De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.

Het verdrag van Verdun in 843.

Het rijk van Karel de Grote ging na zijn dood in zijn geheel over op zijn zoon en erfgenaam Lodewijk de Vrome. Na diens regeerperiode van 814 tot 840 zorgde de opvolging door zijn drie zonen voor meer problemen. Het oostelijke deel ging als Oost-Francië naar Lodewijk de Duitser, het middelste deel als Midden-Francië naar Lotharius I en het westelijke deel als West-Francië naar Karel de Kale.
Lotharius I overleed al in 855 en verdeelde zijn Midden-Francië weer over zijn drie zoons: Lodewijk II, Lotharius II en Karel. In 869 was, na het kinderloze overlijden van zijn twee jongere broers, alleen Lodewijk II nog over. Lodewijk, koning van Italië, had de gebieden van Karel al in handen gekregen maar had ook recht op het grondgebied van Lotharius - delen van Frisia, de Provence, Lotharingen, de Ardèche en Bourgondië.
Zijn ooms Karel de Kale en Lodewijk de Duitser waren hem echter voor en vielen Midden-Francië binnen in 869. Lodewijk behield Noord-Italië, maar de rest van Midden-Francië ging volgens het Verdrag van Meerssen, een plaats in de buurt van Maastricht, naar de machtigere oostelijke en westelijke delen van het rijk. Dit zijn de traditionele opvattingen over de verdelingen van het rijk van Karel de Grote.

Bij het vaststellen van de grootte van het Karolingische rijk van Karel de Grote en de verdelingen van het rijk daarna onder de 3 zonen van Lodewijk de Vrome in 843 zijn de meest fundamentele fouten in de historische geografie gemaakt.

Het begint feitelijk al ten tijde van Karel Martel en Pepijn III bij de vaststelling van de gebieden Neustrië en Austrasië en de Germaanse gebieden. Zie Kaartje hieronder. Klik op het kaartje voor een vergroting


Het Frankische Rijk dat zij achterlieten aan Karel de Grote is onjuist vastgesteld. Wat Karel de Grote er nadien aan toevoegde is op een aantal onjuiste interpretaties gebaseerd. Bij de beschrijving van het rijk van Karel de grote, noemt Einhard de hoofdstden van dat rijk. Dat kaartje (zie hiernaast: klik op de kaart voor een vergroting) is geheel anders dan traditoneel wordt gehanteerd. Zo wordt Nijmegen, maar ook Aken niet als hoofdsteden genoemd.

Ribemont.
Het verdrag van Verdun in 843 moet in samenhang gezien worden met de verdragen van Worms (zie noot 1) uit 839, Meerssen (zie noot 2) in 870 en Ribemont in 880. Het ging in alle verdragen om hetzelfde: de verdeling van het Karolingische Rijk onder de erfgenamen. En dat rijk omvatte slechts Francia! Daar hoorde Duitsland en Nederland beslist niet bij. Duitsland en Nederland zijn 'erbij' gekomen door de onjuiste locatie van de Saksen in Noord-Duitsland en het vermeende Paleis van Karel de Grote Noviomagus dat niet in Nijmegen maar in Noyon stond.

In de eerste decennia na Verdun bleken de grenzen nog onstabiel, maar in 880 (verdrag van Ribemont) werd, zo luidt het, de Schelde als de oostelijke grens van West-Francia definitief vastgelegd. Gent lag daardoor op de grens, gedurende korte tijd tussen Frankrijk en Lotharingen en daarna tussen Frankrijk en Duitsland (?). In de oorspronkelijk tekst staat nergens Duitsland (een naam die pas rond 1870 bestaat), maar staat "imperii orientalium" het 'Oostelijke Rijk', wat hetzelfde rijk is dat ook "Francorum orientalium" ofwel 'Oost-Francia' werd genoemd.

(Noot 1) De stad der Vangiones wordt algemeen, doch ten onrechte, als Worms opgevat. Het was echter Wangen in de buurt van Straatsburg. Zie Tacitus, Nota 28-12 (blz. 54). Overigens bevatten de Annales van St. Bertijns verschillende malen de juiste naam Vurmatia voor Worms, een bewijs te meer dat Vangiones een andere plaats was. Dat mag blijken uit de volgende tekst uit 829 (annales Eginhardi): De Noormannen vallen Saxonia aan. Toen keizer Lodewijk naar een rijksvergadering te Worms wilde gaan, hoorde hij dat de Noormannen van plan waren Saxonia over de Albis (de Franse Aa, niet de Elbe) binnen te vallen; hun legers naderden reeds de grens van het rijk. Lodewijk gebood alle streken van Francia met spoed troepen naar Saxonia te zenden. Tevens maakte hij bekend, dat hijzelf tegen het midden van juli bij Novesium (Nouvion) de Renus (Schelde) zou oversteken. opmerking: de combinatie van Worms, Rijn en Neuss was natuurlijk weer fataal voor de juiste interpretatie, temeer omdat eenieder dacht dat de Saksen in het hoge noorden van Duitsland door de Noormannen werden bedreigd. Het raadsel waarom de keizer dan, komend van Worms, bij Neuss de Rijn zou moeten oversteken, liet men maar onbeantwoord. Hij was echter in Wangen en besloot om over de Schelde naar het strijdtoneel in het noorden van Frankrijk te komen, waar de Saksen aan de kust van Het Kanaal woonden. In Duitsland past deze tekst niet. Als Lodewijk in Worms verbleef, met welk riep hij dan alle streken van Francia op troepen naar Saxonia te zenden? Had Lodewijk dan zeggenschap in Francia, wat toch niet Duitsland kan zijn geweest?

Meerssen.
(Noot 2) In de Latijnse teksten wordt nergens Meerssen genoemd: dat is een interpretatie. In de klassieke tekst staat Marsna. Was het wel Meerssen in Nederland of wellicht Meersen in België? Enkele historici denken hierbij ook aan Eijsden, wat evenmin bewezen is met feiten. Zie
Marsna.



Marsna was niet Meerssen.

Uit recente opgravingen blijkt dat er niets Karolingisch gevonden is in Meerssen, wel laat-middeleeuws.


Mainvillers.


Toen het rijk in drie delen beschreven was, kwamen de broeders in Verdun, een stad in Gallia, samen, waar zij een verdrag sloten. Na onderlinge eden keerde ieder van hen naar het deel in het rijk terug dat hij ontvangen had. Karel ontving de westelijke rijken vanaf de Britse Oceaan tot aan de rivier de Mosa (Maas), in welk deel toen en nu de naam Francia bleef. Lodewijk ontving de oostelijke rijken namelijk geheel Germania tot aan de Renus, en aan de overzijde van de Renus enige steden met hun bijbehorende gouwen, wegens de overvloed aan wijn aldaar. Lotharius, die de oudste was en keizer werd genoemd, kreeg alle rijken in Italië met Rome, en de Provence, tevens de helft van Francia tussen de Schelde en de Rhenus, dat van naam veranderde en door hem Lotharingia werd genoemd.
Bron: Sigiberti Gemblacensis chronica, MGS, VI, p. 339.
Leest men de betreffende teksten zorgvuldig, dan blijven enkele vragen bestaan. Wat is de helft van Francia, dus een deel van Karel, tussen Schelde en Renus dat Lotharingen werd? Maar Lotharingen rijkt niet aan de Schelde en ook niet aan de Rijn. Wat waren 'alle rijken' in Italië? Deze beschrijving voldoet dan wel (bij niet te nauwkeurige beschouwing) aan de traditionele kaartjes die bestaan van het Verdrag van Verdun.

In veel van de steeds aangehaalde teksten in historische boeken wordt door de auteurs altijd geredeneerd vanuit de traditionele uitleg van de verdeling(en) van het Karolingische Rijk. De vraag is of die uitleg wel in overeenstemming is met de werkelijkheid. In de Annales Bertiniani Auctore Prudentio (deze tekst komt dus uit Frankrijk en wel van het klooster van St.Bertin in St.Omaars) lezen we welke gebieden Lotharius kreeg bij de verdeling van het Karolingische Rijk in 837:
  • " per cursum Mosa usque in mare ducatem Ribuariorum
  • " regnum Saxoniae cum marchis suis
  • " ducatum Fresia usque Mosam
  • " comitatum Hamarlant
  • " comitatum Batavorum
  • " comitatum Testrabenticum
  • " dorestado
  • In de traditionele uitleg liggen deze gebieden los van elkaar over half Nederland en Duitsland verspreid. Saxonia ligt in oostelijk Nederland en West-Duitsland, Fresia in het noorden van Nederland (Friesland en Noord-Holland?) Ribuariorum wordt in de traditie ter hoogte van Keulen westelijk van de Rijn gesitueerd en Hamarland in Gelderland. Batavorum in de Betuwe en Testrabaenticum zou in het noord van Noord-Brabant gelegen hebben. Dorestado zou Wijk bij Duurstede zijn, terwijl het gaat om gebieden rondom St.Omaars en ten westen van de Schelde.
    Uit de volgende tekst in de Annales Bertiniani waarin sprake is van het land van de Belga ‘het land van de Belgen’ blijkt echter dat deze gebieden aan elkaar grensden: Hij gaf aan zijn zoon Karel het grootste deel van Belgarum, te weten geheel Frisia vanaf de zee via de grenzen van Saxonia tot aan de grenzen van Ribuarium, en binnen de grenzen van Ribuarium de graafschappen Moilla, Ettra, Hammolant en Mosagoa….
    Traditioneel werd gesteld dat 'de Schelde in onze streken' in 880 (het verdrag van Ribemont) als oostelijke grens van West-Francia definitief werd vastgelegd.


    Een nadere beschrijving geeft Nithardus, hoewel we daaruit ook niet veel wijzer worden. Toen zij (de zonen van Lodewijk de Vrome) vier dagen en méér over de verdeling van het rijk beraadslaagd hadden, kwamen zij overeen dat zij aan Lotharius, als derde deel van het rijk, moesten aanbieden: alles wat zich aan de overkant van de (Franse) Alpen tussen de Renus en de Maas bevond, vanaf de oorsprong van de Saône tot aan haar samenstroming met de Rhône en vandaar langs de Rhône tot in de Thyreneïsche Zee (Middellandse Zee). Lodewijk begaf zich derhalve naar Saxonia en Karel (de Kale) naar Aquitania om er de orde te herstellen.
    Bron: Nithardus, Historia filiorum Ludovici Pii, uitg. Lauer, p. 127, 131.

    Lotharius kreeg het derde deel van het rijk dat dus Lotharingen (Lorraine) was. Dat was (globaal) het gebied in Oost-Frankrijk tussen Maas en Rijn, rond Metz, Nancy, Epinal, Bar-le-Duc en Verdun. Het was kleiner dan het tegenwoordige Lorraine. Dit gebied was dus al het derde deel van het rijk. Hoe groot waren dan de andere (twee-derde) delen?
    Bij Sigibert hebben we gelezen dat Karel het gebied kreeg vanaf Het Kanaal tot aan de Maas dat Francia bleef heten en Lodewijk kreeg heel Germania tot aan de Rhenus. Was dit Germania dat Duitsland zou zijn of was het Germania van Tacitus? Zie de Germaanse gebieden op het kaartje in de linker kolom. Lodewijk begaf zich na de verdeling naar Saxonia, maar dat lag aan de kust van het Kanaal (Liitus Saxonia), Karel ging naar Aquitania, maar plaatsen in Aquitania worden nergens genoemd.

    De beschrijvingen van deze verdeling geven geen goed overzicht. Daarom zijn we aangewezen op de plaatsen die genoemd worden.
    Om een juiste situatie die vooraf gaat aan het verdrag van Verdun uit 843 geven we een tekst van Keizer Lodewijk de Vrome uit 839.


    "Keizer (Lodewijk) schreef een rijksdag uit voor de Kalenden van september te Cavalonem (Chalons-sur-Marne) en zond gezanten naar Lodewijk (de Duitser) met bevel niet meer uit Bajowaria (oost van de Aisne) weg te gaan… zijn andere zonen zond hij met Saksen tegen de Noormannen en de Sclavi; zelf hield hij zich bij de burcht Cruciniaco (Croisille of Croisolle) onledig met de jacht… Er werden ook gezanten van de Saksen naar de Sorabi (Sorbais) en de Wilti (omgeving Tournehem) gezonden, die onlangs enige steden van de Saksische Mark in brand gestoken hadden: en van Austrasii (Austrachia=Ostrevant bij Atrecht) en Toringia (Doornik) tegen de Abodriti (Hébuterne), en die Linones heetten (nl. een deel van de Austrasii heette zo: Liencourt bij Avesnes-sur-Helpe) … zelf hield hij zich bezig met de jacht in het Ardenner Woud en kwam tegen de Kalenden van september naar Cavallone (Chalons-sur-Marne)… De Saksen streden tegen de Sorabi (Sorbais), die Colodici (Couloing, Aisne) heten, bij Kesigesburg (Chassigny, Haute Marne)".

    Deze tekst staat in de Annales Bertiniani, HdF, VI, p. 203, daarin wel in het Latijn. Deze tekst is volledig misverstaan en op onjuiste streken toegepast.

    Van Cruciniaco werd natuurlijk Kreuznach ten zuiden van Mainz gemaakt, wat blijkens de context uitgesloten is, de tekst zegt immers dat de keizer in de Ardennen op jacht was. In de traditionele opvatting werd hier een soort Europese 'Wereldoorlog' gevoerd, met legers uit Noord-Duitsland, Frankrijk, Scandinavië, Beieren, België, en Thüringen, en zelfs met Oost-Europese Sorbiërs en andere Slaven.
    De bron staat echter in de Annalen van de St.-Bertijnsabdij van St.-Omaars, en werd daar geschreven. St.Omaars ligt (in rechte lijn) op 250 kilometer van Utrecht, 240 kilometer van Maastricht en 160 kilometer van Antwerpen. Uit deze geografische context blijkt overduidelijk dat het vroeg-middeleeuwse Wiltaburg in Noord-Frankrijk lag, en niet Utrecht was. Het is wel duidelijk waar dit zich voordeed: niet in Duitsland, niet in Nederland, maar in Frankrijk.

    Plaats je deze (en andere teksten) die aan de verdeling van Verdun voorafgaan in de juiste streek, dan is het duidelijk dat de historici de plaatselijke Franse geschiedenis flink opgerekt hebben en over half-Europa verspreid.

    Volgens Piet Leupen was het verlies van de politieke eenheid na de dood van keizer Lodewijk de Vrome (843), het begin van de staatkundige verbrokkeling van Europa, die tot op de dag van vandaag voortduurt. De vraag is of die eenheid er onder Karel de Grote wel ooit geweest is. Immers volgens Einhard behoorden slechts 22 hoofdsteden (klik op deze verwijzing voor het kaartje) tot het Rijk van Karel de Grote.

    De visie van Albert Delahaye.
    Karel de Kale kwam naar de bijeenkomst van zijn broers, en voegde zich te Verdun bij hen. Hier werden de porties opnieuw vastgesteld. Lodewijk (foutief de Duitser genoemd) kreeg alles aan de overkant van de Renus (10-1), aan deze zijde van de Renus echter Nemetum (10-2), Vangium (10-3) en Mogontia (10-4). Lotharius kreeg het gebied tussen de Renus (Rijn) en de Scaldis (Schelde) tot waar die in de zee valt (10-5), en zo terug over Cameracensis (10-6), Hainaum (10-7), Lomensis (10-8), Castricium (10-9) en de graafschappen aan deze zijde van de Mosa (Maas) (10-10) tot waar de Arar (Saône) in de Rhodanus (Rhône) stroomt, en langs de loop van de Rhône tot aan de zee, en ook met de graafschappen, die daar aan beide kanten bij behoren (10-11). Buiten deze grenzen kreeg hij bovendien uit welwillendheid van zijn broer Karel (10-12) alleen de Atrebates (10-13). De rest tot aan Spanje stonden zij aan Karel de Kale af. Na een eed te hebben afgelegd, gingen zij uit elkaar.
    Bron: Annales de St. Bertin, ed. Grat, blz. 44.


    Op het kaartje hiernaast een onjuiste afbeelding van Lotharingen. Lotharingen was een landstreek in Frankrijk. Geen enkel deel van Nederland heeft ooit tot Lotharingen gehoord. Let op de eilanden voor de kust van Vlaanderen die in de 10e eeuw nog steeds bestonden en de transgressies (zie daar) bevestigen. De Franken worden op dit kaartje uit de 10de eeuw nog ergens in Duitsland geplaatst, terwijl ze al sinds de 5de eeuw in Frankrijk verbleven. De Zwaben zouden de Suevi zijn, maar diie verbleven sinds de Romeinse tijd al rond Kortrijk.

    Over de genoemde plaatsen en streken is menig discussie gevoerd. Albert Delahaye licht zijn visie toe met de volgende nota's:
    1. Nota 10-1. De Renus is hier beslist niet de Rijn, maar de Schelde. Derhalve alles wat hij al bezat, daar Lotharius nooit aanspraak had gemaakt op gebieden in Duitsland, wel in de Elzas en Lotharingen. Men kan deze verdeling natuurlijk niet los zien van de verdragen van Worms (in 839) en Marsna (niet Meersen, in 870) (zie kolom links), waarin meer streken met name genoemd zijn. Zou je voor 'Renus' de Rijn handhaven, dan loop je bij de verdelingen vast.
    2. Nota 10-2. Nemetum is niet Spiers doch de streek van Nambsheim bij Straatsburg.
    3. Nota 10-3. Vangium is niet Worms doch Wangen en omgeving in de buurt van Straatsburg.
    4. Nota 10-4. Hoewel Albert Delahaye aanvankelijk nog Mainz als mogelijkheid accepteerde, is die opvattingen gezien verder onderzoek herroepen. Mogontia (ook Mogontiaco of Mogontiacum) kan hier niet als Mainz worden opgevat, daar Mainz niet aan deze zijde van de Rijn ligt. Het 'aan deze zijde' moet gezien worden vanuit de abdij van St.Bertijns te St.Omaars in Frans-Vlaanderen. Het is derhalve Mainvillers bij Metz, etymologisch ook beter te accepteren. (mogo=steile heuvel; iacum=plaats/ville. main=staande houden -denk aan maintenir). De plaats hield zich staande in allerlei roerige tijden in Elzas-Lotharingen en op de taalgrens. Le Chemin du Haut Château wijst ook op het hoogteverschil en de roerige tijd. In het geval van Mogontiaco (Mainz) heeft de stad haar ontstaan voornamelijk te danken aan de verplaatsing van de aartsbisschoppelijke zetel ten tijde van Bonifatius, waarbij het niet vreemd is dat de naam werd meegenomen. Maar Bonifatius is daar nooit geweest (zie daar). Zijn abdij in Fulda stamt uit de 12de eeuw en niet uit de tijd van Bonifatius. Doorslaggevend is hier wanneer de kerk geconsacreerd is. Fulda wordt pas in 1150 voor het eerst schriftelijk vermeld door monnik Eberhard.
      Voor Mogontiacum wordt verwezen naar de Peutingerkaart (PK) waar het tussen Bingiu en Bonconica ligt. Maar beide afstanden komen niet overeen met de werkelijkheid. Mainz - Bingen is 12 mijl op de PK is 18 km. In werkelijkheid is het 31 km. Mainz - Nierstein/Oppenheim is 9 mijl op de PK is 13,5 km. In werkelijkheid is het 19 km. Beide afstanden op de PK zijn dus tekort. Ook de weg tussen Mainz en Trier op de PK is met 52 mijl is 78 km onjuist. De werkelijke afstand via Dumno (Kirchberg), Belginum (Hinzerath) en Noviomagi (Neumagen) is 144 km. Een afwijking van 54% is onaanvaardbaar. Zie verder bij de Peutingerkaart. De optie van Delahaye (zie De Peutingerkaart, p.66) is met 94 km acceptabeler, maar ook onjuist. Als Mogontiaco niet Mainz is, is Augusta Trevirorum dan wel Trier? De Treveri blijken op de PK tussen Rigomagus (Remagen) en Icorigium (Jünkerath) te wonen. Dat is toch zo'n 100 km vanaf Trier. Zouden de Treveri hun hoofdstad ook buiten hun rijk hebben gebouwd, zoals ook de Bataven (zie daar) deden? Ook hier geeft de PK een onjuiste voorstelling van zaken en blijkt dus geheel onbetrouwbaar te zijn.
    5. Nota 10-5. Tussen de Rijn en de Schelde duidt in feite de grens aan tussen het rijk van Lotharius en dat van Karel de Kale. Ook later blijft de Schelde nog lang de grens tussen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk. De hierna volgende plaatsen preciseren de zuidgrens van het rijk van Lotharius. Let hierbij ook op het verloop van de taalgrens (zie daar).
    6. Nota 10-6. Cameracensis is het land van Kamerijk, dat nog eeuwen daarna Duits is gebleven.
    7. Nota 10-7. Hainaum is Henegouwen.
    8. Nota 10-8. Lomensis duidt de streek Le Lommois aan tussen de Sambre en de Maas.
    9. Nota 10-9. Castricium is het land van Mézières op de huidige Frans-Belgische grens.
    10. Nota 10-10. “Aan deze zijde van de Maas” is natuurlijk gezien vanuit St. Bertijns te St.-Omaars.
    11. Nota 10-11. De zin is niet duidelijk en voor verschillende opvattingen vatbaar. Hij zou kunnen betekenen, dat de broers alle graafschappen kregen die vanouds tot hun gebieden werden gerekend. Waarschijnlijker is echter de opvatting, dat de passage betrekking heeft op de strook vanaf de Maas tot aan de monding van de Rhône, wat in feite een flinke afknabbeling was van de vroegere portie van Karel de Kale. Vraag is ook hoe breed dat gebied dan was? Of betrof het slechts de rivier zelf?
    12. Nota 10-12. Over het deel van Karel de Kale wordt nauwelijks gesproken. Later blijkt ook Frisia onder de gebieden gerekend te zijn, al wordt Frisia hier niet genoemd, dat Lotharius van het rijk van Karel de Kale afknabbelde.
    13. Nota 10-13. Atrebates kan de stad Atrecht of het land van Artois aanduiden. Sommige Franse historici menen dat er alleen de abdij van St. Vaast te Atrecht mee is bedoeld. Dit is erg onwaarschijnlijk, daar Lotharius zich niet druk zal hebben gemaakt om een klooster meer of minder, maar het hem in eerste instantie erom ging zoveel mogelijk grondgebied en een aaneengesloten territorium eruit te slepen. Dat hij het land van Artois begeerde om zijn bezit van Kamerijk te versterken en zodoende toch nog ver in Francia door te dringen, is een simpel maar wel beter aanvaardbaar motief.

    De bekende maar geheel onjuiste kaart over de verdeling van Verdun.

    Het komt er dus op neer dat de verdeling van Verdun slechts ging over een beperkt gebied, met name in Noord-Frankrijk.
    Austrasië was een landstreek in Frankrijk en lag naast Neustrië (zie bij Neustrië en Austrasië), Saxe was het land van de Saksen aan de Litus Saxonicum (zie daar) dat aan kust van Het Kanaal lag en Bavière was de streek van Bavay, precies daar waar ook Jacoba van Beieren vandaan kwam. Jacoba had de onjuiste achternaam 'van Beieren'. Zij was geboren in Le Quesnoy, dat op 14 km zuid-west van Bavay ligt en kwam helemaal niet uit het Duitse Beieren.
    Deze fout staat model voor veel andere onjuistheden, veroorzaakt door de Deplacements Historiques. Niet alleen met plaatsnamen zijn de 'doublurefouten' gemaakt, ook met persoonsnamen, zoals met Jacoba van Beieren. Het in de teksten genoemde Bagiorences ook als Bajowari of Bajowaria, Bajoraria geschreven, maar ook Baguarii / Bagacum/ Baca Conervio is steeds dezelfde plaats: Bavay. Het behoeft nauwelijks gezegd te worden, dat men in tal van gevallen hiervan ten onrechte Beieren in Zuid-Duitsland heeft gemaakt. Deze toevoeging bij de naam van Jacoba is net zo onjuist als die van kruisvaarder Godfried van Bouillon, die niet uit Bouillon kwam, maar uit Boulogne-sur-Mer.

    Wat weten we nu feitelijk echt?
    Bij de verdeling van Verdun moeten we uitgaan wat er letterlijk in de bronnen staat en niet van wat de historici er nadien van gemaakt hebben. Het is vergelijkbaar met het onjuist plaatsen van de Karolingische residentie Noviomagus te Nijmegen en de Bisschop van Nijmegen die er beiden nooit bestaan hebben.
    Schrapt men deze zaken uit de Karolingische periode, dan vervalt ook het gebied van de Nederlanden en Noord-Duitsland bij de verdeling van Verdun, wat immers gebaseerd is geweest op de aanwezigheid van die residentie in Nijmegen.

    Het komt er op neer dat het verdrag van Verdun over de verdeling van Francia ging. Karel kreeg het westen waaronder Neustrië, Lotharius kreeg Lotharingen en verder naar het zuiden en Lodewijk kreeg oost-Francië waaronder Austrasië. Ook hier heeft de Renus de historici verblind in hun overtuiging dat het de Rijn was. Uit individuele teksten blijkt duidelijk dat het niet over de Rijn kan gaan. Zie het voorbeeld onder (noot 1).

    In de Annales de Saint-Bertin 1) (ed.Gratz.p.44 e.v.) worden de gebieden en plaatsen genoemd die deel uitmaken van het verdrag of de verdeling van Verdun. Daarbij zijn enkele genoemde plaatsen aan discussie onderhevig. Zie hierboven.
    De letterlijk tekst (in het Latijn, hier vertaald) in de Annalen luidt:

    1) De Annales Bertiniani zijn de Frankische Annalen (zie ook bij Annales Regni Francorum) over de periode 830 tot 882 uit het klooster van Sint-Bertinus in het Franse St.-Omer. Ze zijn samengesteld door meerdere schrijvers. Deze annalen vormen een voortzetting van de Annales Regni Francorum voor het Westfrankische rijk. Ze kunnen worden onderverdeeld in drie delen. Het eerste deel omvat de periode 741 tot 835. Het betreft hier voor het grootste deel een kopie van de Annales Regni Francorum, vanaf 830 aangevuld met actuele gebeurtenissen.
    Het tweede deel bestrijkt de periode 835 tot 861. Dit deel werd geschreven door Prudentius van Troyes. Het derde deel, 861 tot 882, is van de hand van Hincmar van Reims.
    Net als de andere annalen uit deze tijd vormen ze een belangrijke historische bron, die echter niet objectief is, aangezien ze werden geschreven vanuit het standpunt van de heersende vorsten c.q. de samenstellers.

    Link van deze pagina's op Monumenta Germania Historiae: http://daten.digitale-sammlungen.de/bsb00000758/image_39


    De Schenking van een deel van het rijk aan Karel de Kale in 837.
    Hierna stemde Lodewijk (1) erin toe, en kwamen ook de gezanten van Pepijn (2) en van het gehele volk, die naar het paleis van Aquis (lees meer over
    Aachen) waren ontboden. Toen schonk hij aan zijn zoon Karel (de Kale) het grootste deel van Belgia (3) dat is geheel Frisia (4) door de gebieden van de Saxones (5) tot aan de gebieden van de Ribuarii (6), en na de gebieden van de Ribuarii de graafschappen Moilla (7), Ettra (8), Hammolant (9) en Mosagoa (10); vervolgens wat tussen de Mosa (11) en de Sequana (12) ligt tot aan Burgundia (13), daarin Viridunensis (14) inbegrepen.
    En van Burgundia Tellensis (15), Odornensis (16), Bedensis (17), Blesinses (18), Pertinenses (19), de twee Barrenses (20), Brionensis (21), Tricassinum (22), Altiodorensis (23), Senonicum (24), Vuastinenses (25), Milidunensis (26), Stampensis (27), Castrinsis (28), Parisiacum (29), en vandaar langs de Sequana (Seine) tot aan de Oceaan (30) en langs dezelfde zee tot aan Frisia (31). Hieronder waren begrepen: alle bisdommen, abdijen, graafschappen, domeinen en alles wat binnen de omschreven grenzen bestond met alles wat daarbij behoorde, in welke streek het ook lag (31).
    Zo beval de keizer en in zijn tegenwoordigheid onderwierpen de bisschoppen, abten, graven en vazallen van de heer, die in de genoemde plaatsen beneficies hadden, zich aan Karel en zij bevestigden hun trouw met een eed.
    Bron: Annales de St. Bertin, ed. Grat, blz. 22.

    Opmerkingen: Klik op de kaart voor een vergroting.
    Toelichting op de kaart: de rode lijn is globaal de taalgrens. Links boven zijn Frisia en het gebied van de Saxones aangegeven. H=Hamme, D=Doornik, R=Ribeaucourt, M=Moignolée. Troyes, Bar-le-Duc en Bar-sur-Aube zijn linksonder aangegeven. het erfdeel van Karel de Kale beperkte zich tot het (niets eens gehele) gebied tussen de taalgrens en de Seine.
    Vraag blijft of behalve de genoemde plaatsen ook de gebieden ertussen onder dit verdrag vielen. Onder het Frankische koning berustte dan wel de heerschappij over al het land dat geen heer kende, de wildernis en de woeste gronden, maar onder het 'gewoonterecht' van de dorpsgemeenschap viel het collectief gebruiksrecht van de in gebruik zijnde gronden. Wat bij dit verdrag opvalt is dat een aantal voor de Franken belangrijke plaatsen niet genoemd worden, zoals verdun, Thionville, Laon, Soissons en Noyon. Vraag is dus of deze plaatsen onder dit verdrag vielen.
    1. Lodewijk de Vrome, zoon en opvolger van Karel de Grote. Hij regeerde als keizer van 814 tot 840. Hij bestemde zijn oudste zoon Lotharius tot opvolger en keizer; de andere zoon Pepijn en Lodewijk zouden onderkoningen zijn in het onverdeelde rijk. Na de dood van zijn eerste vrouw Irmingard huwde hij in 819 met Judith uit het Beierse geslacht Welf. In 823 werd uit dit huwelijk Karel de Kale geboren. De eerzuchtige Judith eiste voor haar zoon ook een mederegentschap op, wat leidde tot hevige conflicten tussen Lodewijk en zijn eerste drie zonen, die de rest van zijn regeringsperiode bleven vertroebelen. In 837 schonk hij aan Karel een deel van het rijk, wat in 839 gevolgd werd door een nieuwe verdeling, die van de ene kant de aanzet vormde tot de definitieve scheuring van het rijk in 870, van de andere kant Lotharius nog meer verbitterde omdat hij zijn positie als aangetast beschouwde. Pepijn, die koning van Aquitanië was, overleed in 838. De andere zoon Lodewijk werd koning van Beieren (is Bavay: zie opmerking hierboven over Jacoba van Beieren). Opmerkelijk is dat bij de hier verhaalde verdeling Lotharius de grote afwezige was.
    2. Lodewijk was te nauw bij de zaak betrokken en was derhalve aanwezig. Pepijn was evenmin in persoon aanwezig, maar liet middels gezanten zijn goedkeuring kennen.
    3. Het grootste deel van Belgia, dat nog altijd een levend begrip was. Het omvatte het noorden van Frankrijk boven Reims, Soissons, Amiens tot aan de Renus (Schelde). Er zit geen meter Duits of Nederlands gebied in. Frisia lag in Belgia, zoals uit de tekst blijkt.
    4. Frisia. Het is dan ook duidelijk dat dit moet worden opgevat als het klassieke Frisia dat in Frans-Vlaanderen lag. De naam heeft niets te maken met de latere Hollandse doublure Friesland, een transplantatie uit de 11e eeuw, wat zonder meer al duidelijk is wanneer men de ronde maakt langs het deel van Karel de Kale.
    5. Door de gebieden van de Saxones, namelijk vanaf de kust ten zuiden van Boulogne naar het oosten tot de Schelde (Renus).
    6. De Ribuarii of Ripuarii moeten worden vastgeknoopt aan Ribeaucourt en andere plaatsen. Deze bevolkingsgroep werd ook Ripuarische Franken genoemd. Zie hieronder opmerking 6 bij de verdeling in 870.
    7. Het graafschap Moilla wordt door de meeste historici, vooral de Franse, opgevat als de Muehlgau rond Süchtelen (D.), op 20 km noordwest van Düsseldorf. Het is echter zonneklaar dat deze streek hier niet kan zijn bedoeld, omdat zij een onaanvaardbare uithaal is tussen de andere genoemde streken. Moilla moet waarschijnlijk in verband worden gebracht met Moignelée, op 8 km noordoost van Charleroi. Deze streek past geheel in deze opsomming. De plaats Malonne, op 23 km noordoost van Charleroi, houdt vermoedelijk ook verband met deze streeknaam.
    8. Het graafschap Ettra moet vastgeknoopt worden aan Hertain, op 8 km noordwest van Doornik.
    9. Hammolant of Hamarlant moet worden vastgeknoopt aan een van de vele Hamme in Frankrijk, wellicht Hamme op 8 km zuidwest van Roeselare. Het is niet het Nederlandse Hamarland.
    10. De Mosagoa was het daaraan aansluitend deel van het Maasland, uiteraard niet naar het noorden toe maar naar het zuiden, de streek van Mézières, welke naam overigens recht van Mosa is afgeleid. Door Nederlandse historici wordt wel eens vergeten dat de Maas ook in Frankrijk stroomt, er zelfs begint.
    11. Dit wordt nog nader gespecificeerd door de aanwijzing van de Maas tot aan de Seine tot aan Burgundia.
    12. Maas en Seine zijn hier feitelijk een herhaling, daar dit gebied al onder “het grootste deel van Belgia” was begrepen.
    13. De boven omschreven streek paalde aan Bourgondië. Er volgen ook enige plaatsen in Bourgondië, wat niet wil zeggen dat de hele serie daarin lag.
    14. Viridunensis wijst op het land van Verdun.
    15. Tulensis is Toul.
    16. De streek Odomensis is genoemd naar de rivier de Odoma, heden de Omain, een zijrivier van de bovenloop van de Marne, die langs Bar-le-Duc stroomt.
    17. Met Bedensis is de streek Le Blois bedoeld in de omgeving van Troyes.
    18. Blesensis duidt de streek van de Biaise aan, een linker zijrivier van de bovenloop van de Marne met het centrum Troyes. Overigens is deze naam getripleerd in de Bliesgau bij Metz en in de Blésois bij Orléans, doch in verband met de andere genoemde streken moet aan Troyes de voorkeur worden gegeven. Hier ligt het accent natuurlijk niet op de stad, maar op de streek in haar omgeving.
    19. Pertinenses duidt het land van Perthes aan tussen St.-Dizier en Vitry-le-François. De naam is afgeleid van de rivier de Perta in de omgeving van Vitry-en-Perthois.
    20. De twee Barrenses duiden op de streken Barrois, een bij de Aube, Bar-sur-Aube, en Barrois in het dep. Meuse, Bar-le-Duc.
    21. Brionensis duidt de streek Brionnais aan, in het zuidoosten van Saône en Loire.
    22. Tricassinum is Troyes. Hier is de stad zelf bedoeld. Enige namen wijzen erop dat Karel de Kale wel een enigszins aaneengesloten deel kreeg, maar ook enige enclaves in het gebied van Lotharius. Daar was men in deze tijd nogal gemakkelijk mee, omdat de onderscheiden delen niet alleen beoordeeld werden op de omvang van het grondgebied, maar ook op hun opbrengsten voor de vorst.
    23. Altiodorensis (lees: Autessiodurum) duidt Auxerre aan in het dep. Yonne.
    24. Senonicum duidt de stad Sens aan.
    25. Vuestinensis duidt Le Gâtinais aan, het zuidoosten van de vroegere Romeinse civitas Sens en het noordoosten van het dep. Lorret rondom Montargis.
    26. Milidunensis is het land van Meaux.
    27. Stampensis is Étampes in het dep. Essonne.
    28. Castrinsis is Le Châtrais, het land van Chastres of Châtres, geconcentreerd rondom Arpajon in het dep. Essonne.
    29. Parisiacum duidt Parijs aan. Waarschijnlijk slaat de term op de stad en het daarbij behorend gebied.
    30. De zuidlijn van het deel van Karel de Kale wordt hier nauwkeurig aangegeven, namelijk van Parijs langs de Seine tot aan de zee.
    31. En langs de zee tot aan Frisia, het vertrekpunt van de beschrijving, namelijk van vlak boven Boulogne, door de gebieden van de Saksen tot aan de Maas in de buurt van Mézières.
    Het is zo helder als glas, dat met Frisia niet het Nederlandse Friesland en met de gebieden van de Saxones niet het Duitse Neder-Saksen zijn bedoeld. Die passen helemaal niet bij de rest van de omschrijving. Bovendien moet men zich dan afvragen waarom niets wordt gezegd over de enorme lap tussen Henegouwen en Neder-Saksen. Het gehele gebied dat hier beschreven wordt ligt ten zuiden van de taalgrens en ten noorden van de Seine, in het oosten vomt de Maas de grens en in het westen Het Kanaal. Het komt overeen met het klassieke Austrasië inclusief de Germaanse gebieden. Er liggen veel woeste en onbebouwde gebieden tussen, die van niemand waren en waarop je volgens het Frankische gewoonterecht (de regalia) geen eigendomsrecht kon leggen.
    Het is niet doenlijk alle foutieve consequenties op te sommen, die uit deze verkeerd begrepen verdeling zijn gevolgd, maar het zijn er vele.



    In 870 volgt de definitieve verdeling van het rijk van de Karolingers (1).
    De opmerkingen volgen onder de tekst.
    En dit is de verdeling die Lodewijk (2) voor zichzelf aanvaardde: het graafschap Testrebant (3), de Batua (4), Hattuarias (5)... vijf graafschappen in Ripuaria (6).... twee graafschappen in de Elzas, van Frisia (7) de twee delen van het rijk die Lotharius had.... En dit is het deel dat Karel (de Kale) van het rijk ontving: Tungris (Douai) (8), Tullum (Toul), Viridunum (Verdun), Cameracum (Kamerijk)....het graafschap van de Texandri (9) vier graafschappen in Bracbante (10), Cameracensis (11), Hainoum (Henegouwen) vier graafschappen in Hasbania (12).... het derde deel van Frisia (13).
    Bron: Annales de St. Bertin, ed. Grat, blz. 172.

    Opmerkingen:

    1. Van de volledig tekst, die nog veel details bevat, worden hier alleen de passages genoemd die op dit onderzoek van toepassing zijn.
    2. Lodewijk de Duitser ( 806 - 876), koning van Germania, maar dat
    van Tacitus.
    3. Het graafschap Testrabenti moet worden opgevat als Westerbant of Westrachia, de tegenhanger van Ostrachia of Ostrevant bij Atrecht. Daar de naam zelden voorkomt, zijn er geen gegevens om de streek nader te omschrijven. In elk geval lag Dorestadum (Audruicq) erin. De naam houdt geen enkel verband met het latere Nederlandse landschap Teisterbant.
    4. De Batua is due niet de Betuwe, maar was het land van Béthune.
    5. Hattuarias was het land van Ath.
    6. Het graafschap van de Ripuarii lag niet in de omgeving van Keulen, doch in de buurt van Ribeaucourt in Frans-Vlaanderen.
    7. Onder de twee delen van Frisia moet worden verstaan: het deel dat een tijdlang in het bezit was van de Noormannen, en het deel dat Lotharius van zijn vader had gekregen.
    8. Tungris is Douai.
    9. Het graafschap van de Texandri was een streek ten zuidwesten van Rijsel.
    10. Bracbante was het vruchtbeginsel van het latere veel grotere Brabant. De juiste plaats ervan is niet precies te bepalen. Het was een streek ten zuiden van Brussel en Leuven tussen Taxandria en Henegouwen. Bracbante, de originele naam is afgeleid van “bracca” = broek en betekent letterlijk “broekland”, een moerassig gebied. Later nemen de hertogen, die zich eerst “van Leuven” noemen, de naam Brabant aan, die dan dezelfde uitdijing krijgt als de expansie van het hertogdom.
    11. Cameracensis duidt het land van Kamerijk aan.
    12. De Hasbanienses waren de bewoners van het noordoostelijke deel van Henegouwen.
    13. “Het derde deel van Frisia”. zie ook opmerking 7. Leest men deze tekst met nuchtere ogen, dan valt op geen enkele redelijke manier aan het Nederlandse Friesland te denken. De onzin klettert er trouwens vanaf als een daverende waterval: te menen dat het nog niet bestaande Friesland de grens vormde tussen Frankrijk en Duitsland. Wanneer in de 10e eeuw het graafschap Holland en het bisdom Utrecht ontstaan, worden beide nog tot het Heilige Roomse Rijk gerekend.

    Volgt men de gebieden die hier genoemd worden, dan beperkt het zich tot het westen van Noord-Frankrijk en het Zuidwesten van België, geheel onder de taalgrens.

    Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.