De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De Peutingerkaart is een falsum.

Er is geen enkel bewijs dat de Peutingerkaart ouder is dan de 16de eeuw.


Detail van Segment 1 van de Peutingerkaart (klik op de kaart voor een vergroting). Aan de overkant van de fl.Patabus ligt Frankrijk!
Nergens op de Peutingerkaart wordt een landstreek overgeslagen, alleen volgens de Nederlandse opvatting onder de Patavia dat de Betuwe zou zijn!
Tegenover de Patabus ligt onmiskenbaar Noord-Frankrijk met plaatsen als Castello Menapiorum (Cassel), Tervana (Therouanne) en Baca Conervio (Bavay). Noord-Brabant en België worden overgeslagen.
Maar is dit ook zo? Is de Patavia een landstreek in Noord-Frankrijk? Als je leest wat Tacitus erover schrijft blijft er geen twijfel bestaan. Het land van de Bataven lag in Gallia!


Lees hier de argumenten waarom de Peutingerkaart een falsum is en hoe de Nederlandse traditie tot stand kwam.
Lees meer over de traditionele opvattingen in het hoofdstuk over de Limes.

Van de Peutingerkaart wordt vrijwel unaniem aangenomen dat het gaat om een middeleeuwse kopie van een uit het eerste millennium daterende kaart, maar de geschiedenis blijkt bij nader onderzoek duister. Er wordt veel aangenomen en nog meer gespeculeerd. Iets mag je een kopie noemen als je zeker weet dat er een origineel is. Maar een origineel is niet bekend. "De PK is een oorspronkelijk middeleeuws werkstuk", stelt Ad Maas in De identiteit van de Peutingerkaart (2020)..

Op deze pagina wordt de term 'onderzoekers' gebruikt en niet historici of deskundigen. Het blijkt dat niemand echt deskundig is gezien de vele vragen die blijven bestaan en dat er geen historici bestonden of bestaan die ervoor 'geleerd' hebben. Het zijn allemaal 'onderzoekende amateurs' geweest die zich met de Peutingerkaart hebben bezig gehouden. Bij al die onderzoekingen speelt de logica uiteraard een cruciale rol.

Omdat er niets bekend is over het ontstaan van de Peutingerkaart, wordt er steeds uitvoerig en onbelemmerd over gespeculeerd. Daarbij doemen de meest vreemde gedachten op. Zo heeft elke onderzoeker zijn eigen opvattingen en spreekt de een de ander soms faliekant tegen. Te denken valt aan onderzoekers (zie kader hiernaast) zoals Richard Talbert, Ekkehard Weber, Anne Kolb, Michael Rathman, P.Stuart, Ben Stolte, Luciano Bosio, Frans Volmer, Joep Rozemeijer, Hans Kreijns, Willem Bruijnesteijn, Ruud van Veen, Maarten Nijssen, Ad Maas en uit een verder verleden Jan Rinse Wartena, Heinrich Kiepert, Theodor Mommsen, Alexander Byvanck, Konrad Miller, Marcus Welser, Johannes Moretius, Franz von Scheyb, Mannert, Vodnik, Christianopoulo, Katenscich, Desjardin en Peutinger zelf. Lees eerst eens wat zij allemaal schrijven, voordat je commentaar hebt op onderstaand verhaal. Uit de veelheid aan onderzoekers (de lijst hierboven is zeker niet volledig) blijkt al dat de opvattingen niet eenduidig zijn en dat er meerdere interpretaties die over de PK bestaan.

"Wat hebben we aan de bestudering van de Peutingerkaart?" vraagt Ad Maas zich af aan het eind van zijn boek. Het antwoord geeft hij zelf ook al "leuk om te onderzoeken". Maar moet het niet gewoon zijn: "net zoveel als aan het oplossen van een cryptogram, leuk tijdverdrijf, maar het levert uiteindelijk niets op". De tegenstelling met een cryptogram is dat men daarbij wel tot een oplossing komt.

Zelf denk ik dat ergens 'in het hiernamaals' iemand (vast en zeker een kloosterling) zich bescheurt van het lachen, voor al die bestudeerde belangstelling en het grote wetenschappelijk belang dat aan zijn leuk geprobeerde, maar schromelijk mislukte natekening van de wereld wordt toegekend.
De vorm en de grootte van de kaart zijn ontstaan doordat schapenperkament nu eenmaal dat formaat heeft. Toevallig lag er in het klooster nog een restje van die vellen, die onbruikbaar waren voor een boekband. 'Hij mocht ze wel hebben' om zijn fantasie op los te laten. Dat het een restje was, blijkt wel uit het feit dat alle 11 vellen van de PK een verschillend formaat en een verschillende kleur hebben. (zie de fotografische afbeelding van de originele Peutingerkaart verder naar onderen). Een machthebber zou zo'n wanstaltig product nooit geaccepteerd hebben, laat staan dat het een prestigeproject zou zijn en hij er macht mee zou kunnen uitstralen. De latere uitgaven zijn wat dat betreft een stuk duidelijker. Is het niet hetzelfde als met veel 17e eeuw schilders die landschappen en stadsgezichten schilderden die nooit bestaan hebben? Alleen zij hadden wel de techniek wel onder de knie, wat wel blijkt dat deze schilderijen in alle musea hangen. De PK ligt veilig opgeborgen in een metalen kist, zodat een jonge student niet zou opmerken: "Dat kan ik ook!".

Met een handmatig getekende kaart uit een historische atlas valt niets te bewijzen, zeker niet als die kaart talloze fouten bevat.
Veel bestudeerde onderzoekers trekken bij voorbaat al conclusies, zonder de kaart ooit echt goed bestudeerd te hebben. Zo heeft iedereen het er maar steeds over dat de kaart in de 13e eeuw gekopieerd is. Hoe komt men op de 13e eeuw? Naschrijverij? Ook lees je nergens dat de kaart een wanproduct is. Geen twee vellen zijn aan elkaar gelijk, geen twee vignetten zijn aan elkaar gelijk. Uit de vignetten van de 'badhuizen' blijkt dat de tekenaar 1.rechtshandig was en 2.geen kennis had van perspectief tekenen. Ook de wegen zijn willekeurig getekend. Er lopen zelfs twee wegen parallel naar dezelfde plaats. Ook zijn er wegen die er twee keer op staan, kompleet met hetzelfde rijtje plaatsen.

De uitvoerig discussies en verschillende opvattingen over de Peutingerkaart geven al aan dat de kaart volkomen onbetrouwbaar is. Het is een kaart die getekend is eind 16e/begin 17e eeuw, op grond van de toen bekende opvattingen! Zie de kaart van Petrus Bertius uit 1616 hier links onder (klik op de kaart voor een vergroting).

Deelkaart van Tabula Peutingeriana waarop enige plaatsen in Nederland (Batavia) te zien zijn, uit Commentariorum Rerum Germanicarum (1616) van Petrus Bertius (Zie afbeelding hiernaast: klik op de afbeelding voor een vergroting). In begin 17e eeuw kende men al de zogenaamde Romeinse plaatsen in Nederland. Nadien zijn meerdere interpretaties bekend. Zo noemde Konrad Miller in 1887 alleen nog maar Leiden, Rotterdam, Dordrecht en Nijmegen als Romeinse plaatsen in Nederland.

Al vlak na de ontdekking van de Peutingerkaart ontstond er al de nodige discussie, zoals Arnoldus Buchelius die aan Aubertus Miraeus (rond 1630) het volgende schreef: Maar echt, de auteur van de Peutingerkaart lijkt me geen goede historicus en ook geen nauwkeurige geograaf, alles op deze kaart is verward en door elkaar gegooid. U hebt, voor zover het in de dikke duisternis van de oudheid mogelijk was, een nauwkeurige kaart getekend, maar in het toepassen van de namen lijkt het me, dat u soms het doel gemist hebt. Dat gemiste doel is nog steeds van toepassing bij de tegenwoordige interpretaties van de Peutingerkaart.

Feitelijk is de naam van de kaart ook onjuist. Het is meer een reisplanner en er zijn geen geografische gegevens of windstreken uit af te leiden. Een plaats die op de kaart onder een andere ligt, kan in werkelijkheid ten noorden ervan liggen. Ook wegen die op de kaart horizontaal liggen (praktisch alle wegen lopen horizontaal), kunnen in werkelijkheid noord-zuid lopen.

Valerio Massimo Manfredi komt in zijn boek over Teutoburg met nieuwe wetenschap over de Peutingerkaart. Die bleek dus al te bestaan in de tijd van Drusus. Klik hier voor zijn opvattingen over de Peutingerkaart. Als Italiaans historicus en archeoloog zou hij toch beter moeten weten.

De ware aard van de Peutingerkaart.
Dat de Peutingerkaart is getekend in de 13e eeuw en zou een kopie zijn van een kaart uit de 3e of 4e eeuw: het zijn twee nooit bewezen veronderstellingen. De Peutingerkaart is een falsum uit de 16e eeuw en is niet voor niets vernoemd naar Peutinger. Er zijn sterke aanwijzingen dat Conrad Peutinger deze kaart zelf getekend heeft.

Het was beslist geen omvangrijk en ingewikkeld werkstuk. In minder dan een werkweek van 38 uur teken je de hele kaart na. Peutinger zal het nog sneller hebben gedaan, gezien de vele fouten op de kaart. Het voorbeeld van segment II hieronder, dat ik binnen 3 uur zelf natekende, geeft aan dat het geen moeilijk en omvangrijk werk was! (klik op de afbeelding voor een vergroting).

De Peutingerkaart bracht veel onheil voor zijn bezitters.
Konrad Celtes overleed een jaar nadat hij in 1507 in het bezit van de PK was gekomen. Waar hij de kaart gevonden had is onderhevig aan vele speculaties. Konrad Peutinger die de kaart in 1508 in bezit kreeg, overleed in 1547 vlak voordat hij de kaart zou gaan uitgeven. Daarna is tussen 1547 en 1591 niet bekend waar de kaart gebleven is, ofwel kwijt geweest. Marcus Welser die in 1591 in het bezit van de kaart kwam wilde deze gaan uitgeven, maar overleed toen hij net een deel had gerealiseerd. Abraham Ortelius was voordien door Welser gevraagd een volledige uitgave van de PK te verzorgen. Hij stierf echter in 1598 voordat hij het werk afhad, maar een half jaar later had Jan Moretus de klus geklaard en begin 1599 drukte de uitgeverij Plantijn te Antwerpen er 250 exemplaren van, op halve grootte en verdeeld over 8 drukplaten.

De hele mythe is gebaseerd geweest op het verkeerd begrijpen van een tekst in de Annales Colmarienses Minores. Die tekst luidde ďAnno 1265 mappam mundi descripsi in pelles duodecim pergameniĒ. Op grond van deze tekst is aangenomen dat het a.over de Peutingerkaart gaat en b.de kaart door een monnik van Colmar is gekopieerd en c.de kaart bestond uit 12 vellen. De vraag is wat met die 12 perkamenten vellen precies wordt aangeduid. De Peutingerkaart bevat slechts 11 vellen. Bovendien werd de Peutingerkaart begin 16e eeuw niet teruggevonden in 11 vellen, maar was het een rol! Zouden die 12 vellen ook 3 rijen van 4 vellen geweest kunnen zijn, zoals de kaart van Pierre Desceliers uit 1550? Zo zijn er wel meer verschillen aan te geven tussen de Peutingerkaart en die tekst uit Colmar. Zie het artikel De Peutingerkaart is een falsum uit de 16e eeuw.

De grootste misvatting is dat de Peutingerkaart altijd wordt voorgesteld als een kopie van een kaart van het Romeinse Rijk. De volgende argumenten van de lange lijst van onderzoekers (die met vele tientallen zijn uit te breiden) worden allerlei misvattinggen aangetoond:
  1. Met de Peutingerkaart (verder PK) kan alleen de kaart bedoeld worden die tussen 1507 en 1547 in bezit was van Konrad Peutinger en die tussen 1547 en 1591 kwijt was en in 1591 werd herontdekt. Wat er tussen 1507 en 1591 met de kaart gebeurd is, is onbekend. Voor een eerdere kopie of een origineel ontbreekt elk bewijs.
  2. De kaart draagt dan ook terecht de naam van Konrad Peutinger die er, naar men aanneemt, ook enkele aantekeningen op gemaakt heeft.
  3. Over de PK werd en wordt door allerlei onderzoeker volop en veel gespeculeerd, maar bewijzen voor al die opvattingen ontbreken. Het gaat daarbij steeds om 'welles' of 'nietes', zoals:
    1. was de PK een rol of waren het 11 afzonderlijke vellen?
    2. is het een kopie? Maar waarvan dan? Van de kaart van Agrippa of van Castorius of van Cassiodorus of van Eratothenes? De enige overeenkomst is dat van allevier niets is teruggevonden. Het zijn dus slechts speculaties.
    3. Er is een neiging de PK te koppelen aan de kaart van Agrippa of Augustus, maar deze neiging berust op gissingen en niet op feiten stelt men.
    4. Heeft de wereldkaart van Agrippa wel ooit bestaan of is dat een uitvinding uit de 18e eeuw zoals Kai Brödensen beweerd?
    5. Door sommige onderzoekers wordt Castorius (eind 6e eeuw en secretaris van de paus die in Ravenna zetelde) genoemd als de ontwerper van de PK. Het is een onbewezen aanname op grond van zijn vermelding als bronauteur (wel 38 keer) door de Cosmograaf van Ravenna.
    6. Kent de PK Griekse voorlopers of is Egypte, met name uit Alexandrië de bakermat? Ook dat is onderzocht, maar er zijn ook hiervoor geen bewijzen gevonden.
    7. Is de PK 'nagetekend' van plaatsnamenlijsten van Ptolemeus, de Cosmograaf van Ravenna of het Itinerarium Antonini? Of van twee ervan of een combinatie van alledrie? Ook dit is gebaseerd op aannames en ontbreken de bewijzen.
    8. Vaak geopperde relaties met het Itinerarium Antonini of de Cosmographie van de Anonymus van Ravenna zijn slechts gebaseerd op gissingen en speculatie. Er is geen enkel bewijs voor.
    9. Hadden Pomponius Mela of Plinius de PK voor zich liggen als een soort 'aanschouwelijk materiaal' bij het opstellen van hun geschriften? Ook daar is geen bewijs voor.

    Vragen over dateringen en makers/ontwerpers van de 'originele' kaart of de 'kopie'.
  4. Wat is de datering van de originele kaart? Er worden veel jaartallen genoemd die gaan tussen ca.200 v.Chr. en 435 n.Chr. Daarover bestaat al geen enkele concensus.
  5. De PK wordt op paleografische gronden gebaseerd op de tijd rond 1200, maar ook worden andere jaartallen genoemd, zoals 1265 of zelfs pas de 16e eeuw. Immers voor die tijd kon men helemaal geen topografische kaarten maken.
  6. Wat is de datering van de (gekopieerde) PK? 13e eeuw? 16e eeuw? Er wordt zelfs de 18e eeuw genoemd. Ook hiervoor bestaan weer veel opties en dito discussies.
  7. Dat de PK in de 13e eeuw gekopieerd zou zijn is een onbewezen aanname, gestoeld op het misverstaan van een tekst uit de Annales Colmarienses Minores (zie hierboven).
  8. Dat de PK een kopie zou zijn van een kaart uit de derde, vierde of vijfde eeuw (verschillende onderzoekers geven verschillende jaartallen aan) is een breed aangenomen opvatting, die echter nooit bewezen is. Er is geen enkel origineel bekend. Het zijn speculaties.
  9. Daarom stellen enkele onderzoeker dat de PK geen kopie is, maar dat de PK die wij kennen het origineel moet zijn.
  10. Bij het kopiëren van de PK wordt steeds de dertiende eeuw genoemd. Dat heeft alles te maken met de vermelding van een mappa mundi in de Annales Colmarienses Minores (ca.1265). Echter daarin gaat het over een geheel andere kaart namelijk een van 12 vellen. De overgeleverde PK bestaat uit een rol van 11 vellen. Pas in de 19e eeuw zijn deze vellen van elkaar gesplitst. Konrad Miller heeft er wel een twaalfde vel aan toegevoegd (Spanje en Brittannia), maar dit is fantasie en wordt door veel onderzoekers ook niet geaccepteerd als juist.
  11. Zo missen we Spanje en Brittannia die op segment 0 zouden hebben gestaan, zoals dat door Konrad Miller erbij is bedacht. Maar dat is fantasie en wordt door meerdere onderzoekers ook niet geaccepteerd als juist.
  12. Zou je links van de PK nog bladen willen toevoegen dan krijg je een probleem met de kaderlijn op segment 1 die links op dat blad staat en duidelijk de rand van de kaart aangeeft. Dez kantlijn sluit ook duidelijk aan op de kaderlijnen aan de boven- en onderzijde van de kaart. Links van deze lijn is niets meer getekend. Het is duidelijk het einde van de kaart. Links daarvan is niets meer geweest: het was het einde/begin van de kaart. Zie afbeelding hiernaast → → → → →
  13. Andere onderzoekers stellen dat er zelfs 13 of 14 vellen geweest moeten zijn. Zij gaan er immers vanuit dat Rome in het midden van de kaart gelegen zal hebben, Maar dit is gebaseerd op speculatie. Daar is geen enkel bewijs voor.
  14. Onderzoeker Emily Albu heeft zelfs gesuggereerd dat de huidige PK gebasseerd is geweest op een kaart uit de Karolingische periode. Opvallend is dan wel dat nergens in de tijd van Karel de Grote het bezit van deze kaart genoemd wordt.
  15. Als plaats van productie worden Colmar, Speyer en Reichenau genoemd. Dat zijn er in elk geval twee teveel.
  16. Is de PK gemaakt (gekopieerd) door een eenling, door meerdere personen of door een groep? Het blijft allemaal speculatie.
  17. Men neemt soms aan dat de kaart door één hand is gemaakt. Die opvatting is gezien de verschillen in handschrift en uitvoering niet langer houdbaar. Zo wordt soms het getal IV zo geschreven, elders als IIII. Idem IX en VIIII. Ook bepaalde letters zijn verschillend geschreven zoals de 'd' en de 'δ' en de 'ν' en de 'u' die beide als V gelezen worden.
  18. Ook over 'Wie?' en 'Waar?' en 'Waarom?' de PK getekend is, blijven onbeantwoorde vragen bestaan, ondanks allerlei beweringen van de verschillende onderzoekers.

    Vragen over het doel van de 'originele' kaart of de 'kopie'.
  19. Is het wel een reiskaart. Daarvoor ontbreekt de benodigde gedetailleerde infomatie op de PK. Met alleen die kaart zou je verdwalen of tenminste de verkeerde kant op lopen.
  20. Of is het een militaire kaart? Maar ook daarvoor ontbreekt de benodigde strategische informatie op de PK. Ondoordringbare wouden en andere obstakels als bergen en moerassen, zijn er niet op te vinden.
  21. Is het eigenlijk wel een wegenkaart, ook al staan er wegen op? Veel wegen op de PK eindigen zonder plaats te bereiken of hebben wellicht nooit bestaan.
  22. Het is ook geen kaart van de cursus publicus. Daarvoor ontbreken allerlei administratieve aanwijzingen.
  23. Was de kaart een prestigeobject of bedoeld voor propaganda? Of een machtsmiddel of slechts particulier en geen openbaar bezit? Het zijn vele opties die je bij de verschillende onderzoekers tegenkomt. Maar een object dat zo slordig getekend is en zoveel fouten bevat kan nooit een prestigeobject zijn geweest.
  24. Was de kaart bedoeld voor het onderwijs in kloosterscholen? Getekend in een klooster voor onderwijsdoelen? Welke onderwijsdoelen? Met een kaart met zoveel fouten valt toch niet veel te leren. En waarom bestaat er maar ëën exemplaar van? Kloosterscriptoria staan er toch om bekend steeds meerdere kopieén te maken? Het is duidelijk een product van enkele novicen, die al tekenend de nodige discussies gevoerd zullen hebben. Vandaar de vele fouten. Men was het er toen al niet over eens wat juist was.
  25. Blijkbaar is de kaart door een Christelijke monnik gemaakt, maar welk middeleeuws document is niet door een monnik gemaakt? Immers zij waren de enige die konden schrijven en documenten konden opstellen of kopiŽren. Het heet niet voor niets monnikenwerk.
  26. Is het misschien toch een Christelijke kaart gezien de vele Christelijke symboliek die op de kaart te vinden is?
  27. Was de PK een kunstwerk of had het slechts een onderwijsdoel of een Christelijk doel? Er komt een duidelijke Christelijke symboliek voor op de kaart, waar legionairs niets aan hebben. De Christelijke informatie blijkt uit de vermelding van enkele kerken zoals de St.Pieter (ad sacrum Petrum, kompleet met tempelgebouw-kerk?), de Olijfberg (Mons Oliveti), de SinaÔ woestijn waar Mozes met het volk van IsraŽl veertig jaar doorheen trok en 'hier op den berg Syna hebben zij de wet ontvangen', wat op de kaart vermeld staat en Hierusalem dat 'Antea dicta Helya capitoline' (in de oudheid-voordien- hoofdstad van Ilia=Ilias was) wordt genoemd. Deze vermelding horen eerder in de 13e eeuw thuis, dan in de 4e eeuw en getuigen zeker van een Christelijke signatuur. Verschillende onderzoekers van de PK wezen ook op die Christelijke kenmerken van de PK, die voor een kaart van het Romeinse Rijk niet acceptabel zijn. Het feit dat de kaart in een klooster tot stand kwam (wie anders kon er schrijven?) zou een bevestiging van een Christelijke signatuur kunnen zijn. Toch ontbreken dan belangrijke plaatsen zoals Nazareth en Bethlehem die er zeker opgezet zouden zijn.
  28. Door wie en waarom de kaart getekend is, blijft een onbeantwoorde vraag. Is het een Romeinse kaart, een Christelijke of onderwijskundige kaart? Een machtssymbool? Het blijft gissen.

    De vignetten op de 'originele' kaart of de 'kopie'.
  29. Ook over de betekenis van de vignetten zijn de onderzoekers het ook niet eens. Er zijn veel (kleine) onderlinge verschillen. Geen twee vignetten zijn aan elkaar gelijk. Let vooral op de details!
  30. Wat ook regelmatig genoemd wordt is dat de PK slordig en haastig getekend is, veel fouten bevat en zelfs verwarrend en misleidend is. Dat slorige blijkt onder meer uit:
    1. geen twee vignetten zijn aan elkaar gelijk. Hoewel dezelfde vorm is gebruikt, zijn ze allemaal verschillend.
    2. Het perspectief van de 'badhuizen' is verre van juist getekend, zelfs primitief te noemen. Zie afbeelding hiernaast van vijf badhuizen.
    3. De wegen zijn slordig getekend. Soms ziet men doorhalingen, soms verbeteringen of een tweede aanzet van de 'pen' zoals vlak onder Turnaco.
    4. Gezien de vele fouten en slordigheden (kijk naar de krom geschetste lijnen die wegen voorstellen) is het gerechtvaardigd te denken dat het maken van de PK een haastklus was.
    5. De wegen zijn soms onder een rivier door getekend, elders loop de weg over de rivier. Heeft dat een betekenis? Een doorwaadbare plaats of een brug?
    6. Een weg loopt soms (gedeeltelijk) door een vignet of komt er soms niet helemaal tegenaan.
    7. Wegen die in werkelijkheid rechtdoor gelopen zullen hebben, worden met een kromming getekend om bij de bedoelde plaats uit te komen. Zie de weg bij Forum Adriani.
    8. Soms komen wegen netjes uit op 'maaiveldhoogte' van het vignet van een plaats, elders eindigt de weg op het dak van het vignet van een plaats. Soms ook beide.
    9. De afzonderlijke vellen zijn erg slordig aan elkaar geplakt. Dat verdiende zeker geen schoonheidsprijs. Bovendien verschillen ze veel van kleur. Kan door de tand des tijds komen, maar zal zeker geen prestigeobject geweest zijn.
    10. Een apart hoofdstuk bieden de plaatsnamen. Wat staat er op de kaart en hoe wordt het 'gelezen'? Het Cevelum dat als Ceuclum gelezen werd, Het Eletione dat Fectio werd of het Foro Adriani dat Forum Hadriani (met H) werd. Het zijn interpretaties van plaatsnamen die zo niet op de PK staan. Dit is met vele voorbeelden aan te vullen.


    Scheda prior. De zeer aansprekende natekening van segment 1 van de Peutingerkaart door Petrus Bertius, 1565-1629. (klik op de afbeelding voor een vergroting)

    De nadrukken van de 'originele' kaart of de 'kopie'.
  31. Van de PK zijn vanaf de 16e eeuw meerdere nadrukken vervaardigd zoals door Petrus Bertius (1565-1629) de zogenoemde 'scheda's prior en posterior' (zie afbeelding hiernaast).
  32. Tussen de verschillende uitgaven (nadrukken) die van de PK nadien gemaakt zijn (Moretius -1591-gedeeltelijk, welke drukproeven door Marcus Welser werden gecontroleerd, Ortelius-1598, Janssonius-ca.1652, Von Scheyb-1753, Konrad Miller-1872, Williams & Norgate-1892), zijn soms opvallende verschillen te constateren. Welke uitgave is de juiste? Immers op de originele PK heeft de tand des tijds enkele plekken zodanig aangetast dat het onleesbaar is geworden. Dan zal de eerste gemaakte volledig uitgave (die van Ortelius) toch wel het meest betrouwbaar geacht moeten worden.
  33. De PK wordt dan wel vaak gezien als een kaart van het Romeinse Rijk,maar komt daarmee in de verste verte niet overeen. Gebieden die nooit tot het Romeinse Rijk gehoord hebben staan wel op de kaart, terwijl gebieden die er wel toe behoord hebben er niet op staan. Zo missen we geheel België waar toch meer Romeins is gevonden dan bijvoorbeeld in de Betuwe die er wel op zou staan.
  34. De PK is ook geen kaart van de toen bekende wereld en geeft een onjuist wereldbeeld. Veel gebieden waarvan men het bestaan wel wist, staan er niet op. Vergeleken met wereldkaarten (mappa mundi) uit ca. 1300 geven die een beter wereldbeeld dan de PK. Daarbij vergeleken is de PK maar primitief. Gemaakt door een amateur?
  35. De kaart lijkt te zijn gebaseerd op "routes", lijsten met bestemmingen langs Romeinse wegen, aangezien de afstanden tussen punten langs de routes worden aangegeven. Maar niet alle etappes zijn tussen steden: soms markeert een kruispunt een halteplaats maar heeft dan geen naam.
  36. Als de PK een kopie zou zijn dan bevatte of het origineel ontelbare fouten, of waren de kopiïsten niet al te secuur bij wat ze aan het doen waren. Werden ze te veel afgeleid?
  37. Enkele fouten (de lijst is zeker niet volledig) die over de hele kaart voorkomen zijn (van elke opmerking hieronder zijn meerdere voorbeelden te geven):
    1. Plaatsnamen zijn onjuist en of verschillend geschreven, ook op de nadien gemaakte verschillende uitgaven van de PK.
    2. Afstanden zijn fout: te kort of te lang, zelfs tussen algemeen bekende plaatsen.
    3. Plaatsen zijn niet te identificeren of te localiseren, ofwel onbekend. Van de 2760 plaatsen op de PK zijn er bijna 2000 van een geolocatie voorzien, ruim 760 niet. Dat is 27% onbekend en bij de wel 'bekende' kan men vraagtekens plaatsen, zoals de plaatsen in de Patavia die steeds anders gelocaliseerd worden.
    4. Plaatsen liggen in de verkeerde volgorde volgens de hedendaagse identificatie.
    5. Opeenvolgende plaatsen bevinden zich aan 2 tot zelfs 3 verschillende wegen, waar ze heden aan één doorgaande weg liggen.
    6. Wat bijvoorbeeld ook opvalt is dat er geen enkele weg naar Constantinopel voert, terwijl het toch de hoofdstad was van het Oost-Romeinse rijk. Van dit soort voorbeelden zijn er meerdere te geven.
  38. De kaart wordt wel eens vergeleken met een moderne metrolijnen kaart. Die vergelijking gaat in zoverre op dat je van een metrokaart ook geen geografische details of bewijzen kunt afleiden, wat ook niet kan met de PK. Maar reŽle afstanden en ook de windrichtingen zijn op een metrokaart wel herleidbaar, wat op de PK absoluut niet het geval is. Het verschil met de PK is ook dat er op de metrokaart geen afstanden tussen stations staan en dat is nu het grootste probleem van de PK waar die afstanden wel op staan, maar te vaak onjuist blijken te zijn.

    Algemene opmerkingen die voor de hele 'kopie' gelden.
    Was wat op de kopie staat ook op de vermeende 'originele' kaart al zo? En is de kopie precies goed nagetekend van de 'originele' kaart of zijn bij het kopieëren deze onzorgvuldigheden pas ontstaan?
  39. De PK is een unieke kaart, er is geen tweede van bekend. Dat maakt de kaart al verdacht. Als het een kopie zou zijn, zouden er beslist meerdere gemaakt zijn, immers het bezit van die kaart was een prestige-object. En als het voor het reizen bedoeld was, waarom is er dan slechts één exemplaar van bekend. Dan kon met deze kaart slechts door één persoon gereisd worden.
  40. Vragen over de afstand of was het de route? Wat geven de getallen tussen twee plaatsen aan? De afstand (in vogelvlucht/hemelsbreed) of de route over de weg. Ook daar zijn de meningen over verdeeld. Voorbeeld: Amiens - Beauvais: afstand: 53,91 km, rijroute: 61,80 km., een verschil van 15%.
  41. "Er komen hoogst onwaarschijnlijke wegverbindingen voor, terwijl de voor de hand liggende verbindingen ontbreken. Er zijn zelfs hele gebieden op de kaart die door één of meer kopiisten dermate mishandeld zijn dat een heel netwerk van routes vrijwel onherkenbaar is geworden." (W.Bruijnesteijn, R.van Veen). "Er moet zelfs aangenomen worden dat bepaalde routes die op de Peutinger-kaart lijken voor te komen, in werkelijkheid nooit hebben bestaan, terwijl andere routes, die men zeker zou verwachten, op die kaart niet te vinden zijn" (R.v.Veen, http://vanveen.semafoor.info/inhoud/bronnen.html). Aan de loop van de rivier mag men geen conclusies verbinden.
  42. Dat de PK een reiskaart zou zijn is overigens een mythe. Als reiskaart is de Peutingerkaart volkomen onbruikbaar. Met de PK zou je verdwalen, op zijn minst verkeerd lopen. Waren de mijlpalen dan onmisbare wegwijzers? Waarom zijn er daarvan dan zo weinig gevonden? In Nederland maar elf, in België slechts drie. Maar op die mijlpalen ontbreekt vooral de benodigde informatie voor een reiziger.
  43. De PK is ook geen bruikbare wegenkaart. Over de condities van wegen, kortere routes, zijwegen, bergen, hindernissen, ondoordringbare bossen, moerassen of oversteekplaatsen over rivier (toch wel cruciaal) is op de PK niets te vinden. Daarom is de kaart ook zeker geen militaire kaart geweest. Veel voor de legers benodigde informatie is er niet op te vinden.
  44. Veel kruisingen met rivieren berusten op fantasie, echte oversteekplaatsen worden er niet op aangegeven.
  45. Als men bij de naam Garunna aan de Garonne denkt, kloppen rivierkruisingen niet en blijkt het een fantasie-rivier.
  46. Bepaalde plaatsen zijn niet terug te vinden op de PK, ook al ken je de afstanden vanaf of naar die plaatsen wel.
  47. Behalve dat er vaak onjuiste afstanden worden gegeven tussen bekende plaatsen, ontbreken ook afstanden of worden afstanden van wegen gegeven die in het niemandsland eindigen. Wat ging hier mis?
  48. Plaatsnamen of afstanden staan ook te vaak op de verkeerde plaats, net als volksstammen. De PK laat Parijsenaars in Keulen wonen.
  49. Bepaalde wegen die er zeker geweest zijn en zelfs archeologisch ook zijn teruggevonden staan er niet op.
  50. De volgorde van twee opeenvolgende plaatsen aan een bepaalde weg liggen in werkelijkheid andersom. Men zou dan terug moeten lopen om de volgende plaats te bereiken die men net gepasseerd is.
    Wat wel duidelijk is dat veel onderzoekers de Peutingerkaart zorgvuldig en langdurige bekeken en bestudeerd hebben. Op verschillende punten zijn ze het niet met elkaar eens, zelfs tegenstrijdig oneens. Ondanks al die studies blijven er talloze vragen bestaan. Daaruit is slechts één conclusie te trekken: de PK is als bron voor welke bewijsvoering dan ook totaal onbruikbaar. Wat de ene onderzoeker meent aan te tonen als bewijs, wordt door een ander tegengesproken of met andere argumenten weerlegd.
  51. Belangrijke wegen zijn aan de verkeerde kant van een rivier getekend. Voor een reiziger verwarrend en misleidend.
  52. Rivieren stromen uit op een verkeerde plaats bij een verkeerde plaats.
  53. Belangrijke rivieren zoals de Somme en Schelde staan niet op de kaart.
  54. Veel details op de kaart plaatste en plaatst onderzoekers voor onoplosbare problemen, zoals met 'hic flumen nascitur' (zie daar), het eilandje voor de kust van Frankrijk.
  55. De afstanden tussen plaatsen zijn vaak onjuist, zelfs in ItaliŽ, dat er over de gebruikte mijlen en leuga diverse discussies gevoerd zijn. De leuga zou 2,22 of 2,5 km zijn, Anne Rooney noemt zelfs een afstand van 4,8 km. Het gebruik van de verschillende lengtematen lossen de problemen in de afstanden tussen plaatsen echter niet op, zelfs niet met veel gegoochel. We moeten er toch wel van uitgaan dat de Romeinen echt wel konden meten en rekenen, gezien de bouwwerken die ze realiseerden en er heden nog staan.
  56. De meren in Noord-ItaliŽ en de eilanden bij SiciliŽ zijn in de verkeerde volgorde getekend. Werd de kaart dan toch door een niet-Italiaan getekend? Of hebben de meren en eilanden nadien pas hun naam gekregen in afleiding van de PK?
  57. De verhoudingen van de kaart zijn, afgezien van de lengte en breedte die zowiezo al opvallend afwijkend zijn, verre van eenduidig. ItaliŽ wordt in verhouding veel te groot getekend, Frankrijk en Griekenland veel te klein.
  58. De verhouding van de Patavia, die men voor de Betuwe houdt, heeft een oppervlakte vergelijkbaar met ruim 2x BelgiŽ. Het geeft al aan dat met de Patavia nooit de Betuwe bedoeld kan zijn.
  59. Onderzoeker P.Stuart merkte tijdens zijn onderzoek al op 'dat de PK meer vragen oproept dan antwoorden gegeven kunnen worden'. Hij bleef bij zijn visie dat de PK als rol meegenomen werd om te kunnen reizen, wat door andere onderzoekers weer betwijfeld wordt.
  60. Door enkele onderzoekers wordt de PK als een onbruikbare rol om mee te reizen gezien. Wat heb je aan informatie over India als je in Gallia reist? Dan lijken deelkaarten logischer, maar die zijn nooit teruggevonden of ergens vermeld in de klassieke bronnen.
  61. Volgens meerdere onderzoekers is de PK in de loop van eeuwen aangepast. Het bevat informatie uit verschillende perioden, waardoor het precies voldoet aan de definitie van een falsum, een niet origineel maar een aan de tijd aangepast document.
Voor bepaalde problemen kunnen wel oplossingen bedacht worden, maar er zal waarschijnlijk nooit zekerheid komen dat de situatie in de oudheid werkelijk zo was. Ook de archeologie geeft daarover geen uitsluitsel, want hoeveel werd er met relicten gesleept en worden die nu op niet-oorspronkelijke plaatsen teruggevonden? Hoeveel is er in de loop van eeuwen aan 'Romeins' verbouwd of is materiaal hergebruikt waardoor wij op het verkeerde been gezet worden? In hoeverre is de PK te vertrouwen als onafhankelijke bron? In hoeverre is elke getekenden kaart te vertrouwen voor waarheidsvinding?

Er zijn een heleboel waarom-vragen te stellen over de PK.:
  1. Waarom staat Duitsland ten oosten van de Rijn er niet op? Waarom BelgiŽ niet en India wel? In BelgiŽ is veel meer Romeins gevonden dan in Nederland, ook willen fanatieke Nederlandse historici dat maar niet erkennen. India heeft in elk geval nooit tot het Romeinse Rijk gehoord.
  2. Waarom staan de Eems, Elbe en Weser waar Germanicus en Drusus strijd leverden er niet op? Waarom het Teutoburgerwoud niet? Waarom het Hercynisch Woud niet?
  3. Is het een kaart uit de eerste eeuw, zoals wel eens beweerd wordt? Immers Pompei en Herculaneum staan op de kaart, terwijl die in 79 n.Chr. onder de as van de Vesuvius verdwenen.
  4. Is de kaart dan uit de 3e of 4e eeuw? Immers Constantinopel dat pas in 324 n. Chr. is gesticht, staat wel op de kaart en nog wel in alle glorie als een van de drie belangrijkste plaatsen.
  5. Waarom staan verdwenen plaatsen er op? Waarom zou een prijsgegeven gebied (Nederland werd rond 260 n.Chr. verlaten) er wel op staan en gebieden die dan nog bezet waren (Frans-Vlaanderen, Zuid-BelgiŽ) niet?
  6. Zouden wij op een kaart enkele eeuwen later nog plaatsen vermelden die ooit bestaan hebben, maar nu verdwenen zijn? Staan de dorpen Riemerswaal, Valkenisse of Saeftinghe nog op een hedendaagse kaart van Nederland? Wel staat er een naamrelict op de kaart door de vermelding van 'Het verdronken land van Saeftinghe'.
  7. Men houdt er dan ook de opvatting op na dat de kaart in verschillende tijden is aangevuld met nieuwe gegevens en men de oude gegevens heeft laten staan. Dat is dan een onmiskenbaar bewijs dat het om een 'samengestelde' kaart gaat, dus een later aangepast document en het dus een falsum is.
  8. Waarom staan Utrecht en Maastricht niet op de PK? Toch belangrijke Romeinse plaatsen. Waarom staat Nijmegen er wel op en Noyon (een van de 12 civitates in Gallia) niet?
  9. Waarom staan de veldtochten van Julius Caesar er niet op en die van Alexander de Grote uit de 4e eeuw vůůr Chr. wel?
  10. Als de Peutingerkaart de werkelijkheid zou weergeven, waarom is het dan zo moeilijk, soms zelfs onmogelijk, alle plaatsen terug te vinden?
  11. Zelfs zich deskundig noemende historici (zie de opsomming hierboven) blijven met veel onbeantwoorde vragen zitten. Men komt niet tot een eenduidige oplossing, ook niet tot eensluidende conclusie. Alleen dit ene feit geeft al aan dat met de PK niets te beginnen is en het een willekeurig getekende kaart dus een falsum is.
Duidelijk is wel dat de PK een interessant onderzoeksproject is. Gezien de vele opvattingen en vragen die er nog bestaan, blijkt dat onderzoek nog altijd niet afgerond te zijn.
Over de afmetingen en het praktisch gebruik van de PK worden er verschillende opties op na gehouden. De afmetingen zullen afhankelijk geweest zijn van de grootte van de huid van een schaap. Over het oprollen kun je kort zijn: dat is erg problematisch bij eenmaal gelooid en gedroogd schapenperkament. Dat wordt taai en gaat uiteindelijk breken bij het steeds oprollen. Toegepast in boekbanden blijken juist de ruggen het meest kwetsbaar, zoals elke archivaris weet. Kijk de oude archieven er maar op na.

De historicus die op de Peutingerkaart zijn/haar bewijzen stoelt, is even onbetrouwbaar als de PK zelf. Die heeft of die kaart blijkbaar nooit echt helemaal bestudeerd of niet gelezen wat andere onderzoekers er allemaal precies over geschreven hebben. Zie als voorbeeld het hic flumen nascitur


De Peutingerkaart is naast verwonderlijk, ook ondoorgrondelijk, maar.... het is een falsum! Het is een secundaire bron die meer vragen oproept dan beantwoord. De kaart dient overeenkomstig behandeld te worden. De kaart is te schematisch om er feitelijkheden mee te kunnen bewijzen. De opvattingen over Romeins Nederland die slechts op de PK zijn gebaseerd, zijn dus onbewezen opvattingen. Wil men een opvatting voor waarheid houden, dan is een tweede onafhankelijk bewijs nodig en dat zijn dan geen opvattingen van historici uit het verleden die zich baseren op de PK.

In het verleden gaven diverse historici al aan dat de Peutingerkaart onbetrouwbaar is vanwege de vele fouten. Je kunt er niets mee bewijzen. Ook recent geven onderzoekers aan dat de Peutingerkaart vol fouten zit en talloze onmogelijkheden bevat. Hoe betrouwbaar is de Peutingerkaart dan? (zie daar). Lees meer over De Tabula Peuteringiana

Fotografische afbeelding van de originele Peutingerkaart, die 34 cm hoog en 6,82 m lang is. (Klik op de kaart voor een vergroting).
Uit het kleurverschil van de segmenten blijkt al dat deze kaart geen prestigeobject geweest zal zijn. De afzonderlijke vellen hebben een verschillende kwaliteit gehad.


De Peutingerkaart werd in een bibliotheek in Zuid-Duitsland opgeduikeld (of uit een boek gescheurd en dus gestolen?) door Conrad Celtis, die het document in 1507 naliet aan de humanist Konrad Peutinger uit Augsburg, die er niets mee deed maar hem opborg. Een erfgenaam van Peutinger laat na de dood van Peutinger van delen van deze kaart een nieuwe uitgave maken. Toch heeft deze kaart aan Peutinger wel zijn naam te danken.

Een aantal historici twijfelt aan de echtheid van deze kaart. Het origineel waarvan de PK een kopie zou zijn, is niet bekend. Men noemt wel eens een kaart op een van de muren van het onderkomen van enkele Romeinse keizers, maar daarvan bestaat geen enkel bewijs dat het om deze of een vergelijkbare kaart zou gaan. Opvallend is dat op de PK ook de plaatsen Pompei en Herculaneum zijn afgebeeld, terwijl deze al in 69 n.Chr. volledig onder een dikke aslaag zijn verdwenen en pas in de 17e eeuw zijn teruggevonden.
Daarna wordt van de voorloper van de PK of van de kopie niets meer vernomen tot deze in 1494 plots weer door Celtes 'gevonden' wordt. Dan is de kaart jaren kwijt om in 1598 in druk te verschijnen (versie Moretus). En laat nu in 1594 Pompei herontdekt worden!
Er zijn meer aanwijzingen dat de 'nieuwe' kopie van de kaart uit 1507 een aan de opvattingen van die tijd aangepaste, dus vervalste, kopie is.

Of is deze kaart het origineel en dus gemaakt in de 16e eeuw?

Degene die het Noviomagi in de Patavia voor Nijmegen houden, bevestigen hiermee dat de Peutingerkaart pas in de 16e eeuw gemaakt kan zijn! Vóór het ontdekken van de PK zijn de namen van de plaatsen in Nederland langs de Rijn ook niet bekend. Pas na die tijd begint men de namen van de PK op Nederlandse vindplaatsen van Romeins te plakken. Andere aanwijzingen voor de juistheid van de gebruikte namen zijn er niet. Alles is gebaseerd op slechts één bron. En met één enkele bron die nergens door bevestigd wordt, valt niets te bewijzen, zoals een stelregel in de historische wetenschap luidt.

Conclusie: de Peutingerkaart is dus een falsum, een naar de opvattingen uit de 16e eeuw of later (?) opgemaakt document.


De Peutingerkaart is als bewijsstuk in de vele historische vraagstukken volstrekt onbruikbaar. De kaart zou dateren uit de 4e eeuw, maar de oudste kopie zou uit de 13e eeuw (1264) stammen, hoewel dit ook een nooit bewezen opvatting is. De kaart bevat te veel aantoonbare fouten in de afstanden tussen plaatsen, in de schrijfwijze en namen van plaatsen en de geografische indeling. Ook de loop van de rivieren is slechts schematisch, waaruit dan ook geen overtuigende bewijzen zijn te halen. In hoeverre er door de kopiÔst(en?) aanpassingen zijn aangebracht is eveneens onbekend.

Uit het feit dat Pompei en Herculaneum op deze kaart staan, plaatsen die in 69 n.Chr. verdwenen onder de lava en as van de Vesuvius, is al op te maken dat de kaart een falsum is en er geen geografische feiten mee te bewijzen zijn. De kaart is dus onbetrouwbaar en dus onbruikbaar als bewijs.

De identificatie van veel Nederlandse plaatsnamen met die op de Peutingerkaart is nog steeds heel onzeker, en zeker en vooral die in de Betuwe en directe omgeving.
Veel gebieden die ooit wel tot het Romeinse Rijk hoorden staan niet op de kaart, zoals BelgiŽ en zuid Duitsland. Andere gebieden die nooit tot het Romeinse Rijk hoorden zouden er wel opgestaan hebben, zoals het verre oosten, Ierland en Schotland.

B.H.Stolte heeft in 1963 nog gesteld dat "de hele weg van Vechten naar Nijmegen een probleem is dat nog steeds niet naar believen is opgelost". En dit heeft zowel betrekking op de plaatsen op zich als op de afstanden tussen die plaatsen zoals ze op de Peutingerkaart worden vermeld.

Nu wordt algemeen aangenomen dat de afstanden op de Peutingerkaart zorgvuldig zijn bepaald, maar dat de geografische weergave slechts schematisch is. Er zijn ook geen herleidingen uit op te maken zijn naar de schaal of de windrichtingen. De kaart is getekend als een langgerekte strook van BrittanniŽ tot AziŽ vanuit eenzelfde richting.

Het is daarom ook niet mogelijk om te spreken van de 'noordelijke' of 'zuidelijke' weg van de kust naar Noviomagus, zoals Stolte en andere onderzoekers deden en doen, maar van de 'bovenste' en 'onderste' weg. Wegen die op de PK van links naar rechts lopen, kunnen in werkelijkheid van noord naar zuid gelopen hebben, zoals de weg van Tevcera (ThiŤvres) naar Amiens (Sammarobriva).

Je kunt met de PK dan ook niet bewijzen dat Nijmegen in de Romeinse tijd Noviomagus heette. Daar zijn andere bewijzen voor nodig en die zijn er niet. Zie bij Nijmegen.

De Peutingerkaart wordt door de Nederlandse historici nog steeds gebruikt om de Nederlandse Romeinse geschiedenis mee te bewijzen.
Echter, ook kaarten willen nog wel eens voor verwarring zorgen. De bekendste misser is wel de Nederlandse interpretatie van de PEUTINGER KAART. Van deze kaart (eigenlijk meer een reisgids hoewel onbruikbaar) wordt beweerd dat zij uit de 4e eeuw stamt, wat een nooit bewezen opvatting is. Van de kaart is niet eens bekend door wie deze getekend is, wanneer en waarom. Het is in elk geval een zeer primitief getekende kaart die vol fouten zit in plaatsnamen, in locaties van plaatsen, in afstanden tussen die plaatsen en de loop van rivieren is ook verre van juist.
De sterk vertekende kaart -meer een strook perkament van ruim 6 meter lang en 30 cm. hoog- zou een wegenkaart zijn van het toenmalige Romeinse Rijk. Deze opvatting gaat niet op, aangezien veel delen die tot dat rijk hoorden er niet op staan en andere delen waar nooit een Romein was, er wel op staan.

Volgens de gangbare interpretatie zou de Betuwe er onvertekend op te zien zijn, terwijl Brabant en zelfs heel BelgiŽ er niet op staan. Direct onder de "Patavia", waar Noviomagus dat Nijmegen zou zijn en dat IN de Betuwe ligt, ziet men duidelijk Noord-Frankrijk met plaatsen als Boulogne, Bavay en Reims. Nijmegen zou wel op de kaart staan -overigens tussen allemaal Franse steden-, terwijl plaatsen als Utrecht, Maastricht en Aken -in de Romeinse tijd toch wel belangrijker- zouden ontbreken! Dit gedeelte van de kaart heeft als opschrift FRANCIA.

Nederland zoals wij dat nu kennen is in de duizenden jaren van bestaan steeds aan verandering onderhevig geweest. De algemene veronderstelling dat 'ons land' permanent bewoond is geweest, wordt door de archeologie allerminst bevestigd. Dat er een Romeinse aanweziheid in ons land geweest is, wordt niet ontkend, maar die aanwezigheid had een militair karakter en duurde tot ongeveer 260 na Chr. Daarna zijn er transgressies (=overstromingen) geweest. Daarom vindt men het Romeins in laag Nederland altijd onder een, soms wel meters dikke, laag ZEEKLEI en ligt de Brittenburg nu ver in zee. Direkt bovenop het Romeins vind je in laag Nederland (ook in Utrecht: in Nederland zogenaamd Trajectum) het Middeleeuws uit de 10e/11e eeuw.

Is de Peutingerkaart een falsum? Er zijn zeker zestig (60!) aanwijzingen dat de Peutingerkaart onbetrouwbaar, dus een falsum is. Zie de lijst hierboven. De belangrijkste zijn:
  1. De herkomst van de kaart is onbekend. Ook onbekend is wie die kaart gemaakt heeft. Alles wat men hierover meent te weten is speculatie!
  2. Op grond van enkele vage bevindingen heeft men er een onjuiste betekenis gegeven aan:
    • dat de kaart een afbeelding is van het Romeinse Rijk. Dat is onjuist. India en Afghanistan die op de kaart zijn afgebeeld hebben nooit tot het Romeinse Rijk gehoord, net zo min als Ierland en Schotland die op segment 1 zouden staan.
    • dat de kaart een kopie uit de 13e eeuw is van een kaart uit de 4e eeuw, zijn twee onbewezen aannamen.
  3. Veel gegevens op de kaart kloppen niet met de werkelijkheid. De kaart bevat honderden fouten!
    • De afstanden tussen plaatsen kloppen niet, wat voor een reiskaart onaanvaardbaar is.
    • De namen van plaatsen bevatten veel fouten.
    • De plaatsen die men voor Nederland heeft opgevat liggen in de verkeerde streek. Ze liggen niet in de Betuwe, waar men de Patavia voor houdt. Het komt op de kaart meer voor dat de streeknamen op de verkeerde plaats geschreven zijn.
    • De totale afstand Lugduno-Noviomagus is op de kaart 74 leuga, wat 163 km. is. De werkelijke afstand Katwijk (een van de opties?) naar Nijmegen is 110 km. Een afwijking van 53 km (meer dan een dagreis) is onaanvaardbaar.
    • Nijmegen dat men voor Noviomagus houdt, ligt aan de verkeerde kant van de Patabus die men voor de Waal houdt.
  4. Van geen enkele plaats in Nederland is de identificatie met een Romeinse plaatsnaam met zekerheid vastgesteld. Het zijn slechts gissingen.
  5. Er bestaat in Nederland geen eenduidige opvatting, maar men kent meerdere interpretaties voor de afzonderlijke plaatsen. Voor Castra Herculis bestaan liefst 24 interpretaties.
  6. De onderste weg door de Patavia is helemaal een raadsel. Er is geen eenduidige, laat staan overtuigende opvatting over. Het is slechts giswerk wat ook de meeste onderzoekers ook erkennen.
De conclusie moet dan ook zijn dat de kaart als historische bron volstrekt onbetrouwbaar is om als bewijs te kunnen dienen.

"De tabula Peutingeriana is een unieke bron voor de geografische kennis van de Lage Landen (les Pays-Bas in de Romeinse tijd. Maar het getal onoplosbare problemen is groot en ondanks het ijverig pogen van generaties van geleerden is dat nauwelijks kleiner geworden." (Citaat van P.Stuart in 'Provincie van een Imperium')

Dit citaat uit 1986 is naar de stand van de wetenschap in 1986. Sindsdien is er niets noemenswaardig aan de kennis over de Peutingerkaart veranderd. Het is dan ook onbegrijpelijk dat enkele historici nog in 1984 zo heftig reageerden op de publicaties van Albert Delahaye. Zij bleken de eigen historische bevindingen niet te kennen en ageerden tegen Delahaye zonder één letter van hem gelezen te hebben. Is dat wat men onder historische wetenschap verstaat? Vasthouden aan verouderde standpunten, slechts om eigen onwetenheid te verbloemen?

Commentaar: De Peutingerkaart heeft men altijd opgevat als een Romeinse wegenkaart vanwege de Latijnse plaatsnamen die er op voorkomen. Van veel plaatsen is onbekend welke plaats ermee bedoeld wordt. Afwijkingen in afstanden tot meer dan 65% kan men niet wegwuiven als een 'overschrijffout'. Als de Peutingerkaart op geen enkele manier past in het Nederlandse landschap, is de enig juiste conclusie dat men op de verkeerde plaats aan het zoeken is.
Het is bovendien onbegrijpelijk dat de historici met deze wetenschap zo heftig ageerden tegen de opvattingen van Albert Delahaye, die Noord-Frankrijk als locatie aanwees. En, alsof de Peutingerkaart het enige is waarop de visie van Delahaye is gebaseerd. Er is veel meer dat logisch en in samenhang zijn visie ondersteunt.


Zoeken naar namen en plaatsen.
Vanaf het moment dat men zich realiseerde dat Nederland een Romeins verleden had, is er geprobeerd om historische namen en gebeurtenissen met huidige plaatsnamen en streken te verbinden. Dat leverde interessante discussies op, die voortduren tot op de dag van vandaag. Want in feite is het niet absoluut zeker dat de plaatsen waaraan in de vorige hoofdstukken (van dit boek, red.) zo stellig een Romeinse naam is gegeven, ook werkelijk zo heetten. Bron: E.v.Ginkel & L.Verhart, 2009.

In 2013 komt Hans Wijffels met een nieuwe opvatting over de plaatsen op de Peutingerkaart, die goedbeschouwd erg rommelig overkomt. Van de rivier de Patabus maakt hij de Maas (dus de Maas was dan niet de Mosa?), maar ondanks dat komt hij er dan nog niet uit. Omdat hij afwijkingen in de afstanden tussen plaatsen met 50% tot zelfs 98% niet acceptabel vindt, gaat hij op zoek naar andere plaatsen en komt met een aardverschuiving van de traditionele opvattingen. Zo is Albanianis bij hem niet langer Alphen, maar wordt het Valkenburg en wordt Laurum nu Alphen en is het niet meer Woerden. Matilo wordt Scheveningen, Castra Herculis is Loowaard (dus toch niet Arnhem?), Praetorium Agrippinae wordt Ockenburg (dus niet Valkenburg?), Lugdumum wordt Ter Heide (dus niet Leiden?), Grinnes wordt Zuilichem (dus niet Rossum?) en Flenium wordt plots Oost Voorne. Ook voor Tablis dat tot dan toe onvindbaar was in Nederland heeft Wijffels een oplossing: het is Tien Gemeten. Dat slechts de eerste letter overeenkomt vormt een wel erg magere aanwijzing, een bewijs kunnen we het niet noemen. Dat er op Tien Gemeten nooit Romeins is gevonden en het pas ontstaan is na de Elisabethsvloed maakt blijkbaar niet uit! We kunnen deze 'poging' van Wijffels dus niet als erg betrouwbaar en zorgvuldig beschouwen.

Als we er even van uitgaan dat Wijffels 'gelijk' heeft, kunnen alle vorige opvattingen en de hele literatuur daarover de prullenbak in. Daar gaan de opvattingen van Stolte, Post, Bogaers, Leupen en Van Es, de grootste opponenten van Albert Delahaye. En dan moeten we wel opnieuw beginnen met de determinaties van de verschillende locaties.
Noviomagus blijft voor Wijffels toch Nijmegen, hoewel ook hij geen enkel bewijs levert dat het ook zo is. Het Romeinse Noviomagus van de Peutingerkaart was dezelfde plaats als Karolingisch Noviomagus. En dat is onweerlegbaar de plaats waar Karel de Grote gekroond is tot koning der Franken: NOYON.

De visie van Albert Delahaye.
De Romeinse aanwezigheid in Nederland wordt door Albert Delahaye allerminst ontkend; de Romeinen zijn zeker in Nederland geweest. Maar het is een onbewezen en eenvoudig te weerleggen aanname dat de plaatsen van de Peutingerkaart in de Patavia genoemd, op Nederland betrekking zouden hebben.
Alle plaatsen die op de Peutingerkaart in de Patavia liggen, blijken in de Nederlandse traditie helemaal niet in de Betuwe te liggen. Nijmegen dat toch Noviomagus is, ligt aan de verkeerde kant van de Waal, dat toch de Patabus is? Feitelijk is dit gegeven al voldoende om de Nederlandse traditie als onjuist te verklaren. Maar er is veel meer dat niet klopt.
De toepassing van namen van de Peutingerkaart is onbetrouwbaar. Nigropullo zou Zwammerdam zijn. Hoe dat etymologisch of toponymisch in elkaar steekt wordt nooit vermeld. De kaart zit ook vol fouten in afstanden en plaatsnamen zoals Fletione dat Fectio zou moeten zijn. Als bewijsstuk is deze kaart onbruikbaar. Bovendien is uit de kaart geen windrichting af te leiden, wat men wel eens als argument gebruikt. Ten westen kan evengoed ten noorden, ten zuiden of ten oosten zijn. Zie de voorbeelden van plaatsnamen in Gallia waarover geen discussie bestaat, zoals Nemetacum (Arras) dat op deze kaart boven Tervanna (Thťrouanne) ligt, maar in werkelijkheid ten zuiden daarvan. Of Sammarobriva (Amiens) dat op dezelfde hoogte ligt als Ratumagus (Rouan) terwijl dat in werkelijkheid ver ten noorden ervan ligt. Of Bononia (Boulogne-sur-Mer) dat lager ligt dan Baca Conervio (Bavay), terwijl dat juist andersom moet zijn. Zo zijn er meer voorbeelden te geven, ook in de oost-westelijke windrichtingen, zoals Casaromago (Beauvais) dat rechts (oostelijk?) van Sammarobriva (Amiens) ligt, terwijl het in werkelijk ten westen ervan ligt.


Feitelijk had Albert Delahaye zich veel tijd en moeite kunnen besparen door vanaf het eerste moment dat hij met deze kaart geconfronteerd werd te verklaren dat die kaart volkomen fals en onbetrouwbaar is. Met een handgetekende kaart van Arnoldus Buchelius uit 1643 (zie kaart hiernaast) kun je toch ook niet bewijzen dat de Bataven in de Betuwe woonden. Met de Peutingerkaart die vol fouten zit kun je evenmin iets bewijzen.


Wat weten we nu feitelijk echt?
De PEUTINGER-KAART (Klik op de naam voor de Nederlandse traditie) kreeg zijn naam van Conrad Peutinger, die via een vriend in het bezit kwam van de kaart om deze in druk uit te geven. Het linker bovenstuk van een blad van de Peutinger-kaart heeft men sinds eind 19e eeuw op Nederland toegepast. Dit deel is blijkens het opschrift "Patabus" gelijk te stellen met het Eiland van de Bataven: in Nederland opgevat als de Betuwe. De residentie Noviomagus van Karel de Grote lag volgens betrouwbare teksten in of bij dat eiland. Daar deze algemeen als Nijmegen werd opgevat, leek de kaart inderdaad op Nederland te passen. De mythe van Nijmegen is overigens pas in de 15e eeuw ontstaan en leek door de Peutingerkaart bevestigd. Leek, want bij nadere beschouwing klopte er niet veel van!


Hieronder naast elkaar de traditionele visie (links) en de visie van Albert Delahaye op het noorden van GalliŽ van de Peutingerkaart (rechts).
De Peutingerkaart is een wegenkaart van het Romeinse rijk van na 375 n.Chr. Het gedeelte waarover hier gesproken wordt, is de noordgrens van het Romeinse rijk.
Voor de afbeelding is een traditionele kaart gebruikt, waarop uiteraard de traditionele fouten staan, maar dit terzijde. Let ook op de kust voor Vlaanderen waar zich door de transgressies eilanden hebben gevormd, terwijl het lager liggende Holland niet overstroomd is, wat dus onmogelijk geweest kan zijn.

Zie ook de websites over de Peutingerkaart op Tabula Peutingeriana of op Omnes viae of op Tabvla Pevtingeriana.

Bekijk met name Part 2 en 3 van de kaart uit 1887 van Konrad Miller, die meestal ter illustratie wordt gebruikt.


Volg de taalgrens!
De taalgrens vanuit Frans-Vlaanderen, door BelgiŽ en Frankrijk (en door de Elzas en Zwitserland!) geeft de juiste plaats aan van de wegen door de Patavia op de Peutingerkaart. Het is tevens de grens van het Romeinse Rijk na de 3e eeuw, toen de Romeinen Nederland verlaten hadden. Het was toen en is nog steeds de grens tussen het Romaanse en het Germaanse taalgebied. Zie verder bij de Taalgrens.

De traditionele visie (links) naast de visie van Albert Delahaye (rechts) op de twee wegen door de Patavia.

Delahaye plaats de twee wegen die men traditioneel in Nederland situeert, in Noord-Frankrijk vlak onder de taalgrens en de plaats van de vaste oversteekplaats naar Engeland (precies daar waar 'de oversteek het kortst is en men de overkant kan zien' en precies daar waar nu de Kanaaltunnel ligt).

  • Over historische kaarten in het algemeen, en de Peutingerkaart in het bijzonder, wordt gewaarschuwd "er vergaande conclusies aan te verbinnen, zonder zich in de literatuur of door middel van vergelijking met andere kaarten of bronnen, van de informatieve betrouwbaarheid te vergewissen". (Bron: W.Jappe Alberts).
    Ten aanzien van de Peutingerkaart heeft Albert Delahaye dat dan ook zeker gedaan. Hij heeft de kaart vergeleken met andere bronnen, zoals het Itinerarium Antonini en de gegevens van Ptolemeus, maar ook met schriftelijke bronnen, zoals Germania van Tacitus. Delahaye komt tot geheel andere conclusies dan de gangbare.

  • De zogenaamde Tabula Peutingeriana (een Romeinse wegenkaart uit het begin van de derde eeuw) biedt de huidige historici nog grote problemen. Met name valt het niet mee de daarop geschreven plaatsnamen in Nederland te lokaliseren. (Bron: H.P.H.Jansen, Levend Verleden.) Het valt niet alleen niet mee, maar men is er nog helemaal niet in geslaagd één plaats met zekerheid te identificeren. Zie ook bij Van Es, De Romeinen in Nederland. "Maar het staat toch wel vast dat de plaatsen langs "de Renus" gezocht moeten worden langs de Oude Rijn in het huidige Nederland en niet in Noord-Frankrijk, zoals met onvoldoende argumentatie door Delahaye beweerd is", aldus Jansen. Ja, als je de boeken van Delahaye niet leest, mis je natuurlijk de meer dan voldoende argumentatie.

    De Peutingerkaart wordt over het algemeen op het eind van de 4e eeuw gedateerd, ook in Nijmegen zelf. Het is dan onbegrijpelijk dat een stuk van Nederland dat door de Romeinen verlaten was en bovendien onder water lag, er nog opgestaan zou hebben. Sommige historici hanteren dan ook liever de 3e eeuw, omdat in de 4e eeuw de Romeinen Nederland al verlaten hadden en het dan niet aannemelijk te maken is, dat Nederland nog op een Romeinse wegenkaart zou voorkomen. En dit laatste is nu juist de visie van Delahaye! Albert Delahaye wordt in zijn visie met betrekking tot de Peutingerkaart in het gelijk gesteld door andere historici, o.a. C.Kirk, die onafhankelijk van hem de "bovenste wegen" ook in Noord-Frankrijk plaatst. Ook al komt hij tot enkele andere determinaties van plaatsen, het is wel duidelijk dat dat gedeelte van de kaart daar beter past dan in Nederland.

    Er zijn vele argumenten beschikbaar om deze stelling te ontzenuwen. Voor een juiste interpretatie van de kaart zijn een aantal ervan voldoende.

    Stel je nu eens voor dat de traditionele opvattingen juist zijn. Dan komen meteen een aantal vragen naar voren, zoals:
  • Waarom staat de vaste oversteekplek naar Engeland er dan niet op? De plaats waar ook Julius Caesar overstak. Of stak hij over naar Engeland vanuit de Betuwe, zoals Nederlandse historici beweren?
  • Waarom staan plaatsen en streken waar de Romeinen vele oorlogen voerden er niet op? Zoals Vada of Kalkriese?
  • Waarom staan de Friezen, toch hun erfvijanden, er niet op? Waarom worden de Usipeten, Tecteren en UbiŽrs niet vermeld?
  • Waarom staan Utrecht, Maastricht en Aken er dan niet op? In de Romeinse tijd toch belangrijke plaatsen.
  • Waarom staat Romeins Domburg er niet op? Daar werd toch ook overgestoken naar Engeland getuige de Nehelennia-altaren?
  • Waarom staat Noyon, dat als een spin in een web van liefst 8 Romeinse wegen lag, er dan niet op? Noyon was één van de 12 Civitates in Gallia en zou niet op de Peutingerkaart hebben gestaan? Noyon, waar later een Christelijk bisdom ontstond, zoals in alle civitates?
  • Waarom ontstonden er geen bisdommen in Nijmegen en Xanten, als dat Romeinse Civitates zijn geweest?
  • Waarom zouden de in Nederland nooit gevonden Romeinse wegen er wel op staan en de vele Romeinse wegen in Noord-Frankrijk en Zuidelijk BelgiŽ niet?
  • Waarom worden er boven de Patavia enkele Germaanse stammen genoemd, terwijl daar in Nederland de Friezen woonden, die overigens niet op de Peutingerkaart staan? En dat terwijl de Friezen voor de Romeinen wel degelijk een vijandig volk was, dat zeer zeker bewaakt moest worden

    De misvattingen van de Peutingerkaart kort op een rij:

    1. Van geen enkele Nederlandse plaats is de determinatie zeker en onomstreden (zie bij Van Es), zelfs van Nijmegen niet. In Nijmegen is nergens een bevestiging (opschrift e.d.) gevonden dat de plaats in de Romeinse tijd Noviomagus geheten zou hebben. In een aantal Nederlandse plaatsen die z.g. op de Peutingerkaart zouden staan is overigens helemaal geen Romeinse gevonden, laat staan een castellum! Een castellum is slechts aangetoond in Valkenburg, Vechten, Zwammerdam (castellum? meer een vergrootte wachttoren) en Arnhem-Meinerswijk. In Nijmegen heeft een legioenskamp gelegen. Dan is er nog een enkele wachtpost gevonden te Malden, een laat Romeinse versterking bij Aardenburg, een Romeinse tempel te Elst en een Romeinse badplaats te Heerlen. Vreemd blijft dat Elst niet op de Peutingerkaart voorkomt, hoewel het wel (volgens de traditionele opvattingen.) een belangrijk Romeins middelpunt en heiligdom was.
    2. Het vignet op de Peutingerkaart bij Lugdunum duidt een belangrijke plaats aan. Daarvan is bij opgravingen in Katwijk of Leiden niets gebleken. Preatorii Agrippine was een belangrijke badplaats. Daarvan is in Valkenburg niets gebleken. De Nederlandse archeologie komt allerminst overeen met de Peutingerkaart.
    3. Utrecht, waar meer Romeins is teruggevonden dan in andere Nederlandse plaatsen, staat niet op de Peutingerkaart, evenmin als Elst, Domburg, Aardenburg en de Brittenburg. Als de Brittenburg het laatste Castellum van de Romeinse Limes was, is het niet te verklaren dat het niet op de Peutingerkaart staat.
    4. Een aantal plaatsen, waar nauwelijks Romeinse relikten zijn gevonden, zoals Cuijk, zouden wel op de Peutingerkaart staan. Dit toont al aan dat de Peutingerkaart helemaal niet over Nederland gaat.
    5. Nijmegen ('Noviomagi') ligt aan de verkeerde kant van de Waal en vlak bij Franse steden, zoals Escaupont, Bavay, Douai, Terwaan en Boulogne.
    6. BelgiŽ, Zeeland en Noord-Brabant staan niet op de kaart, evenmin als Maastricht (waar zeker een Romeinse vesting is geweest), Tongeren en Aken. In de Nederlandse interpretatie laat men een gat vallen van ruim 300 km. tussen Noord-Frankrijk en de Betuwe.
    7. Enkele militair belangrijke plaatsen, Lugdunum, Castellum Flevum en Castra Herculis, zijn in Nederland onvindbaar, althans men komt steeds met andere verklaringen. Lugdunum was eerst Leiden, toen Katwijk en nu de Brittenburg (?). Bij Castellum Flevum komt men zelfs tot 13, bij Castra Herculis tot liefst 24 verschillende locaties!
    8. Ook de kanalen van Drusus "zwerven" door Nederland omdat de determinatie van de ene historicus wordt weerlegd door een ander. Bovendien wordt het kanaal van Corbulo in de huidige bodem aangetoond, terwijl in de Romeinse tijd de waterstand veel lager was en het kanaal dus dieper in de ondergrond moet worden aangetoond.
    9. Van de onderste weg in Patavia zijn 7 van de 8 plaatsen onbekend, terwijl de determinatie van die ene wel bekende plaats, Foro Adriani als Arentsburg, ter discussie staat.
    10. Van de wegen ten oosten van Nijmegen zijn de determinaties ook allerminst zeker. Colonia Traiana is bij de ene historicus Xanten, Veteribus wordt dan als Birten beschouwd. Bij een ander blijft Colonia Traiana onbekend en wordt Veteribus als Xanten (Bechert en Willems) beschouwd.
    11. De "Limes Germanicus", de grens tussen GalliŽ en GermaniŽ, lag niet in midden Nederland, maar op de taalgrens en de taalgrens heeft nooit in midden Nederland gelegen.

      De volgende argumenten bevestigen de voorgaande:

      1. Internationaal wordt algemeen gehanteerd dat de kaart is opgemaakt in de 4e eeuw. De Romeinen waren toen al anderhalve eeuw uit Nederland vertrokken. West-Nederland lag toen onder water. Er moeten al heel sterke bewijzen op tafel komen om aannemelijk te maken, dat een prijsgegeven landstreek dan toch nog op een Romeinse reiskaart is blijven staan. Hoewel sommige historici in Nederland om verklaarbare redenen de kaart toch liever in de 3e eeuw dateren, heeft geen enkele van hen dit tot heden ooit kunnen aantonen. In Nijmegen zelf hanteert men toch ook de 4e eeuw. Zie o.a. Stad aan de Waal, p. 21.

      2. De hele kaart is 34 cm hoog en 6,82 meter lang en geeft dus een vertekend beeld van het Romeinse rijk van Engeland tot aan de Perzische golf. De kaart is deels geografisch, deels schematisch opgezet en diende geen ander doel dan de bevoorrading van de Romeinse troepen. Voor de goede determinatie zal men méér waarde moeten hechten aan de namen van de plaatsen en de afstanden tussen die plaatsen dan aan een betere of minder goede weergave van het landschap. Het gedeelte wat men in Nederland voor de Betuwe houdt leek precies te passen en zou dan het enige NIET-vertekende stukje zijn. Past men op deze strook dezelfde verhoudingen als de rest van de kaart, dan krijgt men geen langerekt maar een vierkant landschap.

      3. De Patavia (Batua, in Nederland Betuwe??) loopt op de kaart door tot aan de zee en ligt recht tegenover Kent in Engeland! Om de kaart passend te maken in de Nederlandse interpretatie, wordt de Betuwe daarom wel eens doorgetrokken tot de kust en breder gemaakt tot aan de rivier de Maas.

      4. Boven de Patavia staan enkele namen door elkaar heen van volkeren die daar wonen. Er staat: Chamavi qui et Franci (de Chamaven die Franken zijn), Cherustini (bewoners van Chérisy), Ampsivarii (bewoners van Ambrines) en Hael(usii) (bewoners van Halluin). Deze stammen woonden ten noorden van Batavia (is Béthune) in Frankrijk. Boven het bedoelde gedeelte van de kaart staat ook nog het opschrift "FRANCIA" en daartoe heeft geen enkel deel van Nederland ooit behoord. Deze opschriften maken definitief een einde aan elke poging om dit stuk van de kaart nog als Nederlands grondgebied te beschouwen.

      5. De Nederlandse plaatsen die men met de plaatsen op de Peutingerkaart heeft gelijk gesteld, bevatten in geen enkel geval een aanvaardbare etymologie van de oude Romeinse namen met de latere of hedendaagse namen. Reeds op grond daarvan moet men de identifikaties afwijzen. Ook zijn er geen parallelle bronnen die bewijzen dat de plaats in de oudheid ooit zo geheten heeft. Men heeft de Romeinse plaatsnamen klakkeloos op vindplaatsen van Romeins geplakt, ook al ging het maar om een enkele villa of wat dakpan- of potscherven, wat geen recht doet aan de betekenis van overeenkomstige plaatsen op de Peutingerkaart. Nigropullo op de kaart was eerst onvindbaar en is nu plots Zwammerdam (1 of 2?) sinds er enig Romeins gevonden is! Etymologisch volstrekt onverklaarbaar, welke verklaring dan ook nergens gegeven wordt! In de visie van Albert Delahaye was Nigropullo (zwarte kip) de Franse plaats Noires-Terres (zwarte grond) welke kippen zeker zwart geweest zullen zijn, als ze daar in de grond hebben lopen scharrelen. (Er wordt t.a.v. Zwammerdam wel eens gesuggereerd dat het "Nigro" op de zwarte veenlaag ter plaatse zou slaan. Vergeten wordt dan dat deze veenlaag pas na de Romeinse tijd is ontstaan.)

      6.De Nederlandse traditie van de Peutingerkaart bestaat pas sinds eind 19e eeuw. In de allereerste determinatie van Konrad Miller (1887/1888) noemde hij 4 plaatsen van de Peutingerkaart in Nederland: Leiden, Rotterdam, Dordrecht en Nijmegen. Deze determinaties bleken een slag in de lucht. Lugdunum dat aanvankelijk Leiden was, werd later Valkenburg, daarna Katwijk en is nu wellicht de Brittenburg. Rotterdam en Dordrecht komen in de hele Nederlandse traditie niet eens meer voor, wegens het totaal ontbreken van enig Romeins. Slechts Nijmegen is gehandhaafd als het Noviomagi van de Peutingerkaart. Een misslag van 75% (dat moet dus 100% zijn want Nijmegen is ook foutief) is nog steeds het uitgangspunt van Romeins Nederland. In de uitgave van 1916 van Konrad Miller werd het rijtje Nederlandse plaatsen gewijzigd in Leyden, Voorburg en Nijmegen. Ook deze interpretaties van de plaatsnamen op de Peutingerkaart zijn onaanvaardbaar. Ook andere determinaties blijken onhoudbaar. Castra Herculis was eerst Huissen, toen ergens in de omgeving van Elst (Gorissen), of Elst zelf (Bogaers) of Arnhem-Meinerswijk (Van Es), hoewel op geen van deze locaties het bestaan van een Castra is aangetoond, misschien Arnhem-Meinerswijk uitgezonderd? Van het vaak opgevoerde Levefano als Wijk bij Duurstede is nooit enige archeologische bevestiging teruggevonden. Van de grote Romeinse wegen is in ons land al helemaal niets teruggevonden (misschien toch een paar meter grindpad? Zie bij Archeologie). Nijmegen bleef ondanks alle weerleggingen toch Noviomagi, hoewel in heel Nijmegen nergens een bevestiging gevonden is van de Romeinse naam van deze plaats. Zie voor deze determinatie de ware geschiedenis van Nijmegen.
      De interpretaties waarover de Nederlandse historici het allerminst eens zijn en waaraan men dus erg twijfelt, zijn op het overzicht hieronder voorzien van een vraagteken. De Nederlandse interpraties die zelfs Nederlandse historici niet voor serieus nemen zijn tussen haakjes geplaatst en voorzien van een dubbel vraagteken.

      7. Geen van de Nederlandse interpretaties ligt in de Betuwe (behalve nu Arnhem-Meinerswijk waar pas zťťr recent Castra Herculis wordt vermoed), wat gezien de kaart wel zou moeten. Van de onderste weg is men er nooit in geslaagd enige naam in Nederland te plaatsen (behalve Foro Adriani = Voorburg?, waar echter nooit sprake is geweest van een Forum/markt), er moet immers aantoonbaar een Romeinse nederzetting zijn geweest! Volgt men de wegen in de juiste streek van Noord-Frankrijk, dan kunnen zowel in de bovenste als in de onderste weg enige plaatsen met volle zekerheid worden aangewezen, namelijk daar waar de oude naam door direkte etymologische afleiding tot de nieuwe naam leidde (deze zijn dikgedrukt), of waar door parallelteksten bewezen wordt, dat de plaats onder de Romeinse naam bekend is geweest (deze zijn dikgedrukt en onderstreept). In onderstaande lijst geven wij eerst de naam van de Romeinse plaats, dan de naam van de plaats in de Nederlandse interpretatie, vervolgens de naam van de locatie in Frankrijk, de gevorderde afstand tussen de eerste en de volgende plaats, en de aantekening of de werkelijke afstand al dan niet juist is. De afstand op de kaart is in (Romeinse mijlen), hieronder (omgerekend) in kilometers!

      8. In de Betuwe zijn geen resten van de twee Romeinse hoofdwegen gevonden, terwijl ze er toch gelegen moeten hebben. Bovendien klopt het totaal aan afstanden niet. De wegen van Noviomagus naar Lugdunum omvatten een totale afstand van 165 km. (de bovenste weg) en 195 km. (de onderste weg), terwijl Nijmegen slechts een 100 km van de kust ligt. Er kan ook geen sprake zijn van "omleidingen", want de Nederlandse traditie projecteerde de wegen altijd langs een rechte (dus kortste) route langs Rijn en Waal.

      9. De wegen aan de overkant van de Patabus, liggen ONMISKENBAAR in Noord-Frankrijk met plaatsen als Boulogne, Cassel, Terwaan, Kamerijk, Atrecht en Bavay. Het noorden van Noord-Frankrijk, BelgiŽ en Noord-Brabant staan niet op de Peutingerkaart. Waarom staat België waar heel wat Romeins gevonden is, niet op de Peutingerkaart? De tekenaar slaat dus zomaar 300 km. over. Hij kan nooit bedoeld hebben dat een streek van Nederland (de Betuwe) pal naast een streek van Noord-Frankrijk (de streek tussen Boulogne, Terwaan, Wervik, Doornik en Bavay) gelegen heeft. De overslag van ruim 300 km. is door Nederlandse (of Duitse) historici nooit bevredigend verklaard.

      10. Als Noviomagus op de Peutingerkaart Nijmegen zou zijn, dan staat Noyon er dus niet op. Gezien de Romeinse bronnen was Noyon (een van de 12 Civitates in Belgica Secunda) een veel belangrijkere plaats dan Nijmegen ooit geweest is. Evenmin staan belangrijke Romeinse plaatsen als Utrecht, Elst en Maastricht NIET op de kaart. Maastricht niet? En Zwammerdam wel? Kunt U zich een kaart van Romeins Nederland voorstellen waar Wijk bij Duurstede wel op zou staan en Maastricht niet? Wijk bij Duurstede werd aanvankelijk gehouden op Batavodurum, later werd het Levefano, maar er is geen Romeins van betekenis gevonden en al helemaal geen castrum dat er volgens de bronnen wel geweest moet zijn. Ook Utrecht, waar meer Romeins is gevonden dan in andere Nederlandse locaties, staat niet op de Peutingerkaart. Van Utrecht is met meer dan 30 opschriften aangetoond dat de plaats in de Romeinse tijd ALBIOBOLA en COLONIA ALBIOBOLA BATAVORUM geheten heeft. Dit gegeven is in Nederland altijd angstvallig verzwegen, want het spreekt de traditie tegen dat Utrecht het Romeinse en Karolingisch Trajectum zou zijn, waardoor St.Willibrord en andere predikers ten onrechte in Nederland terecht zijn gekomen. De naam Colonia Albiobola Batavorum toont tevens aan dat de Betuwe niet het land van de Bataven was. Zij zouden toch geen kolonie stichten in hun eigen land?

      11. De Peutingerkaart is een kaart van het Romeinse Rijk uit de vierde eeuw. Legt men de gegevens van de kaart naast andere topografische bronnen, zoals het Itinerarum Antonini, dan blijft van de Nederlandse traditie helemaal NIETS meer over, want deze andere bronnen situeren de op de Peutingerkaart genoemde plaatsen allen in Noord-Frankrijk!


      12. Zou de Nederlandse interpretatie van de Peutingerkaart juist zijn, dan staat de oversteekplaats naar Engeland er niet op. En dat is zou een onverklaarbare en onmogelijke situatie opleveren, temeer daar de kaart deze oversteekplaats naar Engeland en Engeland zelf wel afbeeldt. Die oversteekplaats lag daar "waar men de overkant kan zien" en waar tussen Cap-Blanc-Nez en Cap-Griz-Nez nog steeds de archeologische locatie "Camp de Cťsar" te vinden is! Een wegenkaart waar de oversteekplaats naar Engeland, de graanschuur van de Romeinen en de plaats waar het tin vandaan kwam, niet opstaat is onbestaanbaar en heeft dan ook niet bestaan.




      De traditionele opvatting tegenover de nieuwe opvatting.

      Bekijk ook de visie van W.van Es in "De Romeinen in Nederland".

      De bovenste weg:


      Romeinse naam

      plaats in Nederland

      plaats in Frankrijk

      afstand in km. in Frankrijk

      juist in Frankrijk?

      Lugdunum

      Katwijk? (aanvankelijk Leiden?) Brittenburg??

      Leulinghen

      4.4

      ja

      Praetorium Agrippinae

      Valkenburg (Z.H.)

      Elinghen

      6.6

      ja

      Matilone

      (Roomburg??)

      Le Mat

      11

      ja

      Albanianis

      Alphen a.d. Rijn

      Alembon

      4.4

      ja

      Nigropullo

      (Zwammerdam??)

      Noires-Terres

      11

      neen

      Lauri

      Woerden??

      Lumbres (was bekend als Laurentia)

      26

      ja

      Fletione

      Vechten (Fletione wordt in Nederland als een schrijffout beschouwd, want daar zou Fectio moeten staan.) Of was het Vleuten?

      Fléchin

      35.5

      ja

      Levefano

      (Wijk bij Duurstede??) Rijswijk?

      Laventie

      19.5

      ja

      Carvone

      Kesteren?

      Carvin

      28.6

      ja

      Castra Herculis

      (Huissen?? Elst?? Meinerswijk??) en nog 8 andere locaties?????

      Arleux

      19.5

      neen

      Noviomagi

      Nijmegen

      Noyon

         

      De onderste weg

      Romeinse naam

      plaats in Nederland

      plaats in Frankrijk

      afstand in km. in Frankrijk

      juist in Frankrijk?

      Lugdunum

      Katwijk? (aanvankelijk Leiden?) Brittenburg??

      Leulinghen

      (niet genoemd)

       

      Foro Adriani

      Voorburg?

      Hardinghen

      26

      ja

      Flenio

      ??

      Elnes

      39.9

      ja

      Tablis

      ??

      Etaples

      26.6

      ja

      Caspingio

      Rossum??

      Campigneulle

      39.6

      neen

      Grinnibus

      ??

      Grincourt-lès-Pas

      11

      ja

      Ad Duodecimum

      ??

      Douchy-lès-Ayette

      39.6

      neen

      Noviomagi

      Nijmegen

      Noyon

         

      Alembon, Lumbres, Carvin en Noyon zijn zekere determinaties. Le Mat, Noires-Terres, Flťchin en Laventie zijn etymologisch bewijsbaar. In de onderste weg is Etaples een absoluut zeker punt, bevestigd door tal van andere teksten. Fiennes, Campagne-les-Hesdin en Grivesnes worden bevestigd door hun etymologie. Twee kleine en één grotere afwijking tussen de opgegeven en de werkelijke afstanden leveren geen bezwaar op, daar de kaart soortgelijke afwijkingen vertoont bij overigens bekende plaatsen en zekere determinaties. Bij het kopiŽren van teksten zijn getallen altijd de zwakste punten. In welke staat was het origineel? De huidig bekende kaart is immers een kopie uit de 13e eeuw! In hoeverre zijn kleine beschadigingen aangezien voor schrift?

      De plaats rechts van Noviomagus op de Peutingerkaart werd in Nederland altijd opgevat als Ceuclum, zijnde Cuijk. Afgezien dat er op de Peutingerkaart geen Ceuclum staat, maar Cevelum, klopt ook de afstand niet. Op de Peutingerkaart geeft de weg tussen Noviomagus en Cevelum een afstand van 3 Romeinse mijlen wat ongeveer 6 km. is. Cuijk ligt echter op 18 km. van Nijmegen. Een afwijking van meer dan 65% toont al de onjuistheid aan. In de opvatting van Albert Delahaye is Cevelum de plaats Chevilly (etymologisch een 100% match), dat op 7 km van Noyon ligt (een tweede bewijs van de juistheid ervan). Blariaco is Belancourt (voor de overige determinaties: zie hierboven) en de weg eindigt in Agrippina (#). De weg loopt dus van Noyon naar Agrippina en niet van Nijmegen naar Keulen (#)!
      (#) Over de determinatie Keulen bestaan eveneens de nodige vraagtekens. Dat is nog een te onderzoeken vraagstuk, dat hier even buiten beschouwing gelaten wordt.

      De rivieren op de Peutingerkaart.

      De rivieren op de Peutingerkaart worden steeds als vaststaande gegevens beschouwd. Toch valt dat te betwijfelen.
      In het Gallia vanaf de PyreneeŽn zijn 6 rivieren getekend (er worden slechts 5 rivieren met naam genoemd) die uitstromen in de Oceaan, terwijl er wel 8 grotere en bekende rivieren stromen als we tot en met de Rijn gaan. En dat terwijl rivieren voor de Romeinen toch belangrijke hindernissen waren en rivierovergangen zeker bekend zouden moeten zijn.
      Genoemd worden vanaf de PyreneeŽn de Aturi (Adour), Garunna (Garonne), Riger (Loire), dan een rivier zonder naam (Seine-Oise/Aisne-Marne-Aube?), de Mosa (Maas?) en in het verlengde de Patabus (Waal?) en tenslote de Renus (Rijn?).
      We missen dan de Dordogne, de Charente, de Somme, de Authie, de Schelde, en een aparte Maasmond waar het Helinium geweest zou zijn.
      Bij zoveel onzorgvuldigheid is het een zeer terechte vraag of de Flumen Renus wel de Nederlands/Duitse Rijn is? Zou het misschien ook de Schelde geweest kunnen zijn? Zie verder bij Renus.

      De Peutingerkaart blijft voorlopig op een aantal punten nog volop in discussie. Alleen jammer dat sommige historici deze discussies vermijden. Zijn zij overtuigd van hun gelijk, of durven ze de discussie niet aan, bevreesd om als deskundige door de mand te vallen?
      Overigens is de visie van Albert Delahaye niet afhankelijk van de Peutingerkaart, hoewel sommigen dat wel eens denken. Zijn visie is gebaseerd op de geschreven bronnen. De teksten zoals die zijn overgeleverd en die in het verleden al te lichtvaardig op Nederland zijn toegepast, maar er niet thuis hoorden. De Peutingerkaart werd er in eerste instantie als bewijs van hun gelijk bijgehaald. Het antwoord van Delahaye had moeten zijn: "Met een onbetrouwbare kaart valt niets te bewijzen!" Hij heeft er echter teveel tijd aan besteed en daarbij enkele begrijpelijke fouten gemaakt. Immers met een valse kaart valt niets te bewijzen, ook het tegendeel niet.

      Nieuwe inzichten.

      In 1998 is een nieuwe uitgave van een deel van de Peutinger-kaart gepubliceerd vanuit de nagelaten manuscripten van Albert Delahaye, die van mening is en dat met veel klassiek tekstmateriaal aan kan tonen, dat het Nederlandse gedeelte van de Peutinger-kaart in werkelijkheid een lijn door Noord-Frankrijk is. De Noordlijn van de Peutinger-kaart valt veel meer samen met de Romaans - Germaans taalgrens, dan met de Neder-Rijn. Een argument is dat de Romeinen een verbinding gehad zouden hebben vanaf de Rijn, via de Moezel, de Maas, de Sambre en de Deule met de Schelde.
      Recente opgravingen in Lille zouden deze gedachte kunnen ondersteunen. Onder de naam "les grands travaux d'Agrippa Vispanius" is onlangs een manuscript opgedoken (van Charley Kirk) waarin de "theorie Hollandaise" over een aantal Romeinse wegen wordt bestreden: ze lagen volgens Kirk in Noordwest-Frankrijk. In het standaardwerk "Les Voies Romaines" (1997) worden op basis van het werk van A.Leduque (dat wil zeggen op grond van teksten, archeologisch en toponymisch onderzoek) in Noordwest-Frankrijk 18 grote wegen geÔdentificeerd.
      Een interessante vraag voor de komende periode is of de traditionele (Nederlandse/Duitse) interpretatie ondergraven zal worden en ondeugdelijk zal blijken. De uitgave van de catalogus bij de Peutingerkaart zal deze discussie ook in onze regio bevorderen.

      Het principe van de Peutinger-kaart.

      Op de P.K. zijn geen normen van lengte of breedte toe te passen. Er staan steden vlak bij elkaar, die in werkelijkheid vele kilometers van elkaar liggen. Sommige steden liggen op de kaart boven andere, waar zij in werkelijkheid ver zuidelijk vandaan liggen: vergelijk Rouaan en Straatsburg. Derhalve is elk argument onzinnig, dat zich voor een bepaalde determinatie op de lengte of de breedte beroept, daar dit criterium door de tekenaar op geen enkele manier is gevolgd.

      Conclusie.

      Met de bewijzen over de juiste loop van de weg zijn we over Nederland uitgepraat. Er bestaat geen "Peutinger-kaart van Nederland". Hoe deze "zo mooi" leek aan te sluiten op de evenmin bestaande "Peutinger-kaart van Duitsland" langs de Renus (die helaas de Schelde is ), wordt door de andere wegen van de P.K. en het I.A. ontmaskerd. Met elke volgende weg wordt het duidelijker dat alleen Frankrijk op de kaart staat, tevens dat het noodzakelijk is om de opvattingen over de P.K. eens een grote wasbeurt te geven, daar de fantasten maar blijven doorgaan het niet terzake deskundig publiek te misleiden met beweringen, die niet meer houdbaar zijn en door de bronnen zelfs duizendvoudig worden tegengesproken.

      Vijf plaatsen in Romeins Nederland hebben met zekerheid een andere Romeinse naam gedragen: Utrecht heette Albiobola (volgens Vollgraff), Vechten heette Fectio (volgens Van Es e.a.), Roomburg was Macilo (volgens Van Es, Bogaers), Cuijk heette Ceudiacum (volgens Bogaers) en Herwen heette Carvium ad Molem. Deze Romeinse namen staan niet op de PK. Een bewijs te meer dat de Peutingerkaart niet over Nederland gaat.

      Momenteel doet zich een nieuw fenomeen voor. Waar de historici momenteel zwijgen, nemen de VVV's en Teleac zonder hinder van enig historisch besef de traditionele verhaaltjes over ter wille van de toeristische euro's en de kijkcijfers. De mythen worden weer traditioneel herhaald in kleurige folders en in aansprekende documentaires. Zelfs feiten waarvan de historici de fouten al hebben erkend, steken weer de kop op. We zien dat in Nijmegen, waar men blijft schermen met Karel de Grote en Nijmegen plots de oudste stad van de Lage Landen (les Pays-Bas is geworden, in Dokkum waar men opeens een Bonifatiusjaar kent, in Wijk bij Duurstede dat op grond van één munt van Noyon steeds Dorestad blijft en met een tentoonstelling over Vikingen in Utrecht, waar nooit een Noorman geweest is.
      Het publiek wordt opzettelijk bedrogen terwille van het toerisme. Met ware geschiedenis heeft het niets te maken.

      Vervolg van de "Nederlandse traditie" van de Peutingerkaart.

      Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.



      Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.