De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.

De Eburonen.

Lees meer over achtergronden om een goed begrip te krijgen van waar de historici in de fout gingen.

"Stabilitas loci"


wetenschap is twijfel


ongelooflijk


Heiligenlevens


Kletspraat

Deze pagina wordt steeds bijgewerkt!



Voorbeeld van Stateres Nervii, die in Nederland aan de Eburonen worden toegeschreven.




De Fundamentele verwarring bestaat uit de vraag of Noviomagus uit de klassieke teksten Nijmegen is of Noyon. Het kernpunt waar alles mee begon en waar alles om draait is deze hier genoemde fundamentele verwarring. Deze kwestie ligt aan de grondslag van talloze andere opvattingen, zoals de verwarring rond Trajectum: was het Utrecht of was het Tournehem en Dockynchirica, was dat Dokkum of Duinkerke? Immers als Nijmegen fout is, is Utrecht ook niet de bisschopszetel van Willibrord en werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord en dan was de Betuwe ook niet het land van de Bataven. Dat hoort dan allemaal thuis in Noord-Frankrijk!
De Eburonen worden in Zuid-Limburg geplaatst vanwege de vermelding dat zij tussen Renus en Mosa woonden. Renus werd opgevat als Rijn en Mosa als Maas, beiden onbewezen aannamen. Maar dan konden zij eventueel ook geplaats worden in Noord-Frankrijk (in de buurt van Straatsburg?), immers daar stromen Maas en Rijn toch ook.
De Eburonen spelen een cruciale rol in de geschiedenis van Romeins Nederland. Veel teksten over dit volk zijn onjuist opgevat en zorgen nog steeds voor onmiskenbare onjuistheden. Dit volk wordt door Julius Caesar al genoemd en zou uitgemoord zijn, alleen omdat ze in later geschriften niet meer genoemd worden. Ziet U hier al de denkfout? De Bataven worden door Caesar ook niet genoemd: bestonden ze dan niet? De Bataven verbleven al wel in Gallia en maakten al langer onderdeel uit van Romeinse legioenen. Tacitus is de eerste die de Bataven als apart volk noemt.

De visie van Albert Delahaye.
De Eburones waren de bewoners van de streek tussen Valenciennes, Bavay en Kamerijk. Naamkundige relicten hebben zij achtergelaten in Bermerain en Beaurain, op resp. 12 en 20 km zuid van Valenciennes. Hier worden zij samen met de Condrusi genoemd. Zij waren buren van de Treveri. Ze woonden vlak bij de Schelde, waren de buren van de Nervii (Bavay) en de Atuatuci (Douai). Hun foutieve lokalisatie tussen Tongeren (B.) en Roermond (Nl.) is een direct maar tragisch gevolg van de naam-fabel van Romeins Tongeren en de onjuist opvatting van Renus als Rijn en Mosa als Maas, terwijl het over de Schelde en de Moeze gaat. Voor alle duidelijkheid: de vroegste Romeinse aanwezigheid ter plekke wordt niet. Men heeft aan de plek een verkeerde naam, of althans een verkeerde interpretatie aan die naam gegeven, dat is net als op zoveel andere plaatsen is gebeurd. Van deplacements historiques schijnen eerdere historici blijkbaar nooit gehoord te hebben. Ze hebben het in elk geval niet begrepen.

Tongeren was een grote nederzetting, in de 2e eeuw volledig ommuurd door een stenen wal van meer dan 4 km lengte, en heeft waarschijnlijk onafgebroken bestaan tot aan het einde van het Romeinse imperium. Zij wordt beurtelings gedetermineerd als Atuaca, dat echter Athies was (zie PK, Weg 12, 13) of als Aduaga Tungrorum, dat Douai was (zie PK, Weg 39).

Met de Eburonen, door Caesar bedwongen en afgeslacht, heeft Tongeren niets uitstaande gehad, daar Caesar nooit in deze streek is geweest. Prof.dr.H.Thoen heeft dat al aangetoond. Hij heeft als archeoloog zeker 50 jaar in België gezocht naar kampen van Julius Caesar, maar ze nooit gevonden.
Er is heel wat gededuceerd uit de verkeerde opvatting van Tongeren als Atuaca of als Tungris, welke naam later meestal voor Douai wordt gebruikt. Al met al moet geconcludeerd worden: Tongeren was een belangrijke Romeinse plaats, waarvan de naam onbekend is. Wat allemaal ten onrechte met Tongeren in verband is gebracht, komt op z’n terechte plaats terecht zoals aangetoond in de boeken van Albert Delahaye.

Belangrijk te vermelden is de Zuil van Tongeren, ten onrechte beschouwd als een mijlpaal met afstanden vanaf Tongeren. De opschriften bevatten delen van een Itinerarium, dat afwijkt van de Peutingerkaart en het Itinerarium Antonini, en de aanleiding is geworden om deze twee bronnen opnieuw te onderzoeken. Meteen dringt zich de intrigerende vraag op, die trouwens nog enkele malen bij andere plaatsen wordt herhaald: waarom staat Tongeren niet op de Peutinger-kaart, terwijl men beweert dat er een stel Nederlandse plaatsen wel op staat, van een aanzienlijk geringere omvang en belang dan Tongeren.




Wat weten we uit de klassieke teksten?
Caesar (De bello Gallico, I, 33) bericht dat de Cimbri en de Teutones tussen 113 en 101 vóór Chr. vanuit Germania een inval wilden doen in Italië. Zij werden evenwel door Marius onderschept en bij Aix-en-Provence verslagen (ibidem, I, 40).
Elders (ibidem, II, 4) zegt Caesar dat de Belgae (in het noorden van Frankrijk) van Germaanse afkomst waren. Voorheen hadden zij de Cimbri en de Teutones tot staan gebracht, toen deze Gallia onder de voet wilden lopen om daar de vruchtbare gronden in bezit te nemen. Waar zij precies vandaan kwamen, zegt hij niet.
Wat hij onder Belgae verstaat, maakt hij duidelijk door opsomming van de stammen, waardoor tevens wordt aangegeven tot hoever de Cimbri en Teutones binnengedrongen waren. Hij somt dan op: de Bellovaci (Beauvais), de Atrebates (Atrecht), de Ambiani (Amiens), de Morini (Terwaan), de Menapii (Cassel), de Caleti (Calonne of Cléty), de Veliocasses (Flines), de Viromandui (Soissons), de Aduatuci (Douai), de Condrusi (Condren, Aisne), de Eburones (Evry, Seine-et-Marne), de Caeraesii (Chermisy, Aisne) en de Caemani (Chamigny, Seine-et-Marne). Deze stammen worden alle tot de Germanen gerekend.

Nota bene: Caesar spreekt over al deze stammen vóór zijn grote veroveringen; daarna zijn de genoemde stammen onder Gallia gekomen. De Aduatuci (Douai), die in 58 vóór Chr. de Nervii (Bavay) te hulp kwamen, waren een afsplitsing van de Cimbri en Teutones (ibidem, II, 29). Deze hadden destijds, op hun veldtocht naar Italië, hun vee aan deze zijde van de Renus (Schelde) achtergelaten onder bewaking van 6000 man. Tenslotte, vlak voordat Caesar in 52 vóór Chr. naar Rome terugkeerde, beroemde hij zich erop (ibidem, VII, 27), dat hij de Cimbri en Teutones van het Gallisch grondgebied verdreven had door hen te dwingen zich terug te trekken op hun eigen gebied dat was: het land ten westen van de Albis (Aa en niet de Elbe!). Terloops mag erop gewezen worden, dat Caesar de Albis, Amisia, Wisurgis en Lippia niet noemt, niet omdat deze rivieren in Duitsland zouden liggen, maar simpel omdat hij met hun streek niet in contact is geweest.

Ook Strabo schrijft over de Eburones en plaatst hen op dezelfde plaats als Caesar.
Ten westen van de Treveri en de Nervii (Bavay) wonen de Senoni (Sens) en de Remi (Reims), evenals de Atrebati (Atrecht) en de Eburoni (Evry, Seine et Marne). Op de Menapii (Cassel) volgen, langs de zeekust tot aan de mond van de Seine de Morini (Terwaan), de Bellovaci (Beauvais), de Ambiani (Amiens) en de Caleti (Clety). Het land van de Morini (Terwaan) en dat van de Atrebates (Atrecht) en de Eburones (Evry) gelijkt op dat van de Menapii (Cassel). Het bestaat uit een bosgebeid dat men aanduidt met de naam van Ardenne (=Ardenner Woud).
Bron: Strabo, Geographia, IV, 3, 4 en 3, 5.

Deze teksten juist gelezen en toegepast, geven onmiskenbaar aan dat het over Noord-Frankrijk gaat en niet over België, laat staan over Nederland.

Van Julius Caesar is bekend dat hij nooit door het Kolenwoud is doorgedrongen. Het Kolenwoud of Carbonarisch Woud was het Ardennerwoud dat van de kust tot in Luxemburg en Duitsland doorliep en aansloot op het Zwarte Woud. Dat is altijd de noordgrens van de veroveringen van Julius Caesar gebleven. Zijn veroveringen bleven beperkt tot Gallië, zoals de titel van zijn boek "Commentarii de bello Gallico" al zeer juist aangeeft. Blijkbaar hebben historici dit boek nooit gelezen, in elk geval nooit begrepen en juist toegepast.

De koning van de Eburonen verbonden met Tungri was Ambiorix, koning van de Ambiani, zegt zijn naam, van de mensen van Amiens, staat in ieder historisch boek. Zijn standbeeld in Tongeren staat er dus verkeerd (overigens net als de standbeelden van Karel de Grote in Nijmegen, Willibrord in Utrecht, Bonifatius in Dokkum en Corbulo in Voorburg ook op de verkeerde plaats staan).

Taalkundig kan Caesar bij Eburones in Beaurain geweest zijn, maar in de Bello Gallico V 24 zet Caesar een legioen en vijf cohorten bij de Eburonen "waarvan het grootste deel tussen de Mosa en de Rhenus woont", maar niet allen. Met dit Mosa en Rhenus is de onjuist plaatsbepaling begonnen. In de B.G.VI, 5 staat: "dichtbij de Eburonen , achter een lijn van wouden en moerassen, wonen de Menapii die nooit vrede gezanten stuurden." Caesar geeft hier duidelijk aan dat de Eburones in de buurt van de Menapii woonden en die woonden aan de kust van het Kanaal. Caesar gaf de Menapii na onderwerping wel genade, indien zij geen hulp aan Ambiorix gaven. Caesar wist dus dat zij met Ambiorix verbonden waren.

Welnu, de Menapii hebben nooit nabij de Maas noch bij Doornik verbleven. En in de B.G. VI, 9 verslaat Caesar wel Menapii en Treveri, maar de Suevi blijven opgesteld bij een groot bos Bacenis dat als 't ware een muur vormt tussen Suevi (Zwevegem) en Cherusci (Chérisy - Arras).

De Treveri kunnen moeilijk uit Trier gekomen zijn (zoals de meeste vertalen) en het bos Bacenis is in werkelijkheid Bachy bij Rijsel, exact tussen Kortrijk en Arras, wat in die bosrijke tijd past. Dus noch Trier noch Beaurain passen hier, zoals sommigen willen. De Tungri waren echter ook in contact met stambroeders uit "Aduaga Tungrorum" dat hier overduidelijk Dowaai of Douai (Arras) is, waar de 'vredebrengende' Caesar 53.000 personen als slaven liet verkopen (de B.G. 11,30). Eveneens is Turingia, Tournai of Doornik, een uitloper van de stam der Tungri, zoals teksten van Tacitus en Ravennas bewijzen.

Over het Tongeren als Douai, nabij een trajectum (Trith), bestaat een relaas in Ontspoorde Historie: "Van de 5 bisschoppen die tussen 535 en 670 hun visitekaartje achterlieten, tekenen er 4 met Trajectensis, Treiectensis of Trejecto, en één, 85 jaar nadat Aravatius Douai verliet, nog met ego episcopus Tungrensis quod et Trajecto ". Het gaat dus over deze stad van Tungri bij een traject namelijk Trith-St.-Léger. Dit Trith was zeker een bisschopsstad, want Amandus nam in 646 de zetel over en toen hij opnieuw op missie trok, heeft Landoaldus hem 9 jaar vervangen tot Remaclus hem hier opvolgde.
Dat is geen verzonnen geschiedenis, maar staat in de Vita Lamberti A.S. zat. V, p. 589.

Ook met Tongeren vergissen de historici zich weer ongekend op historisch vlak, maar het past weer precies in het algemeen aanvaarde, maar onjuiste beeld van historisch Nederland.




Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.