de
| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
![]() Zie hiernaast de belangrijkste bevindingen..... voor een snel overzicht! ARCHEObrief is het vakblad voor de Nederlandse Archeologie en een uitgave van de Stichting voor de Nederlandse Archeologie (SNA) en uitgeverij Matrijs. Per jaar verschijnen 3 of 4 nummers. ![]() ![]() In 2017 is Archeobrief (na 20 jaargangen) opgeheven en gaat met Westerheem samen verder als Archeologie in Nederland. Zie daar. In de citaten hiernaast wordt Archeobrief gevolgd door het nummer en het jaar, waardoor het gemakkelijk terug te zoeken is. Vanwege het overzicht en de leesbaarheid zijn alle artikelen (per jaar) genummerd. Deze nummering kan wijzigen als er nieuwe citaten worden tussengevoegd. In veel artikelen is nogal vaak sprake van veronderstellingen en speculaties, aangezien de achterliggende redenen van tijd, plaats en herkomst van een archeologisch relict niet bekend zijn. Prikt men eenmaal de speculaties door, dan blijken veel bevindingen feilloos aan te sluiten bij de visie van Albert Delahaye. Een speculatie is volgens Van Dale 'een beschouwing die uitgaat boven het feitelijk of logisch bewijsbare'. Verder terug dan 2004 ging mijn abonnement niet. Wie heeft er nog oudere jaargangen vanaf 1996? Ik houd mij aanbevolen ze over te nemen. |
Uit onderzoek blijkt dat "honderden misverstanden voortkomen uit het rondpompen van verouderde kennis". Dat blijkt onder meer uit de verschillende opvattingen tussen wetenschappers, die elkaar in publicaties tegenspreken (zie bij Citaten) of in hun studies nog steeds uitgaan van achterhaalde bronnen. In de geschiedenis van Nijmegen bijvoorbeeld wordt nog steeds verwezen naar de opvattingen van Johannes Smetius of van Jan Hendrik Holwerda, waarvan al sinds tijden is vastgesteld dat het verouderde kennis is. Driekwart van deze fouten komt voor in publicaties van mensen met een doctorstitel. Dat kan ook niet anders, immers je kunt je doctorstitel wel vergeten als je met afwijkende opvattingen aankomt. Een promotor is per definitie iemand van de oude stempel. Die laat een promovendus niet hun oude opvattingen onderuit halen. Dat is ook de belangrijkste reden dat verouderde kennis maar rondgepompt blijft worden. Opzienbarende archeologische bevindingen die de visie van Albert Delahaye onweerlegbaar bevestigen. In de algemeen aanvaarde opvattingen over de aanwezigheid van Romeinse legioenen in Nederland, zijn steeds enkele veronderstellingen gehanteerd, die in de archeologie geen bevestiging vonden. Na intensief onderzoek blijken een aantal uitgangspunten foutief geweest te zijn. Albert Delahaye heeft er eerder op gewezen in zijn boeken, maar zijn argumenten werden steeds weggewuifd omdat "het in de aanvaarde historische opvattingen niet paste". De algemeen aanvaarde opvattingen dienen nu herzien te worden, wat enkele grote consequenties heeft. Het is onthullend wat archeologen en historici in hun artikelen schrijven. Wanneer trekken ze hier de onvermijdbare conclusies eens uit? De archeologie blijkt allerminst onfeilbaar te zijn. Er is sprake van de nodige twijfel en discussie. Zie de voorbeelden hieronder. Verwijzingen naar de jaargangen: jaargang 2016, jaargang 2015, jaargang 2014, jaargang 2013, jaargang 2012, jaargang 2011, jaargang 2010, jaargang 2009, jaargang 2008, jaargang 2007. jaargang 2006. jaargang 2005, verder terug gaat het helaas niet. Wie heeft nog oude jaargangen? Ik neem ze graag over!.
Een duurzame Romeinse grens. Archeobrief 1, maart 2008, p.29 e.v. De auteurs van dit artikel stellen de traditionele geschiedenis van de Romeinse Limes in een geheel ander daglicht. Zij geven terecht aan dat dit een geheel ander licht kan werpen op de reden voor het ontstaan van deze linie. Het betekent wel dat alle aanwijzingen voor de geschiedenis van de grenszone opnieuw zorgvuldig moeten worden geanalyseerd, wat zij ook als een zeer terechte conclusie vermelden. De auteurs komen tot de volgende bevindingen:
Deze zeer terechte conclusie staat echter wel haaks op de traditionele opvattingen over de geschiedenis van de Romeinen in ons land, waarbij altijd sprake is geweest van een vanuit Rome verordonneerde doelbewuste geplande aanleg van forten langs de Rijn, volgens een vast patroon en een vaste bouwwijze, de z.g. Limes GERMANICUS ter bescherming van het Romeinse Rijk tegen invallen van Germaanse stammen. De bevindingen van de betreffende auteurs komen wonderwel overeen met de visie van Albert Delahaye, die ons land steeds als het "Agri Decumates" van Tacitus beschouwde, waar slecht Romeinse veteranen zich vestigden en waar ook nooit al die Germaanse volkeren zijn binnengevallen en die zich er ook nooit gevestigd hebben, omdat ze er al woonden. Het komt ook overeen met de archeologische vondsten van Romeins in een beperkte strook in het midden van ons land. Waar was het achterland van deze Rijksgrens? Wat viel er te verdedigen tegen de invallen van Germaanse stammen? Waar woonden die Germaanse stammen in ons land, waar de Romeinen zo bevreesd voor waren? Volgens A.W.Byvank en W.A.van Es (zie de verwijzing) woonden er geen Germaanse stammen ten noorden van de Rijngrens. Hun woonplaatsen zijn ook nooit gevonden. Indien men al deze aanwijzingen voor de geschiedenis van de grenszone opnieuw zorgvuldig analyseert, zoals de schrijvers menen dat noodzakelijk is, kan men slechts tot de conclusie komen dat de visie van Albert Delahaye de enig juiste is. Deze bevindingen in Archeobrief sluiten feilloos aan bij de opvattingen van dr. W.A. van Es zoals die te lezen in zijn boek "De Romeinen in Nederland". Op blz. 42 en 45 lezen we: "Meer details zijn niet bekend en het blijft bij vermoedens. Ons land wordt door contemporaire geschiedschrijvers doodgezwegen. Het wordt eentonig. Over bemoeienis van de Romeinse politiek met ons land zijn weer geen bijzonderheden bekend". "Onze kennis omtrent het Nederlandse stuk van de Limes vertoont nog enorme hiaten" schrijft hij op blz. 99. "Het Romeins in Nederland is allerminst van internationale allure geweest", en op blz. 131 lezen we: "Romeins Nederland is nimmer de eer van een colonia waardig geacht!". Ook onze grootste villa's zijn in verhouding tot die uit andere rijksdelen eenvoudig. Daarin weerspiegelt zich de betrekkelijke soberheid van de Romeins Nederlandse bevolking (p.281). Overigens wordt de in Nederland graag gebezigde term 'Limes' in geen enkele klassieke tekst genoemd. Het is een verzinsel van latere historici om vooral de verdedigbare grens te onderstrepen. Maar zoals hierboven aangegeven viel er niets te verdedigen. Er ging geen enkele dreiging uit van de volkeren ten noorden van die grens, een constatering die ook A.W.Byvanck en W.A.van Es al hadden vastgesteld. |
| Het is onbegrijpelijk dat de Nederlandse historici de voorbereidingen van keizer Caligula voor de overtocht naar Brittannia in Nederland (Katwijk of Velsen?) blijven plaatsen, terwijl de Franse en Duitse historici dit in Boulogne-sur-Mer plaatsen, waar ook de 'Phare de Caligula' tot 1644 gestaan heeft. In 39 v.Chr. was Nederland nog lang niet door de Romeinen bezocht. De oudste forten in westelijk Nederland zijn allemaal van na 40 n.Chr. Zie het overzicht op de Limes. Boulogne-sur-Mer was de sinds Julius Caesar dè oversteekplaats van de Romeinen. Daar was een grote haven voor wel 1000 schepen, die we in Velsen (of Katwijk?) geheel missen. |
-
- 
Archeologische impressies en reconstructies. In het spanningsveld tussen feit en interpretatie. De schoolplaat met zijn woeste Germanen of plunderende Vikingen werd gezien als voorbeeld hoe het niet moest. Reconstructies en impressies hoorden volgens de gangbare opvattingen zeker niet thuis in wetenschappelijke publicaties, maar ook niet in de betere publieksboeken.
Commentaar: Uit dit artikel blijkt dat schoolplaten en andere tekening te vaak gebaseerd zijn geweest op interpretaties van interpretaties. Ze geven vaak een verkeerd beeld van de veronderstelde werkelijkheid, maar gaan wel een eigen leven leiden. Als voorbeeld kunnen we de schoolplaat van Isings nemen, waarbij St.Willibrord afgebeeld wordt op een paard. (Zie afbeelding hiernaast). Deze afbeelding is ook gevolgd in het standbeeld van St.Willibrord in Utrecht. Ook de op deze plaat afgebeelde kerk is puur verzinsel en geeft een totaal verkeerde beeld van die tijd (8ste eeuw). St.Willibrord was een Benedictijn en die had geen paard. Het paard was slechts in bezit van de machthebbers. Maar dit beeld werd 'noodzakelijk' om het grote missiegebied van St.Willibrord te verklaren. Zonder paard was dat omvangrijke missiegebied van Denemarken tot Luxemburg niet te bereizen.
De situatie in Nijmegen is van een heel andere orde. Daar zijn inmiddels diverse wegen gevonden, die ons een beeld geven van de fijnmazige infrastructuur rond de stad en de achtereenvolgende legerkampen. Geen van die wegen was geplaveid. Het is echter niet eenvoudig om bij dit ruime aanbod de belangrijkste doorgaande weg aan te wijzen. Probleem daarbij is dat de locatie van de twee (of drie) hier gevonden mijlpalen altijd onzeker is geweest. In noot 8 lezen we: Opvallend is dat Nijmegen in het Reisboek van Antoninus niet voorkomt.
Commentaar: dat Limes in de kop van dit artikel schijngedrukt is, is veelzeggend, maar begrijpelijk als je het hele verhaal leest. De Limes bestond in feite helemaal niet. De gangbare interpretatie wordt ter discussie gesteld. Vervolgens wordt gesteld dat de regio waarschijnlijk en min of meer continu bewoond geweest is, ofwel twee voorbehoudens in één zin. Het 'ligt het voor de hand' en 'een verband te leggen' en 'misschien' zijn geen bewijzen, maar speculaties. Hier lees je dus duidelijk dat de aanwezigheid van Traianus en Hadrianus in Nederland nooit bewezen opvattingen zijn. 