| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
|
| |||||
![]() Citaten van Historici ![]() wetenschap is twijfel ![]() ongelooflijk ![]() onnozelheid ![]() Heiligenlevens ![]() Kletspraat |
De teksten hiernaast zijn geschreven naar aanleiding van het artikel van dr.L.H.Bruins in 'Ons Waardeel' van juni 1986. De hele materie is één op één te vergelijken met de ervaringen van Albert Delahaye.![]()
|
P.C.M. (Peter) Hoppenbrouwers (1954-2023) is een typische voorbeeld van de 'laatdunkende' houding van de professionele historici ten opzichte van de amateur-historici. Feitelijk is het enige verschil dat de eerste groep ervoor betaald wordt en de tweede groep gewoon 'liefhebbers' van geschiedenis zijn. De professionals menen dat je alleen mag meepraten over historisch kwesties, als je ervoor gestudeerd hebt. Het is echter een bekend fenomeen dat de gestudeerde geleerden dikwijls de plank volkomen misslaan, maar halsstarrig blijven volhouden om bijvoorbeeld subsidies in de wacht te kunnen slepen. Een bekend voorbeeld daarvan is de houding van dr.W.van Es over zijn opgraving van 'Dorestad'. Bijkomend nadeel is dat voor de goegemeente de opvatting van de profs voor waarheid wordt aangenomen want "zij zullen het toch wel weten, want ze hebben er immers voor geleerd". Om bij dit voorbeeld te blijven: Van Es kan in zijn opleiding nooit iets over Dorestad geleerd hebben, dat toen immers nog onbekend was. Jona Lendering merkte daar eens het volgende over op. "Honderden misverstanden komen voort uit het rondpompen van verouderde kennis. Driekwart van deze fouten kwam voor in publicaties van mensen met een doctorstitel". Hoppenbrouwers stelt in bovengenoemd artikel dat: De uitlatingen van Hoppenbrouwers staan model voor de algemene opvattingen van de professionele historici. Ze lezen alleen wat vakbroeders schrijven en onderhouden ook alleen met elkaar contacten. Hoewel, dat blijkt niet altijd het geval, zoals prof.Hugenholtz en prof.Stolte dat eens erkenden alsof het een verdienste was. Men heeft alleen waardering voor amateurs als die hen materiaal aandragen. Dit verklaart waarom soms het het werk van amateurs toch geprezen wordt, als ze maar 'meehuilen met de wolven in het bos'. Maar het grootste probleem blijkt te zijn als de amateur tegen de opvattingen van de beroeps ingaat! Hiervan getuigen de ervaringen van Albert Delahaye als geen ander!
De visie van Albert Delahaye. Prof.Bogaers verklaarde daarentegen, dat het niet zo eenvoudig is om de opvattingen van Albert Delahaye te weerleggen. Het vraagt immers om een complex en vaktechnisch boekwerk. En dat heeft hij niet voorhanden. Het enige verweer van Bogaers blijkt dan 'de traditie' te zijn. Men wilde (of kon) geen weerwoord bieden en ging niet in discussie over toch wel indringende vragen van de amateurs. Een voorbeeld daarvan is de houding van prof.dr.Dolly Verhoeven van de Radboud Universiteit in Nijmegen over het Verhaal van Gelderland. Vooral elke discussie afhouden en verder alles doodzwijgen om vooral de traditie te 'redden'. Er bestaan een heleboel uitspraken van de professionele historici die we als onnozel kunnen kwalificeren. We hebben ze voor U verzameld. Artikelen die het tegendeel beweren worden door historici zelden aangehaald en als ze al genoemd worden, voorzien van een giftige noot, meestal voorzien van een opmerking in de trant van 'onzorgvuldig' en 'onvolledig' of 'onbekwaam'. Maar het betoog van Delahaye ook maar op één wezenlijk punt weerleggen blijft uit. Alle argumenten worden genegeerd en er komt zelf geen enkele tegenargument om de visie van Delahaye te weerleggen, wat volgens diezelfde profs gemakkelijk zou zijn. Ze geven hiermee slechts hun onmacht aan. Hoppenbrouwers en de zijnen zijn zeer inconsequent door enerzijds de amateurs te verwijten dat zij geen fundamentele bijdragen aan de geschiedenis-wetenschap leveren en anderzijds het grote eigen werk voor zichzelf te reserveren. Veel van wat de professionele wetenschap onderzocht heeft -op kosten van de belastingbetaler- is verborgen achter betaalmuren. De fundamentele bijdragen van een amateur wordt verzwegen door het leger van officiële wetenschappers, die klaar staan om te roepen dat het allemaal onzin is, vóór zij de zaak zelf eens zijn gaan onderzoeken. Waarom reageren zij zo? Kunnen zij het niet verkroppen dat een buitenstaander iets vindt waar zij tevergeefs naar gezocht hebben? Hun reactie mag verklaarbaar en menselijk zijn, maar ze is zeker ook onwetenschappelijk en verwerpelijk. Voor de ware wetenschapper gaat het immers om de kwaliteit van het werk en niet om de opleiding die de onderzoeker gevolgd heeft. Allen die redeneren zoals Hoppenbrouwers, dienen hun isolement te doorbreken. Zij moeten zich ook verdiepen in de prestaties van de amateur-historici, zeker als die hen tegenspreken. Dit zal hen behoeden voor het maken van domme en beledigende opmerkingen en strekken tot voordeel van beide partijen. |
| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |