| Boeken bestellen. | Inleiding deel 4. |
|
Naast de oudste geschreven bronnen bevestigen de archeologie en de geografie het gelijk van Albert Delahaye net zo onmiskenbaar! Als er gesproken wordt over wijnbouw in Chinheim (Kinnahim, Kinheim) in Batua, kan men deze tekst niet toepassen op Kennemerland in Nederland. Kennemerland ligt verre van 'in de Betuwe'. Het gaat hier ook over Hinges op 4 km. n-w. van Béthune. Zie ook bij Archeologie |
Vraagstukken in de historische geografie van Nederland.De verwarring in de geografische vraagstukken heeft Albert Delahaye aangezet een nauwkeurig onderzoek te verrichten. Naarmate het onderzoek vorderde en er een geheel ander beeld ontstond van die geografische historie, werd de weerstand van "gevestigde" historici allengs groter. Begrijpelijk, want Albert Delahaye ontdekte wat zíj hadden moeten ontdekken, zeker daar het hun vakgebied betrof. Zie de voetnoot: Weerstand. Hun weerstand, die voortkwam uit een verre van wetenschappelijke opstelling, monde uit in meewarigheid, tegenwerking, aantijgingen, verwensingen en zelfs hoon, laster en bedrog! Hoe komt Nederland eigenlijk aan haar geschiedenis?De Nederlandse geschiedenis uit het eerste millennium is in het tweede millennium samengesteld aan de hand van buitenlandse bronnen.Nederland heeft tot de 10e eeuw geen enkele eigen of eigentijdse schriftelijke bron. De eerste Nederlandse schrijvers (Melis Stoke, Alpertus Mettensis, De Clerc Uten Lage Landen), leefden in de tijd van de opkomst van het graafschap Holland en het bisdom Utrecht. Zij schreven nergens over de historische tradities die zich tussen de 3e en de 10e eeuw in Nederland voorgedaan zouden hebben. Deze tradities bestonden in hun tijd ook nog niet, maar ontstonden aantoonbaar pas vanaf de 12e eeuw. Op grond van buitenlandse bronnen heeft men de Nederlandse geschiedenis tussen de 3e een 10e eeuw bedacht. Men heeft met die buitenlandse bronnen op grond van enkele fundamentele fouten, zoals het misverstaan van de Renus, die buitenlandse geschiedenis op Nederland geplakt. Dat die geschiedenis nooit geklopt heeft bewijzen de vele vragen die er altijd over hebben bestaan. Albert Delahaye heeft geen nieuwe problemen ontdekt. Hij heeft slechts gezocht naar antwoorden op de vele vragen die over de traditionele geschiedenis bestonden. Die antwoorden heeft hij gevonden en die antwoorden veroorzaakten de nodige historische onrust. |
De eerste bewoning van deze overstroomde gebieden kwam in de 10e eeuw weer langzaam op gang. In Utrecht, Elst, Nijmegen en op andere plaatsen, bouwden de eerste nieuwe bewoners met en op de Romeinse resten hun nieuwe steden. Historische feiten die zich in deze verdronken eeuwen hier afgespeeld zouden hebben, zijn slechts door het verkeerd begrijpen van teksten hier geplaatst. Dat was mogelijk omdat er in Nederland geen geschiedenis bestond, die deze verplaatsingen in de weg stond. Dit gegeven is tevens een bewijs voor de langdurige afwezigheid van bewoning, veroorzaakt door de overstromingen: de transgressies. Zo kwam Karel de Grote in Nijmegen terecht, St.Willibrord in Utrecht, St.Bonifatius in Dokkum en werd Wijk bij Duurstede het Dorestadum dat door de Noormannen werd geplunderd. Opvallend is tevens dat naast deze gebeurtenissen, andere geschiedenis in deze periode in Nederland totaal ontbreekt.
Toen Albert Delahaye in 1954 zijn eerste twijfel liet horen over de residentie van Karel de Grote te Nijmegen, werd een akte uit het jaar 777 hem als eerste voor de voeten geworpen als "afdoend bewijs" voor zijn ongelijk. In die akte is sprake van een schenking van Karel de Grote aan de kerk van Trajectum. De plaats Niumaga, die bij de dagtekening aan het slot van de akte staat, moest "zonder de minste twijfel" als Nijmegen worden opgevat. Dat omdat de akte handelt over een schenking aan de kerk van Utrecht, en de korte afstand tussen het object van de schenking en de plaats van de akte, de interpretatie van Nijmegen dwingend maakt.
Het is onvoorstelbaar, dat dit argument van een hoogleraar in geschiedenis kwam! Het uitgangspunt was al fout, omdat het eerste bewezen moet worden dat het hier over Utrecht gaat. Bovendien is het een onvergeeflijk vergrijp tegen de historische methodiek, daar men deze conclusie niet mag trekken. Zou zij opgaan, dan zouden ook alle plaatsen in de oorkonden van de Paus genoemd, in de omgeving van Rome moeten liggen. Zelfs als het inderdaad een schenking aan Utrecht was geweest, dan doet het niet ter zake op welke afstand die akte uitgegeven is. Dan is Niumaga niet automatisch Nijmegen, maar moet met andere bronnen aangetoond worden dat dit Niumaga inderdaad Nijmegen was. En dat laatste is dus NOOIT gebeurd, dus is Niumaga niet zomaar Nijmegen.
Dit voorbeeld geeft wel aan hoe historische Nederland altijd ten onrechte geredeneerd heeft en hoe men tot de verschillende misvattingen kon komen.
Dit voorbeeld toont ook aan dat de verschillende Nederlandse mystificaties (in dit voorbeeld Nijmegen en Utrecht) zo in elkander verweven zijn, dat zij elkaar nodig hadden om te blijven staan. Wordt er één omver gehaald, dan stort het lemen huis van de gangbare geschiedenis van Nederland tot de 12e eeuw vanzelf in elkaar. Bovendien blijkt dat velen meenden dat alles sloot als een bus. Wat zij als een voor de hand liggend deksel op de twijfel beschouwden, bleek bij nader toezien helemaal niet te passen, omdat het deksel bij een kritisch onderzoek ook vals bleek te zijn.
Men doet er goed aan, zijn verbazing, verontwaardiging of andere emoties te beheersen en de uiteenzetting nuchter te volgen. Sentimenten zijn een slechte gids in historische zaken. Laat je niet misleiden door de in hun eer aangetaste Nederlandse historici, classici en archeologen, die kritiekloos en zonder eigen onderzoek, de amateurs uit de middeleeuwen hebben nageschreven en het nog durven voorstellen, alsof de kluwen van mythen, daaruit voortgekomen, onaantastbare wetenschap is. Bij hun betogen worden bedrog, tekstvervalsingen en grove leugens niet geschuwd. In deze tijd hebben professoren geen enkel gezag meer alleen uit kracht van hun titel, maar moeten zij als alle gewone stervelingen bewijzen wat zij beweren.