Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De verdrag van Verdun in 843.

Bij de verdeling van het Karolingische rijk onder de 3 zonen van Lodewijk de Vrome in 843 zijn de meest fundamentele fouten in de historische geografie gemaakt.

Het begint feitelijk al ten tijde van Karel Martel en Pepijn III bij de vaststelling van de gebieden Neustrië en Austrasië.

Het Frankische Rijk dat zij achterlieten aan Karel de Grote is onjuist vastgesteld. Wat Karel de Grote er nadien aan toevoegde is op een aantal onjuiste interpretaties gebaseerd.

Het verdrag van Verdun in 843 moet in samenhang gezien worden met de verdragen van Worms (zie noot 1) uit 839, Meerssen (zie noot 2) in 870 en Ribemont in 880. Het ging in alle verdragen om hetzelfde: de verdeling van het Karolingische Rijk onder de erfgenamen. En dat rijk omvatte slechts Francia! Daar hoorde Duitsland en Nederland beslist niet bij. Duitsland en Nederland zijn 'erbij' gekomen door de onjuiste locatie van de Saksen in Noord-Duitsland en het vermeende paleis van Karel de Grote Noviomagus dat niet in Nijmegen maar in Noyon stond.

(Noot 1) De stad der Vangiones wordt algemeen, doch ten onrechte, als Worms opgevat. Het was echter Wangen in de buurt van Straatsburg. Zie Tacitus, Nota 28-12 (blz. 54). Overigens bevatten de Annales van St. Bertijns verschillende malen de juiste naam Vurmatia voor Worms, een bewijs te meer dat Vangiones een andere plaats was. Dat mag blijken uit de volgende tekst uit 829 (annales Eginhardi): De Noormannen vallen Saxonia aan. Toen keizer Lodewijk naar een rijksvergadering te Worms wilde gaan, hoorde hij dat de Noormannen van plan waren Saxonia over de Albis (de Franse Aa, niet de Elbe) binnen te vallen; hun legers naderden reeds de grens van het rijk. Lodewijk gebood alle streken van Francia met spoed troepen naar Saxonia te zenden. Tevens maakte hij bekend, dat hijzelf tegen het midden van juli bij Novesium (Nouvion) de Renus (Schelde) zou oversteken. Opmerking: de combinatie van Worms, Rijn en Neuss was natuurlijk weer fataal voor de juiste interpretatie, temeer omdat eenieder dacht dat de Saksen in het hoge noorden van Duitsland door de Noormannen werden bedreigd. Het raadsel waarom de keizer dan, komend van Worms, bij Neuss de Rijn zou moeten oversteken, liet men maar onbeantwoord. Hij was echter in Wangen en besloot om over de Schelde naar het strijdtoneel in het noorden van Frankrijk te komen, waar de Saksen aan de kust van Het Kanaal woonden. In Duitsland past deze tekst niet. Als Lodewijk in Worms verbleef, met welk riep hij dan alle streken van Francia op troepen naar Saxonia te zenden? Had Lodewijk dan zeggenschap in Francia, wat toch niet Duitsland kan zijn geweest?

(Noot 2) In de Latijnse teksten wordt nergens Meerssen genoemd: dat is een interpretatie. Enkele historici denken hierbij ook aan Eijsden, wat evenmin bewezen is met feiten. Zie de voetnoot.
De visie van Albert Delahaye.
Karel de Kale kwam naar de bijeenkomst van zijn broers, en voegde zich te Verdun bij hen. Hier werden de porties opnieuw vastgesteld. Lodewijk (foutief de Duitser genoemd) kreeg alles aan de overkant van de Rijn (10-1), aan deze zijde van de Rijn echter Nemetum (10-2), Vangium (10-3) en Mogontia (10-4). Lotharius kreeg het gebied tussen de Renus (Rijn) en de Scaldis (Schelde) tot waar die in de zee valt (10-5), en zo terug over Cameracensis (10-6), Hainaum (10-7), Lomensis (10-8), Castricium (10-9) en de graafschappen aan deze zijde van de Mosa (Maas) (10-10) tot waar de Arar (Saône) in de Rhodanus (Rhône) stroomt, en langs de loop van de Rhône tot aan de zee, en ook met de graafschappen, die daar aan beide kanten bij behoren (10-11). Buiten deze grenzen kreeg hij bovendien uit welwillendheid van zijn broer Karel (10-12) alleen de Atrebates (10-13). De rest tot aan Spanje stonden zij aan Karel de Kale af. Na een eed te hebben afgelegd, gingen zij uit elkaar.
Bron: Annales de St. Bertin, ed. Grat, blz. 44.

Over de genoemde plaatsen en streken is menig discussie gevoerd. Albert Delahaye licht zijn visie toe met de volgende nota's:
  1. Nota 10-1. Derhalve alles wat hij al bezat, daar Lotharius nooit aanspraak had gemaakt op gebieden in Duitsland, wel in de Elzas en Lotharingen. Men kan deze verdeling natuurlijk niet los zien van de vorige, waarin meer streken met name zijn genoemd.
  2. Nota 10-2. Nemetum is niet Spiers doch de streek van Nambsheim bij Straatsburg.
  3. Nota 10-3. Vangium is niet Worms doch Wangen en omgeving in de buurt van Straatsburg.
  4. Nota 10-4. Hoewel Albert Delahaye aanvankelijk nog Mainz als mogelijkheid accepteerde, is die opvattingen gezien verder onderzoek herroepen. Mogontia (ook Mogontiaco of Mogontiacum) kan hier niet als Mainz worden opgevat, daar Mainz dan wel aan deze zijde van de Rijn ligt, maar aan de Rijn. Het 'aan deze zijde' moet gezien worden vanuit de abdij van St.Berijns te St.Omaars in Frans-Vlaanderen. Het is derhalve Mainvillers bij Metz, etymologisch ook beter te accepteren. (mogo=steile heuvel; iacum=plaats/ville. main=staande houden -denk aan maintenir). De plaats hield zich staande in allerlei roerige tijden in Elzas-Lotharingen en op de taalgrens. Le Chemin du Haut Château wijst ook op het hoogteverschil en de roerige tijd. In het geval van Mogontiaco (Mainz) neemt Delahaye aan dat de stad haar ontstaan voornamelijk heeft te danken aan de verplaatsing van de aartsbisschoppelijke zetel ten tijde van Bonifatius, waarbij het niet vreemd is dat de naam werd meegenomen. Maar Bonifatius is daar nooit geweest (zie daar).
    Voor Mogontiacum wordt verwezen naar de Peutingerkaart (PK) waar het tussen Bingiu en Bonconica ligt. Maar beide afstanden komen niet overeen met de werkelijkheid. Mainz - Bingen is 12 mijl op de PK is 18 km. In werkelijkheid is het 31 km. Mainz - Nierstein/Oppenheim is 9 mijl op de PK is 13,5 km. In werkelijkheid is het 19 km. Beide afstanden op de PK zijn dus tekort. Ook de weg tussen Mainz en Trier op de PK is met 52 mijl is 78 km onjuist. De werkelijke afstand via Dumno (Kirchberg), Belginum (Hinzerath) en Noviomagi (Neumagen) is 144 km. Een afwijking van 54% is onaanvaardbaar. Zie verder bij de Peutingerkaart. De optie van Delahaye (zie De Peutingerkaart, p.66) is met 94 km acceptabeler, maar ook onjuist. Als Mogontiaco niet Mainz is, is Augusta Trevirorum dan wel Trier? De Treveri blijken op de PK tussen Rigomagus (Remagen) en Icorigium (Jünkerath) te wonen. Dat is toch zo'n 100 km vanaf Trier. Zouden de Treveri hun hoofdstad ook buiten hun rijk hebben gebouwd, zoals ook de Bataven (zie daar) deden? Ook hier geeft de PK een onjuiste voorstelling van zaken en blijkt dus geheel onbetrouwbaar te zijn.
  5. Nota 10-5. Tussen de Rijn en de Schelde duidt in feite de grens aan tussen het rijk van Lotharius en dat van Karel de Kale. Ook later blijft de Schelde nog lang de grens tussen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk. De hierna volgende plaatsen preciseren de zuidgrens van het rijk van Lotharius. Let hierbij ook op het verloop van de taalgrens (zie daar).
  6. Nota 10-6. Cameracensis is het land van Kamerijk, dat nog eeuwen daarna Duits is gebleven.
  7. Nota 10-7. Hainaum is Henegouwen.
  8. Nota 10-8. Lomensis duidt de streek Le Lommois aan tussen de Sambre en de Maas.
  9. Nota 10-9. Castricium is het land van Mézières op de huidige Frans-Belgische grens.
  10. Nota 10-10. “Aan deze zijde van de Maas” is natuurlijk gezien vanuit St. Bertijns te St.-Omaars.
  11. Nota 10-11. De zin is niet duidelijk en voor verschillende vertalingen vatbaar. Hij zou kunnen betekenen, dat de broers alle graafschappen kregen die vanouds tot hun gebieden werden gerekend. Waarschijnlijker is echter de opvatting, dat de passage betrekking heeft op de strook vanaf de Maas tot aan de mond van de Rhône, wat in feite een flinke afknabbeling was van de vroegere portie van Karel de Kale. Maar deze had in het zuiden en zuidwesten zoveel erbij gekregen, dat hij de streken ten oosten van Lyon best aan Lotharius kon laten. Dit is te meer aan te nemen, omdat even verder wordt gesproken over “de rest tot aan Spanje”. Diens rijk strekte zich dus uit van de Schelde tot de Pyreneeën.
  12. Nota 10-12. Over het deel van Karel de Kale wordt nauwelijks gesproken. Later blijkt ook Frisia onder de gebieden te zijn, al wordt het hier niet met name genoemd, die Lotharius van het rijk van Karel de Kale afknabbelde.
  13. Nota 10-13. Atrebates kan de stad Atrecht of het land van Artois aanduiden. Sommige Franse historici menen dat er alleen de abdij van St. Vaast te Atrecht mee is bedoeld. Dit is erg onwaarschijnlijk, daar Lotharius zich niet druk zal hebben gemaakt om een klooster meer of minder, maar het hem in eerste instantie erom ging zoveel mogelijk grondgebied en een aaneengesloten territorium eruit te slepen. Dat hij het land van Artois begeerde om zijn bezit van Kamerijk te versterken en zodoende toch nog ver in Francia door te dringen, is een simpel maar wel beter aanvaardbaar motief.

De bekende maar geheel onjuiste kaart over de verdeling van Verdun.



Wat weten we nu feitelijk echt?
Bij de verdeling van Verdun moeten we ook uitgaan wat er letterlijk in de Bronnen staat en niet van wat de historici er nadien van gemaakt hebben. Het is vergelijkbaar met het onjuist plaatsen van de Karolingische residentie Noviomagus te Nijmegen en de Bisschop van Nijmegen die er beiden nooit bestaan hebben.
Schrapt men deze zaken uit de Karolingische periode, dan vervalt ook het gebied van de Nederlanden en Noord-Duitsland bij de verdeling van Verdun, wat immers gebaseerd is geweest op de aanwezigheid van die residentie in Nijmegen.

Het komt er op neer dat het verdrag van Verdun over de verdeling van Francia ging. Karel kreeg het westen waaronder Neustrië, Lotharius kreeg Lotharingen en verder naar het zuiden en Lodewijk kreeg oost-Francië waaronder Austrasië. Ook hier heeft de Renus de historici verblind in hun overtuiging dat het de Rijn was. Uit individuele teksten blijkt duidelijk dat het niet over de Rijn kan gaan. Zie het voorbeeld onder (noot 1).

In de Annales de Saint-Bertin1) (ed.Gratz.p.44 e.v.) worden de gebieden en plaatsen genoemd die deel uitmaken van het verdrag of de verdeling van Verdun. Daarbij zijn enkele genoemde plaatsen aan discussie onderhevig. Zie hierboven.
De letterlijk tekst (in het Latijn) in de Annalen luidt:



1) De Annales Bertiniani zijn Frankische annalen over de periode 830 tot 882 uit het klooster van Sint-Bertinus in het Franse St.-Omer. Ze zijn samengesteld door meerdere schrijvers. Deze annalen vormen een voortzetting van de Annales Regni Francorum voor het Westfrankische rijk. Ze kunnen worden onderverdeeld in drie delen. Het eerste deel omvat de periode 741 tot 835. Het betreft hier voor het grootste deel een kopie van de Annales Regni Francorum, vanaf 830 aangevuld met actuele gebeurtenissen.
Het tweede deel bestrijkt de periode 835 tot 861. Dit deel werd geschreven door Prudentius van Troyes. Het derde deel, 861 tot 882, is van de hand van Hincmar van Reims.
Net als de andere annalen uit deze tijd vormen ze een belangrijke historische bron, die echter niet objectief is, aangezien ze werden geschreven vanuit het standpunt van de heersende vorsten c.q. de samenstellers.


Link van deze pagina's op Monumenta Germania Historiae: http://daten.digitale-sammlungen.de/bsb00000758/image_39

Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.