| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
|
| |||||||
Aan deze pagina wordt nog gewerkt!![]() De Vlaamse Westhoek. De Westhoek is ook de plaats van veel ontwikkelingen en uitvindingen. Zo is de oorsprong van de kogge rond het midden van de twaalfde eeuw aan de Vlaamse Noordzee- en Kanaalkust. Langs de Vlaamse kust was al eeuwen het gebruik van het 'Noormannenschip' in gebruik. De Kogge. Unieke scheepsbouwmethode uit de Hanzetijd. (AiN nr.3, september 2021 en Archeologie Magazine 04-2021) Dus ook iets zo 'Hollands' als de kogge, blijkt uit Vlaanderen te komen en wel uit de Kuststrook van de Westhoek. De kogge was geënt op het z.g. Noormannenschip NEF, dat ook zeewaardig was en al eeuwen in gebruik was. Lees meer over Hollandse tradities die uit Vlaanderen komen. |
De West-Vlaamse Westhoek met steden als Ieper, Diksmuide, Poperinge en Veurne heeft in verschillende oorlogen zwaar te lijden gehad. Vooral de 'Groote Oorlog' (1914-1918) die de afgelopen vier jaar op allerlei manieren ruimschoots werd herdacht} heeft hier stevig huisgehouden. Na die recente herdenkingen van wat een eeuw geleden hier plaatsvond rijst de vraag of deze regio buiten de oorlogssporen nog aantrekkingskracht heeft ook voor liefhebbers van overblijfselen uit andere tijden. De Westhoek manifesteert zich thans nog steeds in een afwisselend landschap waarin naast beboste heuvelruggen, ook polders (onder andere de drooggelegde polder 'De Moeren' bij Veurne aan de grens met Frankrijk), vruchtbare akkers, historische stadjes en vriendelijke dorpjes te vinden zijn en te midden daarvan de rivier de IJzer. De Belgische Westhoek bestaat uit verschillende deelgebieden. Maar de Westhoek stopt niet bij de grens met Frankrijk, maar loopt door tot in Frans-Vlaanderen. En juist de geschiedenis die zich daar voordeed wordt vergeten. Het is de oudste geschiedenis van Friezen, Saksen en predikers als Willibrord en Bonifatius, die abusievelijk in Nederland terecht is gekomen. De volksstammen in Noord-Gallië ten tijde van Caesar. De Friezen worden op de kaarten niet getoond. De Romeinse kolonisatie van de kustregio is er een van korte duur. In de tweede eeuw na Christus vallen de 'Chauki' er binnen en vanaf 260 komen de Franken er zich massaal vestigen van de kust af. Dit blijkt onder meer uit het grote aantal muntschatten dat toen begraven werd. De Romeinen handhaven van dat ogenblik af alleen een militaire aanwezigheid op een versterkte linie van Bonen (Boulogne) tot de Rijn. In de Westhoek loopt die lijn over Kassel (van 'castellum', kleine versterking, naast 'castrum' wat Kaaster gaf) en Wervik. Zou daar de 'Rhenus' mee bedoeld zijn? Een Rijnlinie vergelijkbaar met wat in de 20e eeuw aan de Franse oostgrens de Maginot-linie zou zijn?
De visie van Albert Delahaye.
De Vlaamse textielindustrie.ca. 650 na Chr. plaatst de Geograaf van Ravenna Ostrachia en Westrachia in Frankrijk. Hij schrijft: "Ook vindt men in die noordelijke Oceaan (Atlantische Oceaan) enige eilanden, doch na het land van de Saksen, waarvan er een Nordostrachia (Ostrevant bij Atrecht) heet, en het andere Eustrachia (Westrachia, later Taxandria)". Dit werd te gemakkelijk als het noorden van Duitsland opgevat en die eilanden als de Waddeneilanden. Taxandria staat al sinds de Romeinse tijd bekend als het textiel-land. Volgens Plinus werd in Texandria de weefkunst beoefend in grotten (Plinus Nat.Hist.XIX, 8). Waar zijn die grotten in Brabant? Of moeten we die toch zoeken in de krijtrotsenkust in Frans-Vlaanderen bij Axles en Coquelles, precies daar waar vanouds het textielland van Vlaanderen lag en waar het weefland lag waar het Friese laken vandaan komt. Toen in de 17de eeuw (weer die 17de eeuw!) een vanuit Vlaanderen geïmporteerde textielindustrie ontstond in Noord-Brabant, was de gedachte er al vlug om Noord-Brabant als het Taxandria uit de klassieke teksten op te vatten. Zo simpel komen soms de mythen tot stand. In de noordelijke Nederlanden was Leiden een belangrijk textielcentrum. Al in 1316 werd melding gemaakt van lakennijverheid in deze stad. Omstreeks 1400 kreeg men de beschikking over Engelse wol die van goede kwaliteit was. Na de Val van Antwerpen (1585) nam het aantal vluchtelingen vanuit Vlaanderen nog verder toe. Men ging zich vooral op nieuwe, en vooral lichtere, stoffen toeleggen, waarbij ook andere grondstoffen dan wol, zoals katoen, hun intrede deden. De abdij van Lorsch (zie daar) had vele bezittingen in Taxandria. Er is geen enkele relatie bekend tussen de abdij van Lorsch en Brabant. Bij het enorme complex van Lorsch blijkt verschillende malen, dat dit lag op de scheiding van Batua en Taxandria. De teksten uit de Romeinse geografische bronnen maken duidelijk dat Taxandria een Frans landschap was. Het werd ook Testerbant genoemd, dat identiek was met Westrachia, en was derhalve de tegenhanger van Ostrachia, waar de streeknaam Ostrevant nog bestaat. In de oorkonden van Aefternacum - Eperlecques- worden verschillende plaatsen in Taxandria genoemd. Deze plaatsen zijn in de buurt van Echternach nooit teruggevonden. In Frans-Vlaanderen liggen ze allemaal. De naam Taxandria is afgeleid van texere: weven, weefland, lakenland. Het was het lakenland in Vlaanderen. In andere teksten wordt de identiteit tussen Taxandria en Testerbant uitgedrukt, waardoor het waarschijnlijk is dat met Testerbant de Westerbant of de Westergo bedoeld was. Taxandrie lag ten westen en noordwesten van Atrecht (Arras). Het was het vroegere Austrebanti en het latere Karolingische Austrasië. In de oorkonden van Aefternacum - Eperlecques worden verschillende plaatsen in Taxandria genoemd. Die plaatsen zijn in de omgeving van Echternach of in Noord-Brabant nooit gevonden, In De Ware Kijk Op staan ze allemaal en wel omdat: De oudste teksten over Taxandria dateren uit een tijd dat in oostelijk Brabant nog nergens een geschreven historie voorkomt.
In de Westhoek van Vlaanderen bestaan meerdere tradities en raakpunten met de Saksen en met St. Willibrord.Het gebied van de Westhoek van Vlaanderen dient uitgebreid te worden tot onder Boulogne-sur-Mer zie kaart hiernaast) waar deze geschiedenis geplaatst dient te worden. In 278 na Chr. verjaagt Keizer Probus de Germanen uit Gallia. De Alba (witte rivier) die hier genoemd wordt is natuurlijk niet de Duitse Elbe doch de Noord-Franse rivier Albis (de Aa). Keizer Probus verjoeg de Germanen tot de uiterste noordwesthoek van Frankrijk. In Noord-Duitsland was toen geen Romeins meer te vinden om Germannen uit Gallia te verjagen. Ziet U het al voor U? Zet het eens uit op een kaart: het slaat toch helemaal nergens op? Het is duidelijk dat de Albis niet de Duitse Elbe was maar de Franse Aa. De Germanen werden teruggedrongen naar de noordwesthoek van Frankrijk. In de 1ste en de 2de eeuw zijn de Romeinen nooit bij de Elbe geweest, als die al in deze tijd bestond, wat een grote vraag is. In de derde eeuw bestond zij zeker niet of niet meer, daar haar gebied toen evenals het laagland van Nederland onder water lag. De huidige Elbe is de vrucht van de regressie, precies zoals de Nederlandse rivieren, die zich pas gevormd hebben toen de zee het land voorgoed verlaten had, een proces dat in de 9e eeuw begon en pas in de 10e eeuw door menselijke bewoning werd gevolgd. De Saksen verbleven vanouds in het uiterste noordwesten van Frankrijk. De bronnen delen mee dat de Saksen door de Noormannen sterk weggedrukt zijn. Waarom dan, zou men kunnen vragen? Zijn de Noormannen in het noorden van Duitsland aan het plunderen geweest? Toch worden Terwaan, St.-Omaars en Boulogne nooit als Saksische plaatsen vermeld. Dat is gemakkelijk te verklaren, omdat deze reeds vanaf Caesar tot Gallië behoorden, zij altijd Romeins gebleven zijn en zij vrijwel geruisloos Frankisch werden. De vele plaatsnamen die eindigen op -tun of -thun, geven de Saksische invloed en nalatenschap aan. Karel de Grote's voornemen tot christianisering van de Saksen verbergt nauwelijks dat hij zich distantieerde van de zetel van Tournehem, gelegen in de noordwesthoek van Frankrijk, waar de Vilti, de Slavi en de Saksen hem onophoudelijk hadden uitgedaagd. Invond in Frétun ook de moord op de 4500 gevangen Saksen plaats en niet in Vreden waar in 782 nog geen Saksen verbleven. De Saksen zijn daarna door Karel de Grote gedeporteerd 'buiten zijn rijk'. Het klooster van Werethina week uit naar het huidige land van Munster, waarmee het waarschijnlijk banden had; want een massa Saksen uit deze noordwesthoek van Frankrijk was door Karel de Grote daarheen gedeporteerd of eigener beweging daarheen uitgeweken.
Over de plaats, waar St. Willibrord landde, kan uit de bronnen de conclusie getrokken worden dat de traditie van Katwijk door geen enkele tekst wordt gesteund. De woorden van Alcuinus, die Willibrords landing "in ostia Reni" verhalen, duiden onmiskenbaar dezelfde streek aan, op de Peutinger-kaart afgebeeld in de uiterste westhoek van het landschap de Patavia, welk landschap op tal van gronden, niet het minst door de gegevens van het Itinerarium Antonini, doch bovenal door de gegevens over de Renus, als het westen van Noord-Frankrijk moet worden opgevat. St.Willibrord is bij Tournehem geland; hij heeft daar het schip verlaten en was meteen in zijn missiegebied bij de Fresones. Theofried van Echternach plaatste de landing te Grevelingen. Al behoeft hier niet dwingend de juiste plaats van de landing worden gezien, dan stelt deze tekst toch met nadruk, dat St.Willibrord op de Franse kust, in de omgeving van Grevelingen, voet aan wal zette. Na zijn landing, zeggen alle bronnen, begaf St.Willibrord zich rechtstreeks naar Trajectum. Als de apostel op de kust van Frankrijk zijn missiegebied betrad, kan Trajectum niet Utrecht geweest zijn. Een kerk van St. Amandus is er geheel redelijk aan te nemen, daar het niet aan twijfel onderhevig is, dat deze apostel in de streek van Gent heeft gewerkt. In zijn leven en in dat van St. Eloi komt Andoverpum trouwens woordelijk ter sprake; ook hier moeten wij ons losmaken van de dwanggedachte, dat er per sé de stad Antwerpen zou zijn bedoeld. De lokalisatie van de schenking van Rohingus in deze streek is een reële mogelijkheid, ofschoon andere situering overtuigender is. Toch verdient de uiterste westhoek van Vlaanderen in verband met St. Willibrord onze blijvende aandacht. In Breskens en Hulst leeft immers een vrij sterke traditie, dat St.Willibrord er gepredikt heeft. Waar die traditie vandaan is gekomen, is in de gangbare levensbeschrijvingen van St. Willibrord eigenlijk altijd een raadsel gebleven. Textuele aanwijzingen zijn er niet voor te vinden. Tussen Utrecht en Zeeuws-Vlaanderen blijkt enige relatie te hebben bestaan door Echternach, dat aandacht heeft besteed aan Walcheren, voortbouwend op de legendarische lijn van dit Walacria. De traditie van Breskens en Hulst kan overeenkomstig de waarheid zijn. Misschien heeft St. Willibrord dicht bij deze plaatsen kerken en goederen gehad; dan is zeer goed aan te nemen, dat hij die plaatsen heeft bezocht. Iets verderaf, in Clemskerke en Middelkerk, moet het verblijf van St.Willibrord zonder de minste twijfel worden aangenomen. Allicht zal de apostel de rest van de streek, naar het noorden toe, tot aan de grote wateren van de in zijn tijd bestaande transgressies, wel eens voor de missionering verkend hebben. Berust die traditie op waarheid, dan zijn Breskens en Hulst de enige plaatsen in het huidige Nederland, waar St.Willibrord persoonlijk is geweest, en vormt het slechts een ironische merkwaardigheid, dat die traditie door de historici nimmer heel ernstig is genomen. De plaats Clemskerke in Vlaanderen wijs al op de aanwezigheid van een Willibrord-verering. Clemskerke, een dorp tussen Oostende en Blankenberge, dankt zijn naam aan St.Willibrord, die zich na zijn bisschopswijding Clemens noemde. De plaats voert de traditie, dat de kerk door de bisschop zelf is gesticht. Zou zij legendarisch zijn. dan is zij in elke geval vanuit het zuiden op beide plaatsen terecht gekomen. Net zoals de St.Willibordkerk in Klein-Zundert (zie kader hiernaast) vanuit het zuiden gesticht is. Omstreeks 1157 stichtte de jonge abdij van Tongerlo (B.) de parochie en kerk van Klein-Zundert, een kerkdorp in de gemeente Zundert. Deze kerk kreeg het patronaat van St. Willibrord, het eerste in de noordelijke Nederlanden. Tot dan toe was de heilige kerkpatroon in de plaatsen: Gravelines, Clemskerke, Wulpen, Bourbourg, Middelkerke, Stene bij Oostende, Poperingen en Marck, alle dicht bij de huidige Frans-Belgische grens gelegen, de ware streek van het missiegebied van St.Willibrord. Opvallend blijft dat in Friesland en Utrecht geen enkele kerk vanouds het patronaat van St.Willibrord heeft gehad.
|
| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |