De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Is Haristellio wel Herstal?

William Shakespeare schreef het al in de 17e eeuw: "What's in a name?"

En precies dat is het grootste probleem in de geschiedenis: welke plaats wordt bedoeld met de vermelde naam in de klassieke teksten? Is Noviomagus per se Nijmegen of was het toch Noyon? Is Aquis altijd Aken of kan het misschien ook St.Amands-les-Eaux zijn?

Is Haristallio altijd Herstal en was Heristelli een andere plaats?

Met de vertaling van een naam uit een klassieke tekst in een moderne naam, kun je niets bewijzen. Een vertaling is een interpretatie. En veel van die interpretaties vormen nog steeds de basis van de traditionele geschiedenis, maar zijn aantoonbaar onjuist gebleken.

De stamboom van de Pippeniden.




Pepijn van Landen.

De ouders van Pepijn II, de Jongere of de Middelste, blijken uit Metz en les Landes te komen, zijn grootouders eveneens en ook nog uit Saksen en Austrasië. Hij is begraven in Metz. De grootvader van Pepijn II, Pepijn I van Landen was getrouwd met Ida van Nijvel. De (bastaard-)zoon van Pepijn II was Karel Martel. De zoon van Karel Martel was Pepijn III (de Korte) die getrouwd was met Bertrada van Laon, die de ouders van Karel de Grote waren. Alles wijst hier op het noorden van Frankrijk.

We stuiten hier op de volgende plaatsen en streken: Metz, Les Landen (in Brabant), Saksen, Austrasië, Nijvel en Laon. Metz en Laon zijn steden in het Noorden van Frankrijk. Waar de Saksen woonden voor hun deportatie door Karel de Grote vind je hier en waar Austrasië lag vind je hier. Les Landen in Brabant? Maar welk Brabant. Daarover lees je meer bij Taxandria. Nijvel is bekend van de abdij en Gertrudis van Nijvel die uitgroeide tot een belangrijke heilige in het noorden van Gallië. Nijvel ligt in Waals-Brabant (Frans: Nivelles; Waals: Nivele) en is gesticht door Sint-Amandus en Ida van Nijvel en haar dochter Gertrudis. De abdij van Nijvel had in 877 bezit verworven in Frisia, dat niet Friesland was, maar het klassieke Frisia aan de kust van het Kanaal.
Landen is een gemeente in Vlaams Brabant, dat de geboorteplaats van Pepijn van Landen geweest zou zijn. Volgens historicus Godefroid Kurth (Bron: "The Franks". The Catholic Encyclopedia Vol. 6. New York: Robert Appleton Company, 1909. 21 March 2016) was het echter pas in de twaalfde eeuw dat de kroniekschrijvers van Brabant Pepijn met 'les Landen' begonnen te associŽren. Hij wordt soms Pepijn I genoemd en zijn andere bijnamen (de Oudere of de Oude) komen van zijn positie aan het hoofd van de familie van de Pippiniden die naar hem werd genoemd.
Ga je nog enkele stappen terug in de geschiedenis dan kom je bij Childerik, koning (hertog) van de Salische Franken. Hij volgde zijn vader Merovech op als heerser van de SaliŽrs in de omgeving van Doornik (BelgiŽ). Voor dit hele verhaal blijf je dus ten zuiden van de taalgrens.

Musée Communal de Herstal geeft de volgende informatie: De plaats wordt in de achtste eeuw vermeld, als Cheristalius of Haristalio. Deze naam is van Frankische oorsprong, meer specifiek vroeg Middelfrankisch. De naam bestaat uit de woorden hari (leger) en stal (plaats, rustplaats), oftewel 'rustplaats van het leger'. De omgeving van Herstal werd reeds bevolkt door mensen van de Bandkeramische cultuur (7000-4500 v.Chr.). Ook overblijfselen uit de Urnenveldencultuur (7e en 6e eeuw v.Chr.) en de La TŤne-periode (450-50 v.Chr.) werden aangetroffen. De Romeinse periode liet haar sporen na: Heerbanen, overblijfselen van villa's en een tumulus, en mogelijk een brug.
Herstal was een belangrijke bezitting van de Pepiniden, later Karolingen genoemd. Pepijn II van Herstal zou hier zijn geboren omstreeks 635. In de Frankische tijd werd een Karolingisch paleis gebouwd. Van 1096 tot 1740 was Herstal een vrije rijksheerlijkheid.


Het verdwenen paleis van Karel de Grote.
Karel de Grote strijkt neer in het paleis van Herstal, nabij Luik. Zijn lievelingspaleis aan de Maas liet veel sporen na in de archieven, maar nog steeds weet niemand waar het precies stond. (Bron: Magazine Plus, 2015). De geboorte van Karel de Grote in Herstal is onzeker. Nu ligt Herstal wel ten zuiden van de taalgrens, maar van een verblijfplaats van Pepijn of Karel de Grote is archeologisch nooit iets gevonden. Het lijkt sterk op het paleis van Karel de Grote in Nijmegen en in Aken, die ook nooit gevonden zijn.
Ziet U ook in bovenstaande tekst van Musée Communal de Herstal het gat tussen de Romeinse tijd en de 11e eeuw? Het is tekenend voor zoveel plaatsen, zoals Nijmegen, Utrecht, Dokkum, Aken enz.
Veel onderzoekers van de klassieke geschiedenis vragen zich wel eens af wat er precies stond in de handgeschreven teksten, die meestal verloren zijn gegaan. Bij lezing van de eerste gedrukte exemplaren spreekt men wel eens over kopieerfouten, omdat zinnen of zinsdelen niet juist blijken te zijn. De vraag is dan: Wat stond er in de handgeschreven teksten precies? En dan kan men voor verrassingen komen te staan.

Traditioneel wordt de plaats Haristellio in de klassieke teksten steeds vertaald met Herstal. Pepijn II van Herstal zou er geboren zijn. Maar is dat ook zo, of hebben we hier te maken met een mythe? Het is de vraag wat er nu precies in de oorspronkelijke handschriften stond? En hoe luidde de contekst? Past dat dan bij de interpretatie van Herstal?

De visie van Albert Delahaye.
Wat uit verschillende teksten blijkt, onder andere uit de Annales Regni Francorum (zie daar), dat Haristellio in het Frankische Rijk, ofwel in Francia lag. Herstal lag bij Luik. Hoorde Luik en omgeving bij Francia? Haristallio is niet Herstal, maar Thiennes (op 5 km van Aire-sur-la-Lys) welke plaats ook Heristelli heette.
In een tekst uit 798 wordt Heristelle genoemd. Het gedeelte waar het hier over gaat is als volgt (tussen haakjes de visie van Delahaye): De koning verzamelde een leger en kwam van Heristello (bij Aire-sur-la-Lys) tot bij de plaats Minda (Menty op 5 km zuidwest van Samer). Hij vernielde het gehele land tussen de Albis (Aa) en de Wisura (Wimereux). Op deze tocht kwam hij ook in de plaas Suentana (Zunesticq, gehucht onder Beuvrequen, op 3 km zuidwest van Marquise). In de zomer arriveerde het leger te Bardunwik (Wervicq). (Bron: Annales Laureshamenses, MGS, I, p. 37, 184.)

In de Annales Regni Francorum (ARF) (zie daar), staat bovenstaande tekst uit 798 ook en lezen we in het betreffende deel: "Rex collecto exercitu de Haristalli ad locum qui Mimda dicitur perrexit; et facto consilio in desertores arma corripuit et totam inter Albim en Wisuram Saxoniam populando peragravit". Het Collectief Carolus (CC) vertaalt het met: "De koning mobiliseerde zijn leger en trok op vanuit Herstelle naar een plaats die Minden heette. Na overleg nam hij de wapens op tegen de rebellen en verwoestte in zijn opmars geheel Saksen tussen de Elbe en de Wezer".

In noot 260 wordt Minden 'Bisschopsstad aan de Wezer' genoemd. Heristelli wordt 'vertaald' met Herstelle.

Vergelijken we nu de tekst uit 797 met die uit 798, dan lezen we in 797 'castrorum Heristeli' en in 798 Haristalli (zonder castrorum). Beide plaatsen worden door het CC vertaald met Herstelle, waarbij in 797 'castrorum' wordt vertaald met 'legerkamp'. Waarom dat verschil? Is Haristalli dan plots niet met Herstal? Waar dat 'Herstelle' dan gelegen heeft wordt verder niet toegelicht. In de uitgave van Perz/Kurze wordt Herstelle gelocaliseerd onder/bij Höxter (aan de Weser op 60 km. ten oosten van Paderborn). Bij het Haristalli in 798 staan de volgende afschriften vermeld: haristallio B1 en D1; heristelli B2 en B5; aristalli B3; aristelli corr. -stalli B4; haristelli C1 en C2; haristellio C3. Hieruit blijkt dat Haristelli dezlfde plaats is als Heristelli (B2 en B5). Volgens B4 is -stelli hetzelfde als -stalli.
In de jaren 778 en 783 wordt de plaats Haristellio ook genoemd waar de koning Kerstmis vierde. Die plaatst was volgens het CC Herstal. Volgens het CC is Haristellio dan een andere plaats dan Heristelle. Het is natuurlijk mogelijk, immers plaatsen met dezelfde of nagenoeg dezelfde naam zijn legio. Lees meer bij Deplacements Historiques.

Einhard vermeldt in AE in 797 ook 'castrorum Herstelli' maar schrijft erbij dat 'de plaats tot op de dag van vandaag door de lokale bevolking zo wordt genoemd' (qui locus ab incolis usque in praesens nominatur). De plaats werd dus niet door Karel de Grote zo genoemd, zoals CC schrijft, maar werd door de lokale bevolking al zo genoemd. Het 'tot op de dag van vandaag' roept weer de vraag op 'tot wanneer'? Wanneer werd de AE dan geschreven? Na het jaar 820, zoals de algemene opvatting is? Lees meer over Einhard.

Maar hoe zit het dan met andere plaatsen waarbij een 'castrum' wordt vermeld, zoals Eresburg? Wordt dan niet de 'burcht' bedoeld, maar een legerkamp (van tenten)? Volgens het Woordenboek Latijn (Universiteit Amsterdam) betekent castra een kamp, legerkamp (dat in de regel elke avond werd opgeslagen) omgeven door een greppel en een wal, al of niet met palissaden. Als voorbeelden wordt genoemd 'Castra Vetera' (Xanten). Geldt dat ook voor Castra Herculis? Was dat dan ook een tentenkamp?

Wat lezen we nu in de klassieke teksten?
Er bestaan van de ARF zo'n 30 verschillende versies. Zie overzicht hiernaast. Bij het overnemen van de geschreven teksten in gedrukte tekst blijken er verschillen te bestaan in lezing van bepaalde woorden, maar vooral van (plaats-)namen, waardoor gebeurtenissen wel eens anders opgevat moeten worden. Dat wordt in de uitgave van G.H.Pertz en F.Kurze uit 1895 aangegeven in noten onderaan de pagina. In deze uitgave wordt de ARF ook steeds vergeleken met de Annales Einhardi (Vita Karoli Magni (VKM). Dan wordt het wel opletten wat als juist mag worden verondersteld. Het blijkt dat de geschreven teksten niet altijd even duidelijk waren en dat menigeen erin las wat men meende dat er stond.

Schreef men zo onduidelijk? Of las men zo onzorgvuldig?

Hieronder enkele voorbeelden van de plaatnaam Haristellio in afschriften van de ARF:
  • In 770 lezen we Haristallio. In afschriften staat: Haristalho A1; heristellio B2; Aristalio B5; harestallio C3.
  • In 771 Haristallio villa. In afschriften staat: Haristelho A1; heristellio B2; aristallio B4; Aristallo B5.
  • In 772 staat Haristallio waar de koning Pasen vierde. In afschriften staat Haristalho A1; heristellio B 2; aristallio B 4; Haristalio B 5.
  • In 776 lezen we: dico praesidio' relicto ipse in Galliam reversus in villa Heristallioy hiemavit. In afschrift E2 staat hÁristallio; harist. in E3 en E6; heristalli in E8.
  • In 777 vierde de koning Kerstmis in Haristallios en op 30 maart 778 Pasen in villa quae dicitur Niumagau. In afschriften staat; Haristalho A1; heristellio B2; aristallio B4 en D1; Haristalio B 5. In afschrift A1 en B5 staat Niomaga en in B4 staat neumaga.
  • In 797 wordt Heristelli genoemd. Afschrift B1 geeft Haristallio
  • In 798 staat Haristelli ad locum qui Mimda dicitur in afschrift B1 is het Haristallio.

Het mag duidelijk zijn dat Haristallio dezelfde plaat is als Heristelle. Wat CC beweert, dat het twee verschillende plaatsen zijn, is onjuist.

Daardoor weten we dat Haristello niet Herstal is, immers het lag bij Minden volgens CC of bij Aire-sur-la-Lys volgens Delahaye. We kunnen ook concluderen dat het buiten het Frankische rijk lag, immers het lag tussen de Elbe en de Weser (volgens CC) of tussen de Aa en Wimereux volgens Delahaye. Opmerkelijk in deze tekst is de volgorde van Elbe en Weser. Als Karel vanuit het Frankische Rijk vertrekt kom je eerst bij de Weser en dan pas bij de Elbe. In de tekst had dus logischerwijs moeten staan 'tussen Weser en Elbe'. Dat Karel de Grote in 798 met het gebied tussen Elbe en Weser geheel Saksen verwoest zou hebben geeft ook een onwaarheid, zelfs een onmogelijkheid aan. Wat verstaat de kroniekschrijver onder 'verwoesten'? Het zou hier een gebied van zo'n 47.600 km² betreffen (oppervlakte Nieder-Sachsen). Dat is in een jaar tijd niet te verwoesten? Overigens woonden de Saksen in 798 nog steeds aan de Litus Saxonia (zie daar), inderdaad tussen Aa en Wimereux, het gebied boven Boulogne-sur-Mer met een oppervlakte van zo'n 780 km². Nog een prestatie om dat in een jaar te verwoesten! Ook wordt hiermee aangetoond dat het land van de Saksen buiten het Frankische Rijk lag en niet in het bezit was van de Karolingen. Je gaat immers je eigen bezit toch niet verwoesten?

Andere voorbeelden van verschillen in schrijfwijze in de verschillende handschriften.

Enkele voorbeelden uit de uitgave van Pertz/Kurze (deze voorbeelden zijn met veel andere aan te vullen) :
  • De schrijfwijze van de naam van Charlemagne is in verschillende kronieken niet steeds gelijk, zelfs soms heel afwijkend. In B1 staat Carlmammus, in A1 Carlo manus; in A2 Karolus magnus; Karlomannus in C2 ; Carolus in A1, A2, B1, en C1; Karolus in B5, C2 en D3; Carolus en Karolusne in D2 en Carlus en Karolus in 788 in de uitgave van Pertz.
    Het verschil in schrijfwijzen tussen C of K geeft al aan dat de teksten gewijzigd zijn naar de opvattingen van die tijd. Verder valt bij deze verschillen op dat de kopiïsten blijkbaar niet eens wisten over wie ze hier schreven. Men mag toch verwachten dat Carolus Magnus, de Koning van de Franken, algemeen bekend geweest zou zijn in de 9e eeuw en zijn naam eenduidig geschreven zou worden. Dat is dus totaal niet het geval. Zelfs in één uitgave vind je verschillende schrijfwijzen, wat aangeeft dat er mogelijk verschillende schrijvers zijn geweest. Als de auteur Einhard geweest is, zou hij toch wel geweten hebben hoe de naam van 'zijn baas' was? Niet dus!

    Als de naam van Karel de Grote al zoveel versies kent, hoe is het dan met de rest? En dan gaat het er niet om dat de auteurs uit verschillende taalgebieden zouden komen. Alle teksten staan in het Latijn, waarbij je toch enige overeenkomst mag verwachten, zeker in de naam van die grote en belangrijke vorst.

  • De schrijfwijze van 'Nordmanniae' is in enkele afschriften ook erg verschillend. In het jaar 777 lezen we in de verschillende afschriften: in B2 lezen we nortmanniae; normanniae in B4; Normaniae in B5 ; nordmannicae in C3 ; nordmaniae in D1.
    De Nordmannia(e) worden in de ARF in slechts vijftien jaren (777, 780, 782, 798, 799, 810, 812, 813, 820, 821, 822, 823, 825, 827, 828) expliciet genoemd, waarvan acht keer in de regeerperiode van Karel de Grote. Tussen 782 en 798 zou er zelfs 16 jaar geen 'overlast' van de Noormannen zijn geweest. Daartegenover staat dat de Saksen meer dan 80 keer worden genoemd. Blijkbaar waren de Saksen grotere vijanden dan de Noormannen.
    Dat Nordmannia Denemarken was, zoals door Collectief Carolus traditioneel gesteld wordt, is onjuist. Nor(d)mannia was de streek in Frankrijk die nog steeds zo heet: Normandië. Denemarken heeft aan de Mark van de Denen, wel zijn onjuiste naam 'Dania mark' te danken. Het klassieke Dania lag in Frankrijk aan de kust van de Oceaan, waar ook St.Willibrord later gepredikt heeft.

    De termen Dania en Northomannia komen het eerst voor bij de Geograaf van Ravenna van ca. 670 en wel in zodanig verband met andere streken, dat uitsluitend aan NormandiŽ gedacht kan worden. Hij schrijft daarover: "Op het vierde uur van de nacht ligt het vaderland van de Northomanni, dat door 'de ouden' ook Dania wordt genoemd". Het vierde uur van de nacht is aan de kust van de Oceaan; de ouden zijn de vroegere schrijvers.
    Kort na de Geograaf van Ravenna, die in de 7e eeuw schreef, wordt Dania ook genoemd in het Leven van St.Willibrord die er zonder succes gepredikt heeft. St.Willibrord heeft wel NormandiŽ maar nooit Denemarken bezocht. Ook dat is een mythe. Zie bij St.Willibrord. Denemarca, waarheen koning Radboud in 695 vluchtte, is niet Denemarken, maar de mark van de Dani ten zuiden van de Authie en de Canche. Ook blijft het een mysterie waarom Ansgarius pas twee eeuwen na zijn dood (?) plots vanuit het niets (zonder voorgeschiedenis ter plaatse) bisschop van Hamburg werd. Alles leek in het noorden tot in de details te kloppen, of anders werd het wel kloppend gemaakt. Alleen heeft niemand zich ooit afgevraagd waarom Anscharius vanuit het Duitse Corvey zich via Wijk bij Duurstede (Dorestad) en Friesland naar Hamburg en Denemarken begaf. Het is een volgende mythe. Het gaat immers niet over Corvey, Wijk bij Duurstede, Friesland, Hamburg en Denemarken (een onlogische route van ruim 1200 km), maar over Corbie, Dorestad (=Audruicq), Frisia, Hames-Boucres en Dania, allemaal binnen 270 km van elkaar in het noorden van Frankrijk.

  • De schrijfwijze van aartsbisschop Bonifatius is in de ARF steeds Bonefacius, dus met -e- en -c-, terwijl in enkele handschriften van de ARF (o.a. B2, C1, D2 en D3) ook Bonifatius wordt geschreven. Einhard schrijft in zijn Annales steeds Bonifatius, dus met -i- en -t-. Is Einhard dan wel de auteur van de ARF?

  • De schrijfwijze van Hoohseoburg (jaar 743) is in de VKM Hohseoburg. Zou Einhard er twee schrijfwijzen op na hebben gehouden? Of vergiste de kopiïst zich? In andere handschriften leest men hoohseo burg A1. C1.2 ; bohseoburch B2 ; hodiseoburg B4 ; Saochseburg B5 ; obseoburg C3 ; hohoseoburg D1.
    De vraag is dus wat er in het oorspronkelijke handschrift stond?

  • De schrijfwijze van villa Scladdistat (Schlettstadt-Sélestat, bij Straatsburg volgens CC) uit het jaar 775 wordt in een noot als volgt geschreven: sclezistat B2; scladdistad B4; Scla listat B5; scladdistath C1. 2; scaldisstat C3, waarbij B en C op zes verschillende uitgaven wijst. Er is dus verschil van mening over wat er in de oorspronkelijke geschreven tekst heeft gestaan en hoe het gelezen moet worden. Hierbij geldt onverkort dat één lettertje een heel verschil kan maken, zoals etymologen beslist zullen weten.

  • Vergelijk ook Noviomo civitate waar Karel de Grote in 768 tot koning van de Franken is gekroond. Dat het Noyon is zal voor iedereen bekend zijn en wordt ook hier bevestigd. Noviom(o)(agum) of Niumaga wordt in de ARF nog 15x genoemd en wel in de jaren 768, 769, 776, 777, 806, 808, 817, 821, 825 en 827. Noviomo wordt in versie C3 als 'nouioma' geschreven. In 806 wordt Noviomagum genoemd dat in andere versies geschreven wordt als: niumagam B2; nouigiomagum D3; nauio magum E7. Het gaat hier steeds over dezelfde plaats. Was dit Nijmegen of Noyon? Bekijk je de verschillende schrijfwijzen in kronieken van de plaats waar Karel de Grote gekroond is, dan vind je daar de namen Noviomo civitate, Novionem, Novionem urbem, Noviomaguo civitate, Noviomaco, Novioma, Noviomensi Urbe, Noviomo, Noviomo urbe, Noviomi, Noion, Noviomus, maar ook Neumaga, Niumaga, Numaga. Al deze verschillende schrijfwijzen hebben dus betrekking op dezelfde plaats en wel op de plaats waar Karel de Grote is gekroond tot koning van de Franken en dat was onmiskenbaar Noyon. Zie verder de voetnoot over de Kroning van Karel de Grote.
    In het jaar 777 staat Noviomagum profectus est.

  • In diezelfde akte uit 777 wordt Widukind genoemd die in andere afschriften als volgt heet: uuidichindum E1 en E2; uuidikinduin E3; uuitikinduin E5; uuinichindum E6; uuindichinum E7; en quidokindns E8.

  • De plaats Paderbrunnen in het jaar 777, heet padabrunno in E3; patherbrunno E6; padrabunno E7; pathalbrunnon E8. In de Annales Fuldenses (om met een ander handschrift te vergelijken) komen nog de schrijfwijzen tegen van Padraprunno, Padrabrunnos, padrabruunon, padrabrunno, padraprunni en Padrabrunnon. Gaat het hier over Pater Brunno of om de plaats Paderborn?

  • Brittaniorum wordt in de verschillende afschriten ook verschillend geschreven. In B4 staat brittanniae tevens in C3 en D3; brittanicae C2 en C1; brittanniam B2, B4, C3, D3; brittannia D2; brittannici in E3 en E6; britannici E7. breitonum E6 en E8; brittonum E7; britanniam E3. Kleine verschillen, maar toch: hiermee wordt niet Groot-Brittanië bedoeld, maar Bretagne. Overigens heeft Karel de Grote het in Bretagne nooit voor het zeggen gehad, wat op de kaart in het boek wel goed is afgebeeld.

    Een tekst uit 799 vermeldt het volgende (met belangrijkste details): Karel de Grote stak de Renus en de Lippia over en legerde te Padrabrunno. Hij stuurde zijn zoon Karel met de helft van het leger naar een bijeenkomst van de Slavi, die bij de Albis aan de overzijde van de Wisura gehouden werd, om er de Nordliudi en de Saksen te ontvangen. De andere helft van het leger hield Karel de Grote bij zich om paus Leo feestelijk te ontvangen. Ook nu liet Karel de Grote een deel van de Saksen wegvoeren; hun land verdeelde hij onder zijn toegewijden. In Padesbrunnon liet hij een prachtige kerk bouwen.

    Behalve de etnische zuivering (wegvoeren van Saksen en hun land verdelen), ontvangt Karel de Grote de Paus en laat hij een kerk bouwen. Hoe hypocriet kun je zijn! Zet je deze gegevens uit op een kaart, dan blijft het heel onwaarschijnlijk. Om in Paderborn te komen hoef je de Lippe niet over te steken, tenzij je uit het noorden komt. Maar Karel de Grote kwam uit Aken volgens ARF (waar hij Kerstmis en Pasen vierde). Dat Karel de Grote bij Lippeham de Rijn overstak (volgens CC) is mogelijk, maar dan maak je wel een omweg van zo'n 70 km. Aken-Paderborn rechtstreeks is ca.240 km., toch 10 dagreizen. Zoon Karel gaat naar de Slavi, bij de Elbe, aan de overzijde van de Weser. Overzijde? De afstand tussen de Weser (die je vanuit Paderborn het eerst tegenkomt!) tot de Elbe is zeker 190 km. ofwel zo'n 8 dagreizen.

  • Ook kun je discussiëren over de schrijfwijze en betekenis van:
    • Westfalen (uuestualorum, uuestfalos, V V estualos A1; Westfalos B5; uus tfalaos C2; uuetfalaos D1; VVestuali A1; uestfalai B 4; Westfali B5)
    • Teodone-Villao (Theodonis p.41, theodonis uilla B1; teodone B4. D1 en D3; Teodonuilla B5) en Theotmallie (Theotvvaldi A1; thietmalli B2; Teotmala B5; theodmalli C3; theodmali D1; thiotmellie D2)
    • Baioria, (baioriae D1, baioria D3).
    • Frisonum (fresonum B2. D1; frisorum B4; Frixionum B5; fresionum C3; forisonum D3),
    • Toringiam (Thiringiam A1; turingiam B2; thoringiam. B4; toringam C1 en C2; durringiam C3.),
    • Scahiningit (Schalingi A1; scaininge B2; scamgi B; scainingi D.),
    • de rivier de Lippe (lippiam A1. B1. C3; lippihaam B4; lippiham D3; lippieham Fragm. Bern. SS. XIII, 130),
    • maar ook over de naam van koningin Fastrada (fastradam A 1. B 2. D2; fastradanam C3).
    Het leveren evenzovele verschillen en vragen op. Als je het al niet eens bent over de juiste schrijfwijze, kun je een keuze voor een locatie niet aannemelijk maken. Zeker omdat plaatsen vergelijkbare namen hebben en één leter verschil al een groot verschil kan maken. Voorbeeld in tegenwoordig Nederland en België: Brussel is een heel andere plaats dan Bussel of Busloo; Deurne en Deurze zijn ook verschillende plaatsen net als Hunsel en Hupsel. Daarnaast heb je alleen in Nederland al, meer dan 50 plaatsen met exact dezelfde naam, zoals Buren, Oosterhout, Hengelo, Stein, Scherpenzeel, Zwolle enz. Als het dan in een tekst over Zwolle gaat, zal uit de contekst bepaald moeten worden over welk Zwoolle het gaat: de hoofdstad van Overijssel of het dorpje/buurtschap bij Groenlo. (wordt vervolgd).

    Wat blijkt uit bovenstaande gegevens?.
    Schreef men zo onduidelijk of lazen de kopiïsten zo onzorgvuldig? Uit bovenstaande voorbeelden die met meerdere voorbeelden uit te breiden zijn, blijkt dat men in de klassieke teksten niet klakkeloos af kan gaan op de daarin genoemde plaatsnamen. Uit verschillende afschriften blijken verschillende schrijfwijzen van plaatsnamen te bestaan. De vraag is dan ook: "Wat is de juiste schrijfwijze?"
    Algemene conclusie!
    Men kan niet klakkeloos afgaan op de schrijfwijze van een plaats. De contekst zal bepalend moeten zijn, waarbij de logica gevolgd moet worden. Veldtochten van meer dan 1000 km zijn onhoudbaar, zeker als men die tussen Kerstmis en Pasen moet plaatsen.



    Wat weten we uit de klassieke teksten?





    Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

  • Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.