De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.

Jaarboek Oud-Utrecht 2021 B.

De ware geschiedenis van Nederland in het eerste Millennium, per onderdeel te lezen.
Nijmegen
Karel de Grote
Willibrord
Bonifatius
Bataven
Franken
Friezen
Saksen


We bespreken uit de Jaarboeken alleen de artikelen die gezien onze studie van belang zijn.



De bespreking van het artikel over Utrecht in de Romeinse tijd vind je hier.


Klik op de tekst voor een vergroting.

Het FUNDAMENT van alle verwarring is het Karolingisch Paleis van Karel de Grote in Nijmegen. Dat paleis blijkt gebouwd op los zand, op nooit bewezen losse beweringen. Op dat losse zand zijn alle volgende mythen gebouwd. Immers als Nijmegen fout is, was de Betuwe ook niet het land van de Bataven; was Utrecht niet de bisschopszetel van Willibrord, werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord en hebben de Noormannen nooit in Nederland geplunderd.
Dan stort het hele kaartenhuis van de Nederlandse mythen in elkaar.


Bonifatius, Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen zijn voor Nederland volkomen legendarisch.


Het Utrechtse tolrecht Deel 1: Ontstaan en functioneren van de bisschoppelijke tollen in Utrecht en elders in het Nedersticht. Door Bart Ibelings en Kaj van Vliet.
Dit artikel is voorzien van meerdere afbeeldingen. Maar laat U niet verleiden door deze afbeeldingen die allemaal uit de 16de eeuw en later dateren en dus niets bewijzen over de 8ste of 9de of zelfs de 10de eeuw, eerder een tegenbewijs vormen. De omvangrijke literatuur en het uitgebreide notenapparaat bewijzen evenmin iets over het in het artikel gestelde, zolang je slechts gelijkgestemden aanhaalt of naar hen verwijst.

Opmerkelijk in dit artikel van Ibelings en Van Vliet is dat hij toch weer uitgaat van enkele onbewezen aannamen, zoals de aanwezigheid van de Noormannen in Nederland of Utrecht. Ofschoon Utrecht al in de achtste en negende eeuw over een bescheiden handelswijk (vicus) moet hebben beschikt, kreeg deze pas vanaf de tiende eeuw meer betekenis." Het einde van de Noormannenoverheersing en de terugkeer van de bisschop vanuit Deventer naar Utrecht omstreeks 925. Lees meer over de Noormannen. Ook bij Van Vliet moet er nogal veel. Maar bewijzen geeft hij niet. Ook anderen zoals Luit van der Tuuk zijn er van overtuigd dat de Noormannen niets met Utrecht te maken hebben gehad. Lees daarover in de linker kolom waar hij in Jaarboek Oud-Utrecht van 2003 schrijft: 'De voorstelling dat de Utrechtse bisschoppen vanwege Vikingaanvallen moesten vluchten is onjuist. Van Vikingaanvallen wordt in Utrecht niets gevonden'
De auteurs erkennen ook de transgressies als hij opmerkt: Pas eind twaalfde en begin dertiende eeuw, na een reeks van grote stormvloeden tussen 1164 en 1219, zou het Almere uitgroeien tot een echte binnenzee met getijdenwerking, de Zuiderzee. Ook hier weer de mythe over het Almere, dat een zeeinham in Frans-Vlaanderen was. Lees meer over het Almere.
Daar valt nog wel wat te corrigeren, wat hij ook zelf doet als hij (of Bart Ibelings?) opmerkt: Dat deze Utrechtse tol van schepen komende over de Vecht na 1122 in Muiden werd geheven, zoals Kaj van Vliet in een eerder artikel heeft betoogd, lijkt bij nadere beschouwing geen houdbare stelling.

Het artikel gaat verder over de periode na 1122 wat buiten onze onderzoeksperiode valt.
Over de oorkonden uit het jaar 1122 is meer te lezen in het Jaarboek Oud-Utrecht 1995.
Over de wegen die Van Vliet in dit artikel noemt gaat het om wegen na het jaar 1000 of nog later en niet over wegen in het eerste millennium. Die wegen waren er toen niet, immers plaatsen als Arnhem, Zwolle, Deventer, Zutphen en Harderwijk bestonden toen nog niet eens, net zo min als Amersfoort. Klik op de genoemde plaatsen voor meer informatie.
De oudste landroute die Jaap Evert Abrahamse in de Historische Atlas van Amersfoort noemt, heeft in de 10e eeuw niet bestaan. Abrahamse zet er dan ook 'bij benadering' bij. Er was geen weg naar Hoevelaken dat toen immers nog niet bestond. Rond het jaar 1000 waren er geen andere wegen in de provincie Utrecht, dan de vermeende Romeinse weg langs de Rijn. Zowel door Eemland als door de Vechtstreek liep in het eerste millennium geen enkele weg vanaf Utrecht naar het westen, oosten of noorden. (Bron: 'Tastbare Tijd', Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht, Utrecht 2007). Pas in de 12e eeuw zijn daarvan de eerste getuigenissen te vinden. Ook Zwolle of Amsterdam worden wel eens genoemd als oude handelsplaatsen met Amersfoort, maar ook deze plaatsen bestonden nog niet in de 10e eeuw. De oude 'Hessenweg' naarDuitsland, liep ook niet dwars door de stad. maar juist onder de stad door waar nu de Hogeweg en de Stadsring liggen. De weg vervolgde richting Soest, Hilversum naar Amsterdam. Maar dan gaat het al over de 13e eeuw en later. Het veen- en moerasgebied ten noorden van Utrecht en Amersfoort (Eemland) en ten oosten van Amersfoort (Gelderse Vallei) werd lange tijd vermeden. Daar liepen ook geen wegen. Zie de eerder genoemde bron 'Tastbare Tijd'.

De visie van Albert Delahaye.
Over de geschiedenis van Utrecht is veel geschreven, maar nog meer verzonnen. Aan het belang van Romeins Utrecht kan stevig getwijfeld worden, evenals aan St.Willibrord die voor Utrecht volkomen legendarisch is. Hij is er nooit geweest, omdat Utrecht in zijn tijd vanwege de transgressies, onder water lag. Een Romeinse aanwezigheid is er zeker geweest, maar de naam Trajectum voor Romeins Utrecht en het Utrecht van Willibrord zijn onbewezen aannamen. Rond 260 n.Ch. hebben de Romeinen Utrecht en Nederland verlaten vanwege de toenemende wateroverlast en zijn zij naar het zuiden vertrokken op ongeveer de taalgrens. Pas in de 12de eeuw is er weer sprake van enige bewoning in Utrecht.

Over dat vermeende tolrecht hebben we al geschreven in het Jaarboek 1995 en in Archeologie Magazine van maart 2023 over de dam bij Wijk van Duurstede uit 1122. In het jaarboek 1995 wordt er echter nog gesproken over stadsrecht wat hier nu gecorrigeerd wordt in tolrecht, een tolrecht dat Utrecht nog moest delen met Muiden. Zie ook punt 5.

  1. Naar het functioneren van de Utrechtse tol is tot op heden nauwelijks onderzoek van betekenis verricht. Alleen het vroegste ontstaan en de ontwikkelingen in 1122 hebben de nodige aandacht gekregen. Andere belangrijke vragen zijn echter blijven liggen, mede als gevolg van de beperkte overlevering van bronnen in vergelijking met de belangrijke tollen in Holland en Gelre (p.135). Dat 'nauwelijkse' onderzoek heeft in het verleden geleid tot enkele aangenomen opvattingen, zoals dat dit recht een stadsrecht betekende. Dat wordt in dit artikel nu gecorrigeerd.

  2. Ofschoon Utrecht al in de achtste en negende eeuw over een bescheiden handelswijk (vicus) moet hebben beschikt, kreeg deze pas vanaf de tiende eeuw meer betekenis. Het einde van de Noormannenoverheersing en de terugkeer van de bisschop vanuit Deventer naar Utrecht omstreeks 925 markeren het begin van een periode van herstel, niet alleen van Utrecht als centrum van kerkelijk bestuur, maar ook van toenemende wereldlijke macht. (p.136). Hier worden drie mythen genoemd: 1. het bestaan van Utrecht in de 8ste eeuw 2. de terugkomst van de bisschop uit Deventer en 3. de Noormannenoverheersing. Dat Utrecht in de 8ste eeuw al bestond wordt door de archeologie tegengesproken. Ook van Noormannen is in Utrecht of waar dan ook in Nederland nooit iets eengetoond. De teksten die daarover schrijven beschrijven de situatie in Frankrijk. Wat hier Deventer genoemd wordt, was Daventria in Frankrijk. Hier blijft van toepassing wat kerkhistoricus prof.dr.R.R.Post schreef "Op één punt moet ik Delahaye onmiddellijk gelijk geven. Sint Willibrord is geen aartsbisschop van Utrecht geweest. Willibrord werd missie-aartsbisschop en koos zijn verblijf ergens in het land van de Friezen. Eerst in 1559 is Utrecht aartsbisdom geworden en voor die tijd kan er onmogelijk sprake zijn van een aartsbisdom van Utrecht."

  3. In de elfde en vroege twaalfde eeuw ontwikkelde zich ten westen van de bisschoppelijke burcht een omvangrijke handelsnederzetting met de naam Stathe, met een eigen parochiekerk, de Buurkerk, als middelpunt. (p.136). Hoe verhoudt zich die elfde en twaalfde eeuw tot de hiervoor genoemde 8ste eeuw? Daar zit 300 jaar tussen.

  4. Pas eind twaalfde en begin dertiende eeuw, na een reeks van grote stormvloeden tussen 1164 en 1219, zou het Almere uitgroeien tot een echte binnenzee met getijdenwerking, de Zuiderzee (p.137). En pas in de 13de eeuw komt de bewoning vanuit het zuiden op gang (immigranten) die de traditie van St.Willibrord vanuit Vlaanderen mee naar Utrecht brengen. In begin 14de eeuw vraagt Utrecht aan Echternach om enige reliken van St.Willibrord 'omdat ze die niet hebben'. Men krijgt enkele relieken die na technisch onderzoek uit de 12de eeuw bliijken te stammen, dus vals zijn. Dat kan ook niet anders, immers Echternach beschikt niet over relieken van St.Willibrord.

  5. Dat deze Utrechtse tol van schepen komende over de Vecht na 1122 in Muiden werd geheven, zoals Kaj van Vliet in een eerder artikel heeft betoogd, lijkt bij nadere beschouwing geen houdbare stelling.(p.150). Als historici eens goed gaan lezen en nadenken komen ze vanzelf tot bepaalde correcties. Maar helaas doen veel historici dat niet, want het is pijnlijk te moeten toegeven dat je het altijd fout hebt gehad.



Utrecht heeft na de Romeinse tijd tot in de 12de eeuw niet bestaan als stad. St.Willibrord heeft er dan ook nooit gemissioneerd. Daarvoor ontbreekt elk bewijs, zowel tekstueel als archeologisch. Dat Willibrord hier dan gepredikt zou hebben is een volslagen mythe.


Lees meer over achtergronden om een goed begrip te krijgen over de werkwijze in de historische wetenschap.

Citaten van Historici


wetenschap is twijfel


ongelooflijk


onnozelheid


Heiligenlevens


Kletspraat

Lees meer over het ontstaan van de traditionele opvattingen in de loop der eeuwen en vooral sinds de 17de eeuw.
11de en 12de eeuw
13de en 14de eeuw
Opvattingen in de 15de, 16de en 17de eeuw
18de eeuw
19de eeuw
20ste eeuw




Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.