Aan deze pagina wordt nog gewerkt!

Oorsprong en geschiedenis van DE FRIEZEN is geschreven door Sytse Jan van der Molen.
Hij is auteur van meer boeken over Friesland, zoals over Romaanse kerken in Friesland, boerderijen, molens, klederdrachten en uilenborden en Fries Waterland.
Klik op de tekst voor een vergroting.
Het FUNDAMENT van alle verwarring is het Karolingisch Paleis van Karel de Grote in Nijmegen.
Dat paleis blijkt gebouwd op los zand, op nooit bewezen losse beweringen.
Op dat losse zand zijn alle volgende mythen gebouwd.
Immers als Nijmegen fout is, was de Betuwe ook niet het land van de Bataven; was Utrecht niet de bisschopszetel van Willibrord, werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord en hebben de Noormannen nooit in Nederland geplunderd.
Dan stort het hele kaartenhuis van de Nederlandse mythen in elkaar.
Bonifatius, Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen zijn voor Nederland volkomen legendarisch.
|
|
Omschrijving
De Friezen hebben in de loop der eeuwen veel strijd moeten voeren: voor hun grond, hun recht, hun bestaan, hun cultuur en hun taal. Het waren (en zijn!) individualisten, die het vaak moeilijk met elkaar konden vinden, behalve in tijden waarin tegen een gemeenschappelijke vijand moest worden gevochten. En vijanden waren er genoeg: achtereenvolgens moesten de Friezen hun vrijheid verdedigen tegen de Romeinen, de Saksen, de Franken, de Noormannen en de Hollandse Graven alvorens zij in 1524 hun zelfstandigheid definitief kwijtraakten aan Karel V.
De Friezen vormen de enige Germaanse stam waarvan de geschiedenis te volgen is vanaf prehistorische tijden (ca.400 v.C.) tot heden. Hun aanpassing aan de constante dreiging van de zee, hun erfvijand, is uniek. Al vanaf 300 v.C. ging de bevolking kunstmatige woonheuvels, terpen genaamd, opwerpen die uitgroeiden tot dorpen en zelfs steden. De eerste dijken werden pas in de 11e eeuw gebouwd! In dit boek maakt men kennis met een vrijheidslievend volk, een volk met een rijk en boeiend verleden, dat op een inspirerende wijze is beschreven.
Een boek waarin het unieke karakter van de Friezen uitvoerig wordt belicht.
Dit boek gaat helaas weer uit van enkele onjuiste veronderstellingen. De klassieke Friezen, de Fresones, woonden niet in Friesland, maar in Frisia in Frans-Vlaanderen aan de kust van Het Kanaal. Ze woonden naast de Saksen en de Bataven (van Béthune). Dáár streden ze tegen de Romeinen, de Franken en anderen. De Romeinen kwamen in 24 n.C. echt niet even naar Friesland, om er in dat onbegaanbaar waddengebied tegen de Friezen te strijden, nog voordat ze zich in ca.40 n.C. langs de Rijn gevestigd hadden. Net zo min dat de Franken naar Friesland trokken. In het klassieke Frisia vond de slag bij Viciacum plaats, dat Ichy-en-Artois was. Zouden de Friezen vanuit Friesland even een veldtocht van ruim 450 km hebben ondernomen naar Inchy-en-Artois, om zich daar in de pan te laten hakken door de Franken, hun erfvijand? In dat klassieke Frisia werd Bonifatius vermoord bij Dockynchirica dat Duinkerke was en niet Dokkum, niet omdatr zij niet bekeerd wensten te worden, maar Bonifatius was een Frankische gezagsdrager. Toen zij hun kans zagen, werd deze met zijn 52 gezellen en Frankische lijfwachten vermoord.
Zelfs de Vlaamse Leeuw van de Graven van Vlaanderen is naar Friesland gedoubleerd in het wapen. Ook de 'pompeblêdden' zijn geïmporteerd uit het zuiden. Ze worden in de 13e eeuw het eerst genoemd in de Dietse Gudrunsage in een blauw vaandel met daarop waterleliebladeren.
De visie van Albert Delahaye.
Wat in het kort op de achterkaft van dit boek geschetst wordt dient met de ware kijk van Albert Delahye enigzins genuanceerd te worden. De rijke geschiedenis die hier geschets wordt heeft zich historisch zeker voorgedaan, maar moet, wat het eerste millennium betreft, geplaatst worden in Frans-Vlaanderen waar het klassiek Frisia lag dat in de bronnen beschreven wordt. De hele geschiedenis van de Friezen in het eerste millennium is het gevolg van de FUNDAMENTELE VERWARRING (zie de linker kolom). En precies hier kwam St.Willibrord aan land in het land van de Fresones (de Friezen). Pas in de elfde eeuw werden de eerste dijken gebouwd, zoals terecht wordt geschreven. En pas nadien werd het land bewoonbaar voor het zeer omvangrijke volk van de Friezen, dat tevoren onmogelijk gewoond kan hebben op die paar terpen. In de 17de eeuw werd een geschiedenis geïmporteerd, die via België uit Frans-Vlaanderen kwam, inclusief het verhaal van Bonifatius en de moord te Dokkum. De bewoners uit die streek waren er al eerder verschenen en hadden al hun gebruiken en hun plaatsnamen geïmporteerd. Er zijn meerdere zaken aan te wijzen die vanuit het zuiden in Friesland terecht kwamen, niet alleen dijkenbouw, maar ook de kennis over ontginningen en windmolens, kwam vanuit de streek van St.Omaars in Friesland terecht. En vergeet vooral niet het Fries zoals wij dat kennen vanuit Thet Oera Linda Bok bekend wrd. De naam "Friesland" kwam uit Frans-Vlaanderen, waar Robert van Cassel zich als eerste 'graaf van Frisia' noemde.
Het grote aantal gelijknamige plaatsnamen tussen Frans-Vlaanderen en Friesland (het zijn er bijna 1000 (duizend!!) bewijzen elk op zich het gelijk van de visie van Albert Delahaye. Lewarde uit Frans-Vlaanderen werd Leeuwarden, Stauria werd Stavoren, Oudenhove werd Oldenhove, Ostrevant werd Oostergo, Northout werd Noordhorn, Crocq werd Krook, Laert werd Laard, Lynde werd Linde, Hesdin werd Huisduinen, Hollain werd Hollum, Haringen werd Harich, Harlinghem werd Harlingen, Helpa werd Helpen en de rivier Hem bleef Hem (2x in Friesland). Bij de interpretaties van de klassieke plaatsnamen uit de bronnen zijn fundamentele fouten gemaakt, wat de geschiedenis van Bonifatius in Dokkum wel aantoont. Het Dockyn-chirica (Chirica=kerk) uit de klassieke teksten is Duin-kerke en niet Dokkum dat vanouds Tockingen heette.
Wat er zoal uit Vlaanderen kwam.
Veel typische 'Friese' zaken danken we aan 'import' vanuit het buitenland: de Klomp, de Tulp en de Molen, en de strijd tegen het water. In de 8e eeuw kende men in Frans-Vlaanderen al waterstaatkundige werken (o.a. dicke) tegen overstromingen. Dat is 3 eeuwen voordat men in Nederland hiermee begon, door monniken uit Gent en als eerste in Zeeland. Het woord 'polder' is ontstaan uit 'polre' (poel) dat aangeslibd en bedijkt land was, dat in Nederland het eerste plaats vond in Zeeland, door monniken uit Vlaanderen. Ook meerdere predikers kwamen uit Vlaanderen, zoals St.Lebuinus die daar St.Lieven heet, maar precies dezelfde historische figuur is. |
|  |
Hoezo Hollands?
Nederland staat in de hele wereld bekend om zijn windmolens, zijn dijken en polders. Echter in Frankrijk dateert de oudste geregistreerde windmolen uit 1180, in Vlaanderen zelfs uit 1067. De beschrijving van Plinius dat men graag voor Friesland gebruikt, heeft betrekking op het gebied van Frans-Vlaanderen, waar het klassieke Frisia lag aan de kust van Het Kanaal. De 'Iles Flottantes' in de Marais Audomarois bij St.Omer zijn een alom bekend landschap van kreken en moerassen. Het klassieke Frisia lag naast Saxonia en het land van de Bataven rond Béthune.
|
Wat lezen we zoal in dit boek?
Uiteraard beperken we ons tot de opvallendste bevindingen in dit boek die in tegenspraak zijn met de aangenomen geschiedenis en sindsdien onze 'traditie' vormen. We geven letterlijke citaten en onze opmerkingen worden bij elk citaat in rood gegeven.
Er is over de geschiedenis van Friesland en de Friezen in de loop der eeuwen veel geschreven, van 17de-eeuwse kronieken tot 20ste-eeuwse wetenschappelijke verhandelingen. Het boek 'opent' met deze zeer opvallende en terechte opmerking: de geschiedenis van Friesland blijkt gebaseerd te zijn op 17de eeuwse schrijvers, de 17de eeuw toen veel mythen voor het eerst werden opgeschreven en nog steeds de traditie bepalen.
De mens is geneigd de historische feiten en gebeurtenissen te plaatsen in een entourage die hem door aanschouwing en beleving bekend is. Zo kwam de geschiedenis zoals beschreven door Plinius en Tacitus in Friesland terecht, aangezien het landschap dat zij beschreven zo op het waddengebied Friesland leek. Maar het beschreven gebied was niet Friesland, maar het klassieke Frisia in Frans-Vlaanderen, net als Friesland een overstromingsgebied.

Missaal van de St.Willibrorduskerk in Klein-Zundert met een afbeelding van Willibrord.
Deze kerk is de oudste Willibrordkerk in Nederland, niet gesticht vanuit Utrecht, maar in 1157 vanuit Tongerlo (België). Zelfs tot 1832 werd de pastoor van deze kerk vanuit het bisdom Antwerpen benoemd en niet vanuit Utrecht. Deze feiten zijn niet van tafel te schuiven met de fabel van Utrecht.
|
|