne. Ook voor Tablis dat tot dan toe onvindbaar was in Nederland heeft Wijffels een oplossing: het is Tien Gemeten. Dat slechts de eerste letter overeenkomt vormt een wel erg magere aanwijzing, een bewijs kunnen we het niet noemen. Dat er nooit Romeins is gevonden maakt blijkbaar niet uit! We kunnen deze 'poging' van Wijffels dus niet als erg betrouwbaar en zorgvuldig beschouwen.

Als we er even van uitgaan dat Wijffels 'gelijk' heeft, kunnen alle vorige opvattingen en de hele literatuur daarover de prullenbak in. Daar gaan de opvattingen van Stolte, Post, Bogaers, Leupen en Van Es, de grootste opponenten van Albert Delahaye. En dan moeten we wel opnieuw beginnen met de determinaties van de verschillende locaties.
Noviomagus blijft voor Wijffels toch Nijmegen, hoewel ook hij geen enkel bewijs levert dat het ook zo is. Het Romeinse Noviomagus van de Peutingerkaart was dezelfde plaats als Karolingisch Noviomagus. En dat is onweerlegbaar de plaats waar Karel de Grote gekroond is tot koning der Franken: NOYON.

De visie van Albert Delahaye.

De Romeinse aanwezigheid in Nederland wordt door Albert Delahaye allerminst ontkend; de Romeinen zijn zeker in Nederland geweest. Maar het is een onbewezen en eenvoudig te weerleggen aanname dat de plaatsen van de Peutingerkaart in de Patavia genoemd, op Nederland betrekking zouden hebben.
Alle plaatsen die op de Peutingerkaart in de Patavia liggen, blijken in de Nederlandse traditie helemaal niet in de Betuwe te liggen. Feitelijk is dit gegeven al voldoende om de Nederlandse traditie als onjuist te verklaren. Maar er is meer dat niet klopt.
De toepassing van namen van de Peutingerkaart is onbetrouwbaar. Nigropullo zou Zwammerdam zijn. Hoe dat etymologisch of toponymisch in elkaar steekt wordt nooit vermeld. De kaart zit ook vol fouten in afstanden en plaatsnamen zoals Fletione dat Fectio zou moeten zijn. Als bewijsstuk is deze kaart onbruikbaar. Bovendien is uit de kaart geen windrichting af te leiden, wat men wel eens als argument gebruikt. Ten westen kan evengoed ten noorden, ten zuiden of ten oosten zijn. Zie de voorbeelden van plaatsnamen in Gallia waarover geen discussie bestaat, zoals Nemetacum (Arras) dat op deze kaart boven Tervanna (Thérouanne) ligt, maar in werkelijkheid ten zuiden daarvan. Of Sammarobriva (Amiens) dat op dezelfde hoogte ligt als Ratumagus (Rouan) terwijl dat in werkelijkheid ver ten noorden ervan ligt. Of Bononia (Boulogne-sur-Mer) dat lager ligt dan Baca Conervio (Bavay), terwijl dat juist andersom moet zijn. Zo zijn er meer voorbeelden te geven, ook in de oost-westelijke windrichtingen, zoals Casaromago (Beauvais) dat rechts (oostelijk?) van Sammarobriva (Amiens) ligt, terwijl het in werkelijk ten westen ervan ligt.


Wat weten we nu feitelijk echt?
De PEUTINGER-KAART (Klik op de naam voor de Nederlandse traditie) kreeg zijn naam van Conrad Peutinger, die via een vriend in het bezit kwam van de kaart om deze in druk uit te geven. Het linker bovenstuk van een blad van de Peutinger-kaart heeft men sinds eind 19e eeuw op Nederland toegepast. Dit deel is blijkens het opschrift "Patabus" gelijk te stellen met het Eiland van de Bataven: in Nederland opgevat als de Betuwe. De residentie Noviomagus van Karel de Grote lag volgens betrouwbare teksten in of bij dat eiland. Daar deze algemeen als Nijmegen werd opgevat, leek de kaart inderdaad op Nederland te passen. De mythe van Nijmegen is overigens pas in de 15e eeuw ontstaan en leek door de Peutingerkaart bevestigd. Leek, want bij nadere beschouwing klopte er niet veel van!


Hieronder naast elkaar de traditionele visie (links) en de visie van Albert Delahaye op het noorden van Gallië van de Peutingerkaart (rechts).
De Peutingerkaart is een wegenkaart van het Romeinse rijk van na 375 n.Chr. Het gedeelte waarover hier gesproken wordt, is de noordgrens van het Romeinse rijk.
Voor de afbeelding is een traditionele kaart gebruikt, waarop uiteraard de traditionele fouten staan, maar dit terzijde. Let ook op de kust voor Vlaanderen waar zich door de transgressies eilanden hebben gevormd, terwijl het lager liggende Holland niet overstroomd is, wat dus onmogelijk geweest kan zijn.

Zie ook de website over de Peutingerkaart op Tabula Peutingeriana.

Bekijk met name Part 2 en 3 van de kaart uit 1887 van Konrad Miller, die meestal ter illustratie gebruikt wordt.

Volg de taalgrens!

De taalgrens in België en Frankrijk (door de Elzas) geeft de juiste plaats aan van de wegen door de Patavia op de Peutingerkaart. Het is tevens de grens van het Romeinse Rijk in de 5e eeuw, wat de grens was tussen het Romaans en het Germaans. Zie verder bij de Taalgrens.

De traditionele visie (links) naast de visie van Albert Delahaye (rechts) op de twee wegen door de Patavia.

Delahaye plaats de twee wegen die men traditioneel in Nederland situeert, in Noord-Frankrijk vlak onder de taalgrens en de plaats van de vaste oversteekplaats naar Engeland (precies daar waar 'de oversteek het kortst is en men de overkant kan zien' en precies daar waar nu de Kanaaltunnel ligt).

  • Over historische kaarten in het algemeen, en de Peutingerkaart in het bijzonder, wordt gewaarschuwd "er vergaande conclusies aan te verbinnen, zonder zich in de literatuur of door middel van vergelijking met andere kaarten of bronnen, van de informatieve betrouwbaarheid te vergewissen". (Bron: W.Jappe Alberts).
    Ten aanzien van de Peutingerkaart heeft Albert Delahaye dat dan ook zeker gedaan. Hij heeft de kaart vergeleken met andere bronnen, zoals het Itinerarium Antonini en de gegevens van Ptolemeus, maar ook met schriftelijke bronnen, zoals Germania van Tacitus. Delahaye komt tot geheel andere conclusies dan de gangbare.

  • De zogenaamde Tabula Peutingeriana (een Romeinse wegenkaart uit het begin van de derde eeuw) biedt de huidige historici nog grote problemen. Met name valt het niet mee de daarop geschreven plaatsnamen in Nederland te lokaliseren. (Bron: H.P.H.Jansen, Levend Verleden.) Het valt niet alleen niet mee, maar men is er nog helemaal niet in geslaagd één plaats met zekerheid te identificeren. Zie ook bij Van Es, De Romeinen in Nederland. "Maar het staat toch wel vast dat de plaatsen langs "de Renus" gezocht moeten worden langs de Oude Rijn in het huidige Nederland en niet in Noord-Frankrijk, zoals met onvoldoende argumentatie door Delahaye beweerd is", aldus Jansen. Ja, als je de boeken van Delahaye niet leest, mis je natuurlijk de meer dan voldoende argumentatie.

    De Peutingerkaart wordt over het algemeen op het eind van de 4e eeuw gedateerd, ook in Nijmegen zelf. Het is dan onbegrijpelijk dat een stuk van Nederland dat door de Romeinen verlaten was en bovendien onder water lag, er nog opgestaan zou hebben. Sommige historici hanteren dan ook liever de 3e eeuw, omdat in de 4e eeuw de Romeinen Nederland al verlaten hadden en het dan niet aannemelijk te maken is, dat Nederland nog op een Romeinse wegenkaart zou voorkomen. En dit laatste is nu juist de visie van Delahaye! Albert Delahaye wordt in zijn visie met betrekking tot de Peutingerkaart in het gelijk gesteld door andere historici, o.a. C.Kirk, die onafhankelijk van hem de "bovenste wegen" ook in Noord-Frankrijk plaatst. Ook al komt hij tot enkele andere determinaties van plaatsen, het is wel duidelijk dat dat gedeelte van de kaart daar beter past dan in Nederland.

    Er zijn vele argumenten beschikbaar om deze stelling te ontzenuwen. Voor een juiste interpretatie van de kaart zijn een aantal ervan voldoende.

    Stel je nu eens voor dat de traditionele opvattingen juist zijn. Dan komen meteen een aantal vragen naar voren, zoals:
  • Waarom staat de vaste oversteekplek naar Engeland er dan niet op? De plaats waar ook Julius Caesar overstak. Of stak hij over naar Engeland vanuit de Betuwe, zoals Nederlandse historici beweren?
  • Waarom staan plaatsen en streken waar de Romeinen vele oorlogen voerden er niet op? Zoals Vada of Kalkriese?
  • Waarom staan de Friezen, toch hun erfvijanden, er niet op? Waarom worden de Usipeten, Tecteren en Ubiërs niet vermeld?
  • Waarom staan Utrecht, Maastricht en Aken er dan niet op? In de Romeinse tijd toch belangrijke plaatsen.
  • Waarom staat Romeins Domburg er niet op? Daar werd toch ook overgestoken naar Engeland getuige de Nehelennia-altaren?
  • Waarom staat Noyon, dat als een spin in een web van liefst 8 Romeinse wegen lag, er dan niet op? Noyon was één van de 12 Civitates in Gallia en zou niet op de Peutingerkaart hebben gestaan? Noyon, waar later een Christelijk bisdom ontstond, zoals in alle civitates?
  • Waarom ontstonden er geen bisdommen in Nijmegen en Xanten, als dat Romeinse Civitates zijn geweest?
  • Waarom zouden de in Nederland nooit gevonden Romeinse wegen er wel op staan en de vele Romeinse wegen in Noord-Frankrijk en Zuidelijk België niet?
  • Waarom worden er boven de Patavia enkele Germaanse stammen genoemd, terwijl daar in Nederland de Friezen woonden, die overigens niet op de Peutingerkaart staan? En dat terwijl de Friezen voor de Romeinen wel degelijk een vijandig volk was, dat zeer zeker bewaakt moest worden

    De misvattingen van de Peutingerkaart kort op een rij:

    1. Van geen enkele Nederlandse plaats is de determinatie zeker en onomstreden (zie bij Van Es), zelfs van Nijmegen niet. In Nijmegen is nergens een bevestiging (opschrift e.d.) gevonden dat de plaats in de Romeinse tijd Noviomagus geheten zou hebben. In een aantal Nederlandse plaatsen die z.g. op de Peutingerkaart zouden staan is overigens helemaal geen Romeinse gevonden, laat staan een castellum! Een castellum is slechts aangetoond in Valkenburg, Vechten, Zwammerdam (castellum? meer een vergrootte wachttoren) en Arnhem-Meinerswijk. In Nijmegen heeft een legioenskamp gelegen. Dan is er nog een enkele wachtpost gevonden te Malden, een laat Romeinse versterking bij Aardenburg, een Romeinse tempel te Elst en een Romeinse badplaats te Heerlen. Vreemd blijft dat Elst niet op de Peutingerkaart voorkomt, hoewel het wel (volgens de traditionele opvattingen.) een belangrijk Romeins middelpunt en heiligdom was.
    2. Het vignet op de Peutingerkaart bij Lugdunum duidt een belangrijke plaats aan. Daarvan is bij opgravingen in Katwijk of Leiden niets gebleken. Preatorii Agrippine was een belangrijke badplaats. Daarvan is in Valkenburg niets gebleken. De Nederlandse archeologie komt allerminst overeen met de Peutingerkaart.
    3. Utrecht, waar meer Romeins is teruggevonden dan in andere Nederlandse plaatsen, staat niet op de Peutingerkaart, evenmin als Elst, Domburg, Aardenburg en de Brittenburg. Als de Brittenburg het laatste Castellum van de Romeinse Limes was, is het niet te verklaren dat het niet op de Peutingerkaart staat.
    4. Een aantal plaatsen, waar nauwelijks Romeinse relikten zijn gevonden, zoals Cuijk, zouden wel op de Peutingerkaart staan. Dit toont al aan dat de Peutingerkaart helemaal niet over Nederland gaat.
    5. Nijmegen ('Noviomagi') ligt aan de verkeerde kant van de Waal en vlak bij Franse steden, zoals Escaupont, Bavay, Douai, Terwaan en Boulogne.
    6. België, Zeeland en Noord-Brabant staan niet op de kaart, evenmin als Maastricht (waar zeker een Romeinse vesting is geweest), Tongeren en Aken. In de Nederlandse interpretatie laat men een gat vallen van ruim 300 km. tussen Noord-Frankrijk en de Betuwe.
    7. Enkele militair belangrijke plaatsen, Lugdunum, Castellum Flevum en Castra Herculis, zijn in Nederland onvindbaar, althans men komt steeds met andere verklaringen. Lugdunum was eerst Leiden, toen Katwijk en nu de Brittenburg (?). Bij Castellum Flevum komt men zelfs tot 13, bij Castra Herculis tot liefst 24 verschillende locaties!
    8. Ook de kanalen van Drusus "zwerven" door Nederland omdat de determinatie van de ene historicus wordt weerlegd door een ander. Bovendien wordt het kanaal van Corbulo in de huidige bodem aangetoond, terwijl in de Romeinse tijd de waterstand veel lager was en het kanaal dus dieper in de ondergrond moet worden aangetoond.
    9. Van de onderste weg in Patavia zijn 7 van de 8 plaatsen onbekend, terwijl de determinatie van die ene wel bekende plaats, Foro Adriani als Arentsburg, ter discussie staat.
    10. Van de wegen ten oosten van Nijmegen zijn de determinaties ook allerminst zeker. Colonia Traiana is bij de ene historicus Xanten, Veteribus wordt dan als Birten beschouwd. Bij een ander blijft Colonia Traiana onbekend en wordt Veteribus als Xanten (Bechert en Willems) beschouwd.
    11. De "Limes Germanicus", de grens tussen Gallië en Germanië, lag niet in midden Nederland, maar op de taalgrens en de taalgrens heeft nooit in midden Nederland gelegen.

      De volgende argumenten bevestigen de voorgaande:

      1. Internationaal wordt algemeen gehanteerd dat de kaart is opgemaakt in de 4e eeuw. De Romeinen waren toen al anderhalve eeuw uit Nederland vertrokken. West-Nederland lag toen onder water. Er moeten al heel sterke bewijzen op tafel komen om aannemelijk te maken, dat een prijsgegeven landstreek dan toch nog op een Romeinse reiskaart is blijven staan. Hoewel sommige historici in Nederland om verklaarbare redenen de kaart toch liever in de 3e eeuw dateren, heeft geen enkele van hen dit tot heden ooit kunnen aantonen. In Nijmegen zelf hanteert men toch ook de 4e eeuw. Zie o.a. Stad aan de Waal, p. 21.

      2. De hele kaart is 34 cm hoog en 6,82 meter lang en geeft dus een vertekend beeld van het Romeinse rijk van Engeland tot aan de Perzische golf. De kaart is deels geografisch, deels schematisch opgezet en diende geen ander doel dan de bevoorrading van de Romeinse troepen. Voor de goede determinatie zal men méér waarde moeten hechten aan de namen van de plaatsen en de afstanden tussen die plaatsen dan aan een betere of minder goede weergave van het landschap. Het gedeelte wat men in Nederland voor de Betuwe houdt leek precies te passen en zou dan het enige NIET-vertekende stukje zijn. Past men op deze strook dezelfde verhoudingen als de rest van de kaart, dan krijgt men geen langerekt maar een vierkant landschap.

      3. De Patavia (Batua, in Nederland Betuwe??) loopt op de kaart door tot aan de zee en ligt recht tegenover Kent in Engeland! Om de kaart passend te maken in de Nederlandse interpretatie, wordt de Betuwe daarom wel eens doorgetrokken tot de kust en breder gemaakt tot aan de rivier de Maas.

      4. Boven de Patavia staan enkele namen door elkaar heen van volkeren die daar wonen. Er staat: Chamavi qui et Franci (de Chamaven die Franken zijn), Cherustini (bewoners van Chérisy), Ampsivarii (bewoners van Ambrines) en Hael(usii) (bewoners van Halluin). Deze stammen woonden ten noorden van Batavia (is Béthune) in Frankrijk. Boven het bedoelde gedeelte van de kaart staat ook nog het opschrift "FRANCIA" en daartoe heeft geen enkel deel van Nederland ooit behoord. Deze opschriften maken definitief een einde aan elke poging om dit stuk van de kaart nog als Nederlands grondgebied te beschouwen.

      5. De Nederlandse plaatsen die men met de plaatsen op de Peutingerkaart heeft gelijk gesteld, bevatten in geen enkel geval een aanvaardbare etymologie van de oude Romeinse namen met de latere of hedendaagse namen. Reeds op grond daarvan moet men de identifikaties afwijzen. Ook zijn er geen parallelle bronnen die bewijzen dat de plaats in de oudheid ooit zo geheten heeft. Men heeft de Romeinse plaatsnamen klakkeloos op vindplaatsen van Romeins geplakt, ook al ging het maar om een enkele villa of wat dakpan- of potscherven, wat geen recht doet aan de betekenis van overeenkomstige plaatsen op de Peutingerkaart. Nigropullo op de kaart was eerst onvindbaar en is nu plots Zwammerdam (1 of 2?) sinds er enig Romeins gevonden is! Etymologisch volstrekt onverklaarbaar, welke verklaring dan ook nergens gegeven wordt! In de visie van Albert Delahaye was Nigropullo (zwarte kip) de Franse plaats Noires-Terres (zwarte grond) welke kippen zeker zwart geweest zullen zijn, als ze daar in de grond hebben lopen scharrelen. (Er wordt t.a.v. Zwammerdam wel eens gesuggereerd dat het "Nigro" op de zwarte veenlaag ter plaatse zou slaan. Vergeten wordt dan dat deze veenlaag pas na de Romeinse tijd is ontstaan.)

      6.De Nederlandse traditie van de Peutingerkaart bestaat pas sinds eind 19e eeuw. In de allereerste determinatie van Konrad Miller (1887/1888) noemde hij 4 plaatsen van de Peutingerkaart in Nederland: Leiden, Rotterdam, Dordrecht en Nijmegen. Deze determinaties bleken een slag in de lucht. Lugdunum dat aanvankelijk Leiden was, werd later Valkenburg, daarna Katwijk en is nu wellicht de Brittenburg. Rotterdam en Dordrecht komen in de hele Nederlandse traditie niet eens meer voor, wegens het totaal ontbreken van enig Romeins. Slechts Nijmegen is gehandhaafd als het Noviomagi van de Peutingerkaart. Een misslag van 75% (dat moet dus 100% zijn want Nijmegen is ook foutief) is nog steeds het uitgangspunt van Romeins Nederland. In de uitgave van 1916 van Konrad Miller werd het rijtje Nederlandse plaatsen gewijzigd in Leyden, Voorburg en Nijmegen. Ook deze interpretaties van de plaatsnamen op de Peutingerkaart zijn onaanvaardbaar. Ook andere determinaties blijken onhoudbaar. Castra Herculis was eerst Huissen, toen ergens in de omgeving van Elst (Gorissen), of Elst zelf (Bogaers) of Arnhem-Meinerswijk (Van Es), hoewel op geen van deze locaties het bestaan van een Castra is aangetoond, misschien Arnhem-Meinerswijk uitgezonderd? Van het vaak opgevoerde Levefano als Wijk bij Duurstede is nooit enige archeologische bevestiging teruggevonden. Van de grote Romeinse wegen is in ons land al helemaal niets teruggevonden (misschien toch een paar meter grindpad? Zie bij Archeologie). Nijmegen bleef ondanks alle weerleggingen toch Noviomagi, hoewel in heel Nijmegen nergens een bevestiging gevonden is van de Romeinse naam van deze plaats. Zie voor deze determinatie de ware geschiedenis van Nijmegen.
      De interpretaties waarover de Nederlandse historici het allerminst eens zijn en waaraan men dus erg twijfelt, zijn op het overzicht hieronder voorzien van een vraagteken. De Nederlandse interpraties die zelfs Nederlandse historici niet voor serieus nemen zijn tussen haakjes geplaatst en voorzien van een dubbel vraagteken.

      7. Geen van de Nederlandse interpretaties ligt in de Betuwe (behalve nu Arnhem-Meinerswijk waar pas zéér recent Castra Herculis wordt vermoed), wat gezien de kaart wel zou moeten. Van de onderste weg is men er nooit in geslaagd enige naam in Nederland te plaatsen (behalve Foro Adriani = Voorburg?, waar echter nooit sprake is geweest van een Forum/markt), er moet immers aantoonbaar een Romeinse nederzetting zijn geweest! Volgt men de wegen in de juiste streek van Noord-Frankrijk, dan kunnen zowel in de bovenste als in de onderste weg enige plaatsen met volle zekerheid worden aangewezen, namelijk daar waar de oude naam door direkte etymologische afleiding tot de nieuwe naam leidde (deze zijn dikgedrukt), of waar door parallelteksten bewezen wordt, dat de plaats onder de Romeinse naam bekend is geweest (deze zijn dikgedrukt en onderstreept). In onderstaande lijst geven wij eerst de naam van de Romeinse plaats, dan de naam van de plaats in de Nederlandse interpretatie, vervolgens de naam van de locatie in Frankrijk, de gevorderde afstand tussen de eerste en de volgende plaats, en de aantekening of de werkelijke afstand al dan niet juist is. De afstand op de kaart is in (Romeinse mijlen), hieronder (omgerekend) in kilometers!

      8. In de Betuwe zijn geen resten van de twee Romeinse hoofdwegen gevonden, terwijl ze er toch gelegen moeten hebben. Bovendien klopt het totaal aan afstanden niet. De wegen van Noviomagus naar Lugdunum omvatten een totale afstand van 165 km. (de bovenste weg) en 195 km. (de onderste weg), terwijl Nijmegen slechts een 100 km van de kust ligt. Er kan ook geen sprake zijn van "omleidingen", want de Nederlandse traditie projecteerde de wegen altijd langs een rechte (dus kortste) route langs Rijn en Waal.

      9. De wegen aan de overkant van de Patabus, liggen ONMISKENBAAR in Noord-Frankrijk met plaatsen als Boulogne, Cassel, Terwaan, Kamerijk, Atrecht en Bavay. Het noorden van Noord-Frankrijk, België en Noord-Brabant staan niet op de Peutingerkaart. Waarom staat België waar heel wat Romeins gevonden is, niet op de Peutingerkaart? De tekenaar slaat dus zomaar 300 km. over. Hij kan nooit bedoeld hebben dat een streek van Nederland (de Betuwe) pal naast een streek van Noord-Frankrijk (de streek tussen Boulogne, Terwaan, Wervik, Doornik en Bavay) gelegen heeft. De overslag van ruim 300 km. is door Nederlandse (of Duitse) historici nooit bevredigend verklaard.

      10. Als Noviomagus op de Peutingerkaart Nijmegen zou zijn, dan staat Noyon er dus niet op. Gezien de Romeinse bronnen was Noyon (een van de 12 Civitates in Belgica Secunda) een veel belangrijkere plaats dan Nijmegen ooit geweest is. Evenmin staan belangrijke Romeinse plaatsen als Utrecht, Elst en Maastricht NIET op de kaart. Maastricht niet? En Zwammerdam wel? Kunt U zich een kaart van Romeins Nederland voorstellen waar Wijk bij Duurstede wel op zou staan en Maastricht niet? Wijk bij Duurstede werd aanvankelijk gehouden op Batavodurum, later werd het Levefano, maar er is geen Romeins van betekenis gevonden en al helemaal geen castrum dat er volgens de bronnen wel geweest moet zijn. Ook Utrecht, waar meer Romeins is gevonden dan in andere Nederlandse locaties, staat niet op de Peutingerkaart. Van Utrecht is met meer dan 30 opschriften aangetoond dat de plaats in de Romeinse tijd ALBIOBOLA en COLONIA ALBIOBOLA BATAVORUM geheten heeft. Dit gegeven is in Nederland altijd angstvallig verzwegen, want het spreekt de traditie tegen dat Utrecht het Romeinse en Karolingisch Trajectum zou zijn, waardoor St.Willibrord en andere predikers ten onrechte in Nederland terecht zijn gekomen. De naam Colonia Albiobola Batavorum toont tevens aan dat de Betuwe niet het land van de Bataven was. Zij zouden toch geen kolonie stichten in hun eigen land?

      11. De Peutingerkaart is een kaart van het Romeinse Rijk uit de vierde eeuw. Legt men de gegevens van de kaart naast andere topografische bronnen, zoals het Itinerarum Antonini, dan blijft van de Nederlandse traditie helemaal NIETS meer over, want deze andere bronnen situeren de op de Peutingerkaart genoemde plaatsen allen in Noord-Frankrijk!


      12. Zou de Nederlandse interpretatie van de Peutingerkaart juist zijn, dan staat de oversteekplaats naar Engeland er niet op. En dat is zou een onverklaarbare en onmogelijke situatie opleveren, temeer daar de kaart deze oversteekplaats naar Engeland en Engeland zelf wel afbeeldt. Die oversteekplaats lag daar "waar men de overkant kan zien" en waar tussen Cap-Blanc-Nez en Cap-Griz-Nez nog steeds de archeologische locatie "Camp de César" te vinden is! Een wegenkaart waar de oversteekplaats naar Engeland, de graanschuur van de Romeinen en de plaats waar het tin vandaan kwam, niet opstaat is onbestaanbaar en heeft dan ook niet bestaan.




      De traditionele opvatting tegenover de nieuwe opvatting.

      Bekijk ook de visie van W.van Es in "De Romeinen in Nederland".

      De bovenste weg:


      Romeinse naam

      plaats in Nederland

      plaats in Frankrijk

      afstand in km. in Frankrijk

      juist in Frankrijk?

      Lugdunum

      Katwijk? (aanvankelijk Leiden?) Brittenburg??

      Leulinghen

      4.4

      ja

      Praetorium Agrippinae

      Valkenburg (Z.H.)

      Elinghen

      6.6

      ja

      Matilone

      (Roomburg??)

      Le Mat

      11

      ja

      Albanianis

      Alphen a.d. Rijn

      Alembon

      4.4

      ja

      Nigropullo

      (Zwammerdam??)

      Noires-Terres

      11

      neen

      Lauri

      Woerden??

      Lumbres (was bekend als Laurentia)

      26

      ja

      Fletione

      Vechten (Fletione wordt in Nederland als een schrijffout beschouwd, want daar zou Fectio moeten staan.) Of was het Vleuten?

      Fléchin

      35.5

      ja

      Levefano

      (Wijk bij Duurstede??) Rijswijk?

      Laventie

      19.5

      ja

      Carvone

      Kesteren?

      Carvin

      28.6

      ja

      Castra Herculis

      (Huissen?? Elst?? Meinerswijk??) en nog 8 andere locaties?????

      Arleux

      19.5

      neen

      Noviomagi

      Nijmegen

      Noyon

         

      De onderste weg

      Romeinse naam

      plaats in Nederland

      plaats in Frankrijk

      afstand in km. in Frankrijk

      juist in Frankrijk?

      Lugdunum

      Katwijk? (aanvankelijk Leiden?) Brittenburg??

      Leulinghen

      (niet genoemd)

       

      Foro Adriani

      Voorburg?

      Hardinghen

      26

      ja

      Flenio

      ??

      Elnes

      39.9

      ja

      Tablis

      ??

      Etaples

      26.6

      ja

      Caspingio

      Rossum??

      Campigneulle

      39.6

      neen

      Grinnibus

      ??

      Grincourt-lès-Pas

      11

      ja

      Ad Duodecimum

      ??

      Douchy-lès-Ayette

      39.6

      neen

      Noviomagi

      Nijmegen

      Noyon

         

      Alembon, Lumbres, Carvin en Noyon zijn zekere determinaties. Le Mat, Noires-Terres, Fléchin en Laventie zijn etymologisch bewijsbaar. In de onderste weg is Etaples een absoluut zeker punt, bevestigd door tal van andere teksten. Fiennes, Campagne-les-Hesdin en Grivesnes worden bevestigd door hun etymologie. Twee kleine en één grotere afwijking tussen de opgegeven en de werkelijke afstanden leveren geen bezwaar op, daar de kaart soortgelijke afwijkingen vertoont bij overigens bekende plaatsen en zekere determinaties. Bij het kopiëren van teksten zijn getallen altijd de zwakste punten. In welke staat was het origineel? De huidig bekende kaart is immers een kopie uit de 13e eeuw! In hoeverre zijn kleine beschadigingen aangezien voor schrift?

      De plaats rechts van Noviomagus op de Peutingerkaart werd in Nederland altijd opgevat als Ceuclum, zijnde Cuijk. Afgezien dat er op de Peutingerkaart geen Ceuclum staat, maar Cevelum, klopt ook de afstand niet. Op de Peutingerkaart geeft de weg tussen Noviomagus en Cevelum een afstand van 3 Romeinse mijlen wat ongeveer 6 km. is. Cuijk ligt echter op 18 km. van Nijmegen. Een afwijking van meer dan 65% toont al de onjuistheid aan. In de opvatting van Albert Delahaye is Cevelum de plaats Chevilly (etymologisch een 100% match), dat op 7 km van Noyon ligt (een tweede bewijs van de juistheid ervan). Blariaco is Belancourt (voor de overige determinaties: zie hierboven) en de weg eindigt in Agrippina (#). De weg loopt dus van Noyon naar Agrippina en niet van Nijmegen naar Keulen (#)!
      (#) Over de determinatie Keulen bestaan eveneens de nodige vraagtekens. Dat is nog een te onderzoeken vraagstuk, dat hier even buiten beschouwing gelaten wordt.

      De rivieren op de Peutingerkaart.

      De rivieren op de Peutingerkaart worden steeds als vaststaande gegevens beschouwd. Toch valt dat te betwijfelen.
      In het Gallia vanaf de Pyreneeën zijn 6 rivieren getekend (er worden slechts 5 rivieren met naam genoemd) die uitstromen in de Oceaan, terwijl er wel 8 grotere en bekende rivieren stromen als we tot en met de Rijn gaan. En dat terwijl rivieren voor de Romeinen toch belangrijke hindernissen waren en rivierovergangen zeker bekend zouden moeten zijn.
      Genoemd worden vanaf de Pyreneeën de Aturi (Adour), Garunna (Garonne), Riger (Loire), dan een rivier zonder naam (Seine-Oise/Aisne-Marne-Aube?), de Mosa (Maas?) en in het verlengde de Patabus (Waal?) en tenslote de Renus (Rijn?).
      We missen dan de Dordogne, de Charente, de Somme, de Authie, de Schelde, en een aparte Maasmond waar het Helinium geweest zou zijn.
      Bij zoveel onzorgvuldigheid is het een zeer terechte vraag of de Flumen Renus wel de Nederlands/Duitse Rijn is? Zou het misschien ook de Schelde geweest kunnen zijn? Zie verder bij Renus.

      De Peutingerkaart blijft voorlopig op een aantal punten nog volop in discussie. Alleen jammer dat sommige historici deze discussies vermijden. Zijn zij overtuigd van hun gelijk, of durven ze de discussie niet aan, bevreesd om als deskundige door de mand te vallen?
      Overigens is de visie van Albert Delahaye niet afhankelijk van de Peutingerkaart, hoewel sommigen dat wel eens denken. Zijn visie is gebaseerd op de geschreven bronnen. De teksten zoals die zijn overgeleverd en die in het verleden al te lichtvaardig op Nederland zijn toegepast, maar er niet thuis hoorden. De Peutingerkaart werd er in eerste instantie als bewijs van hun gelijk bijgehaald. Het antwoord van Delahaye had moeten zijn: "Met een onbetrouwbare kaart valt niets te bewijzen!" Hij heeft er echter teveel tijd aan besteed en daarbij enkele begrijpelijke fouten gemaakt. Immers met een valse kaart valt niets te bewijzen, ook het tegendeel niet.

      Nieuwe inzichten.

      In 1998 is een nieuwe uitgave van een deel van de Peutinger-kaart gepubliceerd vanuit de nagelaten manuscripten van Albert Delahaye, die van mening is en dat met veel klassiek tekstmateriaal aan kan tonen, dat het Nederlandse gedeelte van de Peutinger-kaart in werkelijkheid een lijn door Noord-Frankrijk is. De Noordlijn van de Peutinger-kaart valt veel meer samen met de Romaans - Germaans taalgrens, dan met de Neder-Rijn. Een argument is dat de Romeinen een verbinding gehad zouden hebben vanaf de Rijn, via de Moezel, de Maas, de Sambre en de Deule met de Schelde.
      Recente opgravingen in Lille zouden deze gedachte kunnen ondersteunen. Onder de naam "les grands travaux d'Agrippa Vispanius" is onlangs een manuscript opgedoken (van Charley Kirk) waarin de "theorie Hollandaise" over een aantal Romeinse wegen wordt bestreden: ze lagen volgens Kirk in Noordwest-Frankrijk. In het standaardwerk "Les Voies Romaines" (1997) worden op basis van het werk van A.Leduque (dat wil zeggen op grond van teksten, archeologisch en toponymisch onderzoek) in Noordwest-Frankrijk 18 grote wegen geïdentificeerd.
      Een interessante vraag voor de komende periode is of de traditionele (Nederlandse/Duitse) interpretatie ondergraven zal worden en ondeugdelijk zal blijken. De uitgave van de catalogus bij de Peutingerkaart zal deze discussie ook in onze regio bevorderen.

      Het principe van de Peutinger-kaart.

      Op de P.K. zijn geen normen van lengte of breedte toe te passen. Er staan steden vlak bij elkaar, die in werkelijkheid vele kilometers van elkaar liggen. Sommige steden liggen op de kaart boven andere, waar zij in werkelijkheid ver zuidelijk vandaan liggen: vergelijk Rouaan en Straatsburg. Derhalve is elk argument onzinnig, dat zich voor een bepaalde determinatie op de lengte of de breedte beroept, daar dit criterium door de tekenaar op geen enkele manier is gevolgd.

      Conclusie.

      Met de bewijzen over de juiste loop van de weg zijn we over Nederland uitgepraat. Er bestaat geen "Peutinger-kaart van Nederland". Hoe deze "zo mooi" leek aan te sluiten op de evenmin bestaande "Peutinger-kaart van Duitsland" langs de Renus (die helaas de Schelde is ), wordt door de andere wegen van de P.K. en het I.A. ontmaskerd. Met elke volgende weg wordt het duidelijker dat alleen Frankrijk op de kaart staat, tevens dat het noodzakelijk is om de opvattingen over de P.K. eens een grote wasbeurt te geven, daar de fantasten maar blijven doorgaan het niet terzake deskundig publiek te misleiden met beweringen, die niet meer houdbaar zijn en door de bronnen zelfs duizendvoudig worden tegengesproken.

      Vijf plaatsen in Romeins Nederland hebben met zekerheid een andere Romeinse naam gedragen: Utrecht heette Albiobola (volgens Vollgraff), Vechten heette Fectio (volgens Van Es e.a.), Roomburg was Macilo (volgens Van Es, Bogaers), Cuijk heette Ceudiacum (volgens Bogaers) en Herwen heette Carvium ad Molem. Deze Romeinse namen staan niet op de PK. Een bewijs te meer dat de Peutingerkaart niet over Nederland gaat.

      Momenteel doet zich een nieuw fenomeen voor. Waar de historici momenteel zwijgen, nemen de VVV's en Teleac zonder hinder van enig historisch besef de traditionele verhaaltjes over ter wille van de toeristische euro's en de kijkcijfers. De mythen worden weer traditioneel herhaald in kleurige folders en in aansprekende documentaires. Zelfs feiten waarvan de historici de fouten al hebben erkend, steken weer de kop op. We zien dat in Nijmegen, waar men blijft schermen met Karel de Grote en Nijmegen plots de oudste stad van ons land is geworden, in Dokkum waar men opeens een Bonifatiusjaar kent, in Wijk bij Duurstede dat op grond van één munt van Noyon steeds Dorestad blijft en met een tentoonstelling over Vikingen in Utrecht, waar nooit een Noorman geweest is.
      Het publiek wordt opzettelijk bedrogen terwille van het toerisme. Met ware geschiedenis heeft het niets te maken.

      Vervolg van de "Nederlandse traditie" van de Peutingerkaart.

      Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.



      Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.