Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De Varusslag in 9 n.Chr.


De Varusslag (in Duitsland ook wel Varus-slacht genoemd) was de veldslag in het jaar 9 na Chr. tussen de Germanen en de Romeinen, waarbij het leger van Varus, dat bestond uit 3 legioenen (is 18.000 man), totaal werd vernietigd. Varus en veel andere Romeinen pleegden zelfmoord door zich op hun zwaard te werpen. Andere Romeinen werden gevangen genomen en enkelen werden pas 40 jaar later uit hun slavernij bevrijd.
Dit is de algemeen aangenomen opvatting.



Overigens was Varus zelf ook medogenloos. In Syrië had hij duizenden krijgsgevangen laten kruisigen, een 'gewone' doodstraf bij de Romeinen. Dat lot heeft ook Christus en later de apostelen Petrus en Paulus ondergaan

Hoewel de beschrijving in Cassio Dio's Romeinse geschiedenis het meest gedetailleerd is, werd dit werk bijna twee eeuwen na de gebeurtenis geschreven en wijzen sommige details, die niet vermeld worden door eerdere auteurs, er zeer waarschijnlijk op dat zijn werk eerder als een literaire bewerking van de gebeurtenissen moet worden gezien, dan als een echt betrouwbare historische beschrijving.
Zo noemt Cassio Dio nergens het Teutoburgerwoud. Het Duitse Teutoburgerwoud kreeg die naam ook pas in de 17e eeuw door toedoen van Philipp Cluverius en juist aanleiding van de daar vermeende veldslag. Tevoren heette dit gebied 'Osning'. (Bron: Larissa Eikermann).



Uit de vondsten in Kalkriese komt de nodige twijfel naar voren. Zie de bevindingen van de verschillende onderzoekers hiernaast. Er zijn daar inderdaad Romeinse sporen van een veldslag gevonden, maar niets wat wijst op de aanwezigheid van veel Germanen of een grote veldslag. Het kan derhalve ook een veldslag tussen verschillende Romeinse legeronderdelen zijn geweest, wat enkele historici meenden. Zoals Tacitus in Ann. I, 17 en 23 schreef, waren de verhoudingen binnen de Romeinse legers allerminst eensgezind. Er kwam veel rivaliteit voor tussen legeronderdelen. Enkele veldslagen tussen legeronderdelen zijn dan ook bekend, zoals die tussen Julius Caesar en Scipio in de veldslag bij Thapsus, zoals beschreven in de Afrikaanse Oorlog (Auct.B. Afr.War 81-83). De tragische moord op Caesar en andere keizers zijn ook voorbeelden van de rivaliteit en strijd tussen verschillende partijen in de Romeinse wereld, die wel degelijk bestond.

De veldslag van Varus vond plaats in of bij het "Teutoburgiensis Saltus". Dat het hier om het Duitse Teutoburgerwoud zou gaan is een veronderstelling, gestoeld op bekende locatiefouten.

Grote delen van GermaniŽ zijn door Romeinse troepen bezet. Maar daar is in betreffende delen van Duitsland geen spoor van teruggevonden. Op hun terugmars naar hun winterplaats worden Publius Quinctilius Varus en zijn leger in een hinderlaag gelokt. De bedenker van deze samenzwering is de Cherusk Arminius. De 'vertaling' van de naam Arminius in Hermann geeft al de onzorgvuldigheid van de Duitse historici aan. In drie dagen worden het 17e, 18e en 19e legioen door de Germanen afgeslacht. De tragische nederlaag gaat als 'Varusschlacht' de geschiedenis in.

De Varusslag wordt traditioneel in Duitsland geplaatst, dat immers "Germania" was. Albert Delahaye heeft aangetoond dat Germania Frans-Vlaanderen was en dan komt ook de traditionele plaats van de Varusslag op losse schroeven te staan. Zeker als je de perioden die eraan vooraf gingen (Caesar en Drusus) en die erna kwam (Germanicus) erbij betrekt. Beide perioden vinden onweerlegbaar aan de kust van de Oceaan en wel aan Het Kanaal plaats.

In Duitsland is de plaats van deze grote veldslag nog steeds niet met zekerheid gevonden. Elke genoemde locatie, en dat zijn er inmiddels meer dan 700, kan men met goede argumenten betwijfelen.
De plaats van de Varusslag te Kalkriese wordt tot heden "bewezen" met de vondst van munten, Romeinse artefacten, zoals de gedenksteen van Marcus Caelius (zie hieronder) en menselijke en dierlijke overblijfselen. Maar deze vondsten bewijzen niet dat het hier om de Varusslag gaat. Hier kan elke slag geleverd zijn. De locatie Kalkriese voldoet in elk geval niet aan wat er vanuit de schriftelijke bronnen over bekend is. Waar zijn hier de onmetelijke en ondoordringbare moerassen? Waar is hier de (zee-)kust dichtbij?



Grafsteen van Marcus Caelius, gedood tijdens de slag van Varus. De inscriptie luidt:
M(arco) CAELIO T(iti) F(ilio) LEM(onia) BONN(onia) (I) O(rdini) LEG(ionis) X II X ANN(orum) L III S CECIDIT BELLO VARIANO OSSA INFERRE LICEBIT P(ublius) CAELIUS T(iti) F(ilius) LEM(onia) FRATER FECIT.

Vertaling:
Voor Marcus Caelius, zoon van Titus, uit Boulogna in het district Lemmonia, Aanvoerder van het 18e legioen; hij stierf in de ouderdom van 53 jaar tijdens de oorlog van Varus. De beenderen (van de vrijgegevenen) mogen hier ook worden begraven. Publius Caelius, zoon van Titus, van het district Lemmonia heeft deze grafsteen opgericht.)

Deze gedenksteen die bewaard wordt in het museum te Bonn, wordt gezien als een doorslaggevend bewijs dat de Varusslag in Duitsland heeft plaats gevonden. De steen werd gevonden tussen Xanten en Birten, op de Fürstenberg en is gemaakt van limestone (een kalkgesteente) afkomstig uit de Lorraine in noordoost Frankrijk. Hij is 1.37m hoog en 1.08 m breed. De enige zekere vermelding op deze steen is de plaats Boulogne en die ligt of in Itali235; of Griekenland (?) of, inderdaad, in Frans-Vlaanderen: Boulogne-sur-Mer.
En welk bewijs geeft de vindplaats? Geen enkele ten gunste van Kalkriese, want dan had die steen immers daar gevonden moeten worden. De gedenksteen kan overal opgericht zijn door Publius Caelius, de broer van Marcus, waar hij zich op dat moment bevond, onafhankelijk van de plaats van de veldslag.

Theodor Mommsen (1817 - 1903), historicus en een van de belangrijkste Duitse archeologen van de 19e eeuw, die in 1902 ook de Nobelprijs voor Literatuur ontving voor zijn werk "RŲmische Geschichte", bespreekt de kwestie van de locatie, die nog niet volledig is opgehelderd , waarop de Varusslag plaatsvond, en toont mogelijke locaties. Ook hij schets meerdere mogelijkheden. In 1885 zag Mommsen het gebied ten noorden van de Kalkrieserberg in het Wiehengebergte als slachtplaats aan vanwege muntvondsten.
In de loop der eeuwen zijn er honderden theorieŽn en speculaties over de locatie van de Varusslag ontstaan, vooral sinds het begin van de 16e eeuw, toen Tacitus' Germania en Annales werden herontdekt. Vanaf die tijd werd Germania als Duitsland opgevat en de Germanen als Duitsers, met als gevolg dat ook de Varusslag in Duitsland werd gezocht.

Ook de Nederlandse historici hebben de plaats van de Varusslag altijd betwist. Geen enkele tot nog toe gehanteerde locatie is een zekerheid. Steeds is de conclusie dat men slechts kan veronderstellen dat de slag toch elders heeft plaatsgevonden.


Keizer Gaius Caesar "Caligula".


Een Romeinse vuurtoren zoals bij Boulogne stond maar daar is afgebroken. Op de afbeelding eenzelfde vuurtoren die aan de overkant van Het Kanaal bij Dover staat. Zie voor meer informatie over deze vuurtoren de tekst hiernaast.


"Even dachten de inwoners van het Achterhoekse dorp Varsseveld een claim to fame te hebben als strijdtoneel van de beroemde Varusslag in 9 na Christus, maar tegenwoordig herinnert alleen het enigszins opportunistisch opgerichte monument aan de rand van het dorp nog aan dit achterhaalde denkbeeld". Archeobrief 1, maart 2010.

De inwoners van Varsseveld
(zie daar) hebben jarenlang in de veronderstelling geleefd, dat de veldslag zich in hun woonplaats had voltrokken. Een groot gedenkteken diende om de herinnering levendig te houden. De Historische Kring Varsseveld was er in 1984 al niet blij mee dat er een gedenkteken werd geplaatst. In Varsseveld is immers nooit enig bewijs gevonden van die veldslag. Het verhaal dat die veldslag in de Achterhoek zou hebben plaatsgevonden werd in de jaren 30 van de 20ste eeuw in de wereld gebracht door een oud-marinier uit Apeldoorn (de vakman, ofwel hoe komen historische tradities tot stand). Dat er altijd twijfel en gereserveerdheid bestaan heeft over de locatie Varsseveld blijkt terecht.
Toch zijn er nog steeds zich 'deskundig' wanende personen die menen dat de Varussslag werkelijk in Varsseveld plaats vond en die dit met een wanstaltig monument menen te kunnen aantonen. In de naam van het dorp meent men de naam van Varus te herkennen. Aan hun deskundigheid mag dus ernstig getwijfeld worden.
Volgens het Oud-Nederlands Woordenboek is de etymologie van Vars(seveld) afkomstig van Furs(seveld). Furs is 'gebogen', ofwel een gebogen (rond) lopend veld. Volgens het etymylogisch woordenboek van Franck-van Wijk is 'vars' een jongen stier (vergelijk vaars). Het 'var' zou ook betrekking kunnen hebben op een mannelijk zwijn. Het komt er dus op neer dat de plaatsnaam Varsseveld betrekking heeft op een weiland voor een jongen stier of een varken, wat precies aansluit bij het agrarische karakter van de streek. Dus geen Varusslag, maar een varkenswei. Volgens de Oudheidkundige Werkgemeenschap van Varsseveld komt de plaatsnaam van varsse, moeras, dus zeker niet van veldheer Varus (ook al zijn er 4 letters hetzelfde). Het is een goed en zoveelste voorbeeld van volks-etymologie en wijsheid waarmee de geschiedenis van Nederland vol zit, maar die niet gebaseerd is op historische kennis en feiten.
Als men de bronnen niet kent moet men zich niet met geschiedenis bezig houden. Wat in de 17e eeuw gold als historische kennis is hopelijk tegenwoordig achterhaald, hoewel? De VVV's moeten eens te raden gaan bij de echte historici en zich niet langer laten leiden door toeristisch aantrekkelijke mythen.


Het Varusmonument in Varsseveld.

In de top een Romeinse helm als windvaan; in de voet herkent men de letters V-I-V (Varus in Varsseveld? of Varusslag is verzinsel?) tussen een aantal betonnen ballen. Of heeft het V-I-V betrekking op de plaatselijke voetbalclub?

Dit monument is vergelijkbaar met het 50 meter hoge Hermannsdenkmal bij Detmold. Dat is eveneens een schreeuwend groot monument waarmee men meent de geschiedenis te kunnen bewijzen, maar dat staat ook op de verkeerde plaats.


Varsseveld staat weer voor joker.... (lees meer). Het monument in Varsseveld is symbolisch. De Romeinse helm als windwijzer: blijkbaar draait men hier met alle historische winden mee. Het monument staat op het uiterste randje van het dorp, weggestopt achter hoge bomen en praktisch onbereikbaar voor de bezoeker. Er staat ook geen informatiebordje bij, dus je moet maar raden wat dit monument voorstelt en waarom het hier staat. Het is alsof Varsseveld zich ook schaamt voor dit groteske bedrog. Hoewel, de inwoners van Varsseveld hebben nergens weet van. Niet van de Varusslag en niet van dit schreeuwende monument. Dat is er ook gekomen door de bedrijving Varsseveld dat meende nieuwe inkomsten te kunnen verwerven. De Oudheidkundige Werkgemeenschap stond het schaamrood op de kaken toen het monument er ondanks alle tegenwerpingen toch kwam.

De juiste locatie van de Varusslag en de plaats van het Teutoburgerwoud moet gezocht worden aan de kust van het Kanaal in Frans-Vlaanderen waar sinds Julius Caesar ook de Romeinen verbleven. In 9 n.Chr. was er nog geen Romein in midden-Duitsland geweest, laat staan 3 legioenen. Het Teutoburgerwoud is genoemd naar de inwoners van dat gebied, de Teutones. En zoals bekend verondersteld mag worden lag Flandia Teutonica ook daar. Zie verder bij Teutoons, Diets, Dutch, Nederlands.

Het is ook precies dit gebied waar de oorsprong van de Nederlandse taal ligt, waar de naam Holland vandaan komt en waar ook de eerste graven van Holland en Gelre vandaan kwamen. Zelfs de 'Nederlandse' leeuw, die van de Vlaamse leeuw afstamt, en veel 'Nederlandse' plaatsnamen van Middelburg tot Leeuwarden (Lewarde) en Groningen (Groenighen) komen ook uit dit gebied.

De locatie van de Varusslag is vergelijkbaar met de locatie van het klassieke Dorestad in Wijk bij Duurstede. Beide voldoen niet aan de kenmerken die we uit de klassieke teksten kennen. Zo was Dorestad een rijke handelsstad en geen dorp van vissers en jagers. De Varusslag vond plaats in het saltus Teutoburgensis in het gebied van de Cherusken. De Cherusken woonden aan de kust van het Kanaal waar ze ruzie maakten met de Hermunduren over zoutwinning.




700 locaties, maar nog steeds niets met zekerheid bepaald.
Over de Varusslag, de veldslag in het Teutoburgerwoud, zijn vele boeken geschreven en verschenen (zie afbeelding hiernaast rechts en hieronder), met name in Duitsland, maar de juiste locatie is nog steeds niet gevonden. Of toch wel? De held Arminius speelt hierin een prominente rol.
Lees meer over hem in het boek Teutoburg van Valerio Massimo Manfredi.

Het kaartje hiernaast toont een aantal plaatsen waar men een poging deed om de plaats van de Varusslag te localiseren. Helaas zonder resultaat. In Duitsland spreekt men nu over "Römische Rätsel".

Opzienbarend nieuws. Romeins borstpantser ontdekt in Kalkriese.
In september 2020 hebben archeologen in Kalkriese een borstpantser gevonden, wat zij beschouwen als "de unieke vondst van de eeuw". Het Romeins pantser stamt uit de tijd van de Romeinse keizer Augustus (30 v.Chr. tot 14 n.Chr.). Zoals de wetenschappers aankondigden, is het het enige bewaard gebleven borstpantser ter wereld dat "nieuwe inzichten in de Romeinse bewapeningstechnologie" mogelijk maakt. Kalkriese bij Bramsche (district OsnabrŁck) wordt beschouwd als een mogelijke plaats waar de Varusslag zou kunnen hebben plaats gevonden in het jaar 9 na Christus, waarbij drie Romeinse legioenen werden verslagen door Germaanse troepen.

Drie Romeinse legioenen, dat zijn zo'n 18.000 soldaten. En dan vinden ze nu één borstpantser? Hoeveel bewijs vormt dat? En wat is het bewijs dat het uit de tijd van Augustus stamt? Dat kun je uit zo'n verroeste klomp ijzer (zie afbeelding) toch niet opmaken? Dat er een veldslag heeft plaats gevonden bij Kalkriese is zonder twijfel zo. Maar voor de Varusslag zijn de vondsten tot nu toe veel te minimaal. Er kwamen liefst 18.000 legionairs om en honderden vrouwen, kinderen en slaven. Daarnaast tientallen paarden en hoeveel karren en wagens zijn er ook op het slagveld achtergebleven? Het kan ook een treffen van twee Romeinse legioenen geweest zijn, immers er zijn geen aanwijsbare vondsten bekend die naar de Germaanse stam van de Cherusken wijzen. En dat er in de Varusslag geen enkele Germaan omgekomen is, valt ernstig te betwijfelen. Die twijfel is er bij de wetenschappers ook, immers zij spreken van een mogelijke plaats van de Varusslag. En wat betreft die 'nieuwe inzichten'? Op talloze hedendaagse afbeeldingen van Romeinse legionairs zie je dit borstpantser al. Welke nieuwe inzichten kennen we nog niet?

Zoals zo vaak wordt ook hier weer een vondst opgevoerd die feitelijk het tegenover gestelde bewijst dan wat men er zo graag mee zou willen bewijzen. Met één borstpantser, dat een unieke vondst wordt genoemd, bewijs je niets over een veldslag waarbij minstens 18.000 legionairs sneuvelden.




In Duitsland is men sinds de 16e eeuw op zoek naar de juiste locatie van de Varusslag, de grootste en vernietigende veldslag tussen de Romeinen en de Germanen. Omdat men het Germania van Tacitus altijd als Duitsland beschouwde, heeft men daar altijd gezocht naar de plaats van de Varusslag. Tevergeefs. Ondanks alle pogingen en argumenten heeft men de juiste locatie er nog steeds met zekerheid gevonden.

Tacitus geeft in zijn Annales I hoofdstuk 59 tot 62 een omschrijving van de plaats van de Varusslag. Het betreft een landschap zonder bergen en ravijnen, maar een vlakte met zompige moerassen. Zie bij de teksten

De vondsten in Kalkriese zijn te mager om daar een veldslag tussen ruim 25.000 Romeinen en duizenden Germanen te plaatsen.
Uit het boek "Ich Germanicus" van S.Burmeister en J.Rottman (2015) blijkt dat de massagraven bij Kalkriese tot nu toe de enige archeologische aanwijzingen voor de aanwezigheid van Germanicus in Germanië zijn (wat bij hen uiteraard Duitsland is). Germanicus trok met acht legioenen en duizend oorlogsschepen naar het gebied van Noord-Duitsland. Zijn missie was wraak nemen, de veldtekens heroveren, Arminius gevangen nemen en Germanië heroveren. Wat er precies gebeurde tijdens deze veldtocht(en) blijft onzeker. Er zijn in dit gebied nergens kampen van Romeinen gevonden, die ze toch elke dag maakten. Waar verbleven deze legioenen in dit toch vijandelijk gebied?

Tegenwoordig houdt men in het algemeen de locatie Kalkriese bij Osnabrück voor de plaats van de Varusslag. Maar deze locatie voldoet niet aan alle details in de verschillende klassieke teksten genoemd. Hier zijn geen grote moerassen en het ligt ook niet in de nabijheid van de kust. Ook in Duitsland zelf heeft de archeologie grote twijfels bij deze locatie. Ondanks dat er overblijfselen van een Romeins veldslag is gevonden, twijfelt men toch omdat de vondsten niet van een omvang zijn die voldoet aan de beschrijvingen in de teksten. Er zijn immers 3 legioenen in de pan gehakt. Met vrouwen, kinderen handelaars en bedienden (slaven) zou het gaan om een groep van tussen de 25.000 en 36.000 personen (daartussen lopen de schattingen uiteen). Dan kan men niet aankomen met een handjevol Romeinse relicten en weinig tot geen relicten van Germanen die daar ook in grote getalen gesneuveld zijn. Er heeft zich in Kalkriese wel een veldslag voorgedaan, maar men houdt er ter dege rekening mee dat het een strijd was tussen twee Romeinse afdelingen, zoals die wel vaker plaats gevonden hebben. Moord en doodslag was ook in de Romeinse legers geen uitzondering. Die legers bestonden ook uit legionairs uit verschillende volkeren die elkaar niet altijd vredelievend gezindt waren. Vergelijk daarmee het verhaal tussen de twee broers Arminius en Flavus die uiteindelijk tegenover elkaar stonden in de veldtocht van Germanicus.

De Varusslag had niets heldhaftigs. Het was een niets en niemand ontziende slachtpartij.

Kennis over de de Varusslag (of Varusschlacht; schlacht=strijd, maar het was een slachtpartij) krijgen we niet van deelnemers of ooggetuigen, maar van vier auteurs die er over geschreven hebben: Tacitus, Florus, Cassius Dio en Velleius Paterculus.
Deze vier auteurs geven geen precieze informatie over de geografische locatie van de gebeurtenis. Het verloop van de strijd wordt alleen beschreven door Cassius Dio. Met uitzondering van Velleius Paterculus, schrijven alle auteurs minstens 90 jaar na de gebeurtenissen. Wat hun bronnen zijn of waarop zij hun kennis baseren blijft onbekend.

Bij het bestuderen van de teksten van deze auteurs, zijn er enkele verschillen en overeenkomsten te zien. Alle auteurs verwijzen naar het ongunstige terrein, bos- en moerasgebied (Vell. II 119, 2; Flor. II 30, 36; Tac. Ann. II, 61) en naar het ongastvrije klimaat, regen en kou (Cass. Dio LVI, 20, 3). Het bekwaam gebruik maken van de topografische omstandigheden (bos, moeras en slechte paden) door Arminius, wordt gezien als bedrog en verraad aan Rome (Vell. II 119, 2; Flor. II 30, 36; Cass. Dio LVI 20, 4). (Arminius had een Romeinse opleiding genoten en was ereburger geworden en prefect in het Romeinse leger). Bekijkt men wat ze over de plaats van de Varusslag vermelden dan komt men maar tot ťťn conclusie: de slag vond plaats in het land van de Cherusken en Teutonen, volgens Albert Delahaye was dat Frans-Vlaanderen, die dat aanvult met meerdere gegevens o.a. van Tacitus (zie daar).

  • Tacitus schreef ca.98 en plaatst de slag in het Teutoburgerwoud in het gebied van de Cherusken.
    Uit andere gegevens blijkt dat de Cherusken aan de kust van de oceaan woonden, zoals op de Peutingerkaart ook te zien is met hun naam Cherustini.

  • Lucas Annaeus Florus schreef rond het jaar 120 dat het land van de Teutonen (waar het Teutoburgerwoud lag!) in de uiterste gebieden van Gallia lag en zij weggevlucht waren, omdat hun land was overstroomd door de oceaan. Transgressies! Zie daar.

  • Cassius Dio (ca.165-235) schrijft dat de slag plaats vond in het Keltenland. Hij schrijft: 20.1. De bergen zonder verhogingen werden namelijk doorkruist door ravijnen, bovendien stonden reusachtige bomen dicht bij elkaar, zodat de Romeinen al vůůr de vijandelijke aanval, met het vallen van de bomen op die plaats al moeite genoeg hadden in het overbruggen van het landschap waar dat nodig was.

    Cassius Dio schreef in het Grieks en is de enige die bergen zonder verhogingen en ravijnen noemt. Als je van de Griekse tekst van Cassius Dio de Italiaanse vertaling neemt en die in het Nederlands vertaalt dan worden die 'bergen met ravijnen' in het Italiaans vertaald met een ruw terrein. Je krijgt dan een heel ander beeld van de plaats van de Varusslag. Cassius Dio is zelf, voor zover bekend, nooit in Gallië of Germanië geweest, dus hij zal geen juiste voorstelling van het landschap gehad hebben. Wellicht heeft hij de beschrijving van het landschap wat ongerepter en ruwer willen maken, om het verlies van de Romeinen meer aannemelijk te maken.

  • Gaius Velleius Paterculus (schreef vóór 31 n.Chr.) vermeldt dat de legers van Varus ingesloten tussen bossen en moerassen, in een vijandelijke hinderlaag, werden ze man voor man afgeslacht. Nadat het grootste deel van het leger al was gedood, bood Ceionus de overgave aan: hij zou liever worden geŽxecuteerd dan in de strijd te sterven. Hij werd afgeslacht. Numonius Vala liet de voetsoldaten in de steek van bescherming door de cavalerie en vertrok met de squadrons en probeerde de Rijn te bereiken. Zij deserteerden uit hun eigen leger. Waarom naar de Renus vluchten (de Rijn volgens de traditie, de Schelde volgens Delahaye) als er veel dichterbij langs de Lippe Romeinse legerkampen lagen? Dat is qua afstand minder dan de helft, dan helemaal naar de Rijn (ca.180 km. naar Xanten. tegen ca.80 km. naar de Lippe: Haltern of Anreppen).

    Wat deze schrijvers precies schreven over de Varusslag kunt U lezen in de teksten.


    De visie van Albert Delahaye.
    De Varusslag heeft zich dan wel in Germania voorgedaan, maar in het Germania van Tacitus en dat was niet Duitsland maar Frans-Vlaanderen. Alle details uit de teksten die hierover handelen, en die nooit in Duitsland hebben gepast, passen wel in Frans-Vlaanderen. De nabijheid van de Oceaan met een waddenkust waarin ook rotsen voorkomen, de grote moerassen, de berghellingen en de vlakten, die in de verschillende teksten worden genoemd, passen feilloos in het Frans-Vlaamse landschap.
    Tacitus schrijft dat Germanicus vanuit Vetera, van waaruit de tocht ondernomen werd, via de Oceaan en de Amisia met zijn vloot het slagveld van Varus bereikte. In de traditionele opvatting zou dat een tocht van zo'n 600 km door de Rijn, over de Noordzee en de Eems betekend hebben en dan nog een dikke 100 km over land (de rode lijn op het kaartje hieronder), terwijl hij vanuit Vetera (in de traditie Xanten) op relatief eenvoudige en in korte tijd het gebied nabij Osnabrück bereiken kon (de gele lijn). De traditie houdt er dus een zeer onlogische, zelfs een onmogelijke route op na.
    Conclusie: de plaats van de Varusslag lag niet in midden-Duitsland, maar in het Germania van Tacitus.

    De onderliggende vragen zijn: Was Vetera wel Xanten? Of was het misschien Visterie in Noord-Frankrijk? En vond de Varusslag toch plaats in Noord-west Frankrijk (bij Thiembronne), waar immers de Wisurgis stroomde, dat niet de Weser was maar de Wimereux?


    Heuvelachtig landschap bij Saint Omer, nu gecultiveerd, toen de uitloper van het oerbos Hercynisch Woud.


    De klassieke Romeinse (en Griekse) schrijvers.
    Het grote misverstand is ontstaan door het verkeerd begrijpen van Romeinse schrijvers die toch wel duidelijke taal spreken. Vanwege het dogma dat de Renus de Rijn is, werd het Romeinse Germania op Duitsland geprojecteerd, dat vervolgens ook een dogma werd.
  • Mela (Chrorographia III, 30-32) vermeldt dat de Codanus boven de Albis ligt. Maakt men van Albis de Elbe, dan komt men dan wel in Denemarken uit, maar niet in de Oostzee. Ook hier blijkt weer dat men de klassieke teksten vrij globaal en onjuist toegepast heeft. Het Kattegat ligt niet boven de Elbe. De Elbe stroomt uit in de Waddenzee (Noordzee) bij Cuxhaven. Maar zowel in Noord-Duitsland als in Denemarken zijn de Romeinen nooit geweest en hebben er ook nooit over geschreven. De Albis was ook niet de Elbe, maar de Franse Aa, die door een kalkgebied stroomt, waardoor het water wit van kleur is: Alba=wit. De Italiaanse plaats Alba (waar het hoofdkantoor van chocoladefabriek Ferrero is gevestigd) staat bekend om zijn witte truffels.
  • Julius Caesar schreef dat het volk van zeevaarders dat aan de kust van het Kanaal woonde, Diabintes genoemd wordt. Het Diabintes is de latijnse afleiding van de taal die zij spraken: het is het Teutoons. Het oudste historisch verband wordt dus al genoemd door Julius Caesar die de Teutonen aan de oceaan noemt als voorvaderen van de Attuatuci. (De Bello Gallico II, 29). En precies hier vond de strijd plaats tussen de Romeinen en de Cimbren en Teutonen en niet in Duitsland of ergens in Nederland, waar Julius Caesar nooit geweest is.
  • De Romeinse schrijver Pomponius Mela vermeldt dat de Teutones tussen Helinium en Renus leefden bij de zeearm Codanus. Het Helinium was de Liane, de 'renus' het Flevum tussen Aa en Schelde. De Codanus sluit de discussie; dat was Het Kanaal en niet 'Het Kattegat' bij Denemarken. Maak van Helinium eens de monding van de Maas en van Renus de Rijn, wat de traditionalisten doen. Hoe staat dat dan in verband met Het Kattegat?
  • Plinius noemt dezelfde Codanus als een zeebaai bij het promontorium van de Cimbri wat het Flevum tussen Cap-Gris-Nez en Cap-Blanc-Nez was. Ook hier past Denemarken totaal niet in dit verhaal.
  • Florius (Epitome, I, 60, -120 n.Chr.) noemt de Cimbri, Tungri en Teutones volkeren van de oceaankust die hun land moesten verlaten vanwege langdurige overstromingen. Het gaat hier evenmin over Duitsland of Denemarken, maar over de kust van het Kanaal. In Midden-Duitsland kan toch geen sprake zijn van overstromingen door de zee?
  • Suetonius zegt in zijn boek 'De Keizers van Rome' (vertaling V.d.Hengst, p.72) dat de Cimbri en Marsi tegen Varus streden in 9 n.Chr. Zij waren buren van de Teutones, dus streed Varus in de streek van Thiembronne (F.) met warmwaterbronnen en Mont Teutins (in Rinxent bij Marquise) en niet ergens ver in Duitsland. Daar is Julius Caesar, die ook streed tegen de Cimbri en Teutones, ook nooit geweest. Een der plaatsnamen die aan de Teutonen herinnert is Tutioville, de oude vorm van Doudeauville. Zie verder bij Varusslag.
  • Casio Dio (ca.165-235) schrijft dat de slag plaats vond in het Keltenland. Hij is ook de enige die locatie nader beschrijft en bergen, valleien, ravijnen of kliffen noemt (volgens de traditionele vertalingen: zie bij de teksten). Hij schreef in het Grieks. In de Griekse tekst staat het woord σρη (óros) en dat kan wijzen op elke verhoogde plaats van heuvel tot hoog gebergte. Met de bergen, valleien, ravijnen of kliffen (in enkele vertalingen) kan dus ook gewoon een heuvelachtig ruw terrein bedoeld zijn. Dan komt voor de locatie van de Varusslag heel precies het landschap rond Thiembronne in aanmerking.


    De omgeving van Thiembronne voldoet in elk geval beter aan de omschrijvingen van het terrein van het slagveld van de Varusslag. Hier worden in het ruwe terrein de bekende 'truck-trial-wedstrijden' voor zware vrachtwagens verreden (zie de foto's hierboven). De 'Rue du Marais' vlak bij dit circuit in Thiembronne geeft aan dat er ook moerassen voorkwamen en nog voorkomen. Bovendien ligt Thiembronne aan de kust en is het verhaal van Germanicus hier exact van toepassing.
    In de omgeving van Kalkriese voldoet het terrein allerminst aan de beschrijvingen en wordt bovendien na recent onderzoek toch weer getwijfeld of deze locatie wel de juiste is. (zie tekst hieronder).
    Klik hier voor de informatie!


    Bij de Varusslag zouden zo'n 25.000 slachtoffers zijn gevallen (3 legioenen, vrouwen, kinderen, handelaars, bedienden (slaven).
  • Algemeen wordt het verhaal gevolgd dat de Germanen de Romeinen door een smalle doorgang dreven, tussen een door hen opgeworpen aarden wal met pallisaden (zie foto hiernaast) en de moerassen. Historische gegevens over deze opvatting ontbreken echter. De klassieke auteurs schrijven dat de Romeinen in hun kamp en in de dichte wouden aangevallen werden. Theodor Mommsen noemt dat de Romeinen een kamp bouwden, waar Arminius ook op bezoek kwam. 'Arminius stand den anderen Tag vor den Wällen des Römischen Lögers'. (Citaat uit: Theodor Mommsen, RŲmische Geschichte, Kompletausgabe mit Kartenmaterial, Berlin 1925; p.2788. E-boek). Was deze 'wal' door de Romeinen zelf gebouwd en helmaal niet door de Germanen?
  • Bij de veldtocht van Germanicus naar het slagveld wordt de plaats Aliso genoemd. Waar Aliso lag wordt niet duidelijk, maar in Duitsland houdt men het op een locatie in de buurt van het Teutoburgerwoud, maar ook een locatie in Westfalen komt in aanmerking (Haltern?). Toch een tocht van zo'n 300 km vanuit Vechten. Franse historici plaatsen Alesia (is het dezelfde plaats?) in Auxois. Delahaye houdt Aliso op Sailly-sur-la-Lys, een fort aan de Renus (Schelde) tegenover de Chatti (Katsberg). Inderdaad in hetzelfde gebied.
  • Het aantal gevonden relicten (beenderen, munten, wapens, uitrustingstukken) bij Kalkriese komt lang niet overeen met het veronderstelde aantal slachtoffers. Vandaar de twijfel.
  • Maar wat bewijs je met munten, ook al zijn die uit deze periode? Munten bleven lange tijd in gebruik en kunnen ook veel later verloren zijn gegaan.
  • Daarom wordt ook steeds meer gedacht dat hier slechts een deel van de Varusslag heeft plaats gevonden. De slag heeft inmmers drie dagen geduurd en op verschillende locaties.
  • Er wordt ook gedacht dat hier een andere veldslag van de Romeinen plaats vond, misschien van Romeinen onderling, wegens het ontbreken van duidelijke Germaanse relicten.
  • Ook wordt gedacht aan een 'strafexpeditie' van Germanicus, waarbij ook een veldslag plaats vond. Duidelijk is wel dat Germanicus aan de kust verbleef, immers zijn troepen werden overvallen door de opkomende vloed. En van vloed kan in midden-Duitsland geen sprake zijn.
    Maar zou Germanicus op de verkeerde plaats zijn gaan zoeken naar de resten van de Varusslag? Hij zou toch wel geweten hebben waar deze veldslag enkele jaren eerder plaats had gevonden? Waarom ging hij dan naar de kust van de Oceaan (=Het Kanaal) om de plaats van de Veldslag te vinden?

    Neues Forschungsprojekt soll sich dieser Frage von unterschiedlichen Seiten nähern (bron: Weser Kurier, 24-02-2017).


    De derde veldtocht van Germanicus in 16 n.Chr. Overigens is dit kaartje onjuist, aangezien in de Romeinse tijd Flevoland en de Zuiderzee nog niet bestonden. De Lek bestond in elk geval ook nog niet in de Romeinse tijd. Ook is niet duidelijk of er wel over zee gereisd werd. In de bronnen wordt Vechten genoemd en door de 'zee' naar het land van de Friezen. De 'zee' was volgens de traditionele opvattingen het Flevomeer.


    Het oratorium van componist Max Bruch (te beluisteren op YouTube) dateert uit 1877, gecomponeerd tijdens de consolidatie van het nieuw opgerichte Duitse Keizerrijk na de Frans-Pruisische (Duitse) oorlog in 1870-1871. Arminius werd daarbij opgevoerd als de held van het nationalisme in Duitsland. In die tijd werd ook het zogenoemde 'Hermannsdenkmal' in Detmold op gericht.


    Zet je de veldtochten van Drusus en Germanicus af op de kaart links hierboven, dan zijn het onvoorstelbaar lange veldtochten die ze in een onmogelijk korte tijd hebben afgelegd. De veldtochten volgens de blauwe en rode lijn bedragen zo'n 2500 km (heen en terug). Die waren in de Romeinse tijd onmogelijk in minder dan een half jaar af te leggen. Bij een gemiddelde dagmars van 20 à 25 km en over water maximaal 80 à 100 km per dag, duurde zo'n veldtocht ruim 5 dagen (10 met terugweg) over water en 15 dagen (30 met terugweg) over land. (Bron: Reizen en trekken in de oudheid, prof.dr.A.Sizoo). En dan moest er ook nog kampen aangelegd worden, gerust, gegeten en gevochten worden. Inderdaad een fantastische prestatie.


    OP ZOEK NAAR VERDWENEN SLAGVELDEN
    "Tegenwoordig telt men ongeveer dertig slagvelden van Varus, elk ervan voortreffelijk onderzocht en bewezen. De meeste ervan liggen tussen Eems en Weser".
    "Ook de veldslagen van Germanicus hebben de wetenschap een hele reeks harde noten te kraken gegeven".
    "Ook de zoektocht naar het slagveld van Idistaviso en de muur van AngrivariŽrs is tot heden niet afgesloten".
    "Nog erger staat het er voor met het Aliso-probleem. Drusus liet een vesting bouwen bij de samenvloeiing van de Lupias en de Elison. Voor de Lupias komt alleen de Lippe in aanmerking. Maar naar de Elison heeft men vergeefs gezocht. Over de vermoedelijke locatie lezen we: "Er is niets bewezen, misschien is er zelfs niets bewijsbaar, maar toch wel 'waarschijnlijk', 'heel waarschijnlijk', enzovoorts, maar dat betekent op geen stukken na bewezen."
    (Bron: R.Pörtner)

    De talrijke gissingen van de plaats van de verschillende slagvelden komen voort uit het misverstaan van de klassieke schrijvers, zoals Tacitus. In de traditionele veronderstellingen zijn de "gevolgde routes" onlogisch (zie als voorbeeld de tocht van Germanicus zoals de traditie zich die voorstelt), de plaats van de slagvelden in Noord-Nederland en ver in Duitsland zijn in de jaren voordat er ťťn Romein in die gebieden is geweest niet mogelijk, maar ook archeologisch ontbreken de noodzakelijke gegevens. Vergelijk de veldtocht van Drusus naar Noord-Duitsland in 12 vóór Chr., terwijl er nog geen Romein in midden Duitsland geweest was. Trier b.v. is als een nieuwe plaats pas gesticht in 3 v.Chr. (Pörtner, o.c., blz.215)

  • In de Kalkrieser-Niewedder Senke heeft blijkbaar een gevecht plaats gevonden, waarbij Romeinse troepen zware verliezen hebben geleden. Op goede gronden beschouwen veel onderzoekers de Kalkriese als de plaats van de Varusslag. Toch passen veel klassieke gegevens over deze slag uit het jaar 9 n.Chr. niet bij de vondsten in Kalkriese, zodat het ter discussie staat of hier niet de gevolgen van een gebeurtenis uit de zomer van 15 n.Chr. zijn te vinden, toen Aulus Caecina met vier legioenen op de terugtocht van de Weser bij de "Pontes Longi" in de hinderlaag van Arminius liep. (Bron: A.Thiel)
    Op de plaats die men voor de Varusslag in gedachte heeft, wordt deze slag uit archeologisch onderzoek niet bevestigd. Er kan net zo goed een andere slag hebben plaats gevonden, bijv. die van Arminius tegen Caecina uit 15 n.Chr. Of een veldslag die niet vermeld wordt in de ons bekende Romeinse literatuur of een veldslag tussen Romeinse legioenen onderling. Bij het overlijden van Augustus in 14 n.Chr. braken er juist onder de Romeinse legioenen opstanden uit, die onderdrukt werden o.a. door Germanicus. De opstandige legioene eisen 'opslag' en een kortere verplichte diensttijd. Als uiteindelijk de meeste troepen loyaal blijken te zijn, dreigt Germanicus de minderheid met een gewapend ingrijpen, tenzij men de oproerkraaiers zelf vermoordt. Dit gebeurt dan ook prompt.

    Het is bekend dat al ver voor Julius Caesar Romeinse legioenen onderling veldslagen leverden, vaak om de macht in Rome te verkrijgen voor hun legerleider of afdeling. Er zijn complete burgeroorlogen beschreven o.a. door Tacitus in zijn 'HistoriŽn'. Onderlinge haat en nijd tussen opeenvolgende keizers met moord en doodslag tot gevolg, was meer regel dan uitzondering. De legioenen van Julius Caesar streden tegen die van Pompeius (jan. 49 tot aug. 48 v.Chr.). 'Burgers van Rome tegen burgers van Rome' schrijft Tacitus, "het is opnieuw de razernij van de mens geweest, de roerselen die hen tot misdaad dreven'. Caesar streed ook tegen Scipio in Afrika (dec.47 tot april 46) en tegen de zonen van Pompeius in Spanje (nov.46 tot mrt.45). Moord in 'keizerlijke' families kwam veelvuldig voor. In 44 v.Chr. werd ook Caesar zelf vermoord, zelfs in en door de Senaat. Ook onder latere keizers was niet alles altijd pais en vree, verre van.
    Vergeet ook niet de slag bij Actium in 31 v.Chr. van Keizer Augustus/Octavianus tegen Marcus Antonius, of die van Vespasianus tegen Vitellius bij Cremona in 69 n.Chr. En zo zijn er meerdere voorbeelden te geven van veldslagen waarbij Romeinen tegen Romeinen streden. Een Varusslag waarbij alleen Romeinse legioenen betrokken waren is in het geheel niet uit te sluiten, zeker omdat ter plekke in Kalkriese nauwelijks Germaanse sporen te vinden zijn. Kwamen die er zonder verliezen vanaf?

  • In het recente verleden, en in feite ook nu nog, waren verschillende personen van mening dat de beruchte nederlaag van de Romeinse legeraanvoerder Varus in het jaar 9 na Christus niet in het Teutoburgerwoud had plaatsgevonden maar bij Varsseveld (Varusveld). Ondanks het feit dat daarvoor nog nooit een archeologisch bewijs is aangetroffen en het Romeinse aardewerk in het museum van elders afkomstig is (vermoedelijk Xanten) is deze theorie tot op heden in zwang gebleven. (Bron: R.Borman)
    Deze constatering staat model voor veel stukjes van onze "traditie". Ook al wordt aangetoond dat een uitgangspunt verkeerd is, dan nog blijft men de daarvan afgeleide zaken als vaststaande feiten hanteren. Zo staat volkomen vast dat Julius Caesar nooit in Nederland is geweest. Toch blijft men het Eiland der Bataven, dat Caesar uit eigen waarneming beschrijft, in Nederland plaatsen. Het blijkt moeilijker een mythe te bestrijden dan een voldongen feit.

  • Archeologische sporen van een Romeinse aanwezigheid ontbreken in de daarop volgende jaren tot nog toe. (Bron: A.Thiel)
    Archeoloog Andreas Thiel stelt op blz. 17 dan ook de terechte vraag "Germanien ohne Germanen?" De "daarop volgende jaren" zijn de jaren onder Tiberius (14-37 n.Chr). Er wordt over de veldtocht van Germanicus tegen de Marsen gesproken, over de strijd tegen de Brukteren tussen Eems en Lippe en de strijd tegen de Cherusken. Dit bleef verder zonder gevolgen. Er is niets van teruggevonden in Duitsland. In de volgende tweehonderd jaar, schrijft Thiel, is geen enkele Germaanse inval in GalliŽ bekend.

  • De gevonden Romeinse munten met het opschrift VAR, op grond waarvan men de veldslag van Varus tegenwoordig te Kalkriese plaatst, vormen ook geen hard bewijs. Dezelfde munten zijn ook gevonden in Africa en SyriŽ. En van het opschrift VAR is nooit aangetoond dat het om de veldheer VARUS zou gaan. Munten met het opschrift VAR zijn ook bekend uit 14 n.Chr., waarbij het beslist nooit om Varus zal gegaan kunnen hebben, die toen immers al 5 jaar overleden was. (Bron: R.Martini)
    Munten vormen geen enkel bewijs omtrent de eigenaar of de omstandigheid waaronder ze op een bepaalde plaats terecht gekomen zijn. Dan is er meer nodig. Ook andere artefacten geven geen enkel hard bewijs dat het om de Varusslag zou gaan. Het blijft bij vermoedens, meningen en aannames, geheel gebasserd op het aangenomen "feit" dat Duitsland Germania was, de Amisia de Eems was, de Lipia de Lippe en de Renus de Rijn.
    Het blijft ook de vraag of de gevonden Romeinse voorwerpen door Romeinen zijn achtergelaten. Bekend is dat ook andere volkeren wapens en voorwerpen van Romeinse oorsprong bezaten. Het Romeinse leger bestond voor het grootste deel uit 'huursoldaten' die overal vandaan kwamen en overal hun wapenuitrusting mee namen en verloren konden hebben.

  • A.W. Byvanck, Nederlands meest bepalende historicus op het gebied van Romeins Nederland, schrijft over de Varusslag het volgende: "De plaats, waar de Germanen deze grote nederlaag aan de Romeinen hebben toegebracht, is nog steeds niet met zekerheid bekend. Men kan zelfs geen poging doen om de route, die het leger gedurende de dagen van den strijd heeft afgelegd, terug te vinden, daar men niet weet, waar het zomerkamp van Varus aan de Wezer heeft gelegen, en evenmin, in welke richting hij door de Germanen is weggelokt. Het woudgebergte, waar de laatste slag heeft plaats gehad, wordt in het door Tacitus medegedeelde bericht als "Saltus Teutoburgiensis" betiteld. Sinds Melanchthon in de 16de eeuw het gevecht in het "Lippische Wald', meende te kunnen localiseren, wordt dit gebergte pas sinds 1616 het Teutoburger Wald genoemd. Die naam werd voor het eerst gegeven door Philipp Cluverius, de Pools-Nederlandse historicus die als eerste ook de Bataven, Caninefaten en de Friezen onjuist in Holland plaatste. Veel latere historici hebben hun opvattingen juist op die van Cluverius gebaseerd. Nu blijkt dat de visie van Cluverius onjuist is, zijn ook alle latere opvattingen onjuist.
    In de omgeving van het Lypische Wald zijn geen moerassen, die in het bericht over den strijd worden vermeld. Om die reden denkt men thans wel aan het "Wiehengebirge" bij Osnabrück of aan een streek aan den middenloop van de Lippe tussen Lippstadt en Hamm. Maar men kan met evenveel recht veronderstellen, dat de slag elders in het noorden van Westfalen, zelfs vrij dicht bij de Nederlandse grens heeft plaats gehad."
    (Bron: naar A.W.Byvanck, o.c. p.115)
    Men kan dus met evenveel recht veronderstellen dat de slag helemaal niet in Duitsland heeft plaats gevonden. De beschrijving die Tacitus hier geeft biedt geen oplossing. Die vindt men wel bij de beschrijving van de veldtochten van Germanicus in 15 n. Chr. die dan het slagveld van Varus bezoekt. Deze veldtochten hebben zich beslist niet ver in Duitsland voorgedaan, maar aan de kust van Frans-Vlaanderen. Zie hierna.


    De hierboven genoemde Melanchthon kennen we vooral als volgeling van Maarten Luther, die we op zijn beurt vooral kennen vanwege zijn stellingen tegen de Kerk van Rome. Hij was een geloofshervormer, al werd hij door de Kerk van Rome als een ketter beschouwd. Luther heeft dus meer op zijn "geweten" dan de Kerk te hervormen. Zijn naaste medewerker en volgeling Philipp Melanchthon plaatste als eerste de Varusslag in Duitsland. Philipp Melanchthon gebruikte Tacitus Germania om zich met het protestantisme af te zetten tegen de kerk van Rome. Met de chauvinistische kijk van Melanchton leek het Duitsland van toen een tijdloze legitimatie te krijgen als zelfstandige staat, die zich afzette tegen elke overheersende macht. Het protestantse humanisme zag zichzelf als de afstammelingen van Arminius en nam de deugden die Tacitus schetste over: trouw, standvastigheid en vrijheid.
    Geen enkel geschrift heeft het Duitse Nationalisme zo beÔnvloed als het Germania van Tacitus, schreef de historicus Manfred Fuhrmann (1925-2005). Dat was dus in de tijd van Melanchton (16e eeuw) begonnen en is tot op de dag van vandaag nog steeds zo.
    In de 19e eeuw keerde 'Pruisen' zich met eenzelfde chauvinisme tegen Frankrijk. Helmuth Plessner schreef in zijn klassieker "Die verspštete Nation" dat het Duitse nationaal bewustzijn in "naturhafter UrsprŁnglichkeit" verankerd zou willen zijn. Opeen volgend begon het met de strijd van Arminius tegen de Romeinen, zette zich voort met de opstand van Widukind tegen Karel de Grote, daarna de Reformatie van Luther die zich afzette tegen Rome, vervolgens de oorlogen tegen Napoleon en de Frans-Duitse (de Pruisische oorlog: 1866) oorlog in 1870-1871. Het waren de voorlopers van en de aanleiding tot zowel de Eerste (1914-1918) als de Tweede Wereldoorlog (1939-1945). Die Melanchton heeft dus heel wat op zijn geweten.

    De aanvoerder in de strijd tegen de Romeinen, Arminius, wordt door Tacitus "dux belli" (=aanvoerder van de strijd) genoemd. Dat 'dux belli' werd door Luther vertaald met "Heer-mann" (=leger leider). In het spraakgebruik verbasterde dat tot Hermann. Daarmee werd Luther de eerste dominee, hoewel deze titel nog niet bestond, die zich met geschiedschrijving bezig hield. Er zouden meerdere dominees volgen, zoals Pickardt en Smetius. In de 17e eeuw werd het Lippische Wald voor het eerst het Teutoburgerwoud genoemd, aangezien Tacitus als plaats van de Varusslag het 'Teutoburgiensis saltus' noemt. In werkelijkheid vond deze veldslag plaats in Noord-Frankrijk, niet ver van de kust van het Kanaal, waar de Teutonen in het naar hen genoemde woud woonden en waar de plaatsnaam Doudeauville nog naar verwijst. In de Notitia Dignitatum Occidentis uit 420 worden de Teutoniciani genoemd als een volk in Gallia.
    Zo kwam Duitsland door twee 'dominees' aan zijn Hermann, waarvan het standbeeld dan ook op de verkeerde plaats staat, wat men tegenwoordig in Duitsland ook erkend. Alleen wil men nog niet van Hermann af en verplaatst men de slag iets meer naar het noorden naar Kalkriese.
    Dat de Teutones met Germania geÔdentificeerd worden is helemaal juist, echter wel met het Germania van Tacitus en dat is niet Duitsland.

    Flandriae Teutonicae.
    De plaatsbepaling van de Cimbri en Teutones, wijst al sinds Julius Caesar op Noordwest-Frankrijk, in wier nabijheid ook de Attuarii en Morini verbleven. De taal was voor hen geen Frans maar Teutoons, de bakermat van meerdere west-Europese talen, onder andere het Diets (zie bij Dietse taal. De Teutoonse taal kent referenties tot in de 7e eeuw (650-700). Het teutoons, de lingua teutonica en teutisca, wordt ca. 800 genoemd in de vitae van abt Mommelin (648) uit Sithiu - St.-Bertinus (St.-Omer), die in 659 bisschop van Noyon werd vanwege zijn meertaligheid. Ook van abt Lambert (670) uit Trith-St.-Lťger bij Valenciennes en van de neef van Karel de Grote, abt Adalhard van Huise (750-826) van de abdij Corbie is bekend dat zij de Teutoonse taal spraken. Het is dan ook niet merkwaardig dat de streek van de Beowulf overeenkomt met dit Oud-Vlaanderen. Sterker nog, de kaart "Les Provinces des Pays-Bas Catholiques" uit 1708, zegt smalend over de streek, 'vulgaire ment connues sous Ie nom Flandre', en daarop staat nog ingevuld FLANDRE TEUTONE tussen Cassel en Tielt, gelegen in het midden van West-Vlaanderen. De plaats aanduiding is iets te zuidelijk-'katholiek', want historisch reikte Vlaanderen zuidwestwaarts tot aan Het Kanaal en de Somme. Dat was de streek die we nu Frans-Vlaanderen noemen. Flandre Teutone of Flandriae Teutonicae werd ook Flandre Allemande genoemd. De Allemannen waar later Duitsland naar genoemd werd, was een volk dat woonde in Alamania, het klassieke Germania van Tacitus. En dat was beslist niet Duitsland. Zie afbeelding hiernaast uit de Atlas van Blaeu (ca.1635).

    Abt Mommelin is vooral bekend om zijn spraaklessen die hij aan kinderen met een spraakgebrek gaf. De Nederlandse woorden 'mommelen' of 'mummelen' (onduidelijk, binnensmonds spreken, ook stotteren) is afgeleid van de naam van abt Mommelin.

    Zet men alle geografische gegevens (die hiervoor genoemd worden) op een rij, dan komt men voor de plaats van de Varusslag in Noord-Frankrijk terecht. De plaats die daarvoor in aanmerking komt is de omgeving van Thiembronne, waar alle geografische details feilloos passen.

    De veldtochten van Germanicus.
  • In het jaar 15 n.Chr. heeft Germanicus het slagveld van Arminius en Varus laten opruimen en er een grafheuvel opgericht. Daarna marcheerde hij terug naar de Amisia. Daar beval hij zijn ruiterij om zich langs het strand van de Oceaan naar de monden van de Renus te begeven. Volgens geschiedkundigen en archeologen moeten wij ons dus voorstellen dat de ruiters zich eerst zo'n 200 kilometer vanaf het slagveld bij Kalkreise naar de monding van de Eems begaven en dat ze daarna, nog eens 500 kilometer langs de Groningse, Friese en Hollandse kust aflegden, dwars door wadden, venen, zee-inhammen en riviermondingen.
    Waren ze rechtstreeks en dwars door Nederland naar de monding van de Rijn gegaan, dan zou dat nog niet de helft van die afstand zijn geweest, door veel toegankelijker en bekend (volgens de traditie) terrein, en eventueel hadden ze een groot deel van die route per schip (over de Rijn) kunnen afleggen. Uit dit soort ongerijmdheden mag blijken dat Tacitus het helemaal niet had over de Rijn en de Eems, maar over Renus en Amisia. Waar die gevonden moeten worden is, sinds ze door Albert Delahaye zijn aangewezen, wel duidelijk: in Noordwest-Frankrijk! Overigens is van het door Germanicus aangelegde massagraf, dat de resten van tienduizenden lichamen moet hebben bevat, nooit iets teruggevonden in Duitsland.
  • Voor zijn 3e veldtocht in Germania (in 16 n.Chr.) liet Germanicus een vloot gereed maken, omdat een aanval op de Cherusci vanaf de zee beter zou slagen. Het Eiland van de Bataven was aangewezen als verzamelpunt voor de bevoorrading. In afwachting van de vloot liet Germanicus een inval doen bij de Chatti. De Germanen weigerden slag te leveren en vluchtten weg na het grafteken van Varus en een oud altaar, aan Drusus gewijd, vernield te hebben. Bij aankomst van de vloot verdeelde Germanicus de schepen onder zijn legioenen. Hij begaf zich naar het kanaal dat de naam van Drusus draagt. De vloot legde aan op de rechteroever van de Amisia. Toen de cavalerie en de legioen in goede orde de schepen verlaten hadden, werd de achterhoede van de Bataven overvallen in de verrassing van de vloed en velen verdronken. Germanicus richtte bij de rivier een kamp op en werd in de rug aangevallen door de Angrivarii welke aanval werd afgeslagen. Na de Wisurgis overgestoken te zijn vernam Germanicus dat Arminius met de Cherusci gereed stonden in een bos, toegewijd aan Hercules. In de slag die volgde tussen de Wisurgis en de heuvels werden de Cherusci verslagen. Arminius wist met hulp van de Chauci te ontkomen. De vloot die nog altijd bij de Amisia lag kreeg opdracht naar de Oceaan te varen. Door een zwaar onweer met hagel en storm ontwikkelde zich een ramp. De storm voerde de schepen terug naar zee en wierp ze op de verschillende eilanden, waar rotsen of wadden als vijanden op de loer lagen. De galei van Germanicus kwam aan land in het gebied van de Chauci en dagen zwierf hij over de rotsen en landtongen, zichzelf beschuldigend van deze catastrofe. (Bron: Tacitus: Annales, II, 5-26).

    Plaats je dit hele verhaal op de traditionele locaties in Nederland (Betuwe, Friesland, Eems) en Duitsland (Wezer, Hessen, Thüringen, Sachsen en Niedersachsen), dan is het inderdaad "een warrig verhaal", zoals Byvanck het ooit kwalificeerde. En Byvanck had inderdaad gelijk: in de traditionele opvatting is het inderdaad een warrig en geheel onlogisch, ja zelfs een onmogelijk verhaal.


    Heuvelachtig landschap tussen Bťthune en Arras, waar in 9 n.Chr. de Romeinen verbleven en de Varusslag plaats vond. Nu gecultiveerd, toen een oerbos.

    Zo kun je de volgende vragen stellen over de traditie:
  • Waar aan de Nederlandse waddenkust treft men rotsen aan waar schepen van de vloot van Germanicus op te pletter sloegen?
  • Waar kan de vloed voor een verrassing hebben gezorgd? In de Waddenzee, waar het verschil tussen eb en vloed nog geen 2 meter bedraagt? Of aan de kust van Frans-Vlaanderen waar het verschil tussen eb en vloed tot 12 meter kan bedragen?
  • Hoe zou Germanicus, in afwachting van zijn vloot, even een inval bij de Chatti in midden-Duitsland hebben kunnen doen? Het gaat hier wel om een afstand van ruim 350 km enkele reis en hemelsbreed. Neen, de Chatti woonden vlak bij de plaats waar de vloot van Germanicus werd klaargemaakt en dat was in Frans-Vlaanderen, vermoedelijk bij Boulogne, waar immers alle Romeinse vloten werden gestationeerd.
    Plaats je dit verhaal aan de kust van Frans Vlaanderen, dan klopt elk detail, is het een logisch verhaal met reŽle afstanden en past het ook bij de eerdere veldtochten van Julius Caesar, Drusus, Tiberius en Germanicus zelf die in hetzelfde gebied plaats vonden.
    Let er op dat in 16 na. Chr. nog geen enkele Romein in Nederland was doorgedrongen en dat er toen al wel Bataven in het Romeinse leger dienden. Vanuit de Betuwe zijn die beslist niet vrijwillig dienst komen nemen.


    Der Römer im Teutoburgerwald.
    Over de krijgstochten die Germanicus in de jaren 14 tot 16 in Germanie heeft ondernomen bezitten we een vrij uitvoerig verslag van Tacitus, maar zijn geschiedverhaal geeft een enigszins gewrongen indruk (Byvanck, o.c. p.121). Men kan zijn verhaal nooit zonder meer navertellen. Steeds dient men een poging te doen om het aan te vullen (Byvanck, o.c. p.122). Het verhaal van Tacitus komt verre van overeen met de traditie. Niet het verhaal van Tacitus is gewrongen, maar de traditie.

    Over het verslag van het bezoek van Germanicus aan het terrein waar de Varusslag heeft plaatsgevonden, schrijft Byvanck: Ongelukkigerwijze, zijn de mededelingen van Tacitus niet uitvoerig genoeg om den tocht van Germanicus van de Eems naar het slagveld te reconstrueeren (Byvanck, o.c. p.127). Ook hier is wat Tacitus schrijft niet zomaar in te passen in de traditie.

    Van de Eems is Germanicus naar de Wezer getrokken zonder te worden lastig gevallen door de Germanen. Het verhaal bij Tacitus, die zijn bron blijkbaar zeer verkort weergeeft, is in dit geval niet geheel duidelijk (Byvanck, o.c. p.133). Ook nu is het verhaal van Tacitus wel duidelijk, maar in de traditionele opvattingen past het niet.

    Een volgend fragment waarbij de traditie niet overeenkomt met de geschreven bronnen.
    Keizer Gaius Caesar (ook wel Caligula genoemd) onderneemt in 39 n.Chr. een expeditie over den Rijn naar BrittanniŽ. GalliŽ en GermaniŽ, waar zijn grootvader Drusus en zijn vader Germanicus gevochten hadden, trokken hem aan. Hij trok het gebied van de Chatten binnen en behaalde daar ook wel enig succes. In aansluiting bij deze tocht heeft Gaius aan een expeditie tegen BrittanniŽ gedacht. De gebeurtenis, waarover ons geen nadere bijzonderheden bekend zijn, kan ook aan het Kanaal hebben plaats gehad. Van den tocht naar BritanniŽ is niets gekomen. De keizer heeft de soldaten schelpen laten verzamelen aan het strand als buit op den oceaan. Als enig resultaat toonde men later een groot monument, dat Gaius had laten oprichten bij de voorbereiding van de expeditie als teken van een overwinning op de zee en dat later als vuurtoren dienst deed. Men zoekt het in de buurt van Boulogne-sur-Mer of bij Katwijk (aldus Byvanck, o.c. p.145).

    Bij Boulogne-sur-Mer is nog steeds een vuurtoren bekend onder de naam "Phare de Caligula" of "Tour d'Ordre". Deze vuurtoren heeft er 14 eeuwen gestaan. Klik op Phare de Caligula voor de verwijzingen.
    Het staat dus vast dat de bedoelde tekst over Boulogne-sur-Mer handelt en allerminst over Katwijk, waar nooit een spoor van een Romeinse vuurtoren uit 39 n.Chr. gevonden is. Overigens kwamen de Romeinen pas in 47 n.Chr. voor het eerst in de omgeving van Katwijk terecht. Trek de enig juiste conclusie uit deze vaststelling. Alle parallelle teksten gaan niet over Nederland en de Romeinse traditie van Nederland valt als een kaartenhuis in elkaar!

    De belangrijkste opmerking bij Byvanck vindt men op pagina 193. Daar lezen we:
    Het is intussen wel zeer merkwaardig dat de Romeinse heerschappij en de langdurige oorlogen zo uiterst weinig sporen in het eigenlijke GermaniŽ hebben achtergelaten. Voor de beschaving van het land schijnen de jaren van Drusus tot Germanicus welhaast zonder betekenis te zijn geweest.
    Deze ene opmerking weerlegt de hele traditionele geschiedenis in ťťn klap, al noemt Byvanck Duitsland hier foutief GermaniŽ. Immers als er geen sporen van Romeinse legers zijn gevonden is de vraag en de conclusies zeer gerechtvaardigd of ze er dan wel ooit geweest zijn. Dat is toch duidelijke taal, die blijkbaar niemand aan het denken heeft gezet, verblind als men was door de identificatie van Renus met de Rijn. Inderdaad zťťr werkwaardig! GermaniŽ was Frans-Vlaanderen.

    Er is slechts ťťn conclusie mogelijk: de Varusslag heeft, net als de tochten van Drusus en Germanicus, plaats gevonden in Frans-Vlaanderen.


    Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf.