De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Frisia (ook Fresia) en de Fresones.

Deze pagina wordt steeds bijgewerkt!



De klassieke Frisii hebben niets met de huidige Friezen te maken, schreef Jos Bazelmans. En wat merkt Charles Groenhuijsen op in de TV-serie (en het erbij verschenen boek) "Verleden van Nederland": "En dan nog even die dappere Friezen. Sorry hoor, maar die dappere Friezen van toen, hebben ook niks te maken met de Friezen van vandaag".

De tegenwoordige Friezen die in Friesland wonen, zijn andere Friezen die niets te maken hebben met de Friezen uit de Romeinse tijd of die uit de vroege Middeleeuwen, schrijft zelfs Luit van der Tuuk.
'De Friese middeleeuwse historiografie is een terrein vol voetangels en klemmen, met tal van moeilijkheden en vragen'. Bron: W.Jappe Alberts en A.G. van der Steur.

In het Nederlandse Friesland lokaliseert de gangbare geschiedschrijving van de 7e tot de 9e eeuw het grote volk van de Fresones. Het was machtig en derhalve zo groot in getal, dat het in een langdurig conflict met de Franken stand kon houden. Waar in Friesland heeft dat volk gewoond? Uit deze periode levert de archeologie ons enige bewoonde terpen op, waar toch moeilijk zo'n groot volk gewoond kan hebben. En juist in deze periode hadden de transgressies een nieuw hoogtepunt bereikt.

Het probleem met de 'Friezen'.
Het probleem met de Friezen is dat er een verschil gemaakt moet worden tussen de klassieke Fresones of Frisia en de moderne Friezen uit Nederlands Friesland. Het zijn twee verschillende bevolkingsgroepen, zoals enkele historici ook hebben geconstateerd (zie kolom links). Toch worden de Friezen te vaak als één en hetzelfde volk beschouwd. De klassieke Friezen woonden in (Frans-)Vlaanderen, de latere Friezen in Friesland. Ook andere volkeren of stammen, zoals de Bataven, zijn door onjuiste 16de en 17de eeuwse opvattingen op de verkeerde plaats terecht gekomen en hebben de geschiedenis danig op zijn kop gezet.
Het grote misverstand.
De plaatsing van de klassieke Friezen in het Nederlandse Friesland, ligt aan de grondslag van de hele traditionele geschiedenis. De Friezen uit Friesland is een immigratievolk dat in het tweede millennium vanuit Vlaanderen kwam om hier de gronden te ontginnen, een deskundigheid die men in Frans-Vlaanderen al had toegepast. Zij namen behalve hun taal (!) ook veel gebruiken en legenden van heiligen mee en honderden namen van plaatsen die vanuit Vlaanderen gedoubleerd zijn. De ultimo van deze doublures is de naam Dokkum ontleend aan het Dockynchirica, de plaats waar Bonifatius vermoord was. Lees meer over Dokkum en over Bonifatius.

Er bestaan meerdere kaarten van het oude Nederland (o.a. Frisia Veteris) waarbij de verschillen al aangeven dat de geschiedenis in de loop der eeuwen danig veranderd is en aangepast is aan de opvattingen van die tijd. Let met name op het Flevomeer, dat niet altijd een verbinding heeft met Friesland. De rechterkaart geeft de bewoonbaarheid van Nederland rond 1300 aan. Meer dan half Nederland bleek onbewoonbaar te zijn. Zie de kaarten hiernaast en hieronder (klik op de kaart voor een vergroting).


De visie van Albert Delahaye.
In tegenstelling wat historici lange tijd beweerden en nog beweren, is het volk van de Fresones (Friezen) aan de hand van zo'n 2000 teksten prima te localiseren. De onwetendheid van het bestaan van deze teksten heeft tot deze voorbarige conclusie geleid. Dit noemt men in de vaderlandse geschiedenis "kritisch tekstonderzoek". Men heeft gewoon geen weet gehad van het bestaan van al deze teksten omdat die niet in Nederland, maar allemaal in Frankrijk zijn terug te vinden. De eerste vraag die een kritische lezer zich dan stelt is "Wat doen teksten over 'ons' volk der Friezen in Frankrijk, terwijl er geen enkele in Nederland te vinden is?"
Het antwoord is even simpel als de vraag: "De teksten zijn precies daar waar het volk der Friezen leefde, in Noord-west Frankrijk en Vlaanderen."


Beda of Baeda, bijgenaamd Venerabilis (= de eerbiedwaardige) (Northumbria, 672 of 673 - Jarrow, 25 mei 735: zie afbeelding hiernaast), monnik en geschiedschrijver gebruikt ten aanzien van de Friezen de term Frisia Citerior. Daarmee bedoelde hij "de Friezen, daar aan de overkant, het dichtst bij ons". D.P.Blok gebruikte deze term foutief om er een tegenstelling van Frisia Superior, overigens een onbekende term bij de klassieke schrijvers, van te kunnen maken.

Geen enkele plaatsnaam uit de bronnen over Frisia kan in het Nederlandse Friesland worden aangewezen. Wie het hier niet mee eens is moet konkreet de 1690 plaatsnamen genoemd in teksten maar eens in Friesland aanwijzen.
Tot heden is NIEMAND die uitdaging aangegaan! Feitelijk zegt dit genoeg!
Al deze plaatsen zijn wel in Noord-Frankrijk en Vlaanderen aan te wijzen. Ze liggen er allemaal.

Op het kaartje hieronder wordt getoond hoe we ons het klassieke Frisia moeten voorstellen, verdeeld in drie gebieden.
Er is zowel tekstueel als archeologisch geen enkel bewijs voor. (Klik op het kaartje voor een vergroting).



De Grote Winkler Prins, toch een Encyclopedie van naam, plaatst de Friezen ergens tussen Cadzand en de Duitse rivier de Weser, maar weet hun exacte locatie niet te vinden. Daaruit blijkt wel dat men op de verkeerde plaats zoekt! Hun exacte locatie ligt juist onder Cadzand, en wel in Vlaanderen (huidig België) en Noordwest Frankrijk (Frans Vlaanderen).

De mythe van de Friezen in ons Friesland is in die mate belangrijk, omdat alles over de zogenaamde vroegste geschiedenis van Nederland hieraan is opgehangen.
De Romeinse schrijver Tacitus is de eerste die over het volk der Friezen bericht. Hij plaatst hen met duidelijke bewoordingen in Frans en Belgisch Vlaanderen.
Met de rivieren Albis, Amisia, Wisurgis en Lippia doen de Friezen hun intrede in de geschreven geschiedenis. Deze rivieren zijn FRANSE rivieren en worden in parallelle teksten geïndentificeerd als de Aa, de Hem, de Wimereux en de Lys.
Bij deze rivieren onderwierp Drusus in 12 vóór Chr. de Friezen en bouwt er een rij forten om Gallia te beschermen tegen invallen van de Germanen, hier dus de Friezen. Ook een andere Romeinse veldheer, Corbulo, trekt in 27 na Chr. ten strijde tegen diezelfde Friezen.
Ptolemeus plaatst deze rivieren in Noord-west Frankrijk en wordt daarin bevestigt door Tacitus.
De Friezen worden in teksten vaak in een adem genoemd met de Saksen. Zij woonden naast elkaar!

Wie van bovengenoemde rivieren Duitse rivieren maakt (Albis=Elbe??, Wimereux=Weser?? Amisia=Eems??), plaatst dus niet alleen de Friezen in Noord-Duitsland, maar laat ook de Romeinen daar optreden, terwijl de Romeinen zo ver naar het noorden NOOIT geweest zijn.
Hierbij doet zich het merkwaardige verschijnsel voor dat in de traditionele interpretaties de rivieren uit teksten in Noord-Duitsland worden gelegd, terwijl plaatsen in diezelfde teksten en aan dezelfde rivieren elders belanden of niet teruggevonden worden. Van alle plaatsnamen uit de berichten is er ook geen enkele in het noorden van Duitsland teruggevonden. De archeologie in Noord-Duitsland vertoond een merkwaardige leegte.De Friezen wonen in Nederland, en de rivieren waaraan zij wonen liggen in Duitsland en de plaatsen waarin zij wonen zijn nooit in Nederland maar wel in Noord-Frankrijk teruggevonden.
In Duitsland ligt Hamburg aan de Elbe en Bremen ligt aan de Weser, terwijl Hammaburg in de authentieke teksten aan het Almere ligt, evenals Brema. Hamaburg in de teksten over de Friezen is de Franse plaats Hames-Boucres, Brema is de plaats Brêmes.
Een ander opvallend verschil is dat men in veel authentieke teksten eerst de Albis noemde en die overtrok om vervolgens de Wisurgis werd overgestoken, waarna de Renus werd bereikt! In Duitsland liggen de rivieren precies ANDERSOM! Daar bereik je eerst de Rijn, vervolgens de Weser en tenslotte de Elbe. In Duitsland passen de teksten alleen als de Romeinen vanuit Oost-Duitsland of Polen gekomen zouden zijn. Maar daar zijn de Romeinen nooit geweest. De kronieken geven bovendien details die nooit in Duitsland zijn teruggevonden, maar in Noordwest Frankrijk zo zijn aan te wijzen, zoals de Brittanische zee, de overkant en de Litus Saxonem.

Karel de Grote strijdt bijna jaarlijks tegen de Friezen en Saksen, waarvoor hij, indien zij in Noord-Duitsland zouden wonen, veldtochten van meer dan 500 kilometer (enkele reis) had moeten maken. Zelfs voor Karel de Grote is dat te groots!
Bestudering van de testen levert vervolgens het beeld op dat de Friezen en vooral de Saksen niet van die bloeddorstige volkeren waren. Meestal ging de agressie niet van hen uit, maar b.v. van de Pepijnen en de Franken. Sprekend is in dit verband de tekst uit 782 waarin melding wordt gemaakt van de moord op 4500 krijgsgevangen Saksen! In deze tijd, met de Confentie van Genève, zou Karel de Grote er niet zo makkelijk vanaf gekomen zijn. Het doden van krijgsgevangen is immers MOOrd. En naar hem is een Europese prijs genoemd!
Feit is dat alle veldslagen werden geleverd in Frans Vlaanderen.
Tussen 797 en 804 laat Karel de Grote het volk van de Saksen naar Noord-Duitsland deporteren om voor eens en altijd "van ze af te zijn". Die deportatie zou geen enkele zin gehad hebben als de Saksen al in Noord-Duitsland woonden. Met die deportatie ging ook een deel van de geschiedenis mee naar noord-Duitsland. De term "deplacements historiques" is hier zeker van toepassing. Het is een aanfluiting van kritisch historisch onderzoek dat men nu nog steeds de logische waarheid niet onder ogen ziet (of durft te zien?).

Wat weten we uit de klassieke teksten? We noemen er enkele die wel duidelijk aangeven waar de klassieke Friezen woonden.

Het grote misverstand voor de plaatsing van de Friezen begint met een tekst van Plinius de Oudere uit de eerste eeuw n.Chr. Plinius schrijft: "Wij hebben gezegd dat in het oosten (lees: noorden) bij de Oceaan (Atlantische Oceaan) verschillende volken wonen. Maar in het noorden (lees: westen) wonen de Chauci (Chocques), die de Kleine en de Grote worden genoemd. De Oceaan (Atlantische Oceaan) stroomt er met een uitgestrekte vloed tweemaal per dag en per nacht over een groot gebied op het land, en bewerkt er een eeuwige verandering van de natuur, en twijfel wat land is of wat een deel van de zee. Daar woont een ellendig volk op heuveltjes of plateaus boven het peil van de hoogste vloed, die zij met hun handen hebben gemaakt, waarop hun hutten staan. Zij gelijken op schepelingen wanneer het water alles om hen heen bedekt, maar op schipbreukelingen wanneer het zich terugtrekt en zij de vissen rondom hun hutten vangen, die met de zee willen vluchten. Zij hebben geen vee en kunnen zich niet met melk voeden zoals de anderen in de omgeving, noch op jacht gaan, want nergens zijn struiken waarin het wild zich kan ophouden. De netten om de vissen te vangen knopen zij uit zeegras en biezen. De klei, die zij met hun handen oppakken, laten zij meer door de wind dan door de zon drogen".

De grote historicus A.W.Byvanck (en nadien veel van zijn volgelingen) was stellig van mening dat ”Het niet anders kan dat Plinius hier op Friesland doelt” ofwel “Hier moet Plinius ons land op het oog hebben gehad” of “Dit is alleen op Nederland van toepassing”. Byvanck pastte deze tekst toe op de situatie van 10 eeuwen later, wat per definitie onmogelijk is, omdat Byvanck nog nooit van transgressies had gehoord, al worden die toch wel duidelijk in het werk van Plinius vermeld. Ook had Byvanck blijkbaar nooit Frans-Vlaanderen bezocht, want het landschap daar komt exact overeen met dat in Friesland.

Wat in de tekst opvalt is dat er sprake is van de west-oriëntatie (zie daar). Verder gaat de tekst niet over de Friezen, maar over de Chauci, die juist géén koeien hebben en melk drinken, wat traditioneel zo met Nederlands Freisalnd wordt geassocieerd.

Plinius schrijft ook "waar de Renus in zee uitstroomt vindt men witte steen, die zich gemakkelijk laat snijden en die o.a. gebruikt wordt voor het leggen van vloeren".

De Franse kalksteen, waar het hier over gaat, laat zich hiervoor inderdaad uitermate goed gebruiken. Zowel voor vloeren als voor beeldhouwwerk wordt deze Franse kalksteen nog steeds gebruikt. Dit in tegenstelling tot de mergel in Zuid-Limburg, die volgens Byvanck *) hier bedoeld wordt. Franse Kalksteen is inderdaad wit en wordt marmer genoemd en nog steeds gebruikt voor vloeren en schoorsteenmantels, maar ook voor beeldhouwwerk. Dezelfde kalksteen werd ook gebruikt voor de sarcofaag van St.Willibrord die 'van marmer' genoemd werd. Het is een belangrijk detail dat zich onmogelijk in Nederland laat plaatsen, maar in Noordwest Frankrijk precies past! Het "Maison du Marbre" in Rinxent, ten noorden van Boulogne, verschaft de bezoekers informatie over winning en toepassingen van de witte kalksteen die hier gewonnen wordt.

*) Let op: Byvanck "vertaalt" hier de Renus (Rijn) met Maas. Maar de Rijn stroomt nergens in Zuid-Limburg langs de mergelgroeven. De Zuid-Limburgsee mergel is geel van kleur en totaal ongeschikt is voor vloeren, maar zou meteen verpulveren. De 'vertaling' van Renus we ook bij Van Es, die Renus enkele keren "vertaalt" met Waal, omdat Rijn niet klopt met de rest van de tekst.
Let ook eens op de naam RIN-x-ENT: het einde van de Rin, de Renus.

Waar de Renus in zee uitstroomt is ook al niet in Zuid-Limburg, maar in de Nederlandse interpretatie bij Katwijk.
Het is dan ook volkomen onbegrijpelijk hoe de traditionele geschiedenis bij deze locaties komt. En veel historici hebben deze interpretatie klakkeloos gevolgd. Dat is nog onbegrijpelijker. Het meest onbegrijpelijk is dat degene die deze opvattingen ter discussie stelt en op de onlogica wijst, voor een "fantast" werd uitgemaakt.



Bergwouden van de Friezen.

In zijn Annales (XIII, 54) vermeldt Tacitus de bergwouden, waarin de Friezen zich verborgen hielden in hun strijd met de Romeinen. In Nederland past deze tekst alleen in Zuid-Limburg, maar daar hebben nooit Friezen gewoond. In Noordwest Frankrijk en het Zuidwesten van België, de werkelijke woonplaats van de Friezen in het eerste millennium, is het landschap heuvelachtig en bevat het op verscheiden plaatsen zelfs hoge heuvels. De plaats Cassel is gelegen op de 176 meter hoge Casselberg, met daarnaast de Wouwenberg van 141 meter hoog. Plaatsen met namen als Mont des Cats, Mont Noir en Mont Guynemer zeggen genoeg.
Het waren dus zeker niet de terpen van enkele meters hoog, die Tacitus bedoelde met de bergwouden, wat enkele fantasievolle historici er in Nederland wel eens van probeerden te maken.

Ook deze tekst van Tacitus past niet op Nederlands Friesland.

Tekst uit ca. 675:
Want toen zij over de zee scheep gingen naar Fresia, dat ligt naast de streek van de Morini, kwam het voor dat hij het Misoffer wilde opdragen.
Bron: Vita S.Vulframni, AS, maart III. p.145.

'Hij' is St.Wulfram. Morini is onmiskenbaar de streek van Terwaan. De Friezen zijn dus buren van de Morini in Terwaan.

Tekst uit ca. 700:
Daar bij de Britse Zee scheidt het de Fresones van de Texandrui en de overige bewoners van de streek.
Bron: Vita quarta S.Lamberti, AS, sept.V, p.609.

De Britse Zee is Het Kanaal, waar volgens deze tekst ook de Renus in uitstroomt. Het is wel duidelijk dat de Fresones aan de kust van Het Kanaal woonden en niet in Friesland. De Texandrui waren de bewoners van Texandria, het weefland, dat Vlaanderen was en niet Noord-Brabant, wat de Nederlandse traditie (H.Camps!) ervan maakt. Dan zou Friesland naast Noord-Brabant liggen wat uiteraard een complete farce is, maar wat wel weer lukt als je de Friezen in half Nederland, zelfs tot aan de Maas en in Zeeland, laat wonen (zie kaartje hierboven). Lees meer over de Friezen.

Tekst uit 717: Radboud de Fries wordt verslagen te Inchy-en-Antois.
Radboud, aanvoerder van de Fresones, kwam opnieuw in opstand tegen de Franken. Hij nam de stad Trajectum in. De definitieve slag tussen Karel Martel en Radboud vond plaats te Vinciacum (=Inchy-en-Artois).
Diverse bronnen vermelden dezelfde gebeurtenis:
Alcuinus, Vita S. Willibrordi, HdF, III, p.642.
Chronique de St. Denis, HdF, III, p.307.
Sigiberti Gemblacensis chronicon, HdF III, p.345; MGS, VI, p.328.
Ekkehardi chronicon universale, MGS, VI, p.157.
Chronicon universale, MGS. VIII, p.18.

In feite is deze ene tekst reeds voldoende om de mythe van de Friezen in Nederland als een fabel te ontmaskeren.
Men kan desnoods nog blijven discussiëren over de andere details, doch de plaats Vinciacum is Inchy-en-Artois, 12 km ten westen van Kamerijk. Te Inchy-en-Antois vond een der beslissende slagen in de onderwerping van de Friezen aan het gezag van de Franken plaats. Het feit en de juiste plaats ervan te Inchy-en-Artois zijn door de kroniekschrijvers zo duidelijk beschreven dat dit niet te ontkennen valt, wat de Nederlandse historici dan ook nooit hebben gedaan. Men mag zich er wel over blijven verbazen, dat zij dit feit aan Nederlandse Friezen hebben vastgeknoopt en dat zij de onmogelijkheid ervan niet hebben ingezien. Het toont weer aan dat de verblinding door de mythe zo fataal is geweest, dat grote absurditeiten niet meer werden opgemerkt. Militaire operaties met zulke sprongen van meer dan 300 km - die in onze moderne tijd nauwelijks voorstelbaar zijn - in de 8e eeuw veronderstellen, is wel het meest krasse dat de historici gepresteerd hebben.
En nog, ondanks dat de Friezen zo ver in vijandelijk gebied konden doordringen, hebben ze de strijd verloren. Een volk dat er in slaagt om ruim 600 km door te dringen in vijandelijk gebied, moet over een enorme troepenmacht hebben beschikt. Een enorme troepenmacht van Friezen, die op die paar terpen in Friesland woonden? Deze ongerijmdheid spreekt boekdelen. Doordringen tot in het centrum van het rijk der Franken en dan nog de strijd verliezen? Een vorst die niet bij machte is een vreemde mogendheid zo ver in zijn rijk te laten doordringen, die heeft verloren.

Was het bij dit ene geval gebleven, dan was het nog tot daaraan toe geweest. Doch hetzelfde is gebeurde met de slag van 734 bij de Bourre in Frankrijk.
De ongerijmdheid in de Nederlandse traditionele opvatting is van ongekende waanzinnige grootheid. Stel je voor: Radboud neemt eerst Utrecht in en trekt vervolgens met zijn leger vanuit Friesland naar Noord-Frankrijk. Daar verliest hij de strijd en 'achterna gezeten'(?) door Karel Martel, neemt deze Utrecht weer in bezit. En dat allemaal in het begin van de 8e eeuw over honderden kilometers.
Trajectum is uiteraard Tournehem. De hele strijd heeft zich voorgedaan in Noord-Frankrijk en ook daar woonden de Friezen in Fresia.

Tekst uit ca. 865:
Er is een streek, bij alle volken der aarde beroemd, en allen bekend onder de naam Fresia. Daar ligt een stad, die door de inwoners Osdenne wordt genoemd, niet ver van Rorikes-berg.
Bron: Miracula S.Donatiani Brugensis, MGS, XV.p.856.

Osdenne is Oostende. Rorikes-berg is genoemd naar Rorik de Noorman, die de streek van Audruicq en Tournehem sinds 834 in bezit had. Waar het antieke Fresia gelegen heeft moet dan toch voor iedereen duidelijk zijn. Het is een aanfluiting van kritisch historisch onderzoek dat men nu nog steeds de logische waarheid niet onder ogen ziet (of durft te zien?).

Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.









De Fundamentele verwarring tussen Noviomagus is Nijmegen of Noviomagus is Noyon, ligt aan de grondslag van de verwarring rond Trajectum: was het Utrecht of was het Tournehem? Het kernpunt waar alles mee begon en waar alles om draait is deze hier genoemde fundamentele verwarring. Immers als Nijmegen fout is, is de Betuwe ook niet het land van de Bataven en is Utrecht ook niet de bisschopszetel van Willibrord en werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord. Dat gebeurde allemaal in Noord-Frankrijk!




Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.