De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.

Memoires van een Archivaris.

Hier wordt nog aan gewerkt!


Het archief van Breda in 1925.

Zo treft een archivaris vaak een kostbaar archief van een plaats aan: weggestopt in een kast ergens op een bedompte zolder of in een vochtige kelder.

Archieven in Nederland zijn bijna net zo oud als het schrift in deze streken. Het oudste Nederlandse archiefstuk - een oorkonde van Keizer Otto I - dateert uit de tiende eeuw. Al in de middeleeuwen werden de meer belangrijke archieven beheerd door registermeesters of chartermeesters, de voorlopers van de moderne archivaris. Sindsdien zijn de archieven meegegroeid met de ontwikkeling van de samenleving, zowel in het belang van de overheid als van de burger. De Nederlandse archieven zijn dan ook de belangrijkste bronnen voor onze vaderlandse geschiedenis. De vaderlandse archiefwereld bestaat nog geen duizend jaar. Pas in de 15de eeuw ging men zaken vastleggen en in kasten of kisten bewaren, maar pas in 1891 richtten een aantal archivarissen in Nederland een vereniging op van vakgenoten om gezamenlijk de belangen der archief zorg te behartigen. (Bron: Archiefschatten, nationale Archiefmanifestatie 1991).
Sindsdien is de zorg voor de archieven toegenomen, al vinden we nog archieven die meer lijken op een oud-papier opslag dan op een zorgvuldig bewaard en geïnventariseerd archief. De inventarisatie is onmisbaar voor de toegankelijkheid.

Albert Delahaye.
In 1980 schreef Albert Delahaye een autobiografisch werk "Memoires van een Archivaris" ter gelegenheid van zijn afscheid als archivaris van Nassau Brabant. In dit boekje heeft Albert Delahaye duidelijk beschreven hoe de historische wereld omgaat met anderen die de traditionele opvattingen ter discussie stellen. De gevestigde historici laten zich geen 'vernieuwingen' aanpraten die hun deskundigheid onderuit haalt. Het is een geval van gezichtsverlies, immers als die 'buitenstaander' gelijk zou hebben, staan zij als deskundige in hun hemdje. En dat willen ze kost wat kost voorkomen en hebben er zelfs 'leugens voor bestwil' voor over om de dissident onderuit te halen. Zij schermen dan met hun titels en professoraten om hun gelijk aan te tonen. Wij zullen het als gestudeerde deskundigen toch wel weten? Waar bemoeit die buitenstaander zich mee? Prof.dr.F.Hugenholtz etaleerde die 'deskundigheid' eens feilloos met de ontstellende opmerking: "Dat Karel de Grote een Paleis in Nijmegen had, hoeven we toch niet te bewijzen? Dat weet toch iedereen?". Het was dus ook nog nooit bewezen.
"AI-Foto" van het Archief van Nijmegen, zoals Albert Delahaye het aantrof bij zijn aanstelling in 1946. (Klik op de foto voor een vergroting).


De Archivaris.
In het verleden waren er historici die Albert Delahaye verweten geen geschiedenis te hebben gestudeerd, maar dat hij 'slechts' archivaris was. Echter als er iemand verstand van oude geschreven bronnen heeft, is het wel een archivaris.
Het 'schoenmaker blij bij je leest' (ofwel: waar bemoei jij je mee? Heb jij soms geschiedenis gestudeerd?) dat B.Stolte eens als verweer opperde, is dus eerder van toepassing op Stolte zelf als docent Latijn, dan op een archivaris die de bronnen daadwerkelijk in handen heeft gehad.

Daarnaast is het onmiskenbaar dat de veranderingen van buiten moeten komen. Jona Lendering constateerde al dat "honderden misverstanden voortkomen uit het rondpompen van verouderde kennis.
Driekwart van deze fouten kwam voor in publicaties van mensen met een doctorstitel"
.
Een student geschiedenis.
Iemand die geschiedenis studeert leert namelijk slechts de traditionele opvattingen. Dat blijkt wel uit de literatuur van afstudeerprojecten waarin de boeken van Albert Delahaye steevast ontbreken. Dat kan ook niet anders, immers je kunt je doctorstitel wel vergeten als je met afwijkende opvattingen aankomt. Een promotor is per definitie iemand van de oude stempel. Die laat een promovendus niet hun oude opvattingen onderuit halen. Dat is ook de belangrijkste reden dat verouderde kennis maar rondgepompt blijft worden.
Er zijn nog steeds studenten geschiedenis die nog nooit van Albert Delahaye hebben gehoord (blijkt uit correspondentie met hen). Op de Universiteiten wordt Delahaye verzwegen. Het is vergelijkbaar met een student Biologie die nog nooit iets over Darwin hebben vernomen. Het laatste komt wellicht niet meer voor, het daarvoor gemelde helaas maar al te vaak.

Soms wordt het ook wel eens gebracht als een verdienste (sic), terwijl het een gebrek aan kennis is. Als je jezelf een historicus wil noemen, moet je juist weten welke discussies er spelen. Dat kun je niet afdoen met 'daar heb ik nooit van gehoord' , dus het bestaat niet.



Diezelfde professor Hugenholtz betoogde eens: "Als zou worden aangetoond dat Delahaye op één onderdeel gelijk heeft, dan wordt zijn hele theorie veel waarschijnlijker". En Hugenholtz kon het weten en heeft helemaal gelijk gekregen. Immers op dat ene onderdeel, en op veel meer onderdelen, heeft Albert Delahaye overtuigend gelijk gekregen. De kapel op Het Valkhof in Nijmegen heette aanvankelijk Karolingische Kapel, maar heet nu officieel Ottoonse kapel. In Nijmegen heeft niemand het meer over Karel de Grote, op een paar betweters na.
Er zijn nog gemakkelijk honderden voorbeelden aan toevoegen, waar Delahaye gelijk heeft gekregen en die in deze website allemaal te vinden zijn. Lees bij het gelijk van Delahaye.

Voor het ontstaan van die 'vaste' tradities moeten we terug naar de eerste schrijvers, met name die uit de 17de eeuw, toen veel opvattingen voor het eerst opgeschreven zijn als vaststaande geschiedenis.
11de en 12de eeuw
13de en 14de eeuw
Opvattingen in de 15de, 16de en 17de eeuw
18de eeuw
19de eeuw
20ste eeuw

Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.