De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Annales Regni Francorum (ARF).

Hier wordt nog aan gewerkt!

De Annales Regni Francorum zijn nu voor het eerst is een complete Nederlandse vertaling beschikbaar. De Latijnse tekst is door het 'Collectief Carolus' onder redactie van Chris Engeler vertaald. Het 'Collectief Carolus' bestaat uit Pieter Bloemers, Nico de Glas (†), Kees Meiling, Bert Os nabrug, René van Royne, Aad Schulten, Louk Vencken, Gerard van der Waa, Piet Zegers en Chris Engeler.

Deze Annales worden aan Einhard toegeschreven, die aan het hof van van Karel de Grote werkzaam was. De Annales beschrijven de jaren 741 tot en met 829: zowel de aanloop naar de heerschappij van Karel de Grote als ook de opvolging in 814 door zijn zoon Lodewijk de Vrome komt aan bod. Het is de periode waarin uitbreiding en bestendiging van machtsposities, van de daarmee gepaard gaande gebiedsvergroting door strijd, inlijving en oorlogen, en veel onderhandelingen met ambassadeurs van andere machthebbers centraal staan en tot in detail beschreven worden.

Naast de Latijnse tekst en de Nederlandse vertaling bevat de publicatie een omvangrijk corpus annotaties (verklarende noten) over personen, topografische aanduidingen en gebeurtenissen, zodat hedendaagse lezers zich een afgewogen beeld kunnen vormen over hoe de drie grootmachten - Franken, Byzantijnen en Arabieren - zich destijds met elkaar verstonden en elkaar bestreden, en over hoe opeenvolgende pausen en de Frankische heersers tussen 741 en 829 elkaar wederzijds nodig hadden. De tweetalige uitgave wordt aangevuld met inleidende hoofdstukken over de heerschappij van Karel de Grote, over het nut van historische kronieken, over de bestaande edities van de Annales en over Einhard; voorts zijn een kaart van het Frankische Rijk, meerdere afbeeldingen, een stamboom en een uitgebreide index en een literatuuropgave opgenomen.

De Annales Regni Francorum ofwel de Kronieken van het Frankische Rijk is een interessante uitgave, vooral voor historici, studenten Geschiedenis, latinisten en iedereen met interesse voor middeleeuws Europa, omdat eindelijk de complete Latijnse tekst wordt gegeven. Voor deze uitgave heeft men de tekstuitgave van F.Kurze uit 1895 gebruikt, zoals die is opgenomen in de Monumenta Germaniae Historica.


Commentaar:
Bij de vertalingen en vooral bij de verklarende noten dient men rekening te houden met het volgende waaruit aantoonbaar een aantal misverstanden voorgekomen zijn:

1. De overname van de geschreven tekst.
2. De vertaling van de tekst vanuit het Latijn.
3. De interpretaties van die vertalingen.
4. De interpretatie van locaties en plaatnamen.

Ten aanzien van punt 2, maar vooral van punt 3 wordt vaak een toelichting gegeven in de annotaties, waarbij men toch argwanend wordt, aangezien er steevast de traditionele opvattingen worden gevolgd. Ook geeft men in deze annotaties ook niet de verschillende schrijfwijzen van woorden, namen en plaatsen, zoals die in de uitgave van F.Kurze (en G.H.Pertz) worden gegeven.

Deze argwaan wordt versterkt omdat men in de literatuuropgave de boeken van Albert Delahaye mist. Die zijn dus niet meegenomen in de vertalingen en noten, waardoor men al meteen op een aantal door Delahaye genoemde problemen stuit. Het is interessant de opvattingen van Delahaye, die deels dezelfde teksten geeft, te vergelijken met deze vertalingen en verklarende noten.

De Annales Regni Francorum geven een inkijk in de gang van zaken in het Frankische Rijk en vooral in de periode van Karel de Grote. Het is een aaneenschakeling van veldtochten geweest, met name tegen de Saksen, waarbij moord, plundering en verwoesting de boventoon vierden.

Uit de ARF blijkt ook wat er onder dit Frankische (en nadien Karolingische) Rijk begrepen moet worden. Zie het kaartje onder de tekst (afkomstig uit dit boek). Was het half Europa tot ver in Duitsland of beperkte het zich tot Gallië? En wat was Gallië? Was dat heel Frankrijk of slechts het gebied ten noorden van de Loire? Wat in de ARF genoemd wordt als Francia omvat de hoofdsteden Metz, Reims, Parijs, Soissons en Orleans en de gebieden 'aan de kust' en (een deel van) Bourgondië. Het Frankische Rijk blijkt geheel ten noorden van de Loire te liggen. Het gebied boven de taalgrens (België en Nederland) hoorde er beslist niet bij. In Nijmegen is zowel tekstueel als archeologisch aangetoond dat Karel de Grote er nooit een palts heeft gehad. Nederland behoorde beslist niet tot het land van de Franken, ook al is dit wel de algemene traditionele opvatting. bewijzen voor deze opvatting zijn er niet. Zie het boek van prof.dr.D.P.Blok "De Franken in Nederland". Zie bij Nijmegen.


Gallia was beslist niet heel Frankrijk, net zo min als Holland heel Nederland is.

De visie van Albert Delahaye.
De Annales Regni Francorum (de Kronieken van het Frankische Rijk), ook Annales Francorum genoemd die opgenomen zijn in de Histoire de France, geven talloze teksten over de regeringen van de Frankische vorsten. Deze teksten spreken de traditionele opvattingen vaak tegen aangezien er iets anders beschreven staat dan wat de historici ervan gemaakt hebben.
Een voorbeeld zijn de 'vertalingen' (interpretaties) van de plaatsnamen. Zo is Colonia niet altijd Keulen, maar kan het ook Coulogne (bij Calais) geweest zijn. Keulen ligt immers niet 'aan de kust' en 'naast het land van de Bataven'.
Het Colonia dat wordt genoemd in verband met de Renus, de Triboci, de Friezen en Bataven, is niet Keulen maar Coulogne, op 3 km zuid van Calais. De verwarringen met Keulen in de verschillende teksten zijn niet te tellen. Die werden vanzelfsprekend in de hand gewerkt doordat ook dit 'Colonia aan de Renus' werd genoemd. Echter de renus was de Schelde. De Renus is immers niet altijd de Rijn: zie bij Renus. Zie ook het artikel over Köln am Rhein. Ook bij Franconoford dient men niet altijd en onvermijdelijk aan het Duitse Frankfurt te denken. In meerdere teksten zou deze interpretatie misplaatst zijn, daar uit die teksten blijkt dat de rijksdagen met de Franken altijd in Francia plaatsvonden. In Frankrijk zijn zes plaatsen Franqueville of Francourville, waar de betekenis van ďstad der FrankenĒ voor de hand ligt. Frankfurt is een van de vele doublures. Zie bij de Deplacements Historiques. In dit verband is het wellicht goed erop te wijzen, dat Lodewijk de Vrome zo mogelijk nog erger ďverduitstĒ is dan Karel de Grote. Men zou in de bronnen eens moeten nagaan, hoe dikwijls en hoe langdurig hij in het noorden en midden van Frankrijk verblijft en hoe zeldzaam zijn bezoeken aan 'Duitsland' zijn geweest. Let daarbij ook op dat Germania niet Duitsland was. Zie bij de Germania is Frans-Vlaanderen.



De Kronieken van het Frankische Rijk.
De interessantse hoofdstukken in deze uitgave van de Annales Regni Frankorum zijn 'De overlevering van de Annales Regni Francorum' en 'De waarde van Kronieken'.
In deze hoofdstukken zet het 'Collectief Carolus' terecht een aantal vraagtekens bij deze kronieken en de betekenis ervan.
Zo blijkt uit onderzoek (ook in het verleden is dat al gebleken) dat Einhard helemaal niet de auteur van deze kronieken geweest is. Er is voor die opvatting geen enkel bewijs. Vergeleken met de Annales Einhardi blijkt dat des te meer. Er zijn gezien de schrijfstijl, meerdere auteurs geweest.

Wat ook blijkt is dat er van de Annales Regni Francorum, ook bekend onder de naam Annales Francorum, meerdere afschriften bestaan. Er zijn enkele handschriften onder een andere naam bekend, zoals de Codex Laureshamensis, waarvan men meent dat dit het oudste overgeleverde afschrift van de ARF is. Nu stelt het 'Collectief Carolus' wel dat de eerste en oudste versie van de ARF is gebruikt, maar dit is een aanname, aangezien onbekend is of dit wel de oudste van de 30 bekende handschriften is. Deze afschriften stammen uit de 10e en 11e eeuw. Dat ze uit de 9e eeuw zouden stammen in een veronderstelling die niet gebaseerd is op een conreet bewijs.

In de inleiding op zijn uitgave noemt Kurze naast de Codex Laureshamensis nog 17 handschriften, maar er zijn nog meer afschriften bekend. Voor zijn editie van ARF gebruikte Kurze echter geen manuscript, zoals hij zelf schrijft, maar het gedrukte werk van Henricus Canisius (1562-1610) waarin dit handschrift is opgenomen. De Codex Laureshamensis is naar men meent niet alleen het oudste handschrift, maar zeker de oudste gedrukte uitgave van (een deel? van) de ARF.
Het gaat dus over een eind 16de/begin 17de eeuwse kopie. Vraag is in hoeverre het gedrukte werk al is aangepast aan de opvattingen van die tijd. In hoeverre is de Latijnse tekst zuiver overgeleverd? Immers juist in de 16de eeuw kwamen verschillende misvattingen over de geschiedenis tot stand die nog steeds de geschiedenis van westelijk Europa bepalen. En juist in de 16e eeuw werd de geschiedenis van de Frankische vorsten naar Duitsland getrokken. En juist in deze periode werd het 'Germania' van Tacitus algemeen opgevat als Duitsland. Zie daarvoor de visie van Albert Delahaye.
Algemene opmerkingen.
In hoeverre beschikken we over de originele tekst? Zijn onze kopieën aangepast aan latere opvattingen? Zijn de interpretaties van de geografische gegevens juist? Is de vertaling van de Latijnse tekst juist?

In deze uitgave van de Kronieken van het Frankische Rijk worden de traditionele opvattingen gehandhaafd met betrekking tot de locaties en plaatsen van de verschillende gebeurtenissen. Zo is Aquis in de teksten steeds Aken, Noviomagus is Nijmegen en woonden de Saksen in Noord-Duitsland. De studies van Albert Delahaye hebben aangetoond dat deze uitgangspunten onjuist zijn. Lees meer over Aken, over Nijmegen wn over de Saksen.

Een opvallende bevinding van de auteurs van deze uitgave is dat 'de grote volksverhuizing' zoals altijd voorgesteld in de traditionele geschiedenis, zich nooit heeft voorgedaan. (p.31). Dit traditionele standpunt hebben zij dus (terecht) losgelaten. Was het niet Albert Delahaye die dat ook altijd gesteld heeft? Er is immers geen enkele authentieke bron die zo'n volksverhuizing beschrijft of noemt. De opvatting van een grote volksverhuizing gaat terug op de theorie van Edward Gibbons, een 'geleerde' uit de 18de eeuw, een theorie die al langer ter discussie stond en momenteel terecht is losgelaten. Maar het loslaten van 'de grote volksverhuizing' heeft ook consequenties voor de plaats van verschillende volkeren. Die consequenties trekken de auteurs helaas niet in deze uitgave.

Ook bij de vertaling vanuit de Latijnse tekst kunnen soms vraagtekens gezet worden.
Je kunt uiteraard de vraag stellen of op elke slak zout gelegd moet worden? Het antwoord is even kort als simpel: 'Ja, dat moet, wil je spreken over een wetenschappelijke uitgave'. De auteurs willen toch graag dat daarvan sprake is? Dan vragen onverklaarbare zaken wel om een toelichting en die wordt helaas te vaak niet gegeven. Interessant bij bestudering van de ARF zijn de verschillen tussen de handschriften. Juist die verschillen vragen om een nadere toelichting. De bovenliggende vraag blijft dat steeds: "Wat stond er precies in het oorspronkelijk handschrift?"



Wat weten we uit de teksten?
Er bestaan van de ARF zo'n 30 verschillende versies. Zie overzicht hiernaast. Bij het overnemen van de geschreven teksten in gedrukte tekst blijken er verschillen te bestaan in lezing van bepaalde woorden en (plaats-)namen, maar ook van gebeurtenissen. Dat wordt in de uitgave van G.H.Pertz en F.Kurze uit 1895 aangegeven in noten onderaan de pagina. In deze uitgave wordt de ARF ook steeds vergeleken met de Annales Einhardi (Vita Karoli Magni, verder VKM. Dan wordt het wel opletten wat als juist mag worden verondersteld. Het blijkt dat de geschreven teksten niet altijd even duidelijk waren en dat menigeen erin las wat men meende dat er stond.

Enkele voorbeelden uit de uitgave van Pertz/Kurze (deze voorbeelden zijn met veel andere aan te vullen) :
  • De schrijfwijze van aartsbisschop Bonifatius is in de ARF steeds Bonefacius, dus met -e- en -c-, terwijl in enkele handschriften van de ARF (o.a. B2, C1, D2 en D3) ook Bonifatius wordt geschreven. Einhard schrijft in zijn Annales steeds Bonifatius, dus met -i- en -t-. Is Einhard dan wel de auteur van de ARF?

  • De schrijfwijze van Hoohseoburg (jaar 743) is in de VKM Hohseoburg. Zou Einhard er twee schrijfwijzen op na hebben gehouden? Of vergiste de kopiïst zich? In andere handschriften leest men hoohseo burg A1. C1.2 ; bohseoburch B2 ; hodiseoburg B4 ; Saochseburg B5 ; obseoburg C3 ; hohoseoburg D1.
    De vraag is dus wat er in het oorspronkelijke handschrift stond?

  • De schrijfwijze van villa Scladdistat (Schlettstadt-Sélestat, bij Straatsburg) uit het jaar 775 wordt in een noot als volgt geschreven: sclezistat B2; scladdistad B4; Scla listat B5; scladdistath C1. 2; scaldisstat C3, waarbij B en C op zes verschillende uitgaven wijst. Er is dus verschil van mening over wat er in de oorspronkelijke geschreven tekst heeft gestaan en hoe het gelezen moet worden. Hierbij geldt onverkort dat één lettertje een heel verschil kan maken, zoals etymologen beslist zullen weten.

  • Vergelijk ook Noviomo civitate waar Karel de Grote in 768 tot koning van de Franken is gekroond. Dat het Noyon is zal voor iedereen bekend zijn en wordt ook hier bevestigd. Noviom(o)(agum) of Niumaga wordt in de ARF nog 15x genoemd en wel in de jaren 768, 769, 776, 777, 806, 808, 817, 821, 825 en 827. Noviomo wordt in versie C3 als 'nouioma' geschreven. In 806 wordt Noviomagum genoemd dat in andere versies geschreven wordt als: niumagam B2; nouigiomagum D3; nauio magum E7. Het gaat hier steeds over dezelfde plaats. Was dit Nijmegen of Noyon? Bekijk je de verschillende schrijfwijzen in kronieken van de plaats waar Karel de Grote gekroond is, dan vind je daar de namen Noviomo civitate, Novionem, Novionem urbem, Noviomaguo civitate, Noviomaco, Novioma, Noviomensi Urbe, Noviomo, Noviomo urbe, Noviomi, Noion, Noviomus, maar ook Neumaga, Niumaga, Numaga. Al deze verschillende schrijfwijzen hebben dus betrekking op dezelfde plaats en wel op de plaats waar Karel de Grote is gekroond tot koning van de Franken en dat was onmiskenbaar Noyon. Zie verder de voetnoot over de Kroning van Karel de Grote.
    In noot 135 in deze uitgave van de ARF wordt vermeldt: Nijmegen oftewel Noviomagus was een belangrijke stad in het Karolingische Rijk. Karel de Grote bezocht Nijmegen regelmatig. Hij had er een palts laten bouwen, waar hij vaak 'overwinterde'.Ook nu zijn er nog sporen van de Karolingische bewoning in Nijmegen te vinden, waaronder het Valkhof, waar Karels palts moet hebben gestaan.
    Op deze ene zin is het nodige aan te merken: 1. Dat Nijmegen ooit Noviomagus heeft geheten is een onbewezen opvatting. 2. Dat Karel de Grote Nijmegen 'regelmatig' bezocht is een mythe. Volgens het eigen Bronnenboek van Nijmegen (zie daar) bezocht hij de stad maar vier keer en wel in 777, 804, 806 en 808. Tussen 777 en 804 is hij er liefst 27 jaar niet geweest. 3. Dat Karel de Grote juist in Nijmegen zou overwinteren is uiteraard een utopie. Waarom in het koude kikkerland overwinteren, terwijl veel zuidelijker in Noyon de temperatuur in de winter veel aangenamer is? 4. Dat er in Nijmegen sporen van Karolingische bewoning zijn te vinden is een farce. Daar is nooit iets van gebleken. 5. Dat Karels Palts op het Valkhof heeft gestaan is archeologische nooit aangetoond, waar deze auteurs het ook mee eens zijn door het gebruik van de woorden 'moet hebben gestaan'. Het is er nooit gevonden. Het oudste gebouw op Het Valkhof is de Karolingische Kapel uit de 11e eeuw, die momenteel Ottoonse Kapel wordt genoemd. Lees meer bij Noviomus.

  • Ook de schrijfwijze van de naam van Charlemagne is in verschillende kronieken niet steeds gelijk. In B1 staat Carlmammus, in A1 Carlo manus; in A2 Karolus magnus; Karlomannus in C2 ; Carolus in A1, A2, B1, en C1; Karolus in B5, C2 en D3; Carolus en Karolusne in D2, Carlus en Karolus in 788 van de uitgave van Pertz. Het verschil in schrijfwijzen tussen C of K geeft al aan dat de teksten gewijzigd zijn naar de opvattingen van die tijd. Verder valt bij deze verschillen op dat de kopiïsten blijkbaar niet precies wisten over wie het hier ging. Men mag toch verwachten dat Carolus Magnus algemeen bekend zou zijn geweest in de 9e eeuw en zijn naam eenduidige geschreven werd. Dat is dus totaal niet het geval. Zelfs in één uitgave vind je verschillende schrijfwijzen, wat aangeeft dat er verschillende schrijvers zijn geweest.

  • De schrijfwijze van 'Nordmanniae' is in enkele afschriften ook verschillend. In B2 lezen we nortmanniae; normanniae in B4; Normaniae in B5 ; nordmannicae in C3 ; nordmaniae in D1.
    De Nordmannia(e) worden in de ARF in 12 jaren expliciet genoemd, waarvan slechts vier (4!) keer in de regeerperiode van Karel de Grote, tegen meer dan 80 keer de Saxones.
    Dat Nordmannia Denemarken was, zoals in het boek van Collectief Carolus beweerd wordt, is onjuist. Nor(d)mannia was de streek in Frankrijk die nog steeds zo heet: Normandië. Denemarken heeft daar wel zijn onjuiste naam aan te danken, namelijk de afleiding van de 'Dania mark', de Mark van de Denen. Het klassieke Dania lag in Frankrijk aan de kust van de Oceaan.
    De termen Dania en Northomannia komen het eerst voor bij de Geograaf van Ravenna van ca. 670 en wel in zodanig verband met andere streken, dat uitsluitend aan NormandiŽ kan worden gedacht. Hij schrijft daarover: "Op het vierde uur van de nacht ligt het vaderland van de Northomanni, dat door 'de ouden' ook Dania wordt genoemd". Het vierde uur van de nacht is aan de kust van de Oceaan; de ouden zijn de vroegere schrijvers. Kort na de Geograaf van Ravenna wordt Dania ook genoemd in het Leven van St. Willibrord, die wel NormandiŽ maar nooit Denemarken heeft bezocht. Zie bij St.Willibrord



  • De lokaties van een aantal plaatsen.
    In de ARF worden meerdere plaatsen genoemd die door het 'Collectief Carolus' traditioneel worden 'vertaald'. Zo is bij hen Aquis altijd Aken en Noviomagus is steeds Nijmegen. Maar klopt dat ook? Van alle plaatsen wordt in een noot aangegeven welke plaats bedoeld wordt en waar die plaats ligt. Hier zijn veel verwijzingen naar alom bekende plaatsen geheel overbodig. Zo zal iedereen die dit boek aanschaft echt wel weten waar Rouen, Bourges, Limoges, Tours, Toulouse, Albi of Orléans ligt (om enkele overbodige noten te noemen) of waar de Garonne stroomt. Van minder bekende plaatsen is een annotatie nuttig, soms zelfs noodzakelijk. Maar kloppen deze verwijzingen wel en kunnen bij meerdere verwijzingen vraagtekens gezet worden?

    We geven hierna enkele voorbeelden van plaatsnamen en hun locaties, waarover nog menig discussie gevoerd kan worden.
  • In 764 hield koning Pepijn een rijksdag in 'Wormatiam' en deed verder niets in Francia. Zowel Kerstmis als Pasen vierde Pepijn in Quierzy (op 12 km ten oosten van Noyon). 'Wormatiam' wordt hier traditioneel vertaald met Worms. Lag Worms in Francia? Het Collectief Carolus laat in hun tekst Francia weg. Is dat bewust gedaan? Zie verder bij het jaar 764. Worms ligt op bijna 500 km van Quierzy. Ging koning Pepijn even op en neer (bijna 1000 km) voor die rijksdag? Waarom liet hij iedereen niet naar hem toe komen? In de de Annales van St. Bertijns wordt verschillende malen de juiste naam voor Worms genoemd, namelijk Vurmatia. Worms, op 23 km ten noorden van Mannheim, wordt door de Duitse archeologen als het Romeinse Borbetomagus opgevat, zoals op de Peutingerkaart aangegeven is boven (ten oosten?) van Silva Vosagus (de Vogezen). Bekend is dat het volk van de Vangiones in de omgeving van Wormatiam woonden. Was het wel Worms of was het Wannehain, op 15 km zuidoost van Rijsel of Waudignies, op 18 km noordoost van Douai? Maar ook Wahagnies bij Rijsel en Wagnonlieu bij Atrecht hebben dezelfde afleiding. Het is dus helemaal niet zeker dat in de ARF Worms wordt bedoeld. Deze opvatting is niet alleen onlogisch, maar zeker nog aan discussie onderhevig.
    Bij het volk van de Vangiones moeten we even opletten.
    Tacitus vermeldt in ca 50 na Chr. (Ann. XII, 27 - 30) dat de Chatti (Katsberg) Germania binnenvielen. Het gaat hier dus over het Germania van Tacitus (zie daar). De legaat Pomponius zond hulptroepen van Vangiones en van Nemetes (is Arras) tegen hen in het veld. In deze campagne werden enige oud-soldaten bevrijd, die sinds de nederlaag van Varus 41 jaar geleden als slaven bij de Chatti gevangen waren geweest.
    Het is uiteraard onlogisch om hulptroepen van Atrecht en helemaal vanuit Worms tegen de Chatti te laten strijden. De Chatti woonden aan de kust van het Kanaal waar de Katsberg hun hoofdplaats was. Neem je voor de locatie waar Varus zijn nederlaag leed Kalkriese, en voor de Chatti de bewoners van Kassel in Duitsland wat de traditie ons wil doen geloven, dan wordt het verhaal nog vele malen onlogischer. Maar de plaats van de Varusslag (zie daar) lag niet in midden-Duitsland, maar in Frans-Vlaanderen bij Thiembronne. Dan wordt het hele verhaal van Tacitus ook logisch en aannemelijk, immers daar komen de Chatti, de Nemetes en de Vangiones samen in een beperkt gebied.

    De Vangiones worden in de Franse literatuur 'peuple de la Gaule' genoemd, die zich later vestigden in de regio van 'Mayence et Worms'. Zelfs de Franse historici hebben zich laten misleiden en volgen 'braaf' de Duitse historici die alles wat aan Frankrijk toekwam, zoals het Germania van Tacitus en Charlemagne, naar Duitsland hebben versleept. Tegenwoordig historici komen er steeds meer achter dat hiermee in het verleden onmiskenbaar fouten zijn gemaakt. Onder andere met artikelen als 'Römische Rädsel' wordt steeds meer erkend dat bepaalde historische opvattingen niet langer juist zijn. Zie bij de Varusslag en bij Germany ist nicht Deutschland.


  • In 767 wordt vermeld dat Pepijn de kastelen van Ally, Turenne en Peyrusse innam, waarna hij terugkeerde naar Bourges. Volgens de noten lag Ally in het departement Cantal tussen Clermont-Ferrand en Toulouse. De afstand tussen Clermont-Ferrand en Toulouse is met 360 km nogal ruim en geeft dus weinig uitsluitsel. In dat hele gebied liggen twee plaatsen met de naam Ally: één ten zuiden van Mauriac, de ander ten zuidwesten van Brioude. Welke van de twee is het geweest?
    Van Turenne wordt vermeldt in noot 82 dat het in departement Corrèze ligt tussen Limoges en Cahors. Limoges en Cahors liggen op een afstand van 186 km van elkaar, een nogal ruime marge. Peyrusse (bedoeld is Peyrusse-le-Roc) ligt in het departement Aveyron ten oosten van Cahors, lezen we in noot 83. Met een afstand tot Cahors van 85 km is het ook een nogal grote marge. Waarom worden die locaties niet wat preciezer aangegeven? Dat moet met de tegenwoordige digitale mogelijkheden toch geen enkel probleem zijn?

    Over plaatsnamen moet de vraag gesteld worden: "Welke plaats met die naam wordt bedoeld?" Of "Welke plaats wordt bedoeld met die naam?" Aangezien plaatsnamen veelvuldig kunnen voorkomen, moet men terdege rekening houden met doublures. Welke plaats is Brêmes, welke plaats is Daventria, waar ligt Hamesboucres? Zie de deplacements historiques'.
  • Over Vienne, genoemd in 755 en 767, kan ook de vraag gesteld worden welk Vienne hier bedoeld wordt. Er bestaan in Frankrijk wel 7 plaatsen Vienne of Viennay, naast nog een Vienns en een Vienville. Is het Vienne aan de Rhône in het departement Isère ten zuiden van Lyon, zoals in noot 42 wordt vermeld, of is het Vienne-en-Arthies (63 km ten westen van Parijs) of Vienne-en-Val (130 km ten zuiden van Parijs)? De opvatting dat het Vienne onder Lyon geweest zou zijn is dus wat voorbarig.
    In de tekst van 755 lezen we dat Peppijn vanuit Italië terugkeerde naar Francia en Carloman ziek achterbleef in Vienne. Logischerwijs ligt Vienne tussen Italië en het rijk van Pepijn ofwel Francia.
    In 767 wordt geschreven dat Pepijn uit Aquitanië waar hij Toulouse, Albi en Gévaudan innam terugkeerde naar zijn vaderland en Pasen vierde in Vienne. Uit deze tekst is te concluderen dat Vienne in het vaderland van Pepijn lag, dus in Francia. Dat hij vanuit zijn vaderland weer terug zou gaan naar Vienne onder Lyon om er Pasen te vieren zou geheel onlogisch, dus onwerkelijk zijn. Van Gévaudan wordt in noot 79 vermeld dat het een oud graafschap is in het departement Lozère tussen Clermont-Ferrand en Montpellier. Deze plaatsen liggen op ruim 340 km van elkaar. Geef dat uitsluitsel? Beter zou geweest zijn te vermelden dat het in de vroege middeleeuwen tot het gebied van het Graafschap Toulouse behoorde en van 1307 tot 1789 de bisschop van Mende graaf-bisschop van Gévaudan was.
    Samengevat kunnen we dus concluderen dat Vienne tussen Italië en Francia en tussen Toulouse en het vaderland van Pepijn moet liggen. Het vaderland van Pepijn is onmiskenbaar de omgeving van Soissons, Quierzy (bij Noyon), maar ook Saint-Denis (Parijs) waar hij overleed en begraven werd. Dan is Vienne-en-Arthies de plaats die aan beide voorwaarden voldoet en dus de beste optie is. Wellicht dat er ook twee plaatsen bedoeld zouden kunnen zijn: Vienne ten zuiden van Lyon en Vienne ten zuiden van Parijs.




  • Wat wordt er volgens de ARF verstaan onder Gallia en Francia en wat onder Neustrië en Austrasië?

    De kaart hiernaast geeft een situatie weer die slechts bestaan heeft in de fantasie van historici. Neustrië, maar vooral Austrasië zijn op deze kaart onjuist weergegeven. Zie bij Neustrië en Austrasië. Ook Aquitanië, Bourgondië en Beieren waren beperkter in omvang dan op deze kaart wordt aangegeven.

    Uit verschillende teksten in de ARF blijkt wat er onder het rijk van de Franken verstaan moet worden. Is het zo omvangrijk als op het kaartje hiernaast wordt afgebeeld? Wat verstaat men onder Gallia en wat onder Francia? Uit de teksten blijkt dat Aquitanië en Alamannië niet bij Francia hoorden. Ook moeten de teksten van de ARF vergeleken worden met andere bronnen om een juist beeld van de omvang van het Frankische Rijk te krijgen, zoals de verdeling van het rijk bij het verdrag van Verdun in 843.
    1. In 742 verdeelden de hofmeiers Carloman (715-754) en Pepijn (714-768) het koninkrijk der Franken tussen hen beiden. In ditzelfde jaar verwoestte Carloman het gebied van de Alamannen. Daaruit blijkt dat Alamannia niet tot het rijk van de Franken hoorde, dat tevoren verdeeld was tussen beide broers. Je gaat toch je eigen land niet verwoesten?
      Volgens de Peutingerkaart (zie daar) lag Alamannia geheel boven (ten oosten? van) de Renus. Volgens andere teksten lag Alamannia in het noord-oosten van Frankrijk en was het zeker niet Duitsland, ook al noemen de Fransen dat Allemagne, maar noemen de Engelsen het Germany. De Geograaf van Ravenna noemt enkele steden in Alamannia, zoals Logonas (Longuyon), Nantes (Nancy), Bizantia (Bisten-en-Lorraine) en Mandroda (Manderen).

    2. Grifo, broer van Pepijn en Carloman, was in 747 gevangen gezet in Neufchateau en vluchtte naar Saksen toen hij vrijgelaten werd. Hij sloot zich aan bij de Saksen. Toen Pepijn optrok naar de Saksen vluchtte Grifo naar Beieren.
      Ten aanzien van Beieren kan de vraag gesteld worden of het bij het Koninkrijk Frankrijk hoorde. Was Baioariorum wel Beieren of was het Bavay? Grifo onderwierp het dan wel in 748, maar Pepijn onderwierp het aan zich. Hij nam Grifo mee en stuurde hem naar Neustrië en schonk hem 12 districten. Tassilo werd daar tot hertog van Beieren benoemd. Grifo vluchtte naar Gascogne en ging naar Waifar hertog van Aquitanië. Hoorde Gascogne bij Aquitanië?

    3. In 763 vermeldt de ARF: "Pepijn trok verder door Aquitanië totdat hij bij Cahors kwam. Nadat hij Aquitanië verwoest had, keerde hij via Limoges terug naar Francia". Uit deze zin kan niet onbetwist geconcludeerd worden dat Cahors en Limoges in Aquitanië lagen. Aquitanië hoorde niet bij Francia. Het zou ook vreemd zijn geweest als Pepijn zijn eigen land zou hebben verwoest. Francia was dus kleiner dan het huidige Frankrijk.

    4. Hoorde Bourgondië bij Francia? Hoe is het verworven? Er wordt geen veldtocht naar Bourgondië genoemd. Wel heeft er in 761 in Chalon-sur-Saône een veldslag plaats gevonden tussen Pepijn en Waifar, hertog van Aquitanië, die daar naartoe was getrokken. In 754 overleed Carloman in Vienne toen hij er achterbleef en Pepijn terugkeerde naar Francia na zijn veldtocht naar Italië. In 767 vierde Pepijn Pasen in Vienna. Heeft Pepijn Bourgondië veroverd tussen 754 en 767? Het wordt nergens zo genoemd.


    5. Tot in 764 zorgden Waifar en Tassilo regelmatig voor opstanden tegen Pepijn. Blijkbaar had Pepijn weinig tot geen geen zeggenschap in Aquitanië en Beieren.

    De veldtochten van de Frankische koningen.
    Afstanden en Reistijden.
    Koning Pepijn en later Karel de Grote reisden nooit alleen. Er ging een heel gezelschap mee, per paard, te voet en met ossenwagens. Rekening houdend met het terrein, waar en hoe men een rivier overstak in een sterk wisselend landschap met dichte wouden, men de nodige rust nam, maaltijden gebruikte, de weersomstandigheden enz. haalt een paard met een afwisselende draf, snelheden tussen 12 en 20 km/uur. Reizen over honderden kilometers namen weken in beslag. Waar logeerde het gezelschap elke nacht? Sloegen ze steeds een kamp op, zoals de Romeinen deden? Gezien de vijandige stammen als Saksen, Alamannen, Longobarden en bewoners van Aquitanië in de gebieden waar men doorheen trok, was dat zeker nodig.
    In de ARF worden menig veldtocht beschreven of slechts terloops genoemd. Het lijkt wel of de Franken niets anders om handen hebben gehad, zeker als je de reistijd mee gaat nemen. Ze waren vele weken onderweg. Meerdere veldtochten gingen volgens de traditionele opvattingen over meer dan 800 km (enkele reis!). Dat is exclusief veldslagen en ander oponthoud, zoals het oversteken van rivieren en het innemen van steden (als die al als zodanig bestonden?) en het innemen of herbouwen van burchten of kastelen. Enkele veldtochten springen er toch wel uit en beschrijven we hier. Het is de vraag of die veldtochten zich in die tijd (het gaat hier over de 7de en 8ste eeuw) ook werkelijkheid over die afstanden hebben voorgedaan. Of gingen de veldtochten naar de Saksen helemaal niet naar Duitsland, maar naar de Litus Saxonicum waar de Saksen immers woonden? Lees meer over de Saksen.

    De veldtochten van Pepijn III.
    1. De vele veldtochten van Pepijn III tegen de Saksen hadden en kregen een vorm die we genocide kunnen noemen, wat later door zijn zoon Karel de Grote werd vervolgd. De Saksen werden vermoord of verbannen, hun bezittingen in beslag genomen en hun huizen verbrand. En dat alles alleen omdat zij zich niet neer wilden leggen bij de Frankische overheersing en in opstand kwamen tegen de onderdrukking door de Franken. Ook de Friezen kwamen steeds in opstand, wat geleid heeft tot de moord op Bonifatius.

    2. De moord op Bonifatius had geen religieuze motieven, maar was een politieke moord. Bonifatius werd als hoofd van de Gallische Kerk gezien als een vertegenwoordiger van het Frankische gezag. Bonifatius had immers Frankische koningen gedoopt (Karel de Grote in 742) en gezalfd (Pepijn III en Karel de Grote tot Koning van NeustriŽ en Carloman tot Koning van AustrasiŽ in 750). Het is niet langer vol te houden dat hier vredelievende vorsten leiding aan gaven en dat dit alles gebeurde met instemming van God en de Kerk.

    3. Pepijn III onderneemt liefst 6 veldtochten tegen de Saksen: in 743, 744, 747, 748, 753 en 758. Als we ervan uitgaan dat hij steeds vanuit zijn kroningstad Soissons vertrok, gaat het over veldtochten tot wel 850 kilometer (over moderne wegen!). Dat wil zeggen heen en terug zo'n 1700 km. Bij een gemiddelde snelheid van 20 km per dag (wat al geweldig zou zijn), zou het gevolg er ruim 85 dagen, ofwel 12 weken over gedaan hebben. Helaas weten we niet waar hij Kerstmis en Pasen vierde, want dan zijn de veldtochten precies na te gaan.

    4. Daarnaast ondernam Pepijn III liefst 8 veldtochten naar AquitaniŽ, waarbij zelfs een keer helemaal naar Narbonne (ruim 900 km, retour 1800 km).

    5. Ook ondernam Pepijn in de jaren 755 en 756 twee reizen/veldtochten naar ItaliŽ (ruim 1200 en 1500 km enkele reis). De conclusie moet zijn dat Pepijn III nauwelijks thuis in Soissons is geweest. In 748 benoemde hij Tassilo tot hertog van Beieren, dat blijkbaar in zijn bezit was. Maar was dit wel Beieren of het land van Bavay dat Baioariorum was? Zie Jacoba van Beieren die geboren was in Le Quesnoy bij Bavay, dus van Bavay was, maar onjuist 'van Beieren' genoemd wordt.

    6. De conclusie tot hier is ook dat Karel de Grote niets aan het Frankische Rijk heeft toegevoegd. De 'veroveringen van Karel de Grote' op het kaartje hierboven, had zijn vader Pepijn reeds 'verworven'. Karel de Grote lukte het net zo min als Pepijn om het definitief in bezit te krijgen, wat wel uit het vervolg blijkt.

    7. In de jaren 766, 767 en 768 ondernam Pepijn liefst vier veldtochten naar Aquitanië In totaal heeft hij acht (8!) veldtochten naar Aquitanië gehouden. Blijkbaar heeft hij Aquitanië niet kunnen veroveren, immers zijn zoon Karel de Grote zette die veldtochten naar Aquitanië voort en wel meteen al in 769.

      1. De veldtocht in 766 voerde van Orléans naar Argenton waar hij het kasteel herbouwde en daar Frankische troepen legerde om Aquitanië in de greep te houden. Ook werd er een Frankische troepenmacht ingekwartierd bij Bourges. Hij vierde Kerstmis in Samoussy en Pasen in Gentilly. Dit is een veldtocht van 750 km. We gaan er bij deze reconstructie vanuit dat Pepijn vanuit zijn koningstad Soissons vertrok en terugkeerde in Samoussy (bij Laon) waar hij Kerstmis vierde of in Gentilly (in Parijs) waar hij Pasen vierde.

      2. In 767 hield koning Pepijn een grote bijeenkomst in Gentilly (in Parijs) en zette zijn reis voort door Aquitanië (2de veldtocht) naar Narbonne. Lag Narbonne in Aquitanië? Hij nam Toulouse, Albi en Gévaudan in en keerde ongeschonden terug naar zijn vaderland en vierde Pasen in Vienne. Hoorde Vienne (dat in Bourgondië ondr Lyon ligt) bij het Frankische Rijk? Of wordt hier een ander Vienne bedoeld?
        Dat Pepijn Pasen vierde in Vienne houdt in dat de veldtocht naar Aquitanië en Narbonne, Toulouse, Albi en Gévaudan dan vóór Pasen plaats vonden. Pasen valt steeds tussen 22 maart en 25 april. Dat wil zeggen dat deze veldtocht inclusief veroveringen van deze plaatsen in elk geval vóór 25 april plaats gevonden moeten hebben, als je de tekst letterlijk volgt. Dat wil dus zeggen na de winter in nog geen 3 maanden. Bereken je deze route op www.viamichelin.nl dan gaat het om een veldtocht van ruim 1401 km (over huidige wegen die toen beslist nog niet bestonden). Daar zou Pepijn met zijn gevolg ruim 70 dagen (of 10 weken) over gedaan hebben. Een ongelooflijke prestatie.

      3. In datzelfde jaar 767 trok hij in augustus opnieuw Aquitanië binnen totdat hij bij Bourges kwam. Lag Bourges in Aquitanië? Daar hield hij een bijeenkomst met alle Franken in het legerkamp. Wie zijn alle Franken? Vandaar zette hij zijn tocht voort tot bij de Garonne Waar precies? Marmande? Agen? en nam de kastelen van Ally, Turenne en Peyrusse in, waarna hij terugkeerde naar Bouges, waar hij Kerstmis vierde. Als al deze genoemde plaatsen bij Aquitanië hoorden, wat de tekst feitelijk niet letterlijk zo zegt, zou Aquitanië tot aan de Loire reiken, zoals op bovenstaande kaart ook zo wordt aangegeven. Maar is dat juist? Als je het vergelijkt met andere kaarten van Aquitanië in het Frankische Rijk, dan blijken er toch (grote) verschillen te bestaan.. Deze tocht op www.viamichelin.nl uitgezet, gaat over een afstand van ruim 1660 km. Is dat wel mogelijk geweest tussen augustus en Kerstmis in ongeveer 5 maanden bij een afstand van 20 km per dag? Dat zou 83 dagen hebben geduurd, ofwel bijna 12 weken. Vervang je het beginpunt Soissons door Vienne waar hij Pasen vierde, dan wordt de afgelegde afstand 1436 km, waar dan 72 dagen over gedaan werd.

      4. In 768 ondernam Pepijn weer een veldtocht tot aan de stad Saintes en drong hij door tot de Garonne (Marmande? Agen?). Vandaar reisde hij naar Mons en keerde ongeschonden terug en vierde Pasen in Sels (Champtoceaux). Hij zette zijn veldtocht voort tot Saintes en trok verder de Périgord in en keerde terug in Saintes en via Tours naar Saint Denis (Parijs) waar hij op 24 september overleed. Dit is een tocht van ruim 2200 km vanaf Soissons. Verdeel je het in tweeën dan gaat het eerste stuk tot Sels waar hij Pasen vierde, over ruim 1200 km. Tussen Pasen (Sels) en 24 september (St.Denis-Parijs, waar hij overleed) is zo'n half jaar en dan zou Pepijn met zijn gevolg een afstand afgelegd hebben van ruim 1000 km. Werkelijk een geweldige prestatie, die ook zijn dood werd.
        Op 9 oktober werden Karel de Grote en Carloman tot koningen van de Franken gekroond. Karel in Noyon, Carloman in Soissons, de zetelstad van de Frankische koningen.

      Wat kunnen we hieruit concluderen? Aquitanië omvatte de streek tussen Orléans en Bourges tot Toulouse, Albi en Narbonne, van de Garonnen tot Vienne. In 767 heeft Pepijn met zijn gevolg in dit gebied vier veldochten gehouden over bij elkaar ruim 6000 km. Wie doet hem dat na? Geen wonder dat hij dat niet overleefde en op 54 jarige leeftijd al overleed.

    8. In 769 ondernam Karel de Grote een veldtocht naar Aquitanië. Zijn broer Carloman weigerde Karel te steunen en keerde haastig terug naar het Frankische Rijk. Het lukte Karel de Grote niet om Aquitanië te onderwerpen. Ook hij keerde terug naar het Frankische rijk. Hieruit blijkt dat Aquitanië niet tot het Frankische Rijk hoorde en het beperkter was dan het kaartje hiernaast aangeeft.

  • De veldtochten van Karel de Grote.
    1. Karel de Grote ondernam in 769 als eerste en meteen een veldtocht in Aquitanië. Zijn broer Carloman weigerde Karel te steunen en keerde haastig terug naar het Frankische Rijk. Ook Karel keerde toen HUnald uitgeleverd was, terug naar het Franische Rijk. Hieruit blijkt dat het Frankische Rijk beperkter was dan het kaartje hieronder. Sinds die tijd werd de verstandhouding tussen beide broers, die al slecht was, steeds slechter en zouden zij elkaar steeds meer gaan tegenwerken, wat tot de dood van Carloman bleef voortduren.


    Wat wordt er in de ARF vermeldt over de Frankische vorsten en hun verblijfplaatsen?
    Een vreemde formulering die wordt gebruikt ter afsluiting van een jaar is: de koning vierde Kerstmis in (plaats x) en Pasen in (plaats y). En het jaartal veranderde in...
    Waarom wordt eerst Kerstmis genoemd en als tweede Pasen, terwijl Pasen Kerkelijk gezien toch het belangrijkste feest is. De volgorde van Kerst en Pasen is dus onjuist. Dat roept enkele vragen op.
    1. Als eerste kan opgemerkt worden dat het jaar niet verandert na Pasen, maar na Kerstmis. Vanaf de 6e eeuw werd de geboorte van Christus als startpunt van het nieuwe jaar genomen, zoals het bij ons nog steeds is.
    2. Als Einhard of monniken dit geschreven hebben, zouden zij toch hebben geweten dat Pasen belangrijker is dan Kerstmis? Geboren worden is niet echt bijzonder, dat worden we allemaal, maar verrijzen (Pasen) is slechts aan een enkeling voorbehouden.
    3. Als de Koning in een bepaald jaar Kerstmis en Pasen in dezelfde plaats vierde, zoals in 761 toen koning Pepijn in Quierzy verbleef, bleef hij dan al die tijd in die plaats? Of bedoelde men iets anders met deze 'formulering'? Wordt zo een heel jaar samengevat?
    4. Werd juist de periode tussen Kerstmis en Pasen (de winter en lente) of tussen Pasen en Kerstmis (de zomer en herfst) bedoeld? Het lijkt onbelangrijk, maar is uiteraard van belang als het over bijvoorbeeld een veldtocht gaat. Veldtochten vonden doorgaans niet in de winter plaats.
    5. In 761 trok Pepijn met een troepenmacht tot Chalon-sur-Sa&@244;ne op tegen Waifar, hertog van Aquitanië. Van Quierzy tot Chalon-sur-Sa&@244;ne is toch een afstand van ruim 450 km. Heen en terug dus ruim 900 km. Toch een tocht van ruim 6 weken. Het vraagt in elk geval om nader onderzoek, zeker als het vieren de Christelijke feestdagen Kerstmis en Pasen niet overeenkomt met de rest van de tekst waarin slechts veldtochten genoemd worden.
    6. Als er in een jaar slechts één gebeurtenis wordt genoemd en de koning vierde Kerst en Pasen in dezelfde of verschillende plaatsen, ging hij dan tussendoor even op reis en keerde hij er daarna weer terug?
    7. Overigens komt de formulering van Kerst en Pasen vieren en het jaartal veranderde in.... pas voor het eerst voor in het jaar 759, nadat het zoontje van Koning Pepijn in zijn derde levensjaar overleed. Bracht die dood van zijn zoontje bij vader Pepijn een 'bekering' teweeg en werd voortaan Kerst en Pasen gevierd?
  • Wat in de teksten ook opvalt is dat de koning (ook later Karel de Grote) veel deed met de hulp van God, er enkele wonderen gebeuren, maar ondanks bloedige veldtochten toch steeds Kerstmis en Pasen gevierd werden.
  • Daarnaast vallen de vele lofuitingen in de teksten op, die in tegenspraak zijn met de talloze veldtochten en oorlogen. Het bekeren van bijvoorbeeld de Saksen ging met het zwaard. De Kerk zegende het zwaard ook dat tegen de 'heidenen' werd opgenomen. het motto van de Karolingen luidde blijkbaar 'de doop of de dood'. het scheelt slechts één lettertje, maar heeft een groot gevolg!




  • Vertalingen:
    Over meerdere vertalingen zijn vragen te stellen. Het 'Collectief Carolus' blijkt toch vrij traditioneel vertaald te hebben. Men volgt strak de traditionele opvattingen, hoewel enkele 'vertalingen' en zeker de annotaties (noten) toch ruimte bieden voor discussie.

    In 753 kwam Paus Stefanus naar het Frankische Rijk om hulp te vragen voor de rechten van Sint-Petrus (de Kerk van Rome), tegen de agressie van de Longobarden. De betreffende Latijnse tekst waar het hier over gaat luidt: "similiter et Carlomannus , monachus et germanus supradicti Pippini regis, per iussionem abbatism suis in Franciam venit, quasi ad conturbandam petitionem apostolicam". Dit wordt door 'Collectief Carolus' vertaald met: "Tegelijkertijd kwam Carloman, monnik en broer van koning Pepijn, in opdracht van zijn abt ook naar Francia met de bedoeling om het pauselijk verzoek te ondermijnen". 'Collectief Carolus' vertaalt hier 'conturbandam' met 'ondermijnen'. Ondermijnen? Dat gelooft toch geen enkele katholiek! De paus tegenwerken in opdracht van een abt om zijn verzoek om hulp te 'ondermijnen'? Welk belang zou die abt daarvoor hebben? Carloman verbleef vanaf 746 in het klooster van Sint-Benedictus in Monte-Cassino. Carloman was dus Benedictijn en daarmee zeer Rome-getrouw, net als St.Willibrord en Bonifatius die ook Benedictijnen en zeer Rome-getrouw waren. Zou het 'ondermijnen' niet beter vertaald kunnen worden met 'ondersteunen'? Immers uit de rest van het verhaal blijkt duidelijk dat Pepijn het verzoek om steun wel degelijk heeft gehonoreerd.

    In 754 werd Pepijn (als dank voor zijn steun) door diezelfde paus Stefanus tot konig der Franken gezalfd, zijn zonen Karel en Carloman (het neefje met dezelfde naam als zijn monnik-oom) tot mede-koningen. Zou de paus dit gedaan hebben als hij het jaar ervoor tegengewerkt was en zijn verzoek tot steun was ondermijnd en was afgewezen? In 755 kwam Pepijn op verzoek van de paus zelfs naar Italië en ging de strijd aan met Lombardije om de rechten van de Paus te herstellen en de heilige Stoel weer geïnstalleerd werd. In 756 werd het Exarchaat (grondgebied van de Byzantinse keizer in Italië) zelfs met hulp van de Franken veroverd en overgedragen aan de Paus, wat het begin van de Kerkelijke Staat in Italië betekende.

    Lees je nu wat Einhard hierover schrijft in zijn VKM dan staat er: Daar kwam zijn broer Carloman in opdracht van zijn abt, naar hem toe zodat de koning (Pepijn) de smeekbede (verzoekschrift) van de Paus (Romani pontificis) niet zou weerstaan. Het ondermijnen waarover gesproken wordt, wat uit de tekst van Einhard blijkt, had betrekking op de koning van de Longobarden die minachting bleek te hebben tegen alle verzoeken van de kerk en de abt, waartegen de abt geen weerstand kon bieden. Carloman werd blijkbaar door zijn abt ook naar zijn broer Koning Pepijn gestuurd, om ook een goed woordje voor en namens hem te doen en hem vooral te overtuigen het verzoek van de Paus te honoreren. Carloman zag wellicht in dat zijn broer misschien geen zin had om ver weg in Italië strijd te gaan voeren voor de belangen van de Paus en het klooster Monte-Cassino van Carloman. Je zou het ook kunnen vertalen met: "Tegelijkertijd kwam Carloman naar Francia, monnik en broer van de koning met een verontrustend verzoek van het apostolaat". Om zijn broer er dus van te overtuigen zich door het verzoek van de Paus niet te verontrusten en het niet af te wijzen.
    Wat is hier het meest logisch?
    Volgens Einhard verbleef Pepijn in Carisiacus (Quierzy) toen de Paus naar Francia kwam. Hiermee wordt tevens aangegeven dat Quierzy in Francia, in het Frankische Rijk lag, waar hij zowel in 760 als in 761 en 764 Kerstmis en Pasen vierde en 752 Pasen (volgens handschrift D1). Ook Karel de Grote vierde in 774 en 781 Kerstmis en Pasen in Quierzy en in 804 nog eens Kerstmis.

    De vertaling van het woord 'conturbandam' is volgens veel hedendaagse Latijnse woordenboeken dan wellicht 'ondermijnen', maar kan ook vertaald worden met 'ontsteltenis' of 'verontrusten'. Het is eenzelfde opvatting als de vertaling van 'Secunda Aqua', dat volgens diezelfde woordenboeken 'stroomafwaarts' zou betekenen, terwijl het letterlijk 'het tweede water' betekent. Albert Delahaye vertaalde het met 'ten tweede over water' ofwel 'ook over water'. Karel de Grote reisde in de betrefende tekst van Aquis naar Noviomagus (volgens de traditionele opvattingen Aken en Nijmegen) dus 'stroomafwaarts'. Maar vanaf Aken kun je niet over water naar Nijmegen reizen. Zie elke atlas. Het kan dus beter en logischer vertaald kan worden met 'ook over water'. Het doet er daarbij niet toe of het over over Aken en Nijmegen gaat of over Aquis en Noyon in Frankrijk. Ook daar kan niet de hele reis over water gemaakt worden, wat overigens bij geen enkele reis altijd mogelijk was. Er werd over land gereisd of waar dat mogelijk was ook over water, zeker stroomafwaarts zoals over de Rijn, de Maas of de Schelde.

  • In het jaar 764 in ARF (p.76-77) is de Latijnse tekst: "Tunc rex pipinas habuit placitum suum ad Wormatiam et nullum iter aliud fecit nisi in Francia resedit, causam pertractabat inter Waifarium et Tassilonem".
    Het wordt vertaald met: "Toen hield koning Pepijn zijn rijksdag in Worms en ondernam geen enkele verdere veldtocht. Hij hield zich bezig met de kwestie van Waifar en Tassilo".
    Beter zou zijn het te vertalen als: "Toen koning Pepijn een Rijksdag in Worms hield en verder niets deed in Francia, hield hij zich bezig met de affaire tussen Waifar en Tassilo".

    Wat blijkt? Waarom wordt Francia hier niet vertaald maar weggelaten? Is dat bewust gedaan? Immers het is niet te verklaren dat Worms in Frankrijk zou liggen. En vooral omdat vervolgens wordt vermeld dat hij Kerstmis in Quierzy vierde en Pasen eveneeens. De koning verbleef dus duidelijk in Frankrijk. Wordt Wormatiam hier wel juist vertaald met Worms? Zie daarvoor
    de eerdere tekst uit het jaar 764. In de de Annales van St. Bertijns wordt verschillende malen de juiste naam voor Worms genoemd, namelijk Vurmatia.
    Waifar was hertog van Aquitanië en Tassilo was hertog van Beieren. De vraag is dan wat de hertog van Aquitanië met die van Beieren te maken heeft? Of was het genoemde Baioriorum niet Beieren, maar Bavay?
    De auteur van de ARF (Einhard?) gebruikt expliciet 'Francia'. En is 'Francia' het huidige Frankrijk? Waarom wordt Frankrijk dan steeds omschreven als 'Gallia'? Hier klopt duidelijk iets niet dat toch wel toegelicht had mogen worden!

  • Bekijk je de jaren 763 tot 768 dan worden de volgende plaatsen genoemd: Nevers, Cahors, Limoges, Longlier, Worms, Quierzy, Attigny, Aken (Aquis), Orleans, Argenton, Sammoussy, Gentily, Narbonne, Toulouse, Albi, Gévaudan, Vienne, Ally, Turenne, Peyreuse en Bourges. Het zijn op Worms en Aken na allemaal plaatsen in Frankrijk. Ging de koning in 764 even op en neer naar Worms en in 765 even op en neer naar Aken? Het vraagt om een nadere toelichting, die helaas niet wordt gegeven.

  • Op p.102/103 (jaartal 782) wordt 'rebellium' erg suggestief vertaald met 'misdadigers', terwijl 'opstandelingen' een juistere vertaling is. Dat deze opstandelingen uitgeleverd werden door de eigen bevolking, staat ook niet in de tekst. Wel dat ze zich 'overgegeven' hebben. Deze 4500 gevangen genomen Saksen zijn dezelfde dag vermoord. Het getal 4500 wordt in deze tekst onjuist weergegeven als IIIID, terwijl het D (quattuor milia, 4x I met caron) zou moeten zijn.
    Opvallend is dat Einhard, als hij al de auteur van deze tekst was, deze moord op die 4500 Saksen in de Vita Karoli Magni niet vermeldt. Waarom daar niet en hier wel? Wel schrijft Einhard in de Vita Karoli Magni dat 10.000 Saksen met vrouwen en kinderen uit hun thuisland weggevoerd werden en in verscheidene groepen over Gallië en Germanië verspreid werden.

    Uit de studies over de Saksen blijkt dat zij allereerst verspreid werden over Gallia en Germania. Let wel: het Germania van Tacitus (zie daar) dat niet Duitsland was. Toen dat geen oplossing gaf vanwege de toenemende opstanden, werden de Saksen verbannen buiten het Frankische Rijk en kwamen zij in Duitsland terecht. Met die verbanning trok ook de prediker St.Ludger (zie daar) mee en stichtte hij een klooster te Werden, het nieuwe Werethina.




      Veroveringen door Karel de Grote?
      Vergelijk je bovenstaande kaart met de kaart van het Merovingische rijk (ten tijden van Clovis en Clotarius), dan heeft Karel de Grote er nauwelijks iets aan toegevoegd. Alleen Saksen en een deel van Beieren en Italië zouden erbij gekomen zijn. Maar Saksen en Beieren staan ter discussie. Saksen lag aan de kust van het Kanaal, waar aan de overkant in Engeland Wessex, Sussex en Essex liggen, die respectievelijk wijzen op het Engelse West-, Zuid- en Oost-Saksenland.
      Bagiorences ook als Bajowari, Bajowaria of Bajoraria geschreven, maar ook bekend onder de namen Baguarii / Bagacum/ Baca Conervio is steeds dezelfde plaats namelijk Bavay. Jacoba van Beieren had een onjuiste achternaam 'van Beieren'. Zij kwam niet uit het Duitse Beieren, maar uit de streek van Bavay. Zij was geboren in Le Quesnoy, dat op 14 km zuid-west van Bavay ligt.

      Hieruit (en uit andere zaken) blijkt dat het 'Collectief Carolus" klakkeloos de traditionele opvattingen heeft gevolgd. Blijkbaar heeft het collectief geen weet gehad van de boeken van Albert Delahaye. Nu wordt op p.47 wel vermeldt dat gebruikgemaakt is van de bestaande gezaghebbende literatuur, maar dat blijkt niet meteen uit de literatuuropgave. Daar wordt bijvoorbeeld het boek van Rudolph (met schrijffout) Wahl uit 1934 genoemd en het boekje van P.J.Rietbergen. Ook het boek van Jan J.B.Kuipers hoort blijkbaar onder gezaghebbende literatuur. Maar hebben zij die boeken wel kritisch gelezen? Rietbergen en Kuipers schrijven toch kritischer over Karel de Grote, met name over de schaduwzijden, dan in deze uitgave van de ARF naar voren komt.


      Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

      Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.