De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Jaarboek Oud-Utrecht 2005.

Deze pagina wordt steeds bijgewerkt!








Foto van Luit van der Tuuk bij zijn artikel over "Denen in Dorestad" (zie Jaarboek Oud-Utrecht 2005).

Opvallend bij deze foto is dat de gemeente Wijk bij Duurstede deze reconstructie niet op haar grondgebied wenste te hebben. Daardoor is deze in Amersfoort terecht gekomen, de 'thuisbasis' van de R.O.B.

In dit artikel van Van der Tuuk dat zo'n 30 pagina's in druk bevat, komen we nogal vaak dezelfde woorden tegen waarmee hij zijn hele eigen verhaal totaal ongeloofwaardig maakt. Vaak is 'wishfull thinking' van toepassing. Er 'moet' (36x) nogal veel bij Van der Tuuk, er 'kan' of 'kunnen' (38x) of er 'zal' of 'zullen' (53x) wel dingen zich 'hebben' (68x) afgespeeld. Wishful thinking is de vorming van een overtuiging op basis van wat leuk zou kunnen zijn om je voor te stellen, in plaats van op bewijs, rationaliteit of realiteit. Het is een product van het oplossen van conflicten tussen wat je graag gelooft en zou verlangen dat het waar was, en de harde werkelijkheid van de niet te bewijzen mythen.


Er zijn meerdere voorbeelden te geven waarbij Luit van der Tuuk vasthoudt aan de traditionele opvattingen, maar met bewijzen niet verder komt dan 'wishfull thinking'. We geven als voorbeelden:
  • Upkirika en de 'Bovenkerk',
  • 'alles is weggespoeld',
  • de Vikingaanvallen,
  • de bisschop van Dorestad,
  • de Livius Codex,
  • het nooit gevonden castrum,
  • de oorkonde uit 777,
  • de kerken in Dorestad,
  • de Friezen en Frisia,
  • Bonifatius en Dorestad,
  • Walacria (zie hieronder als voorbeeld),
  • de plaatsen Ribe, Haithabu en Birka,
  • Hamburg en Bremen,
  • Adam van Bremen (zie hieronder als voorbeeld),
  • enz. enz. enz.
    Het zijn evenzovele onbewezen opvattingen, die ook Van der Tuuk slechts kan 'bewijzen' met aannamen en veronderstellingen. Bij Van der Tuuk blijkt veel 'mogelijk' (20x) of zal iets 'waarschijnlijk' (20x) hebben plaats gevonden.

    Twee voorbeelden:
    Walacria: als je niet weet of in de gaten hebt dat er in de klassieke bronnen drie (3!) Walacria's voorkomen, kun je niet alles naar het Nederlandse Walcheren schuiven. Dan moet je wel goed nagaan welk 'Walacria' bedoeld wordt.

    Adam van Bremen: als je niet weet of in de gaten hebt dat Adam van Bremen bekend staat als de grootste falsificaris van de 11de eeuw, moet je alles wat hij schrijft wel dubbel checken met andere bronnen om tot de juiste opvatting te kunnen komen. Van der Tuuk weet dat ook, want hij schrijft daarover: "Zijn verhaal wordt niet door archeologische opgravingen bevestigd".

    Lees meer over Wijk bij Duurstede, over Dorestad, maar vooral over Munna.

    Meer citaten over St.Willibrord en Utrecht vindt U hier.


    Het kernpunt waar alles mee begon en waar alles om draait is deze fundamentele verwarring. Immers als Nijmegen fout is, is de Betuwe ook niet het land van de Bataven en is Utrecht ook niet de bisschopszetel van Willibrord en werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord.
    Dat gebeurde allemaal in Noord-Frankrijk!
  • In het Jaarboek Oud-Utrecht uit 2005 staan twee artikelen over Dorestad met enkele opvallende bevindingen van de auteurs. Het eerste opvallende verschil in de naam is dat Toorians het met een -t- schrijft als laatste letter, waar Van de Tuuk steeds een -d- schrijft. Klein verschil, maar het is toch veelzeggend! Toorians geeft de etymologische betekenis van dat -stat- en wel in de betekenis van -statio- : standplaats, verblijfplaats, en niet als -stad, zoals wij het woord stad opvatten. Het woord stad komt in de moderne betekenis pas op ná het jaar 1200, schrijft hij. De nadruk op -stad wat de traditie graag doet, is slechts bedoeld om het belang van Dorestad als belangrijke en grootse handelsstad te willen bevestigen, een belang dat door de opgravingen allerminst wordt bevestigd.
    We citeren hieronder de opvallendste opmerkingen en bevindingen. De tekst wordt verdeeld in twee kolommen; links het artikel van Luit van der Tuuk, rechts dat van Lauran Toorians. De conclusie leest U steeds in rood. Beide auteurs verstaan onder Dorestad de plaats Wijk bij Duurstede. Voor de etymologie van Wijk bij Duurstede lees daarover bij D.P.Blok.

    De visie van Albert Delahaye.
    Over Utrecht bestaan veel tradities die voortgekomen zijn uit een aantal mythes en meerdere legenden. Romeins Utrecht heeft zeker bestaan, maar tussen de Romeinse tijd en de late Middeleeuwen is er in de geschiedenis van Utrecht beslist geen sprake van enige continuïteit geweest. Bij veel opvattingen wordt nog steeds uitgegaan van tradities die òf nooit bewezen zijn, òf achterhaald zijn door later onderzoek. Zowel de schriftelijke bronnen alsook de archeologie leverden nieuwe gegevens op, waardoor de uitgangspunten van de oude geschiedenis van Utrecht herzien moeten worden. Het hele historische probleem met Utrecht hangt samen met de aanwezigheid van St.Willibrord. Hij is er nooit geweest. In zijn tijd (begin 8ste eeuw) bestond Utrecht niet eens, wat de archeologie ook aangetoond heeft. Romeins Utrecht heeft ook nooit de naam van Traiectum gehad; er bestaat geen enkel bewijs om tussen de 3e en de 10e eeuw de naam Traiectum voor Utrecht te kunnen aannemen; met Utrecht is hetzelfde gebeurd als overal elders, namelijk een achterafse latinisatie van de inheemse naam Uit-rek (land gewonnen uit moeras). Het Itinerarium Antonini uit de 4e/5e eeuw noemt Trajectum nog als een bestaande stad, terwijl Romeins Utrecht niet meer bestond. Dat was in de 3e eeuw verlaten. Dit Trajectum kan dus nooit Utrecht zijn geweest. De naam van Utrecht is ook niet van Traiectum afgeleid, doch het ligt omgekeerd: Utrecht werd met Traiectum 'vertaald' wat zonder de minste falsificerende bedoeling gebeurde, maar wat in de 12de eeuw op dramatische wijze werd misverstaan en tot de schier onontwarbare kluwen aan mythen heeft geleid.


    Denen in Dorestad door Luit van der Tuuk.

  • Eigentijdse schriftelijke bronnen weten ons - op het eerste gezicht - weinig over de handelsplaats te melden. Die 'eigentijdse' schriftelijke bronnen zijn allemaal Franse bronnen.
  • Door de teloorgang van de lange-afstandshandel en de opkomst van de regionale handel verloor Dorestad langzaam haar belangrijke positie. Zie de volgende tekst, wat dus wel lange tijd de traditionele opvatting was. Waarom nu niet meer? Is men eindelijk overtuigd dat van plunderingen en branden niets gebleken is?
  • De conclusie moet zijn dat het niet de vikingaanvallen op Dorestad waren waardoor deze plaats ten onder ging. Daarmee is dan precies aangetoond dat de opgegraven nederzetting in Wijk bij Duurstede niet Dorestad was. Immers de schriftelijke bronnen vertellen een ander verhaal.
  • Bonifatius, vanuit Engeland komende, moet eerst naar Dorestad en vervolgens naar Utrecht zijn gegaan. Hij moet daardoor welhaast via de in die tijd blijkbaar bevaarbare Lek gekomen zijn. Let speciaal op de onderstreepte woorden. Deze tekst heeft in Nederland nooit gepast, immers Bonifatius kwam via de Rijn en dan kom je eerst in Utrecht en daarna pas in Wijk bij Duurstede. Men probeert dit probleem op te lossen door de Lek in te zetten, maar de Lek bestond nog lang niet als bevaarbare rivier vanaf de kust. Nu wordt in geen enkele klassieke tekst 'Lek' geschreven, maar 'Lockia'. Was dat de Lek? Lees meer over de Lek.
  • Over de in dit artikel genoemde oorkonde uit het jaar 777 lees je alles hier.
  • Het in dit artikel genoemde 'Ubkirika' was niet de nederzetting bij Rijswijk, zoals Van der Tuuk aanneemt, vermoedt of veronderstelt. Er zijn geen bewoningssporen aangetroffen en een kerk kunnen we aannemen, schrijft Van der Tuuk. Andere onderzoekers vinden dat De Heul de plek van de Bovenkerk was, anderen noemen Utrecht. Maar de Bovenkerk ging in de loop van de negende eeuw in de stroom verloren. Hoeveel zekerheid spreekt hieruit? Ubkirika was de plaats Northkerque vlak bij Dorestad (is Audruicq), waar ook een Zutkerque bestaat, waarmee de plaatsnaam verklaart is. Ubkirika, die intrigerende plaats vlak bij Dorestadum, waarover al honderden volkomen overbodige bladzijden zijn geschreven (Van der Tuuk voegt er nog een bladzijde aan toe), is nergens in Nederland gevonden. Het was een groot probleem. Maar, alle moeilijkheden waren in een klap opgelost toen de geniale vondst werd gedaan dat de plaats met kerk en al was weggespoeld door de Lek; en toen kon men weer vrolijk verder. Probleem opgelost: alles was weggespoeld. Het is een vaker gebruikt 'excuus' als er archeologisch niet gevonden wordt. En dan blijven diezelfde historici en archeologen de transgressies steeds ontkennen!
  • Iets dergelijks kunnen we ook aan de voet van het castrum van Dorestad vermoeden. Van der Tuuk maakt hier een vergelijking met de situatie in Mainz en Keulen. Hier is dus duidelijk sprake van 'wishfull thinking' ofwel 'wensdenken' ofwel een niet te bewijzen opvatting wordt met verhullende termen omgebogen tot een bewijs. Zie kader in de kolom links.
  • De eerste Noormannen in Dorestad waren handelslieden. Met de volgende 'uitleg' in noot 61: Noormannen, zoals in contemporaine bronnen in de etnische betekenis, ongeveer te vergelijken met het begrip Scandinaviërs. Noormannen die zich bezig hielden met piraterij worden hier, zoals tegenwoordig te doen gebruikelijk, als vikingen aangeduid. Dat de Noormannen handelslieden waren is dè oplossing (bedacht door Annemarieke Willemsen) van het probleem dat nergens in Nederland sporen van hun plunderingen en brandstichtingen zijn gevonden. Alsof de Noormannen gingen betalen voor hun plunderingen. Het was eerder andersom: de Noormannen werden betaald als ze afzagen van plunderingen. Ongeveer? 'te doen gebruikelijk'? Waaruit bijkt dat 'ongeveer'? Van de Noormannen is bekend uit de bronnen dat ze uit het zuiden kwamen en dat ze klein waren, zwart haar hadden en erg rap waren. Hun schepen waren de liburnen uit het Middellandse zeegebied, kompleet met drakenkop. 'Te doen gebruikelijk'? Door de traditionalisten misschien, maar niet door de echte historici en kenners. Het is een mmanier om onkunde te verbergen. In de klassiek teksten staat nergens het woord Vikingen. Lees meer over de Noormannen.
  • Noot 21: De plaatsing van het gebouw midden in een al bestaand grafveld en de aanwezigheid van de resten van wat als een klokkenstoel zou kunnen worden opgevat wijzen op de religieuze bestemming van het gebouw, maar hierover bestaat geenszins zekerheid (vriendelijke mededeling prof.dr WA van Es).
  • Noot 38: Vita Bonifatii, t.a.p.; VA; het is niet uitgesloten dat de auteurs Willibald en Rimbert het kerkelijke centrum Utrecht tot het veel belangrijkere Dorestad hebben gerekend, zoals Gosses ('1946a, 128) aannam. In Dorestad waren meerdere kerken en er was waarschijnlijk een monasterium met een actieve gemeenschap van clerici. De aantekening van (T)heutbertus als (koor)bisschop van Dorestad is in dit verband verklaarbaar. We moeten ons zelfs afvragen in hoeverre de geestelijkheid zich in Utrecht ophield. Hoewel deze zich fors afzette tegen de in hun ogen minderwaardige handelaren (Künzel, 1984, 99 e.v.) zullen de meeste clerici toch liever in het bruisende Dorestad dan in het doodse Utrecht hebben verbleven. Zo praat Van der Tuuk enkele zaken krom die gewoon recht zijn. Wat Gosses aannam vormt geen enkel bewijs. Van de vele kerken in Dorestad is er in Wijk bij Duurstede geen enkele gevonden. Theutbertus was geen bisschop VAN Dorestad, maar was als wijbisschop ook eens IN Dorestad voor de normale zielzorg.


    De bron waar deze opvatting uit voorkomt was de laatste bladzijde van de zesde-eeuwse Liviuscodex (Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, Cod. Vind. Lat. 15, f. 193v) met de aantekening Iste codex est Theutberti episcopi de Dorostat, tenminste dat is wat D.P.Blok en enkele andere historici ervan maakten. Vertaald is dat: Dit boek is van Theudbertus, bisschop van Dorestad. De codex is in een niet al te beste staat, zodat deze tekst niet met zekerheid te ontcijferen is. Zie de afbeelding hierboven voor het betreffende detail van die bladzijde. Niet onmogelijk is dat de codex van ene Aluberthus was, die genoemd wordt door Gregorius als coadjutor (helper of wijbisschop).

    Maar staat dat ook in deze tekst? Wat lezen we precies?
    In werkelijkheid staat er:
    TITI LIVII
    AB URBE CONDITA
    ad grii(gorium) ac dorostat
    LIB. XLII EXP(onitur)
    INC(ipit) LIB. (vlek?
    ?L i CiTer?)

    Het is een codex van Livius' werk (TITI LIVII) met de titel AB URBE CONDITA. Het 'AB URBE CONDITA' betekent dat 'in de stad (het geloof is) gesticht', waarmee 'Gregorius het geloof zal hebben gesticht in Dorestad'. Het 'LIB. XLII EXP(onitur)' betekent hier eindigt Boek 42 en 'INC(ipit) LIB.' (?zware vlek? Li CiTER) is een verwijzing naar het begin van het volgende boek ('INCIPIT LIBER'?)

    Op deze bladzijde eindigt het 42e Liber (boek of hoofdstuk) en begint het volgende. De aantekening van Dorestat (regel 3) is in een andere hand en een ander schrift (8e eeuw?) in kleine letters tussen de ander regels gezet die allemaal in hoofdletters staan. Nergens zijn de woorden te lezen: "iste codex est", of "Theutbertl" of "episcopi".

    Gregorius staat geschreven als ad goï, met afkortingstekens erboven, een wel radikale afkorting, maar geheel klassiek en gemakkelijk op te lossen, vooral wanneer men weet of kan vermoeden welke naam er zou kunnen staan. Het boek was opgedragen aan (of eigendom van) St. Gregorius, de abt van St. Willibrord's klooster, die tussen 754 en 775 als vicaris het bisdom bestuurde en hoofd was van de school in het bisdom Trajecturn. De tekst betekent letterlijk: Aan Gregorius en Dorestat. Uit het bijna onleesbare ad gregorium ac dorostat zou moeten blijken dat Dorestad de bisschopsstad van Gregorius zou zijn. Echter ten tijde van Gregorius (rond 770) had Dorestad beslist geen bisschopszetel, overigens ook ervoor of erna nooit gehad. Maar als Gregorius het geloof zal hebben 'gesticht' in Dorestad, betekent dat dan ook dat Dorestad een bisschopsstad was, ook al was Gregorius bisschop? De bisschop zal in Dorestad de normale zielzorg verleend hebben, wat voor het gehele bisdom gegolden zal hebben en wat geheel normaal was en is in de missie-praktijken van de Kerk. Als een bisschop tegnwoordig in een stad of dorp kinderen het Vormsel komt toedienen, is zo'n dorp of stad toch niet meteen de bisschopszetel?
    Bij het debat te Amsterdam heeft prof.dr.D.P.Blok Albert Delahaye weggehoond met de opmerking, 'dat hij eigenlijk zijn tijd zat te verknoeien'. Delahaye was te fatsoenlijk om hem daar in het publiek het enig juiste antwoord op te geven, dat "hij helemaal gelijk had en inderdaad zijn tijd zat te verknoeien". Hij had meteen naar huis moeten gaan om oud schrift te leren lezen. Het is immers wel duidelijk dat je als kritisch historicus àlles wat anderen schrijven zelf moet blijven controleren en niet klakkeloos moet naschrijven wat eerdere historici beweerden, ook al hebben die titels en professoraten voor hun naam.

    Het is wel duidelijk dat op grond van degelijke onduidelijke teksten en wat erger is, een onjuiste 'vertaling' geschiedenis wordt geschreven. En andere historici schrijven die eenmaal gemaakte fout na, zonder de originele tekst kritisch te controleren. Dat geldt dus ook voor Luit van der Tuuk, maar ook voor Martin de Bruijn en Charlotte Broer, die dezelfde tekst op hun website afdrukken met dezelfde onjuistheden. Maar, gelukkig voor hen spreken ze toch wel enigszins hun terechte twijfel uit.
  • De etymologie van Dorestat door Lauran Toorians.

  • In recente naslagwerken geldt Dorestat als een plaatsnaam met een Keltische etymologie, wat voor een vroegmiddeleeuwse naam in Nederland een opmerkelijk gegeven is. Dit opmerkelijk gegeven heeft Toorians toch niet aan het denken gezet. Keltisch is Gallisch. Wat doet een Gallische naam in Nederland en nog wel in Fries gebied?
  • Opmerkelijk is dat de naam Dorestat misschien wel de enige plaatsnaam in vroegmiddeleeuws Nederland is waarvan in de toponymische literatuur zonder meer wordt aangenomen dat deze Keltisch is. Die laatste aanname is wel juist. Blijkbaar was Dorestad ook de enige plaats in Nederland. Kent U nog andere plaatsen?
  • De naam Duurstede is blijkbaar pas relatief laat overgeleverd (14de eeuw), maar staat verder een ontwikkeling zoals Dorestat --› Duurstede niet in de weg. Deze redenatie staat juist wel in de weg, ofwel is wetenschappelijk totaal niet verantwoord. Met een naam uit de 14de eeuw kun je niets verklaren over het ontstaan van een naam uit de 9de eeuw. Dat is precies verkeerd om.
  • De voorkeur gaat uit naar het Oudnederlands stat 'plaats', omdat Dorestat later evolueerde tot Duurstede (maar op grond van Abstede "Abbenstade" -statha" is dit een zwak argument). Gelukkig ziet Toorians de zwakte van zijn arguement ook in.
  • Nu is er natuurlijk discussie over mogelijk tot op welke hoogte we mogen zeggen dat Dorestat in de monding van de (Oude) Rijn lag (de afstand tot Katwijk bedraagt al gauw 100 kilometer), maar het was in elk geval de eerste belangrijke havenplaats vanaf de monding. Zo kun je jezelf uit elk prbleem kletsen. Uit teskten blijk duidelijk dat Dorestad een ZEEhaven was, een Emporium.
  • Het ligt natuurlijk voor de hand aan te nemen dat dergelijke woord paren en composita ontstonden in een omgeving (in tijd en ruimte) waarin Keltisch en Germaans met elkaar in nauw contact stonden. Zeer goed opgemerkt van Toorians: dat noemen wij de taalgrens.
  • De inwoners van Dorestat zouden dus wel eens een sterk Keltisch gekleurd Romaans als omgangstaal kunnen hebben gehad. Hier gaat Toorians uit van de simpele gedachte dat de inwoners de naam Dorestad aan hun woonplaats zouden hebben gegeven. Die naam is slechts bekend door wat verschillende klassiek schrijvers vermeldden.
  • De ontwikkelingen in het 'Noordwestelijk (Gallo)romaans', dus die in het Proto- en Oud-Picardisch, vormen hier de naaste equivalenten voor wat wij hier zien. We mogen dan ook aannemen dat het Romaans van Dorestat sterk vergelijkbaar is met dit 'Proto-Picardisch'. Beste Lauran Toorians: je bent eruit, je hebt het zelf ontdekt. Combineer de taalgrens nu een met Picardië en je hebt de juist plaats van Dorestad gevonden.
  • Opmerkelijk is nog wel dat de oudste vormen van de riviernaam IJssel identiek zijn met het Romaanse en Oudfranse woord isle 'eiland' (Modern Frans île ; Latijn insula) dat we ook terugvinden in de plaatsnaam Lille / Rijsel / l'île / ter IJsel; Latijn apud Insulam.
  • Er zijn aanwijzingen dat de taal waarin dit compositum ontstond, en die dus ook de taal van Dorestat zelf zal zijn geweest, een Romaanse was. Het gaat daarbij om een taal die net als het Latijn van Noordwest-Frankrijk en van Brittannië door een Keltisch substraat was beïnvloed en waarvan we dan ook mogen aannemen dat Keltische elementen uit onder meer de plaatsnaamgeving erin voortleefden. Deze aanname van Toorians is meer geheel juist. Trek daar nu eens de juiste conclusie uit. Dorestad was een plaats in het Romaanse/Keltisch/Picardisch taalgebied, dus lag in Frankrijk.
  • Met de inwoners van Dorestat en omgeving als sprekers van een Keltisch gekleurd Romaans dient zich tot slot nog een andere uitdagende conclusie aan: deze handelaars en ambachtslieden spraken 'dezelfde' taal als hun concurrenten/collegae in Quentovic, de handelshaven aan de monding van de Canche die een cruciale rol speelde in de contacten met Engeland. Deze namen met Qu- zijn typisch Picardisch.
  • Mogelijkerwijs kunnen we in Dorestat en Quentovic de benoembare uitersten zien van het gebied waar in de vroege middeleeuwen Keltisch, Romaans en Germaans elkaar intensief beïnvloedden. En die beïnvloeding van deze drie tale gebeurt precies waar dat nog steeds gebeurt: op de taalgrens. Daar lag dus ook Dorestad.
    Ik mis in dit verhaal van Toorians dat hij conclusies trekt uit de taalgrens en de kenmerken van Dorestad, die in verschillende teksten worden genoemd. Die geven toch eerder een indicatie over de juiste locatie van Dorestad, dan de overeenkomst van enkele letters in Duurstede.

    Achtergrondgeschiedenis om de situatie rondom Dorestad goed te kunnen duiden:
    De in Wijk bij Duurstede opgegraven nederzetting die men graag laat doorgaan voor Dorestad, was geen stad, maar een dorp van vissers en jagers en werd succesievelijk een roversnest, dat op last van de Duitse keizer en op verzoek van de bisschop van Utrecht, vernietigd moest worden. Van enige vorm van rijkdom is tijdens de
    opgravingen nooit iets gebleken. Het enige dat op die 'rijkdom' gewezen zou hebben is de (gestolen?) broche die er gevonden is. Het oude Wijk bij Duurstede (zijnde Dorestad?) was geen belangrijke haven, ook al lag die aan het water. Het zou de belangrijkste stad zijn geweest. Welke steden bestonden er dan nog meer in Nederland in de 9de eeuw? De plaats die op last van de keizer vernietigd werd, was de uit meerdere schriftelijke bronnen*) beruchte plaats Munna, gelegen in het moerasbos Meriwido en beschreven als een roversnest. De plaats Munna is in Nederland altijd onvindbaar gebleven, omdat men Dorestad voor die plaats hield. Meriwido wordt ca. 1018 voor het eerst genoemd als een moeras- bosgebied, in het bezit van de bisschoppen van Keulen en Trier en enige abten, waar alleen jagers en vissers woonden. De naam betekent: bos in het moeras (Mere=moer, moeras, wido=woud, bos), en deze naam is later op de rivier overgegaan (die verder westelijk ligt), toen de verlanding verder was gevorderd en nieuw ontstane rivieren een nieuwe naam kregen. Vergelijk het met Maas-Bergse Maas-Amer-Hollands Diep-Volkerak/Haringvliet. Met steun van de graaf van Holland vestigden Friezen zich hier, om de bisschop van Utrecht afbreuk te doen en de handelaars van Tiel te bestoken. Deze nederzetting heette Munna. De functie van deze nederzetting is bevestigd door het astronomische aantal dierenbeenderen en visgraten die tijdens de opgravingen in Wijk bij Duurstede zijn aangetroffen.

    *) Die bronnen zijn o.a.Alpertis Mettensis, Thietmar van Merseburg en de Kroniek van Kamerijk en geven alle hetzelfde verhaal.

    Goed begrepen moet worden dat veel streken, rivieren en plaatsen geen moderne naam droegen of zowiezo al een naam hadden. Zeker wel in de 'volksmond', maar die namen uit de 'volksmond' zijn pas overgeleverd toen ze op schrift werden gesteld. De eerste Hollandse schrijver Melis Stoke (einde 13e eeuw, begin 14e eeuw) vermeldt 33 plaats- en waternamen, die in zijn tijd of kort tevoren bestonden. Deze namen zijn nooit geïdentificeerd in Nederland. Waar lagen Huuslede, Nortike-die-stede, het water Medemelec (is dus niet de plaats Medemblik), Boschuse, Hament, het water Chinneloes, het water Maeme, Mattinghe, Lopsen, Winkelmeet, Rodenborch, Durlede, Zweten, Walduinen, Zuuthardeshage enz.? Het zijn ruim 30 nooit gevonden plaatsen (plus namen) die allereerst benadrukken dat de stratigrafische toestand van Nederland vóór de 12e eeuw nog lang niet stabiel was. De plaatsen hebben, zover bekend, geen sporen nagelaten in de daarop volgende tijd, noch historisch noch naamkundig, zodat hun verdwijnen radicaal is geweest. Zij vertonen bovendien, wat nog veel belangrijker is en het vraagstuk van de historische continuïteit naar een vroegere periode scherp aangeeft, geen enkele band met de documentatie van het bisdom Traiectum. Daarin worden deze namen niet genoemd. Het is duidelijk dat er twee complexen te onderscheiden zijn: dat van het bisdom van St. Willibrord en het autochtone complex uit het werk van Melis Stoke. Als de namen die Stoke noemt niet in het bisdom van Willibrord genoemd worden, lag dat bisdom dus elders en zeker niet in Nederland of Utrecht en verre omgeving.









  • Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

    Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.