De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.

Henricus Josephus Kok, Patrocinia en Fundamentele Fouten.

Lees meer over de oudste kerken in Holland, Noord-Brabant, Friesland, Oost-Nederland en Utrecht.

Kerken in Holland


Kerken in Brabant


Kerken in Friesland


Kerken in Oost-Nederland


Kerken in Utrecht

Aan deze pagina wordt nog gewerkt!



De oudste St.Willibrordkerk van Nederland (uit 1157) stond op de Raamberg in Zundert en was gesticht vanuit Tongerlo in België en niet vanuit Utrecht.


Klik op de tekst voor een vergroting.

Het FUNDAMENT van alle verwarring is het Karolingisch Paleis van Karel de Grote in Nijmegen. Dat paleis blijkt gebouwd op los zand, op nooit bewezen losse beweringen. Op dat losse zand zijn alle volgende mythen gebouwd. Immers als Nijmegen fout is, was de Betuwe ook niet het land van de Bataven; was Utrecht niet de bisschopszetel van Willibrord, werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord en hebben de Noormannen nooit in Nederland geplunderd.
Dan stort het hele kaartenhuis van de Nederlandse mythen in elkaar.


Bonifatius, Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen zijn voor Nederland volkomen legendarisch.

Vanwege de omvangrijke naschrijverij, lezen we bij verschillende historici dezelfde opvattingen over de oudste kerken en plaatsen. Of het nu gaat om D.P.Blok. P.A.Henderikx, C.Dekker of H.J.Kok, de nnaschrijverij is frappant. Feitelijk is het ook niet verwonderlijk, immers de betrokken historici geven elkaar op als bron en bevestigen klakkeloos elkaars opvattingen. Dat is ook de reden dat deze opvattingen onuitroeibaar blijken. Ze staan in alle boeken en artikelen over de oudste kerken en plaatsen in Nederland.

H.J.Kok, Enige patrocinia in het Middeleeuwse bisdom Utrecht, Assen 1958.
Volgens Kok valt het heel sterk op, dat in Noordelijk Nederland geen enkele oudere kerk onder het patronaat van St.Willibrord is gesteld. "In het gehele oude bisdom Utrecht, dat zich toch de kerkprovincie van St.Willibrord noemt, kwam zijn patronaat niet voor". "Dit frappeert zeer bijzonder in Friesland, waar de gevestigde mening toch het zwaartepunt van zijn missionering legt, en waar in de vroege Middeleeuwen talrijke kloosters en kerken getuigen van een sterk gevestigd katholicisme". Als dit zijn oorsprong te danken heeft gehad aan de prediking van St.Willibrord, dan getuigt het van een onvergeeflijke ondankbaarheid, dat de grondlegger van het geloof niet eens meer is genoemd! De conclusie van dit onderzoek lijkt gering, maar is natuurlijk van cruciale betekenis. De oudste kerk in Nederland met het patronaat van St.Willibrord is die van Klein-Zundert (1157), vlak aan de Belgische grens onder Breda, die gesticht werd vanuit de abdij van Tongerlo. Daarmee wordt exact geïllustreerd van welke kant de verering van St.Willibrord Nederland binnen kwam.

De visie van Albert Delahaye.
Kerken, aan St. Willibrord toegewijd, zijn in België, Luxemburg en Noord-Brabant zo talrijk, dat ze onmogelijk op te sommen zijn. Deze kerken dateren vanzelfsprekend niet uit de tijd van St. Willibrord; kerkpatroon wordt een heilige pas, als hij of zij overleden is en heilig verklaard is! Daar kunnen eeuwen overheen gaan. Zo'n patronaat duidt aan, dat in de tijd van de stichting van de kerk de gedachtenis van St.Willibrord levend was. Voor ons probleem zeggen de patrocinia weinig tot niets, omdat slechts zelden het juiste stichtingsjaar van een kerk is af te leiden van het patrocinia. Bij enige Noord-Brabantse kerken, aan St. Willibrord toegewijd, kunnen de stichtingsiaren wél worden bepaald, waardoor tevens duidelijk wordt, dat de Willibrord-traditie niet vóór de 12e eeuw teruggevoerd kan worden, hoewel andere gegevens erop schenen te wijzen, dat die traditie wél ouder is. De Nederlandse opvattingen vinden geen enkele bevestiging in het ontstaan van kerken of plaatsen. Het tijdstip van ontstaan of op veilige gegevens historisch aanwijsbaar te zijn, staat ernstig ter discussie. Uit het patronaat van een kerk is geen datering van een kerk of de ouderdom van de betreffende plaats af te leiden.


Prof.R.R.Post merkte eens op: "Op één punt moet ik Delahaye onmiddellijk gelijk geven. Sint Willibrord is geen aartsbisschop van Utrecht geweest. Willibrord werd missie-aartsbisschop en koos zijn verblijf ergens in het land van de Friezen."

En met dat land van de Friezen heeft men de klassieke fout gemaakt door het toe te passen op Friesland, in plaats van op het klassieke Frisia in Vlaanderen.
Prof.dr. L.J.Rogier concludeerde in zijn ruim 1500 pagina's (3 delen) tellende studie: "Vóór het jaar 1559 is van enige officiële verering van Sint Willibrordus, Sint Bonifatius en andere geloofsverkondigers in Nederland geen spoor te vinden. Van devotie tot Willibrord, Servatius, Bonifatius, Lebuinus, Plechelmus, Odulphus, Jeroen of andere Nederlandse heiligen vernemen wij in de middeleeuwen niets". Dan is het toch duidelijk dat promovendus Kok zich vergist met het vita Gregorii van Liudger en met de opvatting dat het hier om Utrecht zou gaan?


In de historische wereld bestaat een ongekende vorm van naschrijverij bij de patrocinia van kerken. Alsof historici elkaar niet durven tegenspreken bij zoiets 'heiligs' als de naam van een patroonheilige van een kerk of plaats. In deze zaak van historische misvattingen is het merkwaardig, dat niet-katholieke of a-religieuze historici er niet gemakkelijk toe komen om een legende af te kraken, vermoedelijk uit welbewuste of intuïtieve vrees, dat zij misschien als anti-klerikaal of anti-rooms uitgemaakt zouden kunnen worden. Katholieke historici hebben daar minder moeite mee, omdat zij het eigen nest wel kennen. Zij waren trouwens al vanaf de 17e eeuw op hun hoede, toen de grote Franse historicus Jean Mabillon, zelf priester en Benedictijn, keihard schreef dat in de grote en brutale vervalsingen van oorkonden en historische teksten onze "lieve Moeder de H. Kerk" helaas 'de eerste viool' heeft gespeeld.

Wat weten we uit het hele betoog van Henricus Josephus Kok?

Het hele betoog van H.J.Kok is gebaseerd op de traditionele opvattingen. Het is de traditionalistische methode ten voeten uit, om een bewering te staven aan, of een beroep te doen op, of te verwijzen naar een collega die hetzelfde beweerde. De feitelijke bron is echter moeilijk toegankelijk, zodat niet gecontroleerd kan worden wat die schrijver nu eens precies beweerde en vooral waarop die bewering gebaseerd was. Moeilijk toegankelijk? Niet toegankelijk vanwege een 'betaalslot' of een 'college-code'!

Het gaat om de uitgave van Henricus Josephus Kok Proeve van een onderzoek van de patrocinia in het middeleeuwse bisdom Utrecht. Het is een proeve, een proefschrift voor de Universiteit van Amsterdam voor het verkrijgen van een dokterstitel. Je komt dit proefschrift op allelei websites en in nog veel meer artikelen en boeken tegen en wel zo frequent dat je bijna gaat geloven dat wat erin beweerd wordt, wel de waarheid zal zijn. Maar zoals opgemerkt: moeilijk, zelfs niet toegankelijk. Immers wat schreef Kok nu precies en waarop baseerde hij zijn opvattingen? Enig onderzoek leert al snel dat hij slechts anderen naschrijft. Je gaat in zo'n proefschrift natuurlijk je promotor niet tegen de haren instrijken, dan kun je de promotie wel vergeten. Neen, je sluit je netjes aan bij de algemeen aanvaarde traditionele opvattingen. En dat is precies wat er ook hier gebeurd is. Kok schrijft slechts anderen na, maar maakt, in navolging van die anderen, enkele fundamentele fouten.

De fundamentele fouten.
Dit proefschrift van Kok bevat de vroegste vermelding van bepaalde patrocinia (het vernoemen van een kerk naar een heilige) met bijzonderheden over de betreffende parochie. Het proefschrift zelf is niet te vinden, wel een recensie en enkele artikelen waarin een verwijzing naar Kok. Het blijkt dat Kok meent uit de naam van de patroonheiligen van een kerk, de stichting en de ouderdom van de kerk te kunnen bepalen. Dat is dus een fundamentele fout. Hoe zit het dan als de naam van de patroonheilige gewijzigd is, zoals in Medemblik?
    We geven twee citaten en vier fundamentele (denk-)fouten:
  1. We merken de hoge ouderdom op van het patrocinium van de kerk van Medemblik, St. Martinus. Het patrocinium van deze bij uitstek Frankische heilige volgt vaak het spoor van Frankische expansie en zendingswerk. De patroonheilige van de kerk in Medemblik is nu Sint Bonifatius. De verandering is pas recent doorgevoerd, volgens informatie van Dr H. J. Kok. (bROB 1974, p.49). Hier is dus sprake van een wijziging van de patroonheilige. Welke gevolgen heeft dat dan? Kun je met de naam van St.Maarten bewijzen dat het gebied Frankisch is?
  2. St Lambertus was de schutspatroon van de kerk te Gemonde, waarbij wij een analogon met Bakel niet uitgesloten achten, als Nolet en Boeren opmerken, dat het kerkje van die plaats in 721 aan Willibrord wordt geschonken "al moge dit kerkje toen van zeer recente datum zijn geweest, het patrocinium is toch wel een aanwijzing, dat Lambertus in die streek had gepredikt" (bROB 1954, p.80). Kun je met de naam van Lambertus bewijzen dat hij er persoonlijk geweest is? Is Willibord dan op Curaçao geweest? Daar bestaat toch echt een Willibrorduskerk!
  3. Geef je als 'bescheiden' heilige zelf je naam aan een kerk, of gebeurt dat door anderen na je dood, soms vele eeuwen nadien? Uit een patrocionia is geen datering van de stichting van een kerk af te leiden.
  4. Een kerk wordt doorgaans gesticht en gebouwd door gelovigen, die in de buurt wonen. De plaats waar men woont, is dus ouder dan de kerkstichting. Andersom: uit de stichtngsdatum van een kerk, is geen ouderdom van de betreffende plaats af te leiden. Men kan dus niet zeggen dat een plaats bestaat, uit de tijd dat de patroonheilige van de kerk leefde. St.Lebuinuus predikte van 755 tot ca.780 . Het vormt geen bewijs dat Deventer al in 780 zou hebben bestaan, omdat de kerk het patrocinium van Lebuinus draagt. Deze misvatting pasen Kok en anderen (D.P.Blok, P.A.Henderikx, C.Dekker) wel steeds toe om de ouderdom van een plaats te bepalen.
  5. Uit de naameving van een kerk (het patrocinium) is geen datering af te leiden, net zo min als uit de vondst van munten of aardewerk af te leiden is wanneer dat verloren is.
En dit nu, zijn fundamentele fouten: met een patrocinium kun je niets bewijzen, niets over de stichting, niets over de datering van de bouw van een kerk, niets over de aanwezigheid van de kerkpatroon ter plaatse en niets over de aanwezigheid van -in dit geval- de Franken.

Het komt er op neer dat het betoog van Martine De Reu gebaseerd is op achterhaalde opvattingen uit vervlogen tijden, van auteurs die fundamentele fouten maakten, maar nu als referentie dienen. Zij heeft uit de teksten van de door haar geciteerde schrijvers slechts die gegevens gehaald, die haar betoog ondersteunen, zonder zich te bekommeren om de tegenspraak in diezelfde teksten. SIC (sic)!

Missaal van de St.Willibrorduskerk in Klein-Zundert met een afbeelding van Willibrord.






Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.