
Lees meer over de kerken die St.Willibrord gesticht zou hebben in Holland en Brabant.

Dat Willibrord vaak afgebeeld wordt te paard, zoals ook zijn standbeeld in Utrecht laat zien, gaat in tegen de gelofte van armoede van de Benedictijnen. Het paard was bezit van de rijken. En Willibrord was zeer gelofte getrouw.
Het is wel verklaarbaar dat men tot het bezit van een paard kwam, immers zijn onmetelijke missiegebied is te voet niet te bereizen. Zie afbeelding hieronder, waarop Denemarken zelfs nog ontbreekt, immers daar zou Willibrord ook gepredikt hebben.

|
Je vraagt jezelf toch serieus af of er katholieken onder de historici zijn. Zelfs dr.R.R.Post, priester, monseigneur en pauselijk kamerheer, heeft zich over onderstaand probleem nooit duidelijk uitgesproken.
Lang ging men er vanuit dat de eerste abdijen in de Lage Landen hun intrede deden al vroeg in de Frankische tijd op initiatief van zendelingen en bisschoppen zoals Sint-Willibrord. Volgens de klassieke teksten zou St.Willibrord een drietal kloosters gesticht hebben en volgens de traditionele opvattingen in Utrecht, in Echternach en in Susteren. Dit leidde men af uit de teksten waarin sprake is van Trajectum, Epternacum en Suastre. Maar deze opvattingen over deze kloosters kennen allen het volgende probleem: ze lagen in een ander bisdom, wat Kerkelijk hiërarchisch een onmogelijkheid is. Een bisschop kon geen klooster in een ander dan zijn eigen bisdom stichten of bezitten, zeker omdat het bij kloosters toch voornamelijk ging om de inkomsten van het landbezit er omheen.
Bij de namen van kloosters doen zich het verschijnsel voor van wel enkele zeer opvallende doublures. Op de vlucht voor plunderende Noormannen werden kloosters na hun vlucht verder oostelijk hersticht. Zo werd het klooster van Corbie (Fr) in Duitsland Corvie, Suastre (Fr) werd Susteren (NL), Werethina (Fr) werd Werden (D) en Epternacum (Fr) werd Echternach (L). Let vooral op de gelijke namen. Het verplaatsen en herstichten van kloosters is in de geschiedenis vaak het gevolg geweest van historische of politieke onrust en omstandigheden. Toen de kloosters in Frankrijk in begin 20e eeuw verboden werden en kloosterlingen vervolgd werden, vluchtten deze naar Nederland. Zo werd de St.Paulusabdij in Oosterhout (N-Br.) een herstichting van de St.Pauls-abbaye uit Wisques (Fr). Ook hier werd de naam exact gedoubleerd. Lees meer over kloosters en abdijen.
De drie kloosters van Willibrord.
In Utrecht stamt het oudste klooster uit 1050. Het was de Paulusabdij, het verplaatste klooster van St.Ansfridus. Het bestaan van een ouder klooster is er of tekstueel nooit aangetoond of archeologisch gevonden. De vermelding dat Willibrord een klooster bouwde 'buiten de muren van Trajectum' hebben de historici in Nederland nooit kunnen verklaren dan slechts met een 'tekstinterpolatie'. Men houdt het doorgaans op het klooster van Echternach, dat verre van 'buiten de muren' van Utrecht ligt. Het 'buiten de muren' geeft een onmiddellijke nabijheid aan en niet een afstand van ruim 300 km.
De abdij van Echternach lag in het bisdom Trier. De abdij van Echternach is overigens pas gesticht in 973, nadat monniken zich er vestigden op verzoek van de graaf van Luxemburg. Eerder zou bisschop Hunger er verbleven hebben, toen hij verdreven werd door de Noormannen. In Utrecht hebben de Noormannen echter nooit geplunderd. Utrecht bestond niet eens in die tijd blijkt uit opgravingen op het Domplein. Het klooster in Luxemburg was aanvankelijk gevestigd in 'Berg aan de Sauer' en was aan St.Petrus toegewijd. Dat sluit volledig uit dat het om het oude klooster van St.Willibrord zou gaan. In Echternach had St.Willibrord ook geen bezittingen of kerken die nadien aan Echternach toevielen, slechts zogenaamd alleen in Holland en Brabant. Uit de geschiedenis van Echternach blijkt ook nadien dat de abdij geen rijke bezittingen in en rond Echternach bezat. Lees meer over Echternach.
Het klooster van Susteren. (Klik op de afbeelding voor een vergroting. Afbeelding uit 1653).
|
De abdij van Susteren die door St.Willibrord gesticht zou zijn, ressorteerde onder het aartsbisdom Luik, nadien Maastricht. De Brabantse plaatsen waar St.Willibrord een kerk gesticht zou hebben, lagen eveneens in andere bisdommen, zoals het bisdom Luik/Maastricht, in het bisdom Mechelen of in het bisdom Antwerpen. De abdij van Susteren zou een tussenstation zijn geweest in de reizen van Willibrord tussen Utrecht en Echternach, maar was een vrouwenklooster. Lees meer over Susteren.
Enkele andere kloosters en de relatie met het bisdom.
Een deel van Friesland en bijna geheel Groningen, waar St.Willibrord gepredikt zou hebben, hoorde bij het bisdom Munster. Dat een bisschop in een ander bisdom zou mogen prediken ging in tegen kerkelijke voorschriften, laat staan dat hij er kerken of een klooster mocht stichten.
De plaats Corbeia genoemd in het leven van St.Bonifatius zou Corvey geweest zijn en lag in een andere diocees en wel in Osnabruck, bisdom Munster. Bonifatius zou dus ook in strijd met kerkelijke voorschriften hebben gehandeld. Dat is gezien de opvattingen van Bonifatius, zoals uit zijn brieven blijkt, een onmogelijkheid. Ook zijn zogenaamde klooster in Fulda lag in een ander diocees dan waar Bonifatius aartsbisschop was, namelijk in Francia. Omstreeks 722 nam Bonifatius de bekering van Germania op zich waarvoor tot dan toe nog geen zendeling zich serieus en blijvend had ingezet. Dit Germania was niet Duitsland, maar het Germania van Tacitus. Pas veel later (in de 15/16de eeuw) heeft men van Germania Duitsland gemaakt en St. Bonifatius verheven tot de “Grote Apostel van Duitsland”. Hij arbeidde vooral onder de Thuringi en de Hessi. Men denke hierbij vooral niet aan de Duitse streken Thüringen en Hessen, daar in werkelijkheid met Thoringia, het land van Doornik, en met de streek van de Hessi, Hetti of Hettuarii, dat is de streek van Ath (B.), waren bedoeld. St. Bonifatius is evenmin de stichter geweest van de abdij van Fulda, op 90 km noordwest van Frankfurt, want in zijn oudste levensbeschrijving wordt met geen woord over Fulda gesproken. Hij zou er volgens zijn levensbeschrijving ook niet begraven zijn, maar in Moguntiacum dat Mainvillers was en niet Mainz. Dat Bonifatius meerdere bisdommen zou hebben bediend wordt ook nergens in de teksten genoemd. Ook zijn verblijf in Dokkum spreken de teksten tegen, waarin overigens Dokkum nergens genoemd wordt. Bonifatius was ook voorzitter van de bisschoppen conferentie in Francia. Dat is niet in Duitsland te plaatsen. Lees meer over Bonifatius. Lees meer over Dokkum.
Nijmegen en het rijk van Nijmegen, van waaruit St.Willibrord 'zogenaamd' bezittingen in Kleef gehad zou hebben, viel onder het bisdom Keulen. Ook Utrecht hoorde bij het bisdom Keulen. Dat Willibrord aartsbisschop van Utrecht geweest zou zijn en zou gaan prediken in andere bisdommen is eveneens niet mogelijk geweest. Willibrord was als 'missiebisschop' aangesteld door de Paus om te prediken onder heidense volkeren waar nog geen Christendom bestond.
Antwerpen en een deel van Zeeland, waar St.Willibrord gepredikt zou hebben, hoorde aanvankelijk bij het bisdom Kamerijk, later onder Mechelen tot Antwerpen een eigen bisdom werd, maar dan gaat het al over de 19de eeuw. Een bisschop was kerkelijk gezien niet gerechtigd in een ander bisdom te gaan prediken, ook al was Willibrord een 'missiebisschop'.
De visie van Albert Delahaye.
Na de illusie van ‘Karel de Grote in Nijmegen’ zal ook die van ‘Willibrord in Utrecht’ onherroepelijk moeten verdwijnen. Zo is gebleken uit het secuur nagaan van de bronnen en wat er in de traditie als argumenten wordt gebruikt.
Bij enkele Willibrord-jubilea - t.w. diens 1200ste sterfdag en het 1250ste jaar sinds zijn oversteek naar Europa- de misverstanden omtrent zijn handel en wandel worden deze opnieuw bij iedereen ingeprent. Het is dus niet overbodig alle argumenten nogmaals op ’n rijtje te zetten.
Zo is het een vaststaand feit is dat Willibrord en gezellen na hun oversteek vanuit Engeland aankwamen in Francia, zoals Willibrord zelf schreef. Zijn aankomst in Katwijk is een fabel uit de 17de eeuw.
Zij predikten in het gebied van de Friezen die in het klassieke Frisia woonden dat Vlaanderen was. Friesland bestond in zijn tijd nog lang niet als begaanbaar gebied.
Willibrord had meerdere voorgangers in de prediking onder de Friezen. Deze zijn in de Nederlandse traditie onbekend, zoals St.Eloy, St.Amandus, St.Wilfried, St.Egbert.
In Utrecht is archeologisch vastgesteld dat Utrecht niet bestond in de tijd van Willibrord.
De oudste St.Willibrordus kerk stond in Zundert (uit 1157) en was gesticht door de abdij van Tongerlo (België), dus vanuit het zuiden en niet vanuit Utrecht.
Geen enkele historicus heeft ooit een verklaring gegeven voor het feit dat in Utrecht en in Friesland geen enkele kerk vanouds het patronaat van St.Willibrord heeft.
De oudste vermeldingen van St.Willibrord in Nederland stammen uit eind 12de, begin 13de eeuw.
In 1854 bij het herstel van de Kerkelijke Hiërarchie werd Willibrord niet de patroon van de Nederlandse Kerkprovincie. Dat gebeurde plots wel in 1940 na een kritische publicatie van dr.P.Boeren uit 1939.
Pas in 1962 -ook weer pas na een kritische publicatie, ditmaal van Albert Delahaye- werd er in Utrecht een standbeeld van St.Willibrord opgericht.
Lees meer over St.Willibrord.
Abdij of Klooster?
Een abdij is een geheel van gebouwen dat gebruikt wordt door monniken of nonnen van een kloosterorde, onder leiding van een abt of abdis. Een van de belangrijkste gebouwen in een abdij is het klooster, dat ook los van een abdij kan bestaan en dan onder leiding van een prior of overste staat. Een abdij is doorgaans op de buitenwereld gericht, op prediking van het geloof, een klooster is meer een gesloten leefgemeenschap gericht op gebed.
|
|  |
De abdijen/kloosters gesticht door St.Willibrord.
In de traditionele opvattingen zou St.Willibrord een drietal klooster gesticht hebben en wel in Utrecht, in Echternach en in Susteren. Dit leidt men af uit de teksten waarin sprake is van kloosters waar St.Willibrord verbleef in Trajectum, Epternacum en Souastre. Echter deze klooster lagen allemaal in het gebied van de Friezen en Saksen in Frans-Vlaanderen en waren Tournehem, Eperlecques en Souastre.
|
Wat weten we uit de klassieke teksten?
In de klassieke teksten is nergens sprake van details die op Nederland van toepassing zouden kunnen zijn. Het misverstaan is voortgekomen uit de misvatting dat Trajectum Utrecht zou zijn. Daar is geen enkel bewijs voor te vinden. Zelfs Romeins Utrecht droeg niet de naam Trajectum, doorgaans 'vertaald' met 'oversteekplaats'. Historici hebben zich blijkbaar nooit de vraag gesteld waar die oversteekplaats naar toe leidde. Immers ten noorden van Utrecht lag en ligt nog steeds een laag weidegebied, in de 7de en 8ste eeuw nog een ontoegankelijk moerasgebied. Pas met de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 werd dit gebied meer toegankelijk, zoals ook uit de geschiedenis blijkt. Regelmatig voorkomende overstromingen waren tot die tijd van invloed op de bewoonbaarheid. De oversteekplaats van Utrecht zou zeker in de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen rechtstreeks het moeras ingeleid hebben. Welk nut had een oversteekplaats daar? Wat was er ten noorden van Utrecht te doen in die tijd?
De teksten over St.Willibrord en Trajectum laten er geen misverstand over bestaan waar dat Trajectum gelegen heeft. Tenminste, als men zich heeft losgemaakt van de dwanggedachte dat het Utrecht zou zijn. Onderstand kaartje geeft duidelijk aan waar Romeins Trajectum lag: tussen Lugdunum en Minnaricium, waarna de weg zich vervolgde naar Doornik, Atrecht en Carvone. Deze kaart (klik op de kaart voor een vergroting) is gebaseerd op gegevens van de Geograaf van Ravenna en het Itinerarium Antonini (weg 33), die Trajectum wel noemen, in tegenstelling tot de Peutingerkaart, waarop Trajectum niet voorkomt. Volgens de Geograaf van Ravenna bestond Trajectum al 2 eeuwen voor de komst van St.Willibrord. Hij legt dus geen verband met Romeins Utrecht, dat zeker bestaan heeft, al is de naam Trajectum er niet van toepassing. Volgens archeoloog C.W.Vollgraff heette Romeins Utrecht Albiobola.

In de Nederlandse traditie is Lugdunum Katwijk (of de Brittenburg? of Leiden?) en Minnaricium zou Maurik zijn, volgens het uitgangspunt dat dit gedeelte van de Peutingerkaart op Nederland betrekking zou hebben. Trajectum staat niet op de Peutingerkaart dus daarmee vervalt dit 'bewijs'. Dat Minnaricium Maurik zou zijn is gebaseerd op verspoelde resten van een vermoedelijk Romeins fort. Lees meer over Minnaricium.
Andere gegevens dan? De afstanden!
Tussen Lugdunum en Trajectum was de afstand 10+17 mijl, wat 25 km is bij toepassing van de Romeinse mijl van 1,48 km. De afstand tussen Katwijk en Utrecht is echter ruim 66 km. wat een afwijking is van 264%. De afstand tussen Trajectum en Minnaricium is 25 mijl ofwel 37 km (bij Romeinse mijl van 1,48 km). terwijl de werkelijke afstand tussen Utrecht en Maurik slechts 29 km is: een tekort van 8 km ofwel een afwijking van bijna 30%.
Neemt men voor de Romeinse mijl niet 1,48 km maar 2,2 km, wat in Nederland van toepassing zou zijn, dan blijven de verschillen nog veel te groot. Tussen Katwijk en Utrecht is de afstand dan (17x2,2=) 37,5 km en nog lang geen 66, een verschil van 28,5 km. Tussen Utrecht en Maurik wordt de afstand dan (25x2,2=) 55 km, terwijl de werkelijke afstand 29 km is, ofwel 26 km te weinig. Bekijken we de afstanden in Frankrijk zoals tussen Tournehem en Merville dan komt de afstand van 56 km aardig overeen met de genoemde 55 km. Tussen Tournehem en Leulinghen is de afstand 36 km wat exact overeenkomt met de gegeven afstand van het Itinerarium Antonini van 36 km. De afstand tussen Merville en Doornik die 63 km is komt aardig overeen met de gegeven 59 km op deze kaart. Van Merville naar Atrecht is de huidige afstand 49 km, wat 10 km teveel zou zijn. Echter afwijkingen van enkele kilometers kunnen geen argument vormen voor de onjuistheid, als niet bekend is hoe de wegen in de Romeinse tijd precies liepen. Verschillen van tientallen kilometers te veel zouden nog acceptabel kunnen zijn als men moest 'omlopen' vanwege moerassen, rivieren, gebergten of ondoordringbare wouden, of als men tussendoor eerst een van de route afgelegen plaats bezocht. Dat laatste is aantoonbaar op de Peutingerkaart, zoals in Frankrijk en Italië tussen plaatsen waar geen discussie over bestaat. Afstanden met een tekort zijn niet mogelijk geweest. De kortste afstand tussen twee plaatsen is nog steeds een rechte lijn. En hoewel Romeinse wegen meestal kaarsrecht waren, blijken ze dat niet altijd geweest te zijn vanwege het te moeten volgen van het te doorkruisen landschap. Lees alles over de Peutingerkaart.
Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!
|