| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
|
| |||||
![]() Citaten van Historici ![]() wetenschap is twijfel ![]() ongelooflijk ![]() onnozelheid ![]() Heiligenlevens ![]() Kletspraat |
![]() We publiceren hier een Nederlandstalige bijdrage van de bekende Frans- Vlaming Jacques Fermaut uit Bieren, die in de hem eigen hartstochtelijke en humoristische stijl de lof zingt van het boek "De Ware Kijk Op ... " van de Nederlandse archivaris A. Delahaye en daarbij ook een eigen stukje levens- en studiegeschiedenis naar voren brengt. Het KFV wenst zich niet te mengen in de diskussie die over de inhoud van de geschriften van A. Delahaye wordt gevoerd. We hopen dat het debat in de toekomst op een serene wijze gevoerd kan worden maar wensen in dit tijdschrift geen polemiek. Deze bijdrage publiceren we wel als een belangwekkende Nederlandstalige bijdrage van een Frans- Vlaming, die rechtstreeks in zijn moedertaal, zijn eigen mening eerlijk vertolken kan.
Het artikel hiernaast is van de hand van Jacques Fermaut SINT-WINOKSBERGEN (Frans-Vlaanderen). Lees meer over Frans-Vlaanderen. |
De visie van Albert Delahaye. Toen ik het Bulletin nr. 4 van het Comité Flamand de France ter hand nam in februari 1978, wist ik nog niet dat ik iets zou meemaken wat ik mij nauwelijks inbeelden kon. Op bladzijde 9, las ik een korte recensie over DE MYTHE VAN DE NOORMANNEN IN NEDERLAND door een zekere Albert Delahaye ... Ofschoon ik mij nog altijd afvraag hoe Robert Hennart aan zijn licht afkeurend oordeel kwam ("Hypothèses qui ne sauraient laisser indifférents les gens de notre région. Quant à les convaincre!" - maar ik zou nog meer beleven!), blijf ik hem toch eeuwig dankbaar voor zijn speurzin en zijn openheid. Ik bestelde de brochure en werd onmiddellijk verrast door haar degelijkheid, haar solide dokumentatie, haar sluitend betoog ... De auteur verwees naar zijn tweedelig boek, VRAAGSTUKKEN IN DE HISTORISCHE GEOGRAFIE VAN NEDERLAND (1965). Ik schreef hem een enthoesiaste brief om het te bestellen tegen welke prijs dan ook en kreeg, gratis, een van de laatste eksemplaren. Ik kocht een stel stafkaarten en besteedde al mijn vrije tijd aan die schat aan informatie: alleen veerde ik af en toe uit mijn bureau op om mijn verbaasde wederhelft te verklaren: "Dit is het boek van de eeuw!". En dat was het warempel! Ofschoon geschiedenislezer, vraag ik mij nu nog af hoe het mogelijk is dat één man op een zo doordringende en kritische manier zoveel stof behandelen kan om aan de hele geschiedenis van Noord-West-Europa haar echte gezicht terug te geven. Ieder hoofdstuk was "gedragen" door een astronomisch aantal verwijzingen naar zowel Duitse als Franse of andere bronnenuitgaven. Want dat was en blijft het recept van dat geniale werkbeest van een archivaris: niet blindelings vertrouwen op de gewaande Duitse "gründlichkeit" der indices van de MONUMENTA GERMANICA maar alle teksten, altijd en opnieuw, doornemen in verschillende bronnenuitgaven ... Zo kwam hij tot de verbazende konstatering dat de Noormannen, op dezelfde dag, met dezelfde aanvoerders en dezelfde bijzonderheden, volgens de Duitse bronnenuitgaven Nijmegen, volgens de Franse Noyon aangevallen hadden. Daar de Noormannen ver van heilig genoeg waren om van bilokatie te genieten, was het ene of het andere fout. Na een nauwkeurige bronnenstudie en na jaren werk in alle in aanmerking komende streken (b.v. vanuit Wisques) waar hij van alles en nog wat op de hoogte raakte, kwam Delahaye tot de conclusie dat Noyon onafgebroken vanaf de klassieke periode de naam Noviomagus of een variant gedragen had, terwijl het voor Nijmegen maar een late kanselarij-Iatinisatie was. Zo werd een bres geopend in de dijk van broze (en recente!) tradities, van ongelezen of misverstane teksten, van eeuwenlange professorale naschrijverij, van overwoekerende "literatuur". Beurtelings probeerden wel Blok, Hugenholtz, Bogaerts, Leupen en anderen met de katholieke zegen van de Nijmeegse Alma Mater bekend onder de naam van de Club van Nijmegen, hun vervalsende vingertje, naar het beroemde voorbeeld, in het gaatje te stoppen. De Stad Nijmegen stortte er wel, met dure toeristische centen betaalde, standbeelden en BRONNEN· BROEKEN in (sic - zo heet nu eenmaal dit moerassige boek!). Enkele onnozele Belgen en verdwaasde Fransen snelden zelfs hun dieven te hulp! Niets hielp! De waarheid stroomde alsmaar binnen onder de ogen van een wat schrikkende Delahaye. Het Germania van Tacitus met z'n rivieren, Renus-Schelde inbegrepen, nam z'n normale plaats in het noorden van Frankrijk en het zuiden van België weer in; Caesar bleef ergens om en bij de Frans-Belgische taalgrens steken; de Bataven weigerden resoluut de Nederlanders als nazaten te aanvaarden en "toefden" gezellig in de buurt van Béthune; de zogezegde bovenste wegen van de Peutingerkaart voelden zich in Nederland wat eenzaam en absurd en schaarden zich bij de Noord-Franse; de Saksen konden zich best thuisvoelen op de "Cote d'OpaIe" onder Boonen. En de Friezen hielden Dorestad (Ouderwijkl Audruicq) liever veilig op de voormalige kust van het Vlaamse Flevum of Almere dan ergens gedompeld in een dubieuze zee die veel later Wijk (en nog later "bij Duurstede") zou gaan heten. Karel de Grote zag voorgoed af van het rare idee om in Nijmegen ook maar een houten huisje op te trekken; zijn veldtochten, zijn rijk en de rijksverdelingen namen weer normale proporties aan; de Noormannen hadden opeens geen zin meer in het Nederlandse wadlopen of stonden te wachten op hun duikuitrusting; de vliegende apostel Willibrord liet zijn Pegasus op stal om rustig en te voet van zijn bisschopszetel in Tournehem naar zijn abdij in Sperleke/Eperlecques te brevieren. De taalgrens dook eindelijk uit de mist en kreeg een logische en aanvaardbare gedaante. Kortom heel Noord-West Europa dat onverschillig of verbaasd had staan te staren naar zijn vertekende gezicht herkende zich eindelijk in wat de geniale Delahaye eerlijk, nacht na nacht uit de teksten toverde. Had zich moeten herkennen! ... Eerst had men er alles aangedaan om Delahaye het zwijgen op te leggen (hij verloor er zijn baan in Nijmegen bij, ondanks zijn verbluffend vakmanschap), later deed men alles om hem tegelijk dood te zwijgen en te bestrijden meestal zonder hem maar te noemen, waarbij men geen enkel middel geschuwd werd. Maar erin slagen is een andere zaak. De "geleerde heertjes" hadden gerekend zonder de onuitputtelijke werkkracht (ze zouden nooit kunnen eggen wat hij geploegd heeft!), de onkreukbare eerlijkheid en de nooit aflatende humor (want dat had hij wel nodig!) van Delahaye ... De "wetenschappelijke" wereld wou hem welbewust (én van zijn gelijk én van wat er op het spel stond!) in stilte begraven? Dan maar de publieke opinie aanspreken! Zo kwam als steekproef het korte VAN DORESTADUM TOT WADERLO (1977) uit en daarna het veel uitvoeriger HOLLE BOOMSTAMMEN (1980) met heel wat nieuwe vondsten, dat wel sucses had maar nu afgemaakt werd met het voorwendsel dat er geen bronnenvermeldingen in stonden, ofschoon Delahaye uitdrukkelijk verwees naar die vermeldingen in VRAAGSTUKKEN. De "specialisten" raakten toch in paniek. Hugenholtz had vroeger al de oppervogel afgeschoten door van Turonica civitas (Tournehem) Tours te maken: hij had de tekst van Alcuinus niet eens gelezen die de plaats wat verder despectibilis noemt! Tours, hoofdstad van de Karolingische Renaissance, een armzalig gat noemen! Nu overtrof het Nijmeegse elftal hem zelfs door zijn omissies en vervalsingen te laten inzegenen door een onbestaande bisschop van Nijmegen! ... Maar ik zal hier niet verder uitweiden over de zelfverzekerde blunders van de "specialisten"; ik zou toch nog heel wat kunnen vertellen ook over dat waarop ik de Fransen zoals Leman, Trenard, Rouche etc .... allemaal attent maakte, nl. op de voor een scholier doorzienbare onmogelijkheden in universitaire publikaties. Laten wij er alleen maar twee typerende houdingen uit pikken. Toen ik VRAAGSTUKKEN ontdekte, was een vriend van mij bezig aan zijn Doktoraal thesis over de Friezen en de Saksen. Ik vergat naar mijn bescheiden petje te kijken en durfde het aan hem aan te raden om geen regel te schrijven voordat hij Delahaye gelezen had. Hij deed dit helaas niet tot hij zich later tijdens een discussie moest overgeven en zelfs zo ver ging dat hij aan Delahaye voorstelde om samen een boek te schrijven over de kerstening van Frans-Vlaanderen. Daarvoor voor hem mijn welgemeende bewondering. Met Georges Duby ging het anders. In mijn VRAAGSTUKKEN-periode, kocht ik de ATLAS HISTORIQUE zopas door hem uitgegeven bij Larousse. Elf "traditionele" kaarten vond ik volkomen gek en dat schreef ik naar Duby. Ik viel bijna om van zijn antwoord: "Je suis très séduit par les travaux de Monsieur Delahaye" (26-6-79) (ik had een paar voordrachten van Delahaye opgestuurd en de inleiding van HOLLE BOOMSTAMMEN waarvan ik de vertaling gereviseerd had). De man was ook goed geplaatst om de "officiële" geschiedenis ter diskussie te stellen, daar hij aan het werken was over de geschiedenis van de graven van Gizene/Guines. Ik vroeg hem om de vertaling van Holle Boomstammen hoofdstuk na hoofdstuk na te lezen waartoe hij zich onmiddellijk "avec plaisir" (21-1-81) bereid verklaarde. En dan kreeg ik heel wat sympathieke brieven waarin ik dit kon lezen: "Il me paralt tout à fait nécessaire que ce travail soit publié" (6-3-81), en over het Renus-hoofdstuk: ,,Il est convaincant" (7-7-81). Maar later moest ook Prof. Duby inbinden onder druk van collega's van de Parijse, Gentse en Nederlandse universiteiten. Toch weet Duby terdege dat Delahaye gelijk heeft: de studie over de Graven van GizenelGuines waarover hij het al had op 17-6-79, komt alsmaar niet uit, ofschoon de man al heel wat gepubliceerd heeft sedertdien! Maar ja! Eerlijkheid mag toch de kollegialiteit niet uitsluiten! Waarom dit lange betoog? Wel! Ofschoon erg ziek, is Delahaye nu bezig aan zijn levenswerk: "DE WARE KIJK OP" (zinspeling op DE KIJK OP NIJMEGEN) waar hij alle teksten terzake geeft met sober kommentaar. Zo verliezen de "geleerde heertjes" de kans om indruk te maken met hun "enorme" teksten-kennis op de niets vermoedende leken en krijgen ze de kans om die kennis nog eens te checken, wat vast en zeker hun wat bescheidenheid inboezemen zal. Voor ons, leken, die hunkeren naar onze ware geschiedenis, wordt het een permanent doorgebladerde bijbel waar alle bronnen in te vinden zijn zonder professoraal bla-bla-bla ... Het eerste deel, een prachtig ingebonden boek van 494 bladzijden (17 x 24 cm) met 37 kaarten en heel wat illustraties, is nu verschenen en is te koop tegen de spotprijs van 1.000 BF. Het handelt over Noyon, het land van Béthune en Frisia. Laten we mekaar niets wijs maken. Europa zit duidelijk in een gevaarlijke schemering die waarschijnlijk meer te maken heeft met avond dan met morgen. "Der Untergang des Abendlandes" (Oswald Spengler) is volop aan de gang. Van de negentiende eeuwse levensfelheid en energie-uitbarsting waardoor bijna heel de wereld onder ons gezag kwam is bitter weinig overgebleven. Hoelang ebben wij nog weg? Na onze "broederlijke" uitmoordingen, is een aanzienlijk deel van Europa in de Russische "gevangenis der volkeren" terechtgekomen en kwijnt langzamerhand weg door gebrek aan levensmoed en inspirerende idealen. Onze maatschappij schijnt in staat van ontbinding te verkeren en ons dagelijks gedoe is vaak een treurig schouwspel. .. toch koesterde ik de hoop dat Europa een ster van de geest bleef. Maar kan de vloed der dekadentie eilanden overlaten? ... In die kille jaren van het uitstervende millenium, heb ik twijfels: een soort intellectueel taylorisme (of is het terrorisme?) waar iedereen zich ingraaft in zijn berg "literatuur" en bronnen en gezond verstand uit het oog verliest, scholastische en sorbonnistische toestanden en een massa knielende en ontzagvolle dwazeriken! Volgens Michelet, het recept voor obscurantische tijden: "Les masses ainsi amorties, que pourront les grandes âmes?" Beste lezer, zorg dat U niet bij die afgematte massa hoort! De wetenschap heeft ook leken nodig: wij zijn altijd het bescheiden voetvolk geweest van de ontluikende waarheden. Wat de grote ziel betreft, heeft Delahaye het zijne gedaan. Goedgelovige lezer, doe niet zo vreemd omdat ik de moderne (dus onfeilbare) historici durf aanvallen. Ook God kan zich vergissen. Het is al meer gebeurd. Vergeet nooit bv. dat de geniale reus 'Cuvier fixist' was en bleef. Argeloze lezer, laat de geschiedenis van onze streken niet aan hen over, vertrouw hun evenmin Uw hoofd en Uw oordeel toe, want hermetisme, laatdunkendheid, zelfingenomenheid en "eensporigheid" zijn nooit een waarborg geweest voor onfeilbaarheid. Tolle! Lege! Neem en lees: oordeel zelf! het is niet eens zo moeilijk: alle teksten en gegevens krijgt U voorgeschoteld. |
| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |