De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Het verhaal van Nederland. Dit is 'ons' verhaal!



Er zitten zoveel fouten, onjuistheden en onvolledigheden in deze aflevering over de Friezen en Franken, waarin Redbad een centrale rol speelt, dat het commentaar zeer omvangrijk en uitvoerig is geworden. Als je de geschiedenis over Friezen en Franken presenteert als 'ons' verhaal, doe het dan goed en volledig en vermijd onbenulligheden en maak er geen karikatuur van.
Sven Meeder en Erik Goosmann, de auteurs van dit boek over Redbad, zijn beide historicus aan een Universiteit, respectievelijk in Nijmegen en Utrecht. Ze komen in deze aflevering regelmatig aan het woord, maar doen uitspraken een universitair docent onwaardig. De onbenulligheid druipt er vanaf.
In de opmerking zijn ook noodzakelijke aanvullingen gegeven om de uitgesproken teksten beter te kunnen duiden.








Presentator Daan Schuurmans, een fantastische verteller. Of moet het zijn een fantasierijke verteller? Hij zal de teksten niet zelf bedacht hebben. Dat moet op het conto van de 'deskundige' historici geschreven worden.

Afbeeldingen zijn vanaf de TV. gefotografeerd. Veel teksten zijn uit het vertelde verhaal overgenomen.

Aflevering 3: Friezen en Franken.
Het is uiteraard een goede zaak dat er aandacht is voor de vroegste geschiedenis van Nederland, maar het is daarbij wel zaak zoveel mogelijk de historische waarheid te volgen en er geen 'stripverhaal' van te maken.

Dat er zoveel commentaar te leveren is op deze aflevering (zie alle noten) heeft alles te maken met het historisch perspectief dat geboden wordt. Dat is verre van juist, doorwrocht met fabels, mythen en vrome legenden.


Op 16 februari was de aflevering 3 te zien van Het Verhaal van Nederland die zich voor een deel in Utrecht afspeelt. In het derde deel van de NTR-serie staan de vroege middeleeuwen centraal. In die tijd werd ons land grotendeels bewoond door de Friezen, maar was ook het christendom bezig met een opmars.
Presentator Daan Schuurmans neemt een kijkje onder de Dom, waar de fundamenten van een oude gotische kerk liggen die werd gebouwd nadat de Friezen in het gebied waren bekeerd door christelijke missionarissen. De relieken die de zendelingen hiervoor gebruikten zijn nu te zien in Museum Catharijneconvent.

In Het Verhaal van Nederland worden de hoogte- en dieptepunten van de Nederlandse geschiedenis getoond op een manier waarop het voor de kijker tastbaar moet worden. De NPO heeft dat gedaan door de geschiedenis en documentairestijl te combineren met elementen van een dramaserie.

Het Verhaal van Nederland in aflevering 3 komt niet verder dan het niveau van de oude schoolplaten. Veel vooroordelen en traditionele opvattingen worden nog eens herhaald. Maar toch, als dan toch eens iets afwijkends wordt vertoond of verteld, worden er geen conclusies aan verbonden. Zie het commentaar op de teksten hiernaast.

Ook in deze aflevering komen een aantal 'deskundige' (?) historici aan het woord, zoals Marco Mostert, Herman Pleij en Annemarieke Willemsen en enkele minder bekenden zoals Sven Meeder en Erik Goosmann (die samen een boek schreven over Radbod), Annabel Dijkema van het Catharijne Convent en Diana Spiekhout van het Fries Musem. Wat zij allemaal hier allemaal vertellen is geen geschiedenis, maar vaak fabelogie. Gezien hun expertise passen Annabel Dijkema en Diana Spiekhout beter in aflevering 3 waar het over middeleeuwse kastelen gaat. Lees wat ze zoals beweren (klik op hun naam) en waaruit hun deskundigheid bestaat.

Ik had zeker verwacht dat Luit van der Tuuk ook wel bijdragen geleverd zou hebben aan deze aflevering. Als er iemand veel geschreven heeft over Friezen en Dorestad is hij het wel. Waarom zouden de makers van deze serie hem niet gevraagd hebben? Of is hij wel gevraagd, maar heeft hij afgezien van medewerking?







Het kwelderland, zoals we ons dat moeten voorstellen.
(Klik op de afbeelding voor een vergroting).









Vreeswijk en Friesenheim, kolonies van Friezen.



De opgravingen in Wijk bij Duurstede.
Tussen 1968 en 1978 zijn er door de R.O.B. uitvoerige, uitgebreide en kostbare opgavingen verricht in Wijk bij Duurstede. Dr.W.A. van Es c.s. gingen op zoek naar het oude Dorestad: ze hebben het niet gevonden. Hiernaast citaten zoals deze letterlijk zijn overgenomen uit het opgravingsverslag gepubliceerd in Spiegel Historiael van april 1978.



Klik op de afbeelding voor het verslag.








De beroemde mantelspeld van 'Dorestad'.



Sven Meeder em Erik Goosmann doen in boek over Redbad een aantal meer genuanceerde uitspraken, die toch niet overeenkomen met wat in deze aflevering over Friezen en Franken wordt gepresenteerd. Ze beschrijven zeer goed hoe die Frankische kronieken en annalen opgevat moeten worden. Het zijn de geschriften van de 'overwinnaars', gekleurd door eigen opvattingen van de 'hofschrijvers'. Ze doorgronden die opzet op een verantwoorde wijze. Toch gaan ook zij hier en daar in de fout, door niet toe te passen wat ze zelf onderzocht hebben. Ze noemen bronnenkritiek een van de kerntaken van de historicus. En dan bedoelen ze niet kritiek op de bronnen op zich, maar proberen te doorgronden wat de bedoeling was van hetgeen in de bronnen beschreven werd.
Zo vragen ze zich bijvoorbeeld terecht af of 'ze Gisela's getuigenis moeten geloven'. Gisela was de zus van Karel de Grote en abdis van het klooster Chelles. We hebben inderdaad geen enkele andere bron die haar verhaal bevestigt, schrijven ze. Met zo'n bron moet je dus zeer omzichtig omgaan, voordat je deze als absolute waarheid beschouwd.

Het is niet voor niets dat veel bronnen uit het verleden als een falsum worden opgevat. Er staan zaken in die men in de tijd van de bron niet konden weten en latere toevoegingen zijn. Ook is het zaak de verschillende kopieën die bestaan nauwkeurig met elkaat te vergelijken. Daaruit blijkt vaak als waarom bronnen niet altijd zomaar vertrouwd kunnen worden. Als voorbeeld kunnen we hier de annalen van Egmond of die van Echternach noemen. Die hebben de historici op het verkeerde been bezet, waardoor men nu met een geschieenis te maken heeft die onjuist is. De inhoud van die geschiedenis kan soms wel juist zijn, de locaties allerminst. Zo komt Karel de Grote aan een 'wereldrijk' dat zijn weerga niet gekend heeft en is ook zijn persoonlijke verhaal drastisch aan een herzoineing toe. Karel de Grote was een niets-ontziende dictator van het type Dzjengis Khan, zoals we nu tot op de dag van vandaag nog kennen in landen waar vrijheid nog steeds niet bestaat.



De lege Delta die achterbleef...
Die lege delta die achterbleef werd bevolkt door nieuwe groepen mensen, schrijft Groenhuijsen. En dat is nu precies waar het om draait: die lege delta! Zoals aangegeven in aflevering 2, wordt er aan het eind van de derde eeuw geen archeologisch materiaal meer gevonden. En dat zal duren tot in de tiende eeuw, op meerdere plaatsen zelfs tot de elfde of twaalfde eeuw. Op enkele uitzonderlijke plaatsen in Zuid- en Oost-Nederland worden tussen de 7e en 8e eeuw nog vage sporen van bewoning aangetroffen, maar dat stelde allemaal niet veel voor. Het ging om individuele avonturiers en zeker niet over grote groepen of hele bevolkingsgroepen.

En juist die nieuwe groepen mensen die 'ons' land bevolkten, waren 'onze' voorouders. Hoewel? Uit de vele genealogische bronnen en gegevens zoals DNA-onderzoek, maar ook uit de cijfers van het CBS blijkt de herkomst van de Nederlanders zeer divers. Uit afleveringen van de TV.-serie "Verborgen verleden", 'DNA-onbekend' en "Spoorloos" blijkt het telkens weer: de wortels van de 'Nederlanders' gaan terug naar alle werelddelen. Volgens het CBS blijkt ruim 22% van de huidige bevolking van Nederland (ruim 3,5 miljoen) van buiten Nederland komt. Ruim 2 miljoen mensen hebben een niet westerse oorsprong en komen uit landen als Turkije, Marokko, Indonesië, Antillen, Suriname) en ruim 1,5 miljoen hebben een westerse oorsprong en komen uit landen als Duitsland, België, Spanje en Italië (gastarbeiders), Polen, (voormalig) Joegoslavië, om de belangrijkste te noemen. En dan hebben we het nog niet gehad over de immigranten in de 16e en 17e eeuw, zoals Joden uit de verschillende diaspora, de Franse Hugenoten of de Leidse textielarbeiders uit Vlaanderen, waarvoor Nederland een vrijstaat was. Nederland is vanouds een immigratieland. Lees meer over de herkomst van Holland en het Diets.


De traditionele indeling van de Friezen, Franken en Saksen in de verschillende historische atlassen.

Behalve met de Friezen heeft eenzelfde misvatting plaats gevonden met de Franken en Saksen. Men heeft de situatie uit het negende en tiende eeuw klakkeloos gekopieerd naar de periode tussen de vijfde en achtste eeuw, waarover pof.D.P.Blok ooit schreef in zijn boek "De Franken in Nederland": van deze hele periode weten we eigenljk niets. De Franken hebben geen aanwijsbare sporen in ons land nagelaten (p.7) . De Frankische geschiedschrijvers van vůůr de Karolingische tijd schijnen dit gebied niet te kennen, schrijft Blok. Dat is toch duidelijke taal.

Voeg daarbij de onthullende mededeling van Annemarieke Willemsen uit haar boek 'Gouden Middeleeuwen' en er blijft niets meer over van Franken in Nederland. Ze schrijft het volgende: "Archeologisch zijn de Franken en Saksen in Nederland niet te duiden. De traditionele etnische indeling in Friezen, Franken en Saksen in Nederland is archeologisch niet te bewijzen (o.a. p.12 en 138)".

De grondfout die aan dit alles ten grondslag ligt is de opvatting dat het Germania van Tacitus Duitsland was.

Hieronder enkele 'landkaarten' van de indeling van Friezen, Franken en Saksen, gebaseerd op de traditionele opvattingen, uit verschillende jaren en perioden (respectievelijk uit 826, uit de 7de eeuw en ten tijden van de regering van Clovis).
Hoewel er geen betrouwbare kaarten uit die periode bestaan, zijn de verschillen sprekend. Blijkbaar waren de makers van deze historische kaarten niet overtuigd van de bezetting van de Friese gebieden door de Franken, die immers steeds een afwijkende kleur heeft dan het Frankisch gebied (dat overigens onjuist aangegeven is). Zie ook de kaartjes verder naar onderen in deze kolom. Lees meer over de Friezen en de Franken.



Detail uit de Atlas Historique van Larousse onder redactie van George Duby.



Detail uit de Atlas van de Algemene en Vaderlandse Geschiedenis van Vermaesen (die steeds gekopieerd is in andere atlassen, zoals van Wolters-Noordhoff.



Detail uit de Atlas van de Algemene en Vaderlandse Geschiedenis van De Bont-Vermaesen (ook nagetekend van de atlas hiervoor genoemd).


Opvallend is ook dat in de Annales Regni Francorum (Kronieken van het Frankische Rijk: zie daar) geen enkele plaats genoemd wordt in het Friese gebied waar men traditioneel de Frisiones plaatst (in noot 184 lezen we: Frisones waren 'bewoners van de eilanden en kuststreken van ons land van Groningen tot in Noord-Holland'. Utrecht en Dorestad worden niet genoemd. Nijmegen wel, dat men 'vertaalt' uit het genoemde Noviomagus (zie noot 135). Karel de Grote zou volgens de ARF slecht 3x in Nijmegen geweest zijn en wel in 776, 806 en 808. Maar van Nijmegen als Karolingische stad kunnen voorgoed afscheid nemen. Er is geen enkel bewijs dat er ooit een palts van Karel de Grote heeft bestaan. Het oudste gebouw is de Ottoonse Kapel die uit eind 11de eeuw stamt. Lees meer over Nijmegen. De Saksen worden traditioneel in Duitsland geplaatst en in noot 37 laat men Bonifatius in Dokkum vermoord worden. Maar dat zijn 'vertalingen' gebaseerd op traditionele opvattingen.


Hieronder nog enkele kaarten van de indeling van Friezen, Franken en Saksen, allemaal gebaseerd op de traditionele opvattingen van onbewezen aannamen.



Let bij de kaartjes hierboven en vlak hieronder vooral op de kustlijn in Frans-Vlaanderen, waar ter hoogte van St.Omaars duidelijk de zeeinham het Almere te zien is, in de Romeinse tijd Flevum genoemd. Op een van de eilanden voor de kust vestigden de Bataven zich, zoals Tacitus schrijft. In Nederland is dit deel van de tekst altijd verzwegen. Lees meer over de Bataven



Let op deze kaart uit P.Geyl (Geschiedenis van de Nederlandse stam) eens op de versterkte Romeinse wegen. Die liep niet langs de Rijn, maar van Boulogne naar Keulen. Dat was de echte Limes. (Klik op de kaart voor een vergroting). De tochten van Saksen en Franken worden hier verkeerd weergegeven. Die gingen precies de andere kant op, van zuid naar noord.












Zeer interessante kaart van de Frankische tijd in Nederland (Bron: Wikipedia), met enkele kleinere onjuisheden die later ontstaan zijn, zoals Toxandrië dat niet Brabant was, maar Bracbante in Frans-Vlanderen. Austrasië wordt hier in België geplaats, maar lag in Frankrijk waar Soissons, Reims en Metz hoofdsteden waren. Ook worden Utrecht, Duurstede (hť, niet Dorestad?) en Nijmegen genoemd, waar uit Frankische tijd archeologisch niets gevonden is. Let ook op de eilanden voor de kust tussen St.Bertijns en Torhout, waar de Bataven zich vestigden en waar in 690 St.Willibrord op het vasteland aankwam vanuit Engeland. (Klik op de kaart voor een vergroting).


Opmerkelijk is ook de toenemde twijfel in verschillende artikelen en boeken over de traditionele geschiedenis over Bonifatius en Willibrord. Opvattingen waar eerder niet aan getoornd werd, staan nu ter discussie.
In een brief van Bonifatius uit 753 toont hij zich 'als een man van de macht', die feiten verdraait als dat de kerk goed uit komt. In de brief vervalst hij de vroegste geschiedenis van het bisdom Utrecht: Willibrord had in 722 met Bonifatius gebroken, maar de brief toont Willibrord als medestander en voorvechter van de kerk van Rome. Willibrord predikte niet 35 jaar onder de Friezen en bekeerde niet een groot deel van hen. Wat Willibrord bereikte werd in werkelijkheid door de Friese koning Radboud in de periode 716-719 tenietgedaan. Willibrord vestigde geen bisschopszetel in Utrecht, predikte niet tot op hoge leeftijd in Friesland en stelde geen bisschop als plaatsvervanger aan 'om het dienstwerk te volbrengen'.
Volgens voornamelijk Duits-protestantse geschiedkundigen uit de negentiende eeuw was de voornaamste reden voor Bonifatius om overzee te gaan niet zozeer om Germanen tot het christendom te bekeren. Zijn bedoeling was eerder om het christendom zoals dat was overgebracht door Iers-Keltische missionarissen te bestrijden. Hij wenste het op Rome gerichte christendom te bevorderen, zoals bijvoorbeeld het celibaat voor priesters, dat in zijn tijd helemaal niet gebruikelijk was.
Voor de fatale reis van Bonifatius naar Friesland wordt een aantal kerk-politieke motieven genoemd alsook het beschermen van Bonifatiusí eigen positie en eer. Hij reisde met een groot (deels gewapend) gezelschap af naar Friesland. Dat gezelschap was maar voor ongeveer 1/3 zelf christelijk. Willibald beschrijft dat Bonifatius tijdens deze reis 'de afgodendienst vernietigt', 'heidense tempels en beelden kapot maakt en omgooit', 'kerken bouwt en duizenden mannen, vrouwen en kinderen doopt'. Van die 'heidense tempels' en kerken is archeologisch nooit iets gevonden of gebleken. Bonifatius en zijn gezellen doen dit onder militaire bescherming. Zolang dit gedaan werd in de door de Franken overheerste gebieden zou dit geen problemen hebben opgeleverd. Maar toen ze de "kersteningsgrens" bereikten, zou dit door de Friezen kunnen zijn opgevat als een bedreiging en provocatie. Daar vinden Bonifatius en 52 medemissionarissen (en waarschijnlijk een veelvoud daarvan aan wapenknechten) de dood. Volgens Willibald was het een roofoverval en geen moord om geloofsredenen.
Bonifatius is dan wel een bekende figuur geworden in de Nederlandse geschiedenis, maar zijn rol daarin was op zichzelf erg klein. Hij had die bekendheid ook niet gekregen als hij niet vermoord was. Die bekendheid heeft Bonifatius dank zij de schrijvers uit de middeleeuwen dan wel gekregen, maar van de met hem ruim 50 vermoorde metgezellen hoor je verder niets meer. Dat toont al aan dat de propaganda rondom Bonifatius gewerkt heeft.

Het zijn enkele voorbeelden van veranderde opvattingen onder andere historici dan Albert Delahaye. Delahaye stelde slechts dat niet Dokkum de plaats van de moord was, maar Duinkerke en de Fresones niet in Friesland woonden, maar in Vlaanderen.
"Het Verhaal van Nederland" is een in het voorjaar van 2022 uitgezonden TV.-serie van de ntr (NPO) over de geschiedenis van 'ons' land, de geschiedenis van Nederland.

Aflevering 3: Friezen en Franken.

De echte kenner van geschiedenis zal zich regelmatig verbazen over de meerdere kleine onzorgvuldigheden, maar zeker over de grote fouten en blunders die voorbij komen in deze TV-serie.
De aflevering over de Friezen en Franken is historisch gezien nog een grotere miskleun dan die over de Romeinen (aflevering 2) en rammelt aan alle kanten. Hoe is het mogelijk dat serieuze historici hieraan hebben meegedaan en dit -met hun titels- als ware geschiedenis durven te presenteren. Overigens, over de Franken gaat het verhaal nauwelijks. Ze komen op het laatst even in beeld, alsof ze slechts een onbeduidende 'noot' in de geschiedenis zijn.

We laten hieronder twee historici aan het woord, maar er zijn meerdere voorbeelden te geven, dat de Friezen niet onze voorouders zijn. Hun geschiedenis heeft dus niets te maken met 'ons', maar ook niet met 'ons' vaderland.

"En dan nog even die dappere Friezen. Sorry hoor, maar die dappere Friezen van toen, hebben ook niks te maken met de Friezen van vandaag. Ook de Friezen trekken dus weg. En de lege delta die achterblijft zal langzaam weer bevolkt worden door nieuwe groepen mensen. En zij zijn wel onze voorouders". Aldus Charles Groenhuijsen in de TV-serie (en het erbij verschenen boek) "Verleden van Nederland". En wat schrijft Jos Bazelmans in 1998 in Spiegel Historiael over de Friezen? "De klassieke Frisii hebben niets met de huidige Friezen te maken".

Het verhaal van de Friezen in aflevering 3 om hen 'onze' voorouders voor te stellen, kan geschrapt worden. Zij hadden niets met Nederland te maken en behoren niet tot 'onze' vaderlandse geschiedenis.

Het is ook interessant wat Paul van der Heijden in zijn column in 'Archeologie in Nederland' 2 van juni 2022 schreef. Hij komt daarin terug op zijn eigen bijdrage, maar ook in algemene zin deze 'van alle kanten rammelden' serie niet echt aan te bevelen vindt voor klassikaal gebruik op scholen. Inzicht komt blijkbaar ook met de jaren!

De visie van Albert Delahaye.
De geschiedenis van de klassieke Friezen (beter is te spreken van Fresones) heeft zich niet voorgedaan in het gebied dat nu Nederland heet, maar het was de geschiedenis van Frisia in Vlaanderen. Er is sprake van een fundamentele verwarring tussen de Friezen uit het eerste millennium en de Friezen uit het tweede millennium. De verblijfplaats van de Fresones in het eerste millenium in Frisia was in Frans-Vlaanderen, waar ook het Almere lag en aan welke zeebaai het vermaarde Dorestad lag. Dat Dorestad in Nederland gelegen zou hebben werd door de opgravingen allerminst bevestigd, wat archeoloog W.A. van Es allang heeft toegegeven. Alle kenmerken die in de teksten over Dorestad genoemd worden, komen niet overeen met het vissersdorp met de naam Munna dat bij Wijk bij Duurstede werd opgegraven.
Het is aan te raden dat de moderne historici eens de klassieke bronnen gaan lezen, zoals Tacitus, in plaats van de fabelschrijvers van de 16e en 17e eeuw maar klakkeloos te blijven napraten.


Die lege delta die achterbleef werd bevolkt door nieuwe groepen mensen, schrijft Groenhuijsen. En dat nu precies waar het om draait: die lege delta! Zoals aangegeven in aflevering 2, wordt er aan het eind van de derde eeuw geen archeologisch materiaal meer gevonden. En dat zal duren tot in de tiende eeuw, op meerdere plaatsen zelfs tot de elfde of twaalfde eeuw. Op enkele uitzonderlijke plaatsen worden in Zuid- en Oost-Nederland tussen de 7e en 8e eeuw nog vage sporen van bewoning aangetroffen, maar dat stelde allemaal niet veel voor. Het ging om individuele avonturiers en zeker niet over grote volksstammen.

Nederland is vanouds een immigratieland.
En juist die nieuwe groepen mensen die 'ons' land bevolkten, waren 'onze' voorouders. Hoewel? Uit de vele genealogische bronnen en gegevens zoals DNA-onderzoek, maar ook uit de cijfers van het CBS blijkt de herkomst van de Nederlanders zeer divers. Uit afleveringen van de TV.-serie "Verborgen verleden", 'DNA-onbekend' en "Spoorloos" blijkt het telkens weer: de wortels van de 'Nederlanders' gaan terug tot alle werelddelen. Volgens het CBS blijkt ruim 22% van de huidige bevolking van Nederland (ruim 3,5 miljoen) een niet-westerse of een westerse oorsprong te hebben. Ruim 2 miljoen mensen zijn afkomstig uit Turkije, Marokko, Indonesië, Antillen, Suriname en ruim 1,5 miljoen mensen zijn afkomstig uit Europese landen als Duitsland, België, Spanje en Italië (o.a. gastarbeiders). En dan hebben we het nog niet gehad over de immigratie in de 16e en 17e eeuw, zoals Joden uit de verschillende diaspora, de Franse Hugenoten of de Leidse textielarbeiders uit Vlaanderen.


Uitzending 3 over de Friezen en Franken.
Uiteraard komen in deze aflevering weer de traditionele opvattingen aan bod, zoals over St.Willibrord, St.Bonifatius en zijn moord in Dokkum. Het geheel is zo knullig in elkaar gezet dat zelfs goedgelovige kijkers gaan twijfelen.
Er worden ook complete leugens verteld, zoals over Utrecht en DomUnder. Ook wat verteld wordt over Dorestad is dan wel de traditionele opvatting, maar historisch-geografisch volkomen onjuist. Lees hier over de ware geschiedenis van de Friezen en van de Franken.

Teksten uit de uitzending, zoals verteld door Daan Schuurmans en de anderen. (Opmerking onder de tekst).
In de derde eeuw verslechterde het klimaat zo sterk dat de zeespiegel bleef stijgen. Het water overspoelde grote delen van Nederland en maakte het hele kustgebied onleefbaar (1). Vanaf Vlaanderen tot aan de Duitse wadden woonde er niemand meer. Bijna twee eeuwen lang (2). Toen het land weer droog viel kwamen er nieuwe stammen wonen uit Noord-Duitsland en Denemarken. Zij werden Friezen (3) genoemd. Hun woongebied strekte zich uit over de hele Nederlandse kust, van Zeeland tot Groningen (4).

In deze periode zag het Nederlandse landschap er radicaal anders uit (5). De rivieren hebben de vrije loop. Het getijde heeft de vrije hand wat dat betreft (6). Bewoning, akkerbouw, het is alleen maar mogelijk op natuurlijke verhoging in het landschap zoals oeverwallen (7) en duingebied (8). Maar ook onnatuurlijke verhogingen, zoals de terpen in Friesland. Terpen werden gebouwd door graszoden op elkaar te stapelen (9). Op deze woonheuvels stond in het begin maar één huis. Maar in de loop van de tijd werden de terpen steeds groter tot ze aan elkaar vastgroeiden en een dorp ontstond (10).

Met allerlei rituelen proberen de mensen de natuur te bezweren zodat het een vruchtbaar jaar wordt, met veel lammeren en kalveren en zonder ziektes of misoogst. Ja, de geloofsbeleving stond veel dichter bij de natuur (11). Bepaalde natuurlijke zaken konden als heilig worden beschouwd, zoals een boom of een steen. Dat kon als een heiligdom worden geïdentificeerd. Een van de tradities was het brengen van offers en niet alleen van dieren. Om de goden gunstig te stemmen, wordt er iemand uitgekozen door het lot en werd geofferd, zoals hier, door verdrinking in de opkomende vloed. Ook al zijn ze volkomen onschuldig (12). Offeren was een van de ongeschreven gewoonten waarmee zaken in het leven werden geregeld (13).

Dat de Friezen hebben een sterke band met de natuur is wel te zien aan Beitske, de boomkistdame. Een Friese vrouw die 14 eeuwen geleden is begraven in een uitgeholde boomstam. De grafkist is gemaakt van eikenhout (14). Maar in het Friese terpengebied stonden geen bomen van dit formaat. Dus deze moet vanuit het achterland zijn aangevoerd, misschien wel uit Drente. Maar het kan ook zijn dat ze uit het Duitse Rijnland dat ze daar ook hout vandaan haalden (15). En dat geeft wel aan hoe belangrijk Beitske was. Ze krijgt ook bijgiften mee. Ze had een mooie ketting om met kralen van glas, barnsteen en schelpgeruis (16).

Sommige Friezen waren misschien belangrijke dan anderen, maar ze kenden geen verschillen in rang of stand (17). De Friezen woonden in kleine gemeenschappen die wel met elkaar in contact stonden maar toch onafhankelijk waren. Zo ontstond het beeld van de Friese vrijheidsdrang (18). De opvatting dat Friezen zich nooit aan een vreemde overheerser zouden onderwerpen (19) is dan ook onwaar (20).


Opmerkingen bij de tekst hierboven:

(1) En dan zijn er nog steeds historici die de transgressies blijven ontkennen.

(2) Het hele kustgebied woonde niemand meer. Waar verbleven dan de Friezen? Wan de geschreven bronnen blijven de Friezen vermelden.

(3) Dat de Friezen uit Duitsland of Denemarken kwamen is een volkomen mythe. De Friezen kwamen in de tiende eeuw pas vanuit Vlaanderen. Dat is te bewijzen met de taal het Diets en de vele plaatsnamen die in Friesland overeenkomen met die in Frans-Vlaanderen. Deze feiten bewijzen dat de Friezen uit (Frans-)Vlaanderen kwamen. Daarbij kan het Fries laken vermeld worden en Robert graaf van Cassel die zich de Frise noemde.

(4) het woongebied van de Friezen strekte zich uit vanaf het Zwin naar het zuiden en niet naar het noorden. De Friezen waren de buren van de Moriniërs, volgens de Vita van S.Wulfram. Het is ook deze Sint Wulfram die Radbod wilde dopen, maar wat niet doorging. Dat gebeurde dus niet door Willibrord, zoals in Het verhaal van Nederland wordt uitgebeeld.

(5) Zoals het landschap hierboven wordt afgebeeld blijkt al dat het onbewoonbaar was. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

(6) Bij een vrije loop van rivieren en getijden zal het land zeker twee keer per dag overstroomd zijn, dus onbewoonbaar zijn. En of het nu met 20 cm overstroomt of met 2 meter, in beide gevallen onbewoonbaar en ongeschikt voor akkerbouw of veeteelt.

(7) De oeverwallen waren smalle stroken langs de rivieren, waar nauwelijks plaats was om te wonen. Er zijn dan ook nauwelijks tot geen bewoningssporen uit deze periode aangetroffen langs de rivieren. Wie ze wel kent, laat het me weten.

(8) De duinen zijn pas ontstaan in de 11de eeuw (Bron: Westerheem 1971,p.155) dus ver na de Romeinse tijd, wat wel blijkt uit Romeinse relicten die onder de duinen gevonden worden, zoals bij Katwijk en Domburg.

(9) Het bestaan van terpen (in Friesland), wierden (Groningen), werven (Noord-Holland), woerden (midden Nederland) en hillen of vliedbergen (Zeeland), allemaal in laag Nederland, weerleggen dat het een puur Fries fenomeen was en bevestigen de transgressies langs de hele kust onweerlegbaar. Die transgressies hebben zich uiteraard ook voorgedaan langs de kust van België en Frans-Vlaanderen, waar toen het Almere ontstond. De terpen in Friesland zijn pas opgeworpen vanaf de tiende eeuw (zie punt -(j). Er moet wel eerste gras gegroeid hebben voordat men graszoden heeft. En gras groeit niet op een zoute bodem.

(10) Van de 955 geïnventariseerde terpen in Friesland zijn de meesten van na het jaar 1000 (Bron: De Koningsterp van Wijnaldum, uitgave Archeologie in Fryslân 2000). De terpen werden niet steeds groter, maar vanaf de elfde eeuw begon men met dijkenbouw waardoor het binnenliggende land droog werd. Voor de aanleg van dijken is een grootschalige organisatie nodig, die er voor het jaar 1000 zeker niet was. De onderliggende vraag is: "waar woonde het machtige volk van de Friezen die het niet alleen de Romeinen, maar later ook de Franken zo lastig maakte? Toch niet op die paar terpen?

(11) Aan die geloofsbeleving zo dicht bij de natuur, die dus nooit helemaal losgelaten is, danken we de namen van enkele dagen van de week, zoals Woensdag (Wodan), Donderdag (Donar) en Vrijdag (Freia). Het Christendom heeft deze heidense goden blijkbaar gewaardeerd en behouden.

(12) De nietsvermoedende kijker krijgt het mensenoffer van twee kinderen in beeld, wat uiteraard erg emotioneel in beeld gebracht wordt en een moeder in heftige paniek raakt en waar 'sinistere muziek' het drama moet ondersteunen. Maar gelukkig worden de kinderen als door een wonder later door St.Willibrord gered, zoals de kijker te zien krijgt (zie nr.115). Geen wonder dat die Friezen zich spontaan tot het Christendom bekeerden. Nu heeft Willibrord volgens de geschreven bronnen meerdere wonderen verricht, maar in de praktijk geen enkele.

(13) Ook in latere tijd werden nog regelmatig zaken met offers geregeld, vaak een geldoffer. De Roomse Kerk heeft van die offerbereidheid dankbaar ge-(mis-)bruik gemaakt via de aflatenhandel, waartegen o.a.Luther in protest kwam. Tegenwoordig noemen we die geldoffers waarmee zaken geregeld werden ook wel 'omkopen' of 'corruptie'

(14) Er is blijkbaar maar één zo'n grafkist gevonden. De grafkist van Beitske is zo zeldzaam dat er geen conclusies uit getrokken mogen worden. Zeker niet dat het een belangrijke dame geweest zou zijn. Het is meer van die ene zwaluw die nog geen zomer maakt.

(15) Dat hout moet dan ook en misschien uit Drente maar het kan ook zijn dat het uit het Duitse Rijnland het hout haalden. Over hoeveel zekerheid gaat het hier? Wat wil men hiermee aantonen? Alvast voorsorteren op de 'handel' van Dorestad?
(16) Uit grafgiften worden te vaak voorbarige conclusies getrokken, zoals uit een 'rijk' graf dat het dan wel van een 'koning' zou zijn.

(17) Het woord 'misschien' zegt het al. Zolang bewijzen ontbreken blijven het gissingen, dus fabels.

(18) Inderdaad ontstond het beeld van vrijheidsdrang, Maar dat kwam vooral omdat de Friezen zich verzetten tegen overheersing, onderdrukking en uitbuiting, zoals elk ander volk dat heeft gedaan en nog doet tegenover bezetters.

(19) Zie hiervoor bij (18).

(20) Ook de Friezen hebben legionairs geleverd aan de Romeinen. In de Notitiae Dignitatum wordt bij de verovering of bezetting van Engeland ook een cohors Frisones genoemd. Het is dus geen nieuws dat er Friezen in de Romeinse legers dienden, zoals Stijn Heeren in 2020 beweerde.

Het vervolg van het verhaal over de Friezen en Franken. (Opmerkingen onder de tekst).

Dit is Radbod (21), vervolgt Daan Schuurmans zijn verhaal. Hij wordt wel koning genoemd, maar dat is hij eigenlijk niet (22). De Friezen zijn vrije boeren en kennen geen hoger gezag. Radbod is meer een lokale krijgsheer (23) die alleen invloed heeft in het westen van Nederland (24). Maar hij wil zijn macht over het hele Friese gebied uitbreiden (25). Radbod was iemand die zich ophield in het Friese gebied (26). Het is heel gemakkelijk dat als een heel marginaal drassig gebied te zien (27), maar Radbod was absoluut iemand die zich goed bewust was wat er zich allemaal om hem heen afspeelde, aldus Erik Goosmann (28). Om zaken te kunnen doen en bondgenootschappen te sluiten met andere Friezen (29) moet hij een persoonlijke band aangaan en doet dat door geschenken te geven zoals wapens en sieraden (30). Hoe duurder het geschenk hoe sterker de onderlinge band (31). Maar dan moet het geschenk wel worden aangenomen. In het bijzijn van getuigen zodat niemand later kan zeggen dat het niet is gebeurd (32). Een zwaard was een heel kostbaar geschenk en werd speciaal voor iemand gemaakt (33). De Friezen geloofden dat ieder voorwerp een eigen ziel had en vooral aan zwaarden kenden ze speciale krachten toe (34).


Opmerkingen bij de tekst hierboven:

(21) Radbod wordt afgebeeld met een rode baard (zie afbeelding hiernaast), vooral om het vooroordeel 'Roodbaard' te bevestigen.

(22) De Friezen kenden niet 'eigenlijk' geen koningen, maar kenden ze helemaal niet. Daar zowel tekstueel als archeologisch nooit enig bewijs voor gevonden. Dat 'koningschap ontstond in de fantasie van enkele historici die hiermee enkele rijk grafvondsten wilden verklaren. Zie ook punt (p) en (q) hierboven.

(23) Zie punt (2). De functie van 'lokale krjgsheer' is ook ontstaan in de fantasie van historici. Daar zijn geen bewijzen voor.

(24) Alleen in het westen van Nederland? Dus niet in Friesland?

(25) 'Het hele Friese gebied', daar hadden de bewoners geen weet van in het eerste Millennium. Dat is opgekomen met het gebruik van atlassen en dan hebben we het over de 16e en 17e eeuw en later.

(26) De bevolking heeft nooit geweten dat ze in Het Fries gebied woonden.

(27) Wat 'marginaal drassig' is blijft een vraag. 'Onbelangrijk' drassig of 'aan de grens' of 'aan de rand' drassig? Het komt dan niet overeen met wat Daan later vertelt over het Bargerveen in Drenthe.

(28) Erik Goosmann zal het wel weten, immers hij heeft over die Radbod een boek geschreven (samen met Sven Meeder). Maar hoe weet hij dit allemaal? Heeft Radbod het hem verteld? Nou, nee. Dat erkent hij zelf ook. Het is dus pure fantasie. Voor een recensie van dat boek klik hier.

(29) De onderlingen band tussen de mensen die wij nu Friezen noemen was blijkbaar niet hecht.

(30) Van die wapens en sieraden is archeologisch zeer weinig terug gevonden. Blijkbaar zijn er maar weinig persoonlijke banden aangegaan.

(31) Omkoping en corruptie zijn van alle tijden.

(32) Daar kunnen we in de huidige maatschappij nog iets van leren, ook in de politiek.

(33) Blijkbaar was die zwaard dat weggeven werd niet speciaal voor de ontvanger gemaakt. Het in de film getoonde zwaard bleek het Middeleeuws Zwaard uit het Fries Museum te zijn. Of toonde men een Frankisch Zwaard uit het Rijksmuseum van Oudheden of een zwaard dat doorgaat voor een Vikingzwaard? Beide weinig Fries. In het Fries Museum hebben ze blijkbaar alleen het zwaard van Grutte Pier uit ca.1520. Opvallend blijft dat van die zwaarden er maar heel weinig exemplaren zijn teruggevonden. Zijn er zo weinig persoonlijke banden aangegaan?

(34) Die speciale kracht was maar afhankelijk van wie dat zwaard vast hield om er iemand mee te vermoorden of diens kop ermee af te hakken.


De Friezen woonden op een smalle strook langs de kust (35). Ze konden niet naar het binnenland, want dat helemaal bedekt met veenmoeras. Daar kom je niet doorheen (36). Je kan er niet wonen (37) en het stikt er van de muggen. Hier in Drenthe zie je daar nog een laatste restant van (38). Je moet je in feite voorstellen een brede zone veenmoeras en dat maakte dat die Friezen in feite niet te bereiken waren over land (39). Je zou dus denken dat Friesland heel geisoleerd was. Maar het tegenovergestelde is waar. Om dat te begrijpen moet je anders naar de kaart kijken (zie afbeelding hieronder). Over land was Friesland inderdaad niet te bereiken (40). Maar via de rivieren wel en over de Noordzee helemaal (41). Voor de Friezen was water geen grens maar een verbinding (42).

Friesland was uitstekend gelegen voor de handel (43). Je was redelijk snel aan de overkant van de Noordzee (44). Of je kon de kust naar het noorden afvaren en dan kwam je bij Denemarken en Scandinavie, ook een gebied met heel veel handelswaar (45), vertelt Sven Meeder.
In de internationale Noordzee-handel spelen de Friezen een hoofdrol (46) als langeafstandtransporteurs en handelaars (47). Overal ontstonden Friese handelsposten die soms uitgroeiden tot kleine kolonies (48). Dat kun je nog steeds aan bepaalde plaatsnamen zoals Friesenheim en Vreeswijk (49). Het absolute middelpunt van de Noordzee-handel was de legendarische plaats Dorestad (50). Dat lag heel gunstig op een knooppunt van vaarwegen naast het Friese gebied (51). De Oude Rijn bracht je naar Engeland en Duitsland (52).

Dorestad was geen vesting, het was geen stad met een muur eromheen of met een slotgracht of iets dergelijks (53). Het was een lang lint met heel veel steigers (54) die de rivier in liepen, de Kromme Rijn met allerlei voorraadplekken, voorraadschuren en overslagplekken (55), waar veel belasting en tol geheven kom worden. Waar veel geld sowiezo doorheen ging (56 ).
Dorestad is de grootste stad van de vroege middeleeuwen in Noordwest-Europa, vertelt AnnemariekeWillemsen (57), en ligt ter plekke van het huidige Wijk bij Duurstede (58). In het midden van Nederland. Met een markt, met een tolkantoor met veel munten die daar geslagen zijn (59). Het is dus een belangrijke plek (60). Fascinerend, want daar is nu niks meer van te zien op die plek (61). En archeologisch is het heel belangrijk omdat er heel veel van opgegraven is (62). Waarvan het grootste stuk is opgegraven in Nederland (63). En daardoor weten we zo goed hoe zo'n stad er toen uitzag (64). Dorestad werd het grootste handelscentrum van Noordwest-Europa (65). Het stond in de middeleeuwen bekend als 'een beroemde stad' (66). Het symbool voor de welvaart van Dorestad is deze mantelspeld (67). Hij is gemaakt van goud met ingelegde parels en verschillende kleuren glas (68). Dit is een heel typisch ding dat door dames (69) werd gedragen om een mantel voor te sluiten. Dus een opvallend sieraad. Een hele grote ronde schijf van goud met edelstenen van luxe die eigenlijk ongekend is (70). Een van de belangrijkste archeologische vondsten van Nederland (71). En daarmee heeft Dorestad ook een soort gezicht gekregen (72). Dorestad wat dus nu Wijk bij Duurstede is, was ooit van de Friezen geweest. (73) Maar ze waren daar niet meer de baas. Want ook het zuiden van Nederland had nieuwe bewoners gekregen: de Franken (74).
Opmerkingen bij de tekst hierboven:

(35) Op die smalle strook langs de kust zijn geen sporen gevonden van Friezen. Maar woonden de Friezen dan niet in Friesland?

(36) Veenmoeras blijkt ondoordringbaar. Hoe ging Willibrord dan naar Friesland om de Friezen op die terpen te bekeren? Per boot? Maar boten zijn in Friesland nergens gevonden, zelfs geen resten.

(37) Het blijft een prangende vraag waar al die Friezen dan woonden?

(38) Een laatste restant tot in Drenthe? Dan was het in het westen nog een stuk erger, aangezien dat lager ligt dan Drenthe en de moerasvorming daar dus heftiger was, zoals op de foto van het kwelderland in de linker kolom te zien is. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

(39) De vraag blijft dan hoe de Romeinen, de Franken en St.Willibrord de Friezen bereikten? Hier komt de grote geografische misvatting duidelijk in beeld. De Friezen woonden namelijk niet in het moerassige noorden en westen van Nederland, maar aan de kust van Het Kanaal in Frans- en Belgisch Vlaanderen ten zuiden van het Zwin.

(40) Anders naar de kaart kijken? Hier wordt al voorgesorteerd op de Friezen als zeevarende natie, maar dat waren ze gezien de teksten slechts in zeer beperkte mate. Contacten met Skandinavië of verre landen zijn archeologisch niet te duiden.

(41) Hadden de rivieren een verbinding met Friesland via de Zuiderzee? Volgens deze kaart wel, maar volgens andere kaarten weer niet. Zie de Limes Atlas onder redactie van B.Colenbrander (2005).

(42) Voor een verbinding over water zijn dan wel schepen nodig en die zijn in Friesland nergens gevonden. Ging Willibrord dan ook per schip naar Friesland? Maar op de schoolplaat van Isings wordt hij toch op een paard afgebeeld.

(43) Hier wordt alvast 'voorgesorteerd' op Dorestad dat een Friese handelsstad zou zijn geweest. Dat laatste klopt wel, maar Dorestad lag niet in of bij Wijk bij Duurstede, maar was Audruicq in Frans-Vlaanderen.

(44) Vanuit Audruicq was je inderdaad snel aan de overkant en het is precies hier waar de gebruikelijke oversteekplaats naar Brittannia lag, omdat je 'de overkant kunt zien'. Het is precies deze plaats waar Willibrord aankwam op het vasteland, waar de Romeinen overstaken en waar Willebald aan land kwam, die als eerste over de marteldood van Bonifatius schreef. En precies op deze plaats ligt nu de Kanaaltunnel.

(45) Vreemd dat van die handelswaar in Friesland niets is teruggevonden.

(46) Friezen en handel kan is juist, maar dan wel de Friezen van Vlaanderen.

(47) De langeafstand is schromelijk overdreven. Het waren zeer plaatselijke handelaren. Hun schepen waren zeker niet zeewaardig, due ze gingen niet ver op zee.

(48) Het woord soms wordt hier opzettelijk genoemd. Immers in Nederland is er blijkbaar maar één kononie ontstaan: Vreeswijk, hoewel er op het kaartje maar liefst negen (9!!) worden getoond (zie het kaartje in de linker kolom met VReeswijk en Friesenheim.

(49) Hier worden twee voorbeelden gegeven, één in Nederland en één in Duitsland. Vreemd dat er geen enkele plaats in Friesland of Noord-Holland met Fris- of Fres- begint. De naam Vreeswijk zou ontstaan zijn uit Fresionouuic (Friezenwijk). Helaas! Fresionouuic (uu=w; double -u- in het Engels) lag in Frans-Vlaanderen naast nog een twintigtal plaatsnamen die beginnen met Fres- of Fris-. Dan vormt die ene plaats in Nederland toch geen enkel bewijs, ook al staat die plaats in een oorkonde van Trejectum, wat hier ook niet Utrecht is.
M.Gyssseling noemt Fresionouuic eind 11e eeuw en Vresewik in 1217 en maakt er meteen maar een handelsnederzetting van. D.P.Blok herhaalt dat, maar maakt er nederzetting van, vaak met bepaalde functie 'met genitivus pluralis' van Fresia- "Fries".

(50) Zie afbeelding hierboven. Inderdaad was de plaats Dorestad legendarisch. Het lag precies op de plaats waar men aan land kwam vanuit Brittannia, preies 'waar men de overkant ziet'. Alle kenmerken in verschillende teksten over Dorestad genoemd, komen niet overeen met de opgegraven plaats in midden Nederland, i.c. Wijk bij Duurstede.

(51) Het knooppunt van vaarwegen is erg betrekkelijk. Doorgaans liggen 'wereldhavens' aan de kust en niet halverwege het land. Dus zo gunstig lag Dorestad in Nederland niet. En het lag naast het Friese gebied, dus was geen Friese handelsplaats. Wanneer houden historici eens op met deze onzin als ware geschiedenis te blijven presenteren?

(52) Wijk bij Duurstede lag alleen maar aan de Rijn. De Lek bestond nog niet in de 8ste eeuw. Je kon aan de Rijn maar twee kanten op: stroomopwaarts of stroomafwaarts. Naar het noorden zoals op het kaartje is afgebeeld, kon helemaal niet inde 8ste eeuw. De Vaartse Rijn is pas na de 11e eeuw gegraven.

(53) Toch zou op die plek een Romeinse Castrum gelegen hebben. Het is er nooit gevonden.

(54) Voor de verklaring van die steigers: klik hier.

(55) Aangezien er geen gebouwen zijn teruggevonden, slechts vage verkleuringen in de grond, is dit verhaal speculatie: duimzuigerij.

(56) Dat bewijs je toch niet met die ene gevonden unt ter plekke? Een conclusie uit het opgravingsverslag was dat er van een 'luxe leven' geen sprake was. De inwoners bleken weinig edel of vooraanstaand.

(57) Zou Annemarieke Willemsen wel eens het opgravingsverslag in Spiegel Historiael van april 1978 gelezen hebben? In haar eigen boeken vertelt ze toch een ander verhaal. Klik hier voor dat verslag.

(58) 'ligt'? lag. Maar de opgegraven nederzettig in Wijk bij Duurstede was niet Dorestad, maar het roversnest Munna dat in 1018 op last van de keizer werd vernietigd.

(59) Van geen enkele munt is bewezen dat die in Wijk bij Duurstede geslagen is. Er is geen muntatelier aangetroffen.

(60) Dorestad was inderdaad een belangrijke plek, maar lag niet in Nederland.

(61) Dat er in Wijk bij Duurstede niet meer van te zien is, is inderdaad zo. Zelffs de replica van de Middeleeuwse boerderij wilde men in Wijk bij Duurstede niet hebben. Deze staat nu in park Schothorst in Amersfoort.

(62) Maar alle opgravingen ten spijt: er is geen enkel bewijs gevonden dat de opgegraven nederzetting Dorestad was. W.A. van Es verklaarde dat als volgt: "In Wijk bij Duurstede is geen archeologisch bewijs gevonden voor de determinatie Dorestadum". (Bron: Spiegel Historiael) Na zo'n bekentenis houdt in feite de hele discussie rondom Dorestad op!

(63) Het grootste stuk in Nederland? Waar lag de rest dan? Het is wel de grootste opgraving geweest en zeker ook de duurste. Vanwege de verplichtingen aan die subsidie gesteld moesten de opgravers wel met iets spectaculairs komen. Nou, en dat is gelukt: men vond er zomaar Dorestad, aanvankelijk erg beperkt, maar later is het door historici tot grootse proporties opgeblazen.

(64) We weten helemaal niet hoe die stad eruit zag. Dat is pure fabtasie. Overigens was het geen stad ook al heette het Dorestad, maar was het een langerekt vissersdorp in lintbebouwing.

(65) Het grootste? Een van de handelscentra, naast Quentovic, Berck, Montreuil en Desvres, allemaal in Noordwest-Frankrijk, precies tegenover Engeland.

(66) Dorestad stond inerdaad bekend als een beroemde stad. Het had meerdere kerken (!), dus al een groot geloof, maar daarvan is er in Wijk bij Duurstede geen enkele gevonden.

(67) De beroemde mantelspeld kan beter de beruchte broche genoemd worden. Zie afbeelding in de linker kolom. Met dit ene sieraad wilde men van alles bewijzen, zoals rijkdom, belangrijke handel, Christelijk geloof, invallen van de Noormannen. Men vermeldt er echter niet bij dat de broche zwaar beschadigd gevonden is onder in een put. Weggegooid? De historici maken er graag 'verborgen' van. Maar wie verbergt zo'n kleinnood dat gemakkelijk op het lijf gedragen kan worden in een (water-? beer-?) put? Bovendien is het enige voorwerp dat van enig belang zou kunnen zijn om er rijkdom mee aan te kunnen tonen.

(68) Deze broche is inderdaad een prachtig sieraad, maar is vervaardigd in Bourgondië en de vraag is hoe en wanneer die in Wijk bij Duurstede terecht is gekomen. Er is in Wijk bij Duurstede verder helemaal niets van waarde gevonden.

(69) Waarom door dames gedragen? Aanvankelijk was het op een deur getimmerde broch, waarvan de sluititng ontbrak en van een belanrijke krijgsheer geweest zou zijn.

(70) Het is inderdaad een opvallend sieraad met een diameter van 8,5 cm: ter grootte van een onderzettertje voor een theekopje. Maar het sieraad is zeker niet uniek. Er zijn meerdere van dergelijke sieraden bekend, vaak met ook de vierdeling die stond voor de vier elementen: lucht-water-vuur-aarde. Deze vier 'heidense' elementen zijn ook in de Chrstelijke kerk overgenomen.

(71) Niet een van de belangrijkste archeologische vondsten, wel de meest indrukwekkende. Het is wel de enige archeologisch vondst in Wijk bij Duurstede om er de locatie Dorestad mee te bewijzen. Lees meer over Dorestad en het opgravingsverslag van Wijk bij Duurstede.

(72) Het gezicht van Dorestad bestaat slechts uit onjuist toegepaste teksten en een broche. Zie het opgravingsverslag hiervoor genoemd.

(73) Dat Wijk bij Duurstede ooit in Friese handen was, wordt afgeleid van de naam Fresionouuic voor Vreeswijk, ofwel een cirkelredenering (bedacht door D.P.Blok (zie daar).

(74) De traditionele indeling van Friezen, Franken en Saksen in Nederland is zowel tekstueel als archeologisch niet aan te tonen, laat staan te bewijzen. Slechts op grond van verkeerd geïnterpreteerde plaatsnamen kwam men ooit tot die indeling. Lees meer over de Friezen, Franken en Saksen.


De Franken: de tekst zoals uitgesproken in deze aflevering. (Opmerkingen onder de tekst).
De Franken zien zichzelf als de ware opvolgers van de Romeinen (75) en vinden dat ze recht hebben op alle gebieden die vroeger bij het Romeinse Rijk hoorden (76). Dus ook Nederland (77). We zien een het einde van de zevende eeuw dat de mensen die het in het zuiden voor 't zeggen hebben, de Franken (78), steeds meer hun oog laten vallen op het gebied ten noorden (79). En dat heeft veel te maken met de rijkdom van Dorestad (80). Die Franken, dat was een absolute militaire grootmacht in vergelijking met de Friezen (81). Het kostte de Franken weinig moeite om Dorestad in te nemen (82). Dorestad was de grote prijs, want als je Dorestad kon controleren, dan controleerde je die enorme goederen- en geldstroom tussen Engeland, Scandinavie en het Frankische Rijk (83). De Franken hebben Dorestad wel in handen maar toch blijft het onrustig (84). Want Radbod en z'n Friezen laten zich niet zomaar weghouden van alle rijkdom (85). Ze deden aan rooftochten, ook in het Frankische Rijk (86). En dat is dan met een groep gewapende mannen (87). Dan ga je een aantal dorpen verder (88) en dan roof je daar goud, zilver of vee (89). In Dorestad werd bijgehouden waarop tol werd geheven. Daardoor weten we precies wat er allemaal werd verhandeld (90). Dierenhuiden bijvoorbeeld uit het Baltisch gebied (91). En wijn, uit het Rijnland (92). Maar ook 'Fries laken', een wollen stof die beroemd was om z'n kwaliteit (93). Het meest gewild en het duurst waren Karolingische zwaarden (94). De beste van hun tijd (95). De Franken kunnen alleen aan de Noordzee-handel deelnemen via de Maas en de Rijn (96). Maar Radbod maakt met z'n rooftochten het rivierengebied onveilig . Om de belangrijke handelsroutes naar de Noordzee in handen te krijgen moeten de Franken eerst definitief afrekenen met de Friezen (97). En daarbij krijgen ze hulp uit onverwachtte hoek. Van missionarissen uit Engeland (98). Het gezang dat men op dit moment in de documentaire hoort is overduidelijk Gregoriaans, maar dat bestond toen nog lang niet in de tijd van St.Willibrord!


Opmerkingen bij de tekst hierboven:

Hieronder zijn Sven Meeder en Erik Goosmann veel aan het woord.
Toch beschrijven ze in hun boek over Redbad de geschiedenis heel anders, meer genuanceerd (zie quotes in de linker kolom), dan in deze aflevering wordt gepresenteerd. Gaan ze straks ook zeggen dat ze "erg geschrokken zijn van de inhoud", net zoals Paul van der Heijden dat deed over de aflevering van de Romeinen waaraan hij toch zelf meegewerkt heeft? In 'Archeologie in Nederland' 2 van juni 2022 heeft Van der Heijden er een column aan gewijd, waar hij terugkomt op zijn eigen bijdrage. Zie daar.


(75) Dat is slechts door latere historici zo gesteld. De Franken wisten dat zelf niet. Ze verbleven wel in het gebied dat tevoren tot het Romeinse rijk had gehoord en vonden daar overblijfselen van dat rijk, maar gingen dat niet dupliceren.

(76) Dat recht is van eenzelfde soort mythen van latere historici. Het gebied van de Franken beperkte zich tot Neustrië en Austrasië, maar dan niet tot de omvangrijke gebieden die latere historici ervan maakten door de misplaatsingen van veel plaatsnamen.

(77) Het grootste deel van wat nu Nederland heet, heeft nooit tot het Romeinse Rijk behoord en al evenmin tot het Frankische rijk. Dat is de fundamentele vergissing waarmee de hele studie van Albert Delahaye begon.

(78) De naam Franken is een verzamelnaam van allerlei volkeren, door latere historici aan deze volkeren gegeven. Zij wilden vooral vrij zijn van elke onderdrukkig, maar dat later wel zelf deden bij andere volkeren.

(79) Ten noorden waarvan? In elk geval niet op Nederland.

(80) De hier bedoelde opgraving bij Wijk bij Duurstede was een armoedige nederzetting van vissers en jagers met de naam Munna en zeker geen rijke stad. Lees het opgravingsverslag.

(81) Die grootmacht viel wel tegen. De Franken hebben de Friezen definitief nooit kunnen verslaan. Er waren telkens opnieuw veldslagen nodig. Ook tegen de Saksen hebben de Franken ruim 30 jaar oorlog gevoerd en ze tenslotte gedeporteerd naar Duitsland.

(82) Toch was Dorestad afwisselend in Fries of Frankisch bezit. Het bleef niet definitief in Frankische handen. Het gaat hierbij wel over het ware Dorestad dat Audruicq was in Frans-Vlaanderen, Lees meer over het ware Dorestad.

(83) Van die handel is in de gnoemde gebied niets gebleken uit archeologisch opgravingen. Dat hier en daar een bepaald type aardewerk overeenkomt, toont nog geen uitgebreide handel aan.

(84) Zie opmerking onder punt 82.

(85) Welke rijkdom wodt hier bedoeld? Die ene broche uit Wijk bij Duurstede, die overigens van een eeuw later dateert? Blijkbaar maken historici geen onderscheid tussen gebeurtenissen waar een eeuw of meer tussen zit.

(86) Rooftochten? Zie opmerking hiervoor bij punt 85.

(87) Gewapende mannen? Uiteraard doe je dat niet in je eentje. Dat haalt de kronieken niet, die overigens allemaal door de Franken geschreven zijn. Propaganda ten top.

(88) Een aantal dorpen verder? Maar waren er dan meerdere dorpen? Welke dan? Dorestad was toch de enige stad in heel Nederland volgens de traditie? Zie ook onderstaande afbeelding uit deze aflevering waar maar één plaats op te zien is.


(89) Roof van goud en zilver? Waar is dat gebleven? Daar is archeologisch niets van teruggevonden. En dan moet je niet aankomen met de Vikingschat van Winsum die te pas en onpas daarvoor opgevoerd wordt.

(90) Op die tollijsten zullen zeker niet de geroofde producten hebben gestaan.

(91) Dierenhuiden zullen zeker gebruikt en verhandeld zijn, maar of die helemaal uit de Baltische landen kwam is een aanname, ofwel een hypothese. Hier wordt een voorbarige relatie gelegd om de latere geschiedenis van de Vikingen mee te bewijzen.

(92) Wijn zal zeker van elders gekomen zijn, maar er is nooit wijn teruggevonden in Nederland. Ook dat is een hypothese.

(93) Fries laken kwam uit Frans-Vlaanderen, maar dateert van eeuwen later. Het genoemde 'Fries laken' bleek wol te zijn. Maar echt Fries laken, kwam uit Vlaanderen, waar ook vlasteelt was.

(94) Karolingische zwaarden, waarvan er maar enkele terugevonden zijn, kwamen uit een bepaalde periode die historici later de Karolingische tijd zijn gaan noemen. Dat was de periode van ca. 750 tot ca. 950. Dat is wel een verscil van 2 eeuwen ofwel ruim 6 generaties.

(95) Niet de beste van hun tijd, maar de enige uit die tijd.

(96) Wat te denken van de Schelde, de Somme, de Oise en Seine en de talloze rivieren in Frans-Vlaanderen, zoals de Wimereux, de Authie, het Almere en de Hem en de Lys en Leie die allemaal uitmonden in de Noordzee of het Kanaal?


(97) Zie bij punt 96 hiervoor. Dat wordt uitgebeeld met de afbeelding hierboven uit de TV-uitzending, met een afbeelding van brandende dorpen, plundering, dood en verderf. Kwam Redbad uit Duitsland? Of kwamen de Franken -gezien de witte pijl- uit Duitsland?

(98) Zouden die missionarissen hebben meegewerkt aan brandstichtingen, plunderingen en dood en verderf?

Het blijft opvallend dat toch gestudeerde historici hun medewerking hebben verleend aan dit toch wel erg kinderlijk vertelde verhaal, dat bovendien ver bezijden de historische waarheid is. Opvallend? Of heel begrijpelijk nu op de historische faculteiten de studierichting mediëvistiek opgeheven is! Historici van toch enige naam hebben hun medewerking gegeven aan deze uitzendingen en daarmee hun reputatie, als die er al was, te grabbel gegooid.


Vervolg van de tekst, zoals in de TV-uitzending uitgesproken. (Opmerkingen onder de tekst).

Die komen naar ons land om het christelijk geloof te verspreiden en daar voelen de Franken wel voor (99). Want als de Friezen eenmaal christelijk zijn, zullen ze de Frankische koning gehoorzamen (100). Die wordt namelijk gezien als verdediger van de christelijke kerk (101). De missionarissen krijgen dan ook Frankische soldaten mee (102). Het is nog maar de vraag of de Friezen zich wel laten bekeren (103). Voor hen is het geloof altijd een vrije keuze geweest (104). De Friezen bepalen zelf hoe ze hun doden begraven en wat voor offers ze brengen (105). Hun geloof is een persoonlijke beleving waar niemand tussen komt (106). Maar de missionarissen hebben in de praktijk geleerd hoe ze mensen het beste kunnen bekeren (107). Door heldere argumenten te gebruiken bijvoorbeeld en geen moeilijke woorden (108). ook zijn mysterieuze gebaren heel populair zoals het bidden met gevouwen handen (109). Maar wat nog het meeste indruk maakt is het kapot maken van heidense tempels (110) en dat stuitte op heel wat weerstand (111). Het is iets wat je als missionaris moest doen. Je moest heiligdommen vernietigen (112). En als dan bleek dat de heidense goden die daar vereerd werden in niets lieten blijken dat ze daar iets tegen hadden dan gaf dat meteen aan dat dat, ja, slappe hap was (113). Wat dat betreft was die Christelijke God dus veel sterker dan die heidense goden (114). Die eerste missionarissen komen eigenlijk gewoon aan met een betere tovenaar. Iemand die meer mirakelen kan verrichten dan ze in hun bestaande geloof kenden (115). Germaans, Keltisch, er waren allerlei vormen van geloof, vooroudergeloof, demonengeloof wat die hen te bieden hadden (116). In een natuurgeloof werden voortdurend nieuwe goden aanbeden. Maar niet eerder moesten voor een god, alle ander goden wijken (117). De Friezen zouden zich dan ook nooit laten overtuigen om hun eeuwenoude tradities op te geven en geen mensenoffers meer te brengen. Behalve door een wonder (118). Willibrord, apostel der Lage Landen. Hij komt naar Nederland met een gevolg van elf missionarissen. Dus dat is de eerste groep mensen. Willibrord kennen we als een goede verbinder. Dus hij heeft waarschijnlijk snel een groot gevolg om zich heen verzameld. Waarschijnlijk wist hij heel goed contact te leggen met mensen en hen te overtuigen van de voordelen van het Christelijke geloof (119). In Rome is hij door de paus gewijd tot aartsbisschop der Friezen. Hij hoeft zijn kudde alleen nog maar te bekeren en daarvoor kreeg hij van alles mee zoals prachtige schalen en kelken van zilver die vooral zijn bedoeld om indruk te maken op de ongelovigen. het is de eerste stap om hen te bekeren (120). Maar kostbaarder dan al dat zilverwerk zijn een paar relieken die de paus hem heeft gegeven. Het zijn overblijfselen van heiligen, zoals stukjes bot. Die zouden dezelfde krachten bezitten als de heiligen zelf en wonderen kunnen verrichten (121). Relieken dat zijn in feite overblijfselen van mensen die als heilige werden vereerd. En als je je wilt richten tot God of tot Jezus Christus, dan kon je dat ook doen via relieken van zo'n heilige (122). Deze relieken hadden in de praktijk veel succes omdat ze aansloten bij het heidense geloof in voorwerpen met een ziel (123). Ze werden bewaard in dit soort prachtige kistjes. Dat geeft al aan hoe belangrijk de relieken waren (124).
Opmerkingen bij de tekst hierboven:

(99) Daar voelen de Franken wel voor? Waar voor? Dit is wel een erg infantiele voorstelling van zaken, leuk voor groep 6 op de basisschool, maar voor volwassenen in een -wat toch door moet gaan voor een - serieuze TV-serie?

(100) Het ging niet om het geloof, maar om uitbreiding van macht. Het geloof verspreiden was gewoon de legitimatie voor eigen misdragingen. De Franken misbruikten het Christelijk geloof slechts voor uitbreiding van hun macht. Als de heidense Friezen het christelijk geloof zouden aanvaarden, zouden ze hun eigen geloof en cultuur moeten afzweren.

(101) Zo ver was het nog lang niet toen Willibrord aan land kwam. Dat zou pas gebeuren onder Karel de Grote die het Christelijk geloof misbruikte voor uitbreiding van eigen macht en onderdrukking van andere volkeren.

(102) Dat gebeurde pas bij Bonifatius, maar heeft niet geholpen zoals we weten. Hij werd vermoord door de Friezen bij Dockynchirica dat niet Dokkum was, maar Duinkerke.

(103) Dat is inderdaad ook niet gelukt zoals uit het verloop van de geschiedenis blijkt. Willibrord moest zich 'teleurgesteld' terugtrekken in zijn klooster Echternach en daar zeker verder zat te kniezen om die vermaledijde Friezen, of zoals monseigneur Muskens dat ooit verwoordde: "de Friezen wilden niet". Op deze manier maakt bisschop Muskens van St.Willibrord een lafaard en een slappeling en maakt hem de enige reden afhandig waarom hij tot patroon van de Nederlandse kerkprovincie werd verheven.

(104) Die vrije keus was dus maar beperkt. Je kon je niet onttrekken aan het offeren van mensen door lot.

(105) Dit staat in schril contrast met de eerder getoonde offerdood van die twee kinderen, waar hun moeder het helemaal niet mee eens was, maar gedwongen werd.

(106) Zie (104) en (105). De persoonlijke beleving mocht niet afwijken van de algemeen aanvaarde en gestelde gewoonten en normen, zoals dat in alle godsdiensten geldt.

(107) Die praktijk blijkt wel uit de wijze waarop deze missionaris, naar later blijkt was dit Willibrord, de hut de hut van de vrouw in kwestie betreedt met enkele gewapende Franken: intimidatie. Het was toen al de doop door het kruis of de dood door het zwaard.

(108) Die heldere argumenten bestonden blijkbaar uit het omtrappen van het persoonlijke altaartje van deze vrouw, waarop zij haar geofferde kinderen herdacht. Ook het vernielen van afgodsbeelden en omhakken van heilige eiken viel blijkbaar onder die heldere argumenten. Een eik omhakken? Dat kun je als eenvoudige missionaris zomaar niet. En dan in Friesland? Groeiden daar eiken? Maar ja, ook daar is een eenvoudige uitleg voor. Volgens historieverteller Lammert de Hoop in Dokkum gebeurde dat ook niet in Friesland, maar ergens in Duitsland. Let vooral op dat 'eregens'. (Bron: Roderick zoekt Licht: Dokkum). Ook de doodskist van Beitske (nr.14) kwam uit Duitsland, toch?

(109) Wat er mysterieus is aan gevouwen handen zal menigeen ontgaan.

(110) Het 'verkondigen' van het christelijk geloof zoals het hier wordt getoond, lijkt meer op de Taliban dan op naasteliefde, wat toch het belangrijkste gebod in dat geloof is. Van respect voor anderen en andermans zaken is weinig sprake. Maar dit moet men niet letterlijk zo opvatten, maar het zou gaan om de symboliek en de wijze waarop het in de Frankische kronieken beschreven werd.

(111) Dat het op weerstand stuitte heeft Bonifatius mogen ervaren met zijn dood. Hier wordt het in beeld gebracht doordat de vader die plots komt binenstormen en Willibrord wil aanvallen, maar wordt aangepakt door de Frankische soldaten. Zo moeten we ons voorstellen dat die bekering zich heeft voorgedaan: met het zwaard, wat zeker onder Karel de Grote van toepassing was.

(112) Daaruit spreekt dat men dus weinig respect had voor andere geloven en mensen die dat gellof aanhingen. Niet erg Christelijk, waarbij Jezus toch vooral naastenlefde predikte.

(113) Zo drukt Marco Mostert zich een beetje kinderlijk uit, om aan te geven dat er door die heidense goden toch verder niets gebeurde.

(114) Zou die Christelijke God dan wel iets gedaan hebben of iets hebben laten zien?

(115) Ja, uiteraard: een wonder. De twee geofferde en verdronken kinderen werden door Willibrordus weer levend, veilig en gezond aan land gebracht. Uiteraard lieten de Friezen zich nu bekeren, al blijkt dat niet uit de reste van de vaderlandse geschiedenis. Mgr.Muskens verklaarde dat in 1989 met "de Friezen wilden niet", waarna hij uitweek naar Echternach. Zo maakt Muskens van Willibrord een lafaard en een slappeling, wat historisch gezien volkomen naast de waarheid is en maakt Willibrord de enige reden afhandig waarom hij tot patroon van de Nederlandse kerkprovincie werd verheven.

(116) Cultuurhistoricus Herman Pleij doet er nog een schepje bovenop met enkele mythen en sagen.

(117) De 'natuur'godenn zijn nooit helemaal losgelaten. De Roomse kerk heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt om enkele eigen feesten mee te vereenzelvigen, zoals Allerzielen, Kerstmis en Pasen.

(118) Ja, dan wil je wel geloven in die nieuwe god. Maar dat dit wonder echt gebeurd is, staat slechts op papier.

(119) Volgens Annabel Dijkema. conservator Museum Catharijneconvent. Ik kan haar slechts aanraden de kerkgeschiedenis eens te gaan bestuderen, zodat mythen van waarheid worden gescheiden. Er is wel vaak sprake van 'waarschijnlijk'.

(120) Volgen we de verdere geschiedenis, dan blijkt dat van die bekeringen van de Friezen weinig terecht is gekomen, ondanks al dat zilverwerk.

(121) Over wonderen zijn we snel uigepraat. Die gebeuren niet tenzij je erg goedgelovig bent en allerlei natuurverschijnselen gaat toeschrijven aan de macht van een God. Spontane genezingen zijn al net zo wonderlijk. In het Mirakelboek van Amersfoort werden diverse wonderen beschreven. Opvallend hierbij was dat ruim 75 procent van de wonderen zich heeft voorgedaan tussen de jaren 1444 en 1450. Over de periode van 1450 tot 1484 deed zich nog maar 18 procent van het aantal wonderen voor. Na dat jaar gebeurden er nog nauwelijks wonderen en met het toenemen van de nuchterheid van de bevolking (en het opkomen van het protestantisme) was het na 1545 helemaal afgelopen met die wonderen. Na 1545 heeft zich geen enkel Ďwonderí meer voorgedaan, dan slechts het behoud van deze traditie. Met de opbrengsten van de pelgrimage is de O.L.Vrouwetoren gebouwd.

(122) Marco Mostert maakt er toch weer een erg simplistisch verhaal van. HIj is blijkbaar niet op de hoogte van het feit dat men in Utrecht pas in 1301 de eerste relieken vanuit Echternach kreeg, die naar later bleek, niet ouder waren dan de 12e eeuw (sic!). Dit verhaal hoort op deze plaats niet in deze aflevering thuis.

(123) Maar dat was toch niet de bedoeling? Zie opmerking bij nr.117.

(124) Beter is te spreken van 'Hoe belangrijk de relieken voor de Kerk waren'. Ze brachten immers geld op van de goedgeloveige middeleeuwer. Het was een van de ergernissen van Luther die tegen deze aflatenhandel in verzet kwam.

Vervolg van de tekst, zoals in de TV-uitzending uitgesproken. (Opmerkingen onder de tekst).

Dus eerst werden de Friezen overgehaald zich te laten bekeren met relieken die bijzondere krachten zouden hebben (125). Maar dan moesten ze vervolgens wel afzien van hun eigen geloof in dat soort voorwerpen (126). Ze moesten het zelfs zweren volgens de Utrechtse doopbelofte. Dat waren verplichte vragen en antwoorden in de volkstaal van toen. Als je goed luistert, kun je het nog verstaan (127). 'Gelobistu in got alamehtigan fadaer?' En dan moest je antwoorden: 'Ec gelobe in got alamehtigan fadaer.' Marco Mostert vervolgt met: 'Gelobistu in halogan gast? Ec gelobo in haligen gast'. Kijk die doopbelofte is als het ware een dialoog tussen de missionaris die de net bekeerde heide wil gaan dopen en de bekeerling zelf. Die moeten laten zien dat zij niet langer geloven in de heidense goden en dat zij inmiddels zijn gaan geloven in God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest (128). Wie zich tot Christen laat dopen breekt radicaal met z'n verleden. Alles wat je in je jeugd geleerd hebt, is niet meer waar. Bomen zijn niet meer heilig (129) Er zijn geen waterbronnen meer waar je naartoe kan om contact te maken met je voorouders. Je moet alles loslaten (130). En wat betekent het voor Radbod? Kan hij zijn dochter loslaten? Heeft hij er vrede mee dat ze na haar dood op een andere plaats terechtkomt dan hij? (131) Tot nog toe heeft Radbod zich afzijdig gehouden. Maar nu moet hij kiezen. Voor het geloof van zijn voorouders of het geloof van zijn dochter. Het zal voor Radbod een lastige keuze zijn geweest of hij wel of niet die christelijke boodschap moest accepteren (132). Omdat hij niet met een paar christelijke armoedzaaiers in de hemel wil zitten na zijn dood, maar liever met zijn dappere voorouders in het walhalla, zeg maar, in de heidense hemel (133). Radbod opereerde in een veel grotere en niet per se christelijke wereld. Dus doordat hij zich bekeerde tot het christendom zou hij zich gaan vervreemden van zijn niet-christelijke partners. Bijvoorbeeld in Scandinavisch Europe of in het noorden van het Saksische deel van Duitsland. En het zou zelfs nadelige gevolgend kunnen hebben gehad voor bijvoorbeeld zijn handel met deze niet-Christelijke gebieden (134). Radbod die dacht: 'Dan doe ik het toch maar niet' en hij trekt zijn voet terug uit het doopvont. En dat laat zien dat hij er wel serieus over nadacht (135). Dus dat Radbod zichzelf niet heeft bekeerd tot het christendom zegt niet alleen iets over de religie. Dat betekent dat hij al die aspecten heeft moeten afwegen en kennelijk in zijn leven er niet van overtuigd was dat het voor hen op dat moment voordelig was om over te stappen (naar een andere geloof) (136).

Opmerkingen bij de tekst hierboven:

(127) Zie tekst 27a en 27b bij de Canon van Nederland. Deze tekst is afkomstig uit een laat-middeleeuwse legende. Het zou een Oud-Sakische doopgelofte zijn uit eind 8ste eeuw (dus niet uit de tijd van Radbod) en ouder zijn dan de bekende zin "Hebban Olla Vogala...." uit ca. 1100, dat lange tijd is aangemerkt als de oudst bekende zin in het Oudnederlands. Het is een interlineaire quasi-glosse, die in 1932 in Oxford door de Engelse germanist Kenneth Sisam werd ontdekt op de laatste bladzijde van een Oudengels prekenhandschrift uit de abdij van Rochester. Onderzoek uit 2004 door Frits van Oostrom lijkt erop te wijzen dat deze tekst waarschijnlijk is geschreven door een man, maar dat het taalgebruik dat van een vrouw is. De meeste taalkundigen waren het er lang over eens dat de tekstregel in een West-Vlaams dialect van het Oudnederlands was geschreven. Tegnwoordig meent men ook dat het in het Oud-Engels is geschreven, wat weer terug te herleiden is tot de vindplaats te Rochester. Maar dat uiteraard geen sterk argument. Een Romeinse munt in Engeland gevonden is toch ook geen Engelse munt?
Maar er zijn nog oudere teksten bekend, zoals de Wachtendonckse Psalmen (van halfweg 10e eeuw), terwijl er losse zinnetjes bekend zijn uit de 9de, 8ste en zelfs 6e eeuw. Lees meer bij het Diets.

(128) Er kwamen dus drie Goden in de plaats van die ene god van de heidenen: de natuur! Hoe overtuigend was dat voor die 'heidenen'. Etymologisch betekent 'heiden': boers, woest. Denk aan heide: woeste, onbewerkte grond, maar ook in heidens karwei, schier onmogelijk. Het tegenover gestelde is 'heilig' ofwel 'volmaakt'.

(129) Toch zijn 'heidense' gebruiken dankbaar door de Christelijke kerk overgenomen, wat wel blijkt uit de naamgeving van enkele dagen van de week. Ook de betekenis van vuur (het branden van een kaars, de Paaskaars), de betekenis van water (doop), dag en nacht en de maan (licht en donker in de Paastijd, de cyclus van de maan die de Paasdatum bepaalt -ook in de Islamd: Ramadan) en dergelijke symbolen uit de 'heidense' gebruiken zijn in de Christelijke godsdienst overgenomen. Zie de Chrstelijke symboliek, die ook in de Bijbel voorkomt, zoals de herder en het Lam, de palmtak en de duif, de vis en vissers, de appel en de slang, enz. enz.

(130) Dat alles losgelaten moet worden is een farce. De natuur om je heen en de natuurverschijnselene kun je niet loslaten. Daarin leef je! Daarin besta je! Zie ook nr.1209 hiervoor.

(131) Een stuk geschiedvervalsing. In de teksten is geen sprake van de dochter van Radbod, maar slechts van zijn voorouders. Bovendien is het iet Willibrord die Radbod zou dopen, maar St.Wulfram, bisschop van Sens in Frankrijk. De hier in beeld gebrachte tobbe lijkt wel erg veel op de traditionele afbeeldingen van de doop van Radbod, zoals men zich dat in de 18e eeuw (1796) voorstelde. Deze doop plaats men traditioneel in Medemblik, waar archeologisch geen enkel spoor is gevonden van enig verblijf van Radbod (het gaat hier wel over begin 8ste eeuw).

(132) Die keuze was voor Radbod helemaal niet lastig, zoals Erik Goosmann stelt. Hij was er namelijk stellig van overtuigd dat hij liever zijn talrijke voorouders zou zijn, dan alleeen in het christelijke hiernamaals, met zoals Sven Meeder stelt, met een paar christelijke armoedzaaiers.

(133) Onder een aanspreken muziekje wordt de scene van de mislukte doop van Radbod een beetje pontificaal in beeld gebracht. Goosmann en Meeder spreken elkaar hier een beetje tegen, maar dat is gebruikelijk bij historici die het niet weten omdat ze er niet bij waren en zich teveel laten leiden door de Frankische kronieken waarover ze zelf schrijven dat je die moet beoordelen als Frankische en vooral Christelijeke propaganda. Zie nr. (132) hervoor.

(134) Hier wordt door Erik Goosmann ook geschiedvervalsing gepleegd. Radbod liet zich helemaal niet leiden door zijn niet Christelijke partners, slechts door de verblijfplaats van zijn voorouders. Radbod had helemaal geen handelsrelatie of iets dergelijks met de Scandinavische landen of de Saksen in Noord-Duitsland. De Saksen woonden aan de kust van Het Kanaal, aan de Litus Saxonicum. Maar dat zal Goosmannn niet geweten hebben doordat hij nog opgeleid is in de tradities. Die hier genoemde handel vond helemaal niet plaats tijdens het leven van Radbod, maar pas vele eeuwen laten in de tijd van de Hanze (eind 13e en 14e eeuw: 1356 tot 1862) en dat waren vooral geen Frieze steden.

(135) Aldus volgens Marco Mostert. Maar dat serieuze viel wel mee, als je de enige bron die dit vermeld mag geloven. Slechts het verblijf van zijn voorouders in het Walhalla, was het enige argument van Radbod om niet Christelijk te willen worden.

(136) Ook Sven Meeder blaast dit detail in de geschiedenis op tot enorme proporties. Het was slechts een simpel besluit van Redbad, niet meer, maar ook niets minder. In de Christelijke traditie wordt van het weigeren van de doop weer een wonder gemaakt. Immers Radbod sterft nog hetzelfde jaar dat hij de doop weigerde. Dat zou in 719 gebeurd zijn. Andere bronnen maken er 723 van.

Dan wordt het landschap van Nederland uit die tijd nog eens in beeld gebracht. Zoals duidelijk te zien is: het was niet uitnodigend om er te verblijven, laat staan er te gaan wonen. Het is dan ook een onjuiste voorstelling van zaken dat St.Willibrord juist daar ging prediken (waar niemand woonde) en er vele missiereizen in een onwaarachtig groot missiebisdom zou hebben gemaakt. Hoe kwam hij van Antwerpen (?) in Utrecht? Hoe reisde hij naar en door Noord-Holland en Brabant? Vergeet niet dat de eerste graaf van Holland nog zeker pas 3 eeuwen later zou optreden in Holland. Hoe kwam hij in Helgoland?


Vervolg van de tekst, zoals in de TV-uitzending uitgesproken. (Opmerkingen onder de tekst).
Het kostte veel moeite om de Friezen te bekeren. Ze wilden namelijk zaken blijven doen met zowel cjristelijke als niet-christelijke volken (137). Christen worden is dan niet handig, omdat dat geloof elke andere uitsloot. Dus toen begon al dat typische Nederlandse schipperen tussen koopman en dominee (138). Houd ik vast aan mijn geloof of verdien ik liever wat geld? (139). Radbod besluit zich niet te laten bekeren en blijft trouw aan zijn Friese tradities en geloof (140). Hij vecht door tegen de Franken, ook al wordt hij keer op keer verslagen (141). We kunnen niet concluderen dat Radbod een slechte veldheer was. Waarschijnlijk was het een sterke militaire leider van die Friezen die toch meerdere decennia de controle over een grote groep Friezen heeft weten te houden (142). Uiteindelijk moet Radbod de wapens neerleggen. Hij wordt gedwongen vrede te sluiten en een groot deel van zijn gebied af te staan (143).

Nu Radbod was verslagen kwam de bekering van de Friezen pas echt goed op gang (144). Er werden kerken en kloosters gebouwd (145). Hier onder de Dom van Utrecht kun je daar nog steeds de fundamenten van zien (146). Door het werk van missionarissen als Willibrord verspreidde het christendom zich als een olievlek (147). Gelovigen schonken na hun doop vaak een stuk grond waarop een kerkje mocht worden gebouwd (148). Zo ontstonden overal christelijke gemeentes, die zich met elkaar verbonden (149). Dat het christendom echt aansloeg bleek wel uit de namen van kinderen. In plaats van germaanse namen als Adelbert en Hildegard werden ze steeds vaker vernoemd naar heiligen als Nicolaas en Catharina (150).


Opmerkingen bij de tekst hierboven:

(137) Typisch voorbeeld van het poldermodel waar Nederland later zo goed in was. Zie ook opmerking 134.

(138) Zie ook de vorige opmerking. Maar dominees bestonden nog niet in de 8ste eeuw. Het zou nog zeker 7 eeuwen duren voordat er uberhaupt dominees bestonden.

(139) Ook hier wordt de geschiedenis wat simpel voorgesteld. Alsof men die afweging maakte, waarbij opgemerkt moet worden dat geldhandel nog nauwelijks bestond in de tijd van Radbod, dan slechts in de fantasie van enkele historici. Men redeneert gebruiken uit de late middeleeuwen terug op de situatie in de vroege middeleeuwen, wat bekend staat onder de term 'hineininterpretieren'. Het is niet voor niets een Duitse term (vooral door Duitse historci vaak toegepast) en komt erop neer dat men een tekst zo uitlegt dat men daarin het bewijs vindt van een vooropgezette mening!

(140) Radbod besloot zich niet te laten bekeren tot het geloof van de vijand, zou een betere verklaring zijn. Wat dan de Friese tradities en geloof is wordt niet vermeld.

(141) Uit het 'keer op keer' is al op te maken dat er meerdere veldslagen zijn geweest tussen de Friezen en Franken, wat historisch volkomen juist is. Maar, opvallend, al die veldslagen vonden plaats in Frankrijk! De Friezen speelden blijkbaar alleen uitwedstrijden. Zouden zij vanuit Friesland even naar Noord-Frankrijk getrokken zijn om weer een veldslag te voeren om weer verlies te leiden? Dat er meerdere veldslagen gevoerd werden betekent ook dat de Franken de Friezen toch niet konden verslaan.


Alle veldslagen tussen de Romeinen en Friezen en tussen de Franken en Friezen hebben zich voorgedaan in het noorden van Frankrijk. (Klik op de kaart voor een vergroting). Kwamen de Friezen steeds vanuit Friesland voor hun veldslagen naar Noord-Frankrijk of woonden zij dáár?

(142) Aldus volgens Sven Meeder. Zou het niet zo zijn dat juist de Franken slechte strijders waren? Behalve dat ze van de Friezen niet konden winnen, lukte dat ook niet van de Saksen, waartegen ze ruim 30 jaar gestreden hebben.

(143) Hier komen we op het heikele punt waar de geschreven bronnen en de opvattingen van de historici elkaar niet bevestigen. Op grond van de aangenomen geschiedenis waarbij de Friezen in westelijk en noorderlijk Nederland waren geplaatst, ontstond de opvatting dat Holland, Utrecht en Friesland en Groningen nu in handen van de Franken kwam. Echter in (bijna) alle historische atlassen wordt dat niet afgebeeld (zie de kaartjes hieronder en in de linker kolom). Het gebied van de Friezen blijft apart zowel in 716, in 754 en in 826 (zie de jaartallen op de kaartjes). Oostelijk Nederland zou Saksisch zijn. Maar de archeologie bevestigt die driedeling allerminst, zoals Annemarieke Willemsen van de RMO heeft aangetoond.



(144) De aflevering komt nu aan in Utrecht. Volgens Daan Schuurmans kwam de bekering van de Friezen nu echt goed op gang. De waarheid is echter dat de bekering van de Friezen nooit gelukt is. Was het niet bisschop Muskens die in 1989 opmerkte dat "de Friezen niet bekeerd wilde worden". Zie ook opmerking onder nr. (103) en (115).

(145) Het is een volgende uit het verband gerukte bewering van de makers van dit programma. Hebben historici de redactie van dit programma niet gewezen op deze misvatting? De oudste kerken en kloosters in Nederland stammen uit de 11de en 12de eeuw en niet uit de 8ste eeuw. Wie dat laatste beweert moet dat maar eens bewijzen en dat is tot heden niemand gelukt dan met wat beweringen op grond van onjuiste aannames. Lees meer over kerken in Holland en kerken in Brabant. Het oudste klooster in Utrecht stamt uit 1050. Lees meer over dat oudste klooster, waarbij nog een aantal vraagtekens gezet kunnen worden. Het zou gaan om een verplaatst klooster vanuit Leusden (de Hohorst) waarvan ter plaatse geen enkel archeologisch bewijs van bestaan is gevonden. Dan houdt het toch op?



(146) Hier wordt met stelligheid een aperte leugen verteld. Onder de Dom te Utrecht is niets gevonden van een kerk uit de 7e of 8ste eeuw. Enkele forse Romeinse keien worden in beeld gebracht (zie afbeelding hierboven), waarmee je niets aantoont over de 8ste eeuw. Lees meer bij Utrecht

(147) Van die verspreiding van het christendom is geen enkele sprake geweest, wat al blijkt uit het vervolg van de geschiedenis. Dat het christendom niet aansloeg was ook de reden voor Bonifatius om nog een keer naar de FRiezen te gaan, met het catastrofale gevolg van zijn dood.



(148) Volgens de afgebeelding hierboven worden de plaatsen Utrecht, Egmond, Nijmegen (?), Susteren en Echternach (?) bedoeld. Maar ook hierbij gaan de makers in de fout. In al deze plaatsen bestaat geen enkele kerk uit de tijd van Willibrord. Zie opmerking bij nr. (145). De oudste St.Willibrorduskerken stammen uit de 12de eeuw.

(149) Die hier genoemde christelijke gemeentes ontstonden pas in het tweede millennium en wel pas in de 12de eeuw en daarna. Er is geen enkel tekstueel of archeologisch bewijs dat er voor die tijd al kerken bestonden in Nederland. Lees ook bij nr. (145).

(150) Over de naam Adelbert bestaat een duidelijke bewijs van de misvatting van deze stelling. Lees meer bij Adelbert. De hier genoemde namen als Nicolaas en Catharina komen in Nederland niet voor vóór de 11de eeuw. De oudste 'kerk' met de naam St.Nicolaas was de Kapel op het Valkhof die uit 1085 dateert. De naam werd vanuit Bari in Italië geïmporteerd door schippers. Daarvoor was St.Nicolaas in Nederland nog volledig onbekend. Alle naar Catharina genoemde kerken en kloosters stammen pas van na de 13e eeuw. Het Catharijne Convent in Utrecht roept meteen de associatie op met de naam Hoog-Catharijne, het winkelcentrum bij het station. Op die plaats was oorspronkelijk de Johanniterorde (1251-1528) gevestigd op het Catharijneveld. Ná 1251 is er in een document sprake van een Catharinakerk in Utrecht. De Johanniters hadden de naam Chatharina meegebracht vanuit het H.Land (Palestina, nu Israël). Ook elders ontstonden kloosters met de naam Catharina, zoals in Alkmaar in 1394, dat een vrouwengemeenschap was.


Het landschap van Nederland zoals dat meerdere keren in Het Verhaal van Nederland wordt voorgesteld. En in dit veen-, moeras- en waddengebied zouden de missionarissen als Willibrord, Bonifatius, Ludger, Lebuinus, Plechelmus en anderen rondgelopen en gepredikt hebben? Wie woonden er en waar? Wie bekeerde men er en waar? Er bestonden nog geen kerken en/of andere belangrijke gebouwen (zie ook opmerking bij nr. (145).


Bonifatius en Dokkum.
En dan komen we -onder vrome muziek- aan in het jaar 754 (151). Kloosters zijn heel belangrijk voor de bekering van Nederland. Hier worden religieuze teksten overgescheven en nieuwe missionarissen opgeleid (152). Het is de enige plaats waar je kunt leren lezen en schrijven want er bestaan verder nog geen scholen (153). Daarom worden kinderen vaak op zeer jonge leeftijd aan het klooster afgestaan (154). Scholing was erg belangrijk, scholing in het christendom uiteraard en in de belangrijkste christelijke regels en teksten. We zien dan ook heel snel dat in Utrecht niet alleen een klooster wordt gesticht maar ook een kloosterschool (155). En die blijkt heel belangrijk te zijn want daar komt de volgende generatie heiligen vandaan (156). Ook Bonifatius is op zijn zevende door zijn ouders naar het klooster gebracht (157). Hij heeft zijn hele leven aan de kerk gewijd en wordt de opvolger van Willibrord (158). Willibrord en Bonifatius hebben een tijdje samengewerkt. Bonifatius was van een volgende generatie, kwam later aan in Utrecht. Toen was Willibrord daar al aan het werk. Maar die karakters botsten erg met elkaar. Willibrord komt in de bronnen over als een meer relaxte missionaris, wat flexibeler. Bonifatius komt over als iemand die een stuk mindere geduld heeft. Bijvoorbeeld een doop uitvoeren die niet precies volgens de voorschriften gebeurt, dan heb je aan Bonifatius een verkeerde (159). Naast missionaris was Bonifatius de grondlegger van de kerk in Duitsland. Hij werd door de paus zelfs benoemd tot aartsbisschop (160). Tot hij op een gegeven moment zo'n 80 jaar oud is, bijna stekeblind en op dat moment besluit hij: Ik zoek een opvolger voor mijn bisschopspositie in Mainz (161). En ik ga die oude droom nog een keer volgen. Ik ga terug naar Friesland en ik ga daar die missie opnieuw beginnen (162).

Opmerkingen bij de tekst hierboven:

(151) Het jaar 754 is het enige jaartal dat over Dokkum in de hele periode van meerdere eeuwen bekend is. Daarna blijft de geschiedenis van Dokkum tot 1224 blanko. Geen enkel bericht bereikt ons ervóór of erná. Daaruit blijkt al dat ook dat ene jaar 754 daar niet thuishoort. Er is geen voorgeschiedenis en bestaat ook geen geschiedenis erna. Lees meer over Dokkum.

(152) De oudste kloosters in Nederland waren de abdij van Egmond uit de 10de eeuw en het klooster in Utrecht uit de 11de eeuw. Lees meer over Egmond en lees meer over Utrecht.

(153) Dat er geen scholen bestonden in Nederland in de tijd van Bonifatius is geheel juist. In Nederland bestond in de tijd van Bonifatius helemaal niets wat in de geschreven bronnen vermeld wordt. Scholen bestonden wel binnen het rijk van Karel de Grote. Hij zou toch de scholen 'hebben opgericht'? Maar ook die scholen stonden in dienst van de Kerk, zoals de kloosterscholen. Nederland hoorde in elk geval niet bij dat rijk van Karel de Grote. Hoe waar kan een verhaal lopen!
Volgens Annemarieke Willemsen was het Dordrecht (ca.1283) dat als eerste stad in het huidige Nederland een school kreeg die niet onder de geestelijkheid viel. Ook hier weer de 'opleving' van Holland in de 13de eeuw, zoals met zoveel andere zaken (dijkenbouw, ontginningen) die juist in die eeuw aanvangen.

(154) Kinderen moet zijn jongens. Alleen jongens gingen naar school om opgeleid te worden voor een functie binnen de kerk. Meisjes gingen helemaal niet naar school. Het was in die tijd niet anders dan in veel islamitische landen vandaag de dag.

(155) De kloosterschool in Utrecht zou er al geweest zijn voordat er een klooster was. De plaatsing van Gregorius en zijn kloosterschool in Utrecht is al even onjuist als de plaatsing van Willibrord ter plaatse. Het eerste en oudste klooster was de St.Pietersabdij uit 1050. Lees meer over St.Pietersabdij.En juist in die kloosters werden teksten vervalst ter eigen eer en bezit. Zo kwam de abdij van Echternach aan bezittingen in Nederland, met name in Brabanat. Lees meer over Lees meer over Echternach en over vervalsingen.

(156) Wat hier beweerd wordt is complete onzin. Alsof in kloosters heiligen werden opgeleid. Hier past weer de uitspraak van prof.L.J.Rogier: "vóór het jaar 1559 is van enige officiële verering van Sint Willibrordus, Sint Bonifatius en andere geloofsverkondigers in Nederland geen spoor te vinden". Die heilligheid ontstond dus pas ná 1559.


(157) Die leeftijd van precies zeven jaar is wel erg gekoppeld geworden aan de eerste klas van de latere lagere school.

(158) Dat Bonifatius de opvolger was van St.Willibrord, spreekt hij zelf tegen. Zo komen wel de mythen tot stand.

(159) Allemaal volgens Sven Meeder. Blijkbaar heeft hij zijn eigen boek niet goed gelezen. Hij past die informatie die hij zelf schreef in elk geval hier niet toe door legende van (vermoedelijke) waarheid te scheiden. Of was dit toevallig een hoofdstuk van Goosmann? Dat Bonifatius "streng in de Roomse leer" was, is zeker zo, maar dat hij de 'verkeerde was? Bonifatius volgde de normen en waarden van de kerk van Rome. Dat is voor een aartsbisschop toch niet verkeerd. Zie ook opmerking nr. (165).

(160) Dat Bonifatius de grondlegger was van de kerk in Duitsland is een pas na de 15de eeuw ontstane mythe. Dat hij in die zin zo beschouwd wordt is uiteraard in gelovige zin geen enkel probleem, maar historisch juis is het zeker niet. Die opvatting is helemaal voortgekomen uit het feit dat men onder Germania van Tacitus Duitsland begreep. Lees meer over Germania.

(161) Hier is Erik Goosmann weer aan het woord. Welke opvolger dat in Mainz was, wordt niet vermeld. Die opvolger zou Lullius (780/782) zijn geweest. Niet meteen een aannemelijke opvolging met een bisschopsloze periode van 26 jaar in de geschiedenis van Mainz. Maar was Moguntiacum wel Mainz? Willibald schrijft in de Vita S.Bonifacii: "Omdat hij (Bonifatius) zich ziek voelde en oud begon te worden, stelde hij Lullus in zijn plaats aan tot aartsbisschop van Moguntiacum" (Bron: Willibald, Vita S.Bonifacii, AS, juni I, p. 461). Van Lullius is bekend dat hij ook onder de Friezen predikte en de kerk van Turinga (=Doornik) in beheer had. Zou Lullius vanuit Mainz gepredikt hebben in Friesland en in Doornik naar de kerk zijn gegaan? Zelfs de tradionalisten zwijgen daarover. En werd Bonifatius meteen in Fulda begraven? In de Sigeberti Gemblours Chronicon (MGS, VI, p. 331) lezen we dat bisschop Frederik in 820 geïnstalleerd werd in de abdijkerk van Epternacum "waar de Martelaar Bonifatius en zijn gezellen begraven liggen... en hij verbleef daar een lange tijd". Zolang een bisschop te Echternach (of was het Eperlecques?) bidt bij het graf van Bonifatius, kunnen diens stoffelijke resten nog niet naar Mainz of Fulda zijn overgebracht.

(162) Die 'oude droom' bleek slechts te bestaan in de fantasie van enkele historici. Of Bonifatius dat 'gedroomd' zou hebben weten we gewoon niet. Uit het 'opnieuw' blijkt wel dat de missie van St.Willibrord onder de Friezen niet geslaagd was.


Dokkum, 5 juni 754. Bijna 80 is Bonifatius nu en hij heeft een prachtige carrière achter de rug binnen de kerk (163). Maar nog steeds is het niet genoeg. Hij moet en zal ook de laatste Friezen bekeren. Maar er wordt gefluisterd dat hij eigenlijk martelaar wil worden nu hij zijn einde voelt naderen. In ieder geval heeft hij zijn lijkwade al bij zich (164). Als we zijn heilige leven lezen dan is heel duidelijk dat Bonifatius naar Friesland gaat om te sterven (165). Dat is aanwezig bij die gedachte ook van die eerste missionarissen, dat ook hun leven, hun taak in dat opzicht beeindigd zal worden door een marteldood. Want dan kwam je gegarandeerd meteen in het hemelse paradijs (166).
Beschermd door Frankische soldaten vertrekt Bonifatius, met andere geestelijken, naar het noorden. En daar doet hij wat hij al zo vaak heeft gedaan. heiligdommen worden kor en klein geslagen, inwoners massaal gedoopt (167). Er worden kerken gebouwd (168). Hier op deze plek slaat Bonifatius een tentenkamp op. Aan het riviertje de Borne (169). Onder strijdkreten wordt er een gevecht aangegaan. En daar gaat het mis. Gewapende Friezen valllen het kamp aan. Goed mogelijk dat ze wraak komen nemen voor alle afgodsbeelden die stuk zijn geslagen door Bonifatius. Een doodzonde in Friese ogen. (170). Dus had hij een entourage om zich heen (171). En we zien in het verhaal van zijn dood dan ook dat lijfwachten eigelijk in eerste instantie klaar staan om Bonifatius te beschermen (172). De Frankische soldaten werpen zich op hun aanvallers en willen hen verdrijven. Maar wat doet Bonifatius? Hij roept: "STOP"! Hij verbiedt zijn soldaten verder te vechten. Zij moeten hun wapens neerleggen en hun lot ondergaan (173). Het is gemakkelijk praten voor Bonifatius, want hij is stokoud, maar dat zijn de soldaten niet. Toch gehoorzamen ze hem. En stuk voor stuk worden ze omgebracht (174). Bonifatius zei zoveel als 'het is een fantastische mogelijkheid dat we hier met zijn allen het martelaarschap kunnen beleven. Bijna hoera. Dit is mijn dood. Dit is waarom ik hier ben teruggekomen' (175). Hij was na zijn dood nog groter dan hij bij leven was. Hij was bij leven al een heel belangrijke figuur in die Frankische kerkorganisatie (176). Maar als missionaris heeft hij heel weinig voor elkaar gekregen. Toch zien we hem graag als de missionaris die de Friezen bekeerde en daar dan de dood vond (177).
Als het zijn bedoeling was om martelaar te worden, dan is het hem gelukt. eeuwenlang wordt Bonifatius als heilige vereerd. En nog steeds. Elk jaar trekken er tienduizenden gelovigen naar deze bedevaartplaats in Dokkum (178). Het stoffelijk overschot van Bonifatius wordt met alle eer bijgezet in een Duits klooster (179). Van daaruit worden stukjes van zijn lichaam als relieken over meerdere kloosters en kerken verspreid. Want iedereen wil delen in zijn succes. Maar op een gegeven moment is het lichaam op (180). Dan worden ook voorwerpen belangrijk die Bonifatius heeft aangeraakt zoals deze priestermantel (181). Door het contact met de heilige zouden dit soort relieken ook wonderkrachten hebben. Maar daar bleef het niet bij. In de loop der tijd zouden er steeds meer wonderen gebeuren. Zo zou hij broden in stenen hebben veranderd (182). En hier in Dokkum ontspringt door zijn toedoen spontaan een geneeskrachtige bron (183). Ja een heilige die wonderen verricht dat is een gegarandeerde publiekstrekker. Niet alleen vroeger, maar nu nog steeds (184). Dit alles zorgt ervoor dat er steeds meer christenen bij komen. Het zal weliswaar eeuwen duren voor ons hele land gekerstend is, maar het christendom is al niet meer weg te denken (185).


Opmerkingen bij de tekst hierboven:

(163) De hier genoemde carrière bestond uit de volgende feiten: Bonifatius was prelaat in AustrasiŽ (dat is Noord-Oost Frankrijk) en de Germaanse gebieden. Dat was niet Duitsland, maar het Germania zoals Tacitus het beschreef. (Zie daar).
Bonifatius was aartsbisschop en Nuntius voor het hele gebied van de Franken. Te Soissons zalfde hij Pepijn III tot koning van de Franken en zijn vrouw Bertrada tot koningin. De zoontjes Carloman, dan 3 jaar, werd tot koning van AustrasiŽ gezalfd, Karel, dan 9 jaar, tot koning van NeustriŽ. Ook had hij eerder Karel de Grote gedoopt. Dit is allemaal onmogelijk in Duitsland te plaatsen.
Tussen 741 en 743 was Bonifatius voorzitter van drie concilies (kerkvergaderingen) onder Frankische bisschoppen en wel in Estinnes (tussen Mons en La Louvierre in BelgiŽ, dat is in de Germaanse gebieden!) en twee maal in Soissons. Het derde concilie -in Soissons- werd gehouden in aanwezigheid van koning Pepijn. Ook dit is onmogelijk in Duitsland te plaatsen. Soissons ligt nu eenmaal NIET in Duitsland.
Zet je alle feiten op een rij, dan blijkt Bonifatius nooit in Duitsland of Nederland te zijn geweest, net zo min als Willibrord in Nederland en in Luxemburg.

(164) Deze tekst wordt uitgesproken door Daan Schuurmans. Alsof Bonifatius met voorbedachte rade naar Friesland trok om zich dood te laten slaan, zonder rekening te houden met zijn metgezellen en begeleiders. Een egoïstische inslag. Die voorbedachtheid wordt nog eens aangedikt met de lijkwade die hij al bij zich zou hebben gehad. Waarom nam hij dan Frankische soldaten mee die hem moesten beschermen? Het is wel duidelijk: de moord op Bonifatius en zijn metgezellen was geen godsdienstige moord, maar een politieke. Bonifatius werd door de Friezen gezien als vertegenwoordiger van het Frankische gezag, hun doodsvijand. Nu de Friezen de kans zagen namen ze op die manier revange door een Frankische hoogwaardigheidsbekleder te vermoorden. Bonifatius zag wel in dat de Friese overmacht te groot was om zich daartegen te verweren en verzet zinloos was. Toch zou Bonifatius ter bescherming van die moordaanslag de Bijbel boven zijn hoofd gehouden hebben? Maar ja, dat is een mooie middeleeuwse legende, die door de Kerk later dankbaar gebruikt is om zijn martelaarschap aansprekend te maken.

(165) Die heiligenlevens van Bonifatius zijn allemaal ontstaan ver na de gebeurtenissen. De eerste die er iets over vermeld was St.Willihad (ca.772) toen hij vanuit Engeland o.a. naar Rome reisde. Zou hij via Dokkum zijn gereisd of vanuit Engeland toch meer in de buurt van Duinkerke zijn aangekomen?

(166) Hier is Herman Pleij aan het woord over een volgende fabel. Geen enkele missionaris ging bij voorbaat op pad om de marteldood te sterven, wel om 'martys' (=getuige) te zijn of 'martyrion' (=getuigenis) af te leggen. Het martelaarschap van Bonifatius is juist iets wat de latere 17de en 18de eeuwse mythen er van gemaakt hebben, de martelaren van Gorcum indachtig. Het zijn gedachten die men gedestilleerd heeft uit de eerste christenen die in Rome voor de leeuwen gegooid werden, maar die even onjuist zijn dat het christelijke geloof dat zou voorstaan. Als je tevoren bewust op zoek gaat naar de marteldood, bereik je juist het tegengestelde. Het gaat daarbij vooral om het 'bij voorbaat' ofwel 'met voorbedachte rade'. Volgens Paul van Tongeren filosoof en Denker des Vaderlands (2021-2023) is 'willen sterven hoogst problematisch. Dood willen is respectloos ten opzichte van het (door God) verkregen leven. Jezelf vernietiging kún je helemaal niet willen'. In de Christelijke kerk is enige vorm van euthanasie om die reden nog steeds niet toegestaan en daarmee bereik je volgens de Kerk het hemels paradijs ook niet. En juist Bonifatius zal zich nooit tegen de regels van de Kerk van Rome gekeerd hebben, dus hij zal zeker niet bij voorbaat op zoek zijn gegaaan naar de marteldood. In het christendom is een martelaar iemand die kwellingen doorstaat of zijn leven offert om zijn geloof niet te verzaken. Daarvan was bij Bonifatius ook geen enkele sprake. Hij werd volgens de traditie vermoord voordat hij ook maar iets kon uitrichten of zich kon uitspreken. Het was volgens Willebad een roofoverval. De rovers waren op zoek naar kostbaarheden. In deze zin was Bonifatius dus geen martelaar van het christelijk geloof. Het was, zoals bij nr. (163) gesteld, een politieke moord. Lees meer over Bonifatius

(167) Wat hier gesteld wordt, wordt door de historische bronnen allerminst bevestigd. Zelfs tot in de tiende eeuw is in Nederland geen enkele sprake van christianisatie, anders dan in de fantasie van niet deskundige historici.

(168) De oudste kerken in Nederland stammen zonder uitzondering allemaal uit de tijd na het jaar 1000. Lees meer over kerken in Holland en kerken in Brabant


(169) Bonifatius slaat zijn tentenkamp op aan de rivier de Borne. In Nederland bestaat geen rivier(tje) met die naam, wel een plaats in Overijssel, een wijk in Schijndel of een rivier in Frankrijk. Volgens H.Halbertsma is Borne de oude schrijfwijze van Oldeboorn, maar dat is wel erg ver van Dokkum en bovendien niet de naam van een rivier. Het gaat bij deze schrijfwijze over 1338, dus 6 eeuwen ná Bonifatius.


(170) Dat ze wraak komen nemen vanwege het stukslaan van afgodsbeelden is volkomen onzin. De Friezen hadden helemaal geen afgodsbeelden. Hun afkeer betrof het Frankische Rijk waarvan Bonifatius een vertegenwoordiger was. Lees meer bij nr. (163) en in de linker kolom over heidense tempels en kerken.

(171) Je vraagt je af waar die entourage (=groep mensen) uit bestond. Soldaten en metgezellen? Waarom zijn zij niet heilig geworden? Van die metgezellen hoor je verder niets meer. Die zijn historisch onbekend gebleven en ook nooit heiligen geworden.


(172) Waarom anders dan om Bonifatius te beschermen, zijn die soldaten meegegaan? Die had Bonifatius dan toch thuis kunnen laten, als hij bij voorbaat wist de marteldood te willen sterven.

(173) Hun lot ondergaan is uiteraard een aansprekende christelijke traditie, zoals ook Christus zijn lot onderging om aan het kruis te sterven. Op die christelijke traditie zijn deze en andere opvattingen gebasseerd, maar hebben zo ooit plaats gevonden? Het was een onverwachte plundertocht en moordpartij van de Fresones.

(174) Blijkbaar had Bonifatius zoveel gezag dat die soldaten hem gehoorzaamden. In werkelijkheid werden er enkelen gevangen genomen en als slaaf verkocht, als we enkele latere teksten mogen geloven. Of waren dit ook vrome legende? We hadden dit toch allemaal niet geweten als iedereen vermoord was? De Friezen hebben er in elk geval niet te koop mee gelopen en het ook niet ergens opgeschreven.

(175) Marco Mostert aan het woord. En dit zegt een hoogleraar Middeleeuwse geschiedenis. Dan kun je de nodige vragen stellen over zowel over zijn hoogleraarschap, als over zijn nuchtere kennis. Wat hij hier allemaal beweert is pure fantasie, middeleeuwse legenden voor goedgelovigen, maar zeker geen feiten gebaseerd op historische wetenschap.

(176) Erik Goosmann doet er nog een schepje bovenop, maar hij heeft blijkbaar zijn eigen boek niet gelezen. Hij past in elk geval niet toe wat hij zelf in zijn boek schreef. De dood van Bonifatius wordt voor het eerst vermeld door Willehad, zo'n 30 jaar nadien, als een simpele mededeling. De christelijke propaganda deed in de eeuwen daarna de rest. Had Goosmann die propaganda niet door terwijl hij daarover zelf schrijft in zijn boek? Dat Bonifatius een belangrijke figuur was in de Frankische kerkorganisatie is geheel juist. Hij was voorzitter van de Frankische bisschoppenvergadering, heeft Frankische vorsten gedoopt (o.a.Karel de Grote) en gezalfd (Pepijn III, die door Willibord gedoopt werd!). Dat was ook de reden dat hij vermoord werd door de aartsvijand van de Franken, de Friezen. Willehad vermeldt ook helemaal niet dat Bonifatius IN Dockynchirica is vermoord, maar in de streek met die naam. De traditionele opvatting dat Bonifatius IN Dokkum vermoord zou zijn, is dus zowiezo onjuist. Hij en zijn gezellen werden vermoord aan de rivier de Borne, wat in deze aflevering ook zo wordt uitgebeeld, wat op zich dus wel juist is. Alleen lag die rivier niet in Friesland, maar in het klassieke Frisia in Frans-Vlaanderen. De Borne, ook als Bordne of als Burdina geschreven, is de Bourre in de omgeving van Hazebroek. Ook hier is de uitspraak weer belangrijker dan de schrijfwijze.

(177) Hier noemt Goosmann twee zaken die in tegenspraak zijn met elkaar. De christelijke propaganda heeft blijkbaar gewerkt. Goosmann gelooft die blijkbaar zondermeer, terwijl hij in zijn boek daar totaal anders over schrijft.

(178) Een uitstapje naar Dokkum kan niet ontbreken in deze aflevering. Echter de ware geschiedenis van Bonifatius en Dokkum kwam pas in de 17e eeuw op gang. Pas in 1872 werd de kerk in Dokkum aan Bonifatius toegewijd. Het was vooral Titus Brandsma die Dokkum als Bonifatius-bedevaartsoord op de kaart zette. Het gaat dan over 1924, dus vele eeuwen na Bonifatius. In 1962 moest er plots een beeld van Bonifatius komen in Dokkum. Opvallend bij de onthulling van het standbeeld van aartsbisschop Bonifatius in Dokkum is, dat het gedaan werd door prinses Beatrix, een protestants lid van het Koninklijk Huis en niet door een Rooms-Katholieke hoogwaardigheidsbekleder, zoals de bisschop van Groningen, die daarbij wel aanwezig was. Blijkbaar waren de toeristische motieven belangrijker dan de godsdienstige beleving. Of was de mening van de Kerk over de authenticiteit van St.Bonifatius in Dokkum al aan de nodige twijfel onderhevig dat men dit overliet aan de commercie? Lees meer over Bonifatius en over Dokkum.

(179) Hier valt deze documentaire door de mand. Allereerst is het getoonde botje geen overblijfsel van Bonifatius, maar bovendien maakt de hier afgebeelde 'bisschop' een verkeerd kruisteken. Werken er geen katholieken bij de NTR? In Dokkum zou men een stukje van de schedel van Bonifatius hebben, waarvan de herkomst duister is.
Het hier genoemde Duitse klooster zou Fulda geweest zijn, maar daar is het stoffelijk overschot van Bonifatius, na eerst in Utrecht en Mainz, geweest te zijn, volgens de tradionele opvattingen pas veel later aangekomen. Het is echter een volslagen mythe. Is dat de reden dat Fulda hier niet met naam genoemd wordt?

(180) De verspreiding van de reliken van Bonifatius is al net zo duister als die van St.Willibrord in Echternach. Lees meer over de relieken van St.Willibrord.

(181) De getoonde koorkap is te zien in Museum Catharijne-convent in Utrecht. Op de erbij vermelde tekst in dat museum staat dat deze koorkap uit de eerste helft van de 13e eeuw stamt. Die is dus nooit van Bonifatius geweest. Lees meer bij Katholieke tradities.

(182) Over wonderen kunnen we kort zijn: die bestaan slechts in de fantasie van goedgelovigen. Het wonder van die stenen is er zo een. Het is een fabel uit de 17e eeuw, voor het eerste genoteerd door Schotanus in 1664. Lees daar meer over in Berichten van de R.O.B..

(183) Ook over de bron kunnen we kort zijn. Zuiver water zal zeker hebben bijgedragen aan de gezondheid van mensen in de tijd dat veel drinkwater vervuild was. Lees meer over het putje van Bonifatius.

(184) In Dokkum houdt men nog steeds vast aan de traditie van de moord op Bonifatius, vooral geïnitieerd door de plaatselijke VVV en de commercie. Het is immers de enige reden dat toeristen naar Dokkum trekken, vroeger goedgelovig, tegenwoordig nieuwsgierig naar de smaak van het Bonifatiusbier. Dokkum is zeker een leuk stadje, het 'keerpunt' in de Elfstedentocht, een bezoek zeker waard.

(185) Wat hier gesteld wordt is een volkomen waarheid, tenmiste als je Zuid-Limburg niet meetelt. Het zal nog eeuwen duren voordat het hele land gekerstend is. Hoewel het hele land? Momenteel (2022) blijkt het aantal gelovigen minder dan 50% te zijn. (Bron: AD/AC. 25-3-2022 p.14).



Het landschap van Nederland zoals dat meerdere keren in de afleveringen van Het Verhaal van Nederland wordt getoond. En in dit veen-, moeras- en waddengebied zouden de missionarissen als Willibrord, Bonifatius, Ludger, Lebuinus, Plechelmus en anderen rondgelopen en gepredikt hebben? Wie woonden er dan om te bekeren en waar woonde men? Er bestonden nog geen kerken en/of andere belangrijke gebouwen (zie ook opmerking bij nr. (145).



Meer weten? Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.