Wat zijn de feiten en waar deden deze zich voor?
- 714- Pepijn III (Minus=de Jongere; traditioneel foutief vertaald met 'de Korte'), de zoon van Karel Martel en de vader van Karel de Grote, werd door St.Willibrord te Soissons gedoopt! Let op: Wat doet St.Willibrord, de missiebisschop van 'Friesland', daar in Frankrijk?
- 742- Karel de Grote, "onwettige" zoon van Pepijn de Korte en Bertha, dochter van de graaf van Laon, wordt geboren in Quierzy, op 11 km. ten oosten van Noyon. De bijzondere band met Quierzy (tegen andere zogenaamde geboorteplaatsen) wordt aangetoond omdat Karel meestal daar Kerstmis of het Paasfeest vierde.
- 742- Karel de Grote wordt door aartsbisschop Bonifatius gedoopt. Let op: Wat doet St.Bonifatius, de missiebisschop van Thüringen, daar in Frankrijk?
- 749- Pepijn III en Bertha van Laon trouwen, waardoor Karel een "wettige" zoon werd, wat door Carloman en zijn aanhangers nooit geaccepteerd werd.
- 751- Pepijn III zet Chilperik III af (de laatste Merovingische koning) en wordt door St.Bonifatius te Soissons tot koning gezalfd. Let op: Wat doet St.Bonifatius, de missiebisschop van Thüringen, daar in Frankrijk?
- 751- Geboorte van Carloman, wettige zoon van Pepijn de Korte en de broer van Karel de Grote.
- 751- Karel de Grote wordt door aartsbisschop Bonifatius tot Koning van Neustrië gezalfd, zijn broertje Carloman tot Koning van Austrasië, beiden naast hun vader Pepijn III. Wat Bonifatius hier doet: zie hier.
- 768- Pepijn de Korte, de vader van Karel de Grote, overlijdt en wordt te St.Denis bij Parijs begraven.
- 768- Beide zonen van Pepijn III volgen hem op. Karel de Grote wordt gekroond tot Koning der Franken te Noviomagus Urbem (Noyon). Carloman werd gelijktijdig tot (mede-)koning der Franken gekroond te Suessionis Civitatem (Soissons) de aloude stad van de Karolingen).
- 770- Carloman betrekt de palts Noviomagus (Noyon) en geeft er meerdere oorkonden uit, getekend met o.a. "Neumago palatio publico". Karel verblijft te Quierzy (zijn geboorteplaats) en geeft daar oorkonden uit.
- 771- Carloman overlijdt, waarna Karel zich onmiddellijk naar Corbeny begeeft waar de vazallen van Carloman verbleven, die hem als koning erkenden. Na de dood van Carloman wordt Noviomagus (Noyon) de voornaamste residentie van Karel de Grote. Hij geeft de opdracht tot de bouw van een nieuw Paleis te Noviomagus, omdat het oude Merovingische Paleis te klein werd bevonden. (Dit oude Paleis was voor de helft in gebruik gegeven als klooster)
- 773- Karel de Grote verblijft nog steeds te Quierzy en geeft een oorkonde uit voor de abdij van Novelaise.
- 774- Karel de Grote tekent weer diverse dekreten te Quierzy.
- 775- Karel de Grote tekent te Quierzy enkele oorkonden voor de abdij van St.Denis bij Parijs.
- 776 en 777- Karel de Grote ondernam een reis naar Rome. Hij keerde in Francia terug, vermelden de kronieken.
- 776- Karel de Grote vernieuwde, weer te Quierzy, de beschermtitel van een klooster.

Keizer Karel de Grote in zijn palts te Noyon
Tot hier komt Nederland of Nijmegen in het hele verhaal niet voor!
Dat wordt ook door het Bronnenboek van Nijmegen erkend, want geen van deze teksten waarin het over Noviomagus gaat, worden erin genoemd.
En dan....in het jaar 777.
Dan betrekt Karel de Grote zijn nieuwe Paleis, dat in pracht en praal gebouwd was en zijn gelijke niet kende, zoals het beschreven wordt. Het oude Paleis was te klein geworden, zeker omdat het voor de helft in gebruik was als klooster. Algemeen gaat men er van uit dat Karel de Grote in 777 zijn nieuwe Paleis betrekt, niet dat het in kronieken als zodanig vermeld staat, maar vanwege de ondertekeningen van oorkonden met Noviomagus, Numaga, Niumago en andere variaties en met de woorden "palacio publico". Karel de Grote is sinds het overlijden van zijn broer Carloman, definitief van Quierzy naar Noyon, zijn kroningsplaats, verhuisd. Quierzy komt niet meer voor in de ondertekening van akten. Noyon is ook steeds het Noviomagus in het centrum van zijn rijk, waar Karel de Grote aanwezig is als zich problemen voordoen. Nijmegen, dat ver buiten het centrum van zijn rijk gelegen zou zijn, is alleen al vanwege deze onlogica, een dissonant.
Hier tekent Karel de Grote tekent de eerste "actum Niumago palacio publico", vanuit het nieuwe Paleis van Karel de Grote, dat in Noviomagus lag.
Was dit Noviomagus Nijmegen of Noyon?
Dit is de centrale en allesomvattende vraag.

Wat dacht U van Noyon, waar Karel de Grote in 768 tot koning van de Franken is gekroond?
De bronnen van het bisdom Utrecht tenslotte tonen aan, dat dit een volledig nieuwe instelling uit de 10e eeuw is, aan welke pas eeuwen later -zeer geleidelijk en langzaam- de idee werd opgedrongen van de zetel geweest te zijn van Willibrord; zó langzaam dat Utrecht hieruit pas in de 14e eeuw de eerste voor de hand liggende consequenties begon te trekken. Pas in 1940, dus 12 eeuwen na zijn dood, werd St.Willibrord tot kerkpatroon van de Nederlandse kerkprovincie uitgeroepen. Dit naar aanleiding van een kritische publicatie van Dr.P.Boeren die stelde dat St.Willibrord eerder de apostel van Brabant, dan van Friesland genoemd moest worden. Dat kerkpatronaat had men beter in 1853 bij het herstel van de kerkelijke hiërarchie uitgeroepen, toen eindelijk ook in Utrecht een aartsbisschop zetelde. Dat men dat toen naliet bewijst eens te meer dat in Nederland nooit een sterke St.Willibrord traditie heeft bestaan, terwijl juist de traditie door "historici" te pas en te onpas als argument wordt gebruikt.
In Dokkum is nimmer een bisschop vermoord en al zeker niet de opvolger van Willibrord, Bonifatius. In die tijd bestond Dokkum niet eens blijkt uit recent onderzoek. Hij is in 754 vermoord in de buurt van (in pagus) Dockynchirica, het tegenwoordige Duinkerken in Noord-Frankrijk.
De verering van Willibrord als bisschop der Friezen is pas in de 14e eeuw op gang gekomen onder invloed van de abdijen van Echternach en Egmond, die op grond van verkeerde (al of niet bewuste) interpretaties van oude teksten zich op een makkelijke manier land, en dus de opbrengst ervan, konden toeëigenen.
Over de geschiedenis van de lage landen tussen 200 en 1100 zijn meerdere onderzoeken gepubliceerd die allen hetzelfde beeld geven: Nederland -zoals wij dat nu kennen- stond voor het grootste gedeelte onder water.
St.Willibrord devotie.
Er wordt nog wel eens gepoogd 'Willibrord in Utrecht' te redden door zijn verblijf aldaar slechts kort te houden. Zelfs vanuit de hoek van het Nederlandse episcopaat wordt gesteld dat zijn verblijf hier slechts kort duurde, omdat de Friezen niet bekeerd wilden worden, waarna St.Willibrord naar Echternach (1) uitweek (om daar te gaan zitten kniezen?).
Maar ook in korte tijd kan men verdrinken, immers het staat vast dat het gebied rondom Utrecht (en verder) in de tijd van St.Willibrord ver onder water stond. Bovendien is een kort verblijf van St.Willibrord en het niet kunnen bekeren van de Friezen in flagrante tegenspraak met wat de bronnen (waaronder die van St.Willibrord zelf, van St.Bonifatius en Beda) ons vertellen. Daarin is te lezen dat St.Willibrord tot in lengte van dagen vanuit zijn te Traiectum gevestigde zetel werkzaam was. Overigens zou de zienswijze van de bisschoppen, St.Willibrord de titel van 'apostel van Friesland' afhandig maken. Immers als hij geen Friezen heeft bekeerd, waarom zou hij dan deze titel mogen voeren.
Toch hoeft men zich in de Nederlandse Kerkprovincie geen zorg te maken omtrent een St.Willibrord devotie. Ondanks de onmogelijkheid van het bestaan van zijn bisschopszetel te Utrecht, een feit dat steeds meer aanvaard wordt, heeft St.Willibrord toch een invloed gehad op de Kerstening van "ons land". Een groot deel van onze verre voorouders is immers als immigranten afkomstig uit het eerste Friesland in noordwest Frankrijk. Vermoedelijk telt ons land óók katholieken van wie één of méér uit de talloze voorouders door hem werden bekeerd.
(1) De abdij van Echternach werd exact zegge en schrijve in 974 gesticht, dat is 235 jaar ná de dood van de heilige; het blijft onthutsend te moeten constateren dat men óók omtrent die 300 km-verre 'abdij van Willibrord' -het sinds lang meest twijfelachtige punt uit heel de Willibrordmythe- weigert van de meest elementaire gegevens zelfs maar kennis te nemen.
De noordelijke traditie.
De corpus van St.Willibrord in Echternach is aantoonbaar vals en stamt uit de 15e eeuw.
- Er bestaan van St.Willibord twee corpi en zelfs drie hoofden. Naar Echternach, bezat ook Abbeville en corpus en in Aken claimt met het hoofd van St.Willibord te hebben, Een tri-locatie zijn er twee teveel, zelfs bij zo'n grote heilige als Willibrord!
- Het is opvallend dat vóór 1559 van enige officiële verering van Sint Willibrordus, Sint Bonifatius en andere geloofsverkondigers geen sporen zijn. Van devotie tot Willibrord, Servatius, Bonifatius, Lebuinus, Plechelmus, Odulphus, Jeroen of andere Nederlandse heiligen vernemen wij in de middeleeuwen niets. (Bron: L.J.Rogier, II p.763)
Bij een juiste beschouwing is dit dus niet opvallend. De devotie ontbrak aangezien deze predikers niet in Nederland thuishoren. De devotie tot St.Willibrord en andere predikers werd niet gedragen door de bevolking, waarmee aangegeven dat deze hier niet thuishoorde. Dat had de bevolking dus eerder begrepen dan de geschiedschrijvers.
- In de noordelijke traditie is vóór 1400 geen enkele feestdag, geen enkele Utrechtse oorkonde of Kerkelijk feest gedateerd naar het feest van St.Willibrord. Vóór de 14e eeuw heeft men in Utrecht het Kerkelijk feest van St.Willibrord niet gevierd.
- In het gebedenboek van Utrecht (?) uit 1498 is het feest van St.Willibrord in zwart geschreven (evenals het feest van Lebuinus en van Bonifatius). Het zijn in het bisdom Utrecht dus geen verplichte feestdagen en dus niet belangrijk. Daarom wordt wel getwijfeld of het gebedenboek voor Utrecht gemaakt is. Het is typisch een omgekeerde gedachtengang.
- Er zijn in Europa geen sporen van geloof of Christelijke cultuur die vanouds her naar Utrecht verwijzen. In Nederland bestaat geen enkel kunstwerk van vóór de 17e eeuw dat geïnspreerd is op het leven van St.Willibrord.
- Utrecht heeft geen eigen documentatie gehad van vóór 936. De documentatie van daarvoor heeft betrekking op het oude bisdom van St.Willibrord te Tournehem. De eerste geschriften van Utrecht waren afkomstig van de abdij van Egmond, die gesticht is vanuit Gent. Daar kwam dan ook het eerste Cartularium vandaan, dat weer afkomstig was uit Noord-Frankrijk. In de Annalen van Egmond van vóór de 12e eeuw komt St.Willibrord als bisschop van Utrecht dan ook nergens voor. De abdij van Echternach zet Nederland in de 12e eeuw op een vals spoor.
- Het bisdom Utrecht wordt eind 10e/begin 11e eeuw nieuw gesticht en vermoedelijk was Balderik de eerste bisschop van Utrecht! Meer zekerheid vindt men pas bij bissschop Adelbold, de opvolger van bisschop Ansfridus waar ook de nodige vraagtekens bij te plaatsn zijn (zie aldaar).
- In 1148 volgt een interessant bericht over de stadsbrand onder bisschop Adelbold. "De aloude tempel van St.Martinus, door bisschop Adelbold gebouwd, verbrandde, en met deze drie andere kerken, namelijk van St.Paulus, St.Johannes Baptist en St.Pieter. De kerk van St. Salvator, ook naar waarheid de kerk van St. Bonifacius genoemd, werd door de genade van de Salvator door een wonder gespaard". Is het niet verbazingwekkend, dat hier St. Willibrord niet wordt genoemd, die door de latere historici zo grif is aanvaard als de bouwheer van de St.Salvator in Trajectum
- De naam Trajectum is misleidend, omdat in Utrecht geenszins sprake was vaneen traiectum/oversteekplaats. Ten noorden vanUtrecht ligt een groot moera- en veengebied, ontoegankelijk en onbewoond. Het gaat hier wel over de 7de en 8ste eeuw! Dat is wel het geval in de Franse plaats Traiectum/Tournehem. Zoals gezegd zijn daar ter plekke in de rivier de Hem de plaveiselstenen nog steeds zichtbaar. Utrecht heette vanaf toen dus eveneens 'Traiectum' in kanselarij-taal, zonder dat die naam door ook maar één enkel historisch of archeologisch gegeven is bewezen.
- De monniken van Egmond hebben de aanwezigheid van St.Willibrord als bisschop van Utrecht ook later niet toegevoegd aan hun annalen, hoewel de mythe toen al wel bestond. Blijkbaar was hun tekstkritisch inzicht groter dan van latere historici.
- In de noordelijke traditie wordt vóór de 12e eeuw geen enkele volksdevotie rondom St.Willibrord vermeld. Erger nog, het woord Willibrord staat vóór de 12e eeuw in geen enkel Nederlands geschrift. De eerste Nederlandse schrijvers noemen hem nergens.
- Melis Stoke (eind 13e eeuw) is de eerste Hollandse schrijver die St.Willibrord wel noemt, maar nergens enige activiteiten van hem in Holland, Friesland of Utrecht vermeld. Hij plaatst het missiegebied van Willibrord aan de Schelde wat helemaal correct is, al was het niet in Antwerpen, wel in het andowerpium (aanwerp) van de zee, wat Marck bij Calais was, dat vrijkwam na de transgressies.
- Pas in de kroniek van de Clerc uten Laghen Lande (1349-1356) kan men lezen dat St.Willibrord naar Heiloo kwam en daar een bron opende.
- Er zijn in Nederland geen patronaten van kerken van St.Willibrord van vóór 1157. Het oudste patronaat van de kerk in Klein-Zundert (onder Breda) is een stichting vanuit Tongerlo, dus vanuit het zuiden en niet vanuit Utrecht. Pas daarna komen de stichtingen van kerken vanuit Echternach, dus weer niet vanuit Utrecht, op gang. Zie ook de kerken in Noord-Brabant.
- Toen bisschop Hunger van Trajectum en de monniken van de abdij van St. Willibrord in november of december van het jaar 857 overhaast moesten vluchten, was er geen kans meer, zelfs als zij dit gewild hadden, om de relieken op te halen en mee te nemen, daar het gehele tussengebied door de Noormannen was bezet. Hij vluchttenaar de abdij van Prürn, waar koning Lotharius II vertoefde. Hen werd in 858 een abdij aangewezen te Berg aan de Sura, waar een St.Pietersklooster leeg stond. Deze gang van zaken toont al aan dat het corpus in Echternach vals is.
- In de oorspronkelijke akte heeft gestaan: “Berg aan de Sura”, de Sauer, waarvan de 13e-eeuwse of nog latere kopiïst van Egmond, die deze rivier niet kende, maar Rura(de Roer) maakte; te meer omdat bij die rivier het klooster van St.-Odiliënberg lag, waarvan hij meende dat dit het klooster “Berg” was. Dit leidde later weer tot de conclusie, dat St.-Odiliënberg bezit van het bisdom Utrecht was, wat pas geponeerd kon worden nadat het Cartularium van Radboud (dat voor deze episode de enige authentieke bron is) door Utrecht gekopieerd was. St.-Odiliënberg is nooit bezit van Utrecht geweest
- Het Cartularium van Radboud bevat een doorslaand bewijs dat de traditionele reconstructie onjuiste is. Het geeft namelijk een goederenlijst uit ca.870 van het bisdom Traiectum. Daarin zijn 205 plaatsnamen genoemd waar het bisdom rechten en goederen bezat. Het zijn allemaal Franse plaatsen, nooit in Nederland teruggevonden of ook maar getipt, op een enkel fantasietje (nog geen 1%) van prof.D.P.Blok na.
- Daarnaast zijn honderden plaatsnamen uit de klassieke historische bronnen onvindbaar in Nederland, Duitsland of Luxemburg, maar zijn wel aan te wijzen in Vlaanderen. Hert zijn 362 namen van het bisdom Trajectum die onvindbaar zijn in Utrecht; 214 namen van de abdij Aefternacum zijn onvindbaar bij Echternach (Lux). In Vlaanderen zijn ze allemaal aan te wijzen.
- Van de vele goederen en kerken van St.Willibrord zijn er in de noordelijke traditie geen in of bij zijn bisdom Utrecht of bij Echternach, zijn abdij, gelocaliseerd. Dit is onaanvaardbaar voor een missiebisschop die met de opbrengsten uit deze goederen directe steun ontving voor zijn missiewerk en dagelijks onderhoud. Ook Friesland, waar toch het zwaartepunt van zijn missiewerk gelegen moet hebben, blijft blanco. Daar lagen geen goederen van het bisdom of van de abdij.
- De goederen van St.Willibrord in Brabant werden vanaf de 12e eeuw allemaal (met valse en verkeerd begrepen akten) vanuit Echternach geclaimd, geen enkele vanuit het bisdom Utrecht, terwijl de goederen aan het bisdom Trajectum waren geschonken. Er bleek geen band te bestaan tussen deze goederen en het nieuwe bisdom Utrecht.
- Pas in 1940, dus 12 eeuwen na zijn dood, werd St.Willibrord tot kerkpatroon van de Nederlandse kerkprovincie uitgeroepen. Dit naar aanleiding van een kritische publicatie van Dr.P.Boeren die stelde dat St.Willibrord eerder de apostel van Brabant, dan van Friesland genoemd moest worden. Dat kerkpatronaat heeft men niet in 1853 bij het herstel van de kerkelijke hiërarchie uitgeroepen, toen eindelijk ook in Utrecht een aartsbisschop zetelde. Dat bewijst des te meer dat in Nederland in de 19e eeuw geen enkele St.Willibrord traditie of devotie bestond.
- In 1942 werd in Utrecht plots een standbeeld van St.Willibrord opgericht mede naar aanleiding van het gebeuren in 1940. Waarom toen pas en waarom niet al in 1853? Men plaatste Willibrord op een paard, wat een farce is voor een Benedictijn, net als het onmeetbare missieggebied. Dan is een paard om dat te bereizen zeker noodzakelijk. Maar zowel Alcuinus als Bonifatius (en Willibrord zelf) schrijven dat hij tot op hoge leeftijd op dezelfde plaats werkte. Voor een Bendictijn gold de regel van 'stabilitas loci'. "Wie op een paard zit deugt niet!"
Uitspraak van Maarten van Rossem in "Hier zijn de Van Rossems".
- In Echternach hield en houdt men heden nog steeds vast aan Gravelines (bij Calais) als landingsplaats van St.Willibrord. Hoe verhoudt zich dat tot de traditie van Katwijk, waaraan alleen in Nederland wordt vastgehouden? De Franse en Duitse historici, maar ook Echterbnach houden vast aan Gravelines als landingsplaats, wat sinds mensenheugnis de vaste oversteekplaats was. Het is de enige plaats waar je vanuit Engeland 'de overkant ziet', wat voor elk zeevarendvolk het meest logisch is.
- In de traditionele opvattingen zou St.Willibrord in een oneindig groot missiegebied gewerkt hebben, dat zijn weerga niet gekend heeft. Dat is teveel eer voor deze eenvoudige predikers die in Noord-Frankrijk er een is uit een lange rij en in een beperkt gebied heeft gemissioneerd. Gezien de omvang van het goederenbezit van St.Willibrord, maakt de geschiedenis van hem de eerste vliegende apostel van west-Europa. Slechts de mythen heeft van St.Willibrord een reislustige missiebisschop gemaakt. Als Benedictijnen gold voor hem, naast de 3 hoofdregels (gehoorzaamheid, kuisheid en armoede), vooral de "Stabilitas loci", het levenslang verblijf in het eenmaal gekozen klooster.
Steeds opnieuw steken allerlei uitvluchten de kop op om de mythe te redden. Tijdens een TV-uitzending op 6 november 1989 werd gepoogd "Willibrord in Utrecht" te redden door zijn verblijf aldaar slechts kort te houden. Blijkbaar kwam dat voort uit een opmerking van Monseigneur M.Muskens, die in een gesprek met het dagblad "De Telegraaf " (4 november 1989) onthulde dat "Willibrord de Friezen niet bekeerd heeft, omdat zij niet wilden (?!?), waarna hij naar Echternach uitweek!" (en daar zeker verder zat te kniezen om die vermaledijde Friezen).
Zo'n voortijdige aftocht van St.Willibrord is natuurlijk historisch gezien volkomen naast de waarheid. Zowel de getuigenissen van St.Bonifatius, Beda en... St.Willibrord zelf, verklaren dat hij tot in hoge leeftijd vanuit zijn te Traiectum gevestigde zetel werkzaam was. Bovendien zou het in strijd met de kloosterbelofte van de Benedictijnen geweest zijn, waarbij 'Stabilitas' als een der voornaamste regels gold! Een Benedictijn ging niet op de vlucht! Vergelijk dat b.v. met de moord op St.Bonifatius, die inderdaad heeft plaatsgehad, echter niet in Dokkum.
Op deze manier maakt bisschop Muskens van St.Willibrord een lafaard en een slappeling en maakt hem de enige reden afhandig waarom hij tot patroon van de Nederlandse kerkprovincie werd verheven. Dit gebeurt nu wanneer ondeskundige zich met de geografische historie van Nederland gaan bemoeien: blunder op blunder.
- Bovendien is de regels van "Stabilitas loci", het levenslang verblijf in het eenmaal gekozen klooster. Overigens worden grote missiereizen ook nergens beschreven of genoemd. St.Willibrord en St.Bonifatius waren Benedictijnen en bleven beiden tot op hoge leeftijd in het hun toegewezen missiebisdom. Verre reizen of een immens groot missie gebied zijn dan ten ene male uitgesloten.
- "In Nederland zijn van Ameland to Zeeland Willibrordusputjes en -bronnen te vinden. Van veel plaatsen staat vast dat Willibrord er nooit geweest is. Illustratief is het verhaal van de Willibrordusput in Oss. De put dateert van 1925 en enige wetenschappelijke grond voor een bezoek van St.Willibrord aan dit stukje Brabant is niet gegeven. Het voornaamste argument is gebaseerd op de verkeerde lezing van een tekst. 'In loco Deosne' werd gelezen als 'in loco de Osne', waarbij Osne dus Oss werd. Wat bewezen moest worden was bewezen en de nieuwe mythe was geboren." (Bron: Jacobs). Commentaar: niet van veel plaatsen staat dat vast, maar van alle Nederlandse plaatsen.
- Bovendien zijn alle Willibrordusputjes, maar ook die van St.Bonifatius worden toegewijd, een grote farce. St.Willibrord en St.Bonifatius waren zeer Rome getrouw en juist de paus had verboden vanuit putjes en bronnen te dopen. Dit in verband met het "heidense karakter" dat aan putten en bronnen werd gegeven. Hier wordt St.Willibrord en St.Bonifatius even het overtreden van de regels uit Rome in de schoenen geschoven. Blijkbaar zijn er weinig katholieken onder de historici.
- Van de 21 plaatsen in Brabant waar St.Willibrord bezittingen zou hebben gehad is nooit aangetoond dat deze plaatsen in de 7e en 8e eeuw al bestonden. Archeologisch ontbreekt elk bewijs en een historische continuïteit naar de 12e eeuw is een mythe. Er zijn geen kerkelijke documenten van de kerken bekend. In de kerken in die plaatsen zijn slechts 5 altaren aan St.Willibrord gewijd. Van die 21 (verkeerd) gelocaliseerde plaatsen worden er slechts 8 zogenaamd in het "testament van St.Willibrord" genoemd. Vanuit Echternach zijn pas in de 12e eeuw slechts 4 van die 21 plaatsen geclaimd als zijnde bezittingen van Echternach. De overige 17 zijn pas veel later door de historici gelocaliseerd, helaas allemaal foutief. lees alles over de kerken van Brabant. A.J.Bijsterveld moest erkennen dat er geen 8ste-eeuwse kerken in Brabant bestaan. De oudste kerken stammen uit de 12de eeuw.
- De Willibrord-congressen in 1989 en nu in 1995 handelen over van alles, maar gaan voorbij aan de essentie van de zaak met betrekking tot Willibrords leven en werk in de juiste streek. Utrecht viert het feest, een feest echter dat gefundeerd is op drijfzand. VVV en horeca zijn natuurlijk wel in staat om op dat drijfzand een Willibrord-menu te serveren met een heerlijk Willibrord-wijntje. Laten we ons troosten met de gedachte dat deze wijn afkomstig is uit oude Franse kloosters. Dan kunnen ook wij als 'buitenstaanders' ons toch nog een beetje thuis voelen. Hor(ec)a est!
- St.Willibrord zou 44 jaar bisschop van Utrecht geweest zijn, begraven in Echternach. Vreemd is het dan, dat er van zijn verblijf (of van zijn gevolg) niets is teruggevonden in Utrecht. Geen kerk, geen bewoning in de 8e eeuw, maar ook geen geschriften. Alles wat wij over St.Willibrord weten staat in Franse bronnen. Zie als voorbeeld de claims van Echternach in Brabant ! Ook die claims die Echternach aanvankelijk in Noord-Holland stelde, zijn door de graaf van Holland afgewezen. Er is in Noord-Holland of in Friesland geen enkele kerk vanouds aan St.Willibrord toegewijd geweest of in het bezit van Echternach geweest.
De zuidelijke traditie.
- In Frankrijk en Vlaanderen werd vanouds het feest van St.Willibrord gevierd in de bisdommen Kamerijk, Terwaan en Metz. In het bisdom Arras is het nog steeds een voorgeschreven feest. Je vraagt je dan af hoe de bisschop van Utrecht en patroon van de Nederlandse Kerkprovincie in die bisdommen in Noord-Frankrijk terecht gekomen is.
- De Engelse bisschop Acca op bezoek bij Willibrord: ca. 722 De eerbiedwaardige bisschop Acca die naar Rome reisde en vanuit Brittannia overstak, neemt de kortste en de gebruikelijke weg. Acca reisde derhalve over het noorden van Frankrijk en niet over Utrecht (dat toen nog niet eens bestond).
- In Frans en Belgisch Vlaanderen leeft St.Willibrord voort in relieken en kerkpatronaten, zoals in Gravelines (zie foto hiernaast) en in plaatsnamen, zoals Clemskerke. Ook de kerk van het nabij Gravelines gelegen Bourbourg had het patronaat van St.Willibrord. De vraag hoe "de apostel van Nederland" in Franse kerken terecht kwam, is dan ook zeer gerechtvaardigd. De Brabantse plaats St.Willebrord (gemeente Rucphen; let op de andere schrijfwijze met -e-) draagt deze naam pas sinds de 19e eeuw.
- In Frankrijk en Vlaanderen wordt het bestaan van een devotie aan de hand van akten bewezen, vóórdat in Nederland het woord Willibrord voor de eerste keer (in de 13e eeuw) genoemd werd.
- In de zuidelijke traditie zijn alle goederen en kerken van St.Willibrord te lokaliseren in een wijde kring rondom Tournehem. Ook de plaatsen die in de noordelijke traditie altijd 'onvindbaar' waren en vreemde elementen vormden, omdat er geen enkel aanknopingspunt aanwezig was, zijn daar te lokaliseren.
- Er bestaan van St.Willibrord 36 oorspronkelijke levensbeschrijvingen (vitae) afkomstig uit Frankrijk, België, Luxemburg of Duitsland. Geen enkele van de oudste vitae is afkomstig uit Nederland wel enkele laatste.
- Er bestaat in Noord-Frankrijk een sterke devotie rondom St.Ludger, St.Lebuines, St.Anskarius en St. Bonifatius, hoewel allen apostel in noordelijke gebieden zijn verklaard. Waar komt dan die zuidelijke devotie vandaan? Van Ludger bestaat de legende dat hij eens ganzen vermanend toesprak voor hun gesnater. Ze hielden meteen op met snateren. Sindsdien wordt Ludger ook afgebeeld met een gans. Deze legende bevat wel een geografische aanwijzing, namelijk ganzenteelt' die nog steeds bestaat in Noord-Frankrijk: 'Foie de Gras' is er een begrip. In Nederland kenden we dat niet in de 8ste eeuw.
- St.Willibrord is gestorven op 6 november. Zijn feestdag (sterfdag) is echter vastgesteld op 7 november. Waarom die verplaatsing van één dag? Slechts in Noord-Frankrijk vindt men een reden voor die verplaatsing. Daar werd op 6 november reeds de feestdag gevierd van St.Winnok, die juist in die streek erg populair was. Alleen hier had men een reden de sterfdag van St.Willibrord een dag te verplaatsen. Daarom staat dus onomstotelijk vast dat de cultus van St.Willibrord juist in deze streek zijn oorsprong vond.
- De plaats Trajectum bestond al vier eeuwen vóór St. Willibrord en hier had de heilige enkele voorgangers. De kerk van Trajectum bestond dus al lang voor hem, wat voor het Nederlandse Utrecht volstrekt onaanvaardbaar is.
- St.Willibrord had in zijn missiewerk onder de Friezen meerdere voorgangers, zoals: St.Eloy (bisschop van Noyon), St.Amandus (St.Amand-les-Aux), St.Wilfried (bisschop van Evreux) en St.Egbert (abt van het Ierse klooster waar St.Willibrord monnik werd) , die allen op de kalender van St.Willibrord genoemd worden en allemaal een devotie in Noord-Frankrijk hebben. Geen van deze voorgangers van St.Willibrord is in Nederland bekend en wordt hier ook niet kerkelijk gevierd.
De traditie van St.Bonifatius in Dokkum ontstond pas in de late Middeleeuwen.
De St.Willibrordus-mythe in Utrecht.
| |